De Hongerklop

In de vorige uitgave van ‘De Wandelpool’ heb ik het gehad over ‘het drinkbeleid’, ofwel vocht. Mijns inziens het belangrijkste aspect om rekening mee te houden om lekker te wandelen.
Ook een belangrijk aspect is de voeding. Ook nu weer heb ik eigen ervaringen verwerkt, maar ook mijn ogen en oren de kost gegeven tijdens wandelingen.
Uiteraard heb ik de wijsheid niet in pacht, ik geef mijn mening graag voor een betere.
Bij duursporten is na verloop van tijd de voorraad ‘brandstof’ in het lichaam op.
Plotseling willen de benen niet meer. Je voelt je ‘flauw’ en ‘uitgewoond’. Vaak niet eens echt hongerig. Wielrenners spreken dan van ‘de hongerklop’. Hoe voorkom je dit verschijnsel? Simpelweg door vooral tijdig, maar ook regelmatig te eten.
Het ontbijt
Begin de wandeldag met een goed ontbijt. Mijns inziens gaat er nog steeds niets boven de onvolprezen havermoutpap. Hiermee kun je echt uren voort. De bereiding duurt met de snelkokende soort niet lang. Rozijnen en klein gesneden gedroogde abrikozen erdoor maakt het nog smakelijker. Liever geen gedroogde pruimen toevoegen, da’s niet zo handig tijdens het wandelen. Uiteraard is een ‘gewoon’ ontbijt bestaande uit bruin brood en (pinda)kaas ook prima, dit hapt echter wat moeizamer weg. Ook een idee en in lijn met Atkins: een Engels ontbijt. Helaas kost de bereiding nogal wat tijd. Overigens ben ik persoonlijk niet zo’n voorstander van de moderne ‘drinkontbijten’.
Tijdens het wandelen
Na zo’n half uur zie je sommige wandellaars een bruine boterham met kaas opeten.
Prima kost, echter ikzelf krijg dat tijdens het wandelen niet weg. Zelf steek ik een paar beboterde krentenbollen bij me of nog voedzamer: reform krentenbrood! Dat hapt gemakkelijk weg, zeker met een slokje erbij uit de platypus. Tijdens een eetstop drink ik er dan een kopje koffie of thee bij uit de thermosfles. Creamcrackers met kaas, ook een lekkernij. Sultana, heerlijk knabbelen zowel tijdens het wandelen als tijdens een eetstop. Bang om te dik te worden hoef je niet te zijn, mits je regelmatig wandelt (= wekelijks!).
Ook lekker: chocola met noten en rozijnen, echter beter niet meenemen met een warme dag om te voorkomen dat alles in een onappetijtelijke chocolademelksmurrie verandert. Nadeel van chocola (ook van marsen, snickers enz.) is, dat het een ‘snelle brandstof’ is. Het levert in weinig tijd veel energie, maar het effect is van korte duur en snel krijg je weer een ‘flauw’ gevoel.
Chocomel is tegelijk voeding en vocht. Ook een aanrader tijdens een moeilijk moment: dextro energy. Er zit vitamine C in en energie.
Wat ik bijna zou vergeten: de onvolprezen banaan. Vroeger werd de Tour-de-France ermee gewonnen.
De lunch
Meestal wordt er wel een horecagelegenheid bezocht, hoewel het voorkomt dat deze onverhoopt gesloten is. Neem dus voor de zekerheid altijd een lunchpakket mee. Uitgebreid lunchen in een restaurant lukt meestal niet, daarvoor is de tijd veelal te beperkt. Een soepje lukt vaak nog wel. Als het goed is staat het zo op tafel en dan is het snel lepelen geblazen.
Samenvattend
De truc is tijdig en regelmatig voedsel tot je te nemen. Ook niet teveel tegelijk en uiteraard niet alle hiervoor opgesomde lekkernijen. Neem de ene keer eens dit en de andere keer eens dat. Een slokje erbij uit de platypus of tijdens een eetstop een slokje uit de thermosfles en je kunt terugkijken op een fijne wandeldag.

Wandel ze en wie weet tot ziens, hanshike

Drinkbeleid

(versie november 2013)
Ik loop alweer geruime tijd mee met ‘De Wandelpool’ (inmiddels organiseer ikzelf ook ‘hikes’) en ik heb de indruk dat er vrij veel deelnemers zijn die te weinig drinken. Dat komt ook omdat het vrij omslachtig is om tijdens het lopen een bidon uit de rugzak te pakken, te drinken en de bidon weer op te bergen. Als er dan een pauze is, dan wordt vaak teveel ineens gedronken, wat tot gevolg heeft dat het vocht in de maag aan ’t klotsen gaat. Niet echt prettig wandelen.
Ik wil niet al te wetenschappelijk doen, maar besef wel dat tijdens warm weer en zware inspanning de waterbehoefte op kan lopen van ½ tot (in extreme situaties) 2 liter water per uur! Gelukkig valt het in Nederland wel mee, mits we lopen met maximaal een dagrugzak en we zoveel mogelijk in de schaduw blijven.
Toch moet je regelmatig drinken. Sowieso verlies je met urine/transpiratie al 3 liter vocht per dag. Let op: wanneer je dorst krijgt, ben je eigenlijk al te laat. Er is dan al sprake van een ‘milde uitdroging’. Wanneer er dan niet gedronken wordt, kan dit verergeren tot een ‘ernstige uitdroging’. De verschijnselen zijn dan: misselijkheid, duizeligheid, onrustigheid, hoofdpijn, tintelingen, kortademigheid, blauwe lippen, wazig zien en uiteindelijk bewusteloosheid. Weet dat slechts 5% uitdroging al een conditieverlies van 20% veroorzaakt.
Voorkom uitdroging:

  • Drink veel water voor aanvang van de wandeling (tot wel ½ liter!). Dit wordt het ‘overdrinksysteem’ genoemd;
  • Drink iedere 20 à 30 minuten, ook al heb je geen dorst;
  • Vul elke keer als dat kan je bidon bij;
  • Drink nooit ijskoud water, dit kan maagkrampen veroorzaken;
  • Drink aan het einde van de wandeling weer veel.

Extra zout toevoegen is niet nodig, de normale voeding is al zout genoeg. Wel kan als lunch onder meer soep genuttigd worden, waaraan wat extra zout is toegevoegd.
De praktijk
Zoals gesteld is regelmatig drinken met een bidon problematisch. Veel makkelijker is het met een Platypus (of Camelbak) drinksysteem. Zelf gebruik ik een Platypus Zip, waar 2 liter water in kan. Met de zip (plastic rits) kan de waterzak aan de bovenkant open. Ideaal om de drinkzak te reinigen. Ook doe ik ’s zomers door deze opening een groot blok ijs. Tijdens het wandelen geniet ik dan vele uren van overheerlijke, koude (geen ijskoude!) limonade. Mocht je een Platypus danwel een Camelbak drinkzak willen aanschaffen, ga dan met je dagrugzak naar de winkel om te proberen of het wel past.
Koffie
Overigens, koffie onderweg is erg lekker, maar koffie bevat cafeïne. Cafeïne (ook alcohol) stimuleert de urine-uitscheiding. Koffie is dus een slechte dorstlesser. Feitelijk verlies je met koffie nog méér vocht dan je tot je neemt! In (onder andere) Griekenland krijg je bij de koffie altijd een glas water!

Let wel, deze informatie geldt vooral tijdens warm weer, maar ook in de winter (droge lucht!) moet je regelmatig drinken.

Wandel ze en wie weet tot ziens, hanshike

De Kleding

In de twee voorgaande nummers van de Wandelpool heb ik het gehad over ‘vocht’ en ‘voeding’. Ook een belangrijk item om rekening mee te houden is de kleding, ofwel ‘ventilatie’. Veelal verlaten we in alle vroegte ons huis en hebben ons dan warm aangekleed. Tja, dat is ons van kinds af aan ingeprent. In de trein of de auto is dat verder geen probleem, maar wanneer we een minuutje of tien, vijftien gewandeld hebben, loopt het water van de rug (uitdrukking van mijn vader). Wat is er verkeerd gegaan? Ik ben een voorstander van het meerlagensysteem. Het grote voordeel is dat we de temperatuur van het lichaam kunnen helpen regelen door meer of juist minder lagen over elkaar aan te doen. Uiteraard maakt het veel verschil of we tijdens warm/heet weer of tijdens kou/bittere kou wandelen.
Onder warme/hete omstandigheden
Het bovenlichaam
De 1e laag: het ondergoed. Welke activiteit we ook ondernemen, het lichaam moet de geproduceerde warmte kwijtraken door te transpireren. Katoenen ondergoed wordt dan vochtig, mogelijk zelfs nat en helaas, dat blijft het ook. Wanneer we even pauzeren is het resultaat dat je je al snel plakkerig, rillerig en koud voelt worden. Dit is – voor een groot gedeelte – te voorkomen door het dragen van synthetisch ondergoed. Dit wordt ook wel vochtregulerend of thermisch ondergoed genoemd. Dit ondergoed neemt zelf nauwelijks vocht op, maar geeft het door aan de volgende laag.
De 2e laag: een wandelshirt, bij voorkeur gemaakt van kunststof. Het voordeel is dat kunststoffen snel drogen. Dat heeft z’n voordeel na een buitje.
De 3e laag: een fleece voor de vroege/late uurtjes.
Een regenjack, paraplu of regencape in de rugzak voor een onverhoopte regenbui en je kunt ertegen!
Het onderlichaam
Een wandelbroek, liefst gemaakt van kunststof. Bedenk, een spijkerbroek wordt na een regenbui bijna niet meer droog! Sommigen zweren bij een afritsbroek. Bedenk wel dat dit soort broeken veelal wat minder zakken hebben, maar ja, wandelen met overvolle broekzakken is ook vrij irritant. Zelf vind ik dat een lange kakikleurige broek koeler is dan een korte broek. De hete zon brandt dan niet direct op je huid. Ook erg fijn als je door de brandnetels of de bramen moet.
Het hoofd
Een petje (met klep) zodat je voorkomt dat de zon je blote bolletje teistert, en de zon niet in je ogen schijnt. Een aanrader onder woestijnachtige omstandigheden, maar ook tijdens zoiets triviaals als het doorkruisen van de Vliehors, is een hoed met brede rand (cowboyhoed).
Om het zweet op te nemen kun je een katoenen sjaaltje om de hals doen. Als het erg heet is, dit sjaaltje onder een kraan/bron drijfnat maken en dan om de hals/voorhoofd om af te koelen. Heerlijk! Er bestaat ook een hightech oplossing, te weten: de ‘Coolrap’, zie de website.
Onder koude/zeer koude omstandigheden
Niet zweten, maar ventileren is het uitgangspunt. Het is belangrijk dat de kledinglagen ruim zitten. De lucht tussen de lagen werkt isolerend en de bloedcirculatie wordt niet gestremd. Bedenk wel dat de ene persoon wat kouwelijker is dan de andere. Dat kan zo een kledinglaag schelen. Tijdens het wandelen krijg je het warm. De truc is om onmiddellijk wat knopen/ritsen los te maken om koude lucht binnen te laten. Trek een kledinglaag uit als het dan nog te warm is. Probeer in ieder geval zo min mogelijk te transpireren; zweet vermindert namelijk het isolerend vermogen van kleding. Het is beter om het een beetje koud te hebben, dan te zweten. Als er wordt gepauzeerd – liefst uit de wind – maak er dan een gewoonte van om eerst even iets aan te trekken.
Het bovenlichaam
De 1e laag: vochtregulerend ondergoed.
De 2e laag: draag vochtregulerend lang ondergoed over de 1e laag tijdens bitter koud weer. Het is prijzig spul, maar omdat je het zelden draagt, gaat het lang mee. Zelf heb ik een setje van Helly Hansen, dat al minstens 25 jaar meegaat. N.B. Indien je wat minder kouwelijk bent dan ikzelf kun je de 1e laag achterwege laten.
De 3e laag: over de 1e en in voorkomend geval over de 2e laag een katoenen T-shirt om de transpiratie op te nemen.
De 4e laag: een polo, vest, trainingsjack, niet te dikke fleece of iets dergelijks. Het hoeft niet modieus te zijn, als het maar functioneel is en lekker zit. We bevinden ons niet op de catwalk, maar beoefenen de wandelsport. Vaak hangen de functioneelste kledingstukken al jaren in de kast!
De 5e laag: draag nog een extra polo, vest, trainingsjack, niet te dikke fleece of iets dergelijks wanneer het bitter koud is.
De 6e laag: een windstopper fleece of beter nog een zogeheten softshell.
De 7e laag: wanneer het regent een regenjack, liefst in Gore-Tex uitvoering.
Het lijkt overdreven, maar bedenk dat de 2e en 5e laag alleen van toepassing is bij bittere koude. Overigens, onder koude omstandigheden vind ik een wandelshirt wat minder functioneel, bovendien heb ik een hekel aan strijken!
Het onderlichaam
Een wandelbroek, liefst gemaakt van kunststof, eventueel een wat dikker type dan de zomerbroek.
Tijdens langdurige regen een – liefst Gore-Tex – wandelregenbroek. Ook weer een vrij prijzig artikel, maar omdat je deze weinig zult dragen gaat hij vele, vele jaren mee. Probleem is dat deze regenbroeken bepaald volumineus zijn. Dus alleen meenemen wanneer het weerbericht abominabel is. Overigens, regenbroeken hebben de neiging om af te zakken. Probeer de broek van te voren uit en gebruik zo nodig bretels. Als alternatief voor het gewicht en de omvang van een wandelregenbroek kun je kiezen voor een fietsregenbroek. Ook deze zijn verkrijgbaar in Gore-Tex. Een fietsregenbroek is van een veel lichter materiaal gemaakt en is dus tamelijk kwetsbaar, echter als je niet dwars door de struiken gaat banjeren kun je er lang plezier van hebben. Sommige wandellaars dragen ‘gamaschen’. Dit zijn een soort beenkappen, eigenlijk bedoeld om in sneeuwvelden te dragen. Ik heb er zelf geen ervaring mee, maar als ik naar mijn bemodderde broekspijpen kijk, dan lijkt mij dit een prima uitrustingsstuk.
Het hoofd
Weet dat ongeveer 70% van je lichaamswarmte ontsnapt via het onbedekte hoofd. Een warme muts of iets dergelijks is dan ook essentieel. Omdat je ’s winters veelal met een laagstaande zon te maken hebt, is een hoofddeksel met klep aan te raden. Een lekkere warme das is ook nooit weg.
De handen
Een paar handschoenen of nog beter wanten.
Nog een paar tips
Een extra T-shirt en een paar sokken in de rugzak zouden wel eens van pas kunnen komen. Neem iets warms mee in de thermosfles, eet regelmatig, rook niet, gebruik geen alcohol, en… je kunt terugkijken op een fijne wandeldag. Bedenk wel, verander niets aan wat je gewend bent, zolang je lekker wandelt.

Wandel ze en wie weet tot ziens, hanshike

 

De Onderdanen

Laatst op de koffie bij HM en JPB (dit artikel is geschreven in 2004, toentertijd waren Hare Majesteit Koningin Beatrix en Jan Peter Balkenende ‘aan de macht’), waarbij zij het voortdurend over de waarden en normen van hun onderdanen hadden, vroeg ik mij steeds af wat dat nu met onze voeten te maken heeft.
’s Avonds voor je naar bed (slaapzak) gaat eerst voeten wassen, badslippers dragen in de wasgelegenheid, geen/weinig zeep gebruiken, afspoelen met koud water, goed afdrogen vooral tussen de tenen, poederen, nagels kort en recht afknippen: dat weet toch elke kleuter. Toch hebben zij wel een beetje gelijk. De aandacht voor onze onderdanen is in de loop van de tijd voor een groot deel verloren gegaan. De voetwassing is in vele religies in onbruik geraakt en eigenlijk is dat een beetje jammer. Als je eens nagaat wat je voeten allemaal te verduren hebben, dan mag dat enige naam hebben. Tientallen kilometers, liefst onverhard en dan ook nog een rugzak om. Als je dat van je voeten eist, dan mag er wel wat tegenover staan.
De wandelstokken
Wanneer je gaat wandelen in de bergen zijn (telescopische) wandelstokken een echte aanrader. Wandelstokken ontlasten de heupen en de knieën. Bij het stijgen duw je jezelf omhoog en tijdens het dalen hou je jezelf weer tegen. Ook doordat je makkelijker in evenwicht blijft, levert het lopen met twee wandelstokken een behoorlijke krachtsbesparing op.
Op het vlakke komen wandelstokken goed tot hun recht tijdens het lopen door mul zand/strand, (modderige) bospaden en vooral wanneer een zware (trekking)rugzak wordt gesjouwd. Let er wel op dat je de paslengte niet teveel vergroot, waardoor je jezelf forceert en het positieve effect teniet wordt gedaan.
Wel eerst oefenen omdat het lopen met wandelstokken een bepaalde coördinatie vereist. Toch nog een waarschuwing: onder extreme omstandigheden kunnen wandelstokken wegglijden, waardoor een gevaarlijke situatie zou kunnen ontstaan. Bereid je in Nederland voor op het krijgen van ‘lollig’ bedoelde opmerkingen van duidelijk geen buitensporters.
De schoenen
In grote lijnen bestaan er vijf soorten (berg)wandelschoenen. Ze worden ingedeeld in de categorieën: A/B/C/D/E.
Categorie A: lage wandelschoen, specifiek geschikt voor het (Nijmeegse) 4-daagse geweld. De enkel is vrij, zodat de voet goed kan afwikkelen. Echt een schoen voor het asfalt, ook omdat de zool zeer slijtvast is.
Categorie B: hoge (berg)wandelschoen. De kwetsbare enkel is beschermd door de hoge schacht, dat heeft z’n nut bij bergwandelen mocht je de rots raken, maar het voorkomt ook het mogelijk verzwikken van de enkel. Ook loop je niet snel zand, steentjes, takjes, modder en dergelijke naar binnen. De zool is dik, maar toch goed buigzaam. Ongelijk terrein en (scherpe) stenen voel je niet of nauwelijks. Verder heeft de (relatief zachte) zool door het diepe profiel veel grip. Allround (berg)wandelschoen.
N.B. Tegenwoordig bestaan er zelfs AB schoenen.
Categorie C: hoge (berg)wandelschoen. Beperkt stijgijzervast. De zool is veel minder buigzaam dan van een categorie B schoen en wikkelt minder soepel af. Specifiek bedoelt voor het hooggebergte waarbij mogelijk een sneeuwveld moet worden overgestoken waarbij de stijgijzers worden gemonteerd. De geëigende schoen voor ‘klettersteigen’.
Voor gewoon (berg)wandelen minder geschikt.
N.B. Tegenwoordig bestaan er zelfs BC schoenen, aan te raden als je vaak met een zware rugzak door zwaar terrein loopt!
Categorie D: hoge (alpine)klimschoen. Voor 100% stijgijzervast. De zool is stijf en wikkelt dus niet af. Specifiek bedoelt voor het hooggebergte waarbij voortdurend in sneeuw/ijs – met stijgijzers – wordt geklommen. Om gewoon mee te (berg)wandelen niet geschikt!
Categorie E: specifiek bedoelt voor watervalijsklimmen.
(Wandellaarzen, echt een uitrustingsstuk voor ‘vogelaars’ blijven hier buiten beschouwing).
De aankoop
Houd er bij de aankoop rekening mee dat je voeten in de loop van de dag – en uiteraard ook tijdens het wandelen – iets zwellen. Koop schoenen dus niet ’s morgens. Draag je favoriete wandelsokken bij het passen. Schaf een dusdanige maat aan dat de hiel net niet slipt, dat veroorzaakt blaren. Doe de hellingproef, dat wil zeggen dat je in de winkel op een helling omlaag loopt. Wanneer je tenen dan direct de voorzijde van de schoen raken, zijn ze te klein! Het is verleidelijk te vallen op een sportief model, een kek stiksel of een modieuze veter. Fout natuurlijk, eigenlijk moet je wandelschoenen passen met je ogen dicht! Informeer bij de buitensportzaak of je de schoenen een aantal avonden thuis (binnen!) mag dragen en eventueel mag omruilen voor een grotere/kleinere maat.
Echt inlopen – zoals in de vorige eeuw – is niet meer nodig, echter draag je schoenen de eerste paar weken in en rond huis. Ze gaan zich dan echt naar je voeten ‘zetten’.
Schoenen zijn te koop in de gewone, maar ook in de Gore-Tex uitvoering. Ik heb zelf gewone (B) schoenen en geen ervaring met Gore-Tex schoenen. Ik hoor dat ze tamelijk warm zitten, echter inderdaad waterdicht. Dit komt vooral tot zijn recht wanneer je in Schotland, Lapland, in de sneeuw, enzovoort gaat wandelen.
Update januari 2014: Ik heb een aantal jaren op de Lowa Trekker gelopen. Door mijn gewicht en zware rugzak brak de tussenzool al na een jaar. Ik ben daarom overgestapt op de Lowa Tibet Pro GTX. Deze schoen valt in de B/C categorie en is voorzien van een Gore-Tex membraam. ’s Zomers inderdaad aan de warme kant, maar goed te doen.
Gore-Tex zorgt er voor dat je droge voeten houdt tijdens natte weersomstandigheden. Echt ideaal! Toen mijn maat een keer niet op voorraad was heb ik een paar Meindl Island MSF Active (http://www.zwerfkei.nl/bergschoenen/trekkingschoenen-bc/meindl-island-mfs-active) aangeschaft. Ook deze schoen valt in de B/C categorie en is voorzien van een Gore-Tex membraam. Het is en blijft heel persoonlijk, waar de één bij zweert wordt door een ander afgeraden. Maar, tot heden bevallen de Meindls mij het beste.
Het onderhoud
Ik heb inmiddels diverse soorten schoensmeer gebruikt. Wat ik nu gebruik bevalt me erg goed, te weten ‘Nikwax waterproofing’. Sommige wandelschoenen hebben een rubber rand langs de zool. Let erop dat je ongeveer 1 millimeter van deze rubber rand vandaan blijft met het schoenonderhoudsmiddel. De rubber rand laat erdoor los! Behandel je schoenen goed, zie de gebruiksaanwijzing.
Verwen je nieuwe schoenen met een paar exclusieve inlegzolen (binnenzolen).
Update januari 2014: De laatste jaren loop ik op Superfeet (http://www.zwerfkei.nl/merken/superfeet) inlegzolen. Ze bevallen mij uitstekend!
De sokken
Sommigen wandelpoolers lopen prima op sokken van de markt. Zes paar voor weinig. Geluksvogels! Anderen zijn zoekende naar de ultieme sokken. Gezien het aanbod in de buitensportwinkel ben je niet de enige. Draag geen katoenen sokken, ze nemen transpiratievocht wel op, maar staan het slecht af. Zelf draag ik dunne ondersokken (Odlo of Rohner) en daaroverheen sokken van Falke, Smartwool of Bridgedale. Toch loop ik nog wel eens blaren, helaas. Regelmatig koop ik in de buitensportzaak weer eens één paar sokken om uit te proberen. Je weet, elke dag schone sokken aan omdat vuil de prestaties van de sok negatief beïnvloedt.
De voeten
Vaak lees je dat je je voeten kunt harden met ‘kamferspiritus’ ter voorkoming van blaren.
Ik heb het een paar keer geprobeerd, helaas ik had er geen baat bij. Zelf uitproberen kan natuurlijk geen kwaad. Het enige wat mij echt goed helpt, is regelmatig wandelen.
Heb je toch een blaar gelopen, dan kun je doorlopen met ‘Second skin’ of ‘Compeed’.
Wat me goed bevalt na de wandeling is ‘Gehwol’ voetbalsem. Na de wandeling voeten wassen en dan deze ‘zalf’ gebruiken. Mij geeft het echt verlichting, vooral na een lange wandeling. Mijn echtgenote zweert bij een voetbad met een bruistablet (van Kneipp).
Zij maakt daarbij gebruik van een ‘Princess’ voetmassagebadje, da’s pas echt genieten, hoor ik.
Mocht je echt problemen met je voeten hebben, loop er dan niet mee door, maar vervoeg je bij je huisarts. Mogelijk is een bezoek aan een pedicure/podoloog een aanrader.
Bronnen: Bever zwerfsport en Zwerfkei internetsite, en eigen ervaring.

Wandel ze en wie weet tot ziens, hanshike

De Teek

Vervelende beestjes ofwel ‘de teek’
(Versie september 2013)
Al eerder heb ik over de teek geschreven in ‘De Wandelpool’, maar het lijkt me zinvol dit (aangepaste artikel) op mijn site te plaatsen.
Teken zijn het meest actief van begin maart tot eind november. Wanneer je denkt – mogelijk na lezing van dit artikel – dat je de ziekte van Lyme hebt opgelopen, bedenk dan dat hoe eerder de behandeling plaatsvindt, des te sneller en vollediger het herstel.
De ziekte van Lyme is een zeer ernstige aandoening, die zeer serieus genomen moet worden. Wanneer je door de natuur wandelt, is er een kans dat je door een teek te grazen wordt genomen. Mogelijk heb je gelezen dat de kans om een teek op te lopen momenteel veel groter is dan voorheen. Weet dat teken overal voorkomen, dus ook in parken, plantsoenen, kinderspeelplaatsen en achtertuintjes. Het vervelende is dat momenteel – afhankelijk van de plaats in Nederland – 25 tot 50% van de teken besmet is met de bacterie (Borrelia Burgdorferi), die de ziekte van Lyme veroorzaakt. Het aantal ziektegevallen is de laatste jaren stijgende, te weten van 12.000 in 2001 tot 17.000 in 2005 en tot 22.000 in 2009. Recentere cijfers zijn er niet. De ziekte van Lyme is overigens genoemd naar een Amerikaans stadje in de staat Connecticut, waar deze ziekte voor het eerst in verband werd gebracht met een tekenbeet (1975).
Naast de ziekte van Lyme kunnen teken ook nog andere ziektes overbrengen, bijvoorbeeld Frühsommer-Meningoenzephalitis (FSME), Ehrlichiose en Fièvre boutonneuse. Het is dus zaak om voorzorgsmaatregelen te nemen. Het is vervelend wanneer je toch door een teek wordt gebeten, maar het is geen reden tot paniek. Wel moet je de teek direct verwijderen en daarna alert zijn op mogelijke (ziekte)verschijnselen.
Wat zijn teken eigenlijk?
Teken zijn zwartbruine, spinachtige beestjes, die zo klein zijn als een speldenknop. Het zijn parasieten die zich vastzetten met hun monddelen in de huid en zich voeden met bloed. Het bloed kan afkomstig zijn van dieren, zoals muizen, konijnen, katten, honden en herten, maar ook van de mens. Nu is het zo dat teken hun voorkeur hebben, oftewel de ene mens heeft vrijwel nooit last van een teek en een ander kan er na een wandeling onder zitten. Het is enigszins vergelijkbaar met muggen, daar heeft de ene mens ook meer last van dan de andere. Teken laten zich vanuit struiken en gras op hun ‘gastheer’ of ‘gastvrouw’ vallen en gaan op hun gemak op zoek naar een goed plekje – achter de oren, langs de haargrens, de nek, de oksels, de liezen of knieholten, maar ook elders – om zich vast te hechten. Helaas, hooguit voel je dan een wat kriebelig gevoel, pijn doet het niet. Op dat plekje vastgehecht zuigt de teek zich vol bloed. Dit proces kan wel tot 72 uren in beslag nemen, waarbij de teek zo groot kan worden als een erwt! De bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt wordt pas overgedragen nadat de teek zich heeft volgezogen met bloed. Wanneer de teek binnen 24 uren wordt verwijderd is de kans dat de bacterie is overgebracht zeer klein.
Hoe verminder je de kans op een tekenbeet?
Zolang je in het voorjaar/zomer op de paden blijft, is er veelal niets aan de hand. Wanneer je echter door struiken, hoog gras of heidevelden gaat struinen, is de mogelijkheid van een tekenbeet aanwezig. Ook zou je een teek op kunnen lopen als je tijdens een pauze in het gras/hei gaat zitten of liggen. Doe zo nodig je mouwen omlaag, draag een lange broek en sluit de pijpen zo goed mogelijk. Draag een pet en doe een halsdoek om de nek. Ga je wandelen in een gebied waar veel teken voorkomen (de Veluwe en de duinen zijn berucht!), dan zou je de onbedekte lichaamsdelen nog in kunnen smeren met een goed anti-muggenmiddel, bijvoorbeeld DEET (volwassenen 50%, kinderen 30%). Controleer tijdens een pauze of er misschien een teek over je kleding, armen en/of benen wandelt. Let op, het zijn zeer kleine beestjes. Controleer na de wandeling, bijvoorbeeld na het douchen, je gehele lichaam van voor naar achter en van boven tot onder. Enige assistentie hierbij is wel zo gemakkelijk. Controleer ook je kleding. Vergeet, in voorkomend geval, niet je huisdier. (Kleine) kinderen moeten na het buiten spelen en in het bos ravotten, tijdens de dagelijkse douchebeurt van top tot teen worden nagezien.
Wanneer je toch door een teek te grazen bent genomen
Verwijder de teek zo snel mogelijk. Mishandel de teek niet met jodium, ether, alcohol, een brandende sigaret of iets dergelijks, en knijp ook niet in de teek. Daardoor raakt de teek geïrriteerd en spuit mogelijk besmet speeksel in de bloedbaan. Dan ben je nog verder van huis!
Het beste kun je de teek verwijderen met een speciale tekentang. Pak de teek daarmee onder de kop en zo dicht mogelijk bij de huid beet, draai de tekentang iets naar links en daarna iets naar rechts. De teek zal daardoor gedeeltelijk loskomen. Trek daarna de teek met voorzichtige bewegingen los. Mocht je geen tekentang bij de hand hebben, dan gaat het ook met een paar lange (dames)nagels. Ontsmet aansluitend de huid met jodium. Noteer de datum en ook de plaats waar de teek gezeten heeft in je agenda.
In principe is het geen probleem wanneer er een stukje van de kop van de teek is achtergebleven in de huid. Na verloop van enige tijd komt dit restant vanzelf uit de huid. Wanneer er toch een infectie ontstaat, stel je dan onder behandeling van de huisarts.
Ziekteverschijnselen
Wanneer er bacteriën in je bloed zijn gekomen die de ziekte van Lyme veroorzaken, dan ontstaat er binnen drie maanden (meestal na drie dagen tot drie weken) rond de plaats van de beet een rode, ringvormige plek. N.B.: Deze plek ontstaat niet altijd! De plek wordt geleidelijk groter (tot wel tientallen centimeters in doorsnee!) en verbleekt in het midden.
Na verloop van tijd verdwijnt de plek vanzelf. Ook kun je je wat grieperig voelen met verschijnselen als hoofdpijn, koorts en vermoeidheid.
In de volgende fase van de ziekte (veelal zo’n één tot drie maanden na de tekenbeet) krijg je last van uitstralende pijn in armen en benen, dubbelzien (als gevolg van aantasting van het zenuwstelsel), krachtverlies, uitval van gezichtsspieren (de mond sluit niet meer goed, bijvoorbeeld), vermoeidheid, gezwollen en pijnlijke gewrichten, hartritmestoornissen en flauwvallen.
Tenslotte kunnen zich na maanden tot jaren klachten voordoen, zoals een chronische huidaandoening, ernstige loop- of oriëntatiestoornissen en gewrichtsklachten. De twee laatst genoemde aandoeningen kunnen dusdanig ernstige vormen aannemen, dat je in een rolstoel terechtkomt. Zover laat je het natuurlijk niet komen. Vervoeg je na het vermoeden van de ziekte van Lyme bij je huisarts, dat wil zeggen wanneer na een tekenbeet op desbetreffende plek (agenda!) de rode ringvormige plek verschijnt.
Des te eerder de behandeling (een antibioticakuur) start, des te beter het resultaat. Momenteel zijn er huisartsen die het zekere voor het onzekere nemen en sowieso een antibioticakuur voorschrijven na een tekenbeet. Dit omdat de diagnose lastig is; er is geen laboratorium of ander onderzoek waarmee de ziekte van Lyme met zekerheid is aan te tonen of uit te sluiten. (Mogelijk komt er in 2014 een betrouwbaarder test.) Maak een antibioticakuur altijd af, omdat anders de bacterie resistent kan raken. Je kunt niet immuun worden voor de ziekte van Lyme, elke nieuwe tekenbeet vormt dus een nieuwe kans op besmetting.
Buiten Nederland en België, maar binnen Europa
Frühsommer-Meningoenzephalitis (FSME) is een virusinfectie die door teken wordt overgebracht. Het virus wordt meteen na de beet van de teek overgebracht.
Het ziekteproces verloopt in twee stadia. In het eerste stadium heb je last van griepachtige verschijnselen, zoals koorts, hoofdpijn en misselijkheid. Bij een derde van de besmettingen kan de ziekte overgaan in het tweede stadium, waarbij encefalitis (hersenontsteking) en meningitis (hersenvliesontsteking) kunnen ontstaan. De helft van deze patiënten houdt blijvende restverschijnselen, enkelen kunnen overlijden.
Tegen FSME kan worden ingeënt. Als je de ziekte eenmaal hebt, is behandeling niet mogelijk. Deze ziekte is ook bekend onder de namen: Tick-borne encephalitis (TBE), Russian spring-summer encephalitis (RSSE) en centraal-Europese tekenencefalitis (CEE). Vaak worden CEE en RSSE gezien als verschillende varianten van de ziekte. De gevolgen van RSSE zijn meestal veel minder ernstig.
Ook koeien kunnen besmet raken. Via de melk vormen zij een secundaire bron van besmetting voor de mens. Het eten en drinken van rauwe zuivelproducten vormt dus een risico voor besmetting (http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/ziekten/77560-tbe-tick-borne-encephalitis-een-virusziekte-door-teken.html).
Ook Ehrlichiose kan worden overgebracht door teken, gelukkig komt het (nog) weinig voor (http://www.tekenbeetziekten.nl/co-infecties-ehrlichia). Daarnaast kan in Zuid Europa de tekensoort Rhipicephalus sanguineus de ziekte Fièvre boutonneuse overbrengen.
Ter geruststelling
Hoewel bovenstaande tekst mogelijk wat alarmerend overkomt, is er geen reden tot paniek. De kans om na een tekenbeet de ziekte van Lyme te krijgen is klein, mits de teek zo snel mogelijk en op de juiste wijze verwijderd wordt. We blijven dus met veel plezier door de bossen en heidevelden wandelen. Toch zijn de gevolgen van de ziekte van Lyme dusdanig dat het belangrijk is om alert te blijven.
Wandel ze en wie weet tot ziens,                                                   hanshike

Bronnen:
Nederlandse Vereniging voor Lymepatiënten (http://www.lymevereniging.nl),
RIVM (http://www.rivm.nl/Onderwerpen/T/Tekenbeten_en_lyme),
Tropenzorg (http://www.tekenlyme.nl),
Staatsbosbeheer (http://www.weekvandeteek.nl),
Bosschap (http://www.natuurbeheer.nu/media/File/Folder_Lyme.pdf),
Bijsluiter Tick-out tekentang (http://www.bever.nl/care-plus-tick-out-tekentang-261zxx0012),
Stichting samenwerkende artsen en adviesorganisaties in de gezondheidszorg (SAAG) (http://www.gezondheidsnet.nl/tekenbeet-en-ziekte-van-lyme/nieuws/853/artsen-waarschuwen-voor-teken-en-lyme).
(http://nl.wikipedia.org/wiki/Teken_(dieren)