‘Iran’ Drents Museum (juni 2018)

Lieve lezer(essen)s van mijn wandelavonturen,

Geen wandelavontuur? Nee, dat is het slechte nieuws.
Nu het goede nieuws: hier volgt een reisverslag van ons bezoek aan de tentoonstelling ‘Iran’ in het Drents Museum te Assen.

Reisverslag ‘Iran’ in het Drents Museum te Assen
Zondag 17 juni 2018
In Iran zelf ben ik dus niet geweest. Daar zou ik graag naartoe willen gaan, maar tijdens al mijn reizen naar Islamitische landen had ik erge last van maag- en darmstoornissen. Dat vergalt het reisplezier in hoge mate! En dat terwijl ik erg voorzichtig ben met wat ik eet en drink. Ik durf het niet aan.
Maar gelukkig heeft het Drents Museum er iets op gevonden en ± 200 kunstschatten naar Assen gehaald, die t/m 18 november 2018 te zien zijn.
Dat willen we zien, maar ook maken we gebruik van het aanbod van ‘Spoor’ om voorafgaande aan de tentoonstelling een lezing te volgen van de conservator van het Drents Museum Dhr. Vincent T. van Vilsteren.
Eerst de informatie van de site van het Drents Museum (https://drentsmuseum.nl):

Het is alsof je rondstruint in een sprookjesachtige bazaar in Isfahan en stuit op allerlei exclusieve koopwaar. In de grote archeologische tentoonstelling Iran – Bakermat van de beschaving staan bezoekers vanaf 17 juni oog in oog met circa 200 unieke vondsten uit Iran. Aan de hand van kleitabletten met spijkerschrift, gouden drinkbekers en sieraden, bronzen wapens en prachtig beschilderd aardewerk volg je het spoor van de geschiedenis van één van de oudste en meest bijzondere culturen ter wereld.
Iran – Bakermat van de beschaving neemt je mee op reis door de Iraanse cultuurgeschiedenis, een duizelingwekkende periode van 7000 voor onze jaartelling tot 1700 na onze jaartelling. Vanaf het allereerste begin – de periode waarin landbouw en veeteelt opkwamen – tot aan de beschaving van de Elamieten, het Perzische Rijk en de islamitische periode. Uit al die uiteenlopende periodes toont het Drents Museum topstukken afkomstig van verschillende vindplaatsen uit Iran en in bruikleen gegeven door het National Museum of Iran in Teheran. Lang zijn deze schatten voor de westerse wereld verborgen gebleven. Een groot deel is nooit eerder in Nederland getoond en zelfs nog nooit eerder buiten Iran te zien geweest.
De objecten in de tentoonstelling illustreren stuk voor stuk de hoogontwikkelde cultuur, het raffinement en de rijkdom van de verschillende opeenvolgende Iraanse koninkrijken.
Het machtige Perzische Rijk (559-330 voor onze jaartelling), groter dan het Romeinse Rijk ooit is geweest, krijgt een prominente plek in de expositie. Symbool hiervoor staat het enorme overwinningsreliëf dat koning Darius I rond 520 voor onze jaartelling liet aanbrengen op een 70 meter hoge rots in Bisotun, vlak langs de oeroude karavaanroute van Babylon naar Centraal-Azië. Met de inscripties in drie talen (Elamitisch, oud-Perzisch en Babylonisch) is het een magische vastlegging van de stichting van het nieuwe Perzische Rijk. In de tentoonstelling is dit reliëf van 15 x 6 meter 1:1 nagemaakt.
De tentoonstelling Iran – Bakermat  van de beschaving past in de traditie van grote internationale archeologische tentoonstellingen waarmee het Drents Museum zich profileert. Bij de tentoonstelling verschijnt een rijk geïllustreerde publicatie, een uitgave van WBOOKS, dat voor € 24,95 verkrijgbaar is in de Museumshop.

Tijdig lopen we naar het station. Het is bewolkt en niet echt warm. Het ophalen van een keuzedag lukt niet en even later wordt er omgeroepen dat er een storing is. Tja, daar was ik al achter. Wat nu? Daarover rept de NS niet. Ondanks alle communicatiedeskundigen werkzaam bij de NS (neem ik aan), is de communicatie naar de reizigers ver onder peil.
Ik check maar op de gebruikelijke manier in om gezeur met de conducteur te voorkomen. Vanavond stuur ik een mail naar de NS. Sowieso is dat mailen met de NS lastig, ze hebben hun email-adres goed verstopt.
De trein is op tijd, dat is positief. Tegen elven zijn we in Assen en nu is het nog tien minuutjes lopen naar het Drents Museum.
We zijn er bijna, Bartje begroet ons.En hier is het echt.Hoewel, de deur is dicht en we lopen iets verder door. Daar is inderdaad de ingang naar de tentoonstelling, maar wij worden verwezen naar de Groepsingang. Inmiddels is deze open en we lopen door naar de Statenzaal. Daar staat – zoals beloofd – de koffie/thee gereed mét baklava. Een beetje VIP voelen wij ons wel.
Hm, het is wel een mooie zaal met schilderijen, houtsnijwerk en tegeltableaus.Wat staat hier op het tegeltableau? Ai, ik had wel een paar minuten nodig: ‘DRENTS MUSEUM’.De Statenzaal loopt vol, maar wij zitten mooi vooraan. Hm, wat is dat voor een ding?
’t Is geen scherm en ik zie ook geen beamer aan het plafond. Is dit een elektronisch schoolbord? Of noemen ze dit een ‘monitor’? Sowieso is het een ‘joekel’ van een ding!
Ok, Dhr. Vincent T. van Vilsteren neemt het woord. Tja, hij heeft het meer gedaan, op zijn manier van presenteren valt niets aan te merken. Maar… hij heeft het voornamelijk over de manier waarop de tentoonstelling tot stand is gekomen. Dus niet over de geschiedenis van het Perzische Rijk, de religie, de kunstschatten, het huidige Iran enz. Dat valt mij enigszins tegen en gezien een opmerking vanuit de zaal ben ik niet de enige die er zo over denkt. Nou, ’t is jammer. Toch wil ik u de geschiedenis van Perzië/Iran niet onthouden. Er is nogal wat gebeurd! Hoe komen ze er toch bij om Iran ‘De Bakermat van de Beschaving’ te noemen? Er zijn vele ‘koppen’ gerold, is dat ‘beschaving’? Iran heet het pas sinds 1935 en daar gaat de tentoonstelling nu net niet over.
Geschiedenis van Iran (ik ‘leen’ dit van Wikipedia, maar als u nu allemaal één euro overmaakt naar deze instelling, dan zit het wel goed). Ok, zo hier en daar eigen inbreng.
De moderne staat Iran bestaat sinds 1935, maar het is een voortzetting van een opeenvolging van landen en rijken in de regio die zich uitstrekt van Anatolië, de Bosporus en Egypte in het westen tot de grenzen van het oude India en Syr Darya (dit is een rivier in Centraal-Azië) in het oosten. Stedelijke beschaving gaat hier ten minste 9000 jaar terug.
Iran stond vroeger in het westen bekend als Perzië, totdat Sjah Reza Pahlavi op 21 maart 1935 officieel aan de internationale gemeenschap vroeg om het land bij de naam Iran te noemen. De naam Perzië komt van de Oud-Griekse naam Persis, wat een Griekse naam is voor wat de Perzen over de hele wereld Pars noemden, een streek in het zuiden van Iran. Latere Europese beschavingen namen de naam Perzië over. Iran betekent ‘Land van de Ariërs’.
Elam
Elam was een rijk in het zuidwesten van het huidige Iran. De hoofdstad was Susa gesticht rond 4000 voor onze jaartelling.
In 647 voor onze jaartelling maakte de Assyrische koning Assurbanipal, de hoofdstad Susa met de grond gelijk.
Meden
De Meden waren een Iraans volk. Veel over dit rijk (mogelijk bestond het uit zes aparte stammen) is niet bekend. In 550 voor onze jaartelling verslaat Cyrus I de Meden en heerst het rijk van de Achaemeniden.
In 539 voor onze jaartelling verovert Cyrus II de Grote, na eerder de overheersing door de Mediërs afgeschud te hebben, Babylon. Dit betekent dat de Perzen de dominerende macht in het Midden-Oosten worden. Zij bouwen deze positie geleidelijk uit totdat zij een rijk van ongekende omvang regeren. Hun hoofdstad is Persepolis. Het rijk omvat niet alleen het huidige Iran maar ook Irak, Turkije, Syrië, Palestina, Egypte, Afghanistan en delen van Pakistan. Pogingen om ook de Griekse stadstaten te onderwerpen slagen echter niet geheel. Het huidige Griekenland blijft vrij. Kunst, cultuur en wetenschap komen tot grote bloei in het uitgestrekte rijk.
De voornaamste godsdienst van het Perzische rijk is het zoroastrisme, een vroege vorm van monotheïsme.
Tekst: Jaqueline M.A. Röring.
De religie dankt haar naam aan de profeet Zoroaster. Dit is de Griekse variant van zijn oorspronkelijke naam Zarathushtra. Hij zou ergens tussen 1000 en 600 voor onze jaartelling in het noordoosten van Iran geleefd hebben.
Zarathushtra was een herder die na een persoonlijke crisis een zwervend bestaan leidde, totdat hij een visioen kreeg van de oppergod Auramazda. De leer van Zarathushtra, samengevat in het heilige boek de Avesta, gaat uit van het principe van goed en kwaad. De mens zit gevangen tussen aan de ene kant Auramazda (Verlichtende Wijsheid), de god van het goede, en aan de andere kant Ahriman (Destructieve Geest), de god van het kwaad. De mens moet de goede kant kiezen door drie beginselen aan te houden in het leven: Humata (goede gedachten), Hukata (goede woorden) en Huvarashta (goede daden). Zoroastrisme wijkt daarmee niet af van de traditie van de Indo-Europese godsdiensten. Het Zoroastrisme is door de eeuwen heen ook van invloed geweest op het boeddhisme, het jodendom, het christendom en de islam. Het ontstond, zoals gezegd, in het midden van het tweede millennium voor onze jaartelling en is daarmee één van de oudste wereldgodsdiensten. De Meden, één van de volksstammen in Iran, verklaarden omstreeks 850 voor onze jaartelling het zoroastrisme tot staatsgodsdienst. Toen in de 6e eeuw voor onze jaartelling Medië opgenomen werd in het grote Perzische rijk van Cyrus de Grote werd het zoroastrisme daar tot staatsgodsdienst uitgeroepen. In drie Perzische rijken is het zoroastrisme de staatsgodsdienst geweest: het Achaemenidische rijk (550 – 330 voor onze jaartelling, het Parthische rijk (247 voor onze jaartelling – 224 van onze jaartelling) en het Sasanidische rijk (224 – 650 van onze jaartelling). Eén van de bekendste aanhangers van het geloof was Darius de Grote, de koning van de Achaemeniden. Op het beroemde rotsreliëf van Bisotun heeft hij zich monumentaal laten afbeelden met de Faravahar, hét symbool van het zoroastrisme.
Na de Arabische verovering van Perzië, rond 650 van onze jaartelling, ging het met het zoroastrisme als staatsgodsdienst bergafwaarts, maar de religie hield niet op te bestaan. In de 9e en 10e eeuw van onze jaartelling werden de aanhangers zo zwaar onderdrukt door Arabische moslims dat een groot aantal van hen op de vlucht sloeg naar de provincie Sindh in Pakistan en naar Gujarat, een deelstaat in het westen van India. Laatstgenoemden worden daar ook wel Parsi (Perzen) genoemd. Een bekende afstammeling van de Parsi is Freddie Mercury (1946 – 1991), geboren als Farrokh Bulsara, voormalig leadzanger van de Engelse rockgroep Queen. Zijn voorouders waren oorspronkelijk Parsi en hij bracht zijn jeugd dan ook door in India. Tegenwoordig wordt de godsdienst nog steeds beleden. Wereldwijd zijn er ongeveer 125.000 zoroastristen, voornamelijk in India (60.000) en Iran (20.000).
Aanhangers van het zoroastrisme komen samen in zogeheten vuurtempels om te bidden, ter gelegenheid van feesten en vieringen. In deze tempels brandt altijd een vuur in een zilveren wierookvat. Zoroastristen aanbidden niet zo zeer het vuur op zich. Belangrijker is het licht en de warmte van het vuur als een pad naar het eeuwige licht van Auramazda. Priesters zijn de enige personen die bij dit vuur mogen komen. Zij preken niet, maar zorgen dat het vuur blijft branden als een symbool van verlichting. Vaak worden offers gebracht in de vorm van wierook en mirre. Dode lichamen worden in het zoroastrisme gezien als onrein en mogen dus niet begraven worden, omdat anders de aarde bezoedeld zou worden. De oplossing voor dit probleem is gevonden in luchtbegravingen. Daarbij worden de doden op speciale plekken (vaak boven op een berg) achtergelaten voor de roofvogels. Voor dergelijke luchtbegraafplaatsen werden speciale bouwwerken aangelegd, de dakhma’s (Torens der Stilte). De praktijk van luchtbegravingen in dakhma’s is tegenwoordig in Iran verboden.
Overigens, Auramazda wordt altijd afgebeeld als een soort adelaarsgod (Faravahar).
Het symbool kent een aantal onderdelen met ieder een eigen betekenis. Centraal een oude man, die staat voor wijsheid. Zijn rechterhand wijst vooruit, wat betekent dat er maar één weg in het leven is: vooruit. In zijn linkerhand houdt hij een ring vast, die loyaliteit en trouw uitdrukt. Zijn beide vleugels bestaan uit drie geledingen, die staan voor goede gedachten, goede woorden en goede daden. De ring tussen beide vleugels stelt het universum voor: zonder begin en zonder eind. De veren van de staart bestaan uit drie geledingen: slechte gedachten, slechte woorden en slechte daden. De beide ‘krullen’ staan voor positieve en negatieve krachten. Ook al is de Faravahar eigenlijk een religieus symbool van het zoroastrisme, in Iran geldt het ook vandaag de dag als een soort nationaal symbool voor goed en kwaad.
Wanneer leefde Achnaton ook alweer? U weet wel, die Egyptische farao die het toen gebruikelijke veelgodendom afschafte en er één god ‘Amon’ voor in de plaats stelde. Dat voerde hij door in zijn vierde regeringsjaar, ongeveer in 1348 voor onze jaartelling. Na zijn dood (hij is vermoedelijk vermoord), werden de traditionele goden weer in ere hersteld. Zou Zoroaster van Achnaton en zijn monotheïsme geweten hebben? Dat lijkt me onwaarschijnlijk, maar je weet maar nooit.
In 330 voor onze jaartelling weet de koning van Macedonië Alexander de Grote van de interne zwakte van het Perzische rijk gebruik te maken en verovert in korte tijd het hele rijk. Deze tijd wordt ook wel het hellenisme genoemd, omdat de Grieken de heersende klasse vormen en zo een groot stempel op de cultuur van het hele Midden-Oosten drukken.
Na Alexanders dood op 10 juni 323 voor onze jaartelling tracht zijn moeder Olympias het rijk bij elkaar te houden voor haar kleinzoon. Deze is echter nog erg jong en tijdelijk neemt Alexanders broer Philippus Aridaeus daarom het koningschap waar. Maar de generaals van Alexander trokken steeds meer de werkelijke macht naar zich toe en uiteindelijk verdeelden de sterkste overgebleven generaals het rijk. In de onderlinge machtsstrijd stierven, naast sommige zwakkere generaals, ook de overgebleven familieleden van Alexander waaronder zijn moeder, broer en zoontje. De overwinnaars werden de Diadochen (Grieks voor opvolgers) genoemd. Antigonus nam bezit van Griekenland en Macedonië. Ptolemeüs nam Egypte met Palestina, Cyprus en stukken van Klein-Azië.
De rest van het gigantische Perzische Rijk ging naar Seleucus. Zo werden drie vorstenhuizen gesticht, de Antigoniden, de Ptolemaeën en de Seleuciden.
De Parthen
In 250 voor onze jaartelling neemt Arsaces I, de leider van een volksstam die bekendstaat als de Parthen, de macht over in de oostelijke Perzische provincies en verdrijft de Griekse gouverneur. De Parthen woonden oorspronkelijk in de steppe ten oosten van de Kaspische Zee. Onder Mithridates (171-138 voor onze jaartelling) gingen de Parthen door met hun veroveringen en werden de Seleuciden naar Syrië verdreven. De Parthen annexeerden Medië, Pars, Babylonië en Assyrië. Ze veroverden een rijk dat zich uitstrekte van de Eufraat tot Herat in Afghanistan en herstelden zo het oude Achaemenidische Rijk van Cyrus de Grote. Afgezien van de nomaden die een voortdurende bedreiging vormden in het oosten en het rijk van Kushan, een boeddhistisch koninkrijk in India, kende Parthia nog een machtig tegenstrever: het Romeinse Rijk dat in 64 voor onze jaartelling Syrië definitief geannexeerd had. De Parthen hadden in de vier eeuwen van hun heerschappij innig contact met het belendende Romeinse Rijk. Vaak was dat in de vorm van oorlog, vooral Armenië en aangrenzende gebieden waren daarbij een twistappel, maar vaak – vooral later – ook in de vorm van handel en goede betrekkingen. Bijna drie eeuwen lang vochten Rome en Parthia over Syrië, Mesopotamië en Armenië, zonder ooit tot een duurzame oplossing te komen. In 53 voor onze jaartelling, tijdens het bewind van Orodes II (56-37 voor onze jaartelling) op het hoogtepunt van de macht van Parthia, werden de Romeinen bij Carrhae vernietigend verslagen. Ondanks deze overwinning en het ondertekenen van diverse verdragen, bleven de twee machten oorlog voeren tot in de 2e eeuw van onze jaartelling, waarbij de Parthen langzaam maar zeker steeds verder in het nauw gedreven werden. De val van Parthia kwam echter niet door een buitenlandse vijand, maar door binnenlandse opstand. Het Parthische rijk was nooit een hechte eenheidsstaat geweest en werd eerder losjes geregeerd door de Parthische elite die de regionale gouverneurs en vazallen veel vrijheid lieten zolang ze maar voldoende belasting hieven ten bate van hun Parthische heren. In 226 na onze jaartelling slaagde een autochtone (Perzische) vazal van de Parthen er eindelijk in het Parthische juk af te werpen en stichtte het Sassanidenrijk.
Het Nieuw-Perzische rijk van de Sassaniden
Van 220 tot 226 leidde Ardashir I een revolutie en creëerde zo, ten koste van de Parthen, het Nieuw-Perzische Rijk van de Sassaniden. Drijfveer van de Perzen was het herstellen van het Oud-Perzische rijk en de oude ‘satrapen’ (provincies) weer onder Perzisch gezag te brengen. Het Nieuw-Perzische rijk was intern veel beter georganiseerd dan zijn Parthische voorganger. Het voerde ook een veel agressievere politiek jegens zijn grote buur in het westen, het Romeinse Rijk. Dit werd inmiddels door talrijke interne problemen geplaagd zoals tijdens de Romeinse crisis van de derde eeuw en slaagde slechts met grote moeite erin de Perzen van zich af te slaan. Na de komst van het christendom kreeg deze confrontatie ook een religieuze kant, omdat Perzië vasthield aan het zoroastrisme en christenen er bij tijd en wijle vervolgd werden. De Sassaniden zagen de christenen als een interne vijand vooral omdat het vijandige Romeinse Rijk het christendom steunde en zelfs, sinds 390, als staatsreligie had ingesteld.
In het begin van de 7e eeuw, slaagden de Sassaniden erin een groot deel van de Romeinse provincies in het Midden-Oosten (onder meer Egypte, Palestina, Syrië en Anatolië) te veroveren. De nieuwe Romeins-Byzantijnse keizer Heraclius echter ging in de tegenaanval en wist, met grote moeite, de heiligdommen van Jeruzalem, Antiochië en Alexandrië te heroveren en bracht de Sassanidische Perzen een grote slag toe toen hij hun hoofdstad Ctesiphon bezette. Het gevolg van de jarenlange strijd was dat beide rijken elkaar aan de rand van de uitputting brachten. Het is op dat moment dat van volkomen onverwachte kant een nieuwe veroveraar zich aanmeldde: de islam. In 651 stierf de laatste erkende Sjahhansjah Yazdagird III van het Nieuw-Perzische Rijk in het oostelijke Merv op de vlucht voor de zegevierende moslimlegers.
Arabische verovering
Het uitgeputte Sassanidenrijk, dat bovendien onderling flink verdeeld was, bood maar weinig weerstand tegen de Arabieren in de 7e eeuw. De Arabieren dwongen de Perzen zich aan de islam aan te passen, ook moesten de Perzen extra veel belasting betalen omdat de Arabieren hen zagen als kafirs en duivelaanbidders. Uiteindelijk vertrokken de weinige overgebleven Parsi’s (de aanhangers van het zoroastrisme) naar het oosten.
De in 637 ingezette Arabische verovering werd tussen 663 en 676 voltooid met de inlijving van Sistan, het huidige Afghanistan, en de Sogdische steden Samarkand en Buchara.
De Kaspische provincies Tabaristan (thans Mazandaran) Amol en Gilan (samen ook bekend onder de naam Hyrcanië) behielden nog lange tijd hun zelfstandigheid. Als deel van het Arabische Rijk werd Perzië bestuurd door de gouverneurs van Irak.
Abbasiden
In 750 werd de dynastie van de Omajjaden verslagen door de dynastie van de Abbasiden. In de noordoostelijke provincie Khorasan werd de overgang naar de islam niet bijzonder gestimuleerd. De Iraanse moslims kregen vrijdom van bepaalde belastingen, maar moesten als mawali (Arabisch: cliënten) van de Arabieren genoegen nemen met een ondergeschikte positie. De zoroastristen handhaafden zich als religieuze minderheid vooral in het zuiden van het land.
Boejiden en Samaniden
In de tiende eeuw werden de Abbasidische kaliefen nog erkend in titel, maar werd in werkelijkheid het land geregeerd in het Westen door de Boejiden en in het Oosten door de Samaniden. De Boejiden beleden het sjiisme en de Samaniden het soennisme. In 945 veroverden de Boejiden de hoofdstad van het Abbasidenrijk, Bagdad. Rond 990 werden de Samaniden vervangen door de Ghaznaviden.
Seltsjoeken
De Seltsjoeken waren een Turkse stam die zich rond 990 tot de soenitische islam bekeerden. Onder druk van de nieuw gevormde Koeman-Kiptsjak confederatie in Centraal-Azië, begonnen zij aan een veroveringstocht die hen van Transoxanië (in het huidige Oezbekistan) via Perzië naar Turkije voerde. Met de Slag bij Dandanaqan in 1040, versloegen ze de Ghaznaviden en veroverden grotendeels Perzië.
De kalief vroeg hun de sjiitische Boejiden uit Bagdad, de hoofdstad van het kalifaat, te verdrijven, wat gebeurde in 1055. Al vlug namen zij de functies van de kalief waar.
Als in 1092 Malik Sjah I sterft, valt het rijk uiteen in diverse kleinere staten. Perzië blijft min of meer één geheel, maar rond 1150 verslaan de Khwarezemiden de kleinere dynastieën in Perzië.
Khwarezemiden
Eind 12e eeuw verdwenen er twee grote islamrijken: de Ghaznaviden (1187) en de Seltsjoeken (1194) en werden vervangen door de Chorasmiden in het Westen en de Ghowriden in het Oosten.
Met hulp van een Mongoolse stam, de Kara-Kitan konden zij de Ghowriden in 1206 verslaan.
Muhammad II van Chorasmië (1200 – 1220) creëerde een rijk dat zich uitstrekte van de Syr Darja tot het Zagrosgebergte en van de Indusvallei tot de Kaspische Zee.
Lang duurde het niet, in 1221 vielen de Mongolen het rijk binnen. De laatste heerser Jalal ad-Din Mingburnu werd vermoord in 1231.
Het land werd een deel van het Mongoolse Rijk.
Ilkhanaat
In 1256 werd het rijk van de Mongolen gesplitst in verschillende Kanaten of rijken.
Eén daarvan werd het Ilkhanaat, dat onder leiding van Hülegü kwam. Deze moest verantwoording afleggen aan zijn broer Koeblai Khan, die de belangrijkste Khan was.
Eerst voerden de Khans een pro-christelijke koers, vanaf 1295 bekeerden ze zich tot de islam. Rond 1335 viel het rijk uiteen in verschillende staatjes. De belangrijkste van die dynastieën was de Jalayiriden.
Timoer Lenk
Vanuit Transoxanië trok Timoer Lenk in 1381 Perzië binnen. Timoer had weinig moeite om de kleine staatjes te onderwerpen en met zijn eerste campagne die duurde tot 1384 had hij Oost- en Noord-Iran in handen. Zijn tweede campagne begon in 1386 en had als doel Perzisch Irak te veroveren. Na een korte onderbreking vanwege de dreiging van de Gouden Horde veroverde Timoer Fars, Isfahan en Kerman in 1387. Heel Perzië was nu onder zijn heerschappij, hoewel de bevolking enkele keren in opstand kwam, werd ze telkens neergeslagen en zou de regio pas weer na de dood van Timoer in 1405 zelfbestuur bemachtigen.
Zwarte en Witte schapen
Een van die staten was de Kara Koyunlu of ‘zwarte schapen’ die een autonome regio oprichtten met als hoofdstad Tabriz. Rond 1440 kreeg Jahan Shah het aan de stok met Oezoen Hasan leider van de Ak Koyunlu of ‘witte schapen’. De strijd zal worden beslecht tijdens de Slag bij Chapakchur (1467), waar Oezoen Hasan, Jahan Shah, versloeg, dit betekende het begin van de heerschappij van de Ak Koyunlu in West-Azië.
Safawiden
De Safawiden of Safaviden regeerden over Perzië van 1501 tot 1736 en voerden het sjiisme in als staatsgodsdienst. Zij creëerden een centrale staat die veel bijdroeg aan het ontstaan van een Perzische identiteit, nadat het gebied in de jaren ervoor verdeeld was geweest onder Mongoolse en Turkse heersers.
De dynastie had haar oorsprong in een soefi-orde afkomstig uit de plaats Ardebil, in de huidige Iraanse regio Azerbeidzjan. Ze was vernoemd naar sjeik Safi Al-Din (1252 – 1334). De stichter van het Safawidenrijk was sjah Ismail I die heerste van 1501 – 1524. De leden van de dynastie spraken en schreven Azeri Turks, maar de bestuurstaal van het rijk was Perzisch.
Het rijk kende zijn grootste bloei onder sjah Abbas I de Grote. Deze sjah verklaarde Isfahan, een stad die onder zijn leiding tot grote bloei kwam, tot zijn hoofdstad. In deze zelfde periode had ook de VOC een handelspost in Isfahan.
Afshariden
De Afshariden vormden korte tijd (1736 – 1796) een dynastie die voortkwam uit één machtig heerser: Nadir Sjah. Na diens dood viel het rijk snel uiteen en bleef er strijd bestaan tussen de Afshariden, de Zand-dynastie en de Kadjaren. De strijd werd uiteindelijk in het voordeel van de laatsten beslist.
Kadjaren
De Kadjaren waren de heersende dynastie van 1796 tot 1925. De Europese machten Rusland en het Verenigd Koninkrijk breidden hun macht in Perzië stevig uit in deze periode. Perzië moest diverse noordelijke delen, waaronder het huidige Oost-Georgië, Armenië, Dagestan en Azerbeidzjan afstaan aan de Russen, tijdens de Russisch-Perzische Oorlog (1804 – 1813) en Russisch-Perzische Oorlog (1826 – 1828) en de daaruit volgende verdragen van Gulistan en Turkmenchay.
Om een verdere expansie van de Russen tegen te gaan, ging Perzië een strategische alliantie aan met het Verenigd Koninkrijk. Zo verkreeg dat land diverse belangrijke commerciële belangen, waaronder het recht te boren naar aardolie. Aan het eind van de negentiende en begin van de twintigste eeuw werd het land gemoderniseerd en in 1906 kreeg het een parlement. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vormden de Osmanen een bedreiging voor Perzië en ‘verdedigden’ Rusland en het Verenigd Koninkrijk Perzië én zijn strategisch belangrijke oliegebieden.
Pahlavi monarchie
In 1921 pleegde de Iraanse kozakken-generaal Reza Khan (Reza Shah) samen met de journalist Zia al-Din Tabataba’i een geslaagde staatsgreep. De macht van de Kadjaren-sjah Soltan Ahmed Kadjar werd drastisch ingeperkt. Tabataba’i was voorstander van het oprichten van een op het Westen en Atatürk georiënteerde republiek. Hoewel Reza Khan ook streefde naar een Westerse staat, begreep hij dat wanneer de monarchie zou worden afgeschaft, de sjiitische geestelijken en het volk in opstand zouden komen. In 1925 vertrok sjah Soltan Ahmed Kadjar in ballingschap naar Frankrijk. In 1926 riep Reza Khan zich zelf uit tot Reza Sjah, met de pre-islamitische en dynastieke naam Pahlavi. Naar het voorbeeld van de Turkse president Atatürk en de Afghaanse koning Amanoellah Sjah, begon Reza Sjah aan een ambitieus hervormingsplan.
Er werd een verregaande secularisatie doorgevoerd en de sjah wilde dat Iran binnen enkele jaren was omgetoverd in een moderne staat naar westers model. Hij verving de sharia door een burgerlijke wet en nam de geestelijken hun bezittingen af. Hij onderdrukte de Asjoera-festiviteiten (het belangrijkste sjiitische festival) en verbood de moslims de hadj te maken. Ook islamitische kleding werd verboden en zijn soldaten hadden de gewoonte om sluiers van vrouwen met hun bajonetten af te rukken. In 1935 werden honderden vreedzame demonstranten tegen de kledingwetten voor een belangrijk heiligdom door soldaten neergeschoten. De sjah verzuimde echter om de levensstandaard van de arme bevolking te verbeteren en het grootgrondbezit bleef bestaan.
In de jaren dertig werd nazi-Duitsland Iraans belangrijkste handelspartner. De sjah raakte onder de indruk van Hitlers beleid, maar werd geen fascist. Bevreesd dat Reza Shah de zijde van de asmogendheden (Duitsland, Italië) zou kiezen, vielen de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië in 1941 het land binnen. Het noorden van het land werd een Sovjet-Russische bezettingszone, het zuiden een Britse bezettingszone. De pro-Duits geachte sjah werd naar Johannesburg verbannen waar hij in 1944 overleed. De oudste zoon van Reza Sjah, Mohammed Reza Pahlavi (1919 – 1980), volgde zijn vader op 16 september 1941 als sjah van Perzië op. De Russen steunden de pro-communistische Tudeh-partij, terwijl de Britten liever de sjah aan de macht zagen.
Medio 1946 vertrokken de Britten uit Iran. In 1946 verklaarden de noord-Iraanse regio’s Azerbeidzjan en Koerdistan zich met Russische hulp onafhankelijk. Stalin en de sjah kwamen echter overeen dat het Rode Leger zich in ruil voor olie zou terugtrekken.
De Russen lieten hun steun aan Azerbeidzjan en Koerdistan varen, waarop de regio’s vrij gemakkelijk door het keizerlijk leger werden bezet.
Mossadegh en de coup van 1953
In 1950 richtte Mohammed Mossadegh het Nationaal Front op, een liberale organisatie die naar nationalisatie van de Anglo-Persian Oil Company streefde. Mossadeqs Nationaal Front kon rekenen op zowel de steun van de nationalisten, de communisten en de democraten als op de steun van de geestelijkheid. Mossadeq, een vijand van de sjah (hij behoorde tot de in 1925 verdreven Kadjarendynastie), streefde tevens naar een constitutionele monarchie, waarin de macht van de sjah zou worden beperkt.
Op 2 mei 1951 werd Mohammed Mossadeq benoemd als minister-president. Hij zette de nationalisatie van de door Britten gedomineerde Anglo-Persian Oil Company door en verbrak de diplomatieke betrekkingen met het Verenigd Koninkrijk. Spoedig raakten de sjah en de premier in onmin over de portefeuille van Defensie. De sjah ontsloeg Mossadeq en benoemde Ahmad al-Saltana tot premier. Een volksopstand noopte de sjah tot het herzien van deze beslissing en herstelde Mossadeq als premier én minister van Defensie.
De ruzie tussen de sjah en zijn premier ging gewoon door en op 17 augustus 1953 vluchtte de sjah naar Rome. Twee dagen later pleegde generaal Fazlollah Zahedi een door de Britten en de CIA georganiseerde staatsgreep waarna de sjah terug kon keren en Mossadeq gevangen werd gezet. Later werd Mossadeq ter dood veroordeeld, maar de sjah zette de straf om in drie jaar gevangenisstraf. In 1956 kwam hij vrij en leefde onder strenge bewaking op zijn landgoed.
Witte Revolutie en doorgaande onderdrukking
Net als zijn vader wilde Mohammed Reza Perzië moderniseren ten koste van traditionele Iraanse waarden. Pro-communistische stakingen bij olieraffinaderijen, leidden eind jaren vijftig tot het verbod op de Tudeh-partij. In 1957 kreeg Iran een tweepartijenstelsel.
In 1961 kondigde de sjah de Witte Revolutie af. De Witte Revolutie voorzag in landhervormingen, vrouwenemancipatie en algemeen kiesrecht. De geestelijkheid verzette zich hevig tegen de landhervormingen (de geestelijkheid was de grootste grootgrondbezitter), maar steunde het voorstel om algemeen kiesrecht in te voeren. In de jaren zeventig was er een enorm contrast ontstaan tussen het platteland en de grote stad. In de grote steden leefden de middenklasse en hoge klasse in een westerse levensstijl.
Op het platteland leed men armoede, omdat de landhervormingen weinig succesvol verliepen (de grootgrondbezitters verdeelden het land onder familieleden, waardoor de kleine boer of landarbeider alsnog geen land verkreeg).
Een van die toonaangevende geestelijken was ayatollah Ruhollah Khomeini. Khomeini leefde tot 1975 in ballingschap in Najaf in Irak, maar toen de toenmalige Iraakse regering en de sjah een vriendschapsverdrag ondertekenden, werd Khomeini Irak uitgezet.
Later vormde hij een Revolutionaire Raad in Parijs, waarin naast orthodoxe-sjiitische leiders, ook liberale-sjiieten zitting hadden.
Door de overeenkomst tussen Irak en de sjah, schafte de sjah het tweepartijenstelsel af en voerde een eenpartijstelsel in, met de ‘Partij voor de Iraanse Herrijzenis’ als enige toegestane partij. De macht van de sjah nam nog verder toe en hij werd gesteund door zijn premier, Amir Hoveida.
Islamitische Republiek, Iraanse Revolutie en ayatollah Khomeini
In 1975 kondigde de Sjah een toespraak aan. Hierin vertelde hij dat hij de oliecontracten zou verbreken in 1979 met Amerika en Engeland. Ze zouden beiden de dagprijs moeten betalen voor een vat olie. Dertig jaar lang betaalden Amerika en Engeland een lage prijs voor de olie. Na de aankondigingen van de sjah hebben Amerika en Engeland zeer waarschijnlijk een deal gesloten met de ayatollah Khomeini (die uit Perzië was verbannen) om terug te keren. In 1979 werd er in Parijs een toespraak gehouden door de ayatollah. Hierin werd verteld dat als hij aan de macht zou komen, de olieopbrengsten verdeeld zouden worden onder het volk. Verder werd er gezegd dat gas, licht en water gratis zouden worden. Na de toespraak zijn veel studenten de straat op gegaan en zijn daar begonnen met het demonstreren tegen de sjah. Hierdoor voelde de rest van de bevolking zich opgeroepen en hebben zij zich erbij aangesloten. Bijgevolg ontstond de Islamitische Revolutie.
De revolutie vond plaats in twee fasen. In de eerste fase verdreef een alliantie van liberale, linkse en religieuze groeperingen de sjah. In de tweede fase, vaak de Islamitische Revolutie genoemd, greep ayatollah Ruhollah Khomeini de macht. De revolutie begon in december 1978, al waren er daarvoor ook diverse protesten geweest. Op 16 januari 1979 vluchtte de sjah naar Egypte. Op 1 februari keerde Khomeini terug uit zijn ballingschap in Frankrijk en hij begon vrij snel de pluralistische revolutie om te vormen naar een streven naar absolute macht voor de geestelijkheid.
Toen de ayatollahs aan de macht kwamen veranderde, het gedeeltelijk verwesterde, Perzië in een streng fundamentalistisch-Islamitische samenleving van shiitische snit. Het eerste wat ayatollah Khomeini deed, was het arresteren van politieke tegenstanders zoals liberalen, socialisten en communisten. Ook werden religieuze tegenstanders zoals prominente joden, soennieten, christenen, Bahahi en Zartosh (Oud Iraanse Zoroasters) opgepakt. Er werden showprocessen opgevoerd door ‘aanklager’ ayatollah Khalkhali, een medestander van Khomeini, om de ‘verraders’ te veroordelen. Veel van deze mensen zijn uiteindelijk in gevangenissen en zelfs op straat geëxecuteerd. Door deze dictatoriale acties kwam opnieuw een vluchtelingenstroom op gang van Iran naar het westen en omliggende landen; nu van tegenstanders van Khomeini.
Irak-Iranoorlog
In september 1980 brak de Irak-Iranoorlog uit. President Saddam Hoessein van Irak, bevreesd als hij was dat het fundamentalisme over zou waaien naar de onderdrukte sjiitische meerderheid in Irak, maakte van de chaotische en revolutionaire situatie in Iran gebruik om het land binnen te vallen. Het Iraakse leger verwachtte een snelle overwinning, maar kon de zeer gemotiveerde strijders van de Revolutionaire Garde en het nog steeds krachtige Iraanse leger niet verslaan. Het werd een zeer slepende oorlog die tot 1988 zou duren.
In 1986 kwam er een schandaal aan het licht, toen bleek dat de Verenigde Staten in het geheim wapens leverden aan Iran. Op die manier probeerden de Amerikanen voor elkaar te krijgen dat sjiitische moslims, via bemiddeling van Iran, in Libanon gegijzelde Amerikanen zouden vrijlaten. Deze affaire stond bekend als de Iran-contra-affaire of Irangate.
In juli 1988 kwam er een einde aan de Iran-Irak-oorlog. De betrekkingen met het Westen werden iets beter. Ze verslechterden echter opnieuw toen ayatollah Khomeini in februari 1989 een fatwa uitsprak tegen de Brits-Indiase auteur Salman Rushdie. Rushdie had zich, volgens Khomeini, in zijn boek ‘De Duivelsverzen’ beledigend uitgelaten over bepaalde Koran-verzen. Onder Khomeini’s opvolger, ayatollah Ali Khamenei, werd de fatwa ingetrokken.
Ayatollah Khamenei
Op 3 juni 1989 stierf Khomeini. Ayatollah Ali Khamenei, de toenmalige president, volgde Khomeini op als ‘Leider van de Revolutie’, terwijl de meer pragmatische Ali Akbar Rafsanjani de nieuwe president werd.
Op 21 juni 1990 werd Iran getroffen door een aardbeving in het noordoosten van het land, waarbij circa 45.000 doden vielen.
Tijdens de Perzische Golfoorlog van 1990-1991, veroordeelde het bewind de Iraakse bezetting van Koeweit, maar was het ook tegenstander van de militaire interventie van met name de Verenigde Staten om de Irakezen uit Koeweit te verdrijven. Iran keerde zich blijvend tegen de Amerikaanse aanwezigheid in de Perzische Golf.
In 1997 werd de voor Iraanse begrippen progressieve Mohammad Khatami tot president gekozen, maar hij slaagde er nauwelijks in het land te moderniseren.
Tijdens de verkiezingen van juni 2005 won de conservatieve burgemeester van Teheran Mahmoud Ahmadinejad de presidentsverkiezingen. Hij installeerde een conservatieve regering die op 2 augustus 2005 aantrad. Deze werd herkozen bij de presidentsverkiezingen in 2009, maar dit ging gepaard met heftige protesten, omdat zijn belangrijkste tegenstander Mir-Hossein Mousavi meende dat er sprake was van verkiezingsfraude. Uiteindelijk werden de protesten deels met geweld uit elkaar geslagen.
In 2013 werd Hassan Rohani, een hervormingsgezinde kandidaat verkozen bij de presidentsverkiezingen. Hij liet een verzoenende toon horen richting de westerse wereld en gaf onder andere aan meer werk te willen maken van vrouwenrechten in zijn land.
Op 14 juli 2015 werd bekend dat Iran en de zes wereldmachten een historisch akkoord hadden bereikt over het nucleaire programma van Iran, het nucleaire programma wordt beperkt in ruil voor het opheffen van de nucleair gerelateerde sancties die zijn ingesteld tegen Iran. Israel is het enige land ter wereld dat openlijk tegen het internationale akkoord is, premier Netanyahu zei dat ‘Iran de wereld wil overnemen’ en dat ‘de wereld niet geleerd heeft van de Holocaust’.
Op 16 januari 2016 verklaarde de VN-Waakhond IAEA, dat Iran aan alle criteria van het nucleair akkoord is tegemoetgekomen.
Op 28 december 2017 en in de dagen erna braken er rellen uit in tientallen steden in het land, nadat demonstraties uit de hand liepen. De protesten waren aanvankelijk vanwege voedsel- en brandstofprijzen, maar verbreedden zich al snel tot een protest tegen de regering en de opperste leider ayatollah Khamenei. Er vielen hierbij minimaal 21 doden.
De door Barack Obama in 2015 gesloten atoomdeal is op 8 mei 2018 opgeblazen door Donald Trump. Hij is van mening dat Iran ondanks het afzwakken van de economische sancties in het geheim gewoon verder werkt aan nucleaire wapens. Tevens dat Iran door het vrijkomen van 100 miljard aan bevroren tegoeden het internationaal terrorisme sponsort.
Tot zover de geschiedenis van Perzië/Iran. Er is daar veel gebeurd!

Ok, we lopen binnendoor naar de tentoonstelling. Heel erg groot is het niet en de drukte valt mij ook erg mee.Ik begin om twee informatieve panelen te fotograferen. Kijk, de oorsprong van de landbouw en de veeteelt ligt in Iran. Ik ben het er niet mee eens om Iran de bakermat van de ‘beschaving’ te noemen. De bakermat van de landbouw en veeteelt, dat lijkt mij juister. Zou de mensheid toen ook al zo bezig zijn geweest met de opwarming van de aarde?
Of zouden ze het helemaal gehad hebben met die ijstijd?Dit is de kaart van het huidige Iran.Even twee panelen met geschiedenis. Dat had u al hiervoor kunnen lezen, maar dit is een mooie – weliswaar beperkte – samenvatting.Deze kaart – het is wel een zoekplaatje – geven de veroveringen weer van Cyrus II en Darius I. Onder de laatst genoemde beleefde Perzië zijn Gouden Eeuw, zoals te lezen valt in de begeleidende tekst.De ontwikkeling van de landbouw en de veeteelt gaat meestal gelijk op met het eerste voorkomen van aardewerk. Het tijdperk van de rondtrekkende jager-verzamelaar is voorbij, men begint zich te vestigen in dorpen.Ik denk dat de conservator niet precies weet waar een dolk of een zwaard voor dient.
Een zwaard dient maar voor één ding, een dolk is breder inzetbaar.Brons is een legering van koper en tin. Brons is sterker en harder dan steen of koper, tot daarvoor gebruikelijk. Waarschijnlijk is in Perzië brons ontwikkeld omdat beide metalen daar gevonden werden.Goud is natuurlijk het ultieme materiaal om gebruiks- danwel siervoorwerpen van te maken.Ik kopieer een stukje tekst uit mijn reisverslag ‘Sumerië en Assyrië’. Dit betreft de ontwikkeling van het ‘spijkerschrift’.
Rond 3300 voor onze jaartelling ontstond de oudste vorm van het schrift. Uit een pictografisch schrift ontwikkelde zich later het spijkerschrift. In de archeologische laag 4 van Uruk (3e millennium voor onze jaartelling) werden kleitabletten gevonden met een schrift dat een ontwikkeling naar het spijkerschrift toont. Het spijkerschrift bleef in gebruik tot de hellenistische periode en werd daarna, in Mesopotamië, geleidelijk vervangen door het eenvoudiger Aramese alfabetische schrift.
Sowieso vind ik het bizar dat er mensen zijn – ook in Nederland! – die het spijkerschrift kunnen lezen. En dan te bedenken dat het spijkerschrift een hele ontwikkeling heeft doorgemaakt. Het ene kleitablet is dus niet gelijk aan het andere. Bovendien gebruikten diverse volkeren het spijkerschrift, maar zij schreven de tekst in hun eigen taal.Dit moet toch wel een zeer belangrijk man zijn geweest.Ijzer is in principe harder dan brons. Uitgerust met een ijzeren zwaard ben je dus in het voordeel. En gevochten werd er volop. Zei een Griekse wijsgeer niet: ‘Vrede is de periode gelegen tussen twee oorlogen’?Tja, dan verschijnt rond 700 een nieuwe macht: de Arabieren. Al eeuwen lagen de Romeinen/Byzantijnen met de Perzen in de clinch en uiteindelijk brachten beide rijken elkaar tot de rand van de uitputting. Voor de fanatieke moslimlegers was de onderwerping van de Perzen een ‘eitje’.
En daarna kwamen de Mongolen.We bekijken een film en rechts boven de ingang naar de filmzaal hangt het enorme overwinningsreliëf van 15 x 6 meter dat voor deze tentoonstelling 1:1 is nagemaakt. Koning Darius I liet dit overwinningsreliëf rond 520 voor onze jaartelling aanbrengen op een 70 meter hoge rots in Bisotun, vlak langs de oeroude karavaanroute van Babylon naar Centraal-Azië. Bovendien ligt het direct boven een offerplateau en waarschijnlijk vond hier ook de veldslag plaats op 29 september 522 voor onze jaartelling waarbij Gaumata – de tegenstander van Darius I, die uit was op de heerschappij over het Perzische rijk – verslagen werd. Helemaal links staan twee wapendragers en de derde persoon is koning Darius I, die met zijn voet op Gaumata staat. Voor Darius I staan acht lokale leiders en rebellen – met de handen op de rug geboeid en hun nekken aan elkaar vastgebonden – die het gewaagd hadden de heerschappij van Darius I te betwisten.
Daarboven is de Perzische oppergod Auramazda weergegeven.
Rondom spijkerschrift inscripties in drie talen (Elamitisch, oud-Perzisch en Babylonisch). Deze inscripties zijn van cruciaal belang geweest bij het ontcijferen van het Oud-Perzisch spijkerschrift en het meer complexe Babylonische spijkerschrift.Hier staat een beeld van koning Darius.In Persepolis zou ik wel eens willen rondkijken. Uiteraard is het verworden tot een ruïne, dus je moet je fantasie goed aan het werk zetten om te ‘zien’ hoe het ooit was.Een reliëf van de belastingplichtigen. Tegenwoordig hoef je niet meer in persoon je belasting af te dragen, dat kan gewoon met iDeal. Dat is nu vooruitgang.Ok, we hebben het gezien. Trek hebben we er wel van gekregen en gelukkig is daar Grandcafé Krul waar ik een Croque Monsieur ham/kaas (en koffie) bestel. Dat smaakt prima, een aanrader!Als laatste bezoeken we de Museumshop waar ik het boek ‘Iran’ à €24,50 aanschaf.
Het is een uitgave van Wbooks en thuis merk ik dat deze uitgeverij de foto’s – zoals de uitgeverij Sidestone Press – niet op internet ter beschikking stelt. Dat is wel een beetje jammer.
Ok, we lopen naar het station en inmiddels is de storing ophalen keuzedag verholpen.
Nou ja, het ‘bandje’ waarmee de storing wordt omgeroepen is nog online. Tja, de NS kan natuurlijk niet alles tegelijk verhelpen. Mooi op tijd zijn we thuis. Zullen we naar Peacocks? Daar hebben we eigenlijk geen fut meer voor en we halen frites. Dat moet een enkele keer kunnen.
Het Drents Museum: bedankt!
Enige dagen later ontvang ik een excuusmail. Geen geld terug, maar dat gaat ook wel erg ver.
Geachte deelnemer aan het programma ‘Lezing IRAN – Bakermat van de beschaving’,
Op zondag 17 juni heeft u het Drents museum bezocht en een lezing bijgewoond van conservator Vincent van Vilsteren, die gepubliceerd werd in SPOOR en georganiseerd door Artifex in samenwerking met het Drents Museum.
Wij hebben begrepen dat de lezing niet geheel aan de beschrijving in SPOOR en bij veel deelnemers niet aan de verwachting voldeed. Wij ontwikkelen elke twee maanden met toewijding de Exclusief programma’s voor SPOOR en proberen door het betrekken van specialisten zoals conservatoren sommige programma’s extra bijzonder en boeiend te maken. Soms pakt dat niet uit zoals wij ons voorstelden.
Wij bieden daarom onze excuses aan, en hopen dat u alsnog een interessante dag heeft gehad met het bezoek aan de expositie en de achtergrondinformatie die u ontvangen heeft tijdens de lezing.
Wij hopen u te mogen verwelkomen tijdens een van onze volgende programma’s.
Vriendelijke groet,
Iris Wondergem