Israël (maart 2016)

Geschiedenis van Israël

Eigenlijk vind ik nergens de complete chronologische geschiedenis van ‘Israël’. De bronnen die ik heb geraadpleegd spreken elkaar soms tegen. Vandaar dat ikzelf een poging heb ondernomen in januari 2019. Omissies? Ik hoor het graag.
Bronnen:
– landenweb.nl (https://www.landenweb.nl/israel/geschiedenis/);
– Wikipedia;
– ‘En de zee spleet in tweeën’ van Marcel Hulspas, uitgave 2006;
– ‘Palestina en Israël’ van Meindert Dijkstra, uitgave 2018;
– Capitool reisgids ‘Jeruzalem & Het Heilig Land’, uitgave 2001;
– Dominicus ‘Israël’, uitgave 1993.

±10.000-2.000 voor onze jaartelling
Volgens archeologen was Kanaän (de herkomst van het woord Kanaän is onzeker) reeds ver voor 2.000 voor onze jaartelling bewoond. Ook wordt het begrip ‘Levant’ gebruikt, hoewel dit gebied ruimer wordt genomen.
De beschreven geschiedenis begint met Abraham, die omstreeks 1950 voor onze jaartelling (2200 voor onze jaartelling volgens oudtestamentische chronologie, bron: ‘En de zee spleet in tweeën’) van Ur in Mesopotamië naar Kanaän emigreerde.
Kanaän lag tussen de machtige rijken Babylonië en Egypte, en belangrijke karavaanwegen (vanaf ±7.000 voor onze jaartelling) liepen door dit gebied. Bovendien was het een redelijk vruchtbaar landbouwgebied (het regende toentertijd veel meer).
Overigens, het is helemaal niet zeker dat Abraham ooit geleefd heeft. De enige bron is de Bijbel en dat gedeelte van het Oude Testament is vermoedelijk geschreven tijdens de Babylonische ballingschap 587-539 voor onze jaartelling. Voor ingevoerde lezers bevat deze traditie een aantal anachronismen. Archeologische bewijs is – ondanks tientallen jaren opgravingen – nooit gevonden.
Waarschijnlijker is dat de ‘Israëlieten’ één van de vele Kanaänitische stammen (de Hebreeërs) betreft. In de tijd waarin de Bijbel de verovering van Kanaän situeert, zouden deze Hebreeërs de heuvels zijn gaan bevolken terwijl de Kanaänieten (later Feniciërs genoemd) achterbleven in de kustvlakte.
Overigens, van een ‘Israëlisch volk’ is nog geen sprake.

±1550-1100 voor onze jaartelling
De Hyksos (de zeevolkeren) zijn verdreven uit Egypte en dit land wordt al snel de grootste mogendheid in het Midden-Oosten. De Egyptische farao Toetmosis III verslaat de Kanaänieten in 1480 voor onze jaartelling bij Megiddo. Kanaän wordt onderworpen aan Egypte en de door de Egyptenaren aangestelde stadskoningen zorgen voor de afdracht van belastingen aan de Egyptische farao’s.

1250 voor onze jaartelling
Jozua trekt met het volk Israël droogvoets door de Jordaan en verdeelt het daarna veroverde land Kanaän onder de 12 stammen van Israël (Bijbel: Jozua 4).
Ook voor bovenstaande geldt dat er nooit enig archeologisch bewijs is gevonden, maar ook is dit niet terug te vinden in de geschiedenis van omringende stammen/volkeren. Waarschijnlijker is dat de ‘Israëlieten’ al woonden in de (karige) hooglanden.
De ‘uittocht’ uit Egypte, zoals beschreven in de Bijbel in het boek Exodus, is een achteraf geconstrueerde legende.
Op de Egyptische overwinningsstèle van farao Merenptah van 1209 voor onze jaartelling wordt er voor het eerst melding gemaakt van een volk dat de naam ‘Israël’ draagt.
De farao zou grondig hebben afgerekend met deze groep mensen.

1200 voor onze jaartelling
Filistijnen en Hebreeërs (ofwel Israëlieten)
De Filistijnen afkomstig van Kreta (ook een ‘zeevolk’), bezetten het kustgebied van Kanaän, waarbij ze de Egyptenaren verdrijven.
Overigens, de kuststreek wordt nu ‘Palestina’ genoemd naar de Filistijnen.
Door het ontbreken van een centraal gezag kunnen de Filistijnen Kanaän niet goed verdedigen tegen aanvallen van stammen zoals de Edomieten, de Ammonieten, de Moabieten en vooral de Hebreeërs (ofwel Israëlieten), een nomadisch herdersvolk.
De Hebreeërs komen uit de onderlinge strijd als sterkste te voorschijn en stichten verschillende nederzettingen, vooralsnog alleen in bergachtige gebieden.
Na de definitieve vestiging in de bergen trekken de Hebreeërs naar de dalen toe waar de steden van de Kanaänieten liggen. Dat de militair veel zwakkere Hebreeërs deze steden vrij gemakkelijk kunnen veroveren, is onder andere te danken aan de onderlinge strijd tussen de verschillende steden, waardoor deze zichzelf verzwakken.
Helaas zijn er geen sporen gevonden van een gewelddadige verovering van Kanaän.
De Hebreeërs consolideren hun rijk door de vestiging van een koningshuis met een sterk centraal gezag.

1100 voor onze jaartelling
Egypte heeft geen controle meer over Kanaän en verlaat het land.

1025-1010 voor onze jaartelling
Saul wordt gezalfd tot eerste koning van Israël en regeert over Israël.

1010-970 voor onze jaartelling
David regeert als koning van Israël te Hebron en Jeruzalem.
Sommige wetenschappers – zoals Israel Finkelstein en Neil Asher Silberman – hebben op grond van archeologische gegevens van de laatste dertig jaar de historiciteit van de Bijbelse gegevens in twijfel getrokken. Volgens hen hebben de grote rijken van David en Salomo niet bestaan en dient de geschiedenis tot en met Salomo volledig herschreven te worden.

970-930 voor onze jaartelling
Regering van Salomo. De eerste Tempel wordt te Jeruzalem gebouwd en ingewijd.
Als het rijk van Salomo niet heeft bestaan dan heeft de eerste Tempel ook nooit bestaan.

940 voor onze jaartelling
Inval door farao Sjosjenk I (Bijbelse naam: farao Sisak).

922 voor onze jaartelling
Scheuring van het Rijk in het Twee-stammenrijk (Juda) en het Tien-stammenrijk (Israël).
Volgens prof. Herzog – hoogleraar archeologie aan de universiteit van Tel Aviv – is het volk nooit in twaalf stammen verdeeld geweest.

841 voor onze jaartelling
De Assyrische koning Salmanassar III onderwerpt de regio.

722 voor onze jaartelling
De Assyrische koning Tiglat-Pileser III verovert Samaria en voert de tien stammen van het noordelijk koninkrijk weg in ballingschap, maar ook vluchten velen naar Juda. Dit betekent het einde van het Tien-stammenrijk (Israël).

626 voor onze jaartelling
De Babyloniërs onder koning Nabopolassar lopen het Assyrische rijk onder de voet.

598 voor onze jaartelling
De Babylonische koning Nebukadnezar II neemt Jeruzalem in, deporteert koning Jojakin en zijn hofhouding naar Babylon en zet de oom van Jojakin te weten Sedekia op de troon.

586 voor onze jaartelling
Nebukadnezar II verwoest Jeruzalem en de Tempel van Salomo na de opstand van koning Sedekia (597-587 voor onze jaartelling) en voert de stam van Juda weg in ballingschap naar Babylon. Einde van het Twee-stammenrijk.

539 voor onze jaartelling
De Perzen (Cyrus de Grote) veroveren Babylon (Babylonische rijk) en staan de joden toe naar Judea terug te keren. Onder leiding van Zerubbabel wordt de Tempel herbouwd en voltooid (Tweede Tempel, mits de Eerste Tempel heeft bestaan).

374 voor onze jaartelling
Inval van Egypte. Vele jaren (525-343) strijd tussen Perzië en Egypte.

334 voor onze jaartelling
Alexander de Grote verovert Israël. De Perzen zijn inmiddels door Alexander de Grote vernietigend verslagen.

323-320 voor onze jaartelling
Na de dood van Alexander de Grote in 323 voor onze jaartelling wordt zijn enorme rijk verdeeld onder zijn drie generaals, de zogeheten Diadochen. Ptolemaeus (één van de generaals), stichter van de dynastie der Ptolemaeën krijgt Egypte toegewezen en verovert in 320 voor onze jaartelling ook Israël.
Seleucus – ook een generaal van Alexander de Grote, die gouverneur van Babylonië wordt – sticht het Seleucidische Rijk.

198 voor onze jaartelling
Antiochus III verovert Israël op de Ptolemaeën waarna het in handen komt van de Seleuciden.

175 voor onze jaartelling
Antiochus IV Epifanes (Seleucidische Rijk) wordt koning. Hij tracht de verering van Jaweh uit te roeien en ontwijdt de Tempel door zwijnen op het altaar te offeren.

164 voor onze jaartelling
De joden, onder leiding van de bejaarde priester Mattatias en zijn vijf (drie?) zonen, komen in opstand tegen de Seleuciden. De aanhangers van Mattatias noemen zich naar één van de voorvaderen Hasmon de ‘Hasmoneeën’. Na de dood van Mattatias en twee van zijn zonen neemt de derde zoon Simeon, de touwtjes in handen en hij weet een bestand met de Seleuciden te sluiten. In ruil daarvoor wordt hij tot hogepriester benoemd en aanvoerder van de joden met een redelijke mate van zelfstandigheid. Simenon is de stichter van de dynastie van de Hasmoneeën.

140 voor onze jaartelling
De dynastie van de Hasmoneeën wordt definitief gevestigd en het land krijgt de naam Israël.

63 voor onze jaartelling
De Romeinse generaal Pompeius verovert Israël en samen met Syrië wordt het de Romeinse provincie ‘Syria’.

40 voor onze jaartelling
De Romeinen worden door de Parthen (een nomadisch Iraans ruitervolk afkomstig uit Midden-Azië) overvallen, die van tijd tot tijd het land bezet houden.

37 voor onze jaartelling
Herodes de Grote verdrijft de Parthen weer en regeert als koning tot hij op 69-jarige leeftijd in het jaar 4 voor onze jaartelling overlijdt. Tijdens zijn bewind vergroot hij de ‘Tweede’ Tempel.

4-1 voor onze jaartelling
Geboorte van Jezus van Nazareth.
Overigens, het is maar zeer de vraag of hij een historische figuur is geweest.

31/32
Jezus van Nazareth gekruisigd.

66
De joden komen onder leiding van de Zeloten in opstand tegen de Romeinse overheersing.

70
De Romeinse keizer Titus onderdrukt de joodse opstand, waarbij Jeruzalem en de ‘Tweede’ Tempel geheel verwoest wordt. Massada valt in 73. Het joodse volk komt gedecimeerd uit de opstand, veel joden worden als slaaf verkocht. 

132-135
Voor de tweede maal komen de joden in opstand tegen Rome onder aanvoering van Bar Kochba. Keizer Hadrianus onderdrukt de opstand en verwoest Jeruzalem opnieuw. Volgens de Romeinse historicus Dio Cassius kost dat aan Joodse zijde minstens 600.000 doden (waarschijnlijk is dit getal zwaar overdreven). Talloze anderen vluchten, worden verbannen of in slavernij weggevoerd (dit wordt de ‘diaspora’ ofwel de ‘verstrooiing’ genoemd) en vele Joodse religieuze en politieke leiders, waaronder rabbi Akiva en zijn discipelen worden geëxecuteerd. Keizer Hadrianus herbouwt Jeruzalem als de Romeinse stad ‘Aelia Capitolina’. Anti-Joodse maatregelen worden verder aangescherpt. Judea krijgt de naam ‘Syria Palaestina’. De bewoners worden ‘Palestijnen’ genoemd. Overigens, de naam Palaestina komt niet uit de lucht vallen, de Grieken hanteerden deze naam al vele eeuwen.

306-337
Na de bekering (sic!) van keizer Constantijn de Grote verspreidt het christendom zich snel over het gehele land en worden er veel kerken gebouwd.

337
Splitsing Romeinse Rijk. Het West-Romeinse Rijk valt in handen van Germaanse stammen, maar het Griekstalige Oost-Romeinse Rijk blijft bestaan en wordt later het Byzantijnse Rijk genoemd.

337-636
Byzantijnse periode.

614-628
De Perzen (de Sassaniden) vallen Palestina binnen. Duizenden christenen worden vermoord (of als slaaf verkocht) en vele kerken worden verwoest.
In 628 verdrijven de Byzantijnen de Perzen, maar beide landen raken door deze oorlog militair ernstig verzwakt.

636-644
Tussen 634 en 644 wordt het gehele Midden-Oosten, inclusief Palestina, veroverd door de mohammedaan Kalief Omar I. De Palestijnen hebben hieronder niet veel te lijden, want de Islam was toentertijd een tolerante godsdienst (wél de zogeheten dhimmi belasting betalen!).
Jeruzalem wordt na Mekka en Medina de derde heilige stad van de Islam.

661-750
Het kalifaat van de Omajjaden (een clan uit Mekka) is de nieuwe machthebber.

750-974
Het kalifaat van de Abbasiden neemt de macht over van de Omajjaden en regeert vanuit Bagdad over Palestina.

975-1171
Het kalifaat van de Fatamiden neemt gedeeltelijk de macht over van het kalifaat van de Abbasiden. Niet-moslims worden vervolgd en kerken (onder andere de kerk van het Heilige Graf) en kloosters worden platgebrand door sultan El-Hakim van de Fatamiden.
In 691 wordt de Rotskoepel gebouwd (dit is geen moskee, maar een gedenkplaats.
Wat de bouwer, kalief Abd al-Malik, precies voor ogen had met het gebouw is niet bekend) en in 705 de El-Aqsa moskee.

1071
Verovering van Palestina door de Seltjoekse Turken (een Turks volk uit het huidige Turkmenistan) en zij verbieden christenen (pelgrims) het land te bezoeken.

27 november 1095
Oproep van paus Urbanus tot een kruistocht om de heilige plaatsen in Palestina te bevrijden van de ‘ongelovige’ moslims. Uiteindelijk duurt de periode van de kruistochten meer dan twee eeuwen en kost dit miljoenen mensen het leven.

1099-1144
De Kruisvaarders veroveren Jeruzalem in juli 1099 met nog nooit vertoonde moordpartijen op zowel moslims als joden, mannen en vrouwen, kinderen en bejaarden.
Grote namen in verband met de kruistochten zijn Robert Curthose, Raymond van Toulouse, Bohemund van Tarente en Godfried van Bouillon. In 1100 overlijdt de laatste en zijn broer Boudewijn laat zich tot koning van Jeruzalem kronen. Boudewijn sterft in 1118 en wordt opgevolgd door een familielid, Boudewijn II, onder wiens regeerperiode de kloosterorden van de Tempeliers en de Johannieters worden opgericht.
De moslims voeren de strijd tegen de christenen verder op en zelfs Boudewijn wordt gevangen genomen. Na het betalen van losgeld laten ze hem vrij, maar in 1131 sterft hij en wordt opgevolgd door zijn schoonzoon Fulco van Anjou.
In 1144 wordt Jeruzalem veroverd door de Saracenen (oorspronkelijk islamitische piraten afkomstig van Kreta, maar later wordt dit begrip gebruikt voor Turken, Arabieren en Berbers) en opnieuw komt er van de paus een oproep tot een kruistocht tegen de moslims. Deze kruistocht, onder leiding van koning Lodewijk VII van Frankrijk en keizer van Duitsland Koenraad III, mislukt echter volledig, en de moslimstaten in het Midden-Oosten worden steeds sterker.

1187-1291
Saladin, een mohammedaanse sultan van Egypte, verovert praktisch alle burchten en steden van de kruisvaarders en op 2 oktober 1187 wordt Jeruzalem ingenomen.
Opnieuw wordt een kruistocht gehouden, ditmaal onder leiding van Richard Leeuwenhart van Engeland, Filips August van Frankrijk en Frederik Barbarossa van Duitsland.
Ondanks de dood van Frederik Barbarossa rukken de beide anderen op naar het Heilige Land en boeken aanvankelijk wat successen. Het lukt Richard Leeuwenhart zelfs om het leger van Saladin in de pan te hakken en hij wil daarna Jeruzalem weer veroveren.
Voordat het zover is, stelt Saladin een vredesverdrag voor en vrije toegang tot alle heilige plaatsen. Richard stemt daar in 1192 mee in en keert terug naar Engeland.
Er volgen nog vier kruistochten, maar de Mammelukse Sultan Beybars van Egypte verovert rond 1244 de nog overgebleven vestingen van de Kruisvaarders.
De Mammelukken regeren nu 250 jaar over de kuststeden. In 1271 verlaten de laatste christenen Palestina, alleen de stad Akko wordt nog tot 1291 bezet.

1244-1516
Na de kruistochten behoort Palestina tot het rijk van de Mamelukken, die vanuit Caïro het rijk bestuurden. Verwaarlozing van de grond, economisch verval.

1400
De Mammelukken verslaan de westwaarts oprukkende Mongoolse leider Timoer Lenk.

1516-1917
De Mamelukken worden in 1516 bij Aleppo verslagen door de Osmaanse sultan Suleiman en daarmee begint de 400-jarige overheersing van de Turken in het Midden-Oosten (feitelijk is het Osmaanse rijk gebaseerd op het Seltsjoekse).
Palestina speelt gedurende lange tijd geen enkele rol meer op het internationale toneel, en komt pas ten tijde van de Franse keizer Napoleon Bonaparte weer in beeld. Met steun van de Britten kan Napoleon buiten Palestina gehouden worden (1799).
In 1831 slaagt Muhammed Ali van Egypte in de verovering van Palestina. Met hulp van het Britse leger heroveren de Turken Palestina.
Rond 1850 ‘verhuizen’ vele joden, door toenemend antisemitisme, vanuit Oost-Europa en Rusland naar Palestina. De eerste joodse nederzettingen ontstaan (op gronden gekocht van Arabische grootgrondbezitters, meest woonachtig in Beiroet en Damascus.
De Palestijnen, die daar al vaak al eeuwen woonden, konden vertrekken).

1874
Stichting door de joden van het Palestine Exploration Fund, in 1878 gevolgd door de stichting van de eerste landbouwnederzetting.
Tussen 1882-1903 komt de eerste immigratiegolf van 25.000-35.000 joden naar Palestina, de meesten uit Oost-Europa en Rusland.
Vanaf 1882 landaankoop bij Palestijnse en Turkse grootgrondbezitters door De Rothschild.

1896
De Oostenrijkse journalist Theodor Herzl schrijft het boek ‘De joodse staat’, waarin gepleit wordt voor de oprichting van een joodse staat in Palestina. Herzl zou daarmee de grondlegger van het ‘zionisme’ worden, de joods-nationale beweging, die als doel heeft de terugkeer van het joodse volk naar het Heilige Land (in feite de heuvel Zion).

1901
Door Chaim Weizmann wordt het Joods Nationaal Fonds opgericht, dat geld beschikbaar stelt voor het aankopen van land. Tussen 1904 en 1914 komen er weer veel immigranten naar Palestina, en de Arabieren worden langzamerhand achterdochtig als steeds meer land in handen van de joden valt en de vestiging van een joodse staat steeds dichterbij schijnt te komen.

1908
Voor het eerst vallen Arabieren joodse dorpen aan.

1917
De Geallieerden onder bevel van generaal Allenby veroveren Palestina op het Ottomaans keizerrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog.
In november 1917 volgt de Balfour-declaratie, waarin Groot-Brittannië verklaart dat zij de vorming van een Joods Nationaal Tehuis in Palestina ondersteunt. (Bedenk, joodse milities vochten aan de zijde van de Britten tijdens de Eerste Wereldoorlog.) Frankrijk had enige tijd eerder al te kennen gegeven welwillend tegenover deze ontwikkeling te staan. Maar… Arabieren onder leiding van Feisal hadden ook aan Britse zijde meegevochten en rekenden op Palestina als beloning. Dit was hen door de liaison officier van het Britse leger T.E. Lawrence (of Arabia) ook min of meer toegezegd.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog woonden er zo’n 500.000 Palestijnse Arabieren en 85.000 joden in Palestina.

1922
Groot-Brittannië krijgt het mandaat over Palestina door de Volkerenbond (voorloper van de Verenigde Naties) en het land wordt weer overspoeld met immigranten te weten tussen ±1919-1939 zo’n 250.000.
Daarop roept de groot-moefti van Jeruzalem (Amin al-Hoesseini) op tot een heilige oorlog tegen de joden en zijn onlusten aan de orde van de dag. De Britten stellen zich nu veel voorzichtiger op, bang als ze zijn om het bondgenootschap met de Arabieren (olie!) op het spel te zetten. Hiermee komt er voorlopig een eind aan de droom van de joden voor een eigen staat, want om dit op eigen houtje te bereiken is natuurlijk een illusie. Toch werken de joden intern steeds verder toe naar een joodse staat, maar ook de Arabieren krijgen steeds meer een nationaal bewustzijn. Hierdoor verdiept de kloof tussen de joden en de Arabieren steeds meer en het aantal gewelddadige botsingen tussen de twee volken neemt steeds meer toe. De Britten, die het gebied nog steeds onder mandaat hebben, staan steeds meer aan de kant van de Arabieren en draaien de joden de duimschroeven aan.

1929
Kolonisten zijn misschien niet de meest sympathieke mensen, maar ze zijn zo geworden door een harde leerschool, die in 1929 begon met een massamoord in Hebron op 67 joden door Arabieren. Saillant detail: Natasha van Weezel laat tijdens haar bezoek aan Hebron de informatieborden – die hier overal hangen – zorgvuldig buiten beeld, tijdens de door haar gemaakte reportage uitgezonden in 2018.

1933-1945
In 1933 komt de macht in Duitsland door verkiezingen in handen van de nazi’s en dat is het sein voor tienduizenden joden om naar Palestina te emigreren. Dit levert weer zeer veel problemen op met de Arabieren en net voor het begin van de Tweede Wereldoorlog kondigen de Britten een immigratiestop aan, ondanks de wetenschap dat de joden het in Duitsland zeer moeilijk hebben. Toch komen er in het geheim nog vele joden het land binnen en wordt er steeds meer verzet geboden tegen zowel de Britse (mandaat) troepen als de Arabieren. Ondertussen woedt in Europa de Tweede Wereldoorlog en worden 6 miljoen joden in concentratiekampen systematisch vermoord door de nazi’s van Adolf Hitler. Een relatief kleine groep weet zich uit de klauwen van de nazi’s te redden, met name in landen als Finland, Denemarken, Italië en Bulgarije.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog komen de Britten steeds meer onder vuur te liggen in Palestina. Geheime organisaties plegen aanslagen op Britse doelen en vermoorden Britse politieagenten en militairen.

1947
Op 14 februari 1947 verklaren de Britten dat ze het Arabisch-joodse probleem niet langer onder controle hebben en roepen zij de hulp in van de Verenigde Naties (opgericht 1945).
Op 29 november 1947 stemt de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in met de verdeling van Palestina in een joodse en een Arabische staat. De Arabieren verwerpen dit verdelingsplan en de groot moefti Amin al-Hoesseini van Jeruzalem roept zelfs op om de joodse staat de totale oorlog te verklaren.

1948
Beëindiging van het Britse Mandaat na 26 jaar op 15 mei 1948.
Op 14 mei (8 uur voor de beëindiging van het Mandaat) wordt door de Joodse Nationale Raad onder leiding van David Ben Gurion de Staat Israël uitgeroepen. Als reactie daarop vallen Egypte, Transjordanië, Syrië, Libanon en Irak de Israëlische staat binnen.
Tussen de 500.000-750.000 Arabische Palestijnen vluchten naar de buurlanden en begin 1949 heeft 80% van hen het land verlaten of is door de Israëlische troepen het land uitgezet (meestal om veiligheidsredenen om niet tussen de strijdende partijen terecht te komen). Zij waren gedwongen zich te vestigen in vluchtelingenkampen in Jordanië (inclusief de door Jordanië veroverde Westelijke Jordaanoever), Libanon en de door Egypte ingelijfde Gazastrook.
Joden uit de hele wereld maken de omgekeerde reis; met name uit de Sovjet-Unie emigreren honderdduizenden joden naar Israël om te helpen met de opbouw van het land.
Overigens, bijna alle joden (± 856.000) zijn van 1948 tot heden verdreven – met achterlating van al hun bezittingen – uit de Arabische landen waar zij vaak al eeuwen woonden.

1949-1964
De oorlog eindigt met een wapenstilstand tussen Israël, Egypte, Syrië, Jordanië, en Libanon. Israëls eerste minister-president en jarenlang de dominerende figuur is David Ben-Gurion (1948-1953 en 1955-1963). Hij is de leider van de grootste partij, de socialistische Mapai. Onder Ben-Gurion begint de staatsvorming. Industrialisatie en mechanisatie van de landbouw zorgen voor een welvaartsstaat naar westers voorbeeld.
Het belangrijkste probleem voor Israël blijf de verhouding tot de Arabische staten.
Vooral na de revolutie in Egypte (1952) begint de situatie dreigend te worden, omdat de Egyptische president Nasser ernaar streeft de nederlaag van 1948 ongedaan te maken.
Ter informatie: het begrip ‘eer’ speelt in Nederland, de EU en de VS geen rol van betekenis. In Arabische landen gaat de ‘eer’ van de familie/stam boven alles. Dit feit is de belangrijkste reden voor het mislukken van elk vredesoverleg (meer nog dan de Islam), want een vredesovereenkomst wordt ervaren als buitengewoon eerloos!
Eer vindt uiteindelijk zijn basis in bloed!
In 1955 neemt de spanning verder toe door onder andere wapenleveranties aan Egypte uit communistische landen, de militaire overeenkomsten tussen Egypte en de Arabische landen en het sluiten van het Suezkanaal in 1956. Israël wordt door Frankrijk en Groot-Brittannië aangezet om een oorlog tegen Egypte te beginnen. De Sinaï wordt in zes dagen ingelijfd, maar Israël wordt onder druk van de Verenigde Staten gedwongen dit gebied niet definitief in te nemen. In maart 1957 trekt Israël zijn troepen dan ook terug. De situatie in de regio wordt nu zeer gecompliceerd en tevens toneel van de Koude Oorlog, waarin de Arabische staten gesteund worden door de Sovjet-Unie en Israël door de Verenigde Staten en West-Europese landen.
In 1960 raakt premier Ben-Gurion in conflict met een groot aantal partijgenoten, wat in 1963 leidt tot zijn aftreden. Hij wordt opgevolgd door de minister van Financiën Levi Esjkol (1963-1969).
In 1964 wordt de Palestine Liberation Organization opgericht (PLO). Zij wijzen de wereldgemeenschap op het grote Arabisch/Palestijns vluchtelingenprobleem, maar Israël is gewoon niet te vermurwen om vluchtelingen te laten terugkeren naar hun oude vaderland.
Overigens, het ± half miljoen ‘vluchtelingen’ uit 1948 is inmiddels aangegroeid tot ± 7 miljoen. Dit zijn allemaal door de UNWRA erkende Arabisch/Palestijnse vluchtelingen.
Alle andere vluchtelingen wereldwijd vallen onder de UNHCR en hun nazaten worden NIET erkend als vluchteling. Als deze ± 7 miljoen ‘vluchtelingen’ terugkeren naar Israël zijn zij in de meerderheid. Van een joodse staat is dan geen sprake meer. Trouwens, het grondgebied van Israël is ontoereikend om ± 13 miljoen mensen te huisvesten.
Dit ‘recht’ op terugkeer én de claim op een ondeelbaar Jeruzalem is de belangrijkste reden dat een ‘vredesovereenkomst’ tussen de joden en de Arabische Palestijnen onhaalbaar is (bovendien ‘oneervol’!). Bovendien zijn de Arabische Palestijnen van mening (dat wordt op school ook zo onderwezen!), dat het Israëlisch grondgebied door de Verenigde Naties van hen is gestolen. Dit hebben Arabische Palestijnen in Bethlehem (Westbank) mij persoonlijk gezegd.
Aan de andere kant vormen de vele vluchtelingen in de landen waar ze verblijven een steeds grotere bron van problemen.
Hoewel veel joden ook Palestijnen worden genoemd, gingen veel Arabieren zich in het verleden Palestijn noemen, maar eigenlijk is er nooit tot op de dag van vandaag een natie geweest die Palestina heette. Palestina is een gebied en geen land met een volk, een volkslied of eigen autonomie. Israël is sinds 1948 wél een officieel erkend land en natie.

Juni 1967 Zesdaagse Oorlog
In de zomer van 1967 voert Israël, onder leiding van de legendarische legeraanvoerder Mosje Dayan, een preventieve oorlog tegen de Arabische buurlanden en bezet tijdens de zogeheten Zesdaagse Oorlog (5-10 juni) de Syrische Golanhoogte, de Jordaanse Westbank, het Egyptische Sinaï-schiereiland met de Gazastrook en Oost-Jeruzalem.
Op 10 juni 1967 wordt door bemiddeling van de Veiligheidsraad een staakt-het-vuren bereikt, waarmee een eind komt aan de Zesdaagse Oorlog.
Op 22 november 1967 neemt de Veiligheidsraad resolutie nr. 242 aan, die terugtrekking door Israël uit de door dit land ‘bezette’ gebieden eist.
Israël weigert zich uit de bezette/betwiste gebieden terug te trekken en installeert een militair bestuur.
De Arabische staten weigeren Israël te erkennen (Verklaring van Khartoem: driemaal nee!) en na 1967 wordt Israël geteisterd door Arabisch Palestijnse terroristen die aanslagen uitvoeren en opereren vanuit Jordanië en Libanon.
Vergeldingsacties worden ook uitgevoerd op Egyptisch grondgebied, waarop Egypte voorstellen tot vredesonderhandelingen doet, die echter door Israël worden afgewezen.

September 1970
Na een aantal pogingen door de PLO om de Jordaanse koning Hoessein van Jordanië te vermoorden kondigt Hoessein op 16 september 1970 de staat van beleg af. Met tanks wordt het Arabisch Palestijnse hoofdkantoor in Amman aangevallen alsmede een aantal vluchtelingenkampen. Er vallen tienduizenden(?) slachtoffers en de PLO wordt verdreven naar Libanon.

6 oktober 1973 Jom Kippoeroorlog
In oktober 1973 trekken Egypte en Syrië ten aanval en boeken aanvankelijk succes in deze zogenaamde Jom Kippoeroorlog. Israël slaat terug en daarop zorgen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie voor een wapenstilstand. Diplomatieke onderhandelingen tussen de Egyptische president Anwar as-Sadat, de Amerikaanse bemiddelaar Henry Kissinger en de Israëlische premier Golda Meïr (die in februari 1969 de overleden Esjkol was opgevolgd) worden zo gevoerd dat het lijkt alsof Egypte als overwinnaar uit de strijd is gekomen.
In maart 1974 vormt mevrouw Golda Meïr een nieuwe coalitieregering; in april echter kondigt zij haar aftreden aan. Generaal Rabin wordt premier van een nieuw coalitiekabinet met als ministers onder andere Sjimon Peres en Jigal Allon.
In de loop van 1974 wordt met Egypte en Syrië een troepenscheiding akkoord gesloten, waarbij Israël zich terugtrekt uit de gebieden die het in de Jom Kippoeroorlog had bezet en ook een gedeelte van de Sinaï prijsgeeft.
Intussen raakt Israël, vooral door de hantering van het ‘oliewapen’ door de Arabische landen, in toenemende mate geïsoleerd en wordt het ook betrokken in de Libanese burgeroorlog door de vergeldings- en preventieve acties op Libanees grondgebied tegen de daar verblijvende Arabische Palestijnen.

1977-1979
In 1977 worden de parlementsverkiezingen gewonnen door de conservatieve Likoedpartij onder Menachem Begin. De oorlog heeft ondertussen een economische crisis tot gevolg, die zelfs leidt tot emigratie. Bij gemeenteraadsverkiezingen in 1976 stemt de Arabisch Palestijnse bevolking massaal op de PLO, terwijl de Israëlische Palestijnen zich in toenemende mate solidair verklaren met de Arabische Palestijnen in de bezette gebieden.
In november 1977 komt president Sadat van Egypte op bezoek bij Begin en hij stelt een vredesregeling voor.
In 1978 komt er onder bemiddeling van de Amerikaanse president Carter te Camp David (-akkoorden) zicht op een vredesverdrag tussen Israël en Egypte.
In maart 1979 komt dit vredesverdrag daadwerkelijk tot stand, waarbij Egypte het eerste Arabische land is dat Israël erkent. Dankzij dit vredesverdrag trekt Israël zich terug uit de Sinaï.
Het steeds maar weer stichten van nederzettingen in de bezette /betwiste gebieden voorkomt een verdere toenadering.

1980-1981
In augustus 1980 neemt het Israëlische parlement een wet aan waarbij Jeruzalem tot de ene en ondeelbare hoofdstad wordt verklaard. De verkiezingen van 30 juni 1981 worden gewonnen door het Likoed-blok, en premier Begin kan zijn tweede kabinet gaan vormen.
In 1981 wordt ook het nederzettingenbeleid geïntensiveerd en op 14 december wordt de Hoogvlakte van Golan geannexeerd, ondanks veel internationale kritiek.

1982
Ondanks een stilzwijgend bestand met de PLO in Libanon trekken Israëlische troepen na een aanslag op de Israëlische ambassadeur in Londen op 6 juni 1982 met veel vertoon van macht Zuid-Libanon binnen en belegeren zelfs de hoofdstad Beiroet (operatie: ‘Vrede voor Galilea). Ondanks de aftocht van de PLO-strijders, krijgt Israël ook binnenlands veel kritiek te verwerken, zeker na de moordpartijen door Libanese bondgenoten in de Palestijnse kampen Sabra en Chatila in september 1982.
Israël geeft de in 1967 veroverde Sinaï terug aan Egypte.

1983-1985
In augustus 1983 treedt premier Begin af en neemt zijn minister van Buitenlandse Zaken Jitschak Sjamir de leiding van het kabinet over. Vervroegde verkiezingen in maart 1984 leveren een regering van ‘nationale eenheid’ op, waarin eerst de socialist Sjimon Peres (1984-1986) en vervolgens Likoed leider Sjamir (1986-1988) premier is.
Deze regering besluit in juni 1985, afgezien van de veiligheidszone, tot een volledige terugtrekking uit Libanon.
Ook in 1985 verwoest de Israëlische luchtmacht het in Tunis gevestigde hoofdkwartier van de PLO.

1984-1985
Op 18 november 1984 begint Operatie Mozes. Via een geheime luchtbrug komen 10.000 joden of Falasha’s uit Ethiopië naar Israël.
De operatie komt in 1985 abrupt tot een einde.

1987
In de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever breekt de Eerste Intifada uit, een Arabisch Palestijnse opstand tegen het Israëlische gezag. Het leger slaagt er ondanks hard optreden niet in de opstand te onderdrukken. Naast de PLO winnen fundamentalistische bewegingen als Hamas veel aanhang in de bezette gebieden.

1989-1991
Eind 1989 ondernemen Egypte onder Moebarak en de Verenigde Staten tevergeefs pogingen de impasse in het overleg over de bezette/betwiste gebieden te doorbreken.
Op 15 maart 1990 komt het kabinet Sjamir-Peres ten val en pas na een moeizame kabinetsformatie weet Sjamir uiteindelijk in juni 1990 een coalitie te vormen van zijn Likoed-blok met een aantal religieuze en nationalistische partijen.
Na het begin van de Tweede Golfoorlog op 17 januari 1991 probeert Irak Israël bij de strijd te betrekken door Israëlische steden met Scudraketten te bestoken, waarbij enige doden vallen, maar voornamelijk materiële schade wordt aangericht. Onder druk van de Amerikaanse regering besluit Israël de aanvallen niet te beantwoorden om de anti-Iraakse coalitie niet in problemen te brengen.
Na de oorlog, februari 1991 laait de Intifada weer op. Mede onder druk van de Amerikanen neemt Israël eind 1991 deel aan een vredesconferentie over het Midden-Oosten in Madrid. De Arabische Palestijnen die deel uitmaken van de Palestijns-Jordaanse delegatie, krijgen bij hun terugkeer een heldenontvangst.

1992-1995 Periode Rabin
Op 13 juli 1992 wordt Sjamir opgevolgd door Jitschak Rabin. De regering-Rabin gaat contacten met de PLO niet uit de weg, wat op 13 september 1993 in Washington resulteert in een akkoord over beperkt Arabisch Palestijns zelfbestuur in Gaza en Jericho. Door dit ‘Akkoord van Oslo’ worden mogelijkheden geschapen voor een verbetering van de relatie met Syrië, Jordanië en Libanon.
PLO-leider Yasser Arafat, de Israëlische premier Yitzhak Rabin en de Israëlische minister van buitenlandse zaken Shimon Peres krijgen hiervoor in 1994 de Nobelprijs voor de Vrede.
Midden 1994 tekenen de Israëlische premier Rabin en koning Hoessein van Jordanië de ‘Verklaring van Washington’, waarbij formeel een einde komt aan de staat van oorlog tussen beide landen. De onderhandelingen met Syrië daarentegen blijven moeizaam verlopen, met als voornaamste struikelblokken de veiligheidsmaatregelen bij een Israëlische aftocht uit de Golanhoogte en de ‘diepte’ van de te sluiten vrede.
De Amerikaans-Joodse nationalist Baruch Goldstein richt op 25 februari 1994 een slachting aan in de Ibrahim moskee in Hebron (Westbank). Er komen 29 Palestijnen om het leven en er raken 125 gewond.
Dit is natuurlijk verschrikkelijk, maar dit kan niet los worden gezien van de gebeurtenissen in Hebron in 1929. Wie weleens in Hebron is geweest kan daarover meepraten.
In elk geval heeft Natascha van Weezel dit laatste keurig weggelaten uit haar rapportage uitgezonden op de Nederlandse TV in 2018.
In 1995 volgt het Oslo-2-akkoord, dat voorziet in een gefaseerde Israëlische terugtrekking uit de belangrijkste steden op de Westelijke Jordaanoever en de vorming van een Arabisch Palestijnse Autoriteit.
Rabin wordt in november 1995 vermoord door de Joodse extremist Yigal Amir.
Bij confrontaties tussen het Israëlische leger en zijn bondgenoot, de South Lebanese Army (SLA), enerzijds en sjiitische Hezbollah-strijders en Arabische Palestijnen anderzijds vallen ook in 1995 weer tientallen doden.

1995-1998 Periode Netanyahu
Rabin wordt opgevolgd door Sjimon Peres, die het vredesproces voortzet. Peres lijdt eind mei 1996 bij de parlementsverkiezingen en bij de eerste directe verkiezing van een nieuwe premier een zeer kleine nederlaag tegen Likoedleider Benjamin Netanyahu.
Netanyahu vormt een rechtsreligieuze coalitieregering en belooft het vredesproces met de PLO en de Arabische landen voort te zetten. Bij de eerder in 1996 gehouden verkiezingen voor een Arabisch Palestijnse Raad en een Arabisch Palestijnse president, wordt Arafat met ruime meerderheid tot president gekozen.
In de loop van 1996 ontstaat in Israël grote politieke verdeeldheid over het vredesproces. De oorzaken daarvan zijn de zelfmoordaanslagen van Hamas en het beleid van Netanyahu, die de vrede-voor-landfilosofie van Rabin en Peres terzijde schuift en op basis van een vrede-voor-veiligheidstrategie de onderhandelingen met de PLO onder grote buitenlandse druk schoorvoetend voortzet.
Netanyahu kondigt de bouw van nieuwe joodse nederzettingen aan en weigert aanvankelijk in te stemmen met de terugtrekking van het Israëlische leger uit Hebron, waarover begin 1997 na Amerikaanse druk alsnog overeenstemming wordt bereikt.
De spanningen tussen Israël en de PLO lopen snel op en ook de fragiele relatie met de Arabische landen wordt door de harde Israëlische standpunten op de proef gesteld.
Het vredesproces komt verder in het gedrang als Netanyahu in februari 1997 de bouw aankondigt van de joodse woonwijk Har Homa in Oost-Jeruzalem. Bovendien wordt in september van dat jaar begonnen met de bouw van nieuwe joodse nederzettingen in Efrat, op de Westelijke Jordaanoever. Zelfs de Verenigde Staten keuren in oktober 1997 openlijk het beleid van de regering-Netanyahu af, en binnen de Arabische wereld en de Europese Unie neemt het ongenoegen toe over de Israëlische nederzettingenpolitiek.
In november wordt het overleg hervat tussen Israël en Arabisch Palestijnse delegaties over de verdere uitwerking van de gebiedsoverdracht. In Israël krijgt Netanyahu het zwaar te verduren door onder andere een beschuldiging wegens corruptie en een mislukte moordaanslag op een Hamas-leider door de Israëlische geheime dienst. Ook groeit in Israël zelf het verzet tegen de Israëlische aanwezigheid in Libanon, waar het leger verschillende aanvallen uitvoert op de pro-Iraanse Hezbollah. In juni 1997 kiest de Arbeiderspartij Ehud Barak tot partijleider, als opvolger van Sjimon Peres. In de Arabisch Palestijnse Autonome Gebieden (Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook) verslechtert de leefsituatie aanzienlijk door de strafmaatregelen van Israël naar aanleiding van de bomaanslagen door Hamas. 70.000 Arabische Palestijnen kunnen door de grenssluitingen niet naar hun werk. Ook de Arabisch Palestijnse leider Arafat verliest aan prestige door het vastlopen van het vredesproces en de toenemende corruptie in Arabisch Palestijnse kring. In april doet de Britse premier Blair als voorzitter van de Europese Unie een poging het vredesproces weer vlot te trekken.
Amerikaanse druk op Netanyahu leidt uiteindelijk tot het akkoord van Wye Plantation dat onder leiding van de Amerikaanse president Clinton en met hulp van de zieke Jordaanse koning Hoessein in oktober 1998 wordt gesloten door Arafat en Netanyahu.
Het akkoord houdt in dat Israël zich uit 13,1 procent van de Westelijke Jordaanoever terugtrekt, en Arafat op zijn beurt, belooft harder op te treden tegen terroristische aanslagen van Hamas en is ook bereid om het Arabisch Palestijnse Handvest (de passage uit het PLO-handvest over ontmanteling van de Joodse staat) te herzien.
Het Israëlische nederzettingenbeleid is ook nu weer spelbreker en staat de uitvoering van Wye Plantation in de weg.

14 mei 1998
50 Jaar onafhankelijkheid staat Israël.

1998-2000 Periode Barak
Eind 1998 valt Netanyahu’s kabinet, maar Likoed kiest Netanyahu opnieuw tot kandidaat-premier en lijsttrekker. Als reactie daarop keren verschillende Likoed-kopstukken de partij de rug toe. De spanningen tussen ultra-orthodoxe en seculiere joden in Israël lopen begin 1999 hoog op.
De grote verliezer van de parlementsverkiezingen van medio mei 1999 is de Likoed-partij; een grote winnaar is de ultra-orthodoxe Shas-partij, die 10 zetels wint. De Arbeiderspartij blijft, ondanks fors zetelverlies. Netanyahu trekt zich na de uitslag onmiddellijk terug als premier en de nieuwe premier wordt Ehud Barak van de Arbeiderspartij. Netanyahu treedt ook nog af als partijleider en wordt opgevolgd door Ariel Sjaron.
Tijdens zijn campagne heeft Barak beloofd het vredesproces met Syrië en de Arabische Palestijnen weer vlot te trekken, en hij doet de concrete toezegging dat onder zijn bewind het Israëlische leger binnen één jaar Libanon verlaat. Barak belooft voorts dat over de teruggave van de Golan aan Syrië en terugtrekking van het Israëlische leger uit Zuid-Libanon een referendum de doorslag geeft.
Direct na de beëdiging van zijn kabinet begint Barak onderhandelingen met de Arabische Palestijnen. Na interventies van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Albright, en de Egyptische president Moebarak, sluiten Barak en Arafat op 4 september 1999 een nieuw akkoord. In dit ‘Wye-2’ verplicht Israël zich ertoe dat 18,1% van ‘bezet’ land op de Westelijke Jordaanoever in drie fases onder Arabisch Palestijns gezag komt en dat ten minste 350 Arabisch Palestijnse gevangenen worden vrijgelaten. De belangrijkste toevoeging in Wye-2 is de blauwdruk voor een alomvattende vrede tussen Israël en de Arabische Palestijnen, die op 13 februari 2000 afgerond moet zijn en de basis moet vormen van een definitieve vredesregeling in september 2000. Hierna begint Israël met de uitvoering van het akkoord. In twee fases worden 350 Arabisch Palestijnse gevangenen vrijgelaten en op 4 oktober 1999 worden protocollen voor de verbindingsweg tussen Gaza en Hebron ondertekend. In januari 2000 wordt tussen Israël en de Arabische Palestijnen een akkoord gesloten over de overdracht van land op de Westelijke Jordaanoever.
De onderhandelingen voor de vrede verlopen slecht, en vooral de status van Jeruzalem is een teer punt. Uit protest tegen de voortgaande bouw van joodse nederzettingen staken de Palestijnen de onderhandelingen begin december, maar een geheime topontmoeting tussen Barak en Arafat brengt het vastgelopen vredesproces weer op gang.
In december 1999 bereiken Israël en Syrië overeenstemming over vredesonderhandelingen en maken afspraken over teruggave van de Golan in ruil voor vrede, en de terugtocht van Israël uit Zuid-Libanon in ruil voor Syrische inspanningen om Hezbollah aan banden te leggen. Half april 2000 voltooit Israël de terugtrekking van troepen uit Libanon, waarmee de regering van premier Ehud Barak tegemoet komt aan eisen van de VN. Onder de Arabische Palestijnen leeft het gevoel op dat Israël is verjaagd en verslagen.
Een bezoek van oppositieleider Sharon aan de Tempelberg in Jeruzalem werkt als katalysator voor de uitbraak van de tweede Intifada, de zogenaamde El-Aksa-Intifada of kortweg Aksifada.
Israël ontvangt in het begin van 2000 de paus en ook de Chinese president bezoekt het land.

2000-2005 Tweede Intifada
De slechte economische situatie, het uitblijven van verbetering van de leefomstandigheden in de Arabisch Palestijnse gebieden, maar vooral het provocerende bezoek van de oppositieleider Ariel Sharon (premier van 2001-2006) aan de Tempelberg doet de Arabische Palestijnen overgaan tot zelfmoordaanslagen.

2000- 2006 Periode Sharon
De coalitie van Barak valt medio 2000 uit elkaar als gevolg van meningsverschillen tussen de regeringspartijen over de binnenlandse en buitenlandse politiek. Nieuwe verkiezingen vinden in februari 2001 plaats en leveren een grote overwinning op voor de Likoed-partij van Ariel Sharon.
In 2002 begint de aanleg van een barrière, deels hek en deels muur, langs de grens tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever en op sommige plaatsen diep in de Westelijke Jordaanoever.
Naar aanleiding van meningsverschillen tussen Likoed en de Arbeiderspartij vinden in januari 2003 opnieuw verkiezingen plaats. De Arbeiderspartij verliest deze verkiezingen terwijl de centrum-rechtse partij Shinui sterk groeit. In maart 2003 heeft Sharon een nieuw kabinet gevormd, dat bestaat uit Likoed, Shinui, de Nationale Religieuze Partij en de Nationale Unie, samen goed voor 68 van de 120 zetels in de Knesset.
Na de verkiezingen lijkt Sharon een wat mildere koers te varen. Begin februari voert hij zelfs besprekingen met gematigde Arabische Palestijnen. Ondertussen voeren de Verenigde Staten, de Verenigde Naties, de Europese Unie en Rusland de druk op beide partijen op. Men stelt een ‘routekaart’ op voor een allesomvattende vrede in het Midden-Oosten.
In de loop van 2003 en begin 2004 zorgen vele bloedige aanslagen ervoor dat er van alle goede bedoelingen weinig terecht komt.
Na 38 jaar ‘bezetting’ voltooit Israël op 22 augustus 2005 de terugtrekking uit de Gazastrook en de ontmanteling van de 22 joodse nederzettingen in de Palestijnse Gazastrook. Twee weken eerder dan gepland en vreedzamer dan verwacht verlaten alle ongeveer 8500 kolonisten het gebied.
Doordat de religieuze partijen het hier niet mee eens waren valt de regering van Sharon en Sharon richt zijn eigen politieke partij op, Kadima geheten. In 2006 raakt Sharon in een diepe coma en na een overgangsperiode wordt Ehud Olmert de nieuwe premier.

Periode 2006-2017
De verkiezingen in de Arabisch Palestijnse gebieden in 2006 worden gewonnen door de fundamentalistisch-islamistische Hamas. Dit leidt tot een economische en politieke boycot van de Palestijnse Autoriteit door Israël, de VS en de EU, die Hamas als een terroristische organisatie aanmerken. Na een aanval door de Libanese beweging Hezbollah op een Israëlische grenspost waarbij drie Israëlische soldaten worden gedood en twee gevangengenomen én raketbeschietingen op Israëlische doelen, begint het Israëlische leger met een massale vergeldingsaanval op Libanon waarbij ruim 1100 Libanese doden vallen, het merendeel burgers. In Noord-Israël komen 1500 katjoesja raketten neer; Israël ziet geen kans deze raketbeschietingen te stoppen. De Israëlisch-Libanese oorlog van 2006 leidt tot grote binnenlandse problemen voor Olmert. Ook in het zuiden van Israël wordt de bevolking geconfronteerd met voortdurende raketbeschietingen, ditmaal vanuit de Gazastrook die door Hamas wordt gecontroleerd. Sderot heeft het hierbij het zwaarst te verduren.
In november 2007 wordt in de Amerikaanse stad Annapolis een conferentie gehouden tussen Israël, de Palestijnse Autoriteit en diverse Arabische landen die ook vertegenwoordigers sturen. President Bush roept deze conferentie bijeen met het doel om voor het einde van 2008 een onafhankelijke ‘Palestijnse’ staat te creëren.
In mei 2008 wordt bekend dat Olmert van corruptie wordt verdacht. Een Amerikaanse zakenman van Joodse afkomst genaamd Morris Talansky zou hem over een periode van vijftien jaar in totaal 150.000 dollar hebben gegeven. Olmert beweert dat het om bijdragen ging voor zijn verkiezingscampagnes, maar de Israëlische justitie denkt dat hij het geld in eigen zak heeft gestoken. Olmert treed in juli 2008 af en wordt opgevolgd door Tzipi Livni. Zij slaagt er niet in een meerderheidsregering te vormen. Ondertussen voert Israël actie in de Gaza-strook in verband met aanhoudende raketaanvallen op Israëlisch grondgebied. Dit leidt tot internationale protesten wegens het gebruik van disproportioneel geweld.
Op 10 februari 2009 worden vervroegde verkiezingen gehouden. Bij de verkiezingen haalt geen van de partijen een duidelijke meerderheid. Benjamin Netanyahu wordt gevraagd een nieuw kabinet te vormen en slaagt daar in maart 2009 in met steun van de arbeiderspartij van Barak.
Israëlische militairen houden op 31 mei 2010 een scheepskonvooi met goederen tegen, dat vanuit de wateren rondom Cyprus onderweg was naar Gaza met de bedoeling de blokkade van Gaza te breken en er hulpgoederen en medicijnen af te leveren.
Hierbij komen 9 Turkse activisten om het leven en worden de verhoudingen met Turkije ernstig verstoord. Directe besprekingen met de Arabische Palestijnen mislukken in het najaar van 2010 vanwege onenigheid over de nederzettingen problematiek.
Overigens, het gaat altijd over de nederzettingen politiek omdat dit beter ‘bekt’ dan ronduit zeggen dat Israël volgens de Arabische Palestijnen in het geheel geen recht heeft op enig ‘Palestijns’ grondgebied.
In november 2012 vecht Israël gedurende zeven dagen een conflict uit met Hamas over de Gaza-strook.
In januari 2013 zijn er parlementsverkiezingen. Netanyahu wordt in maart 2013 leider van een coalitie. In juli 2013 worden de directe onderhandelingen met de Arabische Palestijnen hervat en deze worden in 2014 voortgezet. In juli 2014 vinden over en weer raketbeschietingen plaats tussen Hamas vanuit de Gazastrook en Israël. Israël trekt met grondtroepen Gaza binnen. In mei 2015 vormt Netanyahu na vervroegde verkiezingen zijn vierde regering met rechtse signatuur en religieuze inbreng. In mei 2016 wordt de coalitie uitgebreid met Jisrael Beetenoe.
In juni 2016 wordt er een akkoord gesloten naar aanleiding van het Gaza scheepsincident en normaliseren Turkije en Israël hun betrekkingen. In februari 2017 wordt er een wet in het parlement aangenomen die tientallen Israëlische nederzettingen op Palestijns gebied legaliseert.
Op 23 juni 2017 onthullen de Iraniërs een digitale aftelklok die nog 8411 dagen telt tot de ‘vernietiging van Israël’. De voorspelling is gebaseerd op een verklaring van Khamenei in 2015, waarin hij zei dat er tegen 2040 ‘niets’ meer over is van Israël.
In december 2017 erkent president Trump Jeruzalem als hoofdstad van Israël, dit veroorzaakt grote onrust in de Arabische wereld en bij zijn Westerse bondgenoten.
Vanaf maart 2018 organiseert Hamas elke vrijdag een ‘Mars van de Terugkeer’ vanuit de Gaza strook naar het veiligheidshek. Dit gaat gepaard met veel geweld, massa’s in brand gestoken autobanden en serieuze pogingen om het grenshek te doorbreken.
Bedenk dat de dichtstbijzijnde Israëlische dorpen minder dan een kilometer van het veiligheidshek afliggen.
Op 19 juli 2018 wordt door de Knesset met een krappe meerderheid van 62 tegen 55 stemmen een 14e basiswet, de Wet op de Natiestaat (Nation-State Law) aangenomen, die stelt dat Israël de natiestaat van het Joodse volk is en Hebreeuws de enige officiële taal. Premier Netanyahu is in zijn nopjes met deze wet en richt een woord van dank aan ‘mijn vriend Trump’ en sprak van ‘een beslissend moment in de annalen van het zionisme en de geschiedenis van Israël’.
Tot heden (januari 2019) heeft de president van de VS Donald Trump zijn allesomvattende vredesvoorstel niet gepresenteerd. Zijn schoonzoom Jared Kushner en de Amerikaanse onderhandelaar Jason Greenblatt zijn de ontwerpers hiervan. Nou, ik ben wel benieuwd!
Trouwens, zowel Hamas als de Palestijnse Autoriteit hebben dit voorstel op voorhand afgewezen.
Tja, mijns inziens moet één van de twee partijen verhuizen. Het Israëlische volk kan nergens heen, voor de Palestijnen (lees ‘Arabieren’) is er grond genoeg. Ik denk dan aan grondgebied tussen Koeweit en Bahrein of een stuk grondgebied van Oman. Hier zou een Palestijnse staat kunnen worden gesticht. Dat kost een paar honderd miljard, maar dat is op termijn goedkoper dan de huidige situatie laten voortduren. Maar ja, de drie Palestijnse partijen (Hezbollah in Libanon, de Palestijnse Autoriteit op de Westbank en Hamas in de Gaza-strook) haten elkaar als de pest! Sowieso zal géén van deze partijen instemmen met een verhuizing, want dat is eerloos. Nodig is dus een grote (kern?)oorlog waarin een miljoen of meer doden zullen zijn te betreuren.
Dan pas zal er ‘vrede’ zijn in het Midden-Oosten.

Palestijnse fabels
Auteur: Alexander van der Meer
16 maart 2019
Bron: ?
Als je het hebt over Palestijnse fabels, komt gelijk de volgende bon mot in gedachten:the state of the Jews has become the Jew of the states’.
Op wat straatnaam-querulanten na zien Nederlanders zich als een van oudsher ondernemend volk van ontdekkingsreizigers en handelaars, dat dapper over wereldzeeën voer om geld te verdienen en beschaving te brengen. Veel Surinamers en Indonesiërs hebben daar een ander verhaal bij. Die vinden ons bloeddorstige uitvreters en slavendrijvers.
Een aardig voorbeeld van verschillende ‘narratieven’ van dezelfde geschiedenis.
Een narratief is de subjectieve, niet noodzakelijk op feiten gebaseerde versie die een individu, een volk, of een bepaalde groep mensen heeft van zijn geschiedenis of achtergrond. Men ziet zo’n narratief als de heilige waarheid. Zeker een collectief narratief zoals een religie.
Narratieven leveren iets op. Is de werkelijkheid te pijnlijk, dan verzin je iets anders. Mijn ouders zijn mijn ouders niet, kan een slachtoffer van kindermishandeling denken. Ik stam in werkelijkheid af van die of die. Komt vaker voor dan u denkt.
Een godsdienst geeft identiteit, kracht bij tegenspoed, en minder angst voor de dood door een hiernamaals te beloven.
Iemand met een narratief is niet geïnteresseerd in feiten die dat verhaal tegenspreken, anders zou geen narratief overeind blijven. Evolutieleer boeit een gelovige niet.
En probeer maar eens van gedachten te wisselen met adepten van het meest succesvolle narratief van deze tijd: het Palestijnse. Met een verhaal waar historisch gezien nauwelijks iets van klopt, heeft dit volk een groot deel van de wereld achter zich weten te krijgen. Is het überhaupt een volk? Dat is al een discutabel element van dit narratief.
Dat moslims de kant van de Palestijnen kiezen, is logisch. Ze willen van Israël af omdat er joden wonen, het liefst willen ze van alle joden af. Daar hebben ze het Palestijnse verhaal niet voor nodig, hun Palestijnse broeders behandelen ze vrij algemeen als oud vuil. Die jodenhaat kregen ze al met de moedermelk ingegoten, om met de Frans-Algerijnse historicus en filosoof Georges Bensoussan te spreken. Volgens de Hadith – een soort bijlage bij de Koran – kan er pas een islamitische Dag des Oordeels komen als de joden zijn uitgeroeid.
Dat de joodse staat al in vier reguliere oorlogen de vloer aanveegde met de islamitische overmacht aan de grenzen, hielp de populariteit van de joden ook al niet verder.
Veel interessanter is dat ook in de westerse wereld al sinds de stichting van de joodse staat hordes mensen schuimbekkend de straat op gaan om Israël te verketteren en het Palestijnse narratief uit te dragen: jood slecht, Palestijn zielig.
Pas nog beweerde in Frankrijk de voorzitter van een Europees-Palestijnse vriendenclub tijdens een demonstratie tegen een journalist dat Palestijnse terroristen ten onrechte terrorist worden genoemd. Nee, het zijn verzetsstrijders…
What’s new, zult u zeggen, dat vinden Palestijnen zelf ook. Maar deze Olivia Zemor, aan wie behalve haar echtgenoot niets oosters of islamitisch is, deed er een schepje bovenop: ‘het Franse verzet in de Tweede Wereldoorlog noemde je toch ook geen terroristen…’ De interviewer liet na te zeggen dat de Résistance het in tegenstelling tot terroristen niet op onschuldige burgers had gemunt. Voor mevrouw Zemor en voor Palestijnen bestaan ‘onschuldige Israëlische burgers’ niet.
Het belangrijkste element van het Palestijnse narratief is het idee dat er een eeuwenoud ‘Palestijns volk’ bestaat, dat sinds mensenheugenis in een land ‘Palestina’ heeft gewoond. Daar ga je al, dat is fantasie. Palestina werd voor het eerst door de Romeinen zo genoemd, op een moment dat er vooral joden woonden. Die bleven maar oorlog voeren met Rome, en keizer Hadrianus was hen zo zat, dat hij de oorspronkelijke naam Judea veranderde in Palestina, volgens historici om iedere herinnering aan de band tussen joden en dit land uit te wissen. Goedbeschouwd geeft de geschiedenis joden meer recht zich Palestijn te noemen dan degenen die dat nu doen. Golda Meïr heeft dat ook ooit gezegd, al sprak zij over ‘evenveel recht’.
Ze had al problemen genoeg.
Stel dat het Judea was gebleven. Wat hadden ze dan gemoeten, de ‘Palestijnen’, die zich pas sinds de jaren zestig van de vorige eeuw zo zijn gaan noemen. Een meesterzet van de Egyptenaar Yasser Arafat: ‘Als we gewoon Arabieren blijven heten, neemt niemand ons verzet serieus,’ zei hij voor de camera.
Dat Palestijnen af zouden stammen van de Filistijnen, die lang voor Christus aan de kust neerstreken, ongeveer waar nu Gaza ligt, wordt in wetenschappelijke kringen niet serieus genomen. Behalve op universiteiten in Caïro of Damascus, daar klopt het.
Voordat nu iedereen en z’n antisemitische moeder in de gordijnen hangen: ook op het narratief van de joden van Israël valt best wat af te dingen. Het recht dat ‘joodse kolonisten’ aan de Bijbel ontlenen om zich op de Westbank tussen de Palestijnen te nestelen, is bespottelijk en ongewenst. Al kun je de vraag stellen waarom er wél zonder problemen een miljoen Arabieren in Israël wonen, en daar zelfs lid van het parlement zijn, ondanks het nieuwste nonsensicale verzinsel over ‘apartheid’ in Israël.
In grote lijnen zegt het joodse narratief: wij hebben hier altijd gewoond en we komen hier vandaan; tweeduizend jaar voordat de islam überhaupt bestond was er al een joodse tempel in Jeruzalem. En Arabieren die samen met de joden in Palestina woonden, hebben die joden meer dan eens en met wisselend succes proberen te verdrijven of te vermoorden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn ze zelfs raad gaan vragen aan Hitler en Himmler, hoe dat het beste aan te pakken.
Palestijnen hebben later altijd ieder vredesvoorstel afgewezen, omdat ze niets minder willen dan heel Israël en alle joden de zee in. Aldus hun strijdlied. Die Arabieren zijn in 1948 niet weggejaagd, maar door leiders van de omringende Arabische landen aangespoord te vertrekken, zodat ze de handen vrij kregen om de joden uit te roeien. Dan konden deze Arabieren in een jüdenrein Palestina terugkeren.
De wereld is niet geïnteresseerd in dit joodse narratief. Het Palestijnse daarentegen, is in het westen zó populair, dat het op een massapsychose begint te lijken. Joden hebben hun huis en haard ingepikt, Westbank en Gaza zijn concentratiekampen, joden schieten op kinderen en zwangere vrouwen, en plegen meer in het algemeen genocide op de ‘Palestijnse’ bevolking, die zich desondanks in 70 jaar wist te vertienvoudigen.
Wat doen die lui toch beter dan bijvoorbeeld Tibetanen, Oeigoeren of Koerden? Die worden slechter behandeld dan Palestijnen, maar daar gaat geen hond de straat voor op. Zou het kunnen zijn omdat in die gevallen de booswichten geen joden zijn?
Ik wil even stilstaan bij wat de Amerikaans-Israëlische schrijver Yossi Klein Halevi zei over antisemitisme. Dat geeft joden de schuld van wat een bepaalde beschaving dwars zit op een bepaald moment. Antisemitisme verkettert joden als verantwoordelijk voor wat in een samenleving het meest wordt verafschuwd. Van de religieuze middeleeuwen tot de holocaust waren joden de moordenaars van Christus, onder het communisme waren ze de kapitalisten. Onder de nazi’s waren joden de verontreinigers van het ras.
Wat in onze tijd het meest wordt verafschuwd, althans door de grootste schreeuwlelijken, zijn racisme, kolonialisme en discriminatie. En zie daar, tussen alle sympathieke landen van de wereld is er één zondaar: de joodse staat. Israël is het symbool gemaakt van een genocidale, racistische apartheidsstaat.
De Joodse staat is de Jood onder de staten geworden, zei een joodse filosoof.
Dat maakt kritiek op Israël nog niet automatisch antisemitisme, aldus Halevi. Maar ontkenning van het bestaansrecht van Israël, de joden geen eigen staat gunnen en beweren dat Israël geen land is, maar een ‘Zionistische entiteit’, dat is wel degelijk jodenhaat. Mensen die zo denken, of ze nou links zijn of rechts, of islamitisch, hebben één ding gemeen: ze vinden joden de grootste kwaal van de mensheid.
Tot slot een anekdote, het eerste moderne fakenews: de geschiedenis van vader en zoon al-Durrah. In het jaar 2000, tijdens de ‘tweede intifada’, kwam de 12-jarige Palestijn Muhammad al-Durrah met z’n vader in kruisvuur terecht van Hamas terroristen en Israëlische soldaten. Toevallig(?) was er een cameraploeg bij. De jongen leek geraakt te worden, en de geest te geven.
De cameraman was een Palestijn die op dat moment voor een Franse publieke zender werkte. Het item werd over de hele wereld uitgezonden, met dramatisch commentaar van een bekende Franse anchor. Hij zei dat Muhammad was gedood door vuur van Israëlische soldaten, die gericht hadden geschoten.
Dat bleek niet uit de beelden, noch uit getuigenverklaringen. Het had een kogel van Hamas kunnen zijn. Mensen twijfelden aan het verhaal, er werd gesuggereerd dat het in scène was gezet. Israël gaf zelf geen commentaar, ze waren nog aan het uitzoeken wat er precies was gebeurd. Het leek te mooi om waar te zijn, Israël op heterdaad betrapt bij het vermoorden van een kind. Het was ook niet waar: Muhammad – naar wie in de hele moslimwereld straten en pleinen zijn genoemd en die op postzegels werd afgebeeld – is later springlevend teruggevonden in één van de Golfstaten.
Nog later doken de laatste seconden van de video op, waarop te zien was hoe hij weer begon te bewegen. Ze waren achtergehouden door de Palestijnse cameraman, en door hem vele jaren later tevoorschijn getoverd op verzoek van een journalist. Die cameraman was apetrots: niets had de Palestijnse zaak wereldwijd zoveel vooruit geholpen als dit bedrog.

Een aanval van Israël met een EMP bom kan Iran terug naar het Stenen Tijdperk zenden
Bron: Brabosh.com
2 februari 2019
Een opiniestuk van 6 augustus van Dr. Joe Tuzara op Arutz Sheva (Israel National News) betreffende het mogelijke gebruik van Israël van een elektromagnetische puls bom (EMP) tegen Iran.
(Een EMP-bom is een speciale nucleaire bom die op ongeveer 1,5 kilometer boven de grond tot ontploffing wordt gebracht. Geen mensen of gebouwen worden vernietigd en er is ook geen radioactieve neerslag (fall-out). Echter, alle elektronische en elektrisch aangedreven apparaten van een koffiezetapparaat, computers tot en met een nucleaire installatie, worden compleet onbruikbaar. Zonder elektriciteit valt alles letterlijk stil in onze huidige moderne maatschappijen. Vandaar de uitdrukking: ‘Terug naar het Stenen Tijdperk’.)
Inlichtingenbronnen geloven naar verluidt dat het artikel van Arutz Sheva wel wat meer was dan onschuldig artikel van een arts en dat het een ‘officiële denkpiste is van de Israëlische overheid over een mogelijke preventieve reactie op de verwachte wording van Iran als atoomwapen-staat in de nabije toekomst.’ Dit althans volgens Bill Gertz van Washington Free Beacon, die over de bezorgdheden van de Amerikaanse inlichtingendiensten op 20 augustus berichtte.
‘Het was de eerste keer dat de kwestie van het gebruik van een EMP-bom door Israël in de reguliere Israëlische pers was verschenen,’ schreef de Beacon. ‘Amerikaanse ambtenaren denken dat het artikel in werkelijkheid door iemand van de Israëlische regering werd geschreven, die een dergelijke aanval suggereert. Een andere theorie onder analisten is dat de Israëlische regering minstens de publicatie van het artikel aanmoedigde,’ schreef de Beacon.
‘Als Israël één van zijn Jericho III raketten kiest om één enkele EMP kernkop op grote hoogte boven noord centraal Iran te laten ontploffen, zal er aan de grond geen schade of stralingsgevolgen zijn,’ schreef Dr. Tuzara in zijn oorspronkelijk artikel.
‘Gekoppeld aan cyber-aanvallen, zouden Iraniërs niet weten wat er gebeurt behalve een complete uitschakeling van de stroomvoorziening, olieraffinaderijen die stil vallen en transport dat onmogelijk wordt. Voedselvoorraden raken uitgeput en communicatie zou grotendeels onmogelijk worden, leidende tot een algemene economische ineenstorting. Tegelijkertijd worden de opwerkingsfabrieken voor uranium in Fordo, Natanz en overal elders bevroren.’
Het is niet duidelijk waarom de inlichtingendiensten lijken te geloven dat het artikel van Dr. Tuzara een officiële Israëlische boodschap was gericht aan Iran, eerder dat het eenvoudigweg het artikel van de auteur was. Het artikel op Arutz Sheva is een privé publicatie en de auteur staat gewoonlijk zeer kritisch tegenover het regeringsbeleid, vooral betreffende Judea en Samaria.
Nochtans, is het waarschijnlijk de enige publicatie in Israël die constant artikelen uitbrengt van denkers die niet de ‘politiek correcte’ berichtenstroom volgen. Met andere woorden: veel van de artikelen die op Arutz Sheva verschijnen houden gewoonlijk wel steek. Het zou kunnen dat het iets te maken heeft met de overtuiging van Amerikaanse analisten dat het artikel inderdaad een weerspiegeling is van een officiële positie.
Een ander artikel geschreven door Mark Langfan in april j.l. in Arutz Sheva, vermeldde eveneens het mogelijke gebruik van een EMP bom. In het scenario van Langfan, zou Iran dergelijke bom tegen Saoedi-Arabië kunnen inzetten.

Iran kan Israël compleet van de kaart vegen in amper NEGEN minuten
Bron: Brabosh.com
2 februari 2019

 

Jachttafereel in het Midden-Oosten van de toekomst. Overlevenden van de Grote Islamistische Revolutie trachten een Perzische mammoet (familie van de Mammuthus Ali Khameneïs) te vangen. Mammoeten leefden 5 miljoen jaar geleden in het pleoceen tijdvak tot ongeveer 30.000 jaar geleden, maar onlangs werden nieuwe exemplaren van deze uitgestorven diersoort opgemerkt in de ijswoestijnen van het Midden-Oosten. Het waren de eersten die opdoken sinds aan de Arabische Lente een bloedig eindig was gekomen en een atoomoorlog de rest van het werk van de Jihadisten succesvol had voltooid.
Een Iraanse blogger spoorde afgelopen zaterdag Teheran aan om een aanval op Israël niet uit te stellen, bewerende dat de Islamitische Republiek de Joodse staat in ‘minder dan negen minuten’ kan vernietigen.
Alireza Forghani, een computeringenieur, schreef in zijn essay dat Teheran van het getreuzel van het Westen over een aanval op Iran, gebruik zou moeten maken om ‘Israël van de kaart te vegen’ vóór 2021, d.w.z. voor de ambtstermijn van president Hassan Rouhani ten einde loopt.
Het bewuste essay kreeg op zaterdag uitgebreid aandacht in de Iraanse media. Forghani haalde religieuze rechtvaardigingen aan voor de aanval en stelde strategieën op voor een
offensief dat de belangrijkste Israëlische plaatsen zou bestoken met surface-to-surface missiles.
De 9 minuten oorlog
De eerste stap in de strategie, stelde Forghani voor, zou moeten zijn door ballistische Sijil raketten te lanceren op Tel Aviv, Jeruzalem en Haifa, evenals naar krachtcentrales en andere energiebronnen, rioleringsfaciliteiten, luchthavens, kerncentrales, media hubs en de vervoersinfrastructuur.
In de tweede fase zouden met Shahab 3 en Ghader raketten de rest van de bevolkingscentra worden bestookt. De totale vernietiging van Israël, beklemtoonde hij, zou kunnen bereikt worden in negen minuten.
Forghani stelde dat het onder vuur nemen van burgers gerechtvaardigd kan worden met de verordening van de revolutionaire leider Ayatollah Ruhollah Khomeini die bepaalde dat moslims een Jihad moeten voeren tegen een vijand die de Islamitische staat aanvalt. ‘Sinds Israël Palestina heeft aangevallen en dat deel van de Islamitische Entiteit bezet houdt, is de verdediging van de onderdrukte Palestijnse Moslims verplicht,’ schreef Forghani.
De blogger schijnt de veiligheidsanalist Ron Ben-Yishai van Ynet te citeren, zeggende dat er geen enkele plek in Israël is die niet kwetsbaar is voor een Iraanse raketaanval, hoewel Yishai in zijn kolom verwees naar de capaciteiten van Syrië, Hamas en Hezbollah en niét naar de Islamitische Republiek.
Forghani, die zichzelf beschrijft als een enthousiaste verdediger van de Iraanse regering en een voormalig lid is van de Basij van de Revolutionaire Garde, beklemtoonde dat de adviezen die in zijn essay worden gepresenteerd van hem zijn en niet de positie van het regime vertegenwoordigen.
Dr. Raz Zimt, een onderzoeker aan het Instituut voor Iraanse Studies aan de Universiteit van Tel Aviv, zegt dat de heibel die het bewuste essay het afgelopen weekeinde in de Iraanse media veroorzaakte, zou kunnen wijzen op het begin om een preventieve aanval op Israël publiek bespreekbaar te maken. Het artikel zou ook effect kunnen hebben op de globale bespreking van een mogelijke militaire aanval op Iran in de Islamitische Republiek.
Het essay werd op dezelfde dag vrijgegeven dat de Iraanse Revolutionaire Garde aan een reeks militaire zeemanoeuvres begon in een recent machtsvertoon in de Straat van Hormoes – de kritieke aanvoerroute voor olietankers – die Teheran dreigt te sluiten als vergeldingsmaatregel voor de hardere Westerse sancties. Plannen voor nieuwe Iraanse oorlogsspelletjes in de Golf zijn al weken aan de gang.
Maar zij werden op gang gebracht na strenge waarschuwingen, gedaan door de Opperste Leider van Iran, Ayatollah Ali Khamenei, over om het even welke mogelijke Amerikaanse of Israëlische aanval tegen de kernfaciliteiten van Teheran. ‘Het Zionistische regime is een kankerende tumor en zal verwijderd worden’, zei hij afgelopen vrijdag.

PA leider Abbas zegt tegen geweld te zijn ondanks 53 terreuraanslagen afgelopen week
Bron: Brabosh.com
1 februari 2019

 

(53 terreuraanslagen op Joden gemeld in de afgelopen week, inclusief een steekaanval, 31 aanvallen met stenen, 21 aanvallen met brandbommen. In januari 2019 waren er alles samen 191 aanslagen. Hoezo Abbas wil vrede? Abbas liegt, misleidt, verdraait en verzwijgt de feiten en hitst zijn volk op tot haat en geweld)
De Palestijns-Arabische terreurorganisaties in West- en Oost-Palestina (Gaza en de Westbank) hebben hebben op donderdag 31 januari de ‘rebellen’ in de ‘bezette Westelijke Jordaanoever’ opgeroepen om te reageren op de ‘misdaden van bezetting’ tegen het Palestijnse volk.
‘De koelbloedige executie van de 16-jarige martelaar Samah Mubarak is een gruwelijke misdaad, naast de misdaden van de bezettingssoldaten tegen onze hulpeloze mensen’, zeiden de organisaties in een verklaring die op de Hamas Al-Resala-website werd gepubliceerd, in een verwijzing naar de vrouwelijke Arabische terrorist die woensdag door IDF-soldaten werd gedood toen ze probeerde enkele soldaten neer te steken ten oosten van Jeruzalem.
De terreurorganisaties merkten op dat de vestiging van een nieuwe Palestijnse regering zonder nationale consensus de kloof in de interne Palestijnse arena zou verdiepen, aangezien deze regering niet het Palestijnse volk vertegenwoordigt, maar alleen de Fatah-beweging.
De organisaties voegden eraan toe dat de escalatie van de intifada op alle fronten de enige uitweg uit de bezetting is. Ze riepen ook de Palestijnse Autoriteit op de veiligheidscoördinatie met Israël te annuleren en het doel van ‘het afhakken van de handen van de Zionistische dieven’ te vervullen.
In Oost-Palestina (Judea & Samaria) aka de Westelijke Jordaanoever heeft de ‘president’ van de Palestijnse Autoriteit Mahmoud Abbas op donderdag voor het eerst sinds lange tijd verwezen naar de komende parlementsverkiezingen in Israël en sprak de hoop uit dat vredesonderhandelingen tussen Israël en de PA na de verkiezingen zouden beginnen.
‘Ik hoop dat we zullen onderhandelen als twee gelijkwaardige partijen die het bestaan van de ander erkennen. Iedereen zal zijn eisen naar voren brengen, maar niet noodzakelijkerwijs alles bereiken wat hij wil. Het is onmogelijk om door te gaan met de huidige situatie met elke dag invasies, nederzettingen en moordpartijen,’ zei de leider van de PA.
Abbas besprak ook de veiligheidscoördinatie met Israël, en zei dat de veiligheid moet worden gehandhaafd, zelfs wanneer er geen vooruitgang is op het diplomatieke kanaal. ‘We respecteren de Israëlische veiligheid en hopen dat het Israëlische leger onze veiligheid zal respecteren. Wij zijn overal ter wereld tegen geweld, terrorisme, extremisme en opruiing [behalve tegen Joden]’, loog Abbas zonder ook maar even met zijn ogen te knipperen. Tja, wie gelooft die man nog?

Irans voortdurende dreiging naar Israël
Bron: Christenen voor Israel
Auteur: Yochanan Visser
31 januari 2019
De dreiging die Iran vormt voor Israël is bekend en wordt door iedereen in de Joodse staat serieus genomen, Premier Benjamin Netanyahu voorop. Die dreiging beperkt zich niet alleen tot de zogenaamde ‘proxy’s’, de terreurorganisaties in Libanon, Gaza en de gebieden onder het bestuur van de Palestijnse Autoriteit of de Iraanse activiteiten in Syrië, maar ook op andere gebieden.
Nucleaire dreiging
Ten eerste is er de nucleaire dreiging, die op het eerste gezicht is afgenomen sinds de zogenaamde JCPOA – het nucleaire akkoord tussen Iran en zes wereldmachten – werd afgesloten. Officieel voldoet Iran aan haar verplichtingen onder het akkoord dat werd ingevoerd in het begin van 2016. Het laatste rapport van het Internationale Atoomagentschap (IAEA) zegt dat de Islamitische Republiek zich houdt aan de bepalingen van het akkoord.
Dit wordt aangevochten door de regering van de Verenigde Staten en door de Israëlische regering. De Amerikaanse President Donald J. Trump haalde deze week uit naar zijn inlichtingenexperts en zei dat de hoofden van de diverse inlichtingendiensten in de VS ‘naïef en passief’ waren, waar het gaat om de nucleaire dreiging door Iran. Trump schreef een Twitter bericht waarin hij waarschijnlijk refereerde naar een recent getuigenis van CIA-directeur Gina Haspel en de directeur van nationale inlichtingen van de VS Dan Coats tijdens een hoorzitting van het Congress.
De Amerikanen stapten in mei 2018 uit de JCPOA en sinds die tijd probeert de regering Trump om de druk op Iran te verhogen via heringevoerde- en nieuwe sancties en via maatregelen die ten doel hebben om de Iraanse uitbreidingspolitiek in het Midden-Oosten in te tomen. Die politiek heeft al tot resultaten geleid ondanks de aankondiging dat de Amerikaanse militairen in Syrië zullen worden teruggetrokken, iets dat tot oppositie in zowel het Amerikaanse Congres als Israël heeft geleid.
Positieve ontwikkelingen
Eén van mijn contacten in het Midden-Oosten, de Jordaanse oppositieleider Mudar Zahran, berichtte deze week dat de Qudsbrigade van de Iraanse Revolutionaire Garde nu nog maar zeven procent van het grondgebied in Syrië beheerst. Een daling van 53 procent ten opzichte van begin 2018. Zahran baseerde zijn bericht op niet nader genoemde bronnen in Syrië die inlichtingen verzamelen over de Qudsbrigade en zijn observatie komt overeen met wat commandanten van het Israëlische leger (IDF) eerder meldden.
Ander goed nieuws over de Iraanse nucleaire dreiging kwam van David Albright, een nucleair expert en voormalig inspecteur van de IAEA. Albright, die tevens Irandeskundige is, vertelde The Jerusalem Post dat de nieuwe geavanceerde IR-8 centrifuges voor uraniumverrijking in Iran niet goed werken omdat ze van koolstofvezel zijn gemaakt. De IR-8 centrifuge is 16 keer krachtiger dan de oude IR-1 centrifuge die Iran ontwikkelde met behulp van de Pakistaanse ingenieur Khan die de blauwdrukken voor de machine stal van URENCO in Nederland.
De enige Iraanse centrifuge die goed werkt is de IR-6 vertelde Albright die opnieuw waarschuwde voor optimisme over Irans bedoelingen op nucleair gebied. De voormalige IAEA-inspecteur zegt dat alles in Iran wijst op een intentie om door te gaan met de ontwikkeling van nucleaire wapens en dat het Iraanse nucleaire programma ‘militaire dimensies’ heeft. Albright’s commentaar kwam op dezelfde dag dat Al Shamkali, de secretaris van de Hoogste Nationale Veiligheidsraad in Iran, meldde dat de Islamitische Republiek geen limieten kent op het gebied van de ontwikkeling van geleidde raketten.
Iraanse dreigementen
Shamkhani beweerde dat deze geavanceerde raketten al in het bezit zijn van Hamas, Islamic Jihad en Hezbollah en dat deze terreurbewegingen ze zullen gebruiken wanneer ‘Israël een stommiteit begaat’. Andere hoge Iranese militaire functionarissen dreigden dat de dag naderbij komt waarop het ‘revolutionaire geduld’ van Iran op is en dat Irans geavanceerde raketten zullen gaan neerregenen op Israël.
Hossein Salami, de waarnemend commandant van de IRGC, voegde daaraan toe dat de dag van de verwoesting van het ‘Zionistische project’ dichterbij komt. De komende oorlog tegen Israël zal eindigen in de verwoesting van het land en er zal niet genoeg land zijn in ‘Palestina’ om de lijken van Israëlische burgers te begraven, aldus Salami.’
Cyberoorlog
Premier Netanyahu zegt dat Israël al dagelijks wordt aangevallen door Iran op het gebied van cyberinfrastructuur. Iran probeert dagelijks om Israëlische vliegtuigen aan de grond te houden via cyberaanvallen op luchtverkeerscentra, communicatiesystemen en elektronische systemen in de vliegtuigen.
Netanyahu zei dat Israël tot nu toe in staat is gebleken om de meeste aanvallen te neutraliseren maar waarschuwde voor de kwetsbaarheid van vliegtuigverkeer. Israël is een wereldmacht op het gebied van cyberveiligheid en Netanyahu zei dat zijn regering er alles aan doet om het aantal cyberstartups te laten toenemen.
Zijn beweringen over Iran’s agressie op cybergebied werden gestaafd door een nieuw rapport van Fire Eye een Amerikaanse firma op het gebied van cyberveiligheid. Fire Eye meldde dat een Iraanse groep cyberexperts die opereert onder de naam APT39 probeert om informatie te stelen van touroperators, IT-bedrijven en telecommunicatiebedrijven in Israël en elders in het Midden-Oosten.
Fire Eye’s waarschuwing kwam een dag nadat de hoofden van de Amerikaanse inlichtingendiensten waarschuwden dat Iran spioneert op de VS, Israël en andere Amerikaanse bondgenoten via cyberaanvallen. In de nationale veiligheidsbeoordeling die de gezamenlijke Amerikaanse inlichtingendiensten opstelden, wordt gewaarschuwd voor grootschalige Iraanse cyberaanvallen in de nabije toekomst.

Arme Palestijnen
Auteur: Bart Schut
14 januari 2019
Wat ik van de Palestijnen vind? Dat zij wel degelijk een volk zijn. Dat verhaal van ‘er bestonden geen Palestijnen vóór 1948’ is historisch dubieus maar vooral praktisch irrelevant. Als een volk zich als zodanig beschouwt, is het dat ook, of dat nationale bewustzijn nu zeven, zeventig of zevenhonderd jaar geleden is gevormd. En als volk hebben de Palestijnen ook een principieel recht op een eigen staat. Je kunt geen intellectueel eerlijke zionist zijn en tegelijkertijd een ander volk dat recht ontzeggen.
Toegegeven, als er één volk is geweest dat de afgelopen eeuw heeft laten zien niet volwassen genoeg te zijn voor die eigen staat is dat het Palestijnse. Al sinds de Balfourverklaring luidt het standaardantwoord ‘la’ op elk initiatief voor een vreedzaam samenleven met de Joden. Kun je dat ‘nee’ op elk vredesvoorstel gedurende een volle eeuw het Palestijnse volk aanrekenen? Elk volk schijnt de leiders te krijgen die het verdient, maar je kunt niet zeggen dat Hadj Amin el-Hoesseini, Jasser Arafat, Mahmoud Abbas of de Hamas-junta de Palestijnen ooit iets hebben gevraagd.
Arm volk, met zulke leiders komt die eigen staat er natuurlijk nooit. En zullen corruptie en nepotisme nog decennialang een groter probleem blijken dan ‘De Bezetting’. Aan de andere kant, uit peilingen blijkt dat zelfs het onwrikbare ‘nee’ van Abu Mazen de meeste Palestijnen niet ver genoeg gaat en dat zijn opvolger een nog extremere koers zal moeten varen om een kans op overleven te hebben. Met zoveel incompetentie in eigen gelederen is het maar goed dat de Palestijnen hun Arabische broeders hebben om op terug te vallen.
Het moge duidelijk zijn dat die laatste opmerking niet serieus bedoeld is. Weinig legendes zijn zo evident onzinnig als die van de Arabische solidariteit. En zeker die met de Palestijnen. Koning Hoessein van Jordanië had er geen enkel probleem mee hen met duizenden tegelijk over de kling te jagen, hetzelfde gebeurde in Libanon, Koeweit gooide alle Palestijnen in de jaren negentig het land uit en de massaslachting in Syrië heeft in een paar jaar tijd aan meer Palestijnen het leven gekost dan alle intifada’s en Gaza-oorlogen bij elkaar. Geen haan die ernaar kraait, in de Arabische wereld noch erbuiten.
‘Pro-Palestijnse’ organisaties zijn helemaal niet pro-Palestijns, ze zijn anti-Joods
No Jews no news
Pas als Joden Palestijnen doden wordt het interessant. The New York Times verkondigde vorige week trots dat de krant duizenden video’s en foto’s had geanalyseerd om aan te tonen dat een Palestijnse verpleegster bij de grens tussen Israël en Gaza was doodgeschoten door de IDF. Er was zelfs een 3D-model gemaakt met datzelfde oogmerk. Niet dat iemand eraan twijfelde dat de verpleegster in kwestie was gedood door een Israëlische kogel. Wel bleek – tot grote teleurstelling van de journalisten – dat het om een ricochet, een afgeketste kogel ging en dat niet kon worden vastgesteld dat er gericht op haar was geschoten.
Duizenden video’s, honderden manuren, een 3D-model… de nabestaanden van de door ‘gematigde rebellen’ afgeslachte Palestijnen in Aleppo kunnen er slechts van dromen. No Jews no news in optima forma. Want ook in het westen tonen wij ons slechts vrienden van het Palestijnse volk zolang dat door de Joodse staat ‘onderdrukt’ wordt. Bekijk de websites van BDS-organisaties Electronic Intifada, The Rights Forum of Een Ander Joods Geluid: u zult er geen woord vinden over de burgeroorlog in Syrië (hooguit dat deze de schuld van Israël is) en over het Palestijnse lijden daar. Of over al die Arabische landen waar Palestijnen geen burgerrechten hebben – die zijn alleen voorbehouden aan hen die het geluk hebben in apartheidsstaat Israël te zijn geboren.
Ook onze politici doen enthousiast mee aan het geweeklaag over het lot van de Palestijnen in Israël, in de bezette gebieden en in Gaza (maar alleen als zij aan de grens protesteren; gemarteld en vermoord worden door Hamas leidt tot nul empathie). Wanneer maakt minister Kaag onze steun aan Ramallah afhankelijk van democratische rechten voor de Palestijnen, die met lede ogen moeten aanzien dat Mahmoud Abbas/Abu Mazen nu in het veertiende jaar van zijn vier jaar durende ambtstermijn zit?
Het maakt allemaal niets uit: ‘pro-Palestijnse’ organisaties zijn helemaal niet pro-Palestijns; hun wezen en bestaansrecht zijn anti-Joods. Als westerse politici en BDS-organisaties, Arabische broeders en zelfs de eigen leiders zich niet bekommeren om het lot van de Palestijnen, hoe kunnen we dan van de Israëli’s verwachten dat zij dat wel doen?

Archeologen ondergraven fundamenten van volk Israël
Dagblad Trouw.
Bron: Ze’ev Herzog Ha’aretz Daily Newspaper Ltd. d.d. 29 oktober 1999.
Na zeventig jaar intensief graven zijn de meeste Israëlische archeologen tot opzienbarende conclusies gekomen: de Israëlieten waren geen slaven in Egypte, zij hebben niet door de woestijn gezworven en ze hebben niet het land (Israël) veroverd. Ook was er geen machtig rijk van David en Salomo. En de Joden ontdekten hun ene god pas laat, en niet bij de berg Sinaï. Bekende ‘feiten’ in het wereldje van de archeologen, maar politiek en maatschappij in Israël willen er liever niet van weten.
De meeste wetenschappers in bijbelstudies zijn het er over eens dat de historische gebeurtenissen met betrekking tot het ontstaan van het Joodse volk grondig verschillen van wat het bijbelverhaal vertelt. Deze archeologische revolutie is nog niet doorgesijpeld in het bewustzijn, maar kan niet worden genegeerd.
Archeologie van Palestina heeft zich pas in een relatief laat stadium als wetenschap ontwikkeld, in de 19e en 20ste eeuw. De beschavingen van Egypte, Mesopotamië, Griekenland en Rome vormden het eerste doel van de onderzoekers, die doorgaans in dienst van de grote musea in Londen, Parijs en Berlijn, op zoek waren naar indrukwekkende vondsten uit het verleden.
Die eerste fase ging in feite voorbij aan het kleine Palestina en zijn geografische diversiteit. De omstandigheden waren er niet uitnodigend voor de ontwikkeling van een uitgebreid koninkrijk. Praalstukken zoals de Egyptische graven of de paleizen van Mesopotamië waren hier zeker niet te vinden.
De aanzet om toch archeologisch onderzoek in Palestina te doen was religieus: de band tussen het land en de heilige schriften. De eerste opgravers in Jericho en Sichem waren bijbelse onderzoekers, op zoek naar de resten van de bijbelse steden.
De archeologie leefde op met de komst van William Foxwell Albright, die zich had bekwaamd in de archeologie, geschiedenis en linguïstiek van het Nabije Oosten. Albright, een Amerikaan, begon met zijn opgravingen in Palestina in de jaren twintig. Zijn uitgangspunt luidde dat vooral de archeologie de kritiek op de historische waarheid van de Bijbel kon weerleggen.
Kritische bijbelvorsers in Duitsland in de tweede helft van de vorige eeuw trokken de bijbelverhalen in twijfel en zeiden dat de bijbelse geschiedschrijving pas was geformuleerd en zelfs grotendeels verzonnen ten tijde van de Babylonische ballingschap. De geschiedenis van het volk Israël als een continuüm – van de dagen van Abraham en Isaäk, via de gang naar Egypte, de slavernij, de uittocht, tot en met de verovering van het land en de twaalf stammen – was slechts een latere reconstructie met een theologisch doel.
Albright geloofde in de Bijbel als historisch document, weliswaar meer dan eens geredigeerd, maar toch de oude werkelijkheid weerspiegelend. Hij was ervan overtuigd dat als de oude resten van Palestina eenmaal waren blootgelegd, zij het onbetwistbare bewijs zouden leveren voor de historische juistheid van de geschiedenis van het Joodse volk en zijn land. De bijbelse archeologie leidde tot uitgebreide opgravingen van bijbelse plaatsen als Megiddo, Lachisj, Gezer, Sichem, Jericho, Jeruzalem, Ai, Givon, Beet Sje’an, Ta’anach en andere. De methode was simpel en direct: elke vondst zou bijdragen aan een harmonieus beeld van het verleden – de periode van de aartsvaderen, de steden in Kanaän die door de Israëlieten waren verwoest, de grenzen van de twaalf stammen, de poorten en stallen van Salomo, diens mijnen in Timna. Nog altijd zijn er archeologen hard aan het werk die menen de berg Sinaï te hebben gevonden of het altaar van Jozua.
Langzaam ontstonden er scheuren in het plaatje. Paradoxaal genoeg begonnen vele vondsten de historische waarheid van de bijbelverhalen te ondermijnen in plaats van te bevestigen. De theorie kon niet langer de tegenstrijdigheden verklaren. De verklaringen werden ingewikkeld en weinig elegant. Het beeld van de puzzel werd vager. Hieronder enkele voorbeelden.
De aartsvaders: de onderzoekers waren het niet eens over wat de juiste periode is van de aartsvaders. Wanneer leefden Abraham, Isaäk en Jakob? Wanneer heeft Abraham de grot in Hebron gekocht? Volgens de bijbelse chronologie heeft Salomo de tempel 480 jaar na de uittocht uit Egypte gebouwd. Daar moeten we 430 jaar van verblijf in Egypte bij optellen en de lange levensjaren van de aartsvaders. Voor de tocht van Abraham naar Kanaän komen we dan uit in de 21e eeuw voor de gewone jaartelling. Maar er is geen bewijs voor deze chronologie. Albright pleitte in de vroege jaren zestig ervoor om de omzwervingen van Abraham in de Midden-Bronzen Tijdperk te plaatsen (22ste-23ste eeuw). Maar Benjamin Mazar, vader van de Israëlische tak van de bijbelse school, wil het duizend jaar later plaatsen, in de elfde eeuw. Weer anderen verwierpen de historiciteit van de verhalen en beschouwden ze als oude legendes uit de tijd van het koninkrijk van Judea. De consensus begon af te brokkelen.
De uittocht uit Egypte, de tocht in de woestijn, langs de berg Sinaï: de vele Egyptische documenten waarover we beschikken melden er niets over, wél van de gewoonten van nomaden om bij droogte en honger naar Egypte uit te wijken en hun tenten op te slaan in de Nijldelta. Dat was echter niets uitzonderlijks: het kwam tal van keren voor gedurende de vele duizenden jaren. Generaties onderzoekers hebben getracht de Sinaï te lokaliseren, maar geen plek voldoet aan de bijbelse beschrijving. De meeste historici zijn het er over eens dat hooguit een paar families naar Egypte zijn getrokken en dat hun privé-verhaal is ‘genationaliseerd’ om tegemoet te komen aan ideologische behoeften.
De verovering: het verhaal van de verovering van het land op de Kanaänieten is een van de fundamenten van het volk Israëls in de bijbelse historiografie. Maar pogingen archeologische bewijzen voor dit verhaal te vinden, zijn gestuit op ernstige problemen. Diverse opgravingen in Jericho en Ai, de twee steden waarvan de verovering het meest gedetailleerd is beschreven in het boek Jozua, leverden teleurstellende resultaten op: geen stad, geen muren om omver te halen. Natuurlijk zijn er voor deze tegenstrijdigheden verklaringen gegeven. De muren van Jericho zouden door de regen zijn weggespoeld. Of de oude muren zouden opnieuw zijn gebruikt. Bijbeldeskundigen hebben al een halve eeuw geleden gesuggereerd dat alle veroveringsverhalen legendes zijn. Maar naarmate meer en meer plaatsen werden blootgelegd, bleek dat plaatsen waren verwoest of verlaten in heel verschillende periodes; de grond zonk weg onder alle verhalen over de verovering van het land in een militaire campagne onder Jozua.
Kanaänitische steden: de Bijbel vergroot de sterkte en de fortificaties van de Kanaänitische steden die door de Israëlieten zijn veroverd, ‘grote steden met hemelhoge muren’ (Deuteronomium 9 vers 1). In werkelijkheid zijn alle blootgelegde plaatsen resten van nederzettingen die niet ommuurd waren. Meestal gaat het om een paar bouwsels of om het paleis van de heerser, niet om steden. De stedelijke cultuur van Palestina in het late Bronzen Tijdperk is gedurende honderden jaren gedesintegreerd, maar niet door een verovering. Bovendien klopt de bijbelse beschrijving niet met de geopolitieke werkelijkheid. Palestina stond onder Egyptische heerschappij tot het midden van de twaalfde eeuw vóór Christus. De Egyptische bestuurlijke centra waren in Gaza, Jaffa en Beet Sje’an. Egyptische vondsten zijn ook gedaan aan weerszijden van de Jordaan. Deze treffende aanwezigheid vermeldt het bijbelverhaal niet, want ze was, zo is duidelijk, de auteur en zijn redacteuren, niet bekend. De archeologische vondsten weerspreken het bijbelse verhaal: de Kanaänitische steden waren niet groot, hadden geen hemelhoge muren; het heldendom van de veroveraars – van de weinigen tegen de velen en de hulp van God die voor zijn volk streed – zijn een theologische reconstructie zonder feitelijke basis.
Dit alles leidt tot de kernvraag: als er geen getuigenis is van de uittocht uit Egypte, en als de archeologie het verhaal over de verovering weerlegt, wie waren dan die kinderen Israëls?
De archeologische bevinding heeft één belangrijk feit vastgesteld: in de vroege perioden van het IJzeren Tijdperk, de tijd van de vestiging, zijn honderden kleine nederzettingen gekomen in het centrale berggebied, waar boeren woonden die het land bewerkten en schapen hielden. Als ze niet uit Egypte kwamen, waar kwamen ze dan wel vandaan? Sommige onderzoekers houden er aan vast dat de Israëlieten nomaden waren van de andere kant van de Jordaan. Twee Amerikanen ontwikkelden een sociologische theorie: de nieuwe kolonisten waren Kanaänieten van de kuststrook, die genoeg hadden van het autoritaire bestuur van hun koningen en naar de onbewoonde bergen trokken.
I. Finkelstein, archeoloog van de universiteit van Tel Aviv, oppert dat deze kolonisten schapenhoeders waren die het berggebied zijn binnengetrokken in het Late-Bronzen Tijdperk (hun graven zijn gevonden, zonder nederzettingen). Volgens deze reconstructie onderhielden de schapenhoeders aanvankelijk een ruileconomie, waarbij ze met de bewoners van de vallei vlees ruilden tegen graan. Met het uiteenvallen van het stedelijke en landbouwstelsel in de laagvlakte, werden de nomaden gedwongen zelf graan te produceren. Zo ontstond de drang zich te vestigen.
De naam Israël wordt vermeld in één Egyptisch document van 1208 voor de jaartelling, de tijd van koning Merneptah: ’Kwaadaardig beroofd is Kanaän. Ascalon is veroverd, Gezer is bezet, Jeno’am is alsof het nooit bestaan heeft, Israël is verlaten, zijn zaad is niet meer.’ Merneptah verwijst naar het land met zijn Kanaänitische naam en noemt enkele steden van het koninkrijk, plus een niet-stedelijke etnische groep. Volgens deze getuigenis refereerde het woord Israël aan een bevolkingsgroep die in Kanaän leefde tegen het einde van het Late-Bronzen Tijdperk, kennelijk in het centrale heuvelgebied, waar later het koninkrijk van Israël zou worden gevestigd.
Archeologie was ook de bron bij de reconstructie van de periode die wij kennen als die van een koninkrijk onder David en Salomo. De Bijbel beschrijft deze periode als het hoogtepunt van de politieke, militaire en economische macht van het volk Israël in de oude tijden. Na Davids veroveringen strekte het rijk van David en Salomo zich uit van de Eufraat tot Gaza (1 Koningen 5 vers 4). De archeologische vondsten op veel plaatsen tonen aan dat deze periode weinig voorstelde.
De drie steden Hazor, Megiddo en Gezer worden vermeld onder Salomo’s bouwwerken (1 Koningen 9 vers 15). Er zijn daar uitgebreide opgravingen gedaan. Slechts de helft van de bovenstad van Hazor was versterkt, dat wil zeggen drie van de ongeveer zestig hectare die in deze Bronzen Tijd bewoond was. In Gezer was een vesting omgeven door een muur die een klein gebied beschermde, terwijl Megiddo helemaal geen muur had.
Het beeld wordt nog ingewikkelder in het licht van de opgravingen in Jeruzalem, de hoofdstad van het verenigde koninkrijk. Grote delen van de stad zijn de laatste anderhalve eeuw blootgelegd, waaronder indrukwekkende overblijfselen uit het Midden-Bronzen Tijdperk en van de IJzeren Tijd daarna, de periode van het koninkrijk Juda. Maar er zijn geen resten van gebouwen gevonden van de tijd van Davids rijk, alleen wat potscherven.
Dat zowel van voor als van na de tijd van David resten zijn gevonden maakt duidelijk dat Jeruzalem onder David en Salomo een kleine stad was, met misschien een kleine burcht voor de koning, maar in geen geval de hoofdstad van een rijk zoals de Bijbel dat beschrijft. En die kleine vesting voor een hoofdman is dan wat op latere Aramese en Moabitische inscripties ‘Beth David’, huis van David, heet.
De bijbelse schrijvers kenden het Jeruzalem van de achtste eeuw vóór de gewone jaartelling, met zijn muur, zijn rijke cultuur waarvan heel wat resten zijn gevonden en ze projecteerden dit enkele eeuwen terug, tot in de tijd van het ene koninkrijk. Vermoedelijk verwierf Jeruzalem zijn centrale status na de verwoesting van Samaria in 722 vóór de gewone jaartelling.
De archeologische bevindingen passen in de opvattingen van kritische bijbelgeleerden dat David en Salomo heersten over kleine stamgebieden, de eerste in Hebron, de andere in Jeruzalem. Tegelijk vormde zich een apart rijk in de heuvels van Samaria, zoals terug te vinden is in de verhalen over koning Saul. Israël en Judea waren van meet af aan aparte, onafhankelijke rijken die af en toe tegenover elkaar stonden. Dus het ene, gedroomde koninkrijk is op zijn vroegst verzonnen onder het koninkrijk Judea. Doorslaggevend bewijs hiervoor is dat we zelfs niet weten hoe dat koninkrijk heette.
Hoeveel goden had Israël eigenlijk precies? Tegelijk met de historische en politieke aspecten is er ook twijfel aan de geloofwaardigheid over wat wij horen over geloof en godsdienst. De vraag naar wanneer het monotheïsme is aanvaard in Israël en Judea kwam op bij de ontdekking van oude Hebreeuwse inscripties over het godenpaar Jehovah en zijn Asherah. Het blijkt dat men vertrouwd was met dit godenpaar. Zo bezien lijkt het goed mogelijk dat monotheïsme, als een staatsgodsdienst, pas als een nieuwigheid in het koninkrijk Judea is opgekomen, na de verwoesting van het koninkrijk Israël in de achtste eeuw.
Archeologie in Israël zet de kroon op een proces van wetenschappelijke omwenteling. Ze confronteert de bevindingen van de bijbelwetenschap met die van oude geschiedenis. Tegelijk zijn we getuigen van een boeiend verschijnsel, namelijk dat het publiek in Israël deze voor een groot deel al tientallen jaren bekende zaken simpelweg negeert. Vorig jaar verscheen een boek van mijn collega prof. N. Ne’eman in de Ha’aretz met als titel: ‘Weg met de Bijbel van de joodse boekenplank’. Er kwam geen publieke reactie.
Elke poging om de betrouwbaarheid van de bijbelse beschrijvingen aan te tasten wordt gezien als een poging om ‘ons historisch recht op het land’ te ondermijnen en om de mythe stuk te slaan van de natie die het koninkrijk van Israël vernieuwt. Beide symbolen vormen zo’n belangrijk onderdeel van de Israëlische identiteit dat elke poging om ze in twijfel te trekken stuit op een vijandige stilte. Veel Israëliërs zijn geneigd te erkennen dat er onrecht is aangedaan aan de Arabieren en dat aan vrouwen gelijke rechten toekomen. Maar diezelfde mensen zijn vaak niet geneigd te aanvaarden dat archeologische feiten een eind maken aan bijbelse mythen. De klap voor de mythische grondslag van de Israëlische identiteit blijkt dan zo bedreigend dat mensen er liever de ogen voor sluiten.

1948 het ware verhaal
Door E. Karsh, hoofd van Mediterrane Studies aan het King’s College van de Universiteit van Londen.
19 oktober 2011
Dit artikel is een verkorte voorpublicatie van het boek ‘Palestine betrayed’, verschenen in 2010.
Opmerking Likoed Nederland: Als pro-Palestijnen over verdrijving van de Palestijnen in 1948 spreken, beroepen zij zich meestal op de boeken van de ‘nieuwe historici’, zoals de Israëli’s Morris en Pappé. Die wilden – gedreven door hun extreem-linkse achtergrond – ook de Palestijnse kant laten horen, maar sloegen volkomen door. Communist Pappé zegt er letterlijk zelf over dat feiten niet interessant zijn, maar dat de underdogpositie veel belangrijker is.
Inmiddels is gebleken dat ze bronmateriaal zelfs vervalst hebben weergegeven (zie verwijzingen onderaan dit artikel). Bovendien zijn de laatste jaren nieuwe archieven vrij gegeven, waardoor hun verhaal nog meer onderuit wordt gehaald. Morris heeft inmiddels afstand genomen van de bewering van doelbewuste verdrijving in zijn eerdere boeken (zie eveneens onderaan).
De beschuldiging
Zestig jaar na de oprichting – als gevolg van de internationaal erkende uitoefening van het recht op zelfbeschikking – blijft Israel de enige staat in de wereld die constant besmeurd wordt met de meest bizarre complottheorieën en bloedsprookjes.
Israel is de enige staat waarvan het beleid en acties obsessief worden veroordeeld door de internationale gemeenschap, en van wie het bestaansrecht voortdurend ter discussie staat en in twijfel wordt getrokken. Dit gebeurt niet enkel door haar Arabische vijanden, maar ook door een gedeelte van de ontwikkelde bevolking in het Westen.
Centraal staat daarbij de bewering van het met voorbedachte rade verdrijven van de Palestijnen en de daaruit voortvloeiende creatie van het ‘vluchtelingenprobleem’. Het is een beschuldiging die nauwelijks wordt betwist.
Het historische onderzoek
Echter, al in het midden van de jaren 1950 heeft de eminente Amerikaanse historicus J.C. Hurewitz gewerkt aan een systematische weerlegging. Zijn bevindingen zijn ruimschoots bevestigd door latere generaties van geleerden en schrijvers.
Zelfs Benny Morris, de meest invloedrijke van de Israëlische revisionistische ‘nieuwe historici’, heeft schoorvoetend en met veel tegenzin moeten toegeven dat er niet zoiets bestond als een ‘masterplan’ om de Palestijnse Arabieren te verdrijven.
De recente declassificatie van miljoenen documenten uit de periode van het Britse mandaat (1920-1948) en het ontstaan van Israel geven een veel duidelijker beeld van de historische gebeurtenissen. Deze documenten bleven door eerdere generaties van schrijvers onbenut en werden genegeerd of vertekend door de ‘nieuwe historici’.
Hieruit blijkt dat de beschuldiging van onteigening niet alleen volledig ongegrond is, maar zelfs het tegenovergestelde van de waarheid is. Wat hierna volgt is gebaseerd op recent onderzoek van deze documenten, die veel feiten en gegevens bevatten die tot nu toe niet werden geopenbaard.
Arabische leiders kozen voor geweld
Verre van het ongelukkige object te zijn van een roofzuchtige zionistische aanval, waren het de Palestijns-Arabische leiders die vanaf de vroege jaren 1920 – zeer tegen de wensen van hun eigen aanhangers – gestart zijn met een niet aflatende campagne om de Joodse nationale heropleving te vernietigen.
Deze campagne culmineerde in een gewelddadige poging om de VN-resolutie van 29 november 1947 tegen te houden, waarin werd opgeroepen tot de oprichting van twee staten. Hadden deze leiders en hun bondgenoten in de naburige Arabische landen de VN-resolutie aanvaard, dan zou er geen oorlog en zelfs ook geen vluchtelingenstroom zijn geweest.
Ook Likoed voor gelijke rechten voor Arabieren
Het simpele feit is dat de zionistische beweging altijd open heeft gestaan voor het bestaan in de toekomstige Joodse staat van een substantiële Arabische minderheid. Die zou op gelijke voet deelnemen ’in alle sectoren van het openbare leven van het land.’ De woorden zijn die van Ze’ev Jabotinsky, de grondlegger van die tak van het zionisme die aan de grondslag ligt van stichting van de huidige Likoed partij.
In een beroemd artikel uit 1923, sprak Jabotinsky zijn bereidheid uit:
‘om een eed af te leggen die onszelf en onze nakomelingen ertoe verbinden dat we nooit zullen doen wat in strijd is met het beginsel van gelijke rechten, en dat we nooit zullen proberen iemand uit te sluiten.’
Elf jaar later kreeg Jabotinsky het voorzitterschap voor het opstellen van een grondwet voor een Joods Palestina. Volgens de artikelen daarvan zouden Arabieren en Joden de rechten en de plichten van de staat gelijk delen, waaronder speciaal ook de militaire dienst en de ambtenarij. De Hebreeuwse en Arabische taal zouden dezelfde juridische status genieten, en ‘in elk regeringskabinet waarvan de minister-president een Jood is, zou het vice-premierschap worden aangeboden aan een Arabier en andersom.’
Zionisme koos voor vreedzame coexistentie
Dit was dus de uitgangspositie was van de meer ‘militante’ factie van de Joodse nationale beweging. Het reguliere zionisme was niet alleen voor de volledige gelijkheid van de Arabische minderheid in de toekomstige Joodse staat, maar wilde duidelijk de Arabisch-Joodse co-existentie bevorderen.
In januari 1919, met Chaim Weizmann als leider is van de zionistische beweging, bereikt hij een vrede en samenwerkingsovereenkomst met de Hasjemitisch emir Faisal ibn Hoessein, de effectieve leider van de opkomende pan-Arabische beweging.
Vanaf die tijd tot de afkondiging van de staat Israel op 14 mei 1948, hebben zionistische woordvoerders honderden bijeenkomsten gehouden met Arabische leiders, op alle niveaus. Hieraan werd deelgenomen door onder meer Abdoellah ibn Hoessein, de oudere broer van Faisal en oprichter van het emiraat Trans-Jordanië (later het koninkrijk van Jordanië), toenmalige en oud-ministers-presidenten van Syrië, Libanon, Egypte en Irak, vooraanstaande raadgevers van koning Abdul Aziz ibn Saoed (de stichter van Saoedi-Arabië) alsmede door Palestijns-Arabische elites van alle groeperingen.
Al op 15 september 1947 – twee maanden voor het verstrijken van de VN-resolutie 181 [het verdeelplan van het Britse Mandaat Palestina] – probeerden twee zionistische afgezanten Abdel Rahman Azzam, secretaris-generaal van de Arabische Liga, er van te overtuigen dat een Palestijns conflict compleet ‘nutteloos de beste energie van de Arabische Liga zou opslorpen,’ en dat zowel Arabieren als Joden sterk zouden profiteren ‘van een actief beleid van samenwerking en ontwikkeling.’
Achter deze stelling school de eeuwenoude zionistische hoop: dat de materiële vooruitgang ten gevolge van Joodse vestiging in Palestina het pad zouden effenen voor een permanente verzoening met de lokale Arabische bevolking. Of dat toch op zijn minst het project van de Joodse nationale zelfbeschikking gunstig ontvangen zou worden.
Zoals David Ben-Goerion, weldra de eerste premier van Israel, in december 1947 stelde:
‘Als de Arabische burger zich thuis zal voelen in onze staat, …. als de staat hem zal helpen om op een waardige en toegewijde manier het economische, sociale en culturele niveau van de Joodse gemeenschap te bereiken, dan zal het Arabische wantrouwen overeenkomstig afnemen en er zal zo een brug worden gebouwd voor een Semitische, Joods-Arabische alliantie.’
Gebaseerd op een gunstige sociale en economische ontwikkeling
Op het eerste gezicht rustte Ben-Goerion’s hoop op redelijke gronden. De instroom van Joodse immigranten en kapitaal na het einde van de Eerste Wereldoorlog had de tot dan statische situatie in Palestina nieuw leven ingeblazen. Het verhoogde de levensstandaard van de Arabische inwoners ruim boven die in de omliggende Arabische staten. De uitbreiding van de Arabische industrie en landbouw, met name op het gebied van de teelt van citrusvruchten, werd grotendeels gefinancierd met het aldus verkregen kapitaal. Met de Joodse know-how verbeterde de Arabische teelt aanzienlijk.
In de twee decennia tussen de wereldoorlogen verzesvoudigden de citrus plantages in Arabische handen. Dat was ook het geval was met de land- en tuinbouwgewassen, terwijl het aantal olijfgaarden verviervoudigde.
Niet minder opmerkelijk was de vooruitgang op gebied van welzijn. Wellicht het belangrijkste was dat de sterftecijfers bij de islamitische bevolking fors daalden en de levensverwachting steeg van 37,5 jaar in 1926-27 tot 50 jaar in 1942-44 (vergelijk met 33 jaar in Egypte).
De tabel van de natuurlijke toename van de bevolking sprong daardoor met een derde omhoog. Niets dat ook maar in de buurt komt van deze cijfers in de aangrenzende Arabische landen – toen nog onder Brits bestuur – om maar te zwijgen van India. Het is alleen te verklaren door de markante Joodse bijdrage aan het sociaal-economische welzijn in het Mandaat Palestina.
De Britse autoriteiten waren zich wel degelijk bewust van deze sociaal-economische vooruitgang, zoals onder meer blijkt uit een rapport uit 1937 van een onderzoekscommissie onder leiding van Lord William Peel:
‘De algemene weldadige werking van de Joodse immigratie op het Arabische welzijn wordt geïllustreerd door het feit dat de toename van de Arabische bevolking het duidelijkst is in stedelijke gebieden die beïnvloed worden door de Joodse ontwikkeling. Een vergelijking van de telling in 1922 en 1931 laat zien dat zes jaar geleden, het groeipercentage van de bevolking in Haifa 86 procent was, in Jaffa 62, en in Jeruzalem 37. Terwijl in louter Arabische steden zoals Nabloes en Hebron er maar een groei was van 7 procent groei en in de Gazastrook zelfs een daling met 2 procent.’
De gewone Palestijn
Indien de Palestijnse Arabieren zelf hadden mogen beslissen over hun toekomst, zou een overgrote meerderheid waarschijnlijk tevreden zijn geweest dat ze konden profiteren van de mogelijkheden die hen werden aangeboden. Dit blijkt uit het feit dat tijdens het tijdperk van het mandaat, de periodes van vreedzame coëxistentie veel langer waren dan de periodes van gewelddadige uitbarstingen. Het laatste was het werk van slechts een klein deel van de Palestijnse Arabieren.
Helaas, voor zowel de Arabieren en als de Joden, werd geen rekening gehouden met de verwachtingen en wensen van de gewone mensen, zoals dat maar zelden gebeurd in autoritaire samenlevingen, die in het algemeen vijandig staan tegenover begrippen zoals de burgermaatschappij of liberale democratie.
In de moderne wereld zijn het bovendien niet de armen en de onderdrukten die de leiding hebben tijdens grote omwentelingen of de grootste gewelddadige daden uitvoeren, maar is het veeleer een militante voorhoede die afkomstig is uit de beter opgeleide en meer bemiddelde klassen van de samenleving.
Zo verging het ook met de Palestijnen. In de woorden van het rapport van Lord Peel:
‘We hebben vastgesteld dat, hoewel de Arabieren geprofiteerd hebben van de ontwikkeling van het land als gevolg van de Joodse immigratie, dit geen verzoenend effect heeft gehad. Integendeel… met bijna mathematische precisie heeft de verbetering van de economische situatie in Palestina geleid tot de verslechtering van de politieke situatie.’
Het geweld
In Palestina werden gewone Arabieren vervolgd en vermoord door hun vermeende leiders voor de misdaad van ‘de verkoop van Palestina’ aan de joden. Intussen konden diezelfde leiders zich straffeloos verrijken. Zoals de verwoede pan-Arabist Awni Abdel Hadi. Hij had gezworen ‘te vechten tot Palestina hetzij onder een vrije Arabische regering komt of het anders een begraafplaats wordt voor alle Joden in het land.’
Toch stond hij persoonlijk de overdracht toe van 7.500 hectare grond aan de zionistische beweging. Sommige van zijn familieleden, allen gerespecteerde politieke en religieuze figuren, gingen nog een stap verder door de daadwerkelijke verkoop van percelen.
Hetzelfde deden ook de talrijke leden van de familie Hoesseini, de belangrijkste Palestijnse Arabische clan tijdens de periode van het Brits Mandaat, met inbegrip van Mohammed Tahir, de vader van Haji Amin Hoesseini, de beruchte groot-moefti van Jeruzalem.
De zorg van de groot-moefti om het verstevigen van zijn politieke positie, was een belangrijke aanleiding tot het bloedbad van 1929 waarbij 133 Joden werden vermoord en honderden gewond raakten. Zo leidde zijn strijd voor politieke superioriteit ook tot de langst durende periode van het Palestijnse Arabische geweld, tussen 1936 en 1939. Dit werd voorgesteld als een nationalistische opstand tegen zowel het Britse bestuur, als tegen de Joodse vluchtelingen die in die tijd naar Palestina trachten te emigreren om te ontsnappen aan de vervolging door de nazi’s.
In feite was het een oefening in geweld, waarbij veel meer Arabieren dan Joden of Engelsen werden vermoord door Arabische bendes. Die onderdrukten en misbruikten de Arabische bevolking, waardoor duizenden Arabieren het land uitvluchten. Het was een voorproefje van wat nog komen zou tijdens de Arabische exodus van 1947-1948.
Sommige Palestijnse Arabieren vochten daarom liever terug tegen die Arabische bendes, vaak in samenwerking met de Britse autoriteiten en de Hagana (de grootste Joodse ondergrondse verzetsbeweging). Weer anderen zochten onderdak in Joodse buurten. Want ondanks de verlammende atmosfeer van terreur en van een meedogenloze economische boycot, draaide in de praktijk de Arabisch-Joodse samenwerking op vele terreinen gewoon door. Dit dus zelfs tijdens deze periodes van onrust, en werd deze na het wegebben daarvan weer grotendeels hersteld.
Veel Palestijnen moeten niets hebben van het geweld
Tegen deze achtergrond is het nauwelijks verbazingwekkend dat de meeste Palestijnen niets te maken wilden hebben met de gewelddadige opstanden die tien jaar later door het Arabisch Hoger Comité (AHC) werden opgezet. Het Comité stond onder leiding van de groot-moefti en was in die tijd het feitelijke ‘bestuur’ van de Palestijnse Arabieren, met als doel het verdeelplan uit de VN-resolutie van 1947 te ondermijnen.
Met de herinneringen van 1936-1939 nog vers in het geheugen, verkozen velen ervoor om de strijd uit de weg te gaan. Al snel voerden talrijke Arabische dorpen (en sommige stedelijke gebieden) onderhandelingen met hun Joodse buren over vredesovereenkomsten, en elders in het land werd vaak op dezelfde wijze gehandeld zonder dat daarvoor een formele overeenkomst bestond.
Evenmin waren de gewone Palestijnen bevreesd om hun hoogste leiderschap te trotseren. Abdel Qader Husseini – de districtscommandant van Jeruzalem en naaste verwant van de groot-moefti – constateerde tijdens zijn vele reizen door de regio, dat het volk vaak onverschillig, zo niet vijandig, reageerde op zijn herhaalde oproepen om de wapens op te nemen.
In Hebron slaagde hij er niet eens in om ook maar één enkele vrijwilliger te werven om tegen betaling te dienen in het leger dat hij wilde vormen. Zijn inspanningen in de steden Nabloes, Tulkarem en Qalqiliya hadden nauwelijks meer succes. En Arabische dorpelingen bleken nog minder ontvankelijk voor zijn verzoeken als de stedelingen. In een plaats, Beit Safafa, werd Abdel Qader verschrikkelijk vernederd doordat hij werd weggejaagd, door de boze inwoners die protesteerden dat hun dorp wilde omvormen tot een centrum voor anti-Joodse aanslagen.
Zelfs de weinigen die reageerden op zijn oproep deden dat in het algemeen om gratis wapens te krijgen voor hun persoonlijke bescherming. Ze keerden vervolgens terug naar huis.
Er was een economisch aspect aan deze vredelievendheid. Het uitbreken van de vijandelijkheden die georkestreerd werden door de AHC van de groot-moefti, leidden tot een sterke daling van de handel en een begeleidende piek in de kosten van basisbenodigdheden. Veel dorpen waren afhankelijk voor hun levensonderhoud van de steden met een Joodse dan wel gemengde bevolking. Ze zagen er het nut niet van in om het doel te ondersteunen van de AHC. Dat wilde de Joden er onder krijgen door uithongering.
Door dit algemene gebrek aan oorlogslust kon begin februari 1948, meer dan twee maanden nadat de AHC haar gewelddadige campagne gestart was, dat Ben-Goerion opmerken ‘dat de Arabieren in de dorpen voor het grootste gedeelte aan de zijlijn zijn gebleven.’
De analyse van Ben-Goerion werd gedeeld door de Iraakse generaal Ismail Safwat, bevelhebber van het Arabische Bevrijdingsleger (Arab Liberation Army, afgekort ALA). Dit was een leger van Arabische vrijwilligers dat het grootste deel van de strijd leverde in de maanden die vooraf gingen aan de proclamatie van de onafhankelijkheid van Israel. Safwat beklaagde zich er over dat slechts 800 van de 5000 vrijwilligers die werden opgeleid door de ALA afkomstig waren uit Palestina zelf, en dat de meesten van hen de ALA weer hadden verlaten vooraleer zij hun opleiding hadden voltooid, of onmiddellijk.
Het oordeel van Fawzi Qawuqji, een lokale commandant van de ALA, was niet minder vernietigend. Hij vond de Palestijnen ‘onbetrouwbaar, prikkelbaar en moeilijk te controleren zijn, en ze blijken in georganiseerde oorlogsvoering vrijwel oninzetbaar.’
Arabieren kozen voor geweld
Dit standpunt werd zo algemeen gevoeld en verwoord, in die noodlottige zes maanden van gevechten nadat Resolutie 181 over het verdeelplan van Palestina werd goedgekeurd. Zelfs toen tijdens deze maanden de volledige desintegratie van de Palestijnse Arabische samenleving plaatsvond, werd die nergens omschreven als een systematische verdrijving van Arabieren door de Joden.
Integendeel. Het verdeelplan werd in het algemeen door de Arabische leiders aangeduid als ‘Zionistisch van inspiratie, Zionistisch in beginselen, Zionistisch in wezen en Zionistisch in de meeste details’ (in de woorden van de Palestijnse academicus Walid Khalidi).
Hun leiders waren uiterst openhartig over hun vastberadenheid om het verdeelplan tegen te houden met wapengeweld. Er was geen enkele twijfel over welke partij verantwoordelijk was voor het bloedvergieten.
Evenmin verborgen de Arabieren hun intenties. De Joden legden de grondslag voor hun aanstaande staat en streefden er daarbij naar om hun Arabische landgenoten ervan te overtuigen dat zij (in de woorden van Ben-Goerion) ‘gelijke burgers, gelijk in alles, zonder enige uitzondering’ zouden worden. Daar tegenover beloofden de Palestijns-Arabische leiders dat ‘indien het verdeelplan wordt uitgevoerd, zal dit alleen gebeuren over de dode lichamen van de Arabieren van Palestina, hun zonen en hun vrouwen.’
Qawuqji zwoer ‘om alle Joden in de zee te drijven’. Abdel Qader Hoesseini verklaarde dat ‘het Palestijnse probleem alleen door het zwaard zal worden opgelost; alle Joden moeten Palestina verlaten.’Het gevecht
Zij en hun Arabische medestanders deden hun uiterste best om deze bedreigingen te doen uitkomen, met alle middelen waarover ze beschikten. Naast de reguliere troepen zoals de ALA, richtten guerrilla- en terreurgroepen een enorme ravage aan, zowel onder de niet-strijders als onder de Joodse gevechtseenheden.
Vuurgevechten, sluipschutters, hinderlagen, bomaanslagen, die in de wereld van vandaag zouden veroordeeld worden als oorlogsmisdaden, waren dagelijkse kost in het leven van burgers.
‘Onschuldige en weerloze mensen, tijdens hun gewone dagelijkse beslommeringen’, schreef de Amerikaanse consul-generaal in Jeruzalem Robert Macatee in december 1947, ‘worden geraakt tijdens het rijden in de bus of bij het lopen op straat, verdwaalde schoten treffen zelfs mensen in bed tijdens hun slaap. Een Joodse vrouw, moeder van vijf kinderen, werd neergeschoten in Jeruzalem terwijl ze wasgoed te drogen hing op haar dak. De ambulance die haar in allerijl naar het ziekenhuis vervoerde werd met machinegeweren onder vuur genomen. Tenslotte werden op haar begrafenis de rouwenden aangevallen, een van hen werd doodgestoken.’
Toen de gevechten toenamen, kregen ook Arabische burgers klappen. Af en toe leidde een gruweldaad tot een cyclus van grootschalig geweld. Zo werd de moord op zes Arabische arbeiders in december 1947 in een olieraffinaderij de buurt van de Haifa – gepleegd door de kleine Joodse ondergrondse groep IZL – onmiddellijk gevolgd door de slachting van 39 Joodse arbeiders door hun Arabische collega’s.
Net zoals de dood van zo’n 100 Arabieren tijdens de strijd om het dorp Deir Yasin in april 1948, binnen enkele dagen werd ‘gewroken’ door de moord op 77 Joodse verpleegkundigen en artsen die op weg waren naar het Hadassah ziekenhuis op de Scopus Berg.
Paniekzaaierij
De Joodse leiders en de media beschreven deze gruwelijke gebeurtenissen voor wat ze waren. Soms hielden ze zelfs informatie achter hielden om paniek te voorkomen om zo de deur open te houden voor Arabisch-Joodse verzoening. Echter, door hun Arabische tegenhangers werd het aantal slachtoffers opgeblazen tot gigantische proporties, en bedachten ze zelfs talrijke onbestaande wreedheden.
De val van Haifa bijvoorbeeld (21-22 april) leidde tot verzinsels van grootschalige slachting, een verhaal dat rond ging in het Midden-Oosten en Westerse hoofdsteden. Soortgelijke valse geruchten werden verspreid na de val van Tiberias (18 april), tijdens de strijd om Safed (begin mei) en in Jaffa, waar eind april de burgemeester een bloedbad verzon van ‘honderden Arabische mannen en vrouwen.’ De verslagen in de Arabische media over Deir Yasin waren extra huiveringwekkend, met IZL-strijders die op hun armen hamer en sikkel tatoeages zouden gehad hebben en beschuldigingen van vernielingen en verkrachtingen.
Het doel van deze paniekzaaierij was ongetwijfeld het winnen van zo breed mogelijke sympathie voor de Palestijnse situatie, door de Joden voor te stellen als wrede roofdieren. Maar het genereerde precies het tegenovergestelde effect, doordat paniek zich begon te verspreiden in de toch al gedesoriënteerde Palestijnse samenleving.
Dat verklaart op haar beurt waarom in april 1948, na vier maanden van ogenschijnlijke resultaten, deze fase van de Arabische oorlogsinspanning in elkaar stortte. (Dat gebeurde aan de vooravond van de tweede, meer ondersteunde en langduriger fase, waarin de legers van vijf Arabische landen half mei Palestina binnen zouden vallen.)
Gaf aanleiding tot vlucht
Niet alleen weigerden de meeste Palestijnen deelname aan de vijandelijkheden, zelfs steeds grotere aantallen pakten hun hebben en houden bij elkaar, verlieten hun huizen en vluchten weg naar plaatsen elders in het land of naar de naburige Arabische landen.
Inderdaad, velen waren reeds gevlucht nog voor de echte oorlog was uitgebroken. Nog grotere aantallen trokken er vandoor voordat de oorlog hun eigen voordeur bereikte.
‘Arabieren met hun families verlaten in grote aantallen het land en er is een uittocht, van de gemengde steden tot het Arabische platteland’, meldde al in december 1947 Alan Cunningham, de Britse Hoge Commissaris. Hij zal er een maand later aan toevoegen dat de ‘paniek bij de middenklasse blijft voortduren en er een gestage uittocht plaatsvind van diegenen die het zich kunnen veroorloven om het land te verlaten.’
In navolging van deze verslagen, vertelden medio december inlichtingenbronnen bij de Haganah dat een ‘evacuatie waanzin bezit heeft genomen van complete Arabische dorpen.’
De toestand werd snel onhoudbaar. Nog voor de maand voorbij was, klaagden Palestijnse Arabische steden over de ernstige problemen die ontstonden door de enorme toestroom van dorpelingen. Ze smeekten het AHC (Arabische Hoger Comité) dringend om een oplossing voor de noodtoestand. Zelfs de Syrische en Libanese regeringen waren verontrust door deze snelle uittocht. Ze eisten van het AHC dat het de Palestijnse Arabieren zou aanmoedigen om te blijven en te strijden.
Geen hulp voor vluchtelingen
Maar dergelijke aansporingen kwam er niet, noch van het AHC, noch van elders. In feite was elke nationale samenhang zoek, laat staan dat er een gevoel bestond van gedeelde lotsbestemming. Steden en dorpen handelden alsof zij op zichzelf staande eenheden waren. Zij zorgden voor zichzelf en schuwden zelfs het kleinste offer ten gunste van andere plaatsen.
Veel ‘nationale comités’ (lokale besturen) verboden de uitvoer van voedsel en drinken van steden met grote voorraden naar de behoeftige afgelegen dorpen en steden. Zo weigerden de Arabische handelaren van Haifa om een ernstig tekort aan meel in Jenin te verlichten en weigerde de Gazastrook om eieren en pluimvee naar Jeruzalem te vervoeren. In Hebron controleerden gewapende bewakers alle vertrekkende auto’s. Tegelijkertijd was er een uitgebreide smokkel, met name in de steden met een gemengde bevolking, van Arabische levensmiddelen naar Joodse wijken en andersom.
Het totaal gebrek aan gemeenschappelijke solidariteit bleek eveneens uit de erbarmelijke behandeling van de honderdduizenden vluchtelingen die verspreid waren over het hele land. Er waren geen georganiseerde pogingen om hun lot te verlichten. Er was geen inlevingsvermogen buiten de directe omgeving te bespeuren. Veel vluchtelingen werden zelfs uitgebuit door hun tijdelijke gastheren en onderworpen aan spot en beledigingen voor hun vermeende lafheid. In de woorden van een Joods inlichtingenrapport: ‘De vluchtelingen worden gehaat waar ze maar komen.’
Zelfs de ultieme oorlogsslachtoffers – de overlevenden van Deir Yasin – ontliepen hun aandeel in de vernederingen niet. Velen vonden een toevlucht in het naburige dorp Silwan, maar kwamen al snel op gespannen voet met de lokale bevolking. Dit leidde er toe dat op 14 april – slechts vijf dagen na de tragedie – een delegatie uit Silwan naar het AHC kantoor in Jeruzalem trok, om te eisen dat de overlevenden elders zouden worden overgebracht. Maar er zou geen hulp voor hun verhuizing komen.
In sommige plaatsen weigerde men botweg om vluchtelingen op te nemen, uit vrees om de eigen bestaansmiddelen uit te putten. In Acre (Akko) verhinderden de autoriteiten dat uit Haifa gevluchte Arabieren zouden ontschepen. In Ramallah organiseerde de overwegend christelijke bevolking haar eigen privé militie, niet zozeer om de Joden te bestrijden maar om toestromende moslims te verjagen. Velen maakten ongegeneerd misbruik van de penibele situatie waarin de vluchtelingen verkeerden, met name door hen compleet kaal te plukken voor basisbehoeften zoals transport en huisvesting.
Time Magazine van 3 mei 1948 meldde het destijds: de Arabieren kregen opdracht van hun leiders om te vertrekken, de Joden hoopten dat zij zouden blijven.Toch steeds meer vluchtelingen
Niettemin bleven de Palestijnen hun huizen ontvluchten, in een steeds hoger tempo. Begin april 1948 waren er reeds zo’n 100.000 vertrokken, hoewel de Joden op dat ogenblik nog steeds in het defensief waren en helemaal niet in de positie waren om hen te verdrijven. (Op 23 maart, vier volle maanden na het uitbreken van de vijandelijkheden, noteerde Safwat, bevelhebber van de ALA, met enige verbazing dat de Joden ‘tot nog toe geen enkel Arabisch dorp hebben aangevallen, behalve wanneer het daartoe werd geprovoceerd.’)
Tegen de tijd van de onafhankelijkheidsverklaring van Israel op 14 mei, was het aantal Arabische vluchtelingen meer dan verdrievoudigd. Geen van de 170.000 – 180.000 Arabieren die de stedelijke centra waren ontvlucht en slechts een handvol van de 130.000 – 160.000 dorpelingen die hun huizen hadden verlaten, werden daartoe gedwongen door de Joden.
Niet vanwege Joodse opzet
Uitzonderingen kwamen voort uit in de hitte van de strijd. Ze werden allemaal bepaald door ad-hoc-militaire overwegingen – zoals om het aantal burgerslachtoffers te beperken of om Arabische strijders uit bepaalde plaatsen weg te houden omdat er geen Joodse strijdkrachten beschikbaar waren om hen af te slaan – in plaats van uit politieke overwegingen. Tegelijkertijd waren er inspanningen om het vluchten te voorkomen en/of de terugkeer aan te moedigen van mensen die al gevlucht waren.
Om slechts een voorbeeld te noemen: begin april reisde een Joodse delegatie – samengesteld uit topadviseurs in Arabische zaken, lokale notabelen en burgemeesters met nauwe contacten met naburige Arabische gemeenten langs de Arabische dorpen in de kustvlakte. Ze probeerden de inwoners te overtuigen om te blijven, want die dorpen liepen in een duizelingwekkend tempo leeg.
Wel Arabische opzet
Wat al deze Joodse inspanningen nog indrukwekkender maakt, is dat ze plaatsvonden in een tijd waarin grote aantallen Palestijnse Arabieren actief uit hun huizen werden gedreven. Dit gebeurde door hun eigen leiders en/of door Arabische strijdkrachten, uit militaire overwegingen of om te voorkomen dat ze burgers zouden worden van de toekomstige Joodse staat.
In het grootste en bekendste voorbeeld, Haifa, werden tienduizenden Arabieren op bevel van de AHC gesommeerd of gedwongen de stad te verlaten, ondanks intensieve pogingen van de Joden om hen te overtuigen om te blijven. Slechts enkele dagen eerder was de 6000 sterke Arabische gemeenschap van Tiberias op soortgelijke wijze door haar eigen leiders gedwongen te vluchten, tegen de plaatselijke Joodse wens in.
In Jaffa, de grootste Arabische stad van Palestina, organiseerde het gemeentebestuur de vlucht van duizenden bewoners over land en zee. In Jeruzalem beval de AHC vrouwen en kinderen te vertrekken en lokale bendeleiders jaagden de bewoners weg uit verscheidene buurten.
Tienduizenden dorpelingen op het platteland werden op soortgelijke wijze gedwongen hun biezen te pakken in opdracht van de AHC, lokale Arabische milities of de ALA. Binnen enkele weken na de aankomst van de laatstgenoemde in Palestina in januari 1948 begonnen geruchten te circuleren over geheime instructies voor de Arabieren in de overwegend Joodse gebieden om hun dorpen te verlaten. Zo konden de dorpen militair gebruikt worden en werd het risico dat de dorpelingen door de Joden zouden worden gegijzeld vermindert.
Tegen februari was dit verschijnsel uitgewaaid tot de meeste gedeelten van het land. Het kreeg nog aanzienlijk meer dynamiek in april en mei toen de ALA en AHC troepen in heel Palestina waren verjaagd. Op 18 april signaleerde de inlichtingendienst van de Haganah in Jeruzalem een nieuwe algemene instructie om vrouwen en kinderen weg te laten gaan uit alle dorpen die grensden aan Joodse gemeenschappen. Twaalf dagen later maakte de tegenhanger in Haifa melding van het bevel van het ALA-commando om alle Arabische dorpen tussen Tel Aviv en Haifa te ontruimen, in afwachting van een nieuw algemeen offensief.
Begin mei – toen de strijd in het oosten van Galilea oplaaide – werden de lokale Arabieren bevolen om alle vrouwen en kinderen in het Rosj Pina gebied af te voeren. Tegelijkertijd beval in het sub-district van Jeruzalem, het Arabisch Legioen van Trans-Jordanië de volledige ontruiming beval van zeer veel dorpen.
Arabische leiders soms de eersten
Ook de Palestijnse Arabische leiders – die tegen de zin van hun burgers in de jaren 1920 en 1930 op een ramkoers met het zionisme hadden ingezet en hen hulpeloos hadden meegesleept in een dodelijk conflict – haastten zij zich om weg te komen uit Palestina op dit meest kritieke moment. Plaatselijke leiders zagen dit als teken aan de wand en stormden eveneens massaal naar de deur.
De Hoge Commissaris van het Mandaat Palestina Sir Alan Cunningham vatte deze gebeurtenissen samen, met typische Britse understatement:
‘U moet weten dat de ineenstorting van het Arabische moreel in Palestina in zekere mate te wijten is aan de toenemende tendens om te vluchten door diegenen die verondersteld worden de mensen te leiden.
Zo ging bijvoorbeeld de burgemeester van Jaffa 12 dagen geleden op een vierdaagse trip en hij is nog niet teruggekeerd, de helft van het nationaal comité heeft de stad verlaten. In Haifa hebben de Arabische gemeenteraadsleden de gemeente enige tijd geleden verlaten, de twee leiders van het Arabische Bevrijdingsleger hebben zijn weggegaan gedurende het recente gevecht. De belangrijkste Arabische magistraat heeft nu ook de stad verlaten. In het hele land en al lange tijd vertrekt de leidende klasse, in een steeds hoger tempo.’
Arif al-Arif, een prominente Arabische politicus tijdens het tijdperk van het mandaat en de nestor van de Palestijnse historici, beschreef de heersende sfeer in de tijd aldus:
‘Waar men ook gaat door het hele land, men hoort steeds hetzelfde refrein: Waar zijn de leiders die ons zouden moeten leiden? Waar is het AHC? Waarom zijn de leden daarvan in Egypte op het moment dat Palestina, hun eigen land, ze nodig heeft?’’
Onwelkom
Nimr Muhammad al-Khatib, een Palestijns-Arabische leider tijdens de oorlog van 1948, vat de situatie als volgt samen:
‘De Palestijnen beschikten over de Arabische buurlanden die hun grenzen en deuren voor de vluchtelingen openden, terwijl de Joden geen andere mogelijkheid hadden dan te triomferen of te sterven.’
Dit geldt zeker voor de Joden. Bij de vluchtelingen gaf het echter geen goed beeld van hun opvang. Ze konden al op geen enkele sympathie konden rekenen bij hun landgenoten en de reactie in de rest van de Arabische wereld was zo mogelijk nog harder. Er waren herhaalde oproepen voor de gedwongen terugkeer van de vluchtelingen, of op zijn minst van jonge mannen van militaire leeftijd. Velen van hen waren gevlucht onder het (valse) voorwendsel van vrijwilliger te worden voor de ALA.
De Libanese regering weigerde tegen het einde van het mandaat visa voor Palestijnse mannen tussen achttien en vijftig jaar oud. Het beval alle ‘gezonde en fitte mannen’ die het land al waren binnengekomen, zich officieel te registreren. Anders zouden zij als illegale vreemdelingen worden beschouwd en de juridische gevolgen daarvan moeten dragen.
De Syrische regering pakte de zaken nog strenger aan en verbood de toegang tot haar grondgebied aan alle Palestijnse mannen tussen de zestien en vijftig jaar oud. In Egypte trok een groot aantal betogers naar het Arabische hoofdkwartier in Cairo en dienden een petitie in waarin ze eisten dat ‘elke gezonde Palestijn die in staat is om wapens te dragen moet verboden worden om in het buitenland verblijven.’
Zo groot was de Arabische wrok richting Palestijnse vluchtelingen, dat de rector van het Al-Azhar Instituut van Cairo – waarschijnlijk de belangrijkste islamitische autoriteit in die tijd – zich verplicht voelde om een uitspraak te doen in de kwestie van de Palestijns Arabische vluchtelingen. Met name dat de opvang van die vluchtelingen ‘een religieuze plicht is’.
De minachting voor de Palestijnen nam in de loop van de tijd alleen maar toe. ‘De Palestijnse Arabieren zijn bangerikken en vluchten het land uit’, aldus Radio Bagdad aan de vooravond van de pan-Arabische invasie van de pasgeboren staat Israel, half mei 1948: ‘Dit zijn inderdaad harde woorden, maar ze zijn waar.’
Camille Chamoun, minister van Binnenlandse Zaken van Libanon (en toekomstige president) was behoedzamer, zeggende dat:
‘Het volk van Palestina heeft in haar vorige strijd tegen imperialisten en zionisten bewezen de onafhankelijkheid te verdienen.’ Maar ‘in deze beslissende fase van de strijd hebben zij zich niet zo waardig gedragen.’
Geen wonder dus, dat destijds maar weinig van de Palestijnse vluchtelingen de Joden de schuld gaven van hun eigen verlies en vlucht. Sir John Troutbeck – het hoofd van het Britse Bureau voor het Midden-Oosten in Cairo en zeker geen vriend van Israel of van de Joden – maakte een onderzoeksreis naar de Gazastrook in juni 1949. Hij was verbaasd om te ontdekken dat:
‘de vluchtelingen helemaal niet verbitterd zijn over de Joden (en ook niet over de Amerikanen of onszelf), maar zij spreken wel met grote bitterheid over de Egyptenaren en andere Arabische landen. ‘Wij weten wie onze vijanden zijn’, vertellen zij en ze verwijzen naar hun Arabische broeders. Die, zo verklaren zij, overtuigden hen ervan om hun huizen onnodig te verlaten …. Ik heb zelfs horen vertellen dat veel van de vluchtelingen de Israeli’s hartelijk verwelkomden wanneer ze kwamen om hun gebied over te nemen.’
De vluchtelingen zestig jaar later
Zestig jaar na hun vertrek verblijven de vluchtelingen van 1948 en hun nakomelingen nog steeds in dezelfde smerige kampen. Daar worden zij in gehouden door hun Arabische broeders, gevoed met haat en valse hoop. Ondertussen hebben hun voormalige leiders opeenvolgende kansen voor een eigen staat verkwist.
Het is inderdaad de tragedie van de Palestijnen dat de twee leiders die hun nationale ontwikkeling bepaalden tijdens de 20e eeuw – Haji Amin al-Hoesseini en Yasser Arafat, de laatste die de Palestijnse politiek domineerde sinds halverwege de jaren 1960 tot aan zijn dood in november 2004 – megalomane extremisten waren. Zij werden verblind door anti-Joodse haat en intens geobsedeerd door geweld.
Had de groot-moefti er maar voor gekozen om zijn volk te leiden naar vrede en verzoening met hun Joodse buren, zoals hij de Britse ambtenaren had beloofd die hem in het begin van de jaren 1920 tot zijn hoge positie hadden benoemd. Dan zouden de Palestijnen in 1948 hun onafhankelijke staat hebben gehad op een omvangrijk gedeelte van het Brits Mandaat Palestina. Het zou hen de traumatische ervaring van hun verstrooiing en ballingschap bespaard hebben.
En had Arafat de PLO maar vanaf het begin op de weg naar vrede en verzoening gezet, in plaats van die organisatie te veranderen in een van de meest moorddadige terroristische organisaties van onze moderne tijd. Dan zou een Palestijnse staat zijn opgericht in de late jaren 1960 of in het begin van de jaren 1970. Of in 1979 als een uitvloeisel van de Egyptisch-Israëlisch vredesverdrag. Of in mei 1999 als onderdeel van het Oslo-akkoorden, of ten laatste als gevolg van de onderhandelingen van juli 2000 in Camp David.
Wat deze toestand des te wranger maakt is dat het geen ongelukkige afwijkingen zijn. Nee, Haji Amin en Arafat waren typische representanten van de cynische en egoïstische leiders die door het Arabische politieke systeem werden geproduceerd.
De Palestijnse leiders tijdens het mandaat hadden geen enkele scrupule om hun burgers aan te zetten tot haat tegen het zionisme en de Joden, terwijl ze tegelijkertijd zelf hun zakken vulden met de vruchten van het Joodse ondernemerschap.
Op dezelfde wijze maakten de ambtenaren van de PLO gretig misbruik van de miljarden dollars die hun werden geschonken door de Arabische oliestaten en, tijdens het Oslo-tijdperk, door de internationale gemeenschap. Ze lieten hun luxueuze levensstijl financieren terwijl de gewone Palestijnen moesten scharrelen voor hun dagelijks levensonderhoud.
En zo gaat dat door tot de huidige dag.
En zo gaat het ook met de Westerse antizionisten, die ‘in naam van het recht’ tot op de dag van vandaag nog steeds oproepen doen. Niet voor om een nieuw en fundamenteel anders Arabisch leiderschap, maar tot de ontmanteling van de Joodse staat.
Alleen wanneer deze standpunten veranderen zullen de Palestijnse Arabieren realistisch kunnen uitkijken om eindelijk die – zelf veroorzaakte – ‘catastrofe’ achter zich te laten.

Opinie artikel van Likoed Nederland (http://likud.nl), gepubliceerd op ThePostOnline.nl (http://tpo.nl),
22 maart 2013President Barack Obama bezoekt Israël en het autonome door de Palestijnse Fatah-beweging bestuurde Palestijnse Gebied. Dit om het vredesproces tussen Israel en de Palestijnen, dat al jarenlang stilligt, vlot te trekken.
Sinds 2009 weigeren de Palestijnen om over vrede en een definitief vredesverdrag te onderhandelen, ondanks het toen gedane aanbod tot een Palestijnse staat van premier Netanjahoe, begeleid door een bouwstop in Joodse dorpen op de Westbank (de nederzettingen).
Israëli’s willen die vrede en de tweestatenoplossing. Uit opiniepeilingen blijkt ook dat nog steeds een ruime meerderheid (56%) van de Israëli’s achter de tweestatenoplossing staat. Ze willen dus en een staat voor Israëli’s en voor Palestijnen. Dat percentage is echter wel aan het dalen. Hoe is dat te verklaren? Daarvoor zijn zeven redenen:
1. Elke terugtrekking uit veroverd gebied heeft Israël alleen maar ellende opgeleverd. Zowel de terugtrekking uit Libanon in 2000 als de Israëlische terugtrekking uit Gaza in 2005 zijn ‘beloond’ met het afvuren van duizenden raketten op Israëlische burgers. Vanuit Gaza zijn sinds 2005 meer dan 14.000 raketten afgeschoten op Israëlische steden en dorpen. De bevolking in de gebieden waar deze raketten vallen leeft in angst, moet vaak weken achtereen in schuilkelders schuilen en is getraumatiseerd geraakt.
2. De vredesverdragen die Israël in ruil voor terugtrekkingen heeft gekregen, blijken weinig waard te zijn. Want op het moment dat moslimfundamentalisten aan de macht komen, voelen die zich niet gebonden aan afspraken met Joden. Dat gebeurde met Hamas, dat pertinent weigert de Oslo vredesakkoorden uit te voeren. Een zelfde scenario lijkt nu in Egypte te gaan plaatsvinden, waar Mohammed Morsi van de fundamentalistische Moslimbroederschap president is geworden. Morsi beschouwt Joden als afstammelingen van apen en varkens, zo was januari 2013 op de Egyptische TV en Pownews te zien, en een vredesakkoord met een varken is vanzelfsprekend niet veel waard.
3. De Israëli’s zien dat de Palestijnen niet zo veel belang hebben bij een definitief vredesverdrag. Op het moment leeft al 100% van de Palestijnen in Gaza en 96% van de Palestijnen op de Westbank onder zelfbestuur.
4. Hier komt bij dat vrede wel eens heel nadelig zou kunnen zijn voor de Palestijnen. De onderlinge verdeeldheid tussen de Palestijnen – Hamas wil nooit vrede met Israël, staat in hun Handvest – zou nog meer op scherp gezet worden. En de Palestijnen vrezen dat na een vredesverdrag de internationale hulpgelden – goed voor maar liefst eenderde deel van de Palestijnse economie – worden afgebouwd.
5. Bovendien bleek al eerder dat de Palestijnen niet bijster geïnteresseerd zijn in een tweestatenoplossing. Israëlische regeringen hebben in 2000, 2001 en 2008 vrede aangeboden op basis van het afstaan van 100% van Gaza en circa 95% van de Westbank. Dat is driemaal geweigerd. Uit opiniepeilingen onder Palestijnen blijkt ook dat 66% alleen maar iets ziet in een tweestatenoplossing als die uiteindelijk leidt tot de totale vernietiging van Israël.
6. Dat veel Palestijnen Israël vernietigd willen zien wordt mede veroorzaakt door de officiële, door de Palestijnse regering gesponsorde haatcampagne tegen Israël en Joden, zoals op de Palestijnse staatstelevisie. Zo werd 2 weken terug nog op de officiële Hamas televisie gepropageerd dat zelfmoordaanslagen tegen Joden de meest verheven vorm van jihad is. Terroristen en aanslagen worden bejubeld.
7. Deze haatcampagne is uiteraard volstrekt strijdig met de Oslo-akkoorden waarin de Palestijnen zich verplicht hebben tot normalisering van betrekkingen met Israël. Het is ook volstrekt tegenstrijdig met de daarin beloofde vredeseducatie.
8. Het moslimfundamentalisme rukt bovendien steeds verder op in de Arabische wereld. Er is een grote kans dat Syrië in handen komt van moslimfundamentalisten, als het regime van Assad valt. Als dat gebeurt, wordt ook Jordanië kwetsbaar. Israël zou dan uiteindelijk omringd kunnen worden door regimes die op islamitische geloofsgronden van mening zijn dat Joden geen centimeter ‘islamitische’ grond mogen bezitten. Daarmee wordt de Westbank als militaire buffer van essentieel belang.
Dus hoewel nog steeds een ruime meerderheid van Israëli’s achter de tweestatenoplossing staat, is het hun tegelijkertijd duidelijk dat werkelijke vrede met de Arabieren en de Palestijnen momenteel vrijwel niet te realiseren is. Want zelfs de al gesloten vredesverdragen – met Egypte, de Palestijnen en Jordanië – lopen gevaar of worden al lang niet meer nagekomen.
Israëli’s komen dan ook tot de trieste constatering dat veiligheid voorlopig zal moeten komen van veiligheidshekken en militaire kracht.

Israëlische Arabieren willen niet in Palestijnse staat wonen
Woensdag, 15 Januari, 2014
Door Tommy Müller en Ryan Jones, Israel Today.
De Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman heeft voorgesteld, enkele overwegend Arabische steden in Israël over te dragen aan een toekomstige Palestijnse Staat, en in ruil de grote Joodse blokken nederzettingen in Israël te integreren.
Het lijkt een win-win situatie voor alle betrokkenen. Israël hoeft geen honderdduizenden Joden uit hun huizen te verdrijven, en honderdduizenden Arabieren zouden eindelijk vrij zijn van het ‘onderdrukkende racisme’ waaronder zij momenteel leven.
Maar de betreffende Arabieren verzetten zich fel tegen dit voorstel. Ze zijn Palestijnen met Israëlisch staatsburgerschap, en dat willen ze ook blijven.
Arabieren vormen ongeveer een vijfde van de bevolking van Israël. Wie een Israëlisch paspoort heeft, heeft recht op sociale zekerheid, kan gebruik maken van ruime educatieve mogelijkheden, geniet vrijheid van godsdienst, van meningsuiting en om te reizen. Allemaal voordelen die deze Arabieren niet willen opgeven voor een onzekere toekomst onder een Palestijnse regering, die islamitisch is (Gaza) of corrupt (Judea en Samaria).
Revia Mahajna, een advocaat uit de regio Wadi Ara in het noorden van Israël, vindt het geen probleem om Palestijn te zijn en in Israël te blijven. ‘Historisch gezien woon ik op Palestijns grondgebied dat toebehoorde aan mijn voorouders voordat de Staat Israël werd opgericht. Anderzijds heb ik een Israëlische identiteitskaart. Ik leef als Palestijn in Israël, net als andere Palestijnen in Canada of Duitsland leven’.
Adal Mahajna , een Arabische verzekeringsagent, zegt: ‘Ook wanneer we onszelf Palestijnen noemen, geeft de meerderheid van ons er de voorkeur aan, in Israël te blijven’.
Andere Palestijnen noemden Liebermans voorstel voor een landruil zelfs racistisch: ‘Een groot deel van de Arabische bevolking zal nooit instemmen met het opgeven van het Israëlisch staatsburgerschap’. Bovendien zou een landruil de betrokken personen afsnijden van hun familieleden, vrienden en kennissen in de Israëlische steden: ‘Dat zou een opstand veroorzaken’.
Ook een groot deel van de Arabische bevolking in Oost-Jeruzalem zeggen anoniem liever onder Israëlische regering te leven. Maar wie zoiets openlijk zegt, moet rekening houden met ernstige represailles door de Palestijnse leiders.
Of de bevolking in Oost-Jeruzalem in de toekomst bij een Palestijnse staat wil behoren, speelt in het huidige debat geen rol; er zijn geen enquêtes of stemmingen gepland.
Arabische leden van de Israëlische Knesset, die zich nadrukkelijk ‘Palestijn’ laten noemen, en die regelmatig de Joodse Staat van racisme beschuldigen, zeggen nu zeer beslist dat zij geen burgers van een nieuwe Palestijnse Staat willen worden.
Het is merkwaardig, dat luidruchtige parlementariërs zoals Achmad Tibi woedend hebben gereageerd op het voorstel en dit onaanvaardbaar hebben genoemd. Tenzij Tibi en zijn soortgenoten steeds hebben gelogen, en het leven voor Arabieren in Israël helemaal niet zo slecht is. Waarom ander zou Tibi de mogelijkheid afwijzen om burger te worden van een Staat in oprichting, waarvoor hij zo lang heeft gepleit?
Als Tibi en de meeste andere Arabieren echt liever in Israël wonen dan in een toekomstige Palestijnse Staat, dan ‘moeten ze werken aan integratie in Israël, en niet aan afscheiding van Israël’, zoals de Arabische journalist Khaled Abu Toameh schreef.

Palestina: het land van de Palestijnen?
Bron: website Appie Apspoel
28 augustus 2014
Nadat het Romeinse rijk in het jaar 70 de opstandige Joden in Israël had verslagen en gedood of verstrooid over het romeinse rijk, veranderden zij de naam van het land. Niets moest meer wijzen op die lastige mensen die daar gewoond hadden. Uit een soort van wraak kozen zij voor de naam ‘Palestina’, een verwijzing naar de aartsvijanden van Israël: de Filistijnen.
Voor 1948
Gedurende het Ottomaanse rijk was het land Palestina zo goed als onbewoonbaar. In de oude stad Jeruzalem woonden een eeuw geleden wat orthodoxe Joden, wat Armeniërs, wat Christenen en wat Arabieren. Het overige gebied was voor het grootste deel praktisch onbewoond. Dat Palestina werd bewoond door ‘de Palestijnen’ klopt dus wel, maar daarmee werden wel alle inwoners bedoeld, inclusief de Joodse inwoners.
Grondaankoop
Aan het begin van de 20e eeuw kwam de Zionistische beweging op gang. Joodse pioniers trokken naar Palestina en kochten op legale wijze landbouwgebied aan. De verkopende eigenaars waren Arabieren, die voor het onontgonnen en soms moerasachtige gebied hoge prijzen vroegen en kregen. De Joodse nieuwe eigenaars richtten kiboetsim op; op socialistische leest geschoeide landbouwbedrijven. Zij begonnen met het bouwrijp maken van het land, het weghalen van rotsen en irrigatie van droog land.
Mandaat
Palestina maakte deel uit van het Ottomaanse rijk (1299 tot 1918). Dit rijk werd door de Britten en Fransen verslagen tijdens de 1e Wereldoorlog. Voormalige gebieden van het Ottomaanse rijk kwamen nu onder een mandaat en Groot Brittanië krijgt van de Volkenbond het mandaat over Palestina. Dit mandaat was tijdelijk en al tijdens de 1e Wereldoorlog sprak Groot Brittanië met zowel Arabische gesprekspartners (Hoessein-McMahon correspondentie, 1915-1916) als zionistische organisaties (Balfour-verklaring, 1917) en zij beloofden aan beide partijen het gebied van Palestina.

Tweestatenoplossing
De oorspronkelijke bedoeling was om Palestina te splitsen in twee onafhankelijke staten: een deel voor de Joden en een deel voor de Arabieren (Transjordanië). Echter na de tegengestelde afspraken die Groot Brittannië had gemaakt kwamen er zoveel protesten dat Groot Brittannië in 1922 besloot Transjordanië af splitsten van de rest van Palestina. Zij stelden in 1923 Hoessein aan als emir.
Verdeling mandaat
Daardoor was het mandaatgebied plotseling gehalveerd. Het overgebleven gebied, oorspronkelijk bestemd voor de Joodse inwoners, moest nu worden verdeeld onder de Joden en de Arabieren. Hoewel het nieuwe – kleinere – gebied een teleurstelling was, werd het voorstel door de Joden geaccepteerd. De Arabieren verwierpen het echter. Zij wijzen de voorstellen – en daarmee een eigen Arabische staat – af. De Arabische landen rondom het gebied roepen op tot oorlog, zodra de Joden hun eigen staat durven uit te roepen. Rondom Palestina komen duizenden strijders, afkomstig van diverse Arabische landen, het gebied binnen. Al in de maanden hieraan voorafgaand was er sprake van oorlogshandelingen tussen Joodse en Arabische strijdgroepen, die gesteund werden door de Arabische buurlanden. Als gevolg van de (dreigende) oorlogsontwikkelingen vluchtten de in Palestina wonende Arabieren, ervan overtuigd zijnd dat (na de oorlog, als de Joden in zee gedreven waren) zij weer terug konden keren naar Palestina.
1948: de ontstaansoorlog
Op 15 mei 1948 liep het Britse mandaat af en de dag daarvoor, op 14 mei, riep Ben Goerion de onafhankelijke staat Israël uit. De volgende dag al vielen vier Arabische buurstaten (Syrië, Libanon, Jordanië en Egypte) de nieuwe staat Israël aan. Tot verbazing van velen wist de jonge staat Israël de eerste oorlog met z’n Arabische buren te winnen. Toen deze oorlog was beëindigd bleek:
– Israël terrein te hebben veroverd op de aanvallers;
– er was nu wel een Joodse staat, maar geen Arabische staat op het grondgebied van het voormalige Palestina;
– Jeruzalem was in tweeën gedeeld (het westen werd Israëlisch en het Arabische oosten kwam onder bestuur van Jordanië). Het was de Joden ten strengste verboden om ook maar één voet in dit deel (incl. Westelijke muur) te zetten!
– het vluchtelingenprobleem: honderdduizenden Arabische vluchtelingen.
Vluchtelingenprobleem
De regering van Israël weigerde ondanks VN-resoluties de gevluchte Arabieren terug te laten komen. Israël vond dat het Palestijnse vluchtelingenprobleem door de Arabische leiders was geschapen toen zij Israël aanvielen en ze vonden dat de oplossing van het probleem dus bij hen lag. De Arabische wereld zou het probleem inderdaad makkelijk kunnen oplossen (Jordanië was daar oorspronkelijk immers voor bedoeld geweest), maar zij houden de situatie liever zó om druk op Israël te kunnen blijven uitoefenen. Als je dus medelijden hebt met de Palestijnse vluchtelingen bedenk dan dat zij destijds vluchtten vanwege de agressie van hun Arabische broeders en dat deze broeders hen vervolgens laten stikken.
De zesdaagse oorlog
In 1967 was er zoveel dreiging vanuit de Arabische landen dat Israël besloot zelf de eerste klap uit te delen. Toen het stof optrok waren er weer wat zaken gewijzigd:
– Israël had op Jordanië de oude stad Jeruzalem nu geheel heroverd;
– ook op Jordanië veroverde Israël toen de Westbank ofwel: het oude Judea;
– op Syrië veroverden zij de Golanhoogte en de oostkust van het meer van Tiberias;
– op Egypte veroverden ze de gehele Sinaï-woestijn.
Bezette gebieden
Sinds die tijd wordt er gesproken over ‘de bezette gebieden’. Maar die term is onjuist. De gebieden waar het hier om gaat waren immers bezet door Syrië en Jordanië. Zij waren de bezetters! Israël veroverde deze gebieden tijdens een oorlog waarbij zij werden aangevallen. Gebieden, waarop Syrië en Jordanië geen enkel recht hadden. Israël had dat recht van oudsher echter wel: Samaria en Judea behoorden in vroegere tijden altijd al aan het Joodse volk. Jezus werd geboren in Bethlehem en dat was Joods, niet Jordaans. Jeruzalem behoorde al vele eeuwen aan de Joden, niet aan Jordanië. Nadat Israël met Egypte in 1977 een vredesverdrag had gesloten, gaven zij de Sinaï-woestijn terug aan Egypte.
De Yom Kippoer oorlog
In 1973 kwam er opnieuw een poging van de Arabische landen rondom Israël om hen te vernietigen. Hoewel de vijand met overmacht aanviel behaalde Israël wederom de overwinning.
Wie heeft recht op het land Israël?
Was Palestina werkelijk oorspronkelijk eigendom van ‘de Palestijnen’? Nee. Nadat de Romeinen waren vertrokken bleef het land verwoest en leeg achter. Het land was echter bezit van het volk van Israël gedurende meer dan 1200 jaar. Het land werd door God aan Zijn volk Israël gegeven, zoals blijkt uit meerdere Bijbelteksten. Vreemd genoeg bevestigt de Koran het Joodse recht op het land. Het zou dus duidelijk moeten zijn van welk volk dit land is.
Islam: het is van jou, maar nu van mij.
De Islam kent echter de regel dat elk land wat eens ingenomen werd door de islam weer in islamitisch bezit moet komen. (De Islam is dan ook vastbesloten om bijvoorbeeld ook Spanje weer ‘terug’ te nemen…). Dit is de reden waarom de Moslims Israël het recht ontzeggen om in hun land te wonen. Zij weten dat het land aan Israël toebehoort maar claimen het door hun veroveringsdrang als hun bezit.
Terrorisme
Omdat het vernietigen van de Joodse staat in een oorlog niet lukte, gingen de in Israël wonende Arabieren gebruik maken van andere tactieken: bomaanslagen, moord op burgers, zelfmoordaanslagen en andere terroristische activiteiten. De moorden op elf Joodse atleten tijdens de Olympische Spelen in 1972 in München alsmede vele vliegtuigkapingen zijn hiervan voorbeelden. De PLO, in 1969 opgericht door de Egyptenaar Yasser Arafat specialiseerde zich in terrorisme.
Land voor vrede
Israël verklaarde zich meerdere malen bereid om te onderhandelen met de Palestijnen. In Judea en Samaria waren zowel Joodse als Palestijnse enclaves; onderhandeld kon worden over het bestuur en organisatie van deze gebieden. Dat werd gewijzigd in ‘land voor vrede’: Israël gaf gebieden aan de Palestijnen in ruil voor vrede. Zo werd de Gaza-strook ontruimd en de Joodse inwoners werden gedwongen weggevoerd. De Gaza-strook werd ‘opgeleverd’ inclusief de infra-structuur zoals wegen, gebouwen en bedrijven. Ook glas-tuinbouwbedrijven bijvoorbeeld. De Palestijnen trokken als overwinnaars de Gazastrook binnen en vernielden alles wat ze tegenkwamen. De vrede die Israël in ruil kreeg bestond uit terreur en raketten.
Onderhandelingen
Er zijn vele akkoorden gesloten waarin de Palestijnen eisen stelden en beloofden Israël te erkennen en de terreur te staken. De terreur bleef echter. Er werden zelfs nieuwe intifada’s uitgeroepen; de oproep elke Jood te vermoorden bleef klinken. Uiteindelijk was de Joodse staat moegestreden en werd in het jaar 2000 praktisch elke Palestijnse eis ingewilligd. Tot verwondering van velen weigerde Arafat akkoord te gaan. Toen hem gevraagd werd waarom antwoordde hij ‘omdat ik alles wil’. (‘Alles’ = het gehele land inclusief Israël). De reden was niet dat hij zo begaan was met de Palestijnen; om hen gaf hij geen zier. De werkelijke reden was dat elke afwijzing Arafat en diens knechten meer geld opleverden. Na de dood van Arafat werden een groot aantal bankrekeningen ontdekt die op naam stonden van Arafats weduwe en waarop honderden miljoenen stonden.
Palestijnse staat
De Volkerenbond (later de VN) had de bedoeling Palestina te verdelen tussen Joden en Arabieren. De Arabieren (nu dus Palestijnen genoemd) willen nog steeds hun eigen, 100% autonome, Palestijnse staat, met eigen bestuur en een eigen strijdmacht. Althans: dat is de indruk die de meeste Westerse mensen hebben. Vandaar de inspanningen op het wereldtoneel om alsnog de ‘tweestaten-oplossing te creëren. Echter: als je goed luistert naar wat de Palestijnen werkelijk zeggen dan hoor je een heel ander geluid.
Haat
De bevolking van de ‘Palestijnse gebieden’ wordt dagelijks gevoed met haat. Via televisiebeelden, boeken en toespraken in moskeeën. De schoolboeken van kinderen staan vol met Jodenhaat en kleine kinderen wordt al geleerd dat ‘sterven als martelaar’ een grote eer is. Moeders verklaren te hopen dat hun kinderen als martelaar sterven. Hun cultuur is een doodscultuur en ze zijn er trots op. Zo zeggen ze: ‘de Joden hebben het leven lief; wij de dood’.
Handvest Palestijnen
Ondanks beloften en afspraken gedurende de afgelopen decennia zijn de Palestijnen nog steeds hun belofte niet nagekomen om het streven naar vernietiging van Israël uit hun handvesten te schrappen. Als we kijken naar meegevoerde symbolen zien we ook duidelijk hun bedoeling: heel het gebied moet van hun worden; geen enkele Jood mag er blijven. De Palestijnse vlag toont dan ook een Palestina zonder dat er nog iets van Israël te zien is. Het doel van de PA, Hamas en Fatah is de ‘bevrijding’ van het hele gebied van het vroegere Palestina door het vernietigen van de Joodse staat en alle inwoners.
Judenrein
Zouden de Joden dan in hun land mogen leven? Absoluut niet. Het Palestijns gebied dient volkomen ‘Judenrein’ te zijn. Het is ongelofelijk dat een land of groep in deze tijd kan eisen dat een bepaalde bevolkingsgroep geheel uitgebannen moet worden. We zouden zo’n eis van geen enkel land pikken. Maar het is de duidelijke eis van Palestijnen: hun land, alleen voor Palestijnen. Alle Joden moeten dood of weg.
Twee talen – twee uitspraken
Sommige Arabische en Palestijnse leiders spreken met gespleten tong: in het Engels spreken ze matige en vredelievende woorden maar als de pers weg is gaan ze in het Arabisch verder en zeggen dan heel andere dingen. Dit is bekend maar de wereld besteedt er weinig aandacht aan.
Illegale nederzettingen
De Westerse pers heeft de mond vol over ‘de illegale nederzettingen van Israël in de bezette gebieden’. Die ‘bezette gebieden’ zijn dus Judea en Samaria, gebieden die door Syrië en Jordanië waren bezet en werden heroverd door Israël. In deze gebieden wonen van oudsher al Joden en Arabieren. Het aantal Joodse nederzettingen is de laatste 20 jaar niet uitgebreid; als er wordt geschreven over ‘nieuwbouw in de bezette gebieden’ gaat het in werkelijkheid over nieuwe huizen in de bestaande nederzettingen. Het ‘bezette gebied’ is in werkelijkheid ‘betwist gebied’; gebied waarover nog tot overeenstemming moet worden gekomen middels onderhandelingen.
1967 lijnen
In de Oslo akkoorden (waaraan Israël zich wel hield, maar de Palestijnen niet) is de term ‘1967-lijnen’ nooit genoemd. Die akkoorden gaan over ‘de betwiste gebieden’. Als iets maar vaak genoeg herhaald wordt lijkt het de waarheid. In de Westerse pers wordt dus regelmatig de nadruk gelegd op de ‘1967-lijnen’. Dat zijn grenzen waarbij Israël op sommige gebieden totaal onverdedigbaar wordt. De grenzen vóór 1967 nu opnieuw instellen zou de moord op de totale Joodse bevolking betekenen.
Geweld uit Gaza = OK; geweld uit Israël = verkeerd
Sinds voor Israël de maat vol is na de moord op drie Israëlische tieners en de almaar voort durende raketbeschietingen op dorpen en steden en het Israëlische leger (IDF) dus ingrijpt wordt er internationaal geklaagd over het Israëlische geweld. Over de raketten uit Gaza die al jarenlang komen werd praktisch nooit iets gezegd. Er waren nooit demonstraties die door verontwaardigde mensen werden georganiseerd tegen deze raketbeschietingen op weerloze burgers. Maar zodra Israël terugslaat is het geklaag en zijn de protesten niet van de lucht. Zelfs Christenen bekritiseren Israël wegens ‘disproportioneel geweld’.
Disproportioneel?
Wat zou ‘proportioneel geweld’ zijn? Oog om oog, tand om tand? Hoe zou Israël dan moeten reageren: jaren achter elkaar (soms dagelijks) in het wilde weg raketten afvuren op dorpen in steden in Gaza? Zonder enige waarschuwing vooraf? Dat zou namelijk Gaza met gelijke munt terugbetalen zijn. De wereld zou op z’n kop staan. De enige manier om zich te verdedigen die Israël heeft is het vernietigen van de gebouwen waarin de terroristen wonen en hun raketten afvuren, vernietigen van fabrieken waar wapentuig gemaakt wordt en het vernietigen van de vele tunnels die terroristen gebruiken om Joodse burgers te ontvoeren en vermoorden.
Vooraf waarschuwen
En dat is precies wat Israël doet. Vóór elke vernietiging van een commandocentrum of plek waarvandaan raketten afgevuurd worden stuurt Israël waarschuwingen naar de bevolking in de buurt. Bij vernietiging van een gebouw komt er vijf minuten daarvoor een enkel schot op het huis. Dit wordt ‘aankloppen’ genoemd. Bewoners en omstanders hebben dan de tijd weg te vluchten. Hieraan kunnen we zien dat Israël probeert burgerslachtoffers te voorkomen. Hoe vreemd het ook mag klinken: zij zouden er misschien beter aan doen niet vooraf te waarschuwen.
Menselijke schilden
Hamas gebruikt namelijk juist deze waarschuwingen om vrouwen en kinderen in en rond deze gebouwen te jagen. In sommige gevallen zijn de mensen zo geïndoctrineerd door de Islamitische doodscultuur dat ze vrijwillig gaan en anders worden ze gedwongen. Kinderen worden aan hun kleding voor het gebouw gehangen (zie foto) en kinderen worden aan hun armen meegesleept om de terroristen als menselijke schilden te beschermen. Hamas weet dat als Israël deze ongelukkigen ziet, ze de aanval afblazen.
Burgerslachtoffers
Toch vallen er logischerwijze slachtoffers. Het merendeel daarvan bestaat uit militanten. De bevolking heeft echter opdracht gekregen elk slachtoffer te presenteren als ‘burger’ en liefst als kind. Laatst werden twee jonge jongens gedood. De wereld reageerde geschokt. Maar het waren geen jonge jongens. Het waren strijders van in de dertig. De aantallen slachtoffers zijn ook een bron van overdrijving en zelfs leugens (er dook zelfs een filmpje op van een begrafenis waarbij de ‘doden’ per abuis bewogen…) De internationale pers neemt bewijsbare onjuistheden gewoon over en rectificeert achteraf nooit onjuiste berichten.
Aliyah
Het toenemende antisemitisme noodzaakt vele Joden het land te verlaten waarin zij niet langer veilig zijn. Frankrijk en Engeland maar helaas worden ook in Nederland dergelijke geluiden gehoord. Het is een schande dat de landen die de holocaust op de Joden hebben gezien, opnieuw geweld tegen de Joden toelaten.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 18 januari 2016 op zijn website (https://akasdorp.wordpress.com)
Discussie naar aanleiding van de Deense cartoons
Elf jaar geleden, in Buitenhof van Zondag 5 februari 2006, was oud minister en voormalig EU commissaris Van den Broek te gast. Hij discussieerde met Ayhan Tonca van het CMO en met de uitgever Wouter van Oorschot over de Deense cartoons. Ze bespraken de gevolgen ervan in Nederland en elders in de wereld. Zoals wel vaker was de bijdrage van de voormalige CDA politicus wat deprimerend, in de zin dat het echte probleem dat rond de cartoons speelt bij hem niet aan de orde kwam. Het gaat bij Van den Broek nooit om een juiste analyse of om de oplossing van problemen, maar eerst en vooral om rust in de tent.
Hij meende dat het geweld voorspelbaar was geweest en voorkomen had kunnen worden als de grenzen van de vrije meningsuiting beter in acht waren genomen. Tonca was dat wel met hem eens maar Van Oorschot vond dat de vrijheid van meningsuiting noodzakelijk wel eens tot onfatsoen leidde. Dat was de prijs die je voor een vrije samenleving moest betalen. Overigens vond de gespreksleider Rob Trip en vond ook Van Oorschot dat sommige van die cartoons best leuk waren en niet beledigend. Het was beside the point allemaal.
Mensen moeten zelf weten waardoor ze zich beledigd voelen, daar gaan wij niet over en ik vind ook best dat mensen hun medeburgers met wat meer voorkomendheid kunnen behandelen dan Theo van Gogh deed, maar moet iemand daarvoor worden vermoord of bedreigd? Dat is het punt.
De discussies die volgden op de moord op de filmmaker en op het Deense incident hebben als leidraad dat het vrije woord in gevaar gebracht is. Dat is zo, omdat een aantal mensen zich nu geremd voelt om de discussie aan te gaan over de merites van de islam in onze samenleving en dat is wel een kwestie van de vrijheid van meningsuiting. Toch is dat niet de belangrijkste vraag die er speelde. Belangrijker dan de vraag of Theo van Gogh het recht had om een groep landgenoten geitenneukers te noemen of dat andersom een imam het recht had om homo’s als varkens te betitelen is de vraag of een bevolkingsgroep het recht heeft naar geweld te grijpen als ze menen dat zij in haar rechten wordt aangetast.
Naar mijn mening hadden Van Gogh en Hirsi Ali wel degelijk het recht Submission I te maken en te vertonen en heeft het stedelijk museum of de directeur van de productiemaatschappij er verkeerd aan gedaan de vertoning af te gelasten, want wijken voor geweld is naar alle kanten een verkeerd signaal.
Van Gogh en de imam hadden wat mij betreft niet het recht om een groep medeburgers opzettelijk te beledigen. Er moet wat dat betreft geen verschil worden gemaakt tussen moslims en homo’s, die zijn voor de wet hetzelfde. Dat heeft niets met de vrijheid van meningsuiting te maken. Eigendom werd vroeger in de wet gedefinieerd als de vrijheid om naar eigen goeddunken en zonder beperkingen gebruik te maken van je bezit. Dat heeft nooit betekent dat de eigendom van een wapen iemand het recht gaf om het tegen een medemens te gebruiken. Zo is het ook met de vrijheid van het woord. Het mag niet aan willekeurige beperkingen worden onderworpen en met name niet met geweld worden verhinderd. Dat wil niet zeggen dat we naar hartelust mogen liegen of beledigen. Titel XVI van het wetboek van strafrecht bevat strafbepalingen tegen een aantal vormen van belediging, maar gelukkig weerhoudt het gewone fatsoen de meeste mensen ervan ook zonder dat er politie of strafrecht aan te pas komt.
Het is een misverstand dat vrijheid van meningsuiting zou betekenen dat iedereen alles mag zeggen wat hij wil. Je mag niet liegen en niet lasteren en je mag anderen niet beledigen. Los van wat juridisch verboden is zijn er ook fatsoensnormen waar iedereen zich aan te houden heeft. Het categoriseren van andersgelovigen als geitenneukers hoort zeker tot de uitdrukkingen die moreel niet door de beugel kunnen. Het is ook zinloos om te gaan discussiëren of het wel of niet geoorloofd is om zoiets te zeggen. Als het wel geoorloofd was geweest was het niet gezegd. Juist het verbodene, het provocatieve was de ratio van de uitspraak en waarschijnlijk ook van de cartoons. Als het volksdeel zich niet beledigd had gevoeld, was de poging om te provoceren mislukt. Waarschijnlijk was de belediging onvoldoende voor een geslaagde strafrechtelijke vervolging wegens smaad, maar dat is het punt niet. Wat het in elk geval niet is, is een aanleiding om iemand te vermoorden en dat geldt ook voor het maken van een film waarin op artistieke wijze uitwassen van een geloof aan de kaak worden gesteld.
Voor het belangrijkste issue dat door de moord op Van Gogh of door het geweld, de bedreigingen en de boycots in de Deense zaak aan de orde is gesteld is het irrelevant of de tekenaar in Denemarken of Van Gogh, Hirsi Ali, Wilders en anderen hier in Nederland het recht hadden de dingen te doen of te zeggen waar zoveel ophef over werd gemaakt. Veel belangrijker is dat niemand het recht heeft om naar aanleiding daarvan een wapen te grijpen en hen te bedreigen of te vermoorden.
De discussie waarbij steeds gezegd wordt dat het geweld verkeerd is of te ver gaat, maar…. Dat soort discussies is foute boel. Geweld hoort alleen door de overheid gebruikt te worden voor de handhaving van het recht of de verdediging van het land. Burgers mogen geweld gebruiken in geval van acute zelfverdediging en anders niet. Alle verdere gebruik is verkeerd, ongeacht de provocatie. Dat zou het thema horen te zijn van de discussies en al die voorwaardelijk veroordelingen en voorbehouden zijn niet anders dan verdekte pleidooien voor nieuw geweld. In die zin dragen mensen als Van der Broek en Van Agt bij aan het toenemend geweld in Nederland. Zij hebben de positie en het gezag om het islamitische beestje bij zijn naam te noemen en ze doen het niet.
In een van de onnozele jongerendiscussies waar we er zoveel van zien, verklaarde een Marokkaan dat een moslim nooit een onrecht ongewroken zal laten van zichzelf of een islamitische broeder, maar dat hij zal vechten voor redres, desnoods tot de laatste islamiet. Dat is nu precies het probleem waar we mee worden geconfronteerd. Niet dat alle moslims er zo over denken, maar voldoende om het leven voor andere mensen behoorlijk onaangenaam te maken.
Een ankerpersoon van de NCRV drukte wat er gebeurd is met Vincent van Gogh ooit bar ongelukkig uit door te spreken over het in eigen hand nemen van het recht. Dat is nu bij uitstek niet het geval wanneer iemand zo disproportioneel reageert op vermeend of feitelijk onrecht dat hem of de zijnen is aangedaan.
Het probleem dat we met moslims hebben, is dat men in die kringen meent dat een aantasting van hun rechten aanleiding kan zijn om zonder enige terughouding of remming te reageren.
De wetgeving van Hamurabi, die dateert uit de tijd van het ontstaan van de Joodse bijbel en die een sprong voorwaarts betekende in het recht, blijkt niet te gelden voor islamieten. Niet oog om oog of tand om tand, maar moord wegens gebrek aan respect voor een individu of belediging van het geloof.
Dat is in een nutshell ook het probleem van Israël met de Palestijnse Arabieren. Niet dat de Palestijnen geen rechten kunnen hebben die geschonden zijn. Die hebben ze, maar de manier waarop ze menen die schending te moeten wreken en hun rechten waar te maken, maakt het moeilijk om met ze te leven. De moderne samenleving waar we allemaal aan hechten kan niet in stand blijven als we niet aanvaarden dat de schending van rechten eerst moet worden vastgesteld en vervolgens met vreedzame middelen moet worden gerepareerd.
De belangrijkste reden waarom zoveel Moslims zulke merkwaardige opvattingen hebben over joden- en christendom is het gevolg van een gebrek aan kennis over hun eigen geschiedenis.
Yilderim, een jonge Turks-Nederlandse advocaat schreef in Trouw ooit een nogal eenzijdige apologie voor Mohammed.
Mohammed kwam, anders dan Yilderim zegt, niet om een nieuw geloof te brengen, maar om het bestaande geloof in de God van Abraham te zuiveren van ongerechtigheden. Hij vereenvoudigde de bestaande christelijke en joodse geloofsopvattingen, beperkte die in hoofdzaak tot het geloof in een almachtige en barmhartige God en schreef een aantal simpele maar vrome gedragsregels voor.
Hij erkende de oudtestamentische profeten en ook Jezus van Nazareth als net zulke verkondigers als hij zelf. Minder in rang, maar soortgelijk. Hij bestreed joden- en christendom, niet vanwege de leer van hun profeten, maar vanwege de corruptie die latere geestelijken daarin hadden aangebracht.
Wij, die de islam niet van binnen bekijken maar van buiten en die niet alleen de goede kanten zien, maar ook de gebreken, beoordelen de boom van het geloof van Mohammed aan zijn vruchten.
Origineel, zoals Jezus van Nazareth, was Mohammed niet, maar een belangrijk geloofshervormer was hij wel. Hij bekeerde een in meerderheid heidens volk van rovers en barbaren en zij veroverden met hem en zijn opvolgers, de kaliefen, het grootste deel van de toenmalige beschaafde wereld. Die wereld ging er in eerste instantie op vooruit. De oude beschaving hervond zijn levenskracht en de welvaart in het Midden Oosten nam toe, totdat in de dertiende eeuw weer stilstand en achteruitgang optrad, waarschijnlijk omdat geloofsfanaten het toen voor het zeggen kregen.
De invloed van Mohammed op de Arabieren en Levantijnen is groot en in het begin ook positief geweest, maar Hirsi Ali had gelijk dat hij naar onze moderne maatstaven gemeten moeilijk als een goed mens kan worden aangemerkt. Daarvoor was hij te gewelddadig in zijn optreden, vooral in zijn tweede periode in Yathrib, na de Hijrah. De tot het jodendom bekeerde Arabieren uit Yathrib werden behandeld op een wijze die de profeet Jezus van Nazareth zou hebben veroordeeld en die Mohammed tegenwoordig een veroordeling door een mensenrechtentribunaal zou hebben opgeleverd.
Het is goed te bedenken dat Mohammed niet in onze tijd leefde en dat, was dat wel het geval geweest de Qur’an er zeker anders zou hebben uitgezien.
Volgens de grote westerse dichter Dante kwamen Mohammed en Ali terecht in de achtste cirkel van de hel temidden van de andere scheurmakers[1] en ketters. Zo werd er aan het einde van de middeleeuwen, toen men nog recente botsingen met de islamieten had gehad, over Mohammed gedacht.
Mohammed nam niet alleen christelijke en joodse geloofsopvattingen maar ook een deel van de heidense gebruiken over uit zijn Arabische omgeving. De Ka’ba, nu de centrum van de Hadj, was vóór de tijd van Mohammed een voorwerp van heidense verering. Mekka, zijn geboortestad, ontleende daar al voor Mohammed een bijzondere betekenis aan. Veel van wat nu in het Westen als primitief wordt beschouwd in de islam stamt nog uit de tijd van voor de prediking van Mohammed.
Het kan niet ontkend worden dat Mohammed de heidense wereld waaruit hij afkomstig was tot een hoger niveau van beschaving heeft gebracht en de landen die hij veroverde tot grotere bloei. Niettemin staat hij veel lager op de ethische ladder dan Jezus van Nazareth. Zijn geloof moet in vergelijk met het christendom in ethisch opzicht als een achteruitgang worden beschouwd. Wel moet worden toegegeven dat ook het christendom in zijn tijd gewelddadig was. Het was zeker een verdienste dat hij veel van de vroeg-Byzantijnse complexiteit uit het monotheïsme verwijderd heeft.
Het historische feitenrelaas van Yilderim was een mengelmoes van waarheid en verzinsels, van een soort waar hij als advocaat problemen mee zou krijgen, maar waarmee hij het goed zou doen als imam.
De moslims waren agressief. Ze veroverden in de zevende eeuw de zuidkust van de Middellandse Zee op de christenen en een aantal van de Europese eilanden. Later werden ook versterkte plaatsen in Zuid Europa gesticht of veroverd, vooral langs de kusten van Italië. Op een gegeven moment bezetten de moslims zelfs de Alpenpassen, om reizigers te kunnen uitschudden en vermoorden.
De verovering van Spanje – niet alleen Andalusië, maar heel Spanje op een paar kleine bergrijkjes na – werd gevolgd door een veroveringstocht in Frankrijk waar zij pas gestopt werden doordat de grootvader van Karel de Grote ze bij Poitiers versloeg. Daarna zijn de Arabieren nooit meer in Europa op verovering uit geweest. De Arabische moslims werden vanaf de tweede helft van de middeleeuwen weer langzaam uit Zuid Europa verdreven. In de elfde eeuw al uit Sicilië en grote delen van Spanje, in de vijftiende eeuw pas uit het laatste stukje Andalusië dat ze nog bezet hielden. Dat de moslims dus voor het eerst te maken kregen met de Europeanen tijdens de kruistochten naar het heilige land, is niet waar. De eerste kruistocht was juist onderdeel van het tegenoffensief. Zij vond pas plaats in 1095 en toen hadden de christenen ruim vier eeuwen van een agressieve islam te lijden gehad.
Wel is het waar dat de mengeling van Arabische, joodse en christelijke beschavingselementen in Spanje tot een grote bloei heeft geleid. Joden en christenen zijn in moslimlanden altijd tweederangsburgers geweest en zijn dat nu nog. De Balkan, het deel van Europa waar de Turken vroeger de baas waren, is nog steeds het meest gewelddadige deel van ons continent, een erfenis waar we onmogelijk blij mee kunnen zijn. Dat het onder het Turkse bewind in de Balkan vredelievend toeging is een sprookje. Overal waar de Turken ooit de macht hadden, werd die met geweld gehandhaafd en overal is daar een cultuur van geweld achtergebleven. De Turken hielden zich wel aan rechtsregels, de Sharia, maar dat is als rechtssysteem inferieur aan het Romeinse recht, waar in het westen alle moderne recht van afgeleid is. Geweld speelt in de Sharia een veel grotere rol en de mensenrechten problemen in de Sharia landen vloeien voort uit de barbaarse straffen voor de overtreding van regels die door ons niet kunnen worden aanvaard.
Geweld is niet alleen endemisch op de Balkan, maar ook in het hele Midden Oosten. Niet voor niets heeft Kemal Ataturk aan zijn leger de opdracht nagelaten om westerse normen en waarden te handhaven in zijn land, want aan het Turkse volk, gewend als dat was aan de Sharia, kon hij dat niet toevertrouwen.
Dat de Armenen tegen de Turken in opstand zijn gekomen, zoals Yilderim beweert, is niet waar. Ze sympathiseerden met de Russen, dat is wel waar en de Turken waren bang dat ze met die vijanden gemene zaak zouden maken, maar in opstand zijn ze nooit gekomen. Hun gedwongen verplaatsing midden in de winter, door het gebied van de moorddadige Koerden, was een voorzorgsmaatregel van de Turken. De Turkse overheid, dat moet worden toegegeven, vocht toen voor de overleving van de Turkse natie. Die ethnic cleansing van de Armenen, die al in het Oosten van Anatolië woonden duizend jaar voor de eerste Turk daar verscheen, heeft in elk geval honderdduizenden en, zoals veel Armenen zeggen, misschien wel miljoenen doden gekost. Het geldt als de grootse massamoord en etnische zuivering uit een tijd dat er nog geen communisten en nazi’s waren.
Van de drie beschavingen die als opvolgers van de klassieke oudheid kunnen worden gezien, het westerse christendom, Byzantium en de islam, was in de eerste helft van de middeleeuwen de islam de belangrijkste. Het kalifaat van Bagdad was in de tijd van Karel de Grote het centrum van een wereldbeschaving. Kunsten en wetenschappen bloeiden niet alleen in Bagdad, maar ook in Andalusië en aan de Kaspische Zee, in een gebied dus zo groot als het rijk van Alexander de Grote.
Het is voor mij onbegrijpelijk waarom de moslims over hun verleden altijd zo moeten fantaseren. De werkelijkheid is misschien iets minder mooi dan de fantasie, maar in alle objectiviteit toch mooi en belangrijk genoeg om er trots op te kunnen zijn. Het belang van de islamitische geschiedenis zit niet in de veroveringen van Mohammed en de kaliefen, die zit in de culturele opbloei die plaats vond in de Dar al Islam. Wie met het zwaard omgaat zal door het zwaard omkomen[2] zegt de bijbel maar dat is een waarheid die men, naar ik meen, in de koran tevergeefs zoekt.
Dat het Midden Oosten met al zijn rijkdom en beschaving tijdens de kruistochten een tijd lang veroverd kon worden door een handvol onbeschaafde Franken, is veel minder belangrijk dan dat de wiskunde uit de oudheid door de Arabieren is bewaard, dat zij de algebra hebben uitgevonden of overgenomen van de Indiërs en dat zij de astronomie hebben ontwikkeld tot een in de oudheid ongekend hoog niveau.
Namen als al-Kwarizmi en al-Karadji zijn heel wat belangrijker dan die van de Koerd Saladin, maar wie een gemiddeld Arabisch geschiedenisboek opslaat, vindt wel de laatste maar niet de eersten. Wie over de echte figuren van wereldbelang uit de vroege moslim beschaving iets te weten wil komen, kan in het algemeen beter terecht bij westerse universiteiten dan in het Midden Oosten en dat is toch betreurenswaardig.
Men zou de Arabieren meer zelfrespect en minder fantasie toewensen.
Meer discipline en zin in werken en meer eerbied voor de waarheid. Dat zou het hun gemakkelijker maken om de rechtmatige plaats te claimen die hun voorouders in de geschiedenis hebben verdiend.
[1] Inferno, 28e canto.
[2] De verovering van Bagdad en het Aziatische gebied van de islam door de Mongolen heeft de beschaving in de Dar al Islam een klap toegebracht, die zij nooit meer te boven is gekomen. Juist omdat de moslim zijn gevoel van eigenwaarde zo zoekt in het gebruik van geweld, is de vernedering van deze nederlaag kennelijk te veel geweest.

De nederzettingen en het internationaal recht
Bron: website BZ Israël
19 januari 2016
Pogingen om Joodse vestiging in het gebied van de Westoever (het oude Judea en Samaria) als illegaal en van ‘koloniaal’ karakter te presenteren, negeren de complexiteit van dit vraagstuk, de geschiedenis van het land en de unieke juridische omstandigheden van deze zaak.
De historische context
Joodse vestiging in het gebied van het oude Judea en Samaria (de Westoever) wordt vaak voorgesteld als louter een modern verschijnsel. In feite heeft de Joodse aanwezigheid in dit gebied duizenden jaren bestaan en werd erkend als legitiem in het ‘Mandaat voor Palestina’ aangenomen door de Volkenbond (voorloper van de VN) in 1922, dat voorzieningen trof voor de vestiging van een Joodse Staat in het oude thuisland van het Joodse volk.
Na erkenning van de ‘historische verbondenheid van het Joodse volk met Palestina’ en ‘de gronden om hun nationaal tehuis te herstellen’ bepaalt het Mandaat specifiek het volgende in Artikel 6:
‘Het Bestuur van Palestina, onder garantie dat de rechten en positie van andere delen van de bevolking niet worden geschaad, zal Joodse immigratie bevorderen onder passende omstandigheden en zal, in nauwe samenwerking met het Joods Agentschap genoemd in Artikel 4, aaneengesloten vestiging door Joden in het land aanmoedigen, ook op land in staatseigendom dat niet is vereist voor publiek gebruik’.
Sommige Joodse nederzettingen, zoals Hebron, bestonden al tijdens de eeuwen van het Ottomaanse bewind, terwijl nederzettingen zoals Neve Ya’akov ten noorden van Jeruzalem, het Gush Etzionblok in zuidelijk Judea en gemeenschappen ten noorden van de Dode Zee werden gesticht onder het Britse Mandaatsbestuur voorafgaand aan de stichting van de Staat Israël en in overeenstemming met het Mandaat van de Volkenbond.
Veel huidige Israëlische nederzettingen zijn in feite opnieuw gesticht op plaatsen die het tehuis waren van Joodse gemeenschappen in vorige generaties als uitdrukking van de diepe historische en blijvende verbondenheid van het Joodse volk met dit land – de wieg van de Joodse beschaving en de plaats van sleutelgebeurtenissen uit de Bijbel. Een aanzienlijk aantal bevindt zich op plaatsen waar eerdere Joodse gemeenschappen met geweld werden verdreven door Arabische legers of milities, of afgeslacht, zoals het geval was met de oude Joodse gemeenschap van Hebron in 1929.
In meer dan duizend jaar was het enige bestuur dat Joodse vestiging in deze gebieden verboden heeft het Jordaanse bezettingsbestuur, dat tijdens de 19 jaar van zijn bewind (1948 – 1967) het verkopen van land aan Joden tot halsmisdaad verklaarde.
Het recht van Joden om in deze gebieden huizen te bouwen en de private juridische eigendomsrechten op land die waren verworven, konden niet juridisch ongedaan worden gemaakt door de Jordaanse bezetting – die het resultaat was van hun onwettige gewapende invasie van Israël in 1948 en nooit internationaal werd erkend als legitiem – en zulke rechten en eigendomsrechten blijven geldig tot op vandaag.
Om kort te gaan, de poging om Joodse gemeenschappen op de Westoever af te schilderen als een nieuwe vorm van ‘koloniale’ vestiging in het land van een vreemde mogendheid is even onoprecht als politiek gemotiveerd. Op geen enkel moment in de geschiedenis waren Jeruzalem en de Westoever onderworpen aan een Palestijns-Arabische zelfstandige staat. Aan de orde is het recht van Joden om te wonen in hun oude thuisland, naast Palestijns-Arabische gemeenschappen, als uitdrukking van de verbondenheid van beide volken met dit land.
Internationaal humanitair recht op de Westoever en in de Gazastrook
Internationaal Humanitair Recht en de Wetten van Gewapend Conflict verbieden het overbrengen van delen van de bevolking van een staat naar het gebied van een andere staat die het heeft bezet als resultaat van het gebruik van gewapende macht. Dit principe, dat is weergegeven in Artikel 49(6) van de Vierde Geneefse Conventie (1949), was opgesteld onmiddellijk volgend op de Tweede Wereldoorlog en als reactie op specifieke gebeurtenissen die zich hadden voorgedaan tijdens die oorlog.
Zoals het gezaghebbende commentaar van het Internationale Rode Kruis op de Conventie bevestigt, was het principe bedoeld om de plaatselijke bevolking te beschermen tegen deportatie, inclusief het in gevaar brengen van hun onderscheiden bestaan als ras, zoals gebeurde met betrekking tot de gedwongen volksverhuizingen in Tsjecho-Slowakije, Polen en Hongarije voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Geheel los van de vraag of de Vierde Geneefse Conventie juridisch gezien betrekking heeft op gebied zoals de Westoever waarover geen voorgaand wettig bewind was, komt de kwestie dat Joden vrijwillig huizen bouwen en gemeenschappen stichten in hun oude thuisland en naast Palestijnse gemeenschappen niet overeen met het soort volksverhuizingen zoals bedoeld in Artikel 49 (6).
Zoals Professor Eugene Rostow, de vroegere VS-onderminister van Buitenlandse Zaken belast met politieke zaken geschreven heeft: ‘Het Joodse recht op vestiging in het gebied is in elk opzicht gelijk aan het recht van de locale bevolking om daar te wonen’ (AJIL, 1990, vol 84, p.72). De voorziening van Artikel 49 (6) met betrekking tot gedwongen volksverhuizing naar bezet gebied van een soevereine staat moet niet gezien worden als een verbod dat individuele personen vrijwillig terug gaan naar steden en dorpen waaruit zij, of hun voorouders met geweld zijn verdreven. Ook verbiedt het niet dat individuele personen verhuizen naar land dat niet onder het wettig bewind stond van enige staat en dat geen onderwerp was van privé-eigendom.
Wat dit betreft moet opgemerkt worden dat Israëlische nederzettingen op de Westoever pas zijn gesticht na een grondig onderzoeksproces onder toezicht van het Opperste Gerechtshof van Israël, met recht van appèl, ontworpen om er zeker van te zijn dat er niet onwettig gemeenschappen gesticht zouden worden op privé grondgebied.
Zoals de nederzettingen de voorwaarden van Artikel 49 (6) van de Vierde Geneefse Conventie niet overtreden, zo vormen ze ook geen ‘ernstige schending’ van de Vierde Geneefse Conventie met betrekking tot ‘oorlogsmisdaden’ zoals sommigen beweren. In feite – zelfs volgens de visie dat deze nederzettingen niet in overeenstemming zijn met Artikel 49 (6)- werd de notie dat zulke overtredingen een ‘ernstige schending’ of een ‘oorlogsmisdaad’ vormen pas geïntroduceerd (als gevolg van politieke druk door Arabische staten) in de Aanvullende Protocollen van de Geneefse Conventies van 1977, waarin toonaangevende staten inclusief Israël geen partij zijn en die in dit opzicht geen internationaal gewoonterecht vormen.
In juridische termen kan de Westoever het best gezien worden als gebied waarover tegenstrijdige aanspraken bestaan die moeten worden opgelost in onderhandelingen van een vredesproces – en inderdaad hebben zowel de Israëlische als de Palestijnse partij zich verplicht tot dit principe. Israël heeft geldige aanspraken van eigendomsrecht in dit gebied niet alleen gebaseerd op de historische Joodse verbondenheid ermee en langdurige bewoning in dit land, zijn bestemming als onderdeel van de Joodse Staat onder het Mandaat van de Volkenbond en Israëls erkende recht op veilige grenzen, maar ook vanwege het feit dat het gebied hiervoor niet viel onder het wettige bewind van enige staat en onder Israëlische controle kwam in een oorlog ter zelfverdediging. Tegelijkertijd erkent Israël dat Palestijnen eveneens aanspraken hebben met betrekking tot dit gebied. Het is om deze reden dat de twee partijen nadrukkelijk zijn overeen gekomen om de uitstaande geschilpunten, inclusief de toekomst van de nederzettingen, op te lossen in directe wederzijdse onderhandelingen waaraan Israël blijft vast houden.
Israëlisch-Palestijnse overeenkomsten
De wederzijdse overeenkomsten die gesloten zijn tussen Israël en de Palestijnen en die hun onderlinge verhoudingen regelen, bevatten geen verbod op het bouwen of uitbreiden van nederzettingen. Integendeel, er werd speciaal in voorzien dat het vraagstuk van de nederzettingen gereserveerd blijft voor de onderhandelingen over een permanente status wat weergeeft dat beide partijen het eens zijn dat dit vraagstuk alleen kan worden opgelost tezamen met andere zaken m.b.t een permanente regeling, zoals grenzen en veiligheid. De partijen kwamen daadwerkelijk uitdrukkelijk overeen – in het Israëlisch-Palestijnse Interimakkoord van 1995 – dat de Palestijnse Autoriteit geen zeggenschap of controle heeft over de nederzettingen of Israëli’s en dat de nederzettingen vallen onder exclusieve Israëlische rechtsbevoegdheid in afwachting van het sluiten van een permanente statusovereenkomst.
De beschuldiging is geuit dat het verbod, beschreven in de Interimovereenkomst (Artikel 31 (7), tegen eenzijdige stappen die de ‘status’ van de Westoever en de Gazastrook veranderen een ban op activiteit met betrekking tot de nederzettingen inhoudt. Dit standpunt is ongegrond. Dit verbod werd overeengekomen om te voorkomen dat één van de partijen stappen zou ondernemen die tot doel hebben de wettelijke status van dit gebied te veranderen (zoals annexatie of eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring), in afwachting van de uitkomst van de onderhandelingen over de permanente status. Als dit verbod betrekking zou hebben op bouwen – en gegeven dat de voorziening zo is ontworpen dat beide partijen er in gelijke mate onder vallen – zou het leiden tot de twijfelachtige interpretatie dat geen van de partijen toestemming heeft huizen te bouwen om tegemoet te komen aan de behoeften van hun respectievelijke gemeenschappen tot de permanente statusonderhandelingen succesvol zijn afgerond.
In dit opzicht was Israëls beslissing om alle nederzettingen in de Gazastrook en sommige in het noorden van de Westoever te ontmantelen in het kader van het terugtrekkingsplan van 2005 een eenzijdige Israëlische maatregel in plaats van het nakomen van een wettelijke verplichting.
Conclusies
Pogingen om Joodse nederzettingen in het oude Judea en Samaria (Westoever) als illegaal en ‘koloniaal’ van karakter voor te stellen gaan voorbij aan de complexiteit van dit vraagstuk, de geschiedenis van het land en de unieke juridische omstandigheden van deze zaak.
Joodse gemeenschappen in dit gebied hebben sinds onheuglijke tijden bestaan en brengen de diepe verbondenheid tot uitdrukking van het Joodse volk met het land dat de wieg is van hun beschaving zoals bevestigd door het Mandaat voor Palestina van de Volkenbond en waarvan zij of hun voorouders werden verdreven.
Het verbod tegen het met geweld overbrengen van burgers naar het gebied van een bezette staat onder de Vierde Geneefse Conventie was niet bedoeld om verbonden te worden met de omstandigheden van vrijwillige Joodse vestiging op de Westoever op wettig verkregen land dat niet behoorde tot een eerder wettig bewind en dat bestemd was als deel van de Joodse Staat onder het Mandaat van de Volkenbond.
Wederzijdse Israëlisch-Palestijnse overeenkomsten bevestigen specifiek dat nederzettingen vallen onder overeengekomen en exclusieve Israëlische rechtsbevoegdheid in afwachting van de uitkomst van vredesonderhandelingen en verbieden activiteit met betrekking tot de nederzettingen niet.
Israël blijft zich inzetten voor vredesonderhandelingen zonder voorwaarden vooraf ten einde alle uitstaande geschilpunten en tegenstrijdige aanspraken op te lossen. Het blijft de Palestijnen vragen om op gelijke wijze te antwoorden. Hopelijk dat zulke onderhandelingen resulteren in een onderschreven veilige en vreedzame oplossing die een wettelijke uitdrukking zal zijn van de verbondenheid van zowel Joden en Palestijnen aan dit oude land.

Dialoog is geen oplossing voor het Palestijns-Israëlisch conflict
Tijd voor enkele nuchtere conclusies
3 februari 2016
Door: David Pinto. Prof. dr. David Pinto is expert migratie, inburgering en diversiteit en de grondlegger van het Inter Cultureel Instituut.
Eén van de bronnen voor de misdragingen, terreur- en moordaanslagen van islamitische jongeren jegens joden, ook in Israël is het conflict met de Palestijnen. Deze jongeren worden gevoed door hatelijke, maar ook onjuiste, misleidende en contraproductieve denkbeelden. Tijd voor nuchterheid. Want als je nuchter de berichtgeving, de vele analyses, commentaren, beschouwingen, discussies en demonstraties over het Palestijns-Israëlisch conflict volgt, dienen de volgende conclusies zich aan:
Drie conclusies
1. De kampen voor en tegen zijn zozeer overtuigd van hun eigen standpunten dat het een illusie is te verwachten dat de een de ander kan overtuigen. Het zijn monologen. De strijdende partijen hebben hier niets aan. En de sympathisanten buiten de regio versterken hierdoor alleen maar animositeit, haat en agressie van partijen jegens elkaar.
2. De gehanteerde argumenten over en weer berusten op selectieve dan wel onjuiste, fragmentarische gegevens en feiten. Alleen het leed van Palestijnen, maar niet de misstanden van Hamas en andere terroristen groots in de media etaleren doet geen recht aan de werkelijkheid en helpt niemand.
3. Wij zijn in Nederland dol op ‘dialoog’ tot het vervelendste toe. En de menselijke hebbelijkheid van ‘toeschrijving’ (de attributietheorie), zorgt voor de illusie dat dialoog dé oplossing is overal, ook daar waar totaal andere normen en waarden gelden en waar ‘dialoog’ wordt ervaren als zwakte, zoals bij de premoderne gebieden.
Israël zal nooit en te nimmer ophouden te bestaan
Is het dan toch wel mogelijk een halte toe te roepen aan deze ellende? Dat kan, indien a) geen westerse, moderne oplossingen worden aangedragen voor deze oosterse (premoderne) regio, en b) uit de gaan van vaststaande gegevens en realiteiten die nu eenmaal daar zijn.
Om met het laatste te beginnen. Hoe hard en pijnlijk ook voor velen, Israël zal nooit en te nimmer meer ophouden te bestaan. Israël zal blijven vechten voor haar bestaan en de bescherming van haar burgers kost wat het kost. Israël is ontstaan op een plek waar het joodse volk historische band mee heeft, nog vóór Koning David zelfs. Op grond ook, die individuele socialisten kochten in de negentiende eeuw. Van niemand geroofd. Het was toen een provincie van het Ottomaanse Rijk. Er is nooit een land Palestina geweest!
Blijven jammeren over jouw verlies lost niets op
Toen Israël nog maar 1 dag oud was in mei 1948 werd zij aangevallen door de omringende Arabische staten. Israël versloeg ze. Israël heeft daarna ook alle andere oorlogen (1956, 1967, 1973) gewonnen en zal dat telkenmale doen. Immers, zij wordt alsmaar beter en sterker. In 1967 won Israël de oorlog tegen Egypte, Syrië, Jordanië in slechts zes dagen en veroverde/bevrijdde diverse gebieden. Dat is oorlog. Je wint of je verliest. Hoezo ‘betwiste gebieden’, zoals de VN die noemt. Blijven jammeren over jouw verlies is bizar en lost niets op.
Israëlische soldaten zullen het altijd vreselijk vinden om een kind dood te schieten. Memorabel is wat voormalig Israëlische premier Golda Meïr tegen Nasser zei: ‘Dat je onze jongens doodt is tot daaraan toe. Dat je ons dwingt jullie jongens te doden vinden wij verschrikkelijk.’
Als een Palestijn een kind op schoot neemt en dan op Israëlische soldaten schiet, hoe vreselijk ook het dilemma, zoals door de Israëlisch schrijver Amos Oz is geschetst, eigen leven en dat van eigen kinderen gaan zeker voor. Alle hatelijke initiatieven van diverse clubs en foute figuren, alle demonstraties en protesten ten spijt. Internationale protesten tegen de Vietnamoorlog hebben effect gehad. Maar Amerikaanse soldaten vochten niet tegen de dreiging van hun land. Verspilde energie dus van uitgesproken antisemieten als Dries van Agt, Anja Meulenbelt, Hans van den Broek, Harry van Bommel, Jaap Burger, Harry de Winter en hun infame club ‘Een Ander Antisemitisch Joods Geluid’ en anderen.
De superioriteit van joden en hun piepkleine joodse staat
Een ander bikkelhard feit is ook dat religieuze moslims enerzijds joden blijven haten om daarmee het voorbeeld van hun profeet Mohammed te volgen en anderzijds zullen zij en hun (seculiere) broeders en zusters nooit en te nimmer berusten met de hegemonie, de superioriteit van joden en hun piepkleine joodse staat. Zij ervaren dat als vernederend en dat tast hun eer en aanzien aan, heel diep. Geen dialoog kan daar wat aan doen. Wat voor zin heeft ‘gesprek’ met iemand die slechts jouw dood wenst?
Twee opties
Zo bezien, zijn er twee opties: Arabieren/moslims geven de strijd niet op en zullen steeds weer verliezen. De ‘suïcidale Palestijnse politiek’, in de woorden van historicus Dirk-Jan van Baar. Of ze leggen zich bij de onvermijdelijke realiteit van een sterk Israël neer.
Stoppen met het aanvallen van burgers, burgerdoelen en andere zinloze hatelijke acties. Werken aan de ontwikkeling van de thans bestaande twee halve staten, op de westelijke Jordaanoever en in Gaza. Dan ontstaat er ruimte ook in het Palestijnse kamp om energie, tijd, inspanning en geld te besteden aan onderwijs en educatie van hun kinderen voor realistische, haalbare en vreedzame doelen in plaats van aan raketten, haat, destructie en bederf.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 23 februari 2016 op zijn website (https://akasdorp.wordpress.com)
Westerse problemen met moslims
We hebben momenteel twee grote problemen die in hoofdzaak door moslims worden veroorzaakt. Dat is het Palestijnse probleem in het Midden Oosten en een tsunami aan oorlogs- en economische vluchtelingen die de laatste paar jaar Europa overspoelt.
Een twee-staten oplossing in Palestina is nu wel definitief als mislukt te beschouwen.
De moordpartijen van de laatste maanden worden door Abbas als ‘een vreedzame revolutie’ aangemerkt en hij staat persoonlijk achter die terreur, zegt hij. Hij is met andere woorden niet bereid er wat aan te doen. Misschien kan hij dat ook wel niet, zonder een opstand in de eigen gelederen te veroorzaken. Het zijn immers niet in de eerste plaats de Arabische regimes die het Palestijnse probleem veroorzaken, het is de Arabische bevolking; de regimes doen er vooral uit zelfbescherming aan mee.
Dat houdt in dat de westerse mogendheden zullen moeten bedenken hoe een massa emigratie kan worden georganiseerd van Palestijnen uit Gaza en de West Bank naar veiliger gebieden in Arabië.
Ik denk dat er eerst opvangcentra zullen moeten worden gebouwd bij voorkeur ergens in Saoedie Arabië en dat vervolgens transport in gereedheid zal moeten worden gebracht. Een of twee spoorlijnen naar Eilat moeten er worden aangelegd en vandaar scheepstransport georganiseerd naar de eindbestemming. Een plaats ergens in de buurt van Jeddah lijkt het meeste geschikt.
Als met de Saoedi’s geen overeen stemming kan worden bereikt en ook geen andere naburige Arabische staat onderdak wil bieden zal een korte oorlog nodig zijn om het nodige gebied voor de emigratie te veroveren en om verzet biedende Arabische krachten uit te schakelen. Eventueel zou daarbij Mekka veroverd kunnen worden om als vuistpand te dienen bij de noodzakelijke onderhandelingen.
Als de opvang en het transport klaar staan zal de toevoer van water en levensmiddelen naar de Palestijnse gebieden moeten worden afgeknepen maar wel volop worden verstrekt op de trein naar Eilat en op de verzamelpunten voor de treinen.
Als eenmaal alle Palestijnen uit de West Bank en Gaza naar hun nieuwe woonplaatsen zijn gebracht, moeten ook de Palestijnen, die in de vluchtelingen kampen in andere Arabische landen verblijven, in staat worden gesteld zich bij hen aan te sluiten.
De financiering zou kunnen plaats vinden uit de olie royalty’s die door het westen een tijd lang niet meer aan de Arabische oliestaten zullen moeten worden betaald maar aan de organisatie die de opvang en het vervoer van de Palestijnen regelt. Ook de fondsen die vrij komen omdat de vluchtelingen in de kampen niet meer onderhouden hoeven te worden komen voor dit doel beschikbaar.
Als de oliestaten hun medewerking weigeren zullen ze gewapenderhand tot rede moeten worden gebracht. Als de olievoorziening als gevolg van het conflict stokt zal een uitbreiding van de productie in Rusland en de VS in tekorten moeten voorzien. De voorbereiding op de actie zal om deze en andere redenen heel gedetailleerd en zorgvuldig moeten zijn.
In dit verband zou het goed zijn als tussen Rusland en de westerse mogendheden overeenstemming werd bereikt om, vanaf het moment dat het besluit genomen wordt het Palestijnse probleem gezamenlijk te gaan aanpakken, ook geen wapens of ander oorlogstuig meer te leveren aan Arabieren.
Landen in het westen, zoals Frankrijk, waar grote moslim minderheden leven moeten er zich op voorbereiden dat er ook binnenlands onlusten kunnen ontstaan. Daarop dient men zich zowel juridisch als militair goed voor te bereiden. Als de lokale moslims zich niet bij de oplossing in het Midden Oosten neerleggen zullen ook zij uit Europa en de rest van de westerse wereld moeten worden verwijderd en zal de aanpak van het Palestijnse probleem in Europa moeten worden herhaald door evacuatie van moslims naar opvangcentra, waarschijnlijk dan ergens in de Sahara.
Daar zullen we dan de komende tientallen jaren wel druk mee bezig zijn en een prettig vooruitzicht is dat niet, maar beter nu, dan nog een halve eeuw later. Wanneer op korte termijn geen ingrijpende maatregelen worden genomen kunnen de problemen met moslims echt uit de hand gaan lopen.
In wezen is het probleem in al zijn vertakkingen het beste te zien als een aspect van het wereld demografische probleem. Niet alleen de jongste ‘Palestijnse vreedzame revolutie’, ook de massale immigratie uit Afrika bezuiden de Sahara en uit Arabië naar Noord West Europa is er onderdeel van en geen van beide problemen kan worden opgelost met pappen en nat houden.
De in het westen aanwezige moslims die bereid zijn te integreren moeten daar de kans voor krijgen. Maar nieuwe toevoer uit het Midden Oosten moet worden gestopt. Wie niet kan of wil integreren moet weer weg.
Doen we dat niet en blijft de stroom hierheen aanhouden dan is het probleem over een jaar of tien of twintig onoplosbaar geworden.
Nu is de militaire overmacht van het westen en Rusland tezamen nog zo groot dat de rest van de wereld zich tegen die twee niet met succes kan verzetten.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 30 maart 2016 op zijn website (https://akasdorp.wordpress.com)
De onaanvaardbare oplossing
Toen Geert Wilders een paar jaar geleden een artikel schreef over het Joods- Arabische probleem en voorstelde om Palestina te splitsen in een gebied ten oosten van de Jordaan voor de Palestijnen en de Jordaniërs en ten westen ervan voor de Joden, zweeg de publiciteit eerst stil. Die opvatting werd als extreem rechts beschouwd en reageren daarom als overbodig. Mijn oplossing zou nog rechtser zijn dan die van Wilders: creëer een nieuw Palestijns gebied ergens halverwege het Arabisch schiereiland, in de buurt van Jeddah bijvoorbeeld. Besteed de miljarden dollars per jaar die nu wordt gebruikt voor het in stand houden van vluchtelingenkampen en het voeden van de vluchtelingen een paar jaar lang aan het opzetten van een infrastructuur daar en voor het transport van de vluchtelingen. Dan is het probleem voor eens en altijd opgelost. Maar op het voorstel van Wilders werd in eerste instantie niet gereageerd en het mijne, dat ik ook wel eens eerder heb gepubliceerd, evenmin.
Zes jaar geleden reageerde de journalist Carl Stellweg uiteindelijk wel op Wilders in de Volkskrant. Dat deed hij met een rustig en afgewogen antwoord.
De oplossing van Wilders kon niet slagen, meende hij, omdat de Jordaanse Koninklijke familie het er niet mee eens zou zijn en omdat de oplossing bovendien te veel op een etnische zuivering zou lijken. Hij vroeg zich af of Wilders zich wel gerealiseerd had dat het hele idee van een Joodse staat eigenlijk in strijd komt met fundamentele Europese waarden.
Dat zijn dus drie argumenten waarvan de laatste twee in elkaars verlengde liggen.
Dat de Jordaanse koning en zijn Bedoeïenen aanhang niet zullen instemmen met de oplossing ligt voor de hand. Zij vormen nu al een minderheid in eigen land en zouden het na een toestroom van zes miljoen extra Palestijnen voor gezien kunnen houden. Dat de verhuizing van de West-Palestijnse Arabieren naar Oost Palestina een etnische zuivering zou zijn valt niet te ontkennen en ook niet dat de Joodse staat op een etnisch uitgangspunt is gebaseerd. Ik denk ook dat Stellweg gelijk heeft dat een en ander in strijd komt met een fundamentele westerse waarde.
Het zou in onze ogen veel beter zijn geweest wanneer in 1948 in Palestina een land was ontstaan waar Joden en Arabieren vreedzaam samen hadden kunnen leven in een democratische rechtsstaat. Die staat had dan als kern kunnen dienen voor een groei van vrede en voorspoed in het Midden Oosten.
Het leidt weinig twijfel dat een meerderheid van de Joodse inwoners van het gebied toen aan zo’n oplossing de voorkeur zouden hebben gegeven, als zij mogelijk was geweest. Die joodse mensen waren toen westers, net als wij. Maar het Midden Oosten was en is nu nog steeds niet democratisch en men heeft er weinig op met het idee van de rechtsstaat. In het hele gebied is buiten Israël nog steeds geen rechtsstaat te vinden. Dus die oplossing was er toen niet en is er nu nog steeds niet.
Bovendien leefden we in 1948 in de slagschaduw van de holocaust. Het dringende probleem van dat moment was dat er een land kwam waar Joden zich veilig konden voelen, of in elk geval beschermd door een overheid waar voor honderd procent op viel te rekenen.
Terecht voert Stellweg aan dat het niet aangaat dat van dit joodse probleem de inheemse Arabieren en hun nakomelingen het slachtoffer zijn geworden.
Daarmee is het Midden Oosten probleem en zijn onoplosbaarheid in een nutshell geschetst. Het is een kwestie van twee kwaden die tegen elkaar zijn afgewogen en waarbij wij indertijd voor de joodse kant hebben gekozen. Vooral ook, denk ik, omdat de Arabieren in de tweede wereldoorlog massaal de kant van Hitler hadden gekozen en we in die eerste naoorlogse jaren niet zoveel met nazi’s en hun trawanten hadden.
Stellweg kent het Midden Oosten wel en hij weet dus dat de Europese waarden waarop hij een beroep doet in de Arabische landen niet gelden. Ze worden wel aangeroepen als het in iemands kraam te pas komt, maar ze vormen geen dagelijkse richtlijn voor gedrag. De vreedzame samenleving waar westerse joden in de veertiger jaren van droomden heeft in het Midden Oosten uitsluitend vorm gekregen binnen de grenzen van Israël, d.w.z. van een etnisch Joodse staat. Dat klinkt paradoxaal en dat is het ook. De Joodse staat is gefundeerd op twee tegenstrijdige uitgangspunten, ze is tegelijkertijd democratisch en etnisch, maar ze is wel het beste wat er in het Midden Oosten is te krijgen. Zelfs de Israëlische Arabieren hebben het er beter dan hun broeders in de omringende landen.
Ja, zegt U dan misschien, zoals de zwarten het onder de Apartheid beter hadden dan de mensen in de buurlanden, want waarom trokken die anders massaal naar Zuid Afrika in die dagen? En dat is allemaal juist. Arabieren zijn tweederangs burgers in Israël en niemand verdraagt het gemakkelijk om tweederangs te zijn, alleen: honger, oorlog, geweld en ziekte zijn erger.
We hebben nog steeds te kiezen tussen twee kwaden en voor die keuze is geen rationele richtlijn te geven. Als ik hem moet maken dan weegt bij mij zwaar dat het de Arabieren zijn geweest die een vreedzame samenleving steeds hebben afgewezen en dat het gebied dat Israël claimt de helft kleiner is dan Nederland en zonder de Negev-woestijn niet veel groter is dan de provincie Noord Brabant. Arabië, daarentegen is groter dan Europa en alleen oostelijk Palestina is al vier keer zo groot als Israël.
Met de religieuze argumenten die van weerskanten worden aangedragen kan ik niet zo veel en die weeg ik daarom niet mee, al ben ik me ervan bewust dat voor gelovige mensen dat soort argumenten zwaar wegen. Nationalistische of etnische argumenten kan ik beter volgen. Wie, als hij kan kiezen tussen Israël en Arabië, voor de laatste etniciteit kiest, is voor mij onbegrijpelijk. Alle Arabieren die ik ken zitten liever in een westers land als de VS of in Australië of West Europa. Gezien de migratiepatronen in de wereld maken veel mensen in het Midden Oosten dezelfde keuze.
Een etnisch Joodse staat moet gezien worden als het minste kwaad en daarom als de beste keuze die in het Midden Oosten voorhanden is. Gezien de manier waarop kolonisten en Israëlische soldaten zich de laatste weken ten opzichte van Palestijnen gedragen is men in Israël hard bezig de in het Midden Oosten geldende normen en waarden over te nemen en mag men daarom verwachten dat het probleem zich op den duur langs die weg wel op zou kunnen lossen: Israël als een Midden Oosten staat als iedere andere.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 21 april 2016 op zijn website (https://akasdorp.wordpress.com)
De twee standpunten in het Midden Oosten
Verkiezingen worden tegenwoordig in Israël door de Likud of door nog rechtsere partijen gewonnen. Rechts is in Israël aan de winnende hand sinds Camp David. Vanaf die mislukking heeft men in Israël de moed opgegeven dat het nog ooit iets ging worden met de vrede.
Robert Malley, assistent van president Clinton voor aangelegenheden betreffende het Midden Oosten kwam in een artikel in de New York Times later nog eens terug op het standpunt dat Clinton en hijzelf ingenomen hadden na afloop van de Camp David besprekingen een jaar eerder. Dat eerdere standpunt was erg negatief geweest over de houding van de Palestijnen.
Toen heette het dat de schuld voor het mislukken van het overleg alleen bij Arafat lag. Nu bleek dat volgens Malley eerder een mythe te zijn geweest en had Arafat wel degelijk belangrijke concessies gedaan tijdens de laatste ronde onderhandelingen voorafgaande aan de Intifada.
Die concessie, die Malley niet specificeerde of zelfs maar aanduidde, kwamen er waarschijnlijk erop neer dat Arafat bereid was geweest het bestaan van joden te erkennen. Wat het belang was van deze concessies is op het eerste gezicht niet erg duidelijk. Daarvoor moet iemand de geschiedenis van het conflict misschien beter kennen. Dit is de achtergrond vanuit joodse kant bekeken.
Kort na de tweede wereldoorlog kwam in de VN een opsplitsing tot stand van het Britse mandaatgebied Palestina. Een deel werd aan de Joodse en een deel aan de Arabische bewoners toegewezen die elk hun eigen staat mochten vestigen. De joden accepteerden het besluit van de Verenigde Naties, de Arabieren weigerden het te aanvaarden en reageerden door vanuit vijf verschillende buurlanden troepen naar het mandaatgebied te sturen en de Arabische inwoners op roepen het oorlogsgebied te verlaten. De oorlog had een groot aantal Arabische vluchtelingen tot gevolg en eindigde uiteindelijk in een wapenstilstand, die de joden in de gelegenheid stelde de staat Israël te stichten op hun deel van het mandaatgebied. De Jordaniërs kregen de rest en die lieten de Palestijnen met lege handen achter. Door de wapenstilstand bleef de oude stad van Jeruzalem en de Westoever van de Jordaan in handen het Hashemitische koninkrijk. Het Jordaanse leger was bewapend en geoefend door Groot Brittannië en stond onder commando van een Britse generaal. Het was verreweg het effectiefste van de vijf Arabische legers. In de tijd van de Jordaanse bezetting tussen 1948 en 1967 is de joodse wijk van Jeruzalem verwoest en zijn joodse kerkhoven en heiligdommen geschonden. Joden hadden geen toegang meer tot hun religieuze plaatsen, voor zover die onder Jordaans bewind stonden.
Van de Joden die eerder op de Westoever, in later door Jordanië bezet gebied leefden, bleven er maar weinig achter. Hetzelfde geldt voor Joden die woonden in de andere Arabische landen in het Midden Oosten en in de Maghreb. Ook veel tijdens de oorlog achtergebleven Arabieren vluchtten toen uit het Israëlische gedeelte van Palestina naar de Westoever en Jordanië of naar andere Arabische buurlanden. Er kwam een volksverhuizing tot stand vergelijkbaar met die in Europa aan het einde van de tweede wereldoorlog, maar met één groot verschil: in Israël werden net als in Europa de vluchtelingen geïntegreerd in het asielland. In Arabië bleven de vluchtelingen in kampen wonen, verzorgd door de VN en gevoed met een dagelijks dieet van haat tegen Israël. De teksten van schoolboekjes, van religieuze voorlezingen en van de dagelijkse radio-uitzendingen zouden vanwege hun platte antisemitisme in Nederland en andere westerse landen tot strafrechtelijke vervolging leiden. Ze staan vol raciale propaganda en roepen op tot moord en vervolging van Israëliërs en Joden wereldwijd.
In 1967 sloot Egypte de toegang af tot de golf van Akaba en daarmee de zeeweg van Israël naar Azië en Afrika. Egyptische troepen bezetten in strijd met de wapenstilstandsovereenkomst van 1956 stellingen aan de grens met Israël. De radiozenders van Egypte, Syrië en andere Arabische landen riepen op tot de heilige oorlog. President Johnson van Amerika weigerde in te grijpen en Israël ging met de moed der wanhoop de strijd aan tegen de veel sterker bewapende legers van de Arabieren. Tegen iedere verwachting in won Israël die strijd en wist het ook de Jordaniërs te verdrijven uit het door hen bezette deel van het mandaatgebied. Onder militaire dreiging van de Sovjet Unie kwam vervolgens een voor de Arabieren voordelige wapenstilstand tot stand, waarbij Israël toezegde om in het kader van een vredesregeling zich terug te trekken uit de Sinaï en uit de eerder door de Jordaniërs bezet gehouden gebieden met uitzondering van Jeruzalem. De Arabieren weigerden over zo’n vredesregeling te onderhandelen en trokken in 1973 opnieuw ten strijde. Na een paar vroege successen bij het Suezkanaal verloren de Arabieren de strijd en weer dwong Rusland een wapenstilstand af. Ditmaal leidde die wel tot vredesbesprekingen, eerst tussen Egypte en Israël en later ook tussen Israël en Jordanië. Jordanië had intussen haar aanspraken op Palestina afgestaan aan de Palestijnen en dezen claimen nu op grond van de eerder door hen verworpen verdeling van de VN de eigen staat op de Westoever en in Oost Jeruzalem.
Israël was in 1948 blij geweest met een verdeling zoals die door de VN werd voorgesteld. De Arabieren gokten erop dat ze heel Palestina konden veroveren en verloren die strijd, zodat Israël groter werd dan in het oorspronkelijke verdelingsplan bedoelde. Moreel hebben de Arabieren door hun agressie oorlog alle aanspraken op een deel van het westelijk mandaatgebied verspeeld. Hun claims zijn niet beter dan die van Duitsland op delen van Rusland, Polen en Tsjechië en slechter dan die van Hongarije op delen van Roemenië, Slowakije of Joegoslavië. Als de Arabieren bereid waren geweest in vrede met hun joodse buren te leven zou ook het vluchtelingen probleem oplosbaar zijn geweest. Bij iedere gelegenheid dat zij voor de keuze stonden hebben ze gekozen voor de wapens ter verdediging van hun ongelijk.
Als er dus sprake is geweest van politieke concessies in het verleden dan kwamen die allemaal van Israël. Israël wilde vrede en de Arabische buurlanden eisten als prijs voor de vrede een zelfstandige staat voor de Palestijnen. Veel mensen in Europa menen ten onrechte dat eerst de oorlogen kwamen en toen de haat. Dat is niet zo. De haat van de Arabieren is er al sinds mensenheugenis en die dateert van lang voor de stichting van de staat Israël.
Van Israël vraagt Europa nu om de voortdurende moordaanslagen en de dagelijkse verbale agressie te verdragen en vrede te sluiten met zijn vijanden. Het geven van een autonoom gebied aan de Palestijnen is het nemen van een groot risico. Alleen als tegenover de gevraagde concessies harde vredesgaranties staan zijn zij de moeite van het overwegen waard. Voorlopig is dat niet het geval. Rechten hebben de Arabieren ooit gehad maar verspeeld. Tot nu toe zijn ze geen enkele overeenkomst die er ooit gesloten is nagekomen en zijn al hun garanties waardeloos gebleken.
Dit ongeveer is het standpunt zoals dat tegenwoordig door een meerderheid van de Israëlische bevolking wordt ingenomen. De Arbeiderspartij die vanouds voor vrede met de Palestijnen was, is tien jaar geleden praktisch weggevaagd en speelt nu een ondergeschikte rol in de Israëlische politiek.
Het Palestijnse standpunt is veel simpeler:
Palestina, het hele voormalige mandaatgebied was een Arabisch land, bewoond door Arabieren en deel van het Arabisch gebied sinds de zevende eeuw van de Westerse jaartelling. De kruistochten waren een korte onderbreking maar ook toen was er geen sprake van een joodse, maar van een christelijke staat. Afgezien van een paar kleine getto’s zoals die ook in alle andere delen van de wereld voorkwamen leefden er geen joden in Palestina tot eind negentiende eeuw. Net als de Palestijnse christenen waren ook die Joden in Palestina alleen maar in godsdienstige zin te onderscheiden van andere Palestijnen. Voor het overige waren ook zij Arabieren en deel van de moslim beschaving van het land. Eind negentiende eeuw kwamen onder de invloed van de zionistische beweging Europese joden uit Oost en Midden Europa naar Palestina waar ze zich als kolonisten vestigden. Er werd land gekocht van de grootgrondbezitters met geld uit Europa. De lokale Arabische bevolking werd opzij gezet en was niet langer baas in eigen land. Het verdelingsplan van de VN was de uitvoering van de Balfour declaration. Dit Britse plan was een maatregel van een koloniale bezetter, bedoeld om de Joodse bevolking in westerse landen voor zich in te nemen. Het had niets te maken met een rechtvaardige oplossing van een probleem tussen twee bevolkingsgroepen, want in het begin van de twintigste eeuw woonden er nog nauwelijks Joden in Palestina. Pas na de tweede wereldoorlog en als gevolg van de holocaust, die beide niet door Arabieren zijn veroorzaakt, nam het aantal joodse vluchtelingen uit Europa dramatisch toe. De Balfour declaratie en de daarmee samenhangende verdeling door de VN was nergens anders op gebaseerd dan op onbekendheid van de toenmalig Britse minister met de plaatselijke situatie en op joodse propaganda. Agressie, of die nu plaats vindt met wapens of met geld en koloniale maatregelen, dient niet te worden beloond. Palestina behoort te worden teruggegeven aan zijn rechtmatige bewoners, de Palestijnen.
Tot zover het Palestijnse standpunt. Het was de bedoeling van Clinton en de Amerikaanse onderhandelaars om partijen tot elkaar te brengen en een compromisoplossing te vinden.
In de herziene opvatting van Malley zijn in Camp David belangrijke concessies gedaan door Arafat en de Palestijnen, al meent hij de inhoud daarvan kennelijk geheim te moeten houden. In Israël is men van mening dat Barak meer concessies heeft gedaan dan waar hij mandaat voor had van de Israëlische bevolking. Als deze concessies over en weer niet voldoende bleken om partijen tot elkaar te brengen, dan is er maar een conclusie mogelijk, een compromis zit er niet in.
Hoe moet het conflict worden opgelost als partijen niet vreedzaam met elkaar in hetzelfde territoir willen leven? Het gebied is te klein voor twee vijandige bevolkingsgroepen, niet veel groter dan de Amerikaanse staat Maryland, twee derde van Nederland en voor het overige is het onbewoonbare woestijn. Als er geen ruimte is voor vrede en zo lijkt het nu te zijn, dan moet een van de twee verdwijnen. Wie, dat lijkt me duidelijk. De Arabieren beschikken gezamenlijk over een territoir dat groter is dan Europa, de Joden hebben alleen dat kleine stuk grond waar te vaak om gevochten is. De Arabieren moeten wijken. En als ze dat niet willen moeten de westerse mogendheden ze dwingen.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 2 juni 2016 op zijn website (https://akasdorp.wordpress.com)
Zionisten en hun tegenstanders
Israël bestaat officieel sinds 14 mei 1948, maar officieus veel langer. Herzl en anderen hebben de terugkeer van joden naar hun eigen land gepropageerd sinds het begin van de vorige eeuw en de machthebbers over het gebied, de Britten, hebben rond de eerste wereldoorlog de vervolgde joden in Europa de toezegging gedaan dat ze terug mochten keren.
Aan het begin van de twintigste eeuw waren er maar een paar plekken in Palestina van belang. Dat waren met name Haifa en Jeruzalem, maar daarnaast ook Accra, Nabloes en Gaza. De rest van het land was overwegend moeras of woestijn en dun bevolkt.
Zionist was in die tijd een naam die de joden zelf gaven aan degenen die terugkeerden naar ‘het beloofde land’. Naast de zionisten was er nog een andere groep mensen die naar Palestina immigreerden. Die kwamen uit de omringende landen, vooral uit Syrië, waar de bevolking groeide, maar waar weinig werkgelegenheid was. Door de joodse nederzettingen in Palestina en de financiële steun van Rothschild en anderen ontstond er in Palestina nieuwe werkgelegenheid. Moerassen werden gedempt en woestijnen ontgonnen. De kuststrook raakte opnieuw bewoond en in de vruchtbare gebieden in Galilea en op de West Bank nam de Arabische bevolking in snel tempo toe.
Spanningen tussen joden en Arabieren waren er in die tijd ook al, maar daar stond tegenover dat men elkaar over en weer nodig had. De zionisten hadden behoefte aan arbeidskrachten voor hun projecten en de Arabieren zochten werkgelegenheid. De grond die de joden kochten was in handen geweest van eigenaren in Damascus en Cairo, niet van de plaatselijke boeren, maar rond het meer van Galilea en op de westoever van de Jordaan werden Arabische pachters gedwongen te vertrekken van land dat zij en hun voorouders vanouds hadden bewerkt.
Dat dit tot spanningen leidde is begrijpelijk, al is Palestina natuurlijk niet de enige plek op de wereld waar eigenaren hun land verkopen en aan pachters de huur wordt opgezegd.
Het grote wrijfpunt was toen en nu dat de joden die vanuit Europa naar Palestina kwamen er een andere cultuur op na hielden dan de Arabieren. Niet alleen een andere taal, maar ook een heel andere leefwijze, die in veel opzichten beter was dan die van de Arabieren. Vanaf het begin waren de joden technisch veel beter onderricht, ze produceerden betere producten en wisten die voor meer geld te verkopen. Ze waren met veel minder mensen dan de Arabieren, maar ze leefden op het platteland samen in Kibboetziem, een soort versterkte kampen, waarin ze zich tegenover de Arabieren konden verdedigen, die ook toen al gewapende overvallen pleegden.
Na de tweede wereldoorlog waren er twee omstandigheden die een radicale verandering brachten in de situatie. Het eerste was de holocaust die naast zes miljoen joodse doden ook een groep overlevenden had opgeleverd die voor geen goud in Europa wilde blijven en koste wat kost naar Palestina trokken. Veel van de oorlogsslachtoffers hebben nog een jaar of wat in Engelse kampen doorgebracht op Cyprus en andere plaatsen in het Midden Oosten, voor ze in Palestina werden toegelaten.
De tweede grote verandering was het vertrek van de Britten. Dat vertrek ging gepaard met een besluit van de Verenigde Naties om Palestina op te delen in een joods en een Arabisch deel. De Arabieren reageerden op dit plan met het vaste voornemen om de joden uit hun midden te verwijderen.
De joodse staat werd uitgeroepen en vijf Arabische legers vielen Palestina binnen.
Die eerste oorlog eindigde met een bezetting van de westoever en het oude Jeruzalem door het Arabische legioen en een verovering van de kust, West Jeruzalem en Galilea door de joden.
In het gebied van de nieuwe staat Israël werden nu in snel tempo de joodse vluchtelingen toegelaten. De Arabische bewoners waren in meerderheid gevlucht tijdens de oorlog.
Er bleven Arabieren achter, met name op de plaatsen waar ze ook al voor de komst van de zionisten hadden gewoond, maar die vormden nu een minderheid en de oude symbiose tussen joden en Arabieren was verdwenen. Vanaf dat moment is het eigenlijk een permanente oorlog geweest, die onderbroken is door periodes van wapenstilstand. Voor de Arabieren periodes van reculer pour mieux sauter. Uit alle Arabische landen vertrokken intussen de daar wonende joden, al dan niet gedwongen naar Israël of naar Europa en Amerika.
De meerderheid van de bewoners van Israël zijn nu geen zionisten meer maar gedwongen vluchtelingen uit Arabische landen en intussen ook al weer afstammelingen van vluchtelingen. In Gaza en andere Arabische vluchtelingenkampen zitten nu in overgrote meerderheid mensen die nog nooit in Israël zijn geweest, maar die vluchteling zijn omdat hun ouders en grootouders vluchtelingen waren of omdat ze om andere redenen de status van vluchteling hebben verkregen. Te bedenken valt dat het een status is waar nogal wat materiële voordelen aan verbonden zijn.
Israël is een Fremdkörper in een Arabische omgeving. De vijandschap is in de loop van de vorige eeuw gegroeid en bezegeld door de oorlogen die intussen zijn gevoerd tussen de partijen. Behalve die van ’48 waar van Arabische zijde nog wel een paar overwinningen werden geboekt eindigden ze in forse nederlagen voor de Arabieren. Die oorlogen hebben de vijandschap verder aangewakkerd. Voorlopig ziet het er niet naar uit dat een vreedzame regeling, zoals het westen en de Verenigde Naties die zo graag zouden zien, veel kans van slagen heeft. Arabieren haten joden en willen niet in vrede met ze leven. Die gevoelens worden intussen van joodse zijde beantwoord.
Wat we nodig hebben is duidelijk een cordon sanitaire om Israël heen. De Westoever, Gaza, de Golanhoogten en het zuiden van Libanon zouden het beste kunnen worden ontruimd en voor de mensen die daar nu wonen moet fatsoenlijke leefruimte ergens anders worden gevonden.
Voor de Arabieren is dat geen ideale oplossing. Die zagen liever Israël uit het Midden Oosten verdwijnen, maar dat gaat niet gebeuren. De tegenwoordige situatie handhaven gaat ook niet. Vroeg of laat loopt het daar een keer helemaal uit de hand en gaan de buren van Israël slachtoffers krijgen in de orde van grootte van de Syrische burgeroorlog. Aangezien Israël over atoomwapens en rakettechnologie beschikt, zijn bij een grootschalig conflict ook verder weg gelegen islamitische hoofdsteden niet langer veilig.
Zo‘n conflict kan niemand zich permitteren. De Arabieren moeten daarom weg uit een strook om Israël heen en er moet een woonplaats worden gevonden voor de Arabische vluchtelingen, oude en nieuwe, in een gebied tenminste duizend kilometer verderop.
Dat zal tot grote onrust en woede leiden in de Arabische wereld, maar die onrust en die woede is er toch al. Het is een keuze voor de minste van twee kwaden en misschien zien de Arabieren er aanleiding in om hun onderlinge twisten en burgeroorlogen te begraven. Wanneer ze alle energie die nu gaat zitten in het bestrijden van Israël gaan steken in hun eigen ontwikkeling zou het nog best wat kunnen worden met het Midden Oosten.

De hele wereld wil de twee-staten oplossing, behalve de Palestijnen
Likoed België, 8 juni 2016
Naar een artikel van Jeff Jacoby.
Wie wil er een twee-staten oplossing?
President Obama, ja natuurlijk, zoals hij duidelijk maakte toen hij Israëlische premier Benjamin Netanjahoe op het Witte Huis verwelkomde.
Eveneens voor was de voormalige president George W. Bush, die reeds in 2002 begon te pleiten voor de oprichting van een Palestijnse staat en dat bleef doen tot aan zijn laatste dagen in functie.
Het nationale platform van de Amerikaanse Democratische Partij stond achter een twee-staten oplossing, het Republikeinse platform eveneens.
De VN-Veiligheidsraad bevestigde unaniem haar steun.
De Europese Unie steunt bij voorkeur deze oplossing, zodanig zelfs dat Javier Solana, de EU-minister voor Buitenlandse Zaken Israël ervoor waarschuwde dat de betrekkingen met Europa ‘helemaal anders zullen worden ‘(will be very, very different)’ mocht het de twee-staten oplossing willen laten vallen.
Paus Benedictus VI riep op tot de stichting van een Palestijnse staat tijdens zijn recent bezoek aan het Heilige Land, waarmee hij zich – minstens op dit punt toch – op dezelfde golflengte plaatste met de redacties van The New York Times, The Boston Globe, The Washington Post en The Los Angeles Times.
En wat dat betreft tegelijk ook de meeste Israëli’s. Uit peilingen blijkt dat een meerderheid van de Israëliërs publieke steun geeft aan de twee-staten oplossing.
Prominente aanhangers waren ook de drie voorgangers van Netanjahoe – de voormalige premiers Ehud Olmert, Ariel Sharon en Ehud Barak evenals oud-president Shimon Peres.
Alles lijkt erop dat de consensus overweldigend is. Zoals Henri Guaino, een voormalig adviseur van de Franse president Nicolas Sarkozy, het eerder aan reporters verkondigde:
‘Iedereen wenst vrede. De hele wereld wil een Palestijnse staat.’
Maar het zal niet gaan gebeuren…
Internationale consensus of niet, de twee-staten oplossing is een hersenschim. Vrede wordt niet bereikt door de toekenning aan de Palestijnen van soevereiniteit, omdat de Palestijnse soevereiniteit nooit het doel is geweest van de Arabieren.
Keer op keer, werd een twee-staten oplossing voorgesteld. Keer op keer, hebben de Arabieren ze verworpen.
In 1936, toen Palestina nog onder het Brits bestuur stond, werd een koninklijke commissie onder leiding van Lord Peel gestuurd om het gestaag toenemende Arabische geweld te onderzoeken. Na een uitvoerig onderzoek, kwam de Peel-Commissie tot de conclusie dat:
‘Een onbedwingbaar conflict is ontstaan tussen twee nationale gemeenschappen binnen de nauwe grenzen van een klein land. Tweedeling biedt een kans van duurzame vrede. Geen ander plan werkt.’
Maar de Arabische leiders, die meer bezig waren met het voorkomen van Joodse soevereiniteit in Palestina dan met het bereiken van een staat voor zichzelf, wuifden met de hand het plan weg. De belangrijkste Palestijnse leider, Haj Amin al-Hoesseini, ondersteunde actief het naziregime in Duitsland. In ruil daarvoor, schreef Hoesseini in zijn memoires dat Hitler hem de volgende belofte had gedaan:
‘de vrije hand voor de uitroeiing tot de laatste Jood uit Palestina en de Arabische wereld.’
De twee-staten oplossing van 1947
In 1947 werd de twee-staten oplossing opnieuw aangeboden aan de Palestijnen. Opnieuw gooiden zij die met diepe verachting van zich af.
Net zoals de Peel-Commissie voordien in 1937, constateerden de Verenigde Naties dat enkel een splitsing van het land in aan elkaar grenzende landen, een Arabische en een Joodse, een einde kan maken aan het conflict. Op 29 november 1947 werd door de Algemene Vergadering van de VN het voorstel besproken en bij stemming van 33 voor en 13 tegen, resolutie 181 over het tweedelingsplan voor Palestina op basis van de bevolking aangenomen.
Hadden de Arabieren het VN-besluit aanvaard, dan zou de Palestijnse staat, wat toch ‘de hele wereld wenst’ vandaag haar 61-jarige bestaan hebben gevierd.
In plaats daarvan heeft de Arabisch Liga gezworen de Joodse soevereiniteit te blokkeren door het voeren van ‘een oorlog van uitroeiing en een gedenkwaardig bloedbad.’
(Azzam Pasha, Secretaris-generaal van de Arabische Liga in Caïro zei er dit over op 16 mei 1948: ‘This will be a war of extermination and a momentous massacre which will be spoken of like the Mongolian massacres and the Crusades’).
Opnieuw en telkens weer opnieuw werd dit patroon herhaald. Na de schitterende overwinning in de Zesdaagse Oorlog van 1967, bood Israël de uitwisseling van land dat het had veroverd (op de Arabieren) in ruil aan voor permanente vrede met zijn buren. Van hun topmeeting in Khartoem kwam het beruchte antwoord van de Arabieren:
‘Geen vrede met Israël, geen onderhandelingen met Israël, geen erkenning van Israël.’
(Kartoem Resolutie van 1 september 1967: ‘This will be done within the framework of the main principles by which the Arab States abide, namely, no peace with Israel, no recognition of Israel, no negotiations with it, and insistence on the rights of the Palestinian people in their own country.’)
In Camp David in 2000 bood Ehud Barak de Palestijnen vrijwel alles aan wat ze beweerden te zoeken – een soevereine staat met Oost-Jeruzalem als hoofdstad, 97 procent van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, tientallen miljarden dollars als ‘compensatie’ voor de benarde situatie van Palestijnse vluchtelingen.
Yasser Arafat weigerde het aanbod en lanceerde de bloedigste golf van terrorisme in de Israëlische geschiedenis.
Vervolgens bood Israël’s premier Ehud Olmert in de loop van 2008 de Palestijnen ongeveer 94% van de Westelijke Jordaanoever.
Een aantal blokken van nederzettingen die Israël kost wat kost wilde behouden, zouden gecompenseerd worden door een landruil.
In ruil voor het aanhechten van land op de Westelijke Jordaanoever bij Israël, zouden de Palestijnen een strook land krijgen in de Negev woestijn grenzend aan de Gazastrook. De Gazastrook zou via een tunnel of een viaduct verbonden worden met de Westelijke Jordaanoever. De kortste route tussen de beide gebieden in het zuiden van Israël zou dan ongeveer 45 kilometer zijn.
‘De Arabische buurten in Jeruzalem zouden dan aan de Palestijnen toekomen en in die gebieden zouden zij dan de hoofdstad van hun staat kunnen vestigen.’
Noch Israël, noch de Palestijnen zouden de soevereiniteit verkrijgen over het ‘Heilige Bassin’ – een term waarmee gewoonlijk naar de buurten rondom de Oude Stad van Jeruzalem wordt verwezen en waar zich de meeste zwaar gecontesteerde Joodse en islamitische heilige plaatsen bevinden. Dit gebied zou gezamenlijk worden beheerd door Saoedi-Arabië, Jordanië, de Palestijnen, de Verenigde Staten en Israël.
Ehud Olmert zei dat in het kader van het vredesplan dat een paar duizend Palestijnse vluchtelingen zouden kunnen terugkeren naar Israël, maar dan wel op basis van de erkenning van de ‘humanitaire kant’ van het probleem, in plaats van het ‘recht op terugkeer’ waarop de Palestijnen al zo lang op aandringen.
Palestijnen die rond de tijd van de oprichting van de Joodse staat in 1948 uit Israël zijn gevlucht of gedwongen werden te vluchten zouden hun recht om terug te keren verspelen, hoewel Olmert een beperkt aantal – en hij noemde het cijfer tot 50.000 – zou aanvaarden in het kader van een gezinshereniging programma. ‘Ik ging een lange weg – verder dan eender welke regering in Israël ooit zou gaan,’ zei hij in een interview van oktober 2009.
Ook dat plan voor een tweestaten oplossing werd verworpen door Mahmoud Abbas.
Tot op vandaag staat in de handvesten van Hamas en Al Fatah, de twee belangrijkste Palestijnse facties, de oproep van de vernietiging van Israël gebeiteld.
‘De hele wereld’ kan vrede wensen en een Palestijnse staat, maar zolang de Palestijnen iets helemaal anders willen, zolang dat niet verandert, bestaat er ook geen tweestatenoplossing.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 16 november 2016 op zijn website (https://akasdorp.wordpress.com/2016/11/16/de-nederzettingen-op-de-jordaanoever/)
De nederzettingen op de Jordaanoever.
Oorspronkelijk was de Westelijke Jordaanoever onderdeel van het Britse Mandaatgebied Palestina en daarvóór van Syrië, toen nog provincie van het Turkse Rijk.
In 1947 gaf Groot Brittannië haar mandaat terug aan de Verenigde Naties, die toen besloten dat het land in twee delen moest worden verdeeld, een Joods en een Arabisch deel. Door de Palestijnse Joden is dat besluit aanvaard, maar door de Arabieren niet, zodat de implementatie van die resolutie nooit tot stand is gekomen. Er is onafhankelijk van het verdelingsplan een Joodse staat ontstaan die volkenrechtelijk is erkend binnen de grenzen zoals die voor 1967 waren getrokken.
De Arabische staten aanvaardden het beginsel van een Joodse staat niet, begonnen een oorlog tegen wat toen nog de Joodse kolonisten waren en ze verloren die. Er kwam een de facto verdeling tot stand. Daarbij ontstonden de z.g. grenzen van vóór 1967, waarbij het Arabische deel geen aparte staat werd zoals voorzien in de verdelingsresolutie van de VN, maar bezet werd door het Koninkrijk Jordanië.
In 1967 brak een nieuwe oorlog uit, waarin het Jordaanse leger werd verslagen en dit koninkrijk na verloop van tijd zijn pretenties op de Rechteroever opgaf. Dat had volkenrechtelijk tot gevolg dat het gebied Palestina werd herenigd. Jordanië gaf die aanspraken weliswaar op ten gunste van de Arabische bewoners van de Westoever met de bedoeling dat daar een autonome Palestijnse staat zou komen, maar volkenrechtelijk heeft dat niet ten gevolge dat een dergelijke staat er dan ook is.
De Joden handhaafden een aparte administratie en erkenden een de facto Arabisch gebied met een bepaalde mate van autonomie, maar tot erkenning van een aparte Palestijnse staat en opheffing van de bezetting is het nooit gekomen.
Een bindende resolutie van de VN van die strekking is er ook niet. De VN hebben volstaan met volkenrechtelijk niet bindende oproepen aan Israël en met resoluties waarin terugtrekking werd gekoppeld aan erkende en veilige grenzen. Er is helemaal geen staat in volkenrechtelijke zin die volgens het oorlogsrecht bezet zou zijn en er aanspraak op zou kunnen maken om verschoond te blijven van vestiging van kolonisten van de veroveraars en er is ook geen verplichting voortvloeiend uit een Veiligheidsraadresolutie, zolang er geen veilige en erkende grenzen zijn vastgesteld tussen de Joodse staat en de Arabische buurstaten inclusief Palestina.
In wezen staan we nog steeds voor het probleem dat er een verdelingsresolutie is van de VN die moet worden uitgevoerd, zij het dat de grenzen van de veertiger jaren achterhaald zijn door de volkenrechtelijke erkenning van Israël.
De onderhandelingen die tot de akkoorden van Oslo leidden, hadden betrekking op een nieuwe verdeling. Oslo was zoals bekend een agreement to agree. De akkoorden hadden ondermeer tot uitgangspunt dat een deel van de nederzettingen zouden worden ontruimd en dat er geen nieuwe meer zouden worden gebouwd, maar niet dat er geen Joden op de Westbank zouden mogen wonen of dat alle nederzettingen ontruimd gingen worden.
De Oslo akkoorden schreven voor dat er onderhandeld moest worden over een reeks onderwerpen, zoals bijvoorbeeld de verdeling van het water, maar in hoofdzaak toch over de status van Jeruzalem, over de rechten van de Arabische vluchtelingen en over de nederzettingen.
Alleen al uit de aard van de voorgeschreven onderhandelingen blijkt dat nadrukkelijk is voorzien dat er Joden op de Westbank en Arabieren in Israël zullen blijven wonen. Iets soortgelijks is gebeurd toen de Brits Oost Indië verdeeld werd in de staten India en Pakistan. Er wonen nog steeds meer moslims in India dan in Egypte, het grootste van alle Arabische landen, maar alleen in Pakistan en Bangla Dash hebben ze hun eigen staten.
Zo zullen er ook Joden in Palestina en Arabieren in Israël blijven wonen, maar krijgen ze, als de onderhandelingen succes hebben, ieder hun eigen staat.
Dat een Joodse aanwezigheid op Arabisch terrein de vorm van een nederzetting heeft is onvermijdelijk. Dat was vroeger, voor de onafhankelijkheid al zo en dat zal zo blijven, want anders kan de veiligheid van de bewoners niet worden verzekerd. Dat kan met nederzettingen ook niet, zult U misschien zeggen, maar er komen niet substantieel meer Joden om het leven in de nederzettingen op de Jordaanoever dan op Israëlisch gebied en de ervaringen van de Joden in Hebron en Jeruzalem onder de Jordaanse bezetting indertijd maken niemand hoopvol voor het uitproberen van een andere vorm van wonen in Palestijns gebied.
Niemand verwacht ook serieus dat het gevolg van de onderhandelingen of van een te sluiten akkoord zal zijn dat beide partijen plotseling het verleden zullen vergeten en voortaan in vrede met elkaar zullen leven. Aan beide kanten bestaan haat en rancune en zijn er groeperingen die het vaste voornemen hebben niet te rusten voor het hele gebied het hunne is, verdrag of geen verdrag. Bij de Arabieren wellicht meer dan bij de Israëliërs, maar ook in Israël groeit het aantal mensen dat niet meer met de wederpartij wil leven. Het beste wat er gehoopt kan worden van een vredesverdrag en de daaraan verbonden economische voordelen voor beide partijen, is dat er een proces op gang komt met zijn eigen dynamiek, dat de vrede in de harten van de mensen dichterbij zal brengen en die groeperingen in de kaart zal spelen die daar daadwerkelijk naar streven.
Het zal een voorwaarde zijn voor het ontstaan van zo’n proces dat aan beide kanten de regeringen een strikt geweldsmonopolie handhaven, daarbij gesteund door de buitenlandse machten die het proces hebben geïnitieerd. Dit houdt in dat zij alle groeperingen die geweld in hun vaandel voeren ontwapenen en aan een strikt toezicht onderwerpen. Dat zal dus ook ontwapening van de kolonisten inhouden en het overnemen van de bewaking van hun nederzettingen door Israëlische militairen. Het zal ook ontwapening en misschien ontbinding moeten inhouden van de Jihad, van Hamas en soortgelijke organisaties. Niet alleen op de Westoever en in Gaza dus, maar ook in andere moslim landen. Blijven de geweldorganisaties bestaan, dan ontstaat een nieuwe geweldspiraal en zullen alle road maps en besprekingen zinloos zijn gebleken.
Leiden vredesonderhandelingen niet tot blijvend resultaat, wat denk ik de meerderheid van de waarnemers verwacht, dan blijft er nog maar een oplossing over, ethnic cleansing. De hoop is dat de heethoofden dat beseffen.

Opinie-artikel van Likoed Nederland in het Reformatorisch Dagblad,
1 december 2016.
Komt vrede voor Israël van links of van rechts?

In het Reformatorisch Dagblad van 19 november 2016 staat een column van Israël-correspondent Alfred Muller.
Hierin betoogt hij dat rechtse Israëlische politici niet naar vrede streven en dat hij hoopt dat hij hoopt dat zij worden opgevolgd door “wijze en gematigde politici die begrijpen dat het in Israëls belang is vrede te sluiten met de Palestijnen nu het nog kan”.
Dat laatste is een zeer merkwaardige bewering. Vrede sluiten met de Palestijnen blijkt al tachtig jaar niet mogelijk.
Ook niet onder ‘wijze en gematigde’ linkse politici als David Ben Gurion of Golda Meir, die Israël in de eerste decennia van haar bestaan bestuurden. Net als toen is er nog nooit een Palestijnse leider geweest die werkelijk vrede wilde sluiten met Israël als Joodse staat. Want sinds de tweestatenoplossing voor het eerst werd voorgesteld in 1937 hebben Israëls leiders daarmee ingestemd. Om die vervolgens altijd afgewezen te zien worden door de Arabieren.
En altijd met dezelfde reden: het bestaan van een Joodse staat en zelfbeschikking van het Joodse volk kon niet geaccepteerd worden.
De kleur van de Israëlische regering maakte en maakt dus niet uit, als het om vrede met de Palestijnen gaat.
Voorbeelden
Een paar recente voorbeelden. De Palestijnen wezen het vergaande vredesvoorstel van de Democratische president Clinton in 2000 af, toen Israël een linkse regering had. De Joodse connectie met het land werd ontkend. De Palestijnse president Arafat verbijsterde Clinton zelfs door zonder blikken of blozen te ontkennen dat er ooit een Joodse Tempel op de Tempelberg had gestaan. Iets wat simpelweg een heel harde historische (en Bijbelse) waarheid is.
Evenmin lukte het president Obama in 2014 om tot een definitieve vredesregeling te komen. President Abbas weigerde ook toen weer, net zo goed als zijn voorganger, om Israël als Joodse staat te erkennen. Bovendien zou het tekenen van een vredesverdrag volgens Abbas niet hoeven te betekenen dat de Palestijnen zouden stoppen met steeds nieuwe eisen aan Israël te stellen. Terwijl dat toch echt de essentie van een vredesovereenkomst is. De IRA kwam na de Goede-Vrijdag-akkoorden van 1997 ook niet met nieuwe extra eisen.
Dat een Joods zelfbeschikkingsrecht in het historische Joodse land door de Palestijnse leiding volkomen wordt ontkend, bleek recent eens te meer toen deze formele excuses van Groot-Brittannië vroegen, vanwege de Balfour verklaring uit 1917 (!), waarin dit recht voor het eerst formeel werd vastgelegd.
Palestijnse nonsens trouwens, want dit recht is nadien in 1922 ook door de Volkerenbond unaniem erkend en in 1947 nogmaals door de Verenigde Naties.
Waar deze Palestijnse afwijzing toe leidt, ook en juist na Israëlische concessies, heeft de wereld kunnen zien. De Oslo-vredesakkoorden van 1993 werden gevolgd door een ongekende Palestijnse terreurgolf, waar ondanks zijn handtekening onder die akkoorden Yasser Arafat ook de hand in had. En de Israëlische terugtrekking uit Gaza in 2005 grepen de Palestijnen aan om 16.000 raketten af te schieten op de Israëlische burgerbevolking.
Ook blijkt keer op keer uit opiniepeilingen dat de Palestijnse bevolking in meerderheid achter het geweld staat.
Een verbijsterende 73% bleek zelfs achter de aan Mohammed toegeschreven uitspraak te staan dat het noodzakelijk is dat Moslims de Joden uitroeien.
Toch beweert Alfred Muller dat politiek links in Israël nu wel vrede zou kunnen sluiten.
Links Israël zelf denkt daar echter anders over.
Want ook de socialistische oppositieleider Isaac Herzog verklaarde dit jaar: ‘Ik denk niet dat een vredesverdrag tussen de Palestijnen en ons op korte termijn realistisch is.’
Drie-staten oplossing
Nu gebleken is dat de twee-staten oplossing al tachtig jaar trekken aan een dood Palestijns paard is, moet misschien aan andere oplossingen gedacht worden. De voormalige Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties John Bolton bijvoorbeeld heeft daarom de drie-staten oplossing voorgesteld: Gaza weer bij Egypte en de Westbank weer bij Jordanië, dus terug naar de situatie van 1967.
John Bolton wordt momenteel genoemd als mogelijke minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet Trump. Wie weet kan hij wel een doorbraak bewerkstelligen en komt er nu eindelijk echte vrede.
Iets waar zowel linkse als rechtse Israëli’s naar snakken.

De Palestijnse islamitische geestelijke sjeik Wael Al-Zarad op Hamas televisie, 15 september 2016.
Likoed Nederland (http://likud.nl)
Woensdag, 14 December 2016
Joden leven van bloedvergieten

Dag in dag uit wordt de wereld in het algemeen en onze natie in het bijzonder, blootgesteld aan deze kleine en lelijke bende – die Joden.
Elke dag wordt hun inktzwarte, kwaadaardige en onderdrukkende aard duidelijker.
Zij zijn degenen die de eer van vrouwen schenden en hun bloed vergieten.
Zij zijn degenen die ons bestolen en geplunderd hebben.
Zij bezetten al 70 jaar het land van de islam en van de moslims en zij blijven het bezetten tot op de dag van vandaag.
Zij zijn degenen die verzameld werden uit de hele wereld, na overal te zijn verspreid, zoals Allah zei: ‘Wij verdeelden hen in landen over de hele wereld.’
Na wereldwijd te zijn verspreid, kwamen zij in groten getale uit alle delen naar ons land, het land van de Arabieren en de moslims en bezetten het op een moment van onachtzaamheid aan de zijde van de Arabieren en de moslims.
Sinds mensenheugenis houden moslims zich bezig met hun dagelijks leven.
Wij Palestijnen hebben nagelaten om deze mensen te confronteren, om deze verspreiding van het kwaad te confronteren. Nu moeten wij hen tegemoet treden met ontbloot bovenlijf, na ontdaan te zijn van al onze wapens, na te zijn ontwapend van de wapens van moed en weerstand.
Toen het kalifaat viel en de landen van de Levant in handen vielen van de Britten, toen iedereen – van heinde en verre – samenzwoer tegen Palestina, werd het de Joden toegestaan, na de belofte (in de Balfourverklaring), om een eigen staat op te bouwen op ons land.
Sindsdien hebben de Joden niet alleen ons land gepakt, maar ook andere landen van de Arabieren en de moslims.
Zij brengen calamiteiten en rampspoed naar alle landen.
Zij zijn degenen die tweedracht zaaien, die problemen in het land van de Arabieren en de moslims tot gevolg hebben. Zij zijn degenen die de corruptie in het land verspreiden.
Het is ons lot om de handen van de bezetting af te hakken – niet alleen in Palestina, maar in alle Arabische en islamitische landen. Deze bezetters, die naar ons land kwamen, zijn als een kanker. Zij verspreiden kwaad en hebben kwaadaardige tentakels in alle landen.
Als Allah het wil, zullen wij hen bevechten op ons land, in naam van de (islamitische) natie. Hun handen zullen worden afgehakt in de Arabische landen.
Bij Allah, de hele wereld kent geen vrede door de vuiligheid van deze mensen, die slechts leven van bloed, door de vuiligheid van mensen die alleen leven van afgehakte lichaamsdelen, door de vuiligheid van hen die alleen leven om tot opstand en oorlog aan te zetten, die alleen maar leven om wereldwijd wapens te verkopen en om burgeroorlogen in verschillende landen te veroorzaken, die alleen maar leven om het bezit van hele volkeren te plunderen, en om het eigendom van landen en mensen te stelen.
Die dag zal komen, en ja, die komt snel, als Allah het wil.
Er zijn mensen die beweren dat Hamas niet gemotiveerd wordt door Jodenhaat, alhoewel hun Handvest daarvan doordrenkt is.
Er zijn mensen die graag de ogen sluiten voor die Jodenhaat.
Dries van Agt is daarvan de bekendste.

‘De valse wraak van Barack Obama op Benjamin Netanyahu’
Overgenomen van de site van Likoed Nederland (http://likud.nl)
27 december 2016
door Awi Cohen
Actie president is bevestiging van zijn rampzalig Midden-Oosten beleid
De VN-veiligheidsraad heeft een resolutie aangenomen die de Israëlische nederzettingenbouw veroordeelt. Behalve dat het niet terecht is, is het een heel onverstandige stap. Waarom? Ik citeer drie belangrijke redenen:
Ten eerste zal het de standpunten van beide partijen slechts verharden.
Ten tweede zal het beide partijen daarmee alleen maar aanmoedigen om weg te blijven van vredesonderhandelingen.
Ten derde zal het tot een patroon leiden dat bij elke impasse de partijen opnieuw naar de VN Veiligheidsraad stappen.
Vredesonderhandelingen zijn een voorwaarde voor vrede
Dit citaat is niet van een of andere rechtse Israëli maar van Susan Rice in 2011, destijds de Amerikaanse VN ambassadeur onder president Obama en nu zijn Nationale Veiligheidsadviseur. Zij zei dit toen in de VN een gelijksoortige resolutie werd voorgesteld, die door haar om bovengenoemde redenen met een veto tegengehouden werd. Bovenstaand zijn politieke argumenten waarom deze resolutie onverstandig is. Het bemoeilijkt het komen tot vredesonderhandelingen en dus tot vrede. Vrede kan alleen duurzaam zijn door wederzijdse overeenstemming als gevolg van directe onderhandelingen.
En dan zijn er de juridische argumenten
Er zijn ook nog andere argumenten, zoals juridische argumenten.
De resolutie is namelijk strijdig met de belangrijkste VN-resolutie die de VN-veiligheidsraad eerder heeft aangenomen, resolutie 242 (land voor vrede) uit 1967, waarop tot nu toe alle vredesonderhandelingen tussen de Arabieren en Israël gebaseerd zijn. Die zegt namelijk dat in ruil voor gedeeltelijke terugtrekking Israël recht heeft op erkenning, vrede en veilige grenzen – dus grenscorrecties. Dit mede omdat Israël de Westbank verkreeg in een verdedigingsoorlog, na de aanval van Jordanië (dat het gebied geannexeerd had) in 1967.
De resolutie is ook strijdig met het eerder gesloten Palestijns-Israëlische vredesverdrag (Oslo II), dat zegt dat Israël legitiem het zogenaamde gebied C van de Westbank bestuurt.
De resolutie ontkent tevens de legitieme rechten van Israël op (een gedeelte van) het gebied, zoals erkend in het unanieme besluit tot de oprichting van een Joods Nationaal Tehuis van de Volkerenbond in 1922, dat de VN heeft overgenomen en dat daarmee nog rechtsgeldig is.
Wat in de resolutie de grenzen van 1967 worden genoemd, zijn in feite de wapenstilstandslijnen van 1949, die geen enkele status hebben in het internationaal recht.
De Joodse wijk van Jeruzalem
Bovendien werden vóór die wapenstilstand de Westbank en Oostelijk Jeruzalem – met daarin de eeuwenoude Joodse wijk van Jeruzalem, naast de Klaagmuur – etnisch gezuiverd van Joden door het Jordaanse leger. Er is uiteraard een enorm breed politiek draagvlak in Israël dat men nooit meer zal toestaan dat de eeuwenoude Joodse wijk en de Klaagmuur opnieuw etnisch gezuiverd zullen worden van Joden. Vandaar de woede van Israël en premier Netanyahu over deze resolutie.
Dat is nog afgezien van het feit dat deze resolutie de Palestijnse rol waarom er nog geen definitief vredesverdrag is negeert: de weigering tot rechtstreekse onderhandelingen, de weigering om Israël als Joodse staat te erkennen en de hand van de Palestijnse leiders (zowel van Fatah als Hamas) bij geweldverheerlijking en aanzetten tot Jodenhaat en terreur.
Eerder Amerikaans beleid
Het is ook strijdig met het Amerikaanse beleid. In 2004 erkende president Bush de logica om bevolkingscentra met een vrijwel volledig Joodse bevolking bij Israël te laten in een vredesregeling. Dat betreft slechts enkele procenten van de Westbank, waar dus vrijwel geen Arabier woont, dat zou dus ook geen probleem mogen zijn. Deze toezegging van president Bush was in ruil voor de volledige terugtrekking uit Gaza – die helaas ook daar geen Palestijnse vredelievendheid teweeg heeft gebracht. De toezegging werd ondersteund door besluiten van de Amerikaanse Senaat en Congres, met 97 procent van de stemmen van de parlementsleden.
Obama’s rampzalig Midden-Oosten beleid
President Obama staat nu dezelfde resolutie toe die hij vijf jaar geleden liet vetoën. En dit terwijl zijn presidentiële opvolger al gekozen is, iets wat tegen het Amerikaanse gewoonterecht ingaat. Beide feiten laten zien hoe hij kinderachtig wraak wil nemen op de aanstaande president Trump en op premier Netanyahu, vanwege diens verzet tegen de Iran-deal.
Het past in het beeld van een rampzalig Midden-Oosten beleid gedurende zijn presidentsperiode, waarbij moslimfundamentalisten gepaaid werden. De afschuwelijke gevolgen zijn nog elke dag zichtbaar: in Syrië, Iran, Jemen, Irak, Egypte, Libië en Turkije.
Slecht nieuws voor de Verenigde Naties
Om positief te eindigen: een zelfde soort eenzijdige resolutie werd in 1979 aangenomen onder het bewind van de eveneens Israël niet goed gezinde president Carter. Het effect in de afgelopen 37 jaar is nihil geweest.
Terwijl voor president Trump het waarschijnlijk een aanleiding zal vormen om zich nog steviger tegen dit rampzalige beleid van zijn voorganger af te zetten. Het effect zou daardoor wel eens negatiever voor de VN dan voor Israël kunnen zijn. Want er is nogmaals gebleken dat de VN als doorgeefluik fungeert van het machtsblok van de één derde aangesloten islamitische landen.
De aanstaande president Trump zal zich vermoedelijk weinig meer aan de VN gelegen laten liggen en de financiële steun aan zowel de Palestijnen als de VN zoveel mogelijk verminderen. Zoals hij als reactie in een tweet al liet weten: ‘Na 20 januari zal het er anders aan toe gaan bij de VN.’

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 29 december 2016 op zijn website
De twee-staten oplossing
Mijn idee om hetzij de Palestijnen, hetzij de Israëliërs te evacueren en ze beide een eigen staat te geven ver van elkaar af, heeft op mijn site weinig bijval gekregen. Om precies te zijn één lezer heeft me ooit gebeld om te zeggen dat hij er persoonlijk wel voor was maar dat het idee politiek draagvlak ontbeerde. Ik weet wel zeker dat hij daar gelijk in had.
Sinds Hamas zijn raketten-oorlog begon en Israël antwoordde, wordt op het internet een verhitte strijd uitgevochten. Met gebruikmaking van vaak dubieuze bronnen geven de aanhangers van Israël en de vrienden van de Palestijnen aan, dat zij het gelijk aan hun zijde hebben. Wat de één een vlucht noemt, definieert de ander als een verdrijving. Beide partijen stellen elkaars bestaansredenen ter discussie met beroep op het erfrecht en de grond der vaderen.
Daar kom je nooit uit. Het punt is dat de Joden en de Palestijnen strikt genomen ongeveer evenveel recht hebben op het gebied dat vroeger Palestina heette. Beide groepen kwamen er vanaf de laatste decennia van negentiende eeuw als immigranten aan. Zij onderbouwen hun exclusieve claims met verwijzingen naar een veel verder verleden, maar daar kun je eigenlijk niet meer mee aankomen.
Dan hebben we ook nog te maken met een heilig land, dat de bakermat is van drie wereldgodsdiensten; het jodendom, het christendom en op een bepaalde manier ook nog de islam, want Mohammed gebruikte een berg bij Jeruzalem om na gedane zaken zijn stap naar de hemel te nemen. Israël ziet Jeruzalem als enig mogelijk hoofdstad. De Palestijnen, die de stad Al-Quds noemen, zijn net zo hardnekkig. De stad waar de profeet ten hemel voer, kan alleen van hen zijn, vinden ze.
Als al het geld dat de Israëliërs en de Palestijnen gespendeerd hebben aan hun onderlinge strijd, gestoken was in economische opbouw van het land waar ze nu beiden wonen, dan hadden ze daar nu een paradijs waar de golfstaten bij zouden verbleken.
Is er een echte oplossing mogelijk? Natuurlijk is er een oplossing denkbaar. Israël trekt zich terug op de grenzen van 1967 vóór de zesdaagse oorlog en de bezetting. Wat overblijft, vormt een Palestijnse staat. De hoofdstad van die staat is Al-Quds. De hoofdstad van Israël is Jeruzalem. De regeringen en de parlementen zijn vanzelfsprekend in de hoofdstad gevestigd, evenals de beurzen en de voornaamste media. Israëliërs en Palestijnen mogen zich vrijelijk in Jeruzalem/Al Quds vestigen. Ze moeten wel een concessie doen: er is geen lokale democratie want de stad wordt door een gemengde commissie uit de parlementen van Israël en Palestina bestuurd. Als je in een heilige stad wil wonen, moet je daar wat voor over hebben. Wie zo nodig voor de gemeenteraad wil stemmen, vestigt zich maar in Tel Aviv of Ramallah.
Een dubbelbestuur op deze wijze is helemaal niet zo onmogelijk. Maastricht heeft het eeuwenlang gekend met een stadhuis voor de Republiek en een ander bestuurscentrum voor de Prins Bisschop van Luik. Let op: de stad was niet verdeeld. Hij was tegelijk Luiks en Staats. Kun je met Jeruzalem ook doen. Washington D.C. is ook heel lang door een commissie uit het Amerikaanse congres bestuurd.
Het feit dat Israël en Palestina dezelfde hoofdstad hebben, dwingt de beide staten om samen één economische zone te vormen. Dat zal de economische groei alleen maar ten goede komen. Zo’n dubbelstaat – democratisch aan beide kanten – zou een lichtbaken kunnen zijn in het Midden-Oosten.
Oude rechten op grond of onroerend goed strepen Palestina en Israël tegen elkaar weg. Nadat de defensie-uitgaven geminimaliseerd zijn, is er geld zat voor financiële compensatie.
Als de rede in plaats van de emotie de boventoon voerde, zouden Israëliërs en Palestijnen met dit soort doelstellingen in hun achterhoofd – een plaats onder de zon voor beiden en welstand voor iedereen – in deze richting met elkaar onderhandelen.
Maar dat doen ze niet. Want de emotie overheerst, vormen van nationalisme die elkaar uitsluiten, kwade herinneringen, rancune, historische ficties en mythes. Daarom vliegen ze elkaar naar de keel. En ik geef blijk van idealistische wereldvreemdheid met mijn onhaalbare twee-staten oplossing.
Je kunt niets anders doen dan erbij staan en er naar te kijken.
Wie serieus vindt dat er een eind moet komen aan dit conflict moet het politieke draagvlak even negeren en een van beide partijen evacueren en elders huisvesten. Dat is een goed advies, maar Obama is nooit vatbaar geweest voor goede adviezen. Gelukkig vertrekt hij nu en krijgen we iemand in de VS die hopelijk meer met beide benen op de grond staat.
In de algemene vergadering van de Verenigde Naties kwam aan de orde of de West Bank een zelfstandige staat kon worden. Het antwoord was nee, want Israël wil het niet en Israël heeft een meerderheid in het Amerikaans Congres. De meerderheid van de wereld stemde ja, het Congres stemde nee, het Amerikaanse Congres besliste.
Is dat een redelijke gang van zaken? Ik meen van wel ja. De meerderheid die ja stemt is van dat Amerikaanse congres afhankelijk voor het overleven van zijn bevolking.
Als Amerika zou beslissen dat het afgelopen was met de rest van de wereld dan zou het alleen de wereldhandel hoeven te stoppen, de hulpkranen dicht draaien, de zeeën blijven beheersen en met de armen over elkaar kunnen afwachten. De rest van de wereld zou vervolgens aan zijn eigen incompetentie ten onder gaan. Europa en de Angelsaksische landen van overzee zouden zich voegen. Zij kunnen zich niet permitteren met Amerika ruzie te krijgen en willen dat in meerderheid ook niet.
Natuurlijk de liberals in de VS en Europa willen de rest van de wereld niet ten onder zien gaan en daarom zal een dergelijk scenario zich ook niet voordoen, maar het zou kunnen en de wereld weet dat.
De idee dat Amerika niet langer de sterkste mogendheid is en dat China deze plaats intussen heeft ingenomen wordt alleen door journalisten aangehangen die geen verstand van economie en van militaire zaken hebben. Niet door de Chinese leiders in elk geval, die een stuk verstandiger zijn.
In de Volkskrant werd ooit (op 22/9/11) een meerstemmig pleidooi gehouden aan het adres van Israël om een Palestijnse staat te erkennen, terwijl over een aantal van de belangrijkste geschilpunten tussen Israël en de Palestijnse autoriteit nog geen overeenstemming bestond en een meerderheid van Palestijnen uit was op de vernietiging van de staat Israël en verdrijving of moord van de joden die er wonen.
Men sprak in dat pleidooi over de grenzen van 1948 alsof we nog in 1948 leefden en over de grenzen van 1967 alsof de Arabieren de oorlog die ze in 1967 begonnen zijn hadden gewonnen in plaats van verloren.
Twee geschilpunten zullen in elk geval moeten worden opgelost of er komt helemaal nooit een Palestijnse staat. Dat is de status van de Israëlische nederzettingen op de westelijke Jordaanoever en de grenzen tussen Israël en de nieuw staat. De gedachte dat hierover van te voren al volkenrechtelijk zekerheid bestaat is een misvatting.
Volkenrecht is geen recht. Het is onderdeel van de humanistische moraal, maar geen recht dat je ergens kunt halen. Je zult het politiek of militair moeten bevechten en voorlopig heeft Israël in mijn boek de beste papieren. Haar veiligheid is onderdeel van alle internationaal erkende schema‘s voor de oplossing van het Palestijnse conflict. Die veiligheid is in een reeks oorlogen door de Arabieren ter discussie gesteld. Het is niet meer dan redelijk dat Israël nu zelf kan bepalen wat het voor die veiligheid noodzakelijk acht. Het volkenrecht verzet zich daar niet tegen en zolang het Amerikaanse congres dit standpunt steunt, geldt het in de internationale praktijk. Vooral natuurlijk als Amerika ook een president heeft die achter Israël staat in plaats van achter de mohammedaanse landen.
In een memo van de European Council on Foreign Relations werd een paar jaar geleden gepleit voor Europese medewerking aan het Palestijnse plan om de Palestijnse entiteit de status te geven van ’non member state’, een status die het Vaticaan ook heeft.
Volgens de auteurs van het memo, Daniel Levy en Nick Witney, zou dit in overeenstemming zijn met het streven naar een twee-staten oplossing. Europa had al veel geïnvesteerd in de Palestijnse staatsvorming. Ook was het in overeenstemming met de Europese waarden van zelfbeschikking en vrijheid, zoals we die in de praktijk konden zien gebracht in de Arabische lente. Ten slotte was naar de mening van de twee auteurs een Palestijnse staat in het belang van Europa (zie Palestinian statehood at the UN: Why Europeans should vote ‘yes’ Daniel Levy and Nick Witney.)
Maar in feite was hun pamflet een pleidooi tegen een vreedzame oplossing van het Palestijnse vluchtelingenprobleem. Een Palestijnse staat op de West Bank en in Gaza is niet in het belang van wie dan ook, zoals we de laatste jaren steeds weer opnieuw hebben kunnen constateren. We verkeren nu in een Arabische herfst met bloedbaden in Syrië, moordpartijen in Libië, in Eritrea en Aden. In Egypte hebben we weer een militaire regering, die zit met de naweeën van het kortstondige moslimbroederschap regime. Er is geen enkele vooruitgang richting democratisering in de Arabische wereld. Integendeel, het geweld is de laatste jaren overal toegenomen, net als de haat tegen de democratieën in de wereld en meer in het bijzonder tegen Israël en de Verenigde Staten. De gedachte dat Europa een belang zou hebben dat los zou staan van de andere westerse landen, is uit de lucht gegrepen
In 1999, tegen het einde van de overgangsperiode die eerder in Oslo was vastgelegd, kondigde de EU aan dat ze de erkenning van een Palestijnse staat ‘ten gepaste tijde’ zou overwegen. Gaan dwarsliggen bij de Palestijnse vraag om erkend te worden als lidstaat van de VN zou volgens een Duitse Arabiste, Frau Asseburg, niet alleen inconsistent zijn, maar het zou ‘een harde klap betekenen voor de geloofwaardigheid van de EU in de Arabische wereld en ver daarbuiten.’
Die laatste conclusie is zeker juist, maar wie geloofwaardigheid wil in de Arabische wereld en bij de meerderheid van de leden in de VN die de Arabische wereld steunt, heeft geen idee wat de Europese waarden van zelfbeschikking en vrijheid inhouden. De toenmalige Duitse minister van buitenlandse zaken Westerwelle stelde dat de uitroeping van een levensvatbare Palestijnse staat alleen het resultaat kon zijn van onderhandelingen met Israël. Voor Asseburg hield dat argument geen steek. De aanvraag kon volgens haar bezwaarlijk unilateraal worden genoemd. De Palestijnse Autoriteit wilde volgens Asseburg de steun van de internationale gemeenschap kristalliseren en de oplossing van het conflict internationaliseren. ‘Het vredesproces boekt geen vooruitgang van betekenis meer sinds 1995 en de VS en het Midden-Oostenkwartet (de VS, de VN, Rusland en de EU) zijn in diskrediet gebracht als bemiddelaars; het was’, vond ze, ‘hoog tijd om nieuwe wegen te vinden die konden leiden naar een twee-staten oplossing’.
Gezien de steun bij een meerderheid van derde wereldlanden noemde Mevrouw Asseburg van de socialistische Friedrich Ebert Stichting in Oost Jeruzalem de aanvraag van het VN lidmaatschap niet langer unilateraal. Het vredesproces heeft inderdaad geen vooruitgang meer geboekt sinds 1995 en zal die ook niet meer boeken. Zolang de drie partijen in het conflict, Israël, Fatah en Hamas hun belangen definiëren zoals ze dat nu doen, zijn die niet op een lijn te brengen en is een vreedzame oplossing een illusie. Het enige wat we kunnen doen is Israël beschermen en een goed heenkomen zoeken voor de vluchtelingen in de kampen. Meer smaken zijn er niet.
De discussie over de erkenning van Palestina als volwaardige lidstaat van de VN is een symbolisch gevecht. Een meerderheid van de VN-lidstaten erkennen de Palestijnse Autoriteit of de PLO formeel als vertegenwoordiger van de Palestijnen en onderhouden bilaterale relaties met de Palestijnse Gebieden. De Palestijnse Autoriteit heeft al kantoren in meer dan 70 landen. Palestina is volwaardig lid van de niet-gebonden groep, de Islamitische Conferentie, de Arabische Liga en de Groep van 77, een vereniging van ontwikkelingslanden binnen de VN.
Maar de officiële erkenning van Palestina is niet alleen kwestie van prestige. Het zou een belangrijk politiek gevolg hebben: Palestina zou toegang krijgen tot internationale tribunalen en Israël het leven daar moeilijk kunnen maken met steun van andere ondemocratische lidstaten van de VN.
Nederland, Duitsland en Denemarken wijzen een zelfstandig Palestina op dit moment af. Frankrijk, Groot-Brittannië en andere Europese landen hebben zich voorstanders getoond. EU-buitenland vertegenwoordigster Catherine Ashton wilde als compromis voorstellen om de staat te erkennen, maar die bij internationale instellingen als de VN uitsluitend de status van waarnemer te geven, zoals het Vaticaan die heeft.
Terecht wees Abbas dat af, hij schoot er niets mee op. Alles wat hem dit zou kunnen brengen heeft hij al. Het is struisvogelpolitiek. Er is maar een fatsoenlijke oplossing en dat is de vluchtelingen met behulp van het financiële apparaat dat nu dient om het vluchtelingenprobleem in leven te houden, onder te brengen in Arabië, waar men van een gebied groter dan West Europa best een stuk ter grootte van Palestina af kan staan voor de vorming van een eigen staat voor Palestijnse vluchtelingen.
De snelst groeiende bevolking ter wereld, die nu wordt opgevoed in haat en geweld tegen haar naaste buur, dient op een andere en veiliger plaats te worden ondergebracht, een plaats waar zij zich zelf en anderen niet meer naar het leven kan staan en eindelijk tot rust kan komen.
De twee-staten oplossing en de toepassing van de regels van het internationale recht gaan geen oplossing brengen voor de problemen van het Midden Oosten. Niet in Libië, waar de milities elkaar de tent uit vechten, niet in Egypte, waar een democratisch gekozen president in het gevang is gezet omdat hij een gevaar bleek te zijn voor de minderheden in zijn land en niet in Syrië, waar de Soennitische meerderheid onderling de vrede niet bewaren kan en waar minderheden zich alleen met geweld tegen die meerderheid kunnen verdedigen. Dat internationale recht wordt niet gerespecteerd door Hamas en niet door Al Fatah en als Israël zich er aan zou houden zouden ze dat niet erg lang overleven. In het Midden Oosten gelden andere regels dan die van het internationale recht.
U zou het YouTube filmpje eens moeten bekijken dat ‘Hans van den Broek versus Sietse Fritsma’ heet. Hans van den Broek heeft het daarin over het Midden Oosten. Hij vertelde daar, ook uit naam van wijlen Hans van Mierlo, van zijn vrienden Peter Kooijmans, Dries van Agt en zijn zwager Laurens Jan Brinkhorst, dat het internationale recht meebrengt dat Israël zich terugtrekt uit het deel van het land dat in 1948 werd veroverd door Jordanië en tot 1967 door dat land werd bezet gehouden. Hij beweert in alle ernst dat Hamas een democratische organisatie is en daaraan kennelijk het recht ontleent om raketten op Israël af te schieten, nu de meerderheid van de bewoners van Gaza haar stem heeft uitgebracht op die terreurorganisatie. Als hij consequent zou zijn dan moet hij om dezelfde reden ook het regime van Adolf Hitler uit 1933 als democratisch aanmerken. Zowel de nazi overwinning toen in de Duitse verkiezingen als het Ermächtigungsgesetz, na de Rijksdagbrand, zijn net zo democratisch tot stand gekomen als de verkiezingsoverwinning van Hamas.
De Arabieren hebben voor het ontstaan van Likud en andere rechtse politieke partijen in Israël gezorgd. Vóór 1967 was Israël een overwegend socialistisch land, niet alleen in politiek, maar ook in sociaal opzicht. Pas de laatste decennia heeft rechts het voor het zeggen gekregen. Na zeventig jaar aanslagen en Arabisch geweld heeft de bevolking van Israël in meerderheid de moed opgegeven dat het nog ooit wat worden gaat met die vrede. Gelukkig heeft ‘het internationale recht’ er steeds voor gezorgd dat een vredesoplossing als door Van den Broek bedoeld ook veiligheid voor Israël en de joden moet inhouden. De Arabieren hebben zich daar nooit wat van aangetrokken en daarmee Israël het internationaal erkende recht gegeven hun recht op veiligheid in eigen hand te nemen. Internationaal recht als zodanig werkt niet in het Midden Oosten. Het is een westers concept en wordt door de Arabieren van de hand gewezen als het niet om hun eigen rechten gaat. Dat heeft Israëli’s bij weldenkende mensen in Europa en de VS tot nu toe gelegitimeerd om nee te zeggen wanneer Van der Broek c.s hun vroegen om het hoofd vrijwillig in de strop te steken.
Frankrijk en Engeland hebben Israël in het verleden regelmatig onderhouden over haar politiek om nieuwe nederzettingen te bouwen op de Westoever. Vanuit de gedachte dat een twee-staten oplossing haalbaar is en gezien ook de grote meerderheid in de VN voor een besluit om Palestina als staat een verhoogde status te geven, is de reactie van de twee landen begrijpelijk, maar natuurlijk ook oerdom.
Eigenlijk weet iedereen die zich in het probleem verdiept heeft, waaronder ook de deskundigen op de Franse en Engelse ministeries van buitenlandse zaken, dat de door zoveel mensen gewenste twee-staten oplossing er niet is.
Maar toch, de nieuwe nederzettingen maken zo’n oplossing nog onwaarschijnlijker, denken ze op de Quay d’Orsay en in Downing Street en zo denken kennelijk ook Van den Broek en andere Nederlandse fascistoïde katholieken. En dat is schijn. Er was en er is geen plaats voor twee vijandige samenlevingen in dezelfde piepkleine regio. Palestina ten westen van de Jordaan is een gebied dat zonder intensieve en vrijwillige samenwerking überhaupt niet leefbaar is.
Frankrijk en de andere Europese landen zouden er beter aan doen de joden dat kleine stukje land tussen Gaza en Libanon te gunnen en de gevluchte Arabieren, die voor het overgrote deel afstammen van mensen die helemaal nooit in Palestina woonden, te laten verhuizen naar een ander deel van Arabië. Van den Broek noemt dat geloof ik ultra rechts, maar het is een feitelijke constatering. Links en rechts in de zin van Van den Broek zijn normatieve begrippen. Die komen pas aan de orde als er van een feitelijke mogelijkheid tot een oplossing sprake zou zijn.
President Obama heeft bijna acht jaar geleden als een van de eerste daden van zijn presidentschap zijn verkiezingsbelofte waargemaakt door te proberen iets te doen aan de vastgelopen onderhandelingen tussen joden en Arabieren. Die onderhandelingen gingen over de oprichting van een autonome Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook met gelijktijdige deugdelijke garanties voor de veiligheid van de joodse staat. De bedoeling die Obama had met zijn belofte was om de slechte relaties tussen de VS en de islamitische landen te verbeteren. Het iets doen bleek te bestaan uit het sturen van een onderhandelaar die zijn competentie elders had bewezen. Het resultaat van zijn bemiddeling was nul en dat kon ook moeilijk anders. De belofte ‘iets te doen’ was loos. De mantra ‘een autonome Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever met gelijktijdige deugdelijke garanties voor de veiligheid van de Joodse staat’ bevat een innerlijke tegenstrijdigheid.
Het probleem zoals het daarin is gedefinieerd is onoplosbaar. Een autonome Palestijnse staat is een bedreiging voor Israël, vooral omdat een merendeel van de Palestijnen die eigen staat zien als een eerste stap op weg naar het uiteindelijke doel: één Arabische staat op het hele territorium van het voormalige mandaatgebied Palestina. Ook als het heersende Palestijnse regime oprecht vrede zou willen, dan wil de bevolking dat nog niet. Regimes zijn in Palestina even tijdelijk als elders in de wereld. Als democraten die de volkswil respecteren zouden we in Europa met dat gegeven rekening moeten houden.
De aanwezigheid van bijna twee honderd miljoen Arabieren in het Midden Oosten en anderhalf miljard Moslims in de wereld is een bedreiging voor de staat Israël en zijn bevolking. Deugdelijke garanties voor de veiligheid van Joden in het Midden Oosten zijn niet te geven. De vraag is alleen met welk niveau van onveiligheid neemt het land genoegen.
Obama heeft Netanyahu nu een afscheidscadeau gegeven: een verbod op uitbreiding van joodse nederzettingen op de westelijke Jordaanoever.
In antwoord daarop heeft Trump toegezegd dat de volgende Amerikaanse ambassadeur zich in Jeruzalem in plaats van Tel Aviv zal vestigen en dat hij daarmee Oost en West Jeruzalem gezamenlijk als hoofdstad van Israël zal erkennen.
Persoonlijk denk ik dat hij dan meteen door moet pakken en alle Palestijnen uit Jeruzalem, Gaza en van de Westoever moet verwijderen. Wat zij aan heiligdommen nog in Jeruzalem hebben, zoals de Al Aqsa moskee en de rotskoepel, kan dan worden afgebroken en verplaatst naar Mekka of een andere plek, naar keuze van de moslims.
Het is hoe dan ook vragen om onoplosbare problemen om de moslims in het heilige land te laten. Israël is veel beter te verdedigen als wat er aan moslims in de buurt woont vertrekt, bij voorkeur richting Saoedie Arabië. De Jordaan en de Golanhoogten worden dan de grens van Israël en in het Noorden de Litani rivier. Het gebied tussen die rivier en de bestaande grens met de Libanon kan worden ontruimd. De Hezbollah kan dan vanuit het Noorden van Israël op afstand worden gehouden. Vanaf de Golanhoogten kan er op worden toegezien dat de Syrische burgeroorlog zich niet richting Israël uitbreidt.
Het verplaatsen van de Palestijnen uit Gaza en de Westoever zal het gemakkelijkste kunnen gebeuren door die gebieden eerst van de buitenwereld af te sluiten en alleen nog voedsel en water te verstrekken op verzamelpunten van waaruit de bewoners kunnen worden vervoerd naar moslimgebieden ver bij van Israël vandaan.
De bewoners van Gaza hoeven dan voortaan ook niet meer door de internationale gemeenschap te worden onderhouden. Dat kunnen dan de Saoedies doen of ze kunnen zelf voor de kost gaan werken.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 31 december 2016 op zijn website
Laatste stuiptrekkingen
Het is toch wonderlijk dat president Obama, bij het scheiden van de markt, nog even zijn hekel aan Netanyahu en Israël tot uiting wilde brengen. Wat had het voor zin om een verbod om nederzettingen te bouwen of uit te breiden door de Veiligheidsraad te duwen? Zijn opvolger zal hem in deze beleidslijn niet volgen en Israël gaat zich weinig aantrekken van deze laatste stuiptrekkingen van het Obama regime. Het is gewoon een vorm van pesten, een soort diplomatiek schelden, waar niemand wat aan heeft, maar dat wel de geloofwaardigheid van de UN en de Veiligheidsraad verder ondermijnt.
Dat Rusland in de Veiligheidsraad vóór heeft gestemd was te verwachten. Dat is vaste politiek nog uit de tijd van de Sovjet Unie. Maar dat Engeland en Frankrijk zich voor het karretje hebben laten spannen is raar natuurlijk. Frankrijk is misschien bang voor zijn grote Arabische minderheid, maar Engeland heeft helemaal geen reden om partij te kiezen voor de terroristen in het Midden Oosten.
Als landen die Israël steunen zoals Denemarken of Nederland nu bij de Brexit onderhandelingen Engeland een hak kunnen zetten, zullen we het niet laten.
Belangrijker is wat Amerika na 20 januari 2016 gaat doen om het probleem van de Palestijnen op te lossen. Ik hoop dat de nieuwe president zal inzien dat er nooit vrede gaat komen daar zolang de Palestijnen op de westoever en in Gaza blijven zitten. De twee-staten oplossing is nu toch wel definitief van de baan. Er moet voor een heenkomen voor de Palestijnen worden gezorgd ergens ander in het Midden Oosten. Het beste misschien in Saoedie Arabië. Ik denk dat in Jordanië de herinneringen aan de Zwarte September nog te vers zijn. Die beginnen daar niet meer aan.

Israël is belediging van de islam
Leon de Winter
De Telegraaf 4 januari 2017
Israël. Hoe vaak heb ik geschreven over de enige joodse staat die de wereld kent? Honderden keren, denk ik. Mijn ouders, allebei al lang geleden gestorven, hadden er een diepe liefde voor; mijn vader heeft het land nooit gezien, mijn moeder gelukkig wel. Ik herinner me de eenzame radeloosheid van 1967, toen Israël opnieuw oorlog moest voeren. Met angst en boosheid ging ik naar school, waar niemand ermee bezig was zoals ik. De zorg om de toekomst van Israël heeft me sinds die dagen, toen Israël de Westelijke Jordaanoever veroverde en Egypte tot aan het Suezkanaal terugdreef, nooit meer losgelaten. Ik verdiep me er inmiddels een halve eeuw in.
De Algemene Vergadering van de VN heeft in 2016 twintig resoluties over Israël aangenomen en vier over de rest van de wereld bij elkaar. Dit gebeurt elk jaar. Nederlandse diplomaten en hun chefs in Den Haag doen schaamteloos mee aan deze obscene klucht.
Het is duidelijk: de wereld is geobsedeerd door het enige democratische land in het Midden-Oosten. Wie is er in het Westen bezig met echte of vermeende misstanden in Jemen, Oman, Qatar? Is wat Israël doet in de ‘bezette gebieden’ zo veel erger dan wat Assad in Syrië aanricht, of China in zijn provincies, of Rusland? De bittere obsessie met Israël heeft één reden: het is een land van en voor Joden.
Gisteren bracht de Volkskrant twee volle pagina’s met foto’s van Palestijnse jongeren die allen beweerden ’s nachts door Israëlische soldaten van hun bed te zijn gelicht en vervolgens te zijn mishandeld. Waarom trof die kinderen dat lot? Om angst aan te jagen, aldus een van de kinderen. Zonder enige achtergrondcheck of commentaar van Israëlische autoriteiten werden de foto’s door de Volkskrant gepubliceerd. De kinderen staren allemaal verslagen voor zich uit, als poppen. Ze claimen allemaal volstrekt onschuldig te zijn. Het zijn overduidelijk geënsceneerde foto’s. Ze vormen anti-Israëlische propaganda, gespeeld via Palestijnse kinderen, gesponsord door de Volkskrant.
Israël heeft zich geheel uit Gaza teruggetrokken. Heeft Gaza, bevrijd van de gehate bezetter, zich veranderd in Singapore aan de Mediterranée? Nee. Wel in een terroristische stadstaat die alle bezette gebieden wil bevrijden, en daarmee wordt Israël zelf bedoeld. Nu heeft Obama, over wie ik al in het voorjaar van 2008 schreef dat hij een anti-zionist is, er onlangs voor gezorgd dat de Veiligheidsraad een resolutie aannam waarin voor het eerst de grenzen van Israël worden aangegeven. Want die waren er niet. De grenzen van vóór 1967 zijn de grenzen van de wapenstilstand van 1949, na de eerste oorlog die Israël moest voeren om de Arabische legers terug te slaan die het landje direct na oprichting wilden vernietigen.
Sinds 1949 werden Gaza en de Westelijke Jordaanoever bezet door Egypte en Jordanië, maar er waren geen resoluties die die landen veroordeelden. Israël ruilde ‘land voor vrede’ en trok zich terug uit Gaza en de Sinaï. Maar niet uit de Westelijke Jordaanoever. Bij Herzlia is Israël dertien kilometer breed. In een regio die altijd in brand staat, is dat een onverdedigbare grens. De ‘nederzettingen’ (het zijn volwassen, moderne steden) aan de oostkant van die grens zal Israël nooit opgeven; een grondruil is al jaren geleden aangeboden, maar de Palestijnen weigeren dat te aanvaarden.
Waarom kunnen moslims Israël niet aanvaarden? Komt dat echt door de manier waarop Palestijnen worden behandeld? De manier waarop minderheden in Arabische landen worden behandeld, is veel erger dan wat Palestijnen van Israël te verduren hebben, ook al wil de Volkskrant dat de lezer wat anders denkt.
Het naakte bestaan van Israël, met of zonder ‘bezette gebieden’, is de meest radicale ontkenning van de boodschap van de profeet Mohammed. Een van de kerngedachten van de islam is de eeuwige claim van de islam op gebieden die de islam ooit heeft veroverd (ja, veroverd). Radicale moslims claimen dus ook Spanje en de Balkan. Maar het bestaan van Israël is de grofste, diepste, meest extreme belediging van de islam aangezien in het hart van het Midden-Oosten niet de islam heerst maar een staat van de door de profeet en Allah vervloekte Joden; daarmee wordt de islam zelf bespot. Dit is de kern van de antizionistische islamitische haat. Israël mag niet bestaan omdat het een niet-islamitisch land is.
‘Land voor vrede’, zoals het Westen graag wil denken, is niet de oplossing. Terugtrekking van Israël uit ‘bezette gebieden’ leidt tot meer geweld, niet minder, zoals Gaza en Libanon aantonen. ‘Land voor vrede’ is een loze kreet.
De enige vrede is de aanvaarding van Israëls bestaan door de islamitische wereld – maar dat zou een revolutionaire hervorming betekenen van de islam, die daarmee afstand zou doen van de claim dat de islam eeuwig letterlijk moet worden begrepen. Het gaat dus om religie. En dit maakt vrede onmogelijk. Als moslims Israël aanvaarden, beginnen ze aan de hervorming van de islam; ze zijn hiertoe niet in staat. Dit was de kern van het conflict op 29 november 1947, toen de VN het Britse mandaatgebied opdeelde in een Joods en een Arabisch deel, dat was het in 1967, en ook in 2017.

100 jaar na Balfour, 70 jaar na de verdeling, waarom is er nog altijd geen Palestijnse soevereine staat?
5 januari 2017 Likoed België
Door David Collier
De maskers vallen af (opnieuw). De oplossing voor het conflict met Israël die de voorkeur geniet van de ‘Palestijnen’ zoals Mahmoud Abbas en Saeb Erekat hier (27 april 2009) aantonen: één staat, niet naast Israël maar in de plaats van en dat bij voorkeur zonder Joden.
Er is geen Staat Palestina omdat na de val van het Ottomaanse Rijk, toen de Volkenbond (de directe voorloper van de Verenigde Naties) het Mandaat-systeem gebruikten om de creatie van nationale staten te vergemakkelijken, de Arabieren die in het Britse Mandaat leefden er geen wilden hebben.
Er is geen Staat Palestina omdat in de jaren 1920 en 1930, toen het Joodse volk zich begon voor te bereiden op hun eigen staat, de Arabieren ervoor kozen om zich met geweld te verzetten tegen Joodse immigratie eerder dan te werken aan de creatie van hun eigen staat. Er vonden massamoorden plaats van oude Joodse gemeenschappen.
Er is geen Staat Palestina omdat in 1937, toen de Britten voorstelden om er een op te richten, de Arabieren dit verwierpen. Dit leidde tot meer geweld met inbegrip van de massacre van Joden in Tiberius.
Er is geen Staat Palestina omdat in 1947, toen de Verenigde Naties suggereerden om deze te creëeren (Resolutie 181), de Arabieren dit verwierpen. Dit leidde tot een burgeroorlog.
Er is geen Staat Palestina omdat in 1948, toen Israël de onafhankelijkheid uitriep, de Arabieren in plaats van hetzelfde te doen, ervoor kozen om te vechten om Israël te vernietigen. De Arabieren verloren. Meer dan 6000 Israëliërs schoten er het leven bij in.
Er is geen Staat Palestina omdat tussen 1949 en 1967, toen elke duimbreed grond in de Westbank en de Gazastrook in Arabische handen waren, de Arabieren ervoor kozen geen Staat Palestina op te richten. In plaats daarvan verkozen zij zich te focussen op de vernietiging van Israël.
Er is geen Staat Palestina omdat toen rechtstreeks de vrede werd onderhandeld tussen Joden en Arabieren, Islamistische terroristen antwoordden met het vermoorden van Israëliërs. Honderden Joden werden vermoord tijdens het vredesproces.
Er is geen Staat Palestina omdat de Arabieren wegliepen van de onderhandelingstafel in 2000. In plaats van kozen zij om de tweede intifada te beginnen. Maar dan 1000 Israëliërs werden vermoord.
Er is geen Staat Palestina omdat toen Israël zich terugtrok uit Gaza en de nederzettingen ontmantelde, Hamas de controle overnam en raketten lanceerden. Duizenden raketten werden sindsdien afgevuurd naar Israël.
Er is geen Staat Palestina omdat in 2008, toen Olmert, de Israëlische premier, er een aanbood aan de Palestijnse president, de Palestijnen deze verwierpen.
Er is geen Staat Palestina omdat de Arabieren momenteel verdeeld zijn in strijdende partijen. Hetzelfde soort verdeeldheid zoals we die zien exploderen in het Midden-Oosten.
Er is geen Staat Palestina omdat teveel Arabieren (niet allen) simpelweg niet accepteren, nog altijd niet willen accepteren, vreedzaam samen te leven met Israël.
Er is geen Staat Palestina omdat teveel mensen investeren in het (voortbestaan) van het conflict. Dit is vooral het geval met de duizenden NGO’s, die in een perverte symbiose berichten over een conflict dat waarschijnlijk niet (meer) zou bestaan zonder hen.
100 jaren na Balfour, halen de Verenigde Naties nog altijd uit naar Israël (Resolutie 2334) alsof de Joodse staat op de een of andere wijze de sleutel in handen zou hebben om een einde te maken aan het conflict. U zult dit conflict nooit kunnen oplossen zolang u niet eerlijk bent over de oorzaken ervan.

ISRAËLISCHE MILITAIR AZARIA HANDELDE NIET IN EEN VACUÜM
Alfred Muller (https://alfredmuller.net)
9 januari 2017
Het belangrijkste nieuws in Israël was vorige week het proces tegen sergeant Elor Azaria. Op 24 maart vorig jaar schoot hij een kogel door het hoofd van een gewonde terrorist, die op de grond lag. Hij overtrad daarmee de ethische code van het leger. Woensdag werd hij door een militair gerechtshof schuldig bevonden. De rechters maken de straf binnen enkele weken bekend.
Terecht, want wat Azaria deed was fout. Hoe verwerpelijk het handelen van terroristen ook is, veiligheidstroepen dienen overmeesterde verdachten te arresteren en niet dood te schieten. Maar het is wel heel belangrijk te beseffen dat Azaria niet in het luchtledige handelde.
In de eerste plaats vond het incident plaats in Hebron. In deze stad met een zeer gespannen situatie bevinden zich Joodse enclaves in dichtbevolkt Palestijns gebied. Aan beide zijden bevindt zich een hoog percentage fanatici. Soldaten handelen daar vaker fout, zoals is gebleken uit de getuigenissen die veteranen hebben gegeven aan Breaking the Silence.
Sfeer van aanstichting
In de tweede plaats heerste er een sfeer van aanstichting. Palestijnse extremisten verheerlijkten op sociale media vaak het geweld tegen Joden. In oktober 2015 nam het aantal aanvallen – vaak met messen – tegen Israëliërs in rap tempo toe. Sommige Israëlische leiders riepen zelfs op aanvallers dood te schieten, ongeacht of dat nodig was of niet. Zo zei politicus Lieberman in oktober 2015 dat ‘geen aanvaller, man of vrouw, levend uit een aanval mag komen.’
Gelukkig bleef de legerleiding nuchter. Chef-staf Gabi Eisenkot zei in februari 2016 dat het leger geen slogans kan gebruiken zoals ‘als iemand komt om je te doden, dood hem dan eerst. Ik wil niet dat een soldaat een magazijn leegt op een meisje dat een schaar vasthoudt’.
Voordat soldaten de straat opgestuurd worden in complexe steden als Hebron, krijgen ze van de commandanten de regels te horen over geoorloofd en ongeoorloofd vuurwapengebruik. De uitspraken van de politici gingen dus tegen officiële instructies in.
Onnodig doden Palestijnen
In de derde plaats zijn er sterke aanwijzingen dat het onnodig doden van Palestijnen vaker voorkwam. Dat concludeerden Israëlische, Palestijnse en internationale mensenrechtenorganisaties op grond van video’s, forensisch bewijs en ooggetuigenverslagen. Ze riepen Israëlische functionarissen op het gebruik van excessief geweld te bestrijden.
In het geval van Azaria was het bewijs echter zo overweldigend, dat de militaire rechtbank wel tot vervolging over moest gaan. Een Palestijn filmde het hele incident. De mensenrechtenorganisatie B’Tselem plaatste de video dezelfde dag nog op internet.
Azaria is niet de enige schuldige. Eveneens fout zijn de politici aan beide zijden die door hun beleid een sfeer hebben gecreëerd waarin haat gedijt. Het Azariaproces bevestigt weer eens hoe hard Israëliërs en Palestijnen vrede nodig hebben. Die zullen ze zelf moeten sluiten. De internationale gemeenschap staat ook deze maand weer voor hen klaar om te helpen. FOTO: MILITAIRE POST IN HEBRON. © ALFRED MULLER

Zeventig volkeren
Bron: Christenen voor Israël 16 januari 2017
(https://christenenvoorisrael.nl/2017/01/zeventig-volkeren/)
Gisteren kwamen zeventig naties samen in Parijs om buiten Israël om te beslissen over de tweestatenoplossing; over de verdeling van het beloofde land.
Ds. Willem J.J. Glashouwer is er niet gerust op dat de volken dit zomaar ongestraft kunnen doen. In deze analyse legt hij uit waarom.
Wie de ontwikkelingen in het Midden Oosten jaar op jaar volgt, zal het niet ontgaan zijn dat indertijd, in november 2012, de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties met grote meerderheid (138 voor – 9 tegen – 41 onthoudingen) een resolutie hebben aangenomen waarin aan ‘de Palestijnen’ de status van een Palestijnse Staat werd toegekend die als waarnemer de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties mag bijwonen.
‘De naties van deze wereld lijken geen enkel idee te hebben van de diepte, de wortel en het hart van dit conflict.’
Sindsdien volgen de Pro-Palestijnse en anti-Israël resoluties elkaar in een sneltreinvaart op. Met als climax de onlangs gehouden stemming in de Veiligheidsraad over de Joodse dorpen in de Bijbelse gebieden van Judea en Samaria waarbij Amerika geen gebruik maakte van haar vetorecht, en dus Israël in de kou liet staan. Vanwege de beoogde tweestatenoplossing: de verdeling van het land. Wat de Heere daarvan vindt – bij monde van de profeet Joel – daarover later.
Het lijkt een overwinning voor de zaak van ’mensenrechten’, maar betekent ten diepste een beloning voor haat en terreur.
Ook offert dit het recht van het Joodse volk op om in vrede en veiligheid te wonen. Zowel de vóórstemmers als de landen die zich van stemming onthouden hebben, zijn hiervoor verantwoordelijk. En de Heere zal niet onschuldig houden wie zich vergrijpt – direct of indirect – aan Zijn eerstgeboren zoon Israël (Matteüs 25:31-34, 41).
‘Salamitactiek’
De naties van deze wereld lijken geen enkel idee te hebben van de diepte, de wortel en het hart van dit conflict. Ze lijken niet te beseffen dat de leiders van de Palestijnen en hun islamitische bondgenoten er gewoon op uit zijn de Joodse Staat Israël te vernietigen. Deze leiders en hun bondgenoten erkennen de legitimiteit van de Joodse staat Israël niet. En ze zijn ten diepste ook niet geïnteresseerd in een tweestatenoplossing. Ze hebben uiteindelijk een andere agenda: een Jodenvrije, geheel Arabische moslimstaat Palestina, op het totale grondgebied van het huidige Israël, inclusief de gehele stad Jeruzalem.
De op dit moment voorgestelde ‘Palestijnse Staat’ op de Westelijke Jordaan-oever, Gaza en Oost-Jeruzalem is slechts de eerste stap in een ‘salamitactiek’: plakje-voor-plakje. Uiteindelijk gaat het echter om de hele worst. Maar als je de Bijbel gelooft, dan weet je dat dat ze van dit streven ooit zelf het grootste slachtoffer zullen worden.
De in november 2012 aangenomen resolutie erkende (opnieuw) niet het recht van Israël’s soevereiniteit over Jeruzalem en wilde (opnieuw) terug naar de grenzen van vóór 1967. Daarmee zouden de ‘Palestijnen’ de controle krijgen over de gehele Oude Stad van Jeruzalem, inclusief de berg Sion, de Olijfberg, de Joodse wijk, de Klaagmuur, etc.
Falsificatie
Van Unesco mag de ‘Tempelberg’ trouwens niet meer zo genoemd worden, maar moet met zijn Arabische naam aangeduid worden. Deze officiële organisatie van de Verenigde Naties neemt dus deze radicaal islamitische falsificatie van de geschiedenis over. Als onderdeel van de nimmer aflatende jihad, de heilige oorlog, verklaarden de moslims ineens dat op de berg Sion/Moria nooit een Joodse Tempel gestaan heeft, maar dat deze berg in het hart van Jeruzalem altijd een islamitische ‘heilige plaats’ geweest is.
Onder de islamitische overheersing van Israël in de afgelopen eeuwen bestond bij de ‘Palestijnen’ 1400 jaar lang geen interesse in Jeruzalem. Pas toen in de negentiende eeuw de Joden begonnen terug te keren naar het beloofde land, raakten de Arabieren geïnteresseerd. Jordanië bezette illegaal van 1948-1967 de Westelijke Jordaanoever, maar zelfs toen legden de ‘Palestijnen’ geen claim op Jeruzalem.
Mahmoud Abbas heeft meerdere keren verklaard dat hij alle grondgebied van een te vormen ‘Palestijnse Staat’ zou schoonvegen van Joden, inclusief Oost-Jeruzalem. Ethnic cleansing heet dat. Terug naar de situatie onder de bezetting door Jordanië van 1948-1967. Toen werden alle Joden verdreven uit de Oude Stad en tientallen Joodse huizen en synagogen verwoest en ontheiligd – soms tot openbare toiletten gemaakt. Joodse en ook christelijke ‘heilige plaatsen’ zullen niet de bescherming meer hebben die ze nu onder de staat Israël wel hebben.
Parijs
Over die verdeelplannen van de Verenigde Naties en van de zeventig volkeren die bij elkaar waren in Parijs op 15 januari (zondag!) 2017 om een tweestatenoplossing op te dringen en om de Joodse dorpen te ontmantelen zodat Joden uit dit deel van het beloofde land weggevaagd kunnen worden – ethnic cleansing – heeft de Allerhoogste een heel duidelijke mening.
De profeet Joel 3:1-2 zegt erover: ‘Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van Mijn volk en van Mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij Mijn land verdeelden …’
Oordeel
Het zal leiden tot een oordeel Gods over de volkeren op een ongekende schaal. Onvervulde profetieën uit de Bijbel spreken over diverse oorlogen die naar het Midden-Oosten zullen komen. Zoals bijvoorbeeld Jesaja 17:1-2 dat spreekt over een volledige verwoesting van Damascus, de hoofdstad van Syrië, dat je bij helder weer vanaf de Golanhoogvlakte in Israël kunt zien liggen. Syrië en de oorlog aldaar is dagelijks in het nieuws. Maar de totale vernietiging van Damascus heeft in de geschiedenis nog nooit plaats gevonden. Maar eens gaat dat gebeuren, omdat de Heere het zegt.
Of Jesaja 19:16-17 waarin Egypte siddert voor Israël vanwege wat de hand des Heeren door het land van Juda (Israël) gaat doen tegen Egypte. Of Psalm 83 met daarin een eerste ring van landen vlak om Israël heen met Assur (= Irak) op de achtergrond – die gezamenlijk eensgezind zeggen: ‘Komt, laten we hen als volk vernietigen, zodat aan de naam van Israël niet meer gedacht wordt.’
En Zacharia 12 en 14 waarin tenslotte alle volkeren, je zou kunnen zeggen in onze dagen: de Verenigde Naties, die lastige steen Jeruzalem zullen trachten te tillen. En wat te denken van de profetie in Ezechiël 35 – 36:1-7 over Edom, het huidige Jordanië, dat vernietigd wordt?
Of Ezechiël 38 en 39 met daarin een tweede, wijdere ring van landen om Israël heen (Syrië en Egypte worden hier niet meer genoemd) die Israël plotseling van de kaart willen vegen. Met Turkije, en de voormalige Sovjetrepublieken en Rusland op de achtergrond? Een islamitische heilige oorlog, een jihad, tegen Israël? ‘Gog en Magog’ worden daar genoemd.
Zeventig volkeren
In Genesis 10 lezen we hoe van Sem, Cham en Jafeth, de zonen van Noach de 70 volkeren van de wereld afstammen. Wie let op de getalwaarden van de letters en woorden in het Hebreeuws – het Hebreeuws kent immers geen cijfers, maar letters geven de getallen weer, en elk woord heeft daarmee dus een getalwaarde – ontdekt dat de getalwaarde van Gog en Magog 70 is: 3-6-3 en 6-40-3-6-3, samen dus 70.
‘Hoe dat alles ook zijn zal: de HEERE strijdt aan de zijde van Zijn volk.’
Het getal 70 verschijnt keer op keer in de Bijbel en in Joodse geschriften. Naast de zeventig volken, talen en geofferde runderen op Soekot, trok Jakob met zeventig zielen naar Egypte, stelde Mozes zeventig oudsten aan, leefde koning David zeventig jaar en duurde de Babylonische ballingschap zeventig jaar. Volgens de rabbijnen heeft God zeventig namen en zijn er zeventig facetten aan de Thora. En tenslotte is de getalswaarde van Gog en Magog dus ook gelijk aan zeventig. Geen toeval dat het zeventig volkeren waren die daar in Parijs bijeenkwamen? Begin van een desastreuze ontwikkeling die tenslotte de hele wereld zal meeslepen?
Gods Woord
Hoe dat alles ook zijn zal: de HEERE strijdt aan de zijde van Zijn volk. Eenmaal zal de ‘macht’ van Allah en van alle machten der duisternis openlijk gebroken worden. Eenmaal treedt de Heere handelend op ten gunste van Zijn volk Israël, opdat de volkeren zullen weten Wie waarlijk God is: de God van Israël, de God van Abraham, Isaac en Jacob, de Schepper van hemel en aarde, de Vader van onze Here Jezus Christus, bij wie vergeleken alle andere ‘goden’ afgoden blijken te zijn. Eind goed, al goed.
Hoe de dingen zich ook zullen voltrekken – Gods Woord zal absoluut vervuld worden: tenslotte loopt het uit op de Komst van de Messias van Israël, de Koning der Koningen en Heer der heren, Jezus Christus. Dan zal in vervulling gaan wat Paulus schrijft in Filippenzen 2:9-11: ‘…Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle naam geschonken, opdat in de Naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader’!

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Een Schreeuw om Recht
18 januari 2017
Toon Kasdorp (https://akasdorp.wordpress.com/2017/01/18/een-schreeuw-om-recht-4/)
Mensen met een groot intellect, een indrukwekkende eruditie en een fraai en eigen taalgebruik[1] zijn zeldzaam en we moeten zuinig op ze zijn. Tegelijk moeten we er rekening mee houden dat ze ondanks hun brille niet noodzakelijk maatschappelijk goed geïntegreerd hoeven te zijn. Oud-premier van Agt, die ooit de drie van Breda vrijliet en een kabinet tot stand bracht dat op evenveel tegenstand stuitte bij het intellectuele deel van de natie als dat nu het geval zou zijn voor een kabinet met Wilders en de PVV, zette in de Volkskrant[2] uiteen waarom CDA en VVD zich niet zouden moeten laten gedogen.
Op dezelfde pagina betoogde Arie Elshout, die lang zo erudiet niet is als Van Agt en ook veel minder fraai schrijft, met goede argumenten dat Van Agt en de zijnen geen oog hebben voor de onderstroom in de samenleving. Die onderstroom richt zich tegen het establishment dat er in de ogen van het grote publiek een potje van gemaakt heeft. Op een hele reeks terreinen, waarbij dan naast immigratie en integratie de zorg, het onderwijs en de veiligheid eruit springen.
Van Agt zou zo’n fout niet maken als Elshout om in een artikel te beweren dat de undertow een richel is die de zee in een rots heeft uitgesleten. Van Agt negeert en ridiculiseert ook niemand, daar is hij te hoffelijk voor. Maar hij heeft wel te weinig oog voor wat er om hem heen gebeurt. In zijn angst voor het volk, waar hij weinig of geen attaches mee lijkt te hebben, demoniseert hij Wilders en diens aanhang. Meer nog dan de SP van Emile Roemer vertegenwoordigt Wilders het gewone volk. Zijn aanhang bestaat uit gewone mensen die na de Tsunami-ramp in Oost Azië een vermogen hebben geschonken voor hulp aan de slachtoffers en die zoiets trouwens altijd doen als er in de wereld een ramp heeft plaats gevonden. Het zijn mensen die jarenlang gestemd hebben voor ontwikkelingshulp, maar de laatste jaren er van overtuigd zijn geraakt dat ze daarmee voor de gek gehouden zijn. Hulp helpt niet, blijkt[3]. Het zijn mensen die weten dat er in Israël gewone mensen wonen net als zij, die niets liever zouden willen dan met hun buren in vrede leven. De Israëli’s, die zich Palestijnen en andere buren van het lijf moeten houden, worden in zijn boek door Van Agt gedemoniseerd [4]. Hij staat daar helaas niet meer alleen in want het katholieke establishment, waar vanouds al een onderstroom bestaat van vijandschap t.a.v. joden pakt die anti-Israël beweging gretig op.
[1] Isaac Arend Diepenhorst die van ’65 tot ’67 minister van onderwijs is geweest, was zo iemand.
[2] van 16/8/10
[3] Dambisa Moyo een wetenschapper uit West Afrika en de US en bekend vanwege haar boek Dead Aid, beweerde dit. Ik ontleen het volgende aan haar cv: Ms. Moyo was named by Time Magazine as one of the ‘100 Most Influential People in the World’, and was nominated to the World Economic Forum’s Young Global Leaders Forum. Her writing regularly appears in economic and finance-related publications such as the Financial Times, the Economist Magazine and the Wall Street Journal.
Dambisa worked at Goldman Sachs for nearly a decade, and also worked at the World Bank in Washington D.C.. She completed a Doctorate in Economics at Oxford University and holds a Masters degree from Harvard University. She completed an undergraduate degree in Chemistry and an MBA in Finance at the American University in Washington D.C..
[4] In zijn boek ‘Een Schreeuw om Recht’, pleitte Dries van Agt voor het Palestijnse volk dat in zijn ogen door Israël en door de wielen der geschiedenis vermorzeld wordt. Ik heb dat boek een paar maanden op mijn bureau laten liggen en er zo nu en dan een paar bladzijden in gelezen. Er staat weinig in dat feitelijk onjuist is, voor zover ik dat kan zien, maar het is zo eenzijdig dat het niet serieus kan worden genomen. Van de bedreigingen en de oorlogen die Israël heeft ondergaan en van het geweld dat de Palestijnen plegen tegen onschuldige Israëli’s komt men nauwelijks iets tegen. Over het criminele regime dat in Gaza aan de macht is worden bijna uitsluitend positieve dingen gezegd. Als er ooit een boek over de regio is gepubliceerd waarin men bedrogen wordt door omissie, dan is het dit boek van Van Agt. Een paar uur op het internet en men is beter voorgelicht dan met het lezen van Een Schreeuw om Recht.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
De Palestijnse zaak
18 januari 2017
door Toon Kasdorp (https://akasdorp.wordpress.com/2017/01/18/de-palestijnse-zaak/)
In het openbaar begrip tonen voor gepleegde misdrijven of bedreigingen is niet iets dat valt onder de vrijheid van meningsuiting. Het is eerder een vorm van aiding and abetting, het soort medeplegen dat naar Amerikaans recht de spreker kan maken tot een accessory after the fact.
Misdrijven worden in hoofdzaak voorkomen doordat het een vorm van gedrag is die brede veroordeling vindt in de samenleving. Wie begrip opbrengt voor de aanslagen van de 11e september of voor de honderden aanslagen op Israëlische burgers van de laatste jaren doet het omgekeerde, hij of zij voorkomt niet het plegen van nieuwe aanslagen, maar moedigt deze aan en tast bovendien het normbesef aan in de samenleving.
De Palestijnse zaak verdient geen veroordeling vanwege het streven naar onafhankelijkheid of naar een leven in vrede. Zij dient te worden veroordeeld vanwege de middelen die men ter bereiking van die doelstellingen geoorloofd acht. Mevrouw Duisenberg, Marcel van Dam en oud premier van Agt hebben in het publiek begrip opgebracht voor terrorisme, mits gepleegd voor de goede zaak. Ook al is dat begrip geclausuleerd en voorwaardelijk, het moedigt het plegen van nieuwe aanslagen aan en verlaagt de publieke weerstand ertegen.
Waarin verschilt een vrijheidsstrijder van een terrorist? Dit is het soort vraag dat alleen wordt gesteld door degenen die steun verlenen aan terrorisme. Impliciet in die vraag is immers dat iemand niet tegelijk vrijheidsstrijder en terrorist kan zijn. Dat terrorisme gedefinieerd kan worden vanuit de doeleinden die met het plegen ervan worden beoogd. Terrorisme is slecht, vrijheidsstrijd is goed, die twee kunnen dus niet samengaan is de gedachte. Maar wie meent dat zijn zaak goed genoeg is om moord op willekeurige buitenstaanders te rechtvaardigen heeft een verziekt normbesef.
Waarom er zoveel Nederlanders zijn tegenwoordig die een strenge veroordeling van het Palestijnse terrorisme uit de weg gaan is voor mij onbegrijpelijk. Men richt zich liever tegen de Israëlische maatregelen om het terrorisme te bestrijden en constateert op zijn best dat beide vormen van geweld verwerpelijk zijn. Het Israëlische geweld, vindt men dan ook nog, wordt van staatswege gepleegd, terwijl het Palestijnse geweld wordt gepleegd door particuliere organisaties, zodat het Palestijnse volk daarvoor niet verantwoordelijk kan worden gehouden. Bovendien Israël is sterk en Palestina is zwak. Vandaar dat la Duisenberg c.s. vinden dat per saldo aan de Israëli’s en niet aan de Palestijnen verwijten moeten worden gemaakt.
Dit is een kromme redenering. Als particuliere organisaties met overweldigende steun van het publiek misdrijven plegen waartegen door de bevoegde autoriteit onvoldoende wordt opgetreden, dan is die autoriteit en daarmee het Palestijnse volk voor de misdrijven verantwoordelijk. Bovendien heeft de Israëlische regering de plicht om haar burgers daartegen te beschermen. Die bescherming dient plaats te vinden met een minimum aan onschuldige slachtoffers aan Palestijnse kant, maar dat is ook ontegenzeggelijk de politiek van de Israëlische regering. Als er in het kader van de verdediging van de Israëlische bevolking tegen aanslagen maatregelen worden genomen die het Palestijnse publiek treffen, dan is dat de fout van de Palestijnse Autoriteit, die zelf adequate maatregelen had horen te nemen om aanslagen te voorkomen. Dat zij niet over de macht beschikt om daadkrachtig op te treden tegen Hamas of de IS is haar eigen schuld. Als vrede en welvaart voor het Palestijnse Volk haar doelstelling was geweest, in plaats van het verwezenlijken van de zogenaamde Palestijnse rechten, dan had ze het wel gekund. Nu is haar machtsbasis dezelfde als die van Hamas, zodat een effectieve bestrijding onmogelijk is. Bij veel linkse mensen in Nederland schijnt de overtuiging te bestaan dat slachtoffers per definitie aan de goede kant staan. Dat criminele regimes tevens verantwoordelijk zijn voor de slachtoffers aan hun eigen kant is niettemin een veel voorkomend verschijnsel, dat niet beperkt is tot de Palestijnen.
Het lijkt me evident dat geen onafhankelijkheid kan worden gegeven aan de Palestijnen zolang er geen zekerheid bestaat dat de moordenaars onder hen zullen worden vervolgd. Van de andere kant is de situatie in de Palestijnse gebieden ook voor de onschuldigen onder nu zo uitzichtloos, dat die ook niet kan blijven voortbestaan. Misschien dat de nieuwe Amerikaanse regering de Arabische landen wakker zal schudden en rijp maken voor de gedachte dat er nodig wat moet gebeuren aan de het drama van de Palestijnen, maar dan zonder terreur. Een effectieve scheiding van Joden en Arabieren is in elk geval een noodzakelijke eerste stap. Arabië is groot genoeg, om zo ’n scheiding mogelijk te maken.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Discussie naar aanleiding van de Deense cartoons
18 januari 2017
door Toon Kasdorp (https://akasdorp.wordpress.com/2017/01/18/discussie-naar-aanleiding-van-de-deense-cartoons/)
Elf jaar geleden, in Buitenhof van Zondag 5 februari 2006, was oud minister en voormalig EU commissaris Van den Broek te gast. Hij discussieerde met Ayhan Tonca van het CMO en met de uitgever Wouter van Oorschot over de Deense cartoons. Ze bespraken de gevolgen ervan in Nederland en elders in de wereld. Zoals wel vaker was de bijdrage van de voormalige CDA politicus wat deprimerend, in de zin dat het echte probleem dat rond de cartoons speelt bij hem niet aan de orde kwam. Het gaat bij Van den Broek nooit om een juiste analyse of om de oplossing van problemen, maar eerst en vooral om rust in de tent.
Hij meende dat het geweld voorspelbaar was geweest en voorkomen had kunnen worden als de grenzen van de vrije meningsuiting beter in acht waren genomen. Tonca was dat wel met hem eens maar Van Oorschot vond dat de vrijheid van meningsuiting noodzakelijk wel eens tot onfatsoen leidde. Dat was de prijs die je voor een vrije samenleving moest betalen. Overigens vond de gespreksleider Rob Trip en vond ook Van Oorschot dat sommige van die cartoons best leuk waren en niet beledigend. Het was beside the point allemaal.
Mensen moeten zelf weten waardoor ze zich beledigd voelen, daar gaan wij niet over en ik vind ook best dat mensen hun medeburgers met wat meer voorkomendheid kunnen behandelen dan Theo van Gogh deed, maar moet iemand daarvoor worden vermoord of bedreigd? Dat is het punt.
De discussies die volgden op de moord op de filmmaker en op het Deense incident hebben als leidraad dat het vrije woord in gevaar gebracht is. Dat is zo, omdat een aantal mensen zich nu geremd voelt om de discussie aan te gaan over de merites van de islam in onze samenleving en dat is wel een kwestie van de vrijheid van meningsuiting. Toch is dat niet de belangrijkste vraag die er speelde. Belangrijker dan de vraag of Theo van Gogh het recht had om een groep landgenoten geitenneukers te noemen of dat andersom een imam het recht had om homo’s als varkens te betitelen is de vraag of een bevolkingsgroep het recht heeft naar geweld te grijpen als ze menen dat zij in haar rechten wordt aangetast.
Naar mijn mening hadden Van Gogh en Hirsi Ali wel degelijk het recht Submission I te maken en te vertonen en heeft het stedelijk museum of de directeur van de productiemaatschappij er verkeerd aan gedaan de vertoning af te gelasten, want wijken voor geweld is naar alle kanten een verkeerd signaal.
Van Gogh en de imam hadden wat mij betreft niet het recht om een groep medeburgers opzettelijk te beledigen. Er moet wat dat betreft geen verschil worden gemaakt tussen moslims en homo’s, die zijn voor de wet hetzelfde. Dat heeft niets met de vrijheid van meningsuiting te maken. Eigendom werd vroeger in de wet gedefinieerd als de vrijheid om naar eigen goeddunken en zonder beperkingen gebruik te maken van je bezit. Dat heeft nooit betekent dat de eigendom van een wapen iemand het recht gaf om het tegen een medemens te gebruiken. Zo is het ook met de vrijheid van het woord. Het mag niet aan willekeurige beperkingen worden onderworpen en met name niet met geweld worden verhinderd. Dat wil niet zeggen dat we naar hartelust mogen liegen of beledigen. Titel XVI van het wetboek van strafrecht bevat strafbepalingen tegen een aantal vormen van belediging, maar gelukkig weerhoudt het gewone fatsoen de meeste mensen ervan ook zonder dat er politie of strafrecht aan te pas komt.
Het is een misverstand dat vrijheid van meningsuiting zou betekenen dat iedereen alles mag zeggen wat hij wil. Je mag niet liegen en niet lasteren en je mag anderen niet beledigen. Los van wat juridisch verboden is zijn er ook fatsoensnormen waar iedereen zich aan te houden heeft. Het categoriseren van andersgelovigen als geitenneukers hoort zeker tot de uitdrukkingen die moreel niet door de beugel kunnen. Het is ook zinloos om te gaan discussiëren of het wel of niet geoorloofd is om zoiets te zeggen. Als het wel geoorloofd was geweest was het niet gezegd. Juist het verbodene, het provocatieve was de ratio van de uitspraak en waarschijnlijk ook van de cartoons. Als het volksdeel zich niet beledigd had gevoeld, was de poging om te provoceren mislukt. Waarschijnlijk was de belediging onvoldoende voor een geslaagde strafrechtelijke vervolging wegens smaad, maar dat is het punt niet. Wat het in elk geval niet is, is een aanleiding om iemand te vermoorden en dat geldt ook voor het maken van een film waarin op artistieke wijze uitwassen van een geloof aan de kaak worden gesteld.
Voor het belangrijkste issue dat door de moord op Van Gogh of door het geweld, de bedreigingen en de boycots in de Deense zaak aan de orde is gesteld is het irrelevant of de tekenaar in Denemarken of Van Gogh, Hirsi Ali, Wilders en anderen hier in Nederland het recht hadden de dingen te doen of te zeggen waar zoveel ophef over werd gemaakt. Veel belangrijker is dat niemand het recht heeft om naar aanleiding daarvan een wapen te grijpen en hen te bedreigen of te vermoorden.
De discussie waarbij steeds gezegd wordt dat het geweld verkeerd is of te ver gaat, maar…. Dat soort discussies is foute boel. Geweld hoort alleen door de overheid gebruikt te worden voor de handhaving van het recht of de verdediging van het land. Burgers mogen geweld gebruiken in geval van acute zelfverdediging en anders niet. Alle verdere gebruik is verkeerd, ongeacht de provocatie. Dat zou het thema horen te zijn van de discussies en al die voorwaardelijk veroordelingen en voorbehouden zijn niet anders dan verdekte pleidooien voor nieuw geweld. In die zin dragen mensen als Van der Broek en Van Agt bij aan het toenemend geweld in Nederland. Zij hebben de positie en het gezag om het islamitische beestje bij zijn naam te noemen en ze doen het niet.
In een van de onnozele jongerendiscussies waar we er zoveel van zien, verklaarde een Marokkaan dat een moslim nooit een onrecht ongewroken zal laten van zichzelf of een islamitische broeder, maar dat hij zal vechten voor redres, desnoods tot de laatste islamiet. Dat is nu precies het probleem waar we mee worden geconfronteerd. Niet dat alle moslims er zo over denken, maar voldoende om het leven voor andere mensen behoorlijk onaangenaam te maken.
Een ankerpersoon van de NCRV drukte wat er gebeurd is met Vincent van Gogh ooit bar ongelukkig uit door te spreken over het in eigen hand nemen van het recht. Dat is nu bij uitstek niet het geval wanneer iemand zo disproportioneel reageert op vermeend of feitelijk onrecht dat hem of de zijnen is aangedaan.
Het probleem dat we met moslims hebben, is dat men in die kringen meent dat een aantasting van hun rechten aanleiding kan zijn om zonder enige terughouding of remming te reageren.
De wetgeving van Hamurabi, die dateert uit de tijd van het ontstaan van de Joodse bijbel en die een sprong voorwaarts betekende in het recht, blijkt niet te gelden voor islamieten. Niet oog om oog of tand om tand, maar moord wegens gebrek aan respect voor een individu of belediging van het geloof.
Dat is in een nutshell ook het probleem van Israël met de Palestijnse Arabieren. Niet dat de Palestijnen geen rechten kunnen hebben die geschonden zijn. Die hebben ze, maar de manier waarop ze menen die schending te moeten wreken en hun rechten waar te maken, maakt het moeilijk om met ze te leven. De moderne samenleving waar we allemaal aan hechten kan niet in stand blijven als we niet aanvaarden dat de schending van rechten eerst moet worden vastgesteld en vervolgens met vreedzame middelen moet worden gerepareerd.
De belangrijkste reden waarom zoveel Moslims zulke merkwaardige opvattingen hebben over joden- en christendom is het gevolg van een gebrek aan kennis over hun eigen geschiedenis.
Yilderim, een jonge Turks-Nederlandse advocaat schreef in Trouw ooit een nogal eenzijdige apologie voor Mohammed.
Mohammed kwam, anders dan Yilderim zegt, niet om een nieuw geloof te brengen, maar om het bestaande geloof in de God van Abraham te zuiveren van ongerechtigheden. Hij vereenvoudigde de bestaande christelijke en joodse geloofsopvattingen, beperkte die in hoofdzaak tot het geloof in een almachtige en barmhartige God en schreef een aantal simpele maar vrome gedragsregels voor.
Hij erkende de oudtestamentische profeten en ook Jezus van Nazareth als net zulke verkondigers als hij zelf. Minder in rang, maar soortgelijk. Hij bestreed joden- en christendom, niet vanwege de leer van hun profeten, maar vanwege de corruptie die latere geestelijken daarin hadden aangebracht.
Wij, die de islam niet van binnen bekijken maar van buiten en die niet alleen de goede kanten zien, maar ook de gebreken, beoordelen de boom van het geloof van Mohammed aan zijn vruchten.
Origineel, zoals Jezus van Nazareth, was Mohammed niet, maar een belangrijk geloofshervormer was hij wel. Hij bekeerde een in meerderheid heidens volk van rovers en barbaren en zij veroverden met hem en zijn opvolgers, de kaliefen, het grootste deel van de toenmalige beschaafde wereld. Die wereld ging er in eerste instantie op vooruit. De oude beschaving hervond zijn levenskracht en de welvaart in het Midden Oosten nam toe, totdat in de dertiende eeuw weer stilstand en achteruitgang optrad, waarschijnlijk omdat geloofsfanaten het toen voor het zeggen kregen.
De invloed van Mohammed op de Arabieren en Levantijnen is groot en in het begin ook positief geweest, maar Hirsi Ali had gelijk dat hij naar onze moderne maatstaven gemeten moeilijk als een goed mens kan worden aangemerkt. Daarvoor was hij te gewelddadig in zijn optreden, vooral in zijn tweede periode in Yathrib, na de Hijrah. De tot het jodendom bekeerde Arabieren uit Yathrib werden behandeld op een wijze die de profeet Jezus van Nazareth zou hebben veroordeeld en die Mohammed tegenwoordig een veroordeling door een mensenrechtentribunaal zou hebben opgeleverd.
Het is goed te bedenken dat Mohammed niet in onze tijd leefde en dat, was dat wel het geval geweest de Qur’an er zeker anders zou hebben uitgezien.
Volgens de grote westerse dichter Dante kwamen Mohammed en Ali terecht in de achtste cirkel van de hel temidden van de andere scheurmakers[1] en ketters. Zo werd er aan het einde van de middeleeuwen, toen men nog recente botsingen met de islamieten had gehad, over Mohammed gedacht.
Mohammed nam niet alleen christelijke en joodse geloofsopvattingen maar ook een deel van de heidense gebruiken over uit zijn Arabische omgeving. De Ka’ba, nu de centrum van de Hadj, was vóór de tijd van Mohammed een voorwerp van heidense verering. Mekka, zijn geboortestad, ontleende daar al voor Mohammed een bijzondere betekenis aan. Veel van wat nu in het Westen als primitief wordt beschouwd in de islam stamt nog uit de tijd van voor de prediking van Mohammed.
Het kan niet ontkend worden dat Mohammed de heidense wereld waaruit hij afkomstig was tot een hoger niveau van beschaving heeft gebracht en de landen die hij veroverde tot grotere bloei. Niettemin staat hij veel lager op de ethische ladder dan Jezus van Nazareth. Zijn geloof moet in vergelijk met het christendom in ethisch opzicht als een achteruitgang worden beschouwd. Wel moet worden toegegeven dat ook het christendom in zijn tijd gewelddadig was. Het was zeker een verdienste dat hij veel van de vroeg-Byzantijnse complexiteit uit het monotheïsme verwijderd heeft.
Het historische feitenrelaas van Yilderim was een mengelmoes van waarheid en verzinsels, van een soort waar hij als advocaat problemen mee zou krijgen, maar waarmee hij het goed zou doen als imam.
De moslims waren agressief. Ze veroverden in de zevende eeuw de zuidkust van de Middellandse Zee op de christenen en een aantal van de Europese eilanden. Later werden ook versterkte plaatsen in Zuid Europa gesticht of veroverd, vooral langs de kusten van Italië. Op een gegeven moment bezetten de moslims zelfs de Alpenpassen, om reizigers te kunnen uitschudden en vermoorden.
De verovering van Spanje – niet alleen Andalusië, maar heel Spanje op een paar kleine bergrijkjes na – werd gevolgd door een veroveringstocht in Frankrijk waar zij pas gestopt werden doordat de grootvader van Karel de Grote ze bij Poitiers versloeg. Daarna zijn de Arabieren nooit meer in Europa op verovering uit geweest. De Arabische moslims werden vanaf de tweede helft van de middeleeuwen weer langzaam uit Zuid Europa verdreven. In de elfde eeuw al uit Sicilië en grote delen van Spanje, in de vijftiende eeuw pas uit het laatste stukje Andalusië dat ze nog bezet hielden. Dat de moslims dus voor het eerst te maken kregen met de Europeanen tijdens de kruistochten naar het heilige land, is niet waar. De eerste kruistocht was juist onderdeel van het tegenoffensief. Zij vond pas plaats in 1095 en toen hadden de christenen ruim vier eeuwen van een agressieve islam te lijden gehad.
Wel is het waar dat de mengeling van Arabische, joodse en christelijke beschavingselementen in Spanje tot een grote bloei heeft geleid. Joden en christenen zijn in moslimlanden altijd tweederangsburgers geweest en zijn dat nu nog. De Balkan, het deel van Europa waar de Turken vroeger de baas waren, is nog steeds het meest gewelddadige deel van ons continent, een erfenis waar we onmogelijk blij mee kunnen zijn. Dat het onder het Turkse bewind in de Balkan vredelievend toeging is een sprookje. Overal waar de Turken ooit de macht hadden, werd die met geweld gehandhaafd en overal is daar een cultuur van geweld achtergebleven. De Turken hielden zich wel aan rechtsregels, de Sharia, maar dat is als rechtssysteem inferieur aan het Romeinse recht, waar in het westen alle moderne recht van afgeleid is. Geweld speelt in de Sharia een veel grotere rol en de mensenrechten problemen in de Sharia landen vloeien voort uit de barbaarse straffen voor de overtreding van regels die door ons niet kunnen worden aanvaard.
Geweld is niet alleen endemisch op de Balkan, maar ook in het hele Midden Oosten. Niet voor niets heeft Kemal Ataturk aan zijn leger de opdracht nagelaten om westerse normen en waarden te handhaven in zijn land, want aan het Turkse volk, gewend als dat was aan de Sharia, kon hij dat niet toevertrouwen.
Dat de Armenen tegen de Turken in opstand zijn gekomen, zoals Yilderim beweert, is niet waar. Ze sympathiseerden met de Russen, dat is wel waar en de Turken waren bang dat ze met die vijanden gemene zaak zouden maken, maar in opstand zijn ze nooit gekomen. Hun gedwongen verplaatsing midden in de winter, door het gebied van de moorddadige Koerden, was een voorzorgsmaatregel van de Turken. De Turkse overheid, dat moet worden toegegeven, vocht toen voor de overleving van de Turkse natie. Die ethnic cleansing van de Armenen, die al in het Oosten van Anatolië woonden duizend jaar voor de eerste Turk daar verscheen, heeft in elk geval honderdduizenden en, zoals veel Armenen zeggen, misschien wel miljoenen doden gekost. Het geldt als de grootse massamoord en etnische zuivering uit een tijd dat er nog geen communisten en nazi’s waren.
Van de drie beschavingen die als opvolgers van de klassieke oudheid kunnen worden gezien, het westerse christendom, Byzantium en de islam, was in de eerste helft van de middeleeuwen de islam de belangrijkste. Het kalifaat van Bagdad was in de tijd van Karel de Grote het centrum van een wereldbeschaving. Kunsten en wetenschappen bloeiden niet alleen in Bagdad, maar ook in Andalusië en aan de Kaspische Zee, in een gebied dus zo groot als het rijk van Alexander de Grote.
Het is voor mij onbegrijpelijk waarom de moslims over hun verleden altijd zo moeten fantaseren. De werkelijkheid is misschien iets minder mooi dan de fantasie, maar in alle objectiviteit toch mooi en belangrijk genoeg om er trots op te kunnen zijn. Het belang van de islamitische geschiedenis zit niet in de veroveringen van Mohammed en de kaliefen, die zit in de culturele opbloei die plaats vond in de Dar al Islam. Wie met het zwaard omgaat zal door het zwaard omkomen[2] zegt de bijbel maar dat is een waarheid die men, naar ik meen, in de koran tevergeefs zoekt.
Dat het Midden Oosten met al zijn rijkdom en beschaving tijdens de kruistochten een tijd lang veroverd kon worden door een handvol onbeschaafde Franken, is veel minder belangrijk dan dat de wiskunde uit de oudheid door de Arabieren is bewaard, dat zij de algebra hebben uitgevonden of overgenomen van de Indiërs en dat zij de astronomie hebben ontwikkeld tot een in de oudheid ongekend hoog niveau.
Namen als al-Kwarizmi en al-Karadji zijn heel wat belangrijker dan die van de Koerd Saladin, maar wie een gemiddeld Arabisch geschiedenisboek opslaat, vindt wel de laatste maar niet de eersten. Wie over de echte figuren van wereldbelang uit de vroege moslim beschaving iets te weten wil komen, kan in het algemeen beter terecht bij westerse universiteiten dan in het Midden Oosten en dat is toch betreurenswaardig.
Men zou de Arabieren meer zelfrespect en minder fantasie toewensen.
Meer discipline en zin in werken en meer eerbied voor de waarheid. Dat zou het hun gemakkelijker maken om de rechtmatige plaats te claimen die hun voorouders in de geschiedenis hebben verdiend.
[1] Inferno, 28e canto.
[2] De verovering van Bagdad en het Aziatische gebied van de islam door de Mongolen heeft de beschaving in de Dar al Islam een klap toegebracht, die zij nooit meer te boven is gekomen. Juist omdat de moslim zijn gevoel van eigenwaarde zo zoekt in het gebruik van geweld, is de vernedering van deze nederlaag kennelijk te veel geweest.

Islamitische wereld weigert toegang aan Israëli’s – wereld stil
Artikel van Likoed Nederland (http://likud.nl)
29 januari 2017
Er is veel verontwaardiging over het besluit van de Amerikaanse president Trump om inwoners van zeven islamitische landen de toegang te weigeren.
Echter, zestien islamitische landen verbieden al tientallen jaren alle Israëli’s de toegang tot hun land. Acht landen verbieden zelfs de toegang aan mensen alleen om het feit dat zij in Israël zijn geweest.
De zestien landen zijn: Algerije, Bangladesh, Brunei, Irak, Iran, Jemen, Koeweit, Libanon, Libië, Maleisië, Oman, Pakistan, Saoedi-Arabië, Soedan, Syrië en de Verenigde Arabische Emiraten.
Dat betekent dat bijvoorbeeld de meeste van de bijna een miljoen Joden die verdreven zijn uit de Arabische landen, hun geboortegrond niet kunnen bezoeken.
Zes van die zestien landen zijn nu getroffen zijn door de Amerikaanse maatregel (alleen Somalië hoort daar niet toe).
Het is een koekje van eigen deeg, kan je zeggen.
Toch noemde een deskundige in NOS Nieuwsuur de Amerikaanse maatregel uiterst zeldzaam.
Dat is de maatregel dus niet, hij bestaat al bijna zeventig jaar, in zestien landen.
Politiek links is hogelijk verontwaardigd over de weigering van toegang voor moslims.
Echter, over de al lang gebruikelijke weigering van toegang aan Joden (want dat zit uiteraard achter het weigeren van Israëli’s en mensen die in Israël zijn geweest) door moslims, hoor je ze nooit.
Zelfs vandaag niet – op deze internationale dag van herdenking van de Holocaust.

Weg naar gerechtigheid is lang voor Tent of Nations
Alfred Muller (https://alfredmuller.net)
4 februari 2017
Daoud Nassar van de Tent of Nations, foto Alfred Muller
De lutherse familie Nassar voert al jarenlang juridische processen tegen de Israëlische autoriteiten voor het behoud van familiegrond op de Westelijke Jordaanoever. Daoud Nassar, eigenaar van de educatieve boerderij Tent of Nations ten zuiden van Bethlehem, spreekt zaterdagmiddag in de Grote Kerk in Driebergen over de laatste ontwikkelingen omtrent zijn project.
De 46-jarige Nassar, die samen met zijn broeder Daher (60) de boerderij leidt, zal vertellen over de diverse rechtszaken die op dit moment lopen. Waar het hem vooral om gaat, is de toehoorders te inspireren. ‘Het belangrijkste idee van de Tent of Nations is een voorbeeld te zijn. We willen de mensen laten zien hoe ze hoop kunnen brengen in een uitzichtsloze situatie.’
De weg naar gerechtigheid is lang, vervolgt hij, ‘maar in de praktijk proberen we de frustratie positief in te vullen en een positieve geest te houden. We gaan gewoon door.’
Nassar zal volgende week ook spreken tijdens een kerkdienst. Verder staan er diverse ontmoetingen op het programma.
Bomen
Het Israëlische leger verwoestte in 2014 honderden bomen in een vallei naast de boerderij. Het burgerbestuur – de afdeling van het leger dat zich bezighoudt met civiele zaken op de Westelijke Jordaanoever – zei destijds dat de bomen op staatsland stonden, maar Nassar betwist dat. Hij eist nu bij de rechtbank schadevergoeding. De ontworteling van de bomen werd namelijk uitgevoerd zonder toestemming van de rechtbank, betoogt hij. Inmiddels zijn er nieuwe bomen geplant.
Ook loopt een rechtszaak tegen een bevel om een aantal constructies op het terrein van de Tent of Nations af te breken. Het gaat bijvoorbeeld om tenten en zonweringen. Nassar gelooft niet dat de autoriteiten ook van plan zijn de stenen gebouwen op zijn terrein met de grond gelijk te maken.
Een woordvoerder van het burgerbestuur liet vrijdag weten dat er de afgelopen jaren maatregelen zijn genomen tegen ‘nieuwe illegale structuren’ die zijn geplaatst op de betreffende grond. Volgens de woordvoerder heeft het hooggerechtshof de petitie van de eigenaars verworpen omdat het plan dat werd ingediend in strijd is met de documenten betreffende landbezit.
Een andere petitie wordt nog door het hof behandeld. Het burgerbestuur zegt maatregelen te zullen nemen ‘in overeenstemming met de wet en de uitslag van de rechtsprocedure.’
Geen vijanden
De Tent of Nations ligt in het zogenoemde C-gebied van de Westelijke Jordaanoever. Dat zijn de delen waar Israël een militair en civiel bestuur uitoefent. Bovendien ligt de boerderij in een van de zogeheten ‘nederzettingenblokken.’ Dit zijn delen op de Westoever die Israël wil annexeren als er een vredesakkoord met de Palestijnen wordt bereikt.
De familie Nassar zegt het 42 hectare grote stuk land in 1916 te hebben gekocht. Vorig jaar vierde Tent of Nations zijn 100-jarig bestaan. Tot nu toe is het echter niet gelukt om de grond officieel te registreren. Het motto van Tent of Nations is: ‘Wij weigeren vijanden te zijn’.
De boerderij, ook Nassar Farm genoemd, is inmiddels internationaal bekend. Volgens Nassar kwamen vorig jaar 6000 belangstellenden op bezoek. Verder hebben honderden mensen als vrijwilliger geholpen om de boerderij draaiende te houden.

Kritische nieuwe VN-ambassadeur VS verdedigt Israël
22 februari 2017
Redactie Israel Today (http://www.israeltoday.nl)
Sinds januari heeft de VS een nieuwe VN-ambassadeur, het is Nikki Haley. Een paar dagen geleden nam ze heeft deel aan de eerste vergadering van de Veiligheidsraad over het Midden-Oosten. Na afloop sprak ze in een verklaring scherpe kritiek uit op de Verenigde Naties en hun houding ten opzichte van de Staat Israël.
De volledige tekst van de verklaring luidt:
‘De Veiligheidsraad heeft zojuist zijn maandelijkse vergadering over het Midden-Oosten beëindigd. Ik was er voor de eerste keer bij en moet zeggen dat het was een beetje vreemd was. De Veiligheidsraad wordt geacht te bespreken hoe internationaal de vrede en veiligheid kan worden gehandhaafd. Maar in onze vergadering over het Midden-Oosten ging de discussie niet over Hezbollah’s illegale toename van raketten Libanon. Het ging niet over het geld en de wapens die Iran aan terroristen levert. Het ging niet over hoe we ISIS verslaan, het ging niet over hoe we Bashar al-Assad verantwoordelijk kunnen stellen voor de moord op honderdduizenden burgers. Nee, in plaats daarvan richtte de vergadering zich op het bekritiseren van Israël, de enige echte democratie in het Midden-Oosten. Ik ben hier nieuw, maar ik weet dat de Raad al tientallen jaren maand na maand zo functioneert.
Ik ben hier om uit te spreken, dat de Verenigde Staten dit niet langer lijdzaam zal toelaten. Ik ben hier om de ijzeren steun van de VS voor Israël te onderstrepen. Ik ben hier om te benadrukken dat de Verenigde Staten vastbesloten is om zich te verzetten tegen de anti-Israëlische vooringenomenheid van de VN. We zullen nooit de verschrikkelijke fout van resolutie 2334 herhalen en eenzijdige resoluties van de Veiligheidsraad die Israël veroordelen toelaten. In plaats daarvan zullen we aandringen tot actie bij de echte bedreigingen die we in het Midden-Oosten waarnemen.
Wij staan voor vrede. We steunen een oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict, waarover rechtstreeks wordt onderhandeld door de twee partijen, zoals president Trump gisteren herhaalde tijdens zijn ontmoeting met premier Netanyahu. De ongelooflijk eenzijdige resoluties van de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering maken de vrede die alleen maar moeilijker te bereiken, doordat een van de partijen wordt ontmoedigd om naar de onderhandelingstafel te gaan.
Het is ongelooflijk dat het VN-Departement voor Politieke Zaken een hele afdeling heeft gewijd aan Palestijnse zaken. Stel je dat eens voor. Er is geen afdeling voor illegale raketlanceringen vanuit Noord-Korea, geen afdeling voor de nummer één terreur-steunende Staat, Iran. De bevooroordeelde benadering van de Israëlisch-Palestijnse kwestie doet het vredesproces geen goed, en staat los van de realiteit in de wereld om ons heen.
De dubbele standaarden zijn ongelofelijk. Slechts een paar dagen geleden heeft de VS tevergeefs geprobeerd, om de Veiligheidsraad een terroristische aanslag in Israël te laten veroordelen. Een terrorist had daar eerst mensen die op de bus stonden te wachten beschoten, en toen anderen gestoken. Wanneer een dergelijke aanval in een ander land was gebeurd, dan zou de Veiligheidsraad zonder aarzelen de aanval hebben veroordeeld. Maar niet alzo bij Israël. De uitspraak werd geblokkeerd. En dat is zeer beschamend.
Israël bestaat in een regio, waar anderen tot zijn totale vernietiging oproepen van het land en in een wereld waar het antisemitisme steeds toeneemt. Dit zijn bedreigingen die we in de VN moeten bespreken als we willen blijven werken aan een gedetailleerde overeenkomst die een eind maakt aan het Israëlisch-Palestijnse conflict.
Maar buiten de Verenigde Naties is er echter enig goed nieuws. Israël plaats in de wereld verandert. Israël bouwt nieuwe diplomatieke betrekkingen op. Steeds meer landen erkennen hoeveel Israël bijdraagt aan deze wereld, ze beseffen dat Israël een baken van stabiliteit is in deze onrustige regio en dat Israël vooraan loopt op het gebied van innovatie, ondernemerschap en technologische ontdekkingen.
Het is de hoogste tijd dat het vooroordeel van de VN tegen Israël gaat veranderen. De Verenigde Staten zullen niet aarzelen om zich uit te spreken tegen deze vooroordelen ter verdediging van onze vriend en bondgenoot Israël.’

Het lijkt trekken aan een dood paard
Awi Cohen (bestuurslid van Likoed Nederland)
22 februari 2017
Vorige maand is er een internationale conferentie georganiseerd in Parijs. Deze conferentie had tot doel de tweestatenoplossing, een staat voor Joden en een onafhankelijk Palestina, onder de aandacht te brengen. De bijeenkomst was georganiseerd door de Franse president Hollande, onder andere de ministers van Buitenlandse Zaken van de VS Kerry en die van Nederland Koenders namen deel.
Wat is de overeenkomst tussen deze personen? Hun ambtstermijnen liepen binnen enkele maanden af en het is vrijwel uitgesloten dat zij zullen terugkeren. Waarom dan toch deze bijeenkomst? Zij wilden nog eenmaal hun geloofsovertuiging uitdragen. Immers, de Palestijnen vormen een van de weinige onderwerpen waar links nog een gemeenschappelijk stokpaardje heeft.
Wegsmeltend draagvlak
Wat dat betreft was het duidelijk een zwanenzang; een uiting om krampachtig vast te houden aan het verleden. Want ook zij voelden natuurlijk ook wel aan dat het internationale draagvlak voor die tweestatenoplossing aan het wegsmelten is. Wat dat betreft was het kenmerkend dat de Britten en de Australiërs de slotverklaring niet wilden ondertekenen. Ook de VS hebben recent verklaard dat de tweestatenoplossing niet zaligmakend meer is.
Dit alles met een goede reden: de Arabieren wijzen al tachtig jaar de tweestatenoplossing af. Dan is toch wel het moment aangebroken om onder ogen te zien dat het blijkbaar een dood paard is.
Vernietiging van Israël
De tweestatenoplossing is door de Arabieren afgewezen sinds 1937, toen die voor het eerst als oplossing werd voorgesteld. Dat gebeurde vervolgens in (onder meer) 1947, 1967, 2000, 2001, 2008 en 2014. En altijd om dezelfde hoofdreden: het niet erkennen van het bestaansrecht van een Joodse staat en daarom die niet kunnen accepteren.
De twee grote Palestijnse partijen Hamas en Fatah verschillen daarin niet. Hamas zegt consequent dat haar streven de vernietiging van Israël is. En ook Fatah draagt uit dat het Israël nooit als Joodse staat zal accepteren. Naar de eigen bevolking verheerlijken beiden terreur tegen Israëlische burgers en noemen daarbij omgekomen terroristen ‘martelaars voor de islamitische zaak’. En zowel Hamas als Fatah stellen dat een Palestijnse staat slechts dient als tussenstap tot de vernietiging van Israël.
De Israëli’s horen dit nu al decennia voortdurend aan waardoor het brede draagvlak dat zij hadden voor een tweestatenoplossing grotendeels is verdwenen. Ook de socialistische oppositie in Israël ziet op dit moment een tweestatenoplossing niet meer zitten. Niemand kan verwachten dat de Israëli’s zelf hun hoofd in die strop steken.
Het doel is vrede
Zelfs in de Arabische wereld is men het voortdurende Palestijnse geklaag en de roep om politieke en financiële steun behoorlijk zat en brokkelt het draagvlak daardoor af. Ook veel moslims beginnen in te zien wat het wahabisme met zijn afkeer van andersgelovigen voor ellende teweeg brengt in het hele Midden-Oosten en Noord-Afrika. Zelfs in Saoedi-Arabië, de grote promotor en financier van het wahabisme, groeit dit besef dat het hiermee monsters heeft gecreëerd, zoals Al-Qaida en IS, zeker nu die zich ook tegen henzelf richten.
Is het dan niet erg als er geen tweestatenoplossing komt? Nee, want het doel is vrede, niet een tweestatenoplossing. Als die juist tot meer geweld zou leiden, is het geen oplossing – en bovendien strijdig met het internationaal recht. In het VN handvest staat duidelijk dat lidmaatschap uitsluitend open staat voor vredelievende staten.
Andere oplossingen
En er zijn ook andere oplossingen. De huidige status quo met vergaande autonomie voor 98% van de Palestijnen kan gecontinueerd worden. Of er kan een Palestijnse staat in de Gazastrook komen met uitloop in de Sinaï (een idee ooit geopperd door de Egyptische president Sisi). Of de Westbank komt bij Israël, terwijl de Palestijnen daar hun Jordaanse nationaliteit terug krijgen, zoals zij die hadden voor 1967. Of de situatie van voor 1967 wordt helemaal hersteld; de driestatenoplossing: de Gazastrook gaat terug naar Egypte en de Westbank (met grenscorrecties) naar Jordanië.
Misschien ook geen ideale oplossingen, maar met het krampachtig vastklampen aan de tweestatenoplossing is vrede de afgelopen tachtig jaar geen millimeter dichterbij gekomen.
De bal ligt nu bij de Palestijnen. Wie weet pakken de Palestijnen het signaal op. Dat het voor de tweestatenoplossing noodzakelijk is dat je bereid bent je buren te accepteren en werkelijk in vrede met hen samen te leven. Dat de opvoeding van kinderen met Jodenhaat, verheerlijking van geweld en martelaarschap niemand verder helpt – ook je eigen samenleving niet. Dat het blijven dromen van de vernietiging van Israël niet realistisch is en dat dit vasthouden aan strijd en confrontatie niet alleen de Israëli’s maar ook de Palestijnen zelf alleen maar misère heeft gebracht.
Als dat besef ooit doorbreekt, zou zelfs de tweestatenoplossing mogelijk als een feniks uit haar as kunnen verrijzen.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 25 februari 2017 op zijn website (https://akasdorp.wordpress.com/2017/02/25/de-twee-staten-oplossing/)
De twee staten oplossing
Op 3 Oktober 2014 gebruikte de nieuwe Zweedse premier Stefan Löfven de gelegenheid van zijn eerste optreden in het parlement om aan te kondigen dat hij de staat Palestina ging erkennen. Hij voegde daaraan toe dat een tweestaten oplossing wederzijdse erkenning vereist en de wil om vreedzaam samen te leven. Dat was de reden, zei hij, waarom Zweden tot erkenning zou overgaan.
Hoe kan een politicus nu zoiets innerlijk tegenstrijdigs beweren?
De Palestijnen willen helemaal niet vreedzaam met de Israëli’s samenleven [1] en hebben dat nooit onder stoelen of banken gestoken. Dat is niet alleen een kwestie van woorden. Het aantal aanslagen dat vanuit Palestijns grondgebied op en in Israël is gepleegd is niet meer te tellen. Hamas is alleen tijdelijk bereid haar raketaanvallen te staken, als Israël weer eens tegen de wereld publieke opinie in gaat. Eens in de zoveel tijd zet dat land een tegenaanval in, waardoor dan een deel van de Hamas militaire capaciteit in Gaza wordt uitgeschakeld. Dat gaat dan gepaard met schade aan burgers en burgerdoelen, omdat deze moslimbroeders zo slim zijn om zich achter hun burgers te verschuilen.
Ik denk dat Israël er verkeerd aan doet zich zo terughoudend op te stellen. Ze schieten er niets mee op en ze horen zich daar in Jeruzalem te realiseren dat het voor het land een kwestie van leven of dood is.
Palestijnen met zachte handschoenen aanpakken heeft de vijandschap niet verminderd. Eerder het omgekeerde, lijkt het. Ook de linkse pers en politiek in het westen hebben geen waardering voor de zelfbeheersing die het land tot nu toe aan de dag heeft gelegd.
Ze zouden er beter aan doen om Europeanen die Palestina steunen als hun vijanden te zien en daarnaar te handelen. Israël zal het moeten hebben van de steun van de Amerikaanse republikeinen en van de zeldzame rechtse Europeanen, zoals ik er een ben, maar die zijn zeldzaam. Stefan Löfven en zijn vrienden moeten als medeplegers van de Gaza criminelen worden beschouwd en dienen als de mogelijkheid zich voordoet ook als zodanig te worden behandeld.
[1] Het volgende zijn voorbeelden van de Palestijnse opstelling tegenover Israël.
Bij een definitieve oplossing zou er geen enkele Israëli, geen burger of soldaat meer overblijven op ons grondgebied (Mahmoud Abbas, Jerusalem Post, July 30, 2013);
Het Laatste Oordeel zal pas komen nadat de moslims de joden hebben bestreden en gedood, als joden zich verscholen houden achter rotsen en bomen. De rotsen en bomen zullen spreken en zeggen O moslims, er staat een jood achter mij, kom en dood hem (Charter van Hamas, artikel 7);
Deze strijd zal niet eindigen tot de zionistische staat vernietigd is en Palestina volledig is bevrijd (Fatah charter, 19 juli 2005).

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 28 februari 2017 op zijn website (https://akasdorp.wordpress.com)
Dries van Agt en de Palestijnen
Van Agt heeft zijn bezwaren tegen Israël en zijn parti pris voor de Palestijnse zaak neergelegd in een strijdbaar pamflet onder de naam ‘Een schreeuw om recht’. Ik heb dat boek ooit een keer cadeau gekregen en me tegenover de schenker verbonden er op te reageren. Dat valt niet mee, want het staat boordevol feiten en beweringen die buiten hun historisch verband moeilijk op hun waarde kunnen worden getoetst. Daarom eerst het historische verband.
Het gebied tussen Libanon, Syrië, Irak, Saoedi-Arabië en Egypte, dus het huidige Israël, Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Jordanië, vormde tussen de twee wereldoorlogen het Britse mandaatgebied Palestina. Het was afgesplitst uit het Turkse rijk dat na de Eerste Wereldoorlog onder toezicht van de Volkenbond werd verdeeld in een aantal onafhankelijke gebieden, elk onder protectie van een van de geallieerde mogendheden. Het V.K. splitste uit haar mandaat Palestina weer een deel af, noemde dat Transjordanië en schonk dat ter beloning voor de medewerking in de strijd tegen de Turken aan de emir Abdoellah. Abdoellah kwam uit het aan de profeet verwante huis van de Hasjemieten, die door de Saoediërs uit hun functie van Sjarief van Mekka waren gezet. In Transjordanië functioneerde het door de Britten opgeleide Arabische legioen, het enige competente Arabische legerkorps [1]. De mandaatbepalingen bevatten de opdracht aan de Britten om binnen het gebied een Joods nationaal tehuis in te richten. Impliciet in het mandaat was om de overige bewoners van het gebied naar de onafhankelijkheid te leiden maar de manier waarop en het tijdsverloop werden in het midden gelaten. In 1948 legden de Britten hun mandaat neer zonder dat de inrichting van het nationaal tehuis voor de Joden of de onafhankelijkheid van de overige bewoners was geregeld. Volkenrechtelijk was het mandaatgebied toen niemandsland. Er lag een voorstel van de VN om het gebied te splitsen in een Joods en een Arabisch deel, met een internationaal statuut voor Jeruzalem. Maar dat voorstel werd door de Arabieren verworpen. Ook de relatie tussen Transjordanië en het nieuw te vormen Arabische gebied in Palestina was niet geregeld, toen de Britten vertrokken. De Joden riepen toen de eigen onafhankelijkheid uit, waarna de Arabische buurlanden van het Mandaat, inclusief Trans-Jordanië, het nieuwe Israël aanvielen. Israël hield zich in die oorlog staande, maar moest bij de wapenstilstand genoegen nemen met 18% van het grondgebied dat haar oorspronkelijk was toebedacht[2]. Egypte bezette de Gazastrook en Trans-Jordanië de Westelijke Jordaanoever en Oost Jeruzalem. Transjordanië annexeerde kort erna het door haar veroverde grondgebied en veranderde haar naam in Jordanië.
In de oorlog van 1967 hebben ze dat gebied weer prijs moeten geven. Sinds de onafhankelijkheidsoorlog van 1948 is er nog driemaal grootscheeps oorlog gevoerd, in ’56, ’67 en ’73 en nog een paar maal kleinschaliger, maar van een door beide partijen aanvaarde verdeling van het mandaatgebied is nooit sprake geweest. Tussen Israël en Jordanië en Israël en Egypte zijn vredesverdragen gesloten, die bij de Arabische bevolkingen van die landen impopulair zijn. De VN heeft een aantal resoluties aangenomen over de kwestie maar ook die zijn maar heel ten dele ooit door beide partijen aanvaard [3]. Israël voelt zich door haar Arabische buren bedreigd en niet zonder reden. De moslimbroederschap en de van haar afgeleide organisaties zoals Hamas en verder alle fundamentalistische moslimregimes hebben de ondergang van Israël gezworen en historisch gesproken steeds de daad bij het woord gevoegd wanneer de tijd daar rijp voor leek. Israël heeft het aan haar militaire competentie en aan de steun van Amerika te danken dat het nog bestaat. Tegen deze achtergrond moet U het boek van Dries van Agt lezen en U zult merken dat U daar van deze achtergrond niets terug vindt. Van Agt gaat ervan uit dat Israël vanuit een veilige positie en uit een soort wreed genoegen, de arme Arabieren het leven zuur maakt, terwijl de overgrote meerderheid van Israëli’s tientallen jaren lang niets liever gedaan had dan vrede sluiten met haar buren. Dat de hoop daarop langzaam aan het verdwijnen is bepaalt mee de hardere houding tegenover de Palestijnen van de laatste jaren en de radicalisering van de Israëlische regering.
Dat alles neemt niet weg dat binnen de geven historische omstandigheden Israël haar best moet blijven doen de mensenrechten te respecteren en dat ze daar niet altijd in slaagt. Maar nog steeds is er geen normaal en fatsoenlijk mens op de wereld die op de hoogte is van de omstandigheden en dan de kant van de Palestijnen zou kiezen, behalve dan de Palestijnen zelf. Dat mensen als Van Agt en Gretta Duisenberg dat wel doen, komt omdat ze niet helemaal normaal zijn. Nu nog wat beschouwingen rondom de kwestie, om de niet ingevoerde lezer wat beter wegwijs te maken.
Een functionaris van het Vaticaan vergeleek tijdens de laatste Gaza oorlog het gebied van Gaza met een concentratiekamp. Dat was een uiting van een pijnlijk gebrek aan historisch besef en een belediging voor de vele miljoenen slachtoffers van nazi-Duitsland. Niettemin is duidelijk dat het met Gaza zo niet verder kan.
Israël heeft het een tijdlang bezet gehouden maar in 2005 het gebied ontruimd, omdat de wereld van mening leek te zijn dat het haar bezetting was die de chaos daar veroorzaakte. Prompt na het Israëlische vertrek braken de gevechten tussen de Palestijnen onderling uit en de meest gewelddadige Palestijnse groepering kwam er aan de macht. Hamas voert sindsdien in Gaza een schrikbewind. De door de Israëlische kolonisten achtergelaten huizen, boerderijen en tuinen zijn vernietigd, zoals de Taliban in Afghanistan ooit de grote Boeddhabeelden van Tebyan vernielde. Van het platgewalste gebied in het Noorden van de Gazastrook werd een platform gemaakt voor het afschieten van raketten naar Israël. Sinds de ontruiming en tot aan de Gaza-oorlog van eind 2008 werden tussen de vijf en de acht duizend plaatselijk vervaardigde of door Iran geleverde raketten afgeschoten. Dat die relatief weinig slachtoffers in Israël gemaakt hebben is een gevolg van een efficiënt waarschuwingssysteem dat de mensen een paar maal per dag de schuilkelders in jaagt.
De Israëlische regering meende in 2008 dat zij niet de verkiezingen in kon zonder hier wat aan te doen, ondanks de internationale druk om het Hamas geweld maar over zich heen te laten komen. De peilingen gaven haar gelijk. De regering verloor de verkiezingen toch, maar anders was het waarschijnlijk nog slechter voor haar verlopen. Democratie brengt nu eenmaal mee dat burgers kunnen reageren tegen een regering die hen niet beschermen kan of wil tegen buitenlandse agressie. In grote lijnen wordt dit standpunt internationaal wel begrepen. De woede richt zich bij de internationale gemeenschap niet tegen het optreden van Israël tegen Hamas als zodanig, maar tegen de daarbij geconstateerde disproportionaliteit van het geweld.
De buitenstaanders hebben daarbij in zoverre gelijk dat Israël in de Libanonoorlog tegen Hezbollah had geleerd dat geweld tegen de vijandelijke infrastructuur helpt. De enorme verwoestingen die in Zuid Libanon zijn aangericht hebben wel tot gevolg gehad dat het daarna jaren rustig gebleven is aan de Noordgrens van Israël. Maar met disproportioneel geweld doelde men toch voornamelijk op de beelden van omgekomen kinderen in Gaza en op de verontwaardiging van de plaatselijke vertegenwoordigers van de UN en het Rode Kruis, die zelf ook in de vuurlinie lagen. Bovendien is het nu eenmaal een gegeven dat bij ieder conflict tussen Israël en haar buren het aantal burgerslachtoffers in Israël kleiner is dan bij de Arabieren. Dat dit alles het geweldgebruik nog niet disproportioneel maakt lijkt me evident. De vergelijking van het aantal doden is met name daarom onredelijk, omdat Hamas als zelfmoordorganisatie nu eenmaal behoefte aan doden heeft en die daadwerkelijk uitlokt. Dat behoeft geen argumenten en die krijgt U dus ook niet.
SP-ers als Van Bommel en katholieken als Van den Broek en Van Agt spreken vanwege de vermeende disproportionaliteit over oorlogsmisdaden. Het gaat hier om een voormalige minister van Buitenlandse Zaken, tevens ex-eurocommissaris en om een ex-premier van Nederland. Hun uitspraken kunnen niet als loze kreten worden afgedaan. Gegeven de emoties die leven bij onze Arabische immigranten kunnen uitspraken als Van Agt deed of Van de Broek, vlug worden opgevat als een effectieve oproep tot haat jegens twee bevolkingsgroepen, de Nederlandse Joden die zich met Israël identificeren en tegen de Wildersaanhang. Van Bommel ging nog een stap verder dan de twee katholieken en riep direct maar op tot een derde Intifada. Hij wed daar wel door zijn e.t. fractievoorzitster Agnes Kant voor teruggefloten, maar de partij kan zich nu niet meer aan het odium onttrekken zich vóór de gewelddadige Hamas en tegen de democratische partij in dit conflict te hebben uitgesproken. Van Bommel werd in reactie op zijn woorden door rabbijn Evers gevraagd om niet bij de Auschwitz herdenking te verschijnen en heeft in eerste instantie botweg laten weten zich daar niets van aan te zullen trekken. Pas na een nieuwe vermaning van de top van zijn partij kwam hij daar op terug. Die herdenking had het anders misschien zonder Joden moeten stellen.
Wie zijn emoties even thuis wil laten en er over na wil denken hoe het geweldprobleem in het Midden Oosten kan worden opgelost, komt snel tot de conclusie dat we geen anderhalf miljoen mensen in Gaza kunnen laten zitten. Het is dan wel geen concentratiekamp zoals we die in de Tweede Wereldoorlog hebben gekend, maar het is in de praktijk wel een vorm van gevangenis. Uit de wapenstilstand besprekingen die na de Gaza-oorlog in Egypte werden gevoerd blijkt wel dat er weinig zicht op is dat Israël bereid is de controle op wapensmokkel naar Gaza op te geven of dat Hamas van haar voornemen wil afzien om het door de Joden in bezit genomen land in Palestina te bevrijden. Er komt dus geen vrede en er komen ook geen twee staten. Niet in Gaza en niet op de West Bank. Wie aan vrede voor Israël de voorkeur geeft boven het recht op terugkeer van zes miljoen Palestijnen (schatting van het Centrale bureau voor Statistiek van de Palestijnse Nationale Autoriteit) zal met een oplossing moeten komen die Gaza kan ontdoen van haar huidige (over)bevolking en tegelijk voor een leefbare plaats voor die mensen zorgt buiten Israël. Voor de West Bank geldt in wezen hetzelfde. De Palestijnen daar laten zitten vraagt op den duur om soortgelijke taferelen als nu in Gaza. De geboortecijfers van de West Bank liggen lager dan in Gaza, maar horen nog steeds tot de top van de wereld en een incompetent en corrupt bestuur is niet in staat al die monden te voeden.
De buurlanden zijn niet bereid de Palestijnen op te nemen. Daar hebben ze goede redenen voor. Jordanië en Libanon hebben beide een burgeroorlog meegemaakt die werd uitgelokt door de aanwezigheid van Palestijnen op hun grondgebied. Het geweld van de Palestijnen is niet exclusief tegen Joden gericht. Het richt zich ook tegen de eigen landgenoten en tegen andere Arabieren. Geweld is een culturele eigenschap, die het hele Midden Oosten kenmerkt sinds ver voor de komst van de Zionisten. Alphonse de Lamartine, (1790 – 1869), Frans minister, schrijver, dichter, historicus, en diplomaat heeft aan dat fenomeen een groot deel van zijn reisverhaal in de regio gewijd en wie zijn boeiende verslag leest verbaast zich minder over wat er sinds 1948 in het Midden Oosten is gebeurd.
De Arabische machthebbers gebruiken de aanwezigheid van de vluchtelingenkampen aan de grenzen van Israël om de verjaarde claims op terugkeer in leven te houden en de internationale druk op Israël op te voeren die we ook de laatste jaren weer meemaken. Maar een relocatie van de Arabische vluchtelingen in Israël, Jordanië, Libanon of Egypte gaat niet gebeuren. Voorstellen in die richting kan men zich besparen. Men zou over iets anders eens kunnen nadenken.
Palestijnen zijn Arabieren en alle Arabieren hebben een oorspronkelijk vaderland: het Arabisch schiereiland. Saoedie Arabië heeft laten zien dat met voldoende geld en water van de Arabische woestijn net zo goed vruchtbaar gebied is te maken als van de Negev in Israël. Het lege Arabië zou dus een voor de hand liggende bestemming voor de vluchtelingen zijn. Het schiereiland is groter dan West Europa en een gebied van tien keer Gaza zou daar niet meer zijn dan een stipje op de kaart. Maar ook Canada, Rusland en Australië hebben nog voldoende onbewoonde gebieden om het Palestijnse bevolkingsoverschot plaats te bieden, eventueel met een vorm van autonomie zoals in Québec. De financiën voor zo’n project zijn wel aanwezig. De enorme bedragen die de Westerse lidstaten van VN in de vluchtelingenhulp aan de Palestijnen stoppen en die dan niet meer nodig zouden zijn zouden al voldoende zijn. Maar ook zonder de bestaande vluchtelingenfondsen is financiering wel te vinden voor een project dat de Joden en Palestijnen (en ons) van hun geweldprobleem af zou helpen.
Het is niet te verwachten dat er op korte termijn veel steun komt voor een dergelijk plan. Het schopt tegen te veel zere benen tegelijk. Het miskent het recht op terugkeer en zelfbeschikking van de Palestijnen en laat het tweestaten plan los, waarin zoveel tijd en moeite is geïnvesteerd. Het bezegelt de nederlaag van de Arabieren in de oorlog die zij in de veertiger jaren van de vorige eeuw zijn begonnen en zij zullen dat voelen als een vernedering. Voor de wereldvrede, voor de burgers van Israël en uiteindelijk ook voor de snelgroeiende bevolking van de Palestijnse gebieden is het wel de beste oplossing.
Politiek is vaak een zaak van polarisatie en dat was zeker zo in de zeventiger jaren toen Den Uyl en Van Agt symbool stonden voor de links/rechts tegenstelling in de Nederlandse samenleving. Polarisatie versterkt tegenstellingen en plaatst mensen wel eens in hoeken waar ze zich niet thuis voelen en waarin ze misschien ook wel niet thuis horen. Hoe men zich op de spelers in dat proces kan verkijken blijkt uit de huidige politieke stellingname van de oude premier van het rechtse kabinet Van Agt, zoals die ondermeer tot uiting kwam in het interview dat Paul Witteman met hem had in de Buitenhof uitzending van 9 februari 2003.
Hij had zich eerder al tezamen met Gretta Duisenberg in de hoek van de pro-Palestijnen gemanifesteerd en nam nu met kracht stelling tegen George W. Bush en diens internationale politiek in al zijn facetten. Hij nam het daarbij minder nauw met de zorgvuldigheid dan we van hem gewend zijn. Daarvan geef ik hieronder een paar voorbeelden, kriskras uit zijn betoog, omdat het hier een overzichtelijke kwestie betreft en niet zo iets ingewikkelds als het Joods-Arabisch conflict. Maar het soort fouten dat hij maakte zijn dezelfde als in Een Schreeuw om Recht.
1. Op de legitimiteit van de verkiezingsoverwinning van Bush op Gore in 2000, meende hij, viel het een en ander af te dingen.
2. Amerika neemt 40% van de milieuverontreiniging op de wereld voor haar rekening
3. Amerika weigert, door het Kyoto protocol niet te ondertekenen, mee te werken aan het behoud van de planeet.
4. Amerika handelt door het Strafhof verdrag niet te ondertekenen hoogst onverantwoordelijk en ondermijnt de internationale rechtsorde.
ad 1.
Veel linkse media, waaronder vrijwel alle Nederlandse media hebben in hun verslagen de indruk gewekt alsof er bij de presidentsverkiezingen van 2000 in de VS en dan met name in de staat Florida, vals spel is gespeeld. De broer van George W, die gouverneur was in Florida, zou met behulp van zijn medewerkers de uitslagen hebben vervalst en zijn broer als presidentskandidaat hebben bevoordeeld. Maar bij deze verkiezing is helemaal geen fraude gepleegd. Wat er in feite aan de hand was is (kort samengevat) het volgende:
De verkiezingen eindigden in een gelijk spel, d.w.z. de verschillen tussen beide kandidaten waren landelijk en vaak ook per kiesdistrict kleiner dan de foutenmarge die bij iedere verkiezing en iedere telling van stemmen in aanmerking dient te worden genomen. In zo’n geval is het niet meer de vraag wie de mathematische meerderheid heeft behaald want die valt met het gebrekkige systeem niet vast te stellen. Het gaat er dan om een legitieme methode te hanteren om tussen de beide gelijk geëindigde kandidaten te beslissen. Het opgooien van een munt zou kunnen, maar men heeft er voor gekozen in zo’n geval het resultaat van de telling als bindend te beschouwen voor de afvaardiging van leden naar het landelijk kiescollege, ook al weet men dat deze procedure niet met zekerheid een president oplevert die de meeste stemmen heeft behaald. Florida bleek bij toeval de staat waar de verkiezingen landelijk op deze wijze konden worden beslist. Ook in Florida gold de landelijke trend van hele kleine marges. In zo’n geval heb je als verliezende kandidaat altijd een extra kans als je een keer opnieuw laat tellen, omdat er immers altijd een foutenmarge is die er voor kan zorgen dat het bij hertelling andersom uit zal pakken. Fatsoenlijk of beter gezegd sportief, is het vragen om een hertelling in zo’n geval niet. Gebruikelijk is dat er alleen een hertelling plaats vindt in districten waar aangetoond kan worden dat er geknoeid is of grove fouten zijn gemaakt. Daarover gingen nu de procedures die in drie instanties zijn gevoerd en waarmee Gore heeft geprobeerd de stemming alsnog zijn kant op te trekken. Fraude is er niet geweest of althans dat is in geen van de gevoerde procedures gesteld. Het ging er alleen nog om of de fouten die bij iedere verkiezing worden gemaakt in dit geval zo groot waren dat een hertelling daardoor gerechtvaardigd zou worden. Het Federale Hoge Gerechtshof besliste uiteindelijk van niet, nadat twee eerdere instanties daar wisselend over hadden geoordeeld. Het was beter geweest wanneer de vraag of de fouten groot genoeg waren marginaal getoetst had kunnen worden, maar daar voorziet de Amerikaanse kiesrechtwetgeving niet in. De toetsing was volledig en daardoor ook noodzakelijk politiek van inhoud. Democratische rechters beslisten voor Gore en republikeinse voor Bush. Was de toetsing marginaal geweest dan had er nooit sprake kunnen zijn van een rechterlijke uitspraak ten gunste van Gore. Zo belangrijk konden de fouten immers niet zijn, gemeten aan het totale aantal stemmen. Zoals te verwachten was, bij een informele hertelling die op initiatief van de New York Times naderhand in Florida heeft plaats gevonden, maar waarvan de uitslag in Nederland maar weinig publiciteit heeft gekregen, won Bush opnieuw [4].
Dat er iets niet geklopt zou hebben met de verkiezingsoverwinning van Bush is dus aantoonbaar onjuist. Gore was een slechte verliezer en dat geldt ook voor de democraten en hun sympathisanten in het buitenland
ad 2.
Amerika neemt een groot deel van de industriële productie van de wereld voor haar rekening en daarmee ook een groot deel van de daardoor veroorzaakte vervuiling. Door de industriële productie blijven aan de andere kant in de derde wereld ruim vier miljard mensen in leven die anders van honger zouden omkomen. Men kan het een niet willen zonder het andere, te weten deze omvang van de wereldbevolking en deze omvang van industriële productie. Van de wereldvoedselhulp neemt Amerika een percentage voor haar rekening dat ruim boven het gemiddelde per hoofd van de bevolking van de industriële landen ligt.
De productie methoden in de Verenigde Staten zijn een stuk minder vervuilend dan de methoden die worden toegepast door de meeste Kyoto-ondertekenaars, die in meerderheid immers tweede en derde wereldlanden zijn.
Vervuiling is een veelomvattend onderwerp. De groei van de thermische vervuiling die het klimaat beïnvloedt en waar Van Agt op doelde, is recht evenredig met de groei van de wereldbevolking. De toename van de wereldbevolking heeft met name in de derde wereld plaats gevonden. Amerika heeft met haar driehonderd miljoen inwoners geen overwegend aandeel daarin.
ad 3.
Het Kyotoverdrag en het daaraan verbonden protocol zijn een politiek product en worden door geen serieuze milieudeskundige inhoudelijk verdedigd. Amerika doet het meeste research op het terrein van milieubeschermende technieken en heeft van alle industriële landen de meeste, de meest effectieve en ook de oudste milieuwetten. De auto, een van de belangrijkste vervuilers is een Amerikaanse uitvinding maar heeft ook dank zij Amerikaanse wetgeving wereldwijd een sprong voorwaarts gemaakt op milieugebied. Het zijn de Amerikanen die met de meeste vooruitgang komen op het terrein van milieusparende methoden van energievoorziening.
De Verenigde Staten plegen zich te houden aan verdragen die zij ondertekend en geratificeerd hebben. Dat geldt niet voor de meerderheid van de ondertekenaars van het Kyoto verdrag, al was het alleen maar omdat het hun aan het bestuursapparaat ontbreekt om voor naleving te zorgen. Er zijn in de Verenigde Staten sinds de ondertekening van het Kyoto verdrag meer milieubeschermende maatregelen genomen met een groter positief effect op het milieu dan in elk van de staten die wel ondertekend hebben, inclusief Nederland. Ik verwijs hiervoor naar de internetsites Newscientist.com en http://www.epa.gov en de daaraan gelinkte sites. De verdachtmaking dat Amerika zich aan de bescherming van het wereldmilieu niets gelegen zou laten liggen is bepaald onjuist. Er lijken mij overigens ook onderwerpen te zijn waar Van Agt meer verstand van heeft dan milieuvervuiling en internationale politiek. Zo’n onderwerp is bijvoorbeeld het strafrecht, waarin hij ooit hoogleraar in geweest is. Dat is het volgende onderwerp.
ad 4.
Het Wereldstrafhof is geen juridische maar een politieke aangelegenheid. Het heeft veel publiciteit gekregen, maar is zonder Amerikaanse steun een doodgeboren kind. Het Joegoslavië tribunaal werkte, omdat Amerika het steunde en Joegoslavië onder druk gezet heeft om Milosevitch en andere verdachten uit te leveren. Het is met dit soort zaken een afweging van kwaden. De uitlevering van Milosevitch verdiende geen schoonheidsprijs. Zij heeft plaats gevonden tegen de geldende Joegoslavische wetten in en vond plaats om politieke, om niet te zeggen om commerciële redenen. Daar staat tegenover dat Milosevitch door zijn haatcampagne in de Servische media de basis heeft gelegd voor de Joegoslavische burgeroorlog en daarmee de rule of law in Europa heeft ondermijnd. Per saldo was de berechting van Milosevitch daarom een goede zaak, al dekte de tenlastelegging niet wat hem werkelijk verweten kon worden.
Een van de onderwerpen waar Dries van Agt steken laat vallen is het terrorisme.
De toenmalige directeur van de FBI, William Webster, verklaarde al in 1985 dat terrorisme gepleegd tegen onschuldige mensen, buiten de plaats waar een politiek conflict wordt uitgevochten, een misdrijf is en als zodanig behandeld hoort te worden. Lang voor de elfde September van 2001 werd in Amerika de strijd tegen het terrorisme al voorbereid.
Met de Amerikaanse opvattingen over terrorisme is niet iedereen het eens. Nederlandse katholieken en ex-katholieken, zoals Dries Van Agt en wijlen A.A.J. van Doorn lijken van mening dat niet de onschuld van de slachtoffers maar het geschonden recht van de daders en hun landgenoten bepaalt of er sprake is van terrorisme. Wie op de Westoever van de Jordaan rechtmatig verzet pleegt kan niet voor het gebruik van geweld als terrorist worden veroordeeld is hun mening. Wat ze daarmee eigenlijk willen zeggen is dat zij in de geweldspiraal tussen Arabieren en Joden de kant van de Arabieren hebben gekozen en dat die geen ander deugdelijk middel hebben dan terrorisme om de Israëli’s te bewegen hun gewelddadige bezetting van het door Arabieren bewoonde gedeelte van het oude mandaatgebied te staken.
Dat dit een deugdelijk middel zou zijn of dat de Arabieren geen ander middel hebben dan het vermoorden van onschuldigen zou ik willen bestrijden. Een vreedzaam en lijdelijk verzet als dat van Gandhi in Zuid Afrika en later in India zou ook een mogelijkheid zijn geweest en gezien de humanistische ethiek van Israël waarschijnlijk ook effectief. Maar gokken op de ethiek van een tegenstander, dat behoort noch in India, noch elders in de wereld tot het islamitische cultuurpatroon. Het staat wel vast dat de overgrote meerderheid van de democratische staat Israël voor het beëindiging van de bezetting van Gaza en de Westoever zou zijn als met de Arabieren in vrede zou kunnen worden geleefd, zoals de Engelsen dat nu doen met India. Hoewel volkenrechtelijk er geen stuk van het mandaatgebied is waar de Palestijnen aanspraak op kunnen maken zouden de Israëli’s het hun gunnen in rul voor vrede. Men is daar altijd bereid geweest grond te ruilen voor vrede maar toen dat een aantal jaren geleden tot een concreet en uitonderhandeld vredesvoorstel leidde kwam er geen vrede maar volgde het uitbreken van de Tweede Intifada.
De verkiezingen in Israël, die toen een man aan de macht brachten die het opgeven van de nederzettingen zag als een beloning voor reeds gepleegd geweld en een uitnodiging voor verder geweld, waren een rechtstreeks gevolg van het mislukken van het vredesaanbod. Voor die tijd hadden de kolonisten in Israël geen politieke meerderheid, maar konden ze alleen hun gang gaan als gevolg van de coalitiepolitiek die daar net als in Nederland nodig is om een regering mogelijk te maken. Toen Sharon aan de macht kwam hebben de kolonisten een tijd lang min of meer vrij spel gehad. De meerderheid van de Israëli’s is het daar niet mee eens. Maar men is het nog minder eens met de Palestijnen, die wel grond willen maar in ruil daarvoor niet bereid zijn tot vrede.
Het plan dat premier van Agt ooit voor de televisie ontvouwde om de twee partijen te scheiden, alle Arabieren in het Heilige Land naar een zelfstandige staat in Gaza en op de West Bank en alle Joden naar Israël met de Amerikanen in het midden zou onmiddellijk door de meerderheid van de Joden worden aanvaard als het vrede bracht, maar dat doet het niet. De Arabieren met grootvaders uit Haifa en Ashkelon, die nu niet alleen op de West Bank en in Gaza maar ook in de Libanon, Jordanië en andere Arabische landen wonen, zijn niet bereid de sleutel van hun voorouderlijk woonhuis bij de Israëli’s of de Amerikanen in te leveren. Dat wordt niet anders ook al zouden de Joden die al een paar duizend jaar in Hebron wonen, naast de graven van hun aartsvaderen, bereid zijn om daar weg te gaan. Over Jeruzalem, de Joodse heilige Stad, waar Arabische veroveraars een moskee gebouwd hebben op de ruïnes van de Joodse tempel, zullen ze het nooit eens worden. Het conflict gaat over zaken die in hun ogen veel belangrijker zijn dan mensenlevens en er komt dus geen vrede.
Waarin verschilt een vrijheidsstrijder van een terrorist? Dit is het soort vraag die alleen wordt gesteld door de supporters van het terrorisme. Impliciet in die vraag is immers dat iemand niet tegelijk vrijheidsstrijder en terrorist kan zijn, dat terrorisme gedefinieerd kan worden vanuit de doeleinden die met het plegen van de misdrijven worden beoogd. Terrorisme is slecht, vrijheidsstrijd is goed, die twee kunnen dus nooit samengaan is de gedachte, maar wie meent dat zijn zaak goed genoeg is om moord op willekeurige buitenstaanders te rechtvaardigen heeft een verziekt normbesef.
Waarom er zoveel Nederlanders zijn tegenwoordig die een strenge veroordeling van het Palestijnse terrorisme uit de weg gaan is uit ethisch opzicht niet goed te begrijpen. Men richt zich liever tegen de Israëlische maatregelen om het terrorisme tegen te gaan en constateert op zijn best dat beide vormen van geweld verwerpelijk zijn. Het Israëlische geweld, vindt men dan, wordt van staatswege gepleegd, terwijl het Palestijnse geweld enkel wordt gepleegd door particuliere organisaties zodat het Palestijnse volk daarvoor niet verantwoordelijk kan worden gesteld. Dat is een verwerpelijke redenering en ook niet meer consequent, nu Hamas de regering van Gaza vormt. Hamas hebben ze gekozen in Gaza en voor die terroristen zijn ze nu in ieder opzicht aansprakelijk.
Israël is sterk en Palestina is zwak. Dat is de reden waarom Mevrouw Duisenberg en Dries van Agt c.s vinden dat per saldo aan de Israëli’s en niet aan de Palestijnen verwijten dienen te worden gemaakt en ook dat is een kromme redenering. De sterke heeft niet per definitie ongelijk en de zwakke niet ipso facto gelijk. Dat hangt er maar van af. Van Agt heeft in elk geval geen gelijk.
Wat voor mij nog steeds een raadsel is, is hoeveel Nederlanders indertijd in de zeventiger jaren wegliepen met Den Uyl. Een paar jaar of wat geleden las ik een stuk van Heldring in de krant waarin gerefereerd werd aan de memoires van Gerald Ford, de Amerikaanse president, die Johannes den Uyl, prime minister van Holland, ooit op bezoek gehad heeft. Tijdens het gesprek werd Ford een paar maal weggeroepen omdat een schip gekaapt was en er in verband daarmee snel beslissingen moesten worden genomen. Den Uyl begreep dat niet en toonde zich geërgerd, wat op zijn beurt Ford weer dwars zat, die toch al niets gehad moet hebben van het prekerige toontje, de priemende vinger en ongetwijfeld ook niet van het beroerde Engels van onze toenmalige minister president.
Ik moest daar aan denken toen ik Van Agt op de televisie zag. Met Van Agt ben ik het zelden eens, maar hoeveel waardiger is hij niet dan zijn toenmalige collega en tegenstander Den Uyl. Minder typisch Nederlands misschien, dat zal wel, maar veel hoffelijker en verstandiger dan het oude PvdA idool.
Hoogtepunt van het TV interview vond ik het deel over het Kamerdebat over de drie van Breda. Hij vertelde hoe hij wel wist dat hij zijn zaak geen goed deed met dat debat, maar dat hij dat nu eenmaal had toegezegd en er niet op terug kon komen. Een redelijke, maar politiek onhoudbare redenering, die typerend lijkt voor de man. Bastiaanse, de hoofdfiguur uit de film die Van Gasteren maakte over de Drie, had hem zelf gevraagd die mensen (de oorlogsmisdadigers) het land uit te schoppen en iets soortgelijks hadden Abel Herzberg en Lou de Jong tegen hem gezegd, meende hij. Iedere keer weer dat het onderwerp aan de orde kwam werden opnieuw oude wonden opengereten. Hijzelf, vertelde Van Agt, als minister van Justitie en ex-hoogleraar strafrecht kon deze zaak niet anders zien dan als een voorbeeld van een straf waarbij de voortzetting geen enkel redelijk doel meer diende.
Ik ben dat helemaal niet met hem eens, maar het is wel de heersende leer, de overtuiging van praktisch iedereen die in Nederland en andere Westerse landen met het strafrecht van doen heeft. Straf dient ter verbetering van de gestrafte of tot afschrikking van verdere misdrijven zowel van de betrokkene als voor anderen die zich aan zijn voorbeeld kunnen spiegelen. Die mening behoudt de rechtswetenschap, ondanks er nooit van de werkzaamheid van speciale of generale preventie is gebleken en al helemaal niet van de opvoedende werking van de straf.
Wat de slachtoffers van de Drie van Breda daarover denken werd uit hun reacties wel duidelijk: de straf is een maatstaf van het kwaad dat is aangericht en een vermindering van de straf is evenredig aan het oordeel over het afgenomen belang van de misdaad, nu, na al die jaren. Dat was ook de reactie van de gestraften toen ze eenmaal veilig terug in Duitsland waren.
Dat had Van Agt daarmee niet tot uiting willen brengen, hij wilde het gebeurde niet bagatelliseren, maar meende oprecht dat ook gestraften onze medemensen zijn. Hij vindt dat zij behoren tot de minder bedeelden in de samenleving en dat de bescherming van de rechtsstaat zich ook tot hen uitstrekt. De slachtoffers menen van niet. Niet alle mensen zijn gelijk. Gelijkheid bestaat alleen voor de wet. Wie misdaden begaat verspeelt een deel van zijn burgerlijke rechten en heeft er dus minder dan een ander. Dat ben ik met de slachtoffers en hun nabestaanden eens. De gestraften zelf interesseren me minder dan mijn normale medeburgers, maar hun misdaden en het leed dat hun slachtoffers werd aangedaan door hun vrijlating, dat interesseert me buitengewoon. Wat Van Agt had kunnen en behoren te doen was de gratieverzoeken in alle stilte afwijzen en zorgen dat er geen publiciteit aan gegeven werd. Dat is waarschijnlijk ook wel wat Lou de Jong c.s. bedoeld hebben en niet dat ze in stilte naar Duitsland hadden behoren te worden afgevoerd en vrijgelaten.
Op dezelfde manier ben ik het niet eens met de opvatting van Van Agt over de Palestijnen, die hij beschouwt als slachtoffers bij uitstek van hun door Israël aangedaan leed. Natuurlijk wordt de West Bank en werd Gaza door Israël bezet gehouden en is het vreselijk om onder een bezetting te moeten leven, zoals Van Agt en iedereen die de tweede wereldoorlog heeft meegemaakt zich kunnen herinneren. Maar wij werden door Duitsland onrechtmatig aangevallen en bezet, terwijl de bezetting van de West Bank juist een gevolg was van de onrechtmatige Arabische agressie en een verloren oorlog. De bezetting van de Israëli’s en de onteigening van de Palestijnse grond, dat is zoiets als de bezetting door de Polen van Duitsland ten Oosten van de Oder-Neisse linie en de Palestijnse vluchtelingen als de Deutsche Ostflüchtlingen na de oorlog. Een verdrag voor een zelfstandige Palestijnse staat met garanties voor Israël dat de agressie zich niet zou voortzetten of herhalen heeft klaar gelegen om ondertekend te worden. Dat was het uiterste waar de Israëli’s toe konden gaan. In feite ging het verder dan de meeste voor redelijk en verantwoordelijk hielden. Rechten op de grond hebben de Palestijnen uitsluitend privaatrechtelijk en die rechten kunnen ze voor Israëlische rechters gelden maken. De Palestijnen gaven de voorkeur aan de Intifada. Arafat verklaarde zijn optreden met te zeggen dat voor de vrede in zijn land geen politiek draagvlak was en waarschijnlijk had hij gelijk.
Het gaat er als puntje bij paaltje komt niet om of de Palestijnen recht hebben op een eigen staat. Dat hebben ze wat mij betreft. Maar het gaat erom of het vermoorden van onschuldigen een rechtmatig middel is tot het bereiken van dat doel. Het is mogelijk dat de ellende in de bezette gebieden groot is, maar het leidt geen twijfel dat de schuld voor die ellende overwegend bij de Palestijnen ligt. De meerderheid van Israël steunde de voorganger van premier Sharon, die de Palestijnen vrede en een eigen staat aanbood. De Intifada kwam en Sharon en de kolonisten kregen hun meerderheid op een presenteerblaadje aangereikt door Arafat en Hamas.
Ik ben het op beide punten dus niet met Van Agt eens maar niettemin is hij in staat standpunten die ik persoonlijk verwerp met hoffelijkheid en respect onder woorden te brengen en dat bevalt mij beter dan dezelfde opvattingen uit de mond van veel van zijn medestanders.
Je kunt je afvragen hoe de geschiedenis zou zijn verlopen als de ramp niet zou hebben plaats gevonden. De ramp, daaronder verstaan de Arabieren en met name de Palestijnen de gebeurtenissen rond de stichting van de staat Israël. Onmiddellijk na het uitroepen van de staat Israël vielen vijf buurlanden de nieuwe staat aan en werd in het oorlogsgeweld het merendeel van de Palestijns-Arabische bevolking op de vlucht gedreven of vluchtte die uit voorzorg.
Wat zou er zijn gebeurd als de Arabieren het bestaan van een Joodse staat hadden aanvaard, de Palestijnen daarnaast hun eigen staat hadden opgericht en de twee in elkaar vervlochten staten een modus vivendi hadden gevonden. Het had als een model en voorbeeld kunnen dienen voor de modernisering van het Midden Oosten en voor een vreedzame samenleving tussen Islam en moderniteit in de rest van de wereld. Omdat de twee politieke entiteiten ten dele op elkaars grondgebied gelegen zouden zijn, zou het ook een nieuwe politieke en staatkundige constellatie zijn geworden waar ook de andere gebieden met etnische problemen hun voordeel hadden kunnen doen. Bosnië bijvoorbeeld en Kosovo. Maar ook Ruanda en Congo of de Maleisische republiek, met haar minderheden van Chinezen en Indiërs.
De gewelddadige verwerping van de staat Israël door de Arabische bevolking en hun regeerders heeft een vreedzame ontwikkeling van het gebied voor de vooruitzien bare toekomst onmogelijk gemaakt. In plaats van een voorbeeld van etnische samenwerking is het Midden Oosten een broedplaats geworden van geweld, terrorisme en groepshaat. Meer nog dan op de Israëliërs is die haat teruggeslagen op de Palestijnen zelf. De levensomstandigheden in de Palestijnse gebieden en met name in Gaza blijven onder de maat, ondanks alle hulp die daar door het Westen wordt geboden. Alle niet geringe talenten van de Palestijnse bevolking zijn gericht op de strijd tegen de gehate vijand in plaats van op een vreedzame ontwikkeling van het eigen grondgebied en de opvoeding van hun kinderen voor een normaal en productief leden te midden van anderen. Het is bizar dat zij daarin door Europese politici als Van Agt, Van Dam en Van den Broek worden gesteund. Ze hebben wel gelijk om de hele ontwikkeling een ramp te noemen, maar het is een self inflicted disaster.
Van Agt en de Volkskrant menen dat er voor het Joods-Arabische conflict in het Midden Oosten maar één oplossing bestaat: die uit 1947. De verdeling van het oude Britse Mandaatgebied Palestina in twee staten, een Joodse en een Palestijnse staat.
Die oplossing is er alleen als beide partijen die willen en de laatste zestig jaar is uit niets gebleken dat dit het geval is. In Israël was er ooit een meerderheid voor, maar die is intussen verdwenen, verdampt onder het aanhoudende geweld. In de Arabische landen is die wil er nooit geweest, ondanks de geluiden in die richting die men ten gerieve van de westerse publieke opinie zo nu en dan van Arabische regeerders horen kan. Bovendien, de enige denkbare oplossing is het natuurlijk ook niet. Het is in de ogen van De Volkskrant en veel andere welwillende mensen in de wereld wel de enige aanvaardbare oplossing. Gezien de begrijpelijk onwil van de Israëlisch om zich bij de heersende cultuur in het Midden Oosten aan te passen en de even begrijpelijke onwil van de Arabieren om blijvend als tweederangsburgers naast de overmachtige en Westerse Israëli’s te moeten leven, is een vreedzame twee statenoplossing een illusie. Er zal dus een niet aanvaardbare oplossing komen of de huidige situatie zal blijven voortbestaan, een gewapende vrede, van tijd tot tijd onderbroken door een gewapende oorlog.
In het militaire optreden van de Israëli’s tegen de Palestijnen en hun andere Arabische buren is een trend waar te nemen. In de beginjaren van het conflict was dat optreden gericht op de verdediging van het eigen grondgebied en de eigen burgers. De laatste jaren wordt het meer en meer een grootscheepse wraakneming op aanhoudend klein geweld van de andere kant. In wezen is het Israëlische optreden nu irrationeel, meer gericht op de bevrediging van de eigen emoties dan op het bereiken van een zinnig doel. De ervaring leert dat het geweld nooit voldoende is om de Arabieren werkelijk af te schrikken maar dat het integendeel altijd weer een nieuwe generatie onverzoenlijk tegenstanders creëert. Dat kan de Israëli’s niets meer schelen. De enkele redelijke en vreedzame Arabische burger die men voor de westerse media laat optreden heeft in de eigen Arabische omgeving geen enkele invloed. De Arabische en Islamitische werelden als geheel zijn onverzoenlijk t.a.v. Israël. Om religieuze en politieke redenen kan er daar nooit sprake zijn van een duurzame vrede, alleen van wapenstilstanden en het wachten op betere tijden. In de ogen van de meeste Israëli’s is de situatie daarom hopeloos. Het enige wat zij kunnen doen is proberen te voorkomen dat de tegenstander wapens van massale destructie in handen krijgt en verder moeten zij vooral de goede relaties met de VS onderhouden. Voor de rest is het afwachten op de volgende aanval of onduldbare provocatie en het reageren zoals in Libanon of in Gaza is gebeurd. Hopeloos, maar kennelijk niet onleefbaar.
Wanneer oud-premier Van Agt of Palestijns gezinde activisten menen dat de situatie van de anderhalf miljoen Palestijnen in Gaza onleefbaar is, dan zal niemand dat tegenspreken. Maar onleefbaar en onduldbaar zijn rekbare begrippen. Gaza is bij lange na niet het armste getto in de wereld. Ondanks de ruim duizend doden die er gevallen zijn als gevolg van de Israëlische acties heeft Gaza ook in 2008 en 2009 weer de snelst groeiende bevolking gehad van het Midden Oosten en is de welvaart er vergeleken met getto’s in veel ontwikkelingslanden enorm. Dat komt voor een belangrijk deel door de hulp van de Westerse wereld. De hulp van de Arabische en islamitische gemeenschap bestaat vooral uit wapens en geld voor wapens aan Hamas. Het voedsel en andere levensbenodigdheden voor de bevolking komen tegen betaling uit Egypte en voor de rest uit hulp van de VN en een groot aantal NGO’s. Die houden de echte armoede op afstand in Gaza. Niettemin, hoe veel onduldbaarder de situatie in de getto’s van Afrika en Zuid Amerika ook is, de situatie in Gaza is erg genoeg om er zo mogelijk een eind aan te maken. Maar hoe??
Het gekke is, dat dit eigenlijk voor ieder rationeel mens duidelijk moet zijn, maar dat het dit niet is voor de naast betrokkenen. Ook al zou immers een twee staten oplossing voor de West Bank wel denkbaar zijn, wat niet zo is, dan zou die niet helpen voor Gaza. Dat is een vluchtelingenkamp, in feite een detentie-inrichting. In een vreedzame wereld zouden Gaza’s niet horen te bestaan en om het Midden Oosten vreedzaam te krijgen zou Gaza horen te worden opgeruimd. Niemand die de situatie daar kent zal het ontkennen. De bewoners zouden elders in de wereld gehuisvest moeten worden. Maar dat gaat niet gebeuren. De omliggende landen hebben slechte ervaringen met Palestijnse vluchtelingen en de Palestijnen zelf zouden het als een nederlaag beschouwen. Het bestaan van de vluchtelingen houdt het conflict levend en dat is wat de Arabische kant van het conflict nu eenmaal wil. Daar helpt geen moedertje lief aan en ook geen Van Agt of Volkskrant.
[1] Van 1939 tot 1956 stond het onder commando van een Britse officier, Glubb Pasja. Het was het legioen dat Jordanië in ’48 de overwinning bezorgde in de strijd om Jeruzalem en de Jordaanoever.
[2] Door de Volkenbond bij de San Remo conferentie in 1920.
[3] Alleen wanneer de militaire situatie dat voor de Arabieren noodzakelijk maakte.
[4] Dat was te verwachten, omdat onbedoelde fouten statistisch de neiging hebben elkaar uit te wissen. Bij een zo groot aantal stemmen als in Florida was de kans op een andere uitslag in feit niet groot.

Ingezonden brief van Likoed Nederland (http://likud.nl) in de NRC (niet geplaatst)
7 maart 2017
Derk Walters (NRC) telt niet verder dan twee

Nadat het even beter leek te gaan met de artikelen van NRC-correspondent Derk Walters in Israël, ging hij op 16 februari weer hopeloos in de fout in een artikel over de tweestatenoplossing.
Zo schrijft hij dat Israël gekant is tegen de tweestatenoplossing omdat Israël in dat geval ‘600.000 kolonisten’ zou moeten verhuizen. Dat is niet waar. De bepalende resolutie van de VN Veiligheidsraad die betrekking heeft op ‘land voor vrede’ voorziet in grenscorrecties, zodat Israël over veiligere grenzen komt te beschikken. Zo zou een aantal grotere Joodse bevolkingscentra op de Westbank dus bij Israël blijven.
Dit is in 2004 door de Verenigde Staten bevestigd. Ook de Palestijnen gaan daarin voor een belangrijk deel mee, blijkt uit uitgelekte documenten van eerdere vredesonderhandelingen.
Derk Walters citeert dat bij een tweestatenoplossing de Palestijnen 79% van hun thuisland zouden weggeven.
Dat klopt ook voor geen meter.
Ten eerste vormen de Joden de autochtone bevolking; Israël is het enige land dat na drieduizend jaar nog door hetzelfde volk bewoond wordt.
Ten tweede heeft de Volkerenbond in 1922 – op basis van de erkenning van het recht van het Joodse volk op zelfbeschikking in hun historische thuisland – het Joodse volk het hele gebied toegezegd dat nu Israël, Jordanië, de Westbank en de Gazastrook omvat. Het zijn dus de Joden die bij de tweestatenoplossing slechts circa 20% van het hun oorspronkelijk toegezegde grondgebied overhouden.
Derk laat verder totaal weg waarom die tweestatenoplossing, dus een staat voor de Joden en een voor de Palestijnen, er nog niet is.
Als de Arabieren in 1937 ‘ja’ hadden gezegd tegen deze oplossing, was die staat er toen gekomen. Als de Arabieren er in 1947 ‘ja’ tegen hadden gezegd, was die staat toen ontstaan. Als de Arabieren in 1967 niet tot ‘nooit vrede, erkenning of onderhandelingen met Israël’ hadden besloten, had die staat kunnen ontstaan. Als Yasser Arafat in 2000 of in 2001 ‘ja’ had gezegd, was die staat er toen gekomen. Als Mahmoud Abbas in 2008 ‘ja’ had gezegd tegen Ehud Olmert of in 2014 tegen Barack Obama, had die staat er kunnen zijn.
Maar al deze keren in de afgelopen tachtig jaar was het antwoord van de Arabieren en Palestijnen steevast ‘nee’ als het om de tweestatenoplossing ging. En altijd om dezelfde (hoofd)reden: het überhaupt niet kunnen accepteren van een Joodse staat.
Om het er nog maar niet over te hebben dat zowel Hamas als Fatah een Palestijnse staat als tussenstap zien tot alsnog het vernietigen van Israël.
Vervolgens schrijft Derk Walters over de eenstaatoplossing als enig alternatief van de tweestatenoplossing en de voor en nadelen daarvan.
Maar er zijn er veel meer mogelijke oplossingen. Denk bijvoorbeeld aan een Palestijnse staat in de Sinai (ooit geopperd door de Egyptische president Sisi) of de driestatenoplossing van de voormalige Amerikaanse ambassadeur bij de VN, John Bolton. Daarbij wordt terug gegaan naar de situatie van vóór 1967: de Gazastrook terug naar Egypte en de Westbank naar Jordanië (na grenscorrecties).
De juistheid en volledigheid zijn weer ver te zoeken.
Dat heeft vermoedelijk te maken met de gebruikte bronnen, want dit keer noemt Derk Walters er één (een zeldzaamheid voor zijn doen). Dat blijkt de website ‘Electronic Intifada’ te zijn, door hem omschreven als ‘ultralinks’.
Een bepaald merkwaardige aanduiding voor een site die zichzelf noemt naar de bloedige Palestijnse terreurgolven tegen Israëli’s en die streeft naar de vernietiging van Israël.

‘We zijn niet van plan de Joden in zee te drijven’
maandag 13 maart 2017
Israël Today (http://www.israeltoday.nl), Aviel Schneider
Israel Today heeft een gesprek gehad met sjeik Abu Khalil al Tamimi. Deze gerespecteerde sjeik heeft weinig vertrouwen in een tweestatenoplossing en zou het liefst in een Israëlische democratie wonen, waarin de Palestijnen gelijke rechten hebben. Deze opzienbarende uitspraak deed de sjeik in een interview met Aviel Schneider, hoofdredacteur van Israel Today.
Terwijl de internationale gemeenschap struikelt over de omstreden reguleringswet, laat deze sjeik een ander geluid horen. ‘Een tweestatenoplossing heeft geen zin. We willen in een Israëlische democratie met gelijke rechten in Palestina wonen.’
Tamimi is de geestelijke leider van de salafisten en lid van de islamitische sharia-rechtbank in de Palestijnse gebieden. Hij zegt verder: ‘De Palestijnen zijn bang om de waarheid en hun gevoelens uit te spreken voor de camera.’
Israel Today: Hebt u medestanders onder de Palestijnse bevolking?
Tamimi: Ja. Een grote meerderheid wil in één staat samenwonen met de Joden onder democratisch bestuur. Zelfs als ik met Palestijnse extremisten praat, neem ik deze teneur waar. In de Koran staat bovendien dat de Joden in de laatste fase van het bestaan van de wereld naar het heilige land zullen terugkeren. Geloof me, heel wat Palestijnen vertellen me dat een leven in Israël veel beter is dan in de autonome gebieden of in Arabische landen. Maar Hamas zal geen enkel compromis met Israël willen sluiten.
Israel Today: Wilt u als religieuze leider invloed hebben bij een politieke vredesoplossing?
Absoluut! Bij de islam is dat de normale gang van zaken. De Arabische, oriëntaalse en islamitische manier van doen is anders dan de mentaliteit van het Westen. In onze cultuur moeten religieuze leiders betrokken worden bij de politieke processen. De Joden begrijpen dat, maar de christenen minder.
Israel Today: Geen tweestatenoplossing dus?
Een tweestatenoplossing is voor beide volken onmogelijk. Dat heeft hier gewoon geen zin en al helemaal niet in het heilige land. De enige kans die er nog is op vrede voor beide volken, is de éénstaatoplossing. Dat beseft zelfs Machmoud Abbas, de leider van de Palestijnen. Maar hij wordt door de wereldmachten gedwongen de tweestatenoplossing te promoten.
Israel Today: Denkt u echt dat de twee volken kunnen samenleven?
Jawel, maar dan is het wel nodig dat beide volken vanaf de eerste dag ook gelijke rechten hebben. Israëlische veroveringen bevorderen Palestijns extremisme en islamitische jihad. Ik weet dat vooral de linkse Israëli’s bang zijn voor rechtsgelijkheid. Daarom is mijn voorstel dat dit plan pas na een periode van tien tot vijftien jaar wordt verwezenlijkt. Zo kunnen we elkaar wederzijds testen. Ik heb een situatie zoals in Libanon voor ogen. Daar wonen christenen en moslims naast elkaar.
Israel Today: Het lijkt erop of u het beter kunt vinden met rechtse Joden dan met linkse?
Ja, met rechtse Joden heb ik veel meer gemeen. Dat komt onder meer omdat ik als islamitische geestelijke Joodse rabbijnen beter kan begrijpen.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 8 mei 2017 op zijn website (https://akasdorp.wordpress.com)
Van Agt, Auschwitz en de nazi’s
Gaza en de Westelijke Jordaanoever waren, in de periode voor de eerste wereldoorlog onderdeel van het Turkse rijk. Daarna hoorden zij tot het Britse mandaatgebied Palestina. De in het gebied wonende Arabieren hebben ooit – in 1948 – de kans gehad om hun onafhankelijkheid te krijgen uit handen van de Britten, maar hebben dat toen geweigerd. De in Palestina wonende Joden accepteerden het aangeboden grondgebied wel en riepen de staat Israël uit.
De lokale Arabieren gaven er, onder druk van de naburige Arabische staten, de voorkeur aan om de wapens te laten beslissen over de soevereiniteitsrechten in het mandaatgebied. De oorlog tussen Israël en de Arabieren uit Irak, Syrië, De Libanon, Egypte en Transjordanië werd gewonnen door Israël. Gewonnen met dien verstande dat de Westelijke Jordaanoever door Transjordanië (later: Jordanië) en Gaza door Egypte werd bezet en de eerstvolgende twintig jaar bezet werd gehouden.
In 1967 werd de wapenstilstand tussen Israël en de Arabieren door de Egyptische president Nasser verbroken. Hij sloot de Golf van Eilat af voor de Israëlische scheepvaart en bezette met zijn leger de Sinaï woestijn. Ook de oorlog die daar het gevolg van was werd door de Arabieren verloren. Er kwam een nieuwe verdeling van het mandaatgebied tot stand. De oude stad Jeruzalem, het centrum van het Jodendom, werd bevrijd van een eeuwenlange Arabische bezetting en bij Israël gevoegd.
De vereniging van de oude stad met de rest van het land werd door het fascistische deel van de internationale gemeenschap niet erkend. Daar bleef men de oude stad, die ook wel Oost Jeruzalem wordt genoemd, zien als door de Israëli’s bezet gebied. Israël zelf ziet Jeruzalem als wat het is: bevrijd gebied. Maar de rest van de West Bank en Gaza noemen ook de Israëli’s ‘bezet’. Ik ben het daar niet mee eens. De Arabieren die daar wonen horen in Arabië thuis en niet in Palestina. Men heeft ten onrechte van Israël de toezegging gekregen dat het grootste deel van het gebied, maar niet Jeruzalem, aan de eerdere bezetter Jordanië of aan de Palestijnse bewoners zal worden overgedragen. Op voorwaarde dat men het eens zou kunnen worden over een vredesverdrag en over veilige grenzen voor Israël.
De verdeling in 1948 heeft een vluchtelingenstroom tot gevolg gehad. Niet alleen van Arabieren maar ook van joden. Er vond een uitwisseling plaats. Veel joden, van wie de voorouders al in Irak of Jemen woonden toen de Arabieren nog in hun woestijn verbleven, kwamen vrijwillig of gedwongen naar Israël. Veel Palestijnse Arabieren vluchtten naar Arabische landen in de buurt. Een vrij grote groep Arabieren bleef in Israël achter, vooral in Galilea, maar ook in Haifa en in andere kustplaatsen van Israël. Hoeveel dat er precies waren in 1948 en 1967 is niet bekend. Hun geboortecijfer is hoog en ze maken intussen al weer ruim 20 % uit van de bevolking van Israël. Ze zijn welvarender dan hun Palestijnse neven buiten Israël, maar in Israël zelf hebben ze een tweederangs positie. Ze mogen niet in het leger dienen en worden door de joden met een zeker wantrouwen bekeken.
De staat Israël heeft alle joden, waar ook ter wereld, het recht gegeven om zich in Israël te vestigen. Veel slachtoffers van de Holocaust hebben meteen na de oorlog van dat recht gebruik gemaakt. Ook later zijn er veel joden uit andere landen naar Israël getrokken. De gevluchte Palestijnen zijn voor een deel in Arabië en vooral in Jordanië geïntegreerd, maar ze zijn in de omringende gebieden ook voor een deel in vluchtelingenkampen blijven leven. Ze doen dat op kosten van de internationale gemeenschap. Saoedie Arabië en de Gulf States financieren wel de wapenaankopen voor de terroristen, maar niet het dagelijks levensonderhoud van de Palestijnen in de kampen. Dat doen Europa en Amerika.
Dat de toestand van de vluchtelingen in de kampen slecht is, staat vast. Ze leven er van de bedeling en hebben er geen toekomst. Wie er als buitenstaander op bezoek komt ervaart Gaza stad en de andere vluchtelingenkampen als een soort openluchtgevangenis. Joden, Arabieren en buitenstaanders worden het er snel over eens dat dit niet een toestand is die eeuwig kan blijven voortbestaan. Maar over een redelijke oplossing van het probleem wordt men het al sinds 1948 niet eens.
Terugkeer van de joodse en Arabische vluchtelingen naar de plaatsen waar zij of hun voorouders vandaan kwamen, kan niet. De joden zijn in de Arabische landen hun leven niet zeker en voor de Arabieren is er onvoldoende plek in Israël. Het bewoonbare deel van Israël heeft de omvang van de drie Noordelijke provincies van Nederland en is domweg te klein voor de explosief groeiende Arabische bevolking. Vooral omdat die er evenmin willen integreren als hun Arabische en Turkse broeders in Nederland. Twee vijandige volkeren binnen een zo klein territoir, dat is wachten op ongelukken.
De minderheid van Arabieren die nu in Israël woont houdt zich gedeisd, maar als de geboortecijfers niet veranderen ligt daar over een jaar of twintig, ook zonder terugkeer van de in het buitenland verblijvende Palestijnen, al een niet oplosbaar probleem te wachten.
De schuld voor dit menselijk drama ligt voor een flink deel bij de Verenigde Naties en haar vluchtelingenorganisatie, die het voortduren van de erbarmelijke toestand in de kampen mogelijk hebben gemaakt en voor een ander deel bij de Arabische landen, die weigeren om hun plichten jegens hun Palestijnse broeders na te komen.
De Arabieren hebben hun onafhankelijkheid van de Turken te danken aan de geallieerden uit de eerste wereldoorlog, met name aan Engeland en Frankrijk. Alle landen die men nu in de regio aantreft, niet alleen Israël en Palestina, maar ook de Arabische landen in de buurt zijn een creatie van de geallieerden. Het was altijd sous-entendu dat de Arabieren uit het voormalige Ottomaanse rijk konden kiezen voor een nationaliteit in de nieuw gecreëerde staatkundige eenheden. Palestina en Jordanië hoorden vanouds tot het Turkse bestuursgebied Syrië. Het zou voor de hand hebben gelegen dat dit laatste land zich de vluchtelingen zou hebben aangetrokken, voor zover Jordanië dat niet deed. Vooral door de slechte verstandhouding tussen de Arabische landen onderling kwam het daar nooit van. Bovendien, de vluchtelingenstatus geeft financiële rechten. De waarde van het vluchtelingschap zorgt ervoor dat ook de bulk van de Palestijnen niet erg haar best gedaan heeft om tot een andere oplossing te bereiken dan de onbereikbare terugkeer naar Israëlisch gebied.
Israël is bereid een Palestijnse autoriteit te erkennen binnen de grenzen van het voormalige mandaatgebied als eenmaal vast staat dat de twee nieuwe buurlanden dan in vrede kunnen leven. Tot dusver is alleen met Jordanië en Egypte een vredesregeling bereikt. Steeds als een Palestijns regime aanstalten maakte om vrede met Israël te sluiten verloor het haar legitimiteit bij de eigen bevolking. Zo langzamerhand is duidelijk dat een twee statenoplossing in het voormalige mandaatgebied onbereikbaar is. Willen joden en Arabieren in vrede met elkaar samenleven dan moeten de Palestijnse Arabieren ergen anders worden ondergebracht.
Het is daarom best begrijpelijk dat de nieuwste speler in dit proces, de terroristenorganisatie Hamas, pas de laatste dagen bereid is gevonden om Israël te erkennen. Hamas handhaafde de Arabische aanspraken op het hele voormalige mandaatgebied. Dat doen ze nog wel steeds, maar ze zeggen het nu niet meer hardop. Compromissen zijn een zekere weg gebleken om het vertrouwen van de Palestijnse bevolking te verspelen. Die les is intussen grondig geleerd. Niemand verdenkt er Hamas daadwerkelijk van het met Israël op een akkoordje te willen gooien, maar de erkenning geeft internationaal aanzien.
De Arabische landen spenderen wel geld in de bezette gebieden maar dat is niet bedoeld voor het levensonderhoud van de Palestijnen of voor de opbouw daar van een infrastructuur. Een uitzondering vormde indertijd Saddam Hoessein, die grote bedragen betaald heeft aan de nabestaanden van omgekomen terroristen en aan de familie van de Palestijnen, die in Israëlische gevangenissen verkeerden. Het geld uit de andere Arabische en Islamitische landen ging en gaat naar wapens en explosieven.
Het is duidelijk dat het Palestijns-Israëlische probleem onoplosbaar is op basis van de voorstellen die tot nu toe zijn gedaan. In het Midden-Oosten zelf gelooft niemand meer in het succes van vredespogingen. Vredeswil heeft bij een meerderheid van Palestijnen nooit bestaan en is bij de Israëli’s intussen weggesleten. Zonder vredeswil geen vrede. Die wil is er wel in de VS en in Europa, waar men op beide partijen druk uitoefent om over en weer concessies te doen.
In Israël is men wel zo verstandig de Amerikanen niet meer tegen te spreken op dit punt en zich steeds bereid te tonen om concessies te doen, zolang die de veiligheid van Israël niet acuut in gevaar brengen. Aan Palestijnse kant lag dat heel lang moeilijker omdat iedere suggestie van bereidheid tot concessies de machthebbers hun positie kan kosten. Ze concentreren zich liever op de onrechtmatigheid van de Israëlische bezetting, zoals zij dat met een beroep op een aantal resoluties van de VN plegen te noemen. Ze negeren de veiligheidseisen die door Israël en haar westerse bondgenoten gesteld worden en zo duurt de impasse voort.
Bij het publiek in Europa is – anders dan bij hun regeringen – de belangstelling voor de regio intussen wat aan het tanen. Misschien is dat maar goed ook. Pas als iedereen tot de conclusie komt dat de buitenwereld ze niet meer helpen zal en dat ze het echt zelf moeten opknappen, valt te verwachten dat er schot gaat komen in de vredesonderhandelingen. Tenminste, zolang Israël militair de overhand houdt.
In Nederland steunt een meerderheid van de redelijke mensen nog steeds Israël. Dat geldt niet voor de nieuwe Nederlanders en voor een aantal politici, hoofdzakelijk van R.K. afkomst en progressieve huize, zoals Dries van Agt, wijlen Hans van Mierlo en Hans van den Broek. Die staan met dat standpunt in een katholieke traditie die dateert van lang voor de Tweede Wereldoorlog. Iedereen die de Shoah of Holocaust heeft zien gebeuren veroordeelt die opstelling, maar de mensen zijn vergeetachtig en de jodenhaat neemt ook in Nederland weer toe.
Ik geloof dat de gaskamers echt bestaan hebben en dat ruim honderdduizend van onze landgenoten daaruit niet zijn teruggekeerd. Ik geloof dat ze er met behulp van de Nederlandse autoriteiten en de Nederlandse Spoorwegen naar toe zijn gebracht. Ik kan om die reden niet met droge ogen toezien hoe hier in Nederland een stichting bestaat met het doel om het bestaan van de staat Israël te bestrijden, het Israël dat het toevluchtsoord is van de overlevenden van de Holocaust. Niemand die de oorlog zelf heeft meegemaakt en de gevolgen ervan heeft ondervonden kan blij zijn met zulke landgenoten. Toch blijken van Agt c.s. niet door te hebben dat ze met hun keuze voor de Palestijnen partij kiezen voor Auschwitz en de nazi’s.

Trump vergist zich als hij denkt dat een Palestijnse staat vreedzaam zal zijn!
Door Shoula Romano Horing.
Ingekorte vertaling: Likoed Nederland, 21 mei 2017.
Vrijdag 19 mei j.l. kondigde de nationale veiligheidsadviseur van president Trump, H. McMaster, aan dat Trump zijn steun zal geven aan de tweestatenoplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict tijdens zijn komende reis naar Israël en de Palestijnse Autoriteit.
Wie probeert de nieuwe obsessie van president Trump te begrijpen om een vredesovereenkomst tussen de Israëliërs en Palestijnen te bewerkstelligen, moet concluderen dat Trump zichzelf voor de gek houdt, net als Obama voor hem. Tenminste als je gelooft dat een vredesovereenkomst die leidt tot een Palestijnse Staat echte vrede zal brengen in het Midden-Oosten of dat die zal bijdragen aan het welzijn en de welvaart van de wereld en de Verenigde Staten.
Wie naar de feiten kijkt ziet dat dit wensdenken is, zonder basis.
De toekomst van een dergelijke Palestijnse staat valt op twee manieren te voorspellen:
1. Kijk naar andere Arabische en islamitische landen.
2. Dan is het meest waarschijnlijke dat de Palestijnse staat een autoritaire staat wordt, zoals Saoedi-Arabië en de andere Golfstaten; totaal desintegreert en mislukt zoals Syrië, Libië en Jemen met burgeroorlogen en gruweldaden op de eigen burgers.
3. Of de nieuwe Palestijnse staat wordt simpelweg een staat beheerst door moslim-extremisten die de shariawet opleggen, zoals Iran.
4. De tweede manier om te voorspellen hoe een toekomstige Palestijnse staat er uit zal zien is door te kijken naar het huidige Palestijnse bewind op de Westbank, waar de Palestijnse Autoriteit sinds 1993 de dagelijkse aangelegenheden van 98% van de Palestijnse bevolking bestuurt. Of – nog beter – door het bewind van de Gazastrook te bestuderen, die voor 100% door Hamas wordt beheerst na de volledige Israëlische terugtrekking uit het gebied in 2005.
Op basis van de huidige situatie en alle beschikbare bewijzen zal een Palestijnse Staat dan de volgende kenmerken hebben:
• Terroristisch en gewelddadig: Nadat het Israëlische leger zich terugtrok uit grote delen van de Westbank in de jaren negentig en de Palestijnse Autoriteit het bestuur over 98% van de inwoners overnam, begonnen Arafat en Abbas hun terreuroorlog van 2000 tot en met 2005 met bijna dagelijkse acties van zelfmoordterroristen op Israël waardoor meer dan 1000 Israëlische burgers werden vermoorden en meer dan 5000 gewond raakten.
In 2015-2016 was er een nieuwe golf van Palestijnse terreur, nu met messen en door middel van auto’s die Israëli’s overreden nadat Abbas valse geruchten had verspreid dat de Israëlische regering de Al-Aqsa moskee op de Tempelberg zou willen vernietigen.
En sinds in 2005 het Israëlische leger en alle Joodse kolonisten Gaza hebben verlaten, is het een schuilplaats voor islamitische terroristen die door Iran worden ondersteund. Daarvandaan werden meer dan 11.000 raketten afgevuurd op Israëlische steden en dorpen.
• Ondemocratisch: president Mahmoud Abbas is de afgelopen negen jaar aan de macht gebleven zonder nieuwe verkiezingen. Journalisten worden geregeld gevangen gezet omdat zij het regime te bekritiseren.
• Land van bijstand: De Palestijnse economie wordt kunstmatig overeind gehouden door hulp van buitenlandse donoren. Economische studies tonen aan dat 60 procent van het BNP komt uit hulp van de VS, Europa, andere landen en de VN. Het Palestijnse volk ontvangt wereldwijd het grootste aantal donaties per hoofd van de bevolking; gemiddeld 560 dollar per gezin per maand.
• Corrupt: De meeste hulp verdwijnt in de zakken van de regeringsfunctionarissen, in plaats van dat er een economie wordt opgebouwd of aan de mensen ten goede komt. In mei 2012 onthulde Mohammed Rashid – die het beheer had van honderden miljoenen dollars ‘ontwikkelingshulp’ – op de televisie in Saoedi-Arabië dat alleen Abbas zelf al meer dan 100 miljoen dollars aan overheidsgeld achterover heeft gedrukt.
• Geschied vervalsend: De Palestijnse Autoriteit vervalst herhaaldelijk de geschiedenis, bijvoorbeeld door te doen of er ooit al een Palestijns-Arabische staat bestaan heeft met Jeruzalem als hoofdstad. Ook ontkent het de historische Joodse verbinding met het land.
• Verheerlijking van de dood en het martelaarschap: op de Westbank en in de Gazastrook worden straten, scholen, voetbalteams, zomerkampen enz. vernoemd naar zelfmoordterroristen. Tv-programma’s voor kinderen en schoolboeken staan bol van Jodenhaat en roepen op tot zelfmoordaanslagen.
• Racistische apartheidsstaat: Abbas zelf heeft gezegd dat een Palestijnse staat ‘Jodenvrij’ moet zijn. In Caïro in juli 2013 verklaarde Abbas dat ‘in de definitieve oplossing zal er geen Israëlische burger of soldaat op ons land meer zijn’. Het zou de derde Arabische staat zijn die de aanwezigheid van Joden wettelijk zou verbieden, na Jordanië en Saoedi-Arabië.
Bovendien worden homo’s op de Westbank gearresteerd en krijgen zelfs de doodstraf in Gaza.
• Ontkennend: Abbas weigert Israël als Joodse staat te erkennen en Hamas erkent het bestaansrecht van Israël zelfs helemaal niet. Arafat en Abbas hebben beide – zowel in 2000, 2008 en 2014 – vredesvoorstellen afgewezen die bedoeld waren om het conflict te beëindigen door de oprichting van een Palestijnse staat in bijna het gehele betwiste gebied en met Jeruzalem als gedeelde hoofdstad.
• Verdeeld: Hamas heeft de Palestijnse Autoriteit in juni 2007 met geweld uit Gaza geschopt en sindsdien is elke poging tot hereniging mislukt. Beide partijen zetten aanhangers van de ander gevangen en martelen die.
President Trump, de soennitische Arabische landen, de Palestijnen en de wereld moeten voorzichtig zijn, want deze hoop op een Palestijnse utopie zal net zo mislukken en in brand vliegen als de rest van het Midden-Oosten.
Triest is ook nog dat een dergelijke mislukking net als voorheen zal leiden tot weer een nieuwe uitbarsting van wanhoop in de vorm van Palestijns terrorisme.
En opnieuw veel Israëli’s en Joden deze valse hoop met hun leven moeten betalen.

Noorwegen wil geld terug van Palestijnen
30 Mei 2017
Artikel van Likoed Nederland (http://likud.nl) in het kader van ‘ongehoord Palestijns nieuws’
Vorige week heeft de Palestijnse Autoriteit een nieuw jeugd- en vrouwencentrum geopend op de Westbank, betaald met geld van Noorwegen en de VN.
Dit centrum blijkt vernoemd naar Dalal Mughrabi.
Dit was de leidster van een terreurgroep die één van de bloedigste Palestijnse aanslagen pleegde. Het staat bekend als het kustweg-bloedbad.
Bij de kaping van twee Israëlische bussen werden 37 passagiers vermoord, waaronder 12 kinderen.
De bedoeling van het centrum blijkt om deze bloedige terreur een voorbeeld te laten zijn voor de Palestijnse jeugd.
Het Palestijnse persbureau Ma’an rapporteerde:
‘Gemeenteraadslid Reem Hajje gaf aan dat het centrum zich speciaal zal richten op de geschiedenis van de strijd van de martelaarster Dalal Mughrabi.
Dit zal aan de jeugd geleerd worden.
Dit zal het vertrekpunt zijn voor het leren van de geschiedenis van de Palestijnse strijd.’
Dit komt er dus terecht van de Oslo-vredesakkoorden, waarin de belangrijkste Palestijnse verplichting is het afzweren van geweld en het bij de eigen bevolking promoten van vrede en vreedzaam samenleven…
Overigens is dit voor de Palestijnen niet iets bijzonders. De massamoordenaar Dalal Mughrabi wordt voortdurend geëerd door de Palestijnse Autoriteit. Er zijn al vele straten, pleinen, scholen (!) enzovoort naar haar vernoemd in Palestijns autonoom gebied.
Dit keer reageerden Noorwegen en de VN echter wel verontwaardigd en eisen dat hun logo’s van het gebouw worden verwijderd.
Noorwegen eist ook haar geld terug.
De Noorse minister van Buitenlandse Zaken Børge Brende gaf op 26 mei een verklaring uit:
‘De verheerlijking van terroristische aanslagen is volstrekt onaanvaardbaar en ik betreur deze beslissing ten zeerste. Noorwegen wil zich niet laten verbinden met instellingen die de namen van terroristen dragen. Wij accepteren niet dat Noorse ontwikkelingshulp voor dergelijke doelen wordt ingezet.’
Het werd pas bij de opening van het centrum bekend dat het vernoemd zou worden naar de Palestijnse terrorist. Noch de Noorse autoriteiten noch de VN werden vooraf geraadpleegd of waren uitgenodigd voor de openingsceremonie. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft direct gereageerd toen het vandaag op de hoogte werd geïnformeerd.
‘Wij hebben gevraagd om het logo van Noorwegen onmiddellijk van het gebouw te verwijderen en om de hulpgelden die aan het centrum waren toegekend terug te betalen. Wij zullen geen nieuwe afspraken maken met de betrokken Palestijnse organisaties totdat er voldoende garanties zijn gegeven dat zoiets niet meer kan gebeuren.’
Noorwegen en de VN schrikken nu wakker, maar waren uiteraard volkomen naïef om geld aan Palestijnse organisaties te geven zonder te checken of er een verbinding was met terreur.
Want dat is voortdurend aan de hand. Al eerder is in Engeland de discussie gestart hoe het kan dat met Engelse ontwikkelingshulp Palestijnse terreur-opvoeding wordt betaald.
Terecht natuurlijk; het is volstrekt idioot dat het Westen enerzijds terreur wil bestrijden en anderzijds royaal geld blijft geven waarmee Palestijns terrorisme wordt verheerlijkt en beloond.
Zeker nu de terreuraanslagen ‘in Palestijnse stijl’ in Europa toenemen.
Langzamerhand begint dit besef eindelijk door te dringen bij Europese regeringen en worden maatregelen genomen om dit te voorkomen.

De drie Palestijnse ontkenningen
30 Mei 2017
Door Firstone Trough. Vertaling: Likoed Nederland (http://likud.nl)In september 1967 hebben de Arabische landen de resolutie van Khartoem aangenomen. Die kwam na hun nederlaag in de Zesdaagse oorlog met Israël in juni 1967.
De resolutie bevestigt hun weerstand om het bestaan van Israël te accepteren met de oproep om:
‘geen vrede met Israël te sluiten, de Staat Israël niet te erkennen en geen onderhandelingen te voeren met Israël.
Dit beleid zou elke mogelijkheid tot vrede in de regio voor decennia onmogelijk maken. Het werd bekend als ‘de drie nee’s’.
Tegenwoordig hebben de Palestijnse Arabieren hun eigen versie van dit beleid ontwikkeld, met ‘de drie ontkenningen’: de geschiedenis van de Joden ontkennen; de rechten van de joden ontkennen en de acceptatie van de joden ontkennen.
Dit blokkeert net zo goed elke mogelijkheid tot vrede in de regio.
De geschiedenis van de joden ontkennen
Er was een tijd waarin de Arabische wereld de geschiedenis van de Joden in het heilige land wel accepteerde. In 1925 publiceerde de Opperste Moslimraad bijvoorbeeld een gids voor de Tempelberg, die de plaats duidelijk aanwees als de plek van de twee Joodse Tempels:
‘Deze plek is een van de oudste ter wereld. De heiligheid dateert van de zeer vroege tijden. Onomstotelijk staat vast dat dit de plek is van de tempel van Salomon. Dit is ook de plek, volgens universeel geloof, waar David een altaar voor de Heer bouwde en waar brandoffers en dankoffers werden gehouden.’
Toch kwam de huidige president van de Palestijnse Autoriteit Mahmoud Abbas op de een of andere manier tot de conclusie dat de erkenning van de Joodse geschiedenis in Jeruzalem het standpunt zou ondermijnen dat de plek een alleen een islamitische heilige plaats is.
Als zodanig beweerde hij herhaaldelijk dat Israël Jeruzalem probeert te ‘verjoodsen’.
Hij beweerde dat Israël de stad van haar Arabische karakter probeert te ontdoen.
Hij had succes met resoluties bij Verenigde Naties die zeggen dat de Tempelberg islamitisch is en dat die geen verbinding heeft met Joden.
Dus toen de nieuwe VN-veiligheidsgeneraal Antonio Guterres toch stelde dat: ‘het overduidelijk is dat het een Joodse tempel was die de Romeinen in Jeruzalem verwoestten’, werden de Palestijnen woedend en eisten rechtzetting.
Maar deze revisionistische geschiedenis kan niet als een verrassing komen, want in zijn proefschrift ging Abbas indertijd al uit van ontkenning van de Holocaust.
De rechten van de joden ontkennen
Het logisch gevolg van de ontkenning van de Joodse geschiedenis in hun heilige land is het ontkennen van de rechten van Joden om daar te leven.
Abbas sprak tot de Algemene Vergadering van de VN en beweerde dat Israël ‘Arabisch land koloniseert’. Hij beweerde dat de Joden daarmee begonnen na de Britse Balfour-verklaring in 1917. Hij heeft nu verontschuldigingen geëist van het Verenigd Koninkrijk en dat zij: ‘de historische, juridische, politieke, materiële en morele verantwoordelijkheid draagt voor de gevolgen van deze verklaring, met inbegrip van excuses aan het Palestijnse volk. ‘
Abbas heeft ook verklaard dat de kolonisatie na 1967 werd voortgezet, omdat Israël zich toen meer Palestijns land toe-eigende als gevolg van de Zesdaagse oorlog in 1967.
Voor Abbas is het altijd Palestijns land geweest, dus hebben Joden geen rechten op welk deel daarvan dan ook.
Daarom heeft Abbas gezegd dat een Palestijns land Jodenvrij zal zijn. Hij houdt een Jordaanse wet aan die de doodstraf geeft aan iemand die land aan Joden verkoopt.
De voormalige Amerikaanse president Barack Obama heeft zelfs ingestemd met zijn wens dat Joden niet in een ‘Palestijnse staat’ zouden mogen wonen. Een triest moment in de relatie van Amerika met Israël.
Naast de rechten om te wonen in het land, ontkennen Arabieren het fundamentele recht op de toegang van Joden tot hun heilige plaatsen.
De Jordaniërs hebben alle Joden uit de Westbank en Jeruzalem verdreven nadat zij in 1950 het gebied illegaal hadden geannexeerd, iets dat door de wereld niet werd (h)erkend.
Zij weigerden Joden de toegang tot Jeruzalem en de Grot van de Joodse Patriarchen in Hebron.
Abbas heeft precies zo opgeroepen om nu Joden te weren van de Joodse Tempelberg en Jeruzalem.
De acceptatie van Joden ontkennen
Abbas heeft verklaard dat hij Israël nooit als Joodse staat zal herkennen.Deze verklaring werd ondersteund door de Arabische landen:
‘De Raad van de Arabische Liga bevestigt zijn steun aan het Palestijnse leiderschap in zijn poging om de Israëlische bezetting over Palestijns gebied te beëindigen.
Zij benadrukt het weigeren van de erkenning van Israël als een Joodse staat.’
Daar gaat het principe van twee staten voor twee volken.
De Palestijnen willen – op zijn best – één staat die 100% Arabisch is en een tweede staat die gemengd Arabisch/Joods is, zonder Joods karakter.
De wereldwijde reactie
De wereld leek in 1967 de ‘drie nee’s’ van de Arabische landen te steunen en zou kort daarop een VN-resolutie aannemen: ‘zionisme is racisme’. Het zou jaren duren voordat de resolutie wordt ingetrokken en voordat sommige Arabische landen vrede met Israël begonnen te sluiten.
De Verenigde Staten onder Obama en de Verenigde Naties onder Ban Ki Moon leken ook jarenlang de ‘drie ontkenningen’ van de Palestijnse Arabieren te steunen. De VN heeft stelselmatig resoluties aangenomen die de feiten over rechten en toegang tot heilige plaatsen omdraaide en die de geschiedenis van de Joden in het heilige land ontkenden. Obama steunde deze ‘alternatieve feiten’.
Niet verrassend holde de regio daarop achteruit. Er kwamen drie oorlogen tegen Israël vanuit Gaza en oorlogen die zich tijdens dit ongeschikte leiderschap in de hele regio konden verspreiden.
Wat waren de reacties van Ban Ki Moon en Obama? Dat zij achter Gaza stonden en probeerden de terreurorganisatie Hamas te laten deelnemen in het Palestijnse bestuur.
Nu is er echter een nieuwe president in de Verenigde Staten en een nieuwe secretaris-generaal bij de Verenigde Naties. Antonio Guterres liet al zien dat hij de geschiedenis van de Joden in Israël niet zal ontkennen om antisemitische Palestijnse Arabieren tegemoet te komen.
Hopelijk zullen hij en president Trump ‘de drie ontkenningen’ van de Palestijnen doorbreken en zo vrede in de regio bevorderen.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 14 juni 2017 op zijn website (https://akasdorp.wordpress.com)
The Rights Forum
The Rights Forum is een Nederlandse organisatie van voornamelijk katholieke antisemieten. Zij stuurden me het navolgend bericht:
‘Vorige week stonden we stil bij het feit dat het vijftig jaar geleden was dat Israël de Westelijke Jordaanoever (inclusief Oost-Jeruzalem) en Gaza bezette. The Rights Forum organiseerde, samen met partnerorganisaties, bijeenkomsten in Amsterdam, Den Haag, Groningen en Enschede.
Aan de bezetting, die volgens het internationaal recht illegaal is, lijkt geen einde te komen. Nederland draagt met zijn gedoogbeleid bij aan die bezetting: een anomalie die tijdens de bijeenkomsten aan de kaak werd gesteld.
De Palestijnse journalist en politicoloog Rami Khouri sprak in Amsterdam en Groningen. Hij drong er op aan dat Israël rekenschap aflegt voor haar beleid, net zoals andere landen dat moeten doen. Dit is nu niet het geval.
Als het internationaal recht niet van toepassing is op Israël en haar kolonisatiepolitiek zullen ook veel andere staten en militante bewegingen het internationaal recht en de internationale normen aan hun laars lappen. Dan krijgen we de wet van de jungle.
Over de presentaties van Rami Khouri, de Israëlische journaliste Amira Hass en de Palestijnse econome Hind Khoury zullen we de komende weken uitgebreid berichten op http://www.rightsforum.org’
Tot zover het bericht dat mij gestuurd werd.
Waar Rights Forum het hier over heeft is de zesdaagse oorlog uit 1967. Bij de internet encyclopedie Wikipedia treft U daar het volgende over aan:
‘Als uitkomst van de Suezcrisis van 1956 [1], werd de Egyptische Sinaï gedemilitariseerd en de Golf van Akaba geopend voor de Israëlische scheepvaart. Vanaf 1964 deden er zich steeds ernstiger grensconflicten voor tussen Israël en Syrië. Het revolutionaire Syrische regime liet daarbij guerrilla-aanvallen uitvoeren door de PLO. In mei 1967 vreesde Syrië dat Israël wilde oprukken naar Damascus om de radicale Syrische regering ten val te brengen. De Egyptische president Gamal Abdel Nasser liet hierop zijn leger de Sinaï weer binnentrekken. Ook toen bleek dat het om een vals alarm ging, verhoogde Nasser de druk door op 22 mei de Straat van Tiran te sluiten. De Arabische wereld raakte hierop in oorlogsstemming wat de Israëlische bevolking beangstigde. Een nieuwe Israëlische regering van nationale eenheid besloot een mogelijke opbouw van een overmacht aan Arabische troepen te voorkomen door op korte termijn als eerste aan te vallen.
In de ochtend van 5 juni 1967 werd de Egyptische luchtmacht vernietigd door een Israëlische verrassingsaanval. Die dag brak een onverwachte frontale aanval in het noorden van de Sinaï door de Egyptische verdediging. Op 6 juni kreeg het Egyptische leger het bevel zich over het Suezkanaal in veiligheid te stellen waarbij het grootste deel van het zware materieel achtergelaten werd. Op 5 juni ging koning Hoessein van Jordanië niet in op een Israëlisch voorstel om neutraal te blijven. Op 7 juni werd na felle gevechten heel Jeruzalem door het Israëlische leger veroverd en verloren de Jordaniërs een tankslag in Samaria. Dezelfde dag trok het Jordaanse leger zich terug over de Jordaan en werd de Westelijke Jordaanoever bezet. De Israëlische minister van Defensie Moshe Dayan besloot om de Syrische Hoogten van Golan in te nemen voordat een wapenstilstand opgelegd door de Veiligheidsraad in werking trad. Op 9 juni werd, ondanks zware Israëlische verliezen, het noordelijk deel van de hoogvlakte veroverd. Op 10 juni gaf de Syrische regering het zuidelijk deel op om de hoofdstad Damascus te beschermen; om 18.30 (plaatselijke tijd) kwam aan alle gevechten een einde. Tot zover Wikipedia.
Dat de bezetting van de westelijke Jordaanoever en Jeruzalem in strijd zou zijn geweest met het internationale recht is echt onzin. Israël moest zich tegen haar Arabische buren verdedigen en verdedigde zich ook. Jordanië heette oorspronkelijk Transjordanië en is zich pas Jordanië gaan noemen nadat het Arabische legioen onder commando van de Engelsman John Bagot Glubb (Glubb pasja) Oost Jeruzalem en de westelijke Jordaanoever veroverde in de oorlog van 1948. De herovering van dat gebied in 1967 was conform het internationale recht, als met internationaal recht hier de verdragen van Genève wordt bedoeld en al helemaal als gedoeld wordt op het veel oudere volkerenrecht dat landen het recht geeft zich te verdedigen als ze worden aangevallen.
In de oorlog van 1967 is de oude stad van Jeruzalem heroverd, waar joden sinds bijbelse tijden gewoond hebben en die het centrum vormt van hun religie. Gaza is door Israël ontruimd zonder daarvoor een tegenprestatie te verlangen van de Arabieren terwijl die vanuit Gaza bij voortduring aanslagen pleegden in de joodse gebieden. Dat Nederland een gedoogbeleid zou voeren t.a.v. Israël is een onbegrijpelijke uitspraak en dat dit beleid zou bijdragen aan de bezetting van de westelijke Jordaanoever is al even raar. Waarom dit beleid een anomalie zou zijn, moet Rights Forum maar eens uit komen leggen.
Het argument tenslotte dat veel andere staten en bewegingen het internationale recht aan hun laars zouden gaan lappen als er niet opgetreden zou worden tegen Israël is te bizar voor woorden. Op alle mogelijk plaatsen in de wereld lappen staten en bewegingen het internationale recht aan hun laars, waarbij geconstateerd kan worden dat de Arabieren en hun geloofsgenoten daarbij voorop lopen. In weinig bezette gebieden vergaat het de bevolking zo goed als in de gebieden waar Israël het voor het zeggen heeft. Het Israëlisch recht staat met andere woorden op een heel wat hoger niveau dan het internationale recht. Onder andere omdat het eerste wordt gehandhaafd maar het tweede niet.

Tien jaar Hamas-regering in de Gazastrook
20 juni 2017
Redactie Israel Today (http://www.israeltoday.nl)
Het Israëlische leger heeft ter gelegenheid van de tiende verjaardag van de machtsovername door Hamas over de Gazastrook een video gepubliceerd, waarin de ‘prestaties’ van Hamas sinds het jaar 2007 zijn samengevat.
‘Tien jaar geleden heeft Hamas de controle over de Gazastrook overgenomen. Aan de bevolking werd een regering beloofd, die voor de burgers werkt, beter onderwijs, economie en gezondheidszorg.
In plaats daarvan werden relatief snel de sharia-wetten ingevoerd. Hamas beperkte de vrijheid van alle burgers, met name die van christenen en vrouwen. In 2008 begon Hamas strijders bij de grens met Israël te plaatsen en begon met raketbeschietingen, die nabijgelegen Israëlische gemeenschappen bedreigden. Alleen al in 2008 schoot Hamas meer dan 1100 raketten naar Israëlische steden.
Op 27 december 2008 begon het Israëlische leger de operatie ‘Cast Lead’ om een eind te maken aan de dreiging van raketten. Maar Hamas bleef raketten op Israël afschieten. Van januari 2009 tot november 2012 heeft Hamas meer dan 1.400 raketten op Israël afgevuurd.
In november 2012 begon het Israëlische leger de operatie ‘Wolkkolom’ en viel groepen terroristen, wapenmagazijnen en de lanceerinstallaties van langeafstandsraketten aan. In de twee jaar daarna zette Hamas zijn raketaanvallen voort en begon met de bouw van onder de grens doorlopende aanvalstunnels, om terreuraanslagen op Israëlisch grondgebied uit te voeren.
In juni 2014 hebben leden van Hamas drie tieners ontvoerd en vermoord. Als reactie op de voortdurende aanvallen van Hamas begon Israël met de operatie ‘Sterke Rots’ (later bekend als de Tweede Gaza-oorlog). Tijdens de operatie ontdekte het Israëlische leger meer dan 30 terreurtunnels.
In de afgelopen tien jaar hebben de burgers van Gaza EEN KEER Hamas gekozen. Tijdens het bewind van Hamas over Gaza is de persvrijheid gedaald van 52% naar 14%. Van de vrouwen die in de Gazastrook wonen is 51% het slachtoffer van geweld geworden. Tussen 2007 en 2017 vuurde Hamas meer dan 9400 raketten af op Israël.
Dat is de schade die Hamas in de afgelopen tien jaar heeft aangericht. Dat is wat ze vieren.’

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 19 juli 2017 op zijn website (https://akasdorp.wordpress.com)
De uitvoering van de Oslo akkoorden
Van een Nederlandse politicus kreeg ik een reactie op een stuk dat ik geschreven had over Hamas en de PLO. Wat Hamas betreft vond hij dat ik wel gelijk had ergens, maar de PLO was een organisatie, meende hij, waar toch mee samen te werken viel. Hij verwees mij naar de Oslo akkoorden. Dat de PLO de bevrijding van het gebied wilde dat in 1967 door Israël was bezet, dat kon toch niemand vreemd vinden. Iedereen vindt toch dat die bezetting ongedaan moet worden gemaakt en dat de joodse nederzettingen en de muur verplaatst worden naar joods gebied?
Nou, zei ik, de PLO denkt daar anders over. PLO betekent Palestine Liberation Organisation. Die organisatie is opgericht in 1964, drie jaar eerder dan de oorlog van 1967, die overigens door de Arabieren is begonnen en verloren en waarin de West Bank werd bezet en Jeruzalem in joodse handen kwam.
Volgens het charter van de PLO is het doel van de organisatie de bevrijding van heel Palestina, en de vernietiging van de staat Israël, met ‘verwijdering’ van alle joden van wie de voorouders immigranten waren. [1]
En wat die Oslo akkoorden betreft, de Europese politici zijn intussen kennelijk vergeten hoe het daarmee gegaan is.
In 1993 werd in Oslo een voorlopig akkoord bereikt, dat ondertekend werd door PLO-lid Mahmoud Abbas en de e.t. Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres.
Het akkoord werd later in Parijs afgerond en op 13 september 1993 officieel door Rabin en Arafat ondertekend tijdens een ceremonie in Washington D.C. [2]
De belangrijkste Israëlische verplichtingen uit dat akkoord waren:
1. Het opgeven van land ten gunste van Palestijns zelfbestuur. Inmiddels leeft 100% van de Palestijnen in Gaza en 96% van de Palestijnen op de Westbank onder Palestijns zelfbestuur. Ze hebben hun eigen Palestijnse regering, justitieel apparaat, communicatiemiddelen, onderwijs, enzovoort.
2. Het erkennen van het gezag van de Palestijnse Autoriteit.
3. Het toestaan van een bewapende Palestijnse politiemacht.
4. Het informeren van het Israëlische publiek over de bereikte oplossing.
5. De juridische status van het betwiste gebied niet veranderen
Deze verplichtingen is Israël nagekomen.
In ruil ervoor beloofde de Palestijnse Autoriteit ‘vrede’. Vastgelegd werd dat dit zou worden uitgevoerd door:
1. Het stoppen van de terreur en het beëindigen van alle andere vormen van geweld.
2. Het ontmantelen van alle terreurorganisaties.
3. Het erkennen van het bestaansrecht van Israël.
4. Het communiceren van de bereikte vreedzame oplossing naar de eigen bevolking en het bevorderen van de vrede met name in de het onderwijs en de opvoeding.
5. Ook van hun kant de juridische status van het betwiste gebied niet te veranderen door bijvoorbeeld internationale erkenning aan te vragen.
De akkoorden die Arafat ondertekend had zijn door de PLO verworpen en nooit uitgevoerd. Het doel van de PLO is de vernietiging van Israël gebleven. De wijziging van de doelstelling op dit punt is bedriegerij gebleken. De opvatting die in Europa heerst dat de vrede in het Midden Oosten binnen handbereik ligt als Israël maar mee zou willen werken, berust op een misverstand. Die vrede komt er alleen als de Palestijnen niet langer in de buurt van Israël verblijven. Dat is de enige blijvende oplossing voor het Palestijnse conflict en te hopen is dat de volgende president van de VS dat op zijn programma zal zetten.
[1] zie http://avalon.law.yale.edu/20th_century/plocov.asp voor de tekst van het Charter.
[2] Voor de tekst van de akkoorden zie http://static.nos.nl/nosjournaal/dossiers/middenoosten/MoDocumentOslo.html

Chris Aalberts in Israël
Palestijnen wachten op een terugkeer die nooit komt in vluchtelingenkamp Balata: dromen van een wereld die al zeventig jaar niet meer bestaat
21 juli 2017
Bij de stichting van Israël in 1948 vluchtten honderdduizenden Palestijnen naar de buurlanden. Deze Nakba – te vertalen als catastrofe – dreunt tot op de dag van vandaag na. De vraag is: zijn de Palestijnen door de Joden verjaagd of vertrokken ze vrijwillig? Sympathisanten van Israël en die van de Palestijnen vechten elkaar hierover de tent uit. Er vloeit namelijk een politieke vraag uit voort: mogen de Palestijnen terugkeren naar de plaatsen waar ze destijds woonden? Israël wil dat pertinent niet en de Palestijnen juist wel. Zo lopen alle vredesonderhandelingen stuk.
De journalisten die met het CIDI door Israël reizen kijken hoe het nu met de Palestijnse vluchtelingen gaat. Een fixer neemt ons mee naar de omgeving van Nablus, een stad op de Westbank ter grootte van Amersfoort. Hier liggen meerdere vluchtelingenkampen die worden bewoond door Palestijnse vluchtelingen. Zij hebben feitelijk nooit gewoond op de plaats waar Israël nu ligt, maar hun ouders of grootouders wel. De vluchtelingenstatus is bij de Palestijnen overerfbaar, bij andere vluchtelingen niet. Het aantal Palestijnse vluchtelingen neemt dan ook alsmaar toe.
Onrecht voor je voeten
We krijgen een introductie over deze kwestie in een cultureel centrum aan de rand van Balata, een vluchtelingenkamp waar duizenden mensen wonen op een superklein stukje grond. Juist op deze plek zien we dat de CIDI-journalistenreis geen Israël-propaganda is, want hier ligt het onrecht wat de Palestijnen is aangedaan c.q. overkomen voor je voeten. Het cultureel centrum ziet er haveloos uit. In een lokaal staat een oude kast vol rommel, schilderijen hangen scheef, waaronder de portretten van Arafat en Abbas. Het schoolbord zit vol vlekken. Gastvrij is men hier wel: we krijgen koffie.
Meriam gaat ons vertellen over het leven in het vluchtelingenkamp. Dit kamp bestond ooit uit tenten, want het zou tijdelijk zijn. De Palestijnen zouden weer teruggaan naar hun geboortegrond, maar het kamp werd permanent. Er kwamen gebouwen te staan met meerdere etages. Meriam woont hier en dat deden haar ouders en grootouders ook al. Allemaal sinds de Nakba. We horen het verhaal zoals het ook in boeken beschreven wordt. In meerdere landen zijn kampen met Palestijnse vluchtelingen en die willen allemaal terug. De situatie in deze kampen is ronduit ellendig.
Veel mensen op een lapje grond
Volgens Meriam wonen hier 30.000 mensen, volgens het programmaboekje van het CIDI 18.500. Of het veel uitmaakt is de vraag, want krap is het sowieso. Het gebied is klein en van de overbevolking is niet meteen iets te merken. Deze bestaat er vooral uit dat er soms wel vijftien mensen in een kamer wonen. De vluchtelingen zijn arm en hebben veel sociale problemen, vertelt Meriam. Ze kunnen niet weg want dan raken ze hun vluchtelingenstatus kwijt. Dat willen ze niet, want dan kunnen ze niet terugkeren naar het land van hun grootouders.
We lopen door het kamp met onze fixer. Deze man is zelf Palestijn maar woont niet in het kamp. Hij vindt het kamp te gevaarlijk en betaalt daarom een bewoner om ons het kamp te laten zien. Hier zijn alleen smalle steegjes waar je elkaar niet of nauwelijks kunt passeren. Het stinkt soms naar uitwerpselen. Kinderen lopen meestal weg als we aankomen. Er is hier niets te doen. We leren dat de helft van de bewoners van het kamp nog kind is. Posters met gewapende jihadisten suggereren dat het een broeinest is voor terreur. Ooit begon in Balata de Eerste Intifada.
Geen oordeel over vellen
We lopen het kamp uit en de fixer zegt tegen me dat de rondleiding lijkt op een tochtje door de dierentuin. Ik zeg dat dat ook in me opkwam toen ik de groep journalisten tussen de kinderen zag staan. De gids wordt kwaad: deze mensen hebben ook waardigheid. Dat erken ik, maar dat doet er hier helemaal niet toe. De vraag is of buitenstaanders zoals wij in de positie zijn om een oordeel te vellen. Als dat oordeel anders uitvalt dan de mening van de Palestijnen, komt dat denigrerend over. U kunt ons niet verbieden te dromen van terugkeer, zegt de gids op belerende toon.
Toch dringt zich hier al snel een mening op. Meriam vertelt dat de kinderen in het cultureel centrum wordt geleerd dat ze uit Jaffa komen, een stad waar voor 1948 veel Palestijnen woonden en die tegenwoordig is opgeslokt door Tel Aviv. Een opvallend mooi uitziende folder van het centrum noemt op bijna iedere bladzijde dat de Palestijnen het recht op terugkeer hoog in het vaandel houden. Dit is ook wat de mensen steeds zeggen: ze willen ergens anders wonen, namelijk specifiek in het land van hun voorouders. Dat is de enige plek waar ze naartoe willen.
Wachten op niks
De vluchtelingen weten de nummers van de VN-resoluties over hun terugkeer uit hun hoofd. In het cultureel centrum worden ze steeds aan die ambitie herinnerd. De naam van het centrum verwijst er ook naar: Jaffa. De vraag doemt op of deze mensen een keuze hebben. Ze zijn sowieso te arm om ergens anders te wonen en terugkeer is niet realistisch. Israël houdt dat tegen en zal dat blijven doen, al is het maar omdat het inmiddels over miljoenen vluchtelingen gaat. Zo zitten deze mensen generaties lang te wachten op een toekomst die er sowieso niet komt, tenzij heel Israël van de kaart wordt geveegd.
Maar het is nog cynischer. De analyses die we deze week over de vluchtelingen horen zijn opvallend eensgezind. Zowel Israëlische als Palestijnse sprekers zeggen dat er helemaal geen terugkeer naar Israël komt en dat de leiders van de Palestijnen dat eigenlijk ook wel weten. De vluchtelingenkwestie is wisselgeld om een beter resultaat uit toekomstige onderhandelingen te halen. Het zal financiële compensatie worden. De vluchtelingen krijgen dan wellicht iets, maar of dat hun generaties durende misère in dit vluchtelingenkamp zal compenseren is twijfelachtig.
Voor de onderhandelingen is het essentieel dat ze in die terugkeer blijven geloven en dus worden ze er dagelijks aan herinnerd. Niemand wijst ze op de vraag wat ze er zelf wijzer van worden.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 27 juli 2017 op zijn website (https://akasdorp.wordpress.com)
Intifada ’s
Het is nu zeventien jaar geleden dat de tweede intifada uitbrak. Een Intifada is een opstand op de westoever tegen de bezetting van de Israëli’s. De tweede was het spontane gevolg van een voorstel dat op tafel lag voor een autonoom Palestina dat na lange onderhandelingen tot stand was gekomen. De tweede intifada heeft de Palestijnen in ellende en armoede gestort en de Israëli’s meer doden gekost dan de meeste oorlogen die zij hebben gevoerd. Daarnaast veroorzaakte zij een tijdelijke maar volledige stagnatie van hun economie. Niemand leefde een tijd lang meer veilig in het Heilige Land en uitzicht op een oplossing was er niet. Die is er nog steeds niet maar men heeft er beter mee leren leven.
Het Palestijnse standpunt is dat de terreuraanslagen pas achterwege zullen blijven als de bezettingsmacht verdwenen is. De Israëli’s zijn door ervaring wijs geworden en er intussen van overtuigd geraakt dat ook een terugtrekking uit bezette gebieden geen einde zal maken aan de aanslagen. Ook toen ze dat de afgelopen decennia een paar keer eenzijdig en zonder voorafgaande afspraken gedaan hebben gingen de aanslagen gewoon door.
De meerderheid is er in Israël van overtuigd dat de Palestijnen, gesteund door een meerderheid van moslims in de rest van de wereld, niet met minder genoegen zullen nemen dan met een seculiere Palestijnse staat op het hele grondgebied van het voormalige mandaatgebied Palestina. In dat staatje moet dan een terugkeer van alle verdreven Palestijnen en hun nazaten plaats vinden. Die menen dat alleen een liquidatie van de bestaande joodse staat een einde kan maken aan de oorlog tussen Arabieren en joden, die met korte onderbrekingen intussen drie generaties heeft geduurd.
De voorstellen die door minderheden van beide kanten worden gedaan en die onder meer geleid hebben tot de Oslo akkoorden, worden door te weinig mensen in de achterban gesteund. Omdat oorlog maken gemakkelijker is dan het sluiten van vrede en er voor het plegen van aanslagen trouwens geen meerderheid nodig is, zal de vrede er niet komen.
Deze analyse is niet nieuw, maar toch worden de pogingen voortgezet om tot een vredesregeling te komen. Beide partijen hebben een elite die meent dat een vredesregeling, als hij er eenmaal is, zijn eigen dynamiek zal hebben. De mensen aan beide kanten willen nu nog, onder de indruk van de slachtoffers en het leed van de nabestaanden, van geen vrede weten. Maar die zelfde mensen zullen als de vrede er eenmaal is en de woede is weggeëbd door een gestegen welvaart en rust vanzelf vredelievender worden. Zo ongeveer denkt men ook hier in het westen. De vrede als self fulfilling prophecy is min of meer wat er in het voormalige Joegoslavië lijkt te zijn gebeurd en in Noord Ierland, ondanks dat één van de kanten zich ook daar niet in alle opzichten aan de gesloten akkoorden wenste te houden.
Verstandige Arabieren menen dat een westers land als Israël op de lange duur niet kan ontkomen aan een seculiere staat met volledig burgerrecht voor iedere inwoner. Alleen de terugkeer van de verdreven Palestijnen zal op de agenda moet blijven staan en dan komt de rest vanzelf. De Israëli’s hebben die strategie beter door dan wie ook en zullen aan zo’n gemeenschappelijke seculiere staat niet beginnen. De impasse duurt voort en als er straks weer verkiezingen zijn geweest zal blijken dat de Israëli’s die geen vrede meer willen met de Palestijnen een ruime meerderheid krijgen in de Knesset.
Israëli’s en Palestijnen die aan de lijve ervaren of ervaren hebben wat het betekent om geen eigen staat te hebben, waar de eigen mensen in vrede en veiligheid kunnen leven laten zich geen van beiden op dat cruciale punt overtuigen: De Israëli’s willen veiligheid en de Palestijnen willen hun land terug en dat gaan ze geen van beiden krijgen.
De enige echte oplossing zou een repatriëring van alle Arabieren naar het Arabisch schiereiland zijn, maar daar durft zelfs Trump niet aan te denken.

Ondergrondse muur moet Hamas-tunnels verhinderen
10 augustus 2017
Redactie Israel Today (http://likud.nl)
De muur, die een eind moet maken aan de terreurtunnels, wordt op dit moment gebouwd, zei de commandant van het Zuidelijk Commando, generaal Eyal Zamir, woensdag tijdens een persconferentie aan de grens met de Gazastrook, waar hij details van misschien wel het grootste project van het Israëlische leger bekend maakte.
Afgelopen jaar werd al begonnen met de bouw van een ondergrondse muur langs de noordelijke grens van de Gazastrook. De zes meter hoge betonnen muur gaat 40 meter diep de grond in en moet zo de door Hamas gebouwde aanvalstunnels nutteloos maken.
Het is duidelijk, dat de bouw van deze muur de situatie aan de grens met de Gazastrook totaal zal veranderen, zei Zamir. Hamas had zich in de laatste jaren sinds de Gaza-oorlog van 2014 ingespannen voor rust in de regio, maar verder steeds nieuwe aanvalstunnels gebouwd. Nu is het mogelijk dat de bouw van de ondergrondse muur Hamas er toe kan brengen, een confrontatie met Israël te beginnen en de bouw van de muur met aanvallen te verstoren. Ook op die situatie is het Israëlische leger voorbereid.
Aan de noordelijke grens van Gaza werken sinds september 2016 tien bouwploegen. In november moeten er 40 bouwploegen aan het werk zijn. De kosten van het project bedragen ongeveer 4 miljard Shekel, rond 1 miljard Uuro. Bij een totale lengte van 64 km komt elke meter muur dus op 62.500 Shekel, ongeveer 15.600 Euro.
Bij de ondergrondse muur worden ook sensoren geïnstalleerd, die graafwerk in de grond herkennen. Wanneer deze een nieuwe tunnel ontdekken zal het systeem die tunnel vernietigen.
De muur wordt geheel op Israëlisch grondgebied gebouwd, naast het bestaande hek, op een afstand dat er een militair voertuig tussen kan rijden, en zal zich tot in de zee uitstrekken. Voor de Gazastrook wordt in de zee een golfbreker gebouwd.
Totdat de bouw van dit beveiligingssysteem tegen aanvalstunnels klaar is zal het leger het gebied nog sterker bewaken om de bouwplaatsen te beschermen tegen aanvallen, verklaarde Zamir.
Vanaf december zullen ongeveer duizend arbeiders op 40 plaatsen bezig zijn met de bouw van de muur. De Israëlische bedrijven hebben ook deskundigen uit het buitenland in dienst; alle arbeiders zijn aan een strenge veiligheidscontrole onderworpen. Ook alle arbeiders, Joden en Israëlische Arabieren, worden gecontroleerd. Palestijnse arbeiders worden niet bij de bouw ingeschakeld.
Tijdens de persconferentie werd ook uitgelegd hoe Hamas steeds meer tunnels bouwt. Zo werd een systeem van tunnels getoond dat onder twee flatgebouwen van zes verdiepingen begint op slechts ongeveer 2 km van de noordelijke grens verwijderd. In de huizen wonen gezinnen met kinderen. Generaal Zamir waarschuwde dat deze huizen wegens de aanwezigheid van de aanvalstunnels in geval van een schermutseling een strategisch doel van het leger kunnen vormen. Een van de huizen bevindt zich op een afstand van slechts 1,5 km van de Israëlische stad Netiv HaAsera.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 16 augustus 2017 op zijn website (https://akasdorp.wordpress.com)
Palestijnen
Ik ben geen voorstander van de kolonisatie van de Palestijnse grond op de westelijke Jordaanoever zoals die nu al decennia heeft plaats gevonden. Ik kan me voorstellen dat de Israëlische regering de nederzettingen ziet als vooruitgeschoven defensieve posten, als een bescherming tegen terroristen, maar zo’n nederzetting heeft iets onbehoorlijks, juist omdat die meer in de privésfeer dan in de publieke sfeer ligt.
Maar dat een vreedzaam samenleven van joden met Palestijnen of andere Arabieren een illusie is, ziet iedereen wel in, die zich ooit met het probleem heeft bezig gehouden. U meent misschien dat de Palestijnen die wonen in het Israël van vóór 1967 het tegendeel bewijzen, maar dat is gezichtsbedrog. Die mensen waren om te beginnen een positieve selectie omdat ze de oproepen om te vluchten naast zich neer gelegd hebben. Bovendien hebben ze nu drie generaties onder Israëlisch bestuur geleefd. Daar leven ze in vrede en hebben veel hogere inkomens dan hun achterneven in Gaza of op de West Bank. Ze zijn in Israël, wat een joods land is, tweederangs burger en dat is natuurlijk onprettig, maar in een regulier Arabisch land leven is nog onprettiger. En in elk geval kunnen zij met eigen ogen zien dat de haatpropaganda, waarmee kinderen in Palestina worden opgevoed, op bedrog berust.
Maar bedrog of niet, die haat zal niet gemakkelijk meer verdwijnen. Ik ben daarom een voorstander van een scheiding tussen joden en Arabieren. Dat houdt ondermeer het ontruimen in van de vluchtelingen kampen in Gaza en op de westelijke Jordaanoever, maar dan op een manier waardoor aan joden en Palestijnen beiden de mogelijkheid van een vreedzaam en productief leven wordt geboden.
Gaza is een van de kinderrijkste gebieden in de wereld. Dat komt omdat daar per kind subsidie wordt gegeven, terwijl er voor de mensen die er wonen niet erg veel betaald werk is. Kinderen zijn een inkomensbron, dankzij de VN en de westerse mogendheden die de kampen subsidiëren.
Iedereen zou beter af zijn als de Palestijnen een eigen gebied kregen en dan niet aan de grens van Israël, maar er zo ver mogelijk vandaan. Waarom dit idee zo onbespreekbaar is begrijp ik niet. Een andere vreedzame oplossing die praktisch te verwezenlijken is bestaat er niet. De bestaande situatie kun je niet nog veel langer laten voortbestaan, die is onmenselijk, dunkt me.

5O jaar geleden heroverde Israël de Golanhoogtes op Syrië
31 augustus 2017
Likoed België (https://brabosh.com)Diverse islamistische legers vechten hun strijd uit aan de grens met Israël, meer bepaald aan de grens met de Golan. Alle partijen hebben één gemeenschappelijke deler; de rode draad in het verhaal: Jodenhaat, die zich in onze tijd manifesteert als Israël haat.
Tijdens de Zesdaagse oorlog heroverde het Israëlische leger de Golanhoogte op het Syrische leger. Op 10 juni 1967 om 18.30 uur kondigde Israël een staakt-het-vuren af. Ongeveer 500 Israëlische soldaten lieten het leven tijdens de felle gevechten om de Golan.
Tijdens de Jom Kippoeroorlog van oktober 1973 werd er andermaal hard gevochten om het behoud van de Golan, maar Syrië verloor opnieuw haar aanvalsoorlog tegen de Joodse staat. Vermits Syrië sinds 1967 weigert te onderhandelen met Israël over de status van de Golan, annexeerde Israël bij gebrek aan een vredesakkoord op 14 december 1981 de Golanhoogte.
Op 11 april 2016 herhaalde premier Netanyahu Israël’s standpunt ten aanzien van de Golanhoogte dat ‘de Golan voor altijd een deel van Israël zal blijven’ en voegde eraan toe:
‘In de 19 jaar dat de Golan onder Syrische bezetting was, werd het gebruikt voor bunkers, prikkeldraad, landmijnen, en agressie. Het werd gebruikt voor het voeren van oorlog. In de 49 jaar dat het gebied onder Israëlisch bestuur is geweest, is het gebruikt voor de landbouw, toerisme, economische initiatieven en de bouw. Het wordt gebruikt voor de vrede.’
Historiek
De Golan een deel vormde een deel van het zogenaamde Joodse nationale tehuis zoals dat werd vermeld in de bepalingen van het Britse Mandaat voor Palestina. Dat Mandaat werd in september 1922 geformaliseerd door de Volkenbond. Een kaart uit 1920 laat zien dat de Golan Hoogvlakte onderdeel was van het mandaat gebied voor de vestiging van een Joods nationaal tehuis. Zelfs nadat de Britse regering de Zionistische beweging bedroog en 77 procent van het gebied overhevelde naar een nieuwe staat met de naam Trans-Jordanië bevatte het gebied van het ‘Mandaat voor Palestina’ nog steeds de zogenaamde Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en de Golan Hoogvlakte.
Pas nadat de Britse en de Franse regering een overeenkomst sloten over de grenzen van hun mandaat in het Midden-Oosten, werd het gebied een deel van het Franse mandaat voor Syrië. Toen de Fransen en de Britten hun mandaat beëindigden, werd de Golan Hoogvlakte deel van de nieuwe onafhankelijke staat van Syrië dat het gebied inderdaad gebruikte om de Israëlische dorpen en steden in Galilea meedogenloos aan te vallen. Deze situatie bleef bestaan tot de Zesdaagse Oorlog in 1967 toen Syrië Israël aanviel vanuit de Golan waarna de IDF het gebied veroverde en niet meer afstond.
ISIS in de Golan
De Yarmouk Martelaren Brigade (YMB), een filiaal van IS (ISIS/Daesh), controleren een deel van de grens met Israël op de Golanhoogte (kaartje hierboven). TV Kanaal 10 berichtte dat de Israëlische veiligheidsdiensten over informatie beschikken dat de Yarmouk Martelaren Brigade beschikken over chemische wapens en in het bezit zijn van explosieven met mosterdgas en chloorgas ladingen. Per 21 mei 2016, zijn de YMB opgegaan in de salafistische terreurgroep het Khalid ibn al-Walid Leger.
Op dinsdag 26 april 2016 kwam de status van de Golan andermaal ter sprake in de VN-Veiligheidsraad.  De Chinese ambassadeur Liu Jieyi, de toenmalige president van de 15 leden tellende Veiligheidsraad,  zei dat de raad ‘diep bezorgd’ is over de verklaring van Netanyahoe en benadrukte dat voor de VN, de status van het plateau ‘ongewijzigd blijft.’ Liu herinnerde aan een VN-Veiligheidsraad resolutie 1981 die ging over de Israëlische beslissing om de Golan te annexeren en herhaalde dat
‘[..] de Israëlische beslissing om de wetten, rechtspraak en bestuur (van de Joodse staat) in de bezette Syrische Golan Hoogvlakte in te voeren nietig en zonder enig internationaal juridisch effect was.’
Het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken (IMFA) reageerde woedend op de nieuwe VN-Veiligheidsraad verklaring over de status van de Golan Hoogvlakte:
‘Met wie Israël wordt geacht te onderhandelen over de toekomst van de Golanhoogte? Met de Islamitische Staat? Al Qaeda? Hezbollah? De Iraanse en Syrische krachten die honderdduizenden mensen afslachtten? Met het oog op de oorlog die woedt in Syrië en de veiligheid en stabiliteit die Israël heeft opgebouwd in de Golan gedurende de afgelopen 50 jaar, is de suggestie dat Israël zich zou moeten terugtrekken uit de Golan Hoogvlakte onredelijk.’
door: Missing Peace
[naar een door Brabosh.com ingekort artikel op de site van MP]

De grote ontkenning
Ingezonden brief van Likoed Nederland in Trouw (niet geplaatst), 5 september 2017.
In het dagblad Trouw van 1 september 2017 stond een artikel van Stevo Akkerman. In dit artikel stelt hij dat Israël het bestaan van de Palestijnen ontkent.
Dat is een opmerkelijke bewering.
Iedereen die de geschiedenis ook maar een beetje heeft bestudeerd, weet dat Israël al vaak heeft ingestemd met internationale voorstellen om tot een Palestijnse staat te komen: een land dus voor de Palestijnen. Zo ging Israël bijvoorbeeld in 1937, 1947 en 2000 akkoord met de vorming van een Palestijnse staat.
Hoe kan iemand – zonder met de ogen te knipperen – beweren dat Israël het bestaan ontkent van mensen waarvan Israël keer op keer heeft gesteld dat die een eigen staat zouden mogen krijgen?
Dat kan alleen als je de ogen sluit voor de reden waarom die Palestijnse staat er toch nog steeds niet is.
Dat komt omdat het idee van de tweestatenoplossing door de Arabieren steeds is afgewezen – omdat zij dan een Israëlische (Joodse) staat zouden moeten accepteren.
Zo stelden de Arabieren al in 1937 dat een Joodse staat uit islamitisch oogpunt onaanvaardbaar was: er kon nooit ook maar een centimeter ‘islamitisch land’ worden opgegeven. Dat was bij monde van de toenmalige (eerste) leider van de Palestijnen, de grootmoefti van Jeruzalem en beruchte nazi-collaborateur Al-Hoesseini.
In 1947 wezen de Arabieren de door de VN voorgestelde tweestatenoplossing ook weer af omdat een Joodse staat niet geaccepteerd kon worden. De Arabische landen vielen de net opgerichte staat Israël zelfs direct aan om deze te vernietigen.
In 2000 wees Yasser Arafat de tweestatenoplossing ook weer af, onder meer omdat er volgens hem er nooit ‘een Joodse tempel in Jeruzalem had gestaan’.
Die bewering is exemplarisch voor de Palestijnse ontkenning van Joodse rechten.
De Joodse geschiedenis van het land wordt ontkend, zowel in het Palestijnse onderwijs als in de media. Joden is het verboden om land of huizen te kopen of bezitten in het door de Palestijnen bestuurde autonome gebied; Palestijnen die toch verkopen aan Joden wacht de doodstraf.
Er wordt al jarenlang tot rellen en geweld opgeroepen omdat Joden hun heiligste plek – de Tempelberg in Jeruzalem – bezoeken. De Palestijnse president Abbas heeft herhaaldelijk gezegd dat hij nooit Israël als Joodse staat zal erkennen. En wie Israëli’s vermoordt, ontvangt daarvoor een vorstelijk salaris van de Palestijnse Autoriteit als beloning; Joden hebben dus zelfs geen recht op leven.
Dus mijnheer Akkerman: van wie worden de legitieme rechten in werkelijkheid ontkend?

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 23 september 2017 door Toon Kasdorp (https://akasdorp.wordpress.com)
Een oplossing van het Palestina conflict
Ik denk dat Madeleine Albright (minister van Buitenlandse Zaken in de VS van 1997 – 2001) een stuk competenter is dan John Kerry (minister van Buitenlandse Zaken in de VS van 2013 – 2017). Toch vond ook zij dat een tweestatenoplossing voor het Palestijnse probleem een mogelijkheid was. Ik heb ooit een interview gezien van Eva Jinek met haar en een van de onderwerpen was toen het Camp David Akkoord, waar zij als Secretary of State verantwoordelijkheid voor had gehad.
Het was toen duidelijk dat Albright serieus geloofde in die tweestatenoplossing, maar ze meende dat de twee betrokken partijen daarvoor eerst moesten proberen zich in elkaar te verplaatsen.
Ik meende toen dat ze zich vergiste, als ze meende dat dit niet gebeurt of gebeurd was. Aan Palestijnse en aan Israëlische kant zijn er heel intelligente onderhandelaars geweest die weten dat het nodig is om je te verplaatsten in de tegenpartij en die dat ook zeker wel hebben gedaan. Persoonlijk vermoed ik dat ook Yasser Arafat in die categorie thuis hoorde. Alleen, het helpt niet. Ik ben iemand die geboren is voor de tweede wereldoorlog en aan Israëlische kant heb ik de welwillendheid tegenover de Arabieren in de loop van mijn leven zien wegslijten. Bij de Palestijnen en de andere Arabieren heeft die tegenover Israëli’s of tegenover joden in het algemeen nooit bestaan.
Wie als vertegenwoordiger van een van beide partijen stappen maakt in de richting van de ander verliest aanhang bij zijn eigen achterban. Hij of zijn beweging houden op representatief te zijn. Dat was de reden waarom Arafat die de overeenkomst in Camp David had uit onderhandeld deze niet wilde ondertekenen en waarom Mahmoud Abbas het afgelegd heeft in de Gazastrip tegenover Hamas. Dat is de reden waarom Benjamin Netanyahu de premier is van Israël en niet iemand uit het steeds verder afkalvende vredeskamp.
Als men vrede wil in het Midden-Oosten dan moeten de twee partijen uit elkaar worden gehaald. Dat betekent dat men serieus moet overwegen om de Palestijnen ergens anders in Arabië te herhuisvesten, ten minste een paar duizend kilometer bij de Israëli’s vandaan. Alleen dan kan aan de eis worden voldaan om Israël veilige grenzen te geven en kunnen de Palestijnen een eigen land hebben waar ze kunnen gaan en staan waar ze willen en waar ze ongestoord aan hun eigen toekomst kunnen werken. De VN en al die journalisten en hulpwerkers die in hoofdzaak het conflict in stand hebben helpen houden kunnen dan naar huis, hun geld kan naar de Palestijnen en een nieuw probleem kan de aandacht van de wereld vragen.
De weerzin tegen een dergelijke oplossing in het Arabische en islamitische kamp is groot en ook in Brussel zal men van een onrechtvaardig voorstel spreken. Maar als iemand serieus vrede wil tussen Israël en Palestina dan is dit een oplossing en een andere is er niet.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 25 september 2017 door Toon Kasdorp (https://akasdorp.wordpress.com)
Vrede dichterbij
In Europa en Amerika kan iemand nog altijd scoren door vrede in het Midden-Oosten dichterbij te brengen. Vrede, dat wil zeggen veiligheid voor de Joden die daar wonen en terugkeer van de Arabische vluchtelingen. De grenzen van voor 1967 zijn in het algemeen bij dit soort pogingen uitgangspunt, al hebben mensen als Van Agt een voorkeur voor de grenzen van 1947, zoals die ooit zijn voorgesteld in het verworpen verdelingsplan van de VN.
Bij de Arabieren en de Israëli’s denkt men over de kwestie in het algemeen heel anders dan in Europa of Amerika. In Israël menen de mensen dat verdedigbare grenzen en een militaire aanwezigheid op kwetsbare plekken de beste bescherming bieden. Vandaar de muur en de nederzettingen. Dat wil voor Israël ook zeggen een grens van de Golanhoogten langs de oevers van de Jordaan tot aan de Dode Zee en van de berg Hermon tot Naqoura in het Zuiden van Libanon. En of ze nu in de Sinaï zelf patrouilleren of dat Egypte dat doet, maakt niet heel erg veel uit. Terroristen die daar doorheen trekken zijn er niet zo veel.
In de Arabische landen wenst men van harte dat alle Joden uit het Midden-Oosten verdwijnen, zoals dat intussen in vrijwel alle Arabische landen al het geval is. Het aantal Joodse en Palestijnse vluchtelingen in het Midden-Oosten houdt elkaar heel aardig in evenwicht.
De twee opvattingen over wat er zou moeten gebeuren zijn niet met elkaar in overeenstemming te brengen en wat er ook aan tussenoplossingen uitkomt, daar zal nooit iedereen tevreden mee zijn.
In de Arabische wereld is van goed georganiseerde staten geen sprake. Yasser Arafat was van alle Arabische leiders indertijd degene met het meeste gezag[1]. Hij heeft zijn nek uitgestoken om een tussenoplossing te bereiken, samen met zijn Israëlische counterpart Rabin[2]. Dat heeft geleid tot de zogenaamde Oslo akkoorden, die in de bestaande situatie weinig tot niets veranderd hebben. Het heeft verder geleid tot de oprichting van nieuwe terreurorganisaties bij de Arabieren en tot de moord op Rabin in Israël.
Dezer dagen werd een nieuwe onderhandelingsronde aangekondigd en de vraag die men zich nu stellen moet is niet of die tot vrede kunnen leiden. De geschiedenis leert duidelijk heel anders. Maar zulke onderhandelingen die niet tot vrede leiden blijven toch niet zonder gevolgen. Wat die gevolgen van op niets uitlopende onderhandelingen zijn, dat is het onderwerp waar mensen zich eigenlijk mee bezig zouden moeten houden. Ook zou het goed zijn als er toch eens ideeën in discussie zouden gebracht die wel uitzicht op een oplossing bieden. Over welke ideeën dat zijn kun je van mening verschillen, maar een debat erover is nooit weg.
Hoe je tegenover de Israëlische aanwezigheid op de Westoever hoort te staan is een heel andere vraag wanneer je er van uitgaat dat vrede mogelijk is dan wanneer je meent van niet. Ik ga er vanuit dat vrede niet mogelijk is, al was het alleen maar omdat er in Arabië niemand is die vrede sluiten kan en die vervolgens kan handhaven. Er ontstaat altijd wel een nieuwe Hamas of Hezbollah en er zijn altijd wel nieuwe oliesjeiks die deze mensen financieren willen. Ook is geen Israëlische politicus in staat alle nederzettingen in Oost-Jeruzalem en op de West Bank te ontruimen. Geen vrede dus na deze ronde, maar wat dan wel?
Als er gepraat wordt dan is dat omdat Amerika dat wil en Europa dat steunt. Intussen groeit de bevolking in de vluchtelingenkampen en wordt de situatie daar van jaar tot jaar meer onhoudbaar.
De verkeerde formulering van het probleem, waar nu al ruim een halve eeuw hardnekkig aan wordt vastgehouden, voorkomt een betere formulering. Het consequent mislukken van iedere poging tot een oplossing staat in de weg aan het zoeken naar iets dat wel zou kunnen. Doordat het probleem steeds weer opnieuw op de wereldagenda wordt gezet blijft het acuut en krijgt het niet de gelegenheid om te slijten.
Wie naar soortgelijke problemen kijkt op andere plaatsen in de wereld, zoals dat van de Sudeten Duitsers en andere Duitse Ostflüchtlingen, die ziet dat de tijd daar heel wat wonden heeft geheeld. Die gelegenheid heeft het Palestijnse probleem nooit gekregen.
Ik denk niet dat er een deskundige in het Europese parlement of de Amerikaanse senaat is die serieus meent dat er veel Palestijnen ooit zullen ‘terugkeren[3]’, de 1.8 miljoen Palestijnse inwoners van Israël buiten beschouwing gelaten. Ik geef u in de bijlage een overzicht van de landen waar Palestijnen wonen en van hun aantallen, maar neem die niet al te serieus. Het zijn er meer of minder al naar gelang de definitie die u wilt hanteren en de manier waarop men zich heeft laten registreren.
Het probleem wordt gevormd door de mensen in de vluchtelingenkampen die worden onderhouden door de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA) . Op basis van de cijfers van UNWRA moeten we er van uitgaan dat dit er ongeveer vijf miljoen zijn. Dat zijn er dan ruwweg evenveel als de joodse inwoners van Israël, maar met een veel sterkere bevolkingsgroei dan men in Israël kent.
Van de tienduizend Palestijnen in Nederland denk ik niet dat er veel terug zouden gaan als ze de kans kregen. Maar met de mensen in de vluchtelingenkampen in het Midden-Oosten ligt dat anders, dat is duidelijk. Die doen praktisch niets anders dan zich voorbereiden op hun terugkeer. Door besprekingen zoals die nu door de Amerikanen worden georganiseerd wordt die hoop weer eens nieuw leven in geblazen.
Ik meen niet dat de UNWRA, na de vluchtelingen, hun ouders en grootouders zo lang onderhouden te hebben daar plotsklaps mee kan stoppen. Aan die mensen moet een reëel toekomstperspectief worden geboden en bij hun herhuisvesting horen degenen te helpen die verantwoordelijk zijn voor de tegenwoordige situatie.
Herhuisvesting moet ergens in Arabië plaats vinden want daar horen die mensen thuis. Maar de buurlanden zijn al overvol met Palestijnen en nu ook met Syrische vluchtelingen, dus dat lijkt niet zo geschikt. Bovendien hebben de gebeurtenissen in Koeweit[4] wel uitgewezen dat Palestijnen net als Joden alleen echt veilig zijn in een land dat zij zelf kunnen besturen. De enige twee landen in de Arabische wereld die groot genoeg zijn, leeg genoeg en rijk genoeg om een gebied aan de Palestijnen af te staan zijn Algerije en Saoedie-Arabië. Maar zo’n nieuwe staat moet een fysieke infrastructuur krijgen die bij voorkeur aan moet knopen bij iets dat er al is.
Ergens aan de Rode Zee, ten noordwesten van Yanbu lijkt mij de geschiktste plek. Daar is een vliegveld, daar zijn havens en wegen en voor de regio zou het een enorme economische oppepper zijn.
Als we de Saoedie’s nu eens uit zouden nodigen en de besprekingen daarover zouden laten gaan, dan was er tenminste een sprankje licht aan het einde van al die duisternis.
De Saoedie’s zullen wel niet enthousiast zijn, maar ze hebben er ook belang bij om deze tijdbom te demonteren en denk eens aan alle goodwill die het op zou leveren.
Als we na 1967 in het westen de Arabische wereld duidelijk hadden gemaakt dat er geen sprake van terugkeer kon zijn en we in 1949 de financiering van al die vluchtelingenkampen tijdelijk hadden gehouden, zoals eerst de bedoeling was, dan was iedereen al lang uit die kampen vertrokken naar plaatsen waar een boterham kan worden verdiend. Dan was het probleem intussen verdampt. Tenslotte worden de bijeenkomsten van Sudeten Duitsers ook niet meer gehouden en heeft iedereen in India, Bangla Desh en Pakistan zich neergelegd bij de massale volksverhuizingen na de splitsing van het Indische subcontinent.
Maar dat is as en dus verbrande turf. We moeten nu iets en blijven trekken aan een dood paard gaat niet helpen.
Bijlage:
4.200.000 Palestine
2.900.000 Jordan
1.800.000 Israel
800.000 Syria
500.000 Chile
490.000 Lebanon
452.000 United States
350.000 Saudi Arabia
270.245 Egypt
250.000 Honduras
250.000 El Salvador
245.120 Venezuela
200.000 Germany
170.000 United Arab Emirates
158.000 Mexico
100.000 Qatar
100.000 Kuwait
59.000 Brazil
57.000 Iraq
55.000 Yemen
50.975 Canada
45.000 Australia
44.000 Libya
41.000 Eritrea
40.952 Denmark
30.000 United Kingdom
25.500 Sweden
25.000 Nicaragua
20.000 Peru
20.000 Colombia
15.000 Costa Rica
15.000 Cuba
15.000 Italy
12.000 Tunisia
12.000 Spain
12.000 India
12.000 Guatemala
10.500 Algeria
10.000 Panama
10.000 Netherlands
9.500 Greece
9.000 Norway
8.000 Pakistan
7.000 France
7.000 Haiti
7.000 Puerto Rico
7.000 Dominican Republic
5.000 South Africa
5.000 Morocco
5.000 Iran
4.000 New Zealand
3.000 Austria
3.000 Poland
3.000 Switzerland
2.000 Argentina
2.000 Bulgaria
1.500 Czech Republic
1.000 Turkey
500 Belize
[1] Daarbij ook representatief voor de Arabische wereld. Bij zijn overlijden bleek hij een persoonlijk fortuin van meer dan een miljard te bezitten.
[2] Symbolisch voor die besprekingen was het beeld van die twee die elkaar met zichtbare tegenzin een hand gaven onder het toeziend oog van president Clinton.
[3] 98 % van wie zichzelf als vluchteling beschouwt heeft nooit in het land gewoond waar hij naar terugkeren wil.
[4] na de inval van Saddam Hoessein in dat land.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 14 oktober 2017 door Toon Kasdorp (https://akasdorp.wordpress.com)
Wat te doen met de Palestijnen?
Dat we de Palestijnen daar kunnen laten zitten, op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza, lijkt me uitgesloten. Ze moeten daar weg, maar de vraag is waarheen. Als er een president kwam in Amerika die dit probleem werkelijk wilde oplossen dan zouden er voor die tijd eigenlijk discussies moeten hebben plaatsgevonden over welke mogelijkheden er zijn en hoe we de kwalijke gevolgen van zo’n operatie konden beperken. Die discussies zijn er niet of nauwelijks.
Een paar jaar geleden was er bij het tien uur nieuws ‘s avonds een Israëliër die voor de boodschap die hij kwam brengen kennelijk zorgvuldig was uitgezocht. Een wat vreemdsoortige man, die een mening verkondigde waar in Israël niemand meer in gelooft, maar waar Nederlanders en Democraten in Amerika zich aan vast blijven klampen, tegen beter weten in: een vreedzame tweestatenoplossing binnen de grenzen van 1967.
Mensen zijn kort van memorie maar misschien weten we toch nog wel, dat de laatste keer dat de Israëliërs zich terugtrokken uit een stuk bezet gebied – de Gaza strook – de Palestijnen erin trokken, de land en tuinbouw daar verwoestten en er een lanceerplaats voor raketten van maakten.
Tussen Israël en de Palestijnen komt er geen vrede, de Palestijnen willen het niet.
Geen Palestijnse regering is in staat een werkelijke vrede met Israël te sluiten, welke prijs Israël daar ook voor zou betalen. De Palestijnse bevolking staat het niet toe. Er is maar één oplossing en iedereen weet dat eigenlijk ook wel als hij het als neutrale buitenstaander bekijkt. Je moet of de Israëli’s of de Palestijnen daar weghalen. Met die vreedzame tweestatenoplossing wordt het niks.
De Israëli’s daar weg halen gaat niet lukken. Het is de machtigste staat in het Midden-Oosten en ook gezamenlijk zouden de Arabieren of de moslims niet tegen Israël zijn opgewassen. Bovendien geniet het land de steun van een flink deel van de westerse samenleving[1].
Het zijn de Palestijnen dus die moeten worden geëvacueerd naar een ander gebied in Arabië, waar ze hopelijk in vrede kunnen leven en dan geen bedreiging meer vormen voor andere mensen.
Daar komt een hele reeks problemen bij kijken, waar oplossingen voor moeten worden gevonden. In de eerste plaats natuurlijk dat iemand anders een gebied ter beschikking zal moeten stellen, waarschijnlijk de Saoedi’s. Dan hebben we het logistieke probleem van een verhuizing van miljoenen bewoners van de West Bank en Gaza, maar ook nog de bewoners van een grote reeks vluchtelingenkampen in de Arabische buurlanden. Dat moet allemaal naar het nieuwe woongebied worden getransporteerd. De aanleg van de infrastructuur in Neo-Palestina is misschien nog een van de mindere problemen en ook de financiering van het project zal wel lukken, denk ik.
Dan is er het probleem dat de Palestijnen niet alleen hun tegenwoordige woonplaatsen maar ook hun heiligdommen zullen moeten achterlaten. De Al-Aqsa moskee kan misschien worden afgebroken en ergens anders weer opgebouwd, maar de Tempelberg kan niet worden meegenomen.
De dome of the rock is van oorsprong een Byzantijns gebouw en daar kan heel goed een christelijke kerk van worden gemaakt of als die dat niet zouden willen kan het straks een plaats krijgen in de joodse eredienst.
De belangrijkste vraag lijkt me te zijn of moslims na de evacuatie van Jeruzalem en de West Bank nog toegang moeten krijgen tot het Heilige Land en het antwoord lijkt me te zijn: voorlopig beter van niet.
Over een halve eeuw of zo, als de gemoederen weer wat bedaard zijn, kan zoiets opnieuw bekeken worden, maar zeker na de evacuatie van de Palestijnen zal er te veel emotie zijn om moslims toe te laten op wat toch in de eerste plaats heilige plaatsen zijn voor joden en christenen. Dat is vragen om aanslagen en wraaknemingen en dat is nu juist de reden waarom de evacuatie zo noodzakelijk is geworden. De moslims zullen zich qua heilige plaatsen moeten concentreren op Mekka en Medina, die gelukkig voor hen ook belangrijker schijnen te zijn dan Jeruzalem. Zullen de miljard moslims elders in de wereld dit zomaar toestaan, vraagt u zich misschien af. Ik denk inderdaad niet vrijwillig. Ze zullen zeker hard protesteren en daarbij steun krijgen van een meerderheid van de leden van de VN en ook van progressieven in de westerse landen.
Die protesten zijn heel begrijpelijk, maar de tegenwoordige situatie laten voortbestaan is toch het grotere kwaad. En zouden de moslims geweld gebruiken, tant mieux. Er zijn te veel mensen op de wereld en anderhalf miljard moslims minder zou zeker helpen daar verbetering in te brengen
Voor alles is het natuurlijk wel eerst nodig dat er een president in Amerika komt die aan de oplossing van het Palestina probleem hoge prioriteit geeft en die liefst op dat programma als president gekozen is.
Zouden de moslims en hun bondgenoten zich gewapenderhand verzetten, wat ik hoop, dan zullen ze die strijd verliezen. Dat zal veel mensenlevens kosten maar we moeten rekening houden met het feit dat moslims en de bevolking van de sub Sahara de snelst groeiende delen van de wereldbevolking vormen. Aan die ongeremde aanwas zou sowieso op korte termijn iets moeten worden gedaan[2]. De tegenwoordige omvang en groei van de wereldbevolking zijn niet duurzaam (sustainable). Overbevolking is de belangrijkste oorzaak van de milieuvervuiling en er zijn onvoldoende vervangbare resources om de beschaving in zijn tegenwoordige vorm in stand te houden. Tik de woorden sustainable world population in op google en u krijgt ongeveer 7.940.000 resultaten in 0,55 seconden. Het is een probleem dat kennelijk veel mensen bezig houdt, maar waar even kennelijk voorlopig maar weinig mensen de consequenties van onder ogen durven te zien.
U moet er rekening mee houden dat een en ander tot grote veranderingen in de wereldorganisatie zal leiden. We zullen de VN waarschijnlijk moeten opgeven en een nieuwe wereldorganisatie oprichten zonder de landen, die weigeren of niet in staat zijn een bijdrage te leveren aan het bewoonbaar houden van de wereld.
De directeur van de Nederlandsche Bank, Klaas Knot, vertelde ons dat we een scenario hebben gehad om terug te keren naar de gulden. Zo denk ik dat we ook een scenario hebben voor de eventualiteit van een conflict tussen het westen en de rest van de wereld. Maar wat Knot zo ten onrechte zei – daar moet je niet over praten, dat veroorzaakt alleen maar paniek -, dat lijkt me het domste wat je doen kunt. Het is aan de andere kant wel een algemene tendens in onze wereld. Laat de onaangename zaken vooral onbesproken. Maar dat is struisvogelpolitiek.
Als we de problemen niet bespreken en bediscussiëren dan gebeuren er straks onvoorbereid catastrofes en wordt de chaos veel groter dan nodig is. We moeten er met zijn allen op worden voorbereid dat het zo niet verder kan. Niet met het Palestina-probleem, niet met het milieuprobleem en niet met de wereldoverbevolking. Wishful thinking gaat niet helpen maar een grondige discussie van de alternatieven misschien wel.
Nog een belangrijk aspect ter overweging: met zulke eventualiteiten als ons bij het oplossen van het Palestina conflict te wachten staan is het altijd beter om niet zelf met geweld te beginnen. Als de tegenstander met het geweld begint kan dat een blessing in disguise blijken. De wereld kan zich een bevolking van twee à drie miljard mensen permitteren maar niet de twintig miljard waar we volgens de deskundigen nu op af stevenen. Daar wat aan doen is onontkoombaar.
Natuurlijk zou het veel beter zijn om het probleem op te lossen door vrijwillige geboortebeperking, maar ook dat zit in de hoek van de wishful thinking, ben ik bang.
[1] Ik heb intussen 180 stukjes aan dit ene onderwerp gewijd en er veel over gediscussieerd. In de loop van de jaren heb ik regelmatig van gedachten gewisseld met mensen die in het conflict de Palestijnen steunen, maar behalve Egbert Talens uit Zutphen, met wie ik op een zinnige manier van mening kon verschillen, was met geen van de voorstanders van het Palestijnse standpunt een normaal gesprek te voeren.
[2] http://www.worldpopulationbalance.org/articles/our-vision-solve-overpopulation;
http://en.wikipedia.org/wiki/Human_overpopulation;
http://livinggreenmag.com/2013/07/11/people-solutions/sustainability-and-the-world-population-what-is-our-global-limit/

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 14 oktober 2017 door (https://akasdorp.wordpress.com)
De Tempelberg eerder dit jaar
Het is merkwaardig hoe snel en volledig het conflict over de Tempelberg in Jeruzalem uit de politieke belangstelling is verdwenen, terwijl het toch dreigde uit te groeien tot een grote internationale crisis.
In juli van dit jaar vond een geweldsuitbarsting plaats, waarbij vier Palestijnen en drie Israëliërs werden gedood. Meteen daarna kwam de VN-Veiligheidsraad in spoedzitting bijeen. Gevreesd werd dat de crisis ging escaleren in een Palestijnse volksopstand of, in het zwartste scenario, mogelijk in een religieuze oorlog tussen Israël en de moslimwereld. De Tempelberg is heilig voor joden en voor moslims en in mindere mate ook voor de christenen.
De crisis begon toen in Israël wonende Arabieren op 14 juli twee Israëlische politieagenten doodschoten vlakbij de Tempelberg. De volgende dag nam Israël het besluit om de plek tijdelijk af te sluiten, waardoor moslims niet langer konden bidden in de Al-Aqsa moskee.
Vervolgens besloten de Israëlische autoriteiten om detectiepoortjes te plaatsen bij de berg, in hun ogen een volkomen logische en voor de hand liggende maatregel. Maar de Palestijnen zagen het als een bedreiging van de status quo. De Tempelberg is de enige plek op de Westoever waar ze vrij zijn van de bezetting.
Sinds de Israëlische verovering van Oost-Jeruzalem worden de heilige plaatsen beheerd door islamitische stichting Waqf, die rapporteert aan de Jordaanse regering. Joden mogen er niet bidden. Maar radicale joodse groepen probeerden in de voorafgaande jaren steeds luidruchtiger toegang te forceren tot de Tempelberg, wat de angst onder Palestijnen voor annexatie van hun heilige plaatsen gevoed heeft.
Uit protest tegen de detectiepoortjes riep Waqf de moslim gelovigen op om naar het plein voor de moskee te komen voor het vrijdaggebed. Duizenden Palestijnen gaven gehoor aan die oproep. Ze weigerden door de detectiepoortjes te gaan en voerden hun gebed uit tussen de Israëlische militairen en politieagenten. Dat liep uit op hevige rellen in Oost-Jeruzalem en de bezette Westelijke Jordaanoever, waarbij drie Palestijnen om het leven kwamen.
Enkele uren later werden drie Israëliërs doodgestoken in een nederzetting op de Westelijke Jordaanoever. De dader was de 20-jarige Omar Alabed. Net als een aantal andere Palestijnen die in de dezelfde tijd aanslagen pleegden met huis-tuin-en-keuken-wapens, werd Alabed gemotiveerd door de crisis rond de Tempelberg. Voor de aanval schreef hij op Facebook: ‘Ik ga erheen en ik weet dat ik niet meer terugkom. Ik zal naar de hemel gaan. Hoe zoet is de dood in het belang van God, zijn profeet en de Al-Aqsa moskee.’
Na de aanslag heeft het Israëlische leger extra troepen naar de Westelijke Jordaanoever gestuurd. Die deden een inval in het ouderlijk huis van Alabed en arresteerden zijn broer. Ze verwoestten het huis, een gebruikelijke straf voor daders van aanslagen. De Israëlische premier Netanyahu noemde Alabed ‘een beest dat opgehitst is door ondoorgrondelijke haat’.
In het weekend erna hebben de Israëlische autoriteiten nog eens 25 Palestijnen opgepakt in verband met de rellen. Volgens de regering waren het leden van Hamas en ging het om preventieve maatregelen.
Een oplossing voor de crisis werd bemoeilijkt door de politieke verhoudingen, ook al leken Netanyahu en de Palestijnse president Abbas te beseffen hoe explosief de situatie was. Maar Netanyahu maakte zich vooral zorgen over zijn eigen politieke positie. Onder druk van zijn rechtse coalitiepartners stemde hij in met het plaatsen van de detectiepoortjes.
De inlichtingendiensten probeerden Netanyahu na de rellen over te halen de poortjes weer weg te halen. Maar dat kon door zijn rivalen worden uitgelegd als een zwaktebod. Netanyahu deed dus even niks.
Ook Abbas stelt zich onwrikbaar op. Zijn vicepresident Mahmoud al-Aloul stuurde nadrukkelijk aan op een confrontatie door een ‘Dag van Woede’ uit te roepen en mensen te mobiliseren. Daarmee ondermijnde hij de pogingen van Abbas om een vreedzame oplossing te zoeken. Onder druk van Al-Aloul schortte Abbas alle officiële contacten met Israël op totdat de detectiepoortjes weg zijn. Achter de schermen werd overigens nog wel samengewerkt op het gebied van veiligheid.
Abbas riep de Amerikaanse regering op om ‘met spoed in te grijpen’.
Bij eerdere crises over de Tempelberg speelden de VS een belangrijke rol bij het herstellen van de rust. Maar toen zat Obama nog in het Witte Huis. De vraag was of de Amerikaanse regering diezelfde rol kon en wilde spelen met Trump als president. Die staat niet bekend om een rustige en evenwichtige aanpak van welk conflict dan ook en zou best in staat geweest zijn om de Al-Aqsa moskee op te blazen als hij meende dat daarmee de rust hersteld zou kunnen worden.
Even leek het of de zaak volledig uit de hand ging lopen en toen opeens was het over.De Israëli ’s ruimden de poortjes op en de Palestijnen kwamen tot rust. En nu is bijna iedereen vergeten wat er gebeurd is.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 14 oktober 2017 door Toon Kasdorp (https://akasdorp.wordpress.com)
Vrede van Israël met zijn buren (De overbevolking, dat is het echte probleem!)
Ik las van de week ergens dat er van een vrede tussen Arabische landen en Israël nooit sprake kan zijn, omdat de Arabische eer geen nederlagen verdraagt en zeker niet een driedubbele nederlaag van 21 landen, waaronder een aantal superrijken tegen een ministaatje als Israël. Zouden ze ooit in staat zijn wel met succes een oorlog tegen Israël te voeren dan zouden er geen levende Israëli’s overblijven. Ook dan komt er dus geen vrede. Consequent is daarom dat in Arabië de overtuiging leeft dat alle oorlogen tussen hen en Israël door Israël begonnen zijn en door de VS goedgekeurd.
In die wereld meent men ook dat Israël begonnen is met de vijandelijkheden in 2014 tegen Gaza. In Israël wijst men dan tevergeefs op het aantal raketten dat vanuit Gaza is afgeschoten op het Zuiden van Israël, voordat ze iets terug deden. Maar in Arabische ogen telt dat niet. Dat soort beschietingen was er altijd al en de leiding van Hamas en andere Arabische autoriteiten kunnen daar geen verantwoordelijkheid voor nemen. Bovendien hebben de Palestijnen van Gaza en de West Bank in het conflict het gelijk aan hun kant en de Israëli’s het ongelijk.
Nu de achtergrond van deze vijandschap.
De verlichting of moderniteit heeft twee eeuwen geleden in de westerse landen het christendom afgelost als heersende ideologie. Dat had veel succes in de rest van de wereld omdat aan de verlichting geen religie verbonden is. Maar de ethiek van het christendom is in de verlichting tamelijk ongewijzigd overgenomen, waaronder ook de idee dat alle mensen broeders zijn en alle broeders elkaars hoeders. De moslims, maar ook de hindoes, de boeddhisten, de Russische ex-communisten en de Chinese neocommunisten aanvaarden veel van de aspecten van de verlichting, vooral de materiële, maar nu juist niet het ethische aspect, dat alle mensen en hun samenlevingen gelijk zijn en aan elkaar bijstand verschuldigd. Dat is iets waar het westen zich zelf aan bindt zonder dat op andere plaatsen in de wereld reciprociteit bestaat.
Israël is westers en vind eigenlijk, deep down, dat het de Palestijnen hoort te behandelen zoals zij zelf behandeld willen worden, keurig en volgens de regels van Immanuel Kant, maar de Palestijnen vinden dat omgekeerd niet. Die zijn er oprecht van overtuigd dat zij ten onrechte door de joden uit hun land zijn gezet en dat er maar een rechtvaardige oplossing is: zij terug naar Palestina en de joden de zee in.
Dat ze materieel niet in staat zijn om aan dat ideaal uitvoering te geven doet er niet zoveel toe. Arabieren leven bij de dag en die dag na het einde van de Gaza oorlog was het feest, want de Israëli’s hadden gecapituleerd, vonden ze. Onder druk van Hamas en de nieuwe Egyptische president, hoe heet hij ook al weer? Murti of zo? hadden de joden hun beschietingen van Gaza gestaakt en de Palestijnen kregen van Egypte de belofte dat de blokkade tegen ze zou ophouden met het afschieten van de raketten op Israël.
Zoals bekend is het aantal verschillende terroristische organisaties in Gaza groot en het arsenaal raketten ook. Daarom kan die toezegging onmogelijk in zijn geheel worden nagekomen. Wel mag verwacht worden dat het aantal beschietingen terug zal gaan ongeveer tot het niveau dat het ook had voor de geweldsuitbarsting van 2014. Over een jaar of wat zitten we dan weer met de situatie van voor de laatste Gazaoorlog en zo blijft de geschiedenis zich herhalen.
Ik denk dat Amerika en Israël zo flink zullen moeten zijn om het ondenkbare te denken en Gaza moeten ontruimen, de bewoners eruit halen, bedoel ik. Liefst met medewerking van de Arabieren maar als dat niet kan dan zonder. Dat zal allerlei vervelende gevolgen hebben. Het vredesverdrag tussen Egypte en Israël wordt opgezegd. De Amerikaanse financiële steun aan Egypte wordt dan gestopt. Jordanië voelt zich genoodzaakt militaire steun te verlenen aan de Palestijnen en aan Egypte. In Syrië komt een wapenstilstand omdat men Israël het grotere probleem vindt. Turkije stapt uit de NATO. Er komt een nieuwe olieboycot. De Islamitische Conferentie steunt de Palestijnen materieel en moreel. Maar desalniettemin wordt de Gazastrook ontruimd. Een deel van Saoedie Arabië wordt tijdelijk bezet en daar wordt op duizend kilometer afstand van Israël, ongeveer bij Jeddah een nieuw Gaza gebouwd voor de Palestijnen. Er wordt een nieuwe weg aangelegd door Jordanië en voor voedsel, transport en rustplaatsen onderweg wordt gezorgd. Er zal een jaar of wat mee gemoeid zijn, maar na afloop daarvan is Gaza leeg en wordt de nieuwe stad bij Jeddah bewoond. De vijandelijkheden vallen in de praktijk mee, want iedereen heeft oog voor de belangen van al die vrouwen en kinderen die geëvacueerd worden en die geen vijandelijkheden kunnen gebruiken. Ook de Palestijnse vluchtelingen van de Westoever, in Jordanië en de andere buurlanden hebben nu een bestemming.
Daar kunnen ze met hulp van de Saoedische koning hun eigen staat stichten, wel drie keer zo groot als het oude mandaatgebied, met een eigen vliegveld, haven, ontziltingsfabriek voor zeewater, energiecentrales met zonne-energie en wat niet al.
Alle geld, dat nu gaat zitten in een infrastructuur van geweld, kan dan gebruikt worden om de Palestijnen een echte toekomst te geven en de Israëli’s hebben rust.
Het zal een einde betekenen van de oorlog in Afghanistan en ook de Amerikaanse militaire aanwezigheid op andere plaatsen in de wereld zal worden verminderd, wat weer een groot aantal onvoorziene gevolgen gaat hebben, maar uit het Midden Oosten probleem is de angel gehaald en achteraf zal iedereen de Amerikanen dankbaar zijn. Eindelijk eens een militair ingrijpen dat wel iets oplost.
Ik denk dat u voor dit scenario nog een paar jaar zult moeten wachten, want Amerika is in stilte bezig zich energie onafhankelijk te maken van het Midden-Oosten. Dat zal het strategisch allemaal wat gemakkelijker maken.
Omdat wij het in Europa te druk hebben met het vaststellen van de meerjarenbegroting voor de EU en het regelen van de bevoegdheden van het parlement in Brussel en Straatsburg komen wij aan energie onafhankelijkheid niet toe. Dat is jammer, want bij het Midden-Oosten zijn ook grote Europese belangen gemoeid. Niet alleen vanwege de olie, maar ook omdat veel van de bewoners uit die streken naar Europa verhuizen als ze de kans krijgen. Omdat Europeanen gemiddeld niet erg flinke mensen zijn hebben we meer oog voor de Arabische dan voor de Israëlische belangen, maar helpen doet ons dat niet. In de ogen van de Arabieren worden alle westerlingen op één hoop gegooid. Het helpt ons niet om ons afzijdig te houden of de kant van de Arabieren te kiezen. We zijnen blijven ingedeeld bij de joden.
Nog even dit: in de wereld van deskundigen bestaat geen twijfel. Zeven miljard mensen op aarde zijn er vijf miljard te veel. Daar wordt buiten de kring van deskundigen nog steeds vrijwel niet over gesproken. De vraag zou anders meteen rijzen: hoe komen we van die vijf miljard te veel af? Die vraag willen we niet stellen, laat staan beantwoorden.
Maar trek eens de stoute schoenen aan en vraag je af wie we het minste zouden missen. Daar horen dan zonder twijfel anderhalf miljard moslims toe.
Maar het waarschijnlijkste is dat de vermindering plaats zal vinden op de twee overbevolkte continenten Afrika en Azië. De beslissing om daar als Amerika en Europa de verantwoordelijkheid voor te nemen zullen we nooit nemen, dat weet ik ook wel. Al was het alleen maar omdat het culturele zelfmoord zou zijn. Maar dat het er toch vroeg of laat gaat gebeuren zou niet als een verrassing horen te komen.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 21 oktober 2017 door Toon Kasdorp (https://akasdorp.wordpress.com)
Trots op Israël
De holocaust is geen reden om trots op Israël te zijn. Je kunt trots zijn op Israël omdat het zich handhaaft in een zo vijandige omgeving en daarbij een minimum aan geweld gebruikt. Je kunt trots zijn op Israël omdat het een veilige haven is voor joden op de wereld en een bron van beschaving in het Midden-Oosten. De Shoah was een massamoord en genocide. De mensen dachten dat het na de moord van de Turken op de Armeniërs niet erger meer kon, maar de nazi’s bewezen dat het kon. Dat is nog steeds een historisch waarschuwingssignaal. Het kan altijd erger. De nazi’s waren voorgangers van de Arabieren, maar dan afkomstig uit de beschaafde wereld, wat het extra gruwelijk maakte. Niets om trots op te zijn, maar Israël bewaart de joden in het Midden Oosten voor een tweede Holocaust. Dat is wel iets om trots op te zijn.
Leonie van Nierop besprak het boek van de Israëlische journalist Ari Shavit in het Handelsblad van 27/12/13. Shavit noteerde onder meer in zijn boek dat zijn overgrootvader niet zag dat het Britse mandaatgebied door Palestijnen werd bewoond.
Dat klopt. Palestijnen waren er niet in het begin van de twintigste eeuw.
Het mandaatgebied was praktisch onbewoond en om het begrip Palestijn te gebruiken in die tijd is een anachronisme. Er woonde een handvol Arabieren, dat zich in de twintigste eeuw met grote snelheid vermenigvuldigde door immigratie uit de vruchtbaardere nabuurlanden en door natuurlijke aanwas, in het voetspoor van de welvaart en de werkgelegenheid die door de joden werden meegebracht.
Dat de mensen die nu een uitkering genieten in de vluchtelingenkampen en al hun voorouders hardwerkende Palestijnse boeren waren, is een vorm van boerenbedrog.
Wat we voor onze ogen zien gebeuren is een modern soort honderdjarige oorlog.
De idee dat hier vrede kan komen via een tweestatenoplossing, voordat één van beide partijen definitief verslagen is, is een mythe. Dat gaat niet gebeuren. En gegeven de onverbeterlijke vijandschap van de Arabieren is de beste oplossing een verhuizing van alle bewoners van de kampen inclusief de West Bank en Gaza naar een plaats een kilometer of duizend verderop. Hopelijk kunnen ze daar met elkaar in vrede leven en zullen ze tegelijk andere mensen het leven niet langer lastig maken.
Shavit vraagt zich af hoe lang Israël nog zal bestaan. Die vraag kan gemakkelijk worden beantwoord. Zolang de Verenigde Staten en de andere beschaafde naties haar bestaan garanderen tegenover de anderhalf miljard moslims op de wereld. Dat kunnen we en dat moesten we dan maar doen ook. De joden van Israël hebben een toegevoegde waarde voor de wereld die we bij moslims niet aantreffen.

Hamas: Doel is en blijft de vernietiging van Israël
door: Thomas Heck
22 oktober 2017
Geplaatst op (https://brabosh.com)

Kersverse Hamasleider al-Sinwar: ‘Vrede enkel mogelijk nadat Israël is vernietigd’.

Wat betreft de stand van zaken omtrent de Israëlisch-Palestijnse relatie hoef je alleen maar de Palestijnse kant te vragen. En te luisteren. Die zegt namelijk bereidwillig waar ze naar streeft in de omgang met Israël. Maar terwijl Duitse en Europese politici nog altijd de tweestatenoplossing propageren en Israël eenzijdig voor ‘nederzettingen’ aan de schandpaal nagelen, die zogenaamd de belangrijkste belemmering voor vrede zijn, negeren ze bewust de geluiden die uit de Gazastrook komen.
Want de chef van de radicaal-islamitische Palestijnse organisatie Hamas heeft het doel van de vernietiging van Israël bevestigd. Opnieuw.
‘Het gaat er niet om of we Israël erkennen of niet, maar om de vraag wanneer we het uitroeien en een einde maken aan zijn bestaan’, zei Jihia al-Sinwar in Gaza.
In het kader van een verzoeningsproces met Hamas wil de regering van de gematigder Palestijnse president Mahmoud Abbas de heerschappij in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever verenigen. De door Abbas geleide regering moet tot 1 december 2017 het bestuur in de Gazastrook volledig overnemen. Veel geschilpunten zijn echter nog niet opgelost, bijvoorbeeld het lot van de Hamas-milities. Eind november staan meer gesprekken tussen de fracties in Caïro gepland.
Hamas wijst de eisen van de VS en Israël naar een ontwapening en erkenning van de Joodse staat rigoureus af. ‘Wanneer Fatah en Hamas tijdens de vredesonderhandelingen op de geweren van het verzet willen steunen, dan zal dat zorgen voor een sterkere positie van de Palestijnse zaak’, zei Al-Sinwar tegen de jongeren. In een toekomstige oorlog met Israël zullen wij dat leger ‘vernietigen, zodat het nooit meer opstaat’.
Het Israëlische veiligheidskabinet had dinsdag verklaard dat men geen onderhandelingen zou voeren met een Palestijnse regering waarvan Hamas deel zou uitmaken. Dat zou alleen kunnen veranderen wanneer Hamas zou voldoen aan een serie voorwaarden: Israël erkennen en het terrorisme afzweren, ontwapening van de milities, repatriëring van Israëlische gevangenen en de stoffelijke resten van soldaten, volledige veiligheidscontrole van de Abbas-autoriteit in de Gazastrook inclusief de grensovergangen, strijd tegen Hamas-terreur op de Westelijke Jordaanoever en beëindiging van de contacten van Hamas met Iran.
Ook als Hamas niet aan deze eisen zal voldoen, zal dit de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Sigmar Gabriel (SPD), er niet van weerhouden het voor zijn Arabische vriend Abbas op te nemen, het zal Duitsland en de EU er niet van weerhouden de Palestijnse Autoriteit te blijven financieren en zodoende de motor van de terreur tegen Israël verder te laten draaien. Reacties uit Duitsland zijn daarom niet te verwachten. Het is al lang de hoogste tijd om de Duitse regering en de EU aan de schandpaal te nagelen voor hun praktijken in het Midden-Oosten.

Hamas verwerpt alle eisen van Israël en de VS en herhaalt genocidale intenties22 oktober 2017
(https://brabosh.com)

Gaza, 1 augustus 2013
Kinderpret in Hamastan
Met de pop in de ene arm en een nep Kalashnikov in de andere, oefenen om later Israël te veroveren en zoveel mogelijk Joden te vermoorden ‘van de rivier tot aan de zee’, want ‘jong geleerd is oud gedaan!’

Hamasleider Yahya Sinwar heeft de eisen verworpen die de regering Trump had gesteld, met name dat de terreurgroep Hamas moet ontwapenen (of ontwapend worden door de PA) en dat het Gazaanse leiderschap de Staat Israël moet erkennen, volgend op het verzoeningsakkoord dat recent werd bereikt tussen de rivaliserende Palestijnse terreurfacties, Hamas en Al Fatah, in de respectievelijke Palestijnse gebieden in de Gazastrook en in Judea & Samaria.
Op dinsdag 17 oktober 2017 heeft Israël besloten om de diplomatieke relaties met de Palestijnse Autoriteit te verbreken indien de terreurorganisatie deel gaat uitmaken van een toekomstige Palestijnse regering. Het kabinet Netanyahu formuleerde een reeks voorwaarden waaraan moet worden voldaan vooraleer het vredesproces opnieuw kan worden opgestart. Ondermeer dat Hamas Israël moet erkennen en het terrorisme afzweren, conform de voorwaarden van het Midden-Oostenkwartet; dat Hamas ontwapend moet worden en haar banden met Iran moet verbreken.
Op woensdag 18 oktober 2017 sprak Jason Greenblatt, de Amerikaanse Bijzonder Afgevaardigde voor het Midden-Oosten, namens de VS de steun uit voor de positie van Israël en hij herhaalde het belang van de naleving van de Kwartet-principes: elke Palestijnse regering moet zich ondubbelzinnig en expliciet verplichten tot geweldloosheid, de staat Israël erkennen, eerdere afspraken en verplichtingen tussen partijen accepteren, waaronder terroristen ontwapenen, en zich engageren tot vreedzame onderhandelingen. ‘Als Hamas een rol in een Palestijnse regering wil spelen, moet het aan deze basisvereisten voldoen,’ zei Greenblatt.
Intussen reist een belangrijke delegatie van Hamas, geleid door Salah al-Arouri, af naar Iran om er het verzoeningsakkoord met al-Fatah te bespreken. De groep zal in Teheran de volgende dagen  belangrijke regeringsambtenaren ontmoeten. Hiermee negeert Hamas openlijk de eis van Israël om de banden met Iran te verbreken waardoor Israël zal weigeren van om het even welke Palestijnse eenheidsregering te erkennen. Hamas verwierp reeds eerder de eisen van Israël en beschuldigde het ‘Zionistische regime’ ervan zich te willen mengen in interne Palestijnse zaken. Zoals bekend staat Hamas op de zwarte lijst van verboden terreurorganisaties en dat zowel op de Amerikaanse terreurlijst als op de lijst van de Europese Unie.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 4 november 2017 door Toon Kasdorp (https://akasdorp.wordpress.com)
Argumenten
Wat zijn deugdelijke en wat zijn ondeugdelijke argumenten in discussies als die tussen protestanten en katholieken in Ulster en joden en moslims in Palestina?
Veel mensen lijken te denken dat alle argumenten goed zijn als ze maar leiden tot het gewenste doel. Anderen menen dat argumenten achterwege kunnen blijven, omdat het gelijk zo duidelijk aan één kant ligt, zodat iedere discussie overbodig is. Dat is niet zo.
Argumenten zijn nooit overbodig en ze behoren zinnig te zijn en er op gericht redelijke mensen te overtuigen, ook en vooral wanneer die redelijke mensen tot het kamp van de tegenstanders in een conflict behoren.
Dat de verwijten van redelijke buitenstaanders zich in Ierland in de eerste plaats tegen de protestanten en in Israël tegen de Israëli’s richten is wel verklaarbaar. Dat is niet omdat men het in Ulster met het IRA geweld eens kan zijn of in Israël de Palestijnse zelfmoordaanslagen goed kan keuren. Het is vooral omdat men onder protestanten en Israëli’s gelijkgezinden aan meent te treffen die voor redelijke argumenten vatbaar zullen zijn. Palestijnen en katholieke Ieren worden gezien als mensen van een andere planeet en daarnaast als koloniale slachtoffers, more sinned against than sinners.
De verwijten die aan de onderliggende partijen, zowel in Ierland als in het Midden-Oosten, kunnen worden gemaakt komen, kort samengevat, hier op neer dat zij in naam van een partieel gelijk middelen geoorloofd achten, die niet meer in verhouding staan tot het gestelde doel. Tegenover de Palestijnen voelen veel mensen zich geremd om aan die opinie uiting te geven, omdat de zelfmoordaanslagen religieus geïnspireerd lijken te zijn en eerbied voor andermans godsdienst ons van jongs af is ingeprent. De Israëliërs, vinden wij, zouden moeten begrijpen dat er geen alternatief is voor het in vrede samenleven met de Palestijnen en hun andere Arabische buren. Het optreden tegen de Palestijnen, zoals het doodschieten van stenengooiende demonstranten en het zonder proces liquideren van Palestijnen die verdacht worden van het organiseren van aanslagen zou, als het in Europa of Amerika zou plaatsvinden, een vreedzaam samenleven voor generaties onmogelijk maken. Het lijkt daarom zo onlogisch en counterproductive.
Israëli’s horen daarom van dit soort methoden af te zien, vinden wij. Voor de Noord-Ieren, van wie het conflict toch minder ernstig is en tegen wie de Engelsen de laatste jaren veel terughoudender optreden dan de Israëli’s tegen Palestijnen, geldt mutatis mutandis hetzelfde.
Dat wij er zo over denken en de betrokkenen dat anders zien komt vooral omdat wij kort van memorie zijn en over het hoofd zien dat het geweld van vandaag het vervolg is op geweld van honderd jaar geleden. Alles is intussen al geprobeerd, inclusief de zachte hand en het toedraaien van de andere wang. Het heeft allemaal nooit geholpen. De beste oplossing zou zijn om alle katholieken uit Noord-Ierland te verhuizen naar het zuiden of naar Amerika en de Arabieren in Palestina en de vluchtelingenkampen naar andere Arabische landen. Dan houdt het misschien ooit op en anders niet.

Hamas herhaalt: Wij zullen Israël nooit erkennen
donderdag 16 november 2017
door: Redactie Israel Today (http://www.israeltoday.nl)

Een woordvoerder van Hamas heeft woensdag nog eens herhaald, dat de terreurgroep die de Gazastrook regeert, het bestaansrecht van Israël nooit zal erkennen, wat een vaste voorwaarde voor vrede is.

De woordvoerder, Sami Abu Zuhri, zei dat Hamas trouw zal blijven aan zijn principes en voor de uitvoering van nationale verzoening zal werken, en het Palestijnse volk zal verenigen achter de Palestijnse kwestie, Jeruzalem, het verzet en de gevangenen, tot de laatste centimeter van het land zal zijn bevrijd. Hij sprak tijdens de openingszitting van de 26ste Internationale Conferentie van de Vereniging van Islamitische Organisaties (ESAM) in Istanboel.
Abu Zuhri pochte, dat Hamas erin is geslaagd om het beperkte ‘verzet’ (een aanduiding voor anti-Israëlisch geweld) om te vormen tot een volkscultuur die een ‘bron van trots’ is. ‘Daarom zijn degenen die zeggen dat ze het verzet willen stoppen en zich willen ontdoen van de wapens van het verzet (van de organisaties) krankzinnig, omdat deze dromen niet zullen uitkomen zolang het verzet sterk en doelmatig is,’ voegde hij eraan toe.
Deze commentaren hebben betrekking op de onlangs ondertekende verzoenings­overeenkomst tussen Hamas en zijn langjarige rivaal Fatah, die wordt geleid door de voorzitter van de Palestijnse Autoriteit Machmoud Abbas.
Sommigen in het Westen hebben de inspanningen om Hamas te herenigen met de Palestijnse Autoriteit toegejuicht als een stap die de terreurorganisatie zou matigen. Het is duidelijk dat deze visie niets anders is dan wensdenken.
Kort na de ondertekening van die overeenkomst stuurde Hamas een delegatie op hoog niveau naar Iran, waar zijn vicevoorzitter, Salah Al-Aruri, verklaarde dat zijn organisatie nooit zou instemmen met het verbreken van haar betrekkingen met Iran en de gewapende strijd tegen ‘het zionistische regime’ nooit zou opgeven.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 20 november 2017 door Toon Kasdorp (https://akasdorp.wordpress.com)
Voor of tegen Ploumen
Wat moeten we met die mevrouw Ploumen[1], die wil dat er geen politiehonden meer geleverd worden aan Israël? Progressieve Nederlanders van het slag Ploumen willen eigenlijk dat er helemaal geen spullen meer aan Israël geleverd worden, die eventueel gebruikt zouden kunnen worden bij de bezetting van de westelijke Jordaanoever. Hoe ze dat precies zien is niet helemaal duidelijk, want praktisch alles wat te gebruiken is in de nederzettingen is ook in Israël zelf te gebruiken. Dat zou dus neerkomen op een volledige boycot.
Willen we dat? Hebben we hier intussen echt in meerderheid partij gekozen voor de Arabieren en tegen de Joden? Mijn generatie niet, dat weet ik wel zeker. Wij hebben de Tweede Wereldoorlog nog meegemaakt en waren in 1948, 1956, 1967 en 1973 erg happy dat Israël in staat bleek zich deze vijand van het lijf te houden.
Maar progressieven anno 2017 zien Joden niet meer als mensen die gesteund kunnen worden maar als agressoren. Helemaal begrijpen doe ik dat niet, want ook nu nog zijn het steeds de Palestijnen die zinloos geweld plegen tegen willekeurige Joodse burgers in Israël en zijn het de Joden die zich daar tegen verdedigen. Begrijpt Ploumen dat niet of vindt ze het niet belangrijk dat de Palestijnen altijd de agressoren zijn en de Joden zich verdedigen? Is ze vergeten dat de bezetting van de westoever tot stand kwam na een agressieoorlog van de Arabische landen? Dat er in Oslo een verdrag is gesloten om de bezetting te beëindigen dat door de Palestijnen in de prullenbak gegooid is? Is ze vergeten dat toen Israël zich terugtrok uit Gaza, de welvarende landerijen die daar door Joden waren neergezet meteen verwoest werden en er lanceerplaatsen voor raketten van werden gemaakt? Is ze vergeten dat er voorafgaande aan de Gaza-oorlogen continu beschietingen van Israël hebben plaatsgevonden vanuit Gaza?
Of neemt ze het Israël kwalijk dat er tegenwoordig in Nederland meer mensen zijn die op Wilders stemmen dan op de Partij van de Arbeid?
Ploumen is zuidelijk, katholiek en progressief, een gevaarlijke combinatie. Ik hoop dat we in Nederland nog steeds een meerderheid kunnen vinden die zich tegen Palestijnse moordenaars richt en vóór het recht van Joden om zich te verdedigen. Ik wil ook nog een stap verder gaan en er voor pleiten om Joden en Palestijnen definitief te scheiden door de Palestijnen uit Gaza en Ramallah een eigen gebied te geven ergens ver weg in Arabië.
Op die manier kunnen we misschien eindelijk afkomen van die honderdjarige oorlog die door de Arabieren wordt gevoerd tegen de Joodse bewoners van Jeruzalem en het Heilige Land.
Ik meen echt dat er geen enkele hoop meer is dat Palestijnen en Israëliërs ooit vreedzaam zullen kunnen samenleven en dat we nu maar moeten kiezen. En wie tegen Israël is hoort wat mij betreft in Nederland niet thuis. En in Limburg eigenlijk ook niet.
[1] Spreek uit ploemen, niet plaumen.

Ha’atsmaoet voor de een, nakba voor de ander
26 november 2017
door: Bart Schut
De auteur heeft voor dit artikel naast het genoemde ‘O Jeruzalem!’ van Larry Collins en Dominique Lapierre, vooral geput uit de boeken 1948 van Benny Morris en A History of Israel van Howard M. Sachar

De Palestine Post van zondag 30 november 1947
VN-resolutie 181 – deze week zeventig jaar geleden – stond aan de wieg van Israëls onafhankelijkheid. Zij luidde het vertrek van de Britten uit Palestina in, maar de resolutie betekende vooral ook het begin van de eerste Joods-Arabische oorlog

‘Het is te riskant, we hebben meer tijd nodig.’ Op de dag dat er gestemd zou worden over het Verdelingsplan van de Verenigde Naties voor het Brits mandaatgebied in Palestina, was Moshe Sharett, verantwoordelijk voor Buitenlandse Zaken bij de Jewish Agency er niet gerust op. Niet dat de Joden van dejisjoev onverdeeld gelukkig waren met Resolutie 181. Het plan gaf hen aanzienlijk minder land dan waarop zij gehoopt hadden en vooral het feit dat Jeruzalem, hun beoogde hoofdstad, onder internationaal bestuur zou vallen, was het Joodse leiderschap een doorn in het oog.
Maar zonder de aanname van de resolutie stond de Agency helemaal met lege handen, had de jisjoev geen enkele rechtsgrond waarop een onafhankelijkheidsverklaring juridisch gestoeld zou kunnen worden. Dus hadden David Ben-Gurion en de zijnen het Verdelingsplan tegen wil en dank geaccepteerd. Nu was het van cruciaal belang dat tweederde van de 56 (min het aantal onthoudingen) landen van de Algemene Vergadering van de VN voor Resolutie 181 zouden stemmen. Sharett en zijn medewerkers keken hun berekeningen er nog eens op na, het was te krap. Dus besloten zij tot een filibuster, de Joodse afgevaardigden zouden zo lang spreken dat de vergadering op woensdag de 26e zonder stemming geschorst zou moeten worden. Met het Thanksgiving-reces in New York voor de boeg gaf dat Sharett, de latere minister van Buitenlandse Zaken en premier van de Joodse staat, drie cruciale extra dagen.
Larry Collins en Dominique Lapierre beschrijven in O Jerusalem!, hun fascinerende boek over de strijd om Israëls hoofdstad in 1947 en 1948, hoe het vervolgens vooral de Amerikanen waren die druk zetten op de landen die nog twijfelden over hun stem. Vóór de 26e hadden zij dit ook al gedaan, nadat president Harry S. Truman zich onvoorwaardelijk achter de Joodse zaak had geschaard. Tegen zijn VN-ambassadeur Hershel Johnson had Truman in niet mis te verstane woorden duidelijk gemaakt dat de Joodse staat er moest komen, ‘or there will be hell to pay!’ Zelfs de trotse Fransen hadden gevoeld wat dit betekende, Washington had Parijs gedreigd met het stopzetten van de economische hulp in het kader van het Marshallplan, als de Fransen het in hun hoofd zouden halen tegen Resolutie 181 te stemmen.

VN-verdelingsplan

Hoofdpijndossier
Vier landen waren in de dagen rond Thanksgiving 1947 met name het doelwit van de Amerikaanse druk. De Filippijnse president Manuel Roxas werd bestookt met telegrammen van Amerikaanse opperrechters en senatoren. Zijn ambassadeur werd op het matje geroepen in het Witte Huis. De druk werd Rojas te veel – de Filippijnen stemden vóór. Harvey Firestone, baas van de gelijknamige rubbergigant, begon op VN-lid Liberia in te praten. Firestone, bevreesd voor een Joods-Amerikaanse boycot van zijn producten, liet de Liberiaanse regering weten dat deze verdere uitbreiding van de rubberproductie in haar land kon vergeten na een stem tegen het Verdelingsplan. Haïti werd aan een soortgelijke behandeling onderworpen. Beide landen begrepen de boodschap, alleen Griekenland, bevreesd voor het lot van de vele Griekse gemeenschappen in de Arabische wereld hield voet bij stuk en stemde tegen.
Eigenlijk was niemand echt gelukkig met het plan waarover uiteindelijk op 29 november 1947 werd gestemd. Toch bestond er geen realistisch alternatief vanaf het moment waarop de Britse regering had besloten de handen van het hoofdpijndossier Palestina af te trekken en het aan de kersverse Verenigde Naties over te dragen. En hoewel volgens Truman de situatie in het Heilige Land precies was ‘waarvoor we de VN hebben’, geloofden diezelfde Britten er geen moment in dat het Verdelingsplan aanvaard zou worden, zo lastig was het tot overeenstemming te komen in het wespennest waarover Londen de afgelopen dertig jaar de scepter had gezwaaid. ‘Zoiets is nog nooit gebeurd,’ meende de Britse diplomaat en Arabist Harold Beeley, kort voor de stemming, ‘het kan niet gebeuren en het zal niet gebeuren.’ En zelfs al zou het wel gebeuren, dan nog voelde His Majesty’s regering er niets voor de implementatie van het Verdelingsplan af te dwingen, liet VN-ambassadeur Alexander Cadogan weten, tenzij zowel Joden als Arabieren akkoord gingen. Cadogan wist heel goed dat dit echt niet kon gebeuren en niet zou gebeuren.
Want waar de Joden knarsetandend akkoord waren gegaan met een plan dat hen een onverdedigbare strip land in Palestina zou geven, en waarbinnen zij ook nog eens nauwelijks een meerderheid zouden vormen, hadden de Arabieren van het begin af aan duidelijk gemaakt dat er met hen niet te onderhandelen viel over welk plan dan ook dat hun niet volledige en exclusieve onafhankelijkheid over heel Palestina zou geven. Oh, en er moest een onmiddellijke en absolute immigratiestop voor Joden naar het Heilige Land komen. Het was dezelfde houding die de Arabieren al vanaf de Balfour-verklaring in 1917 hadden aangenomen en waarin zij veelal tot op de dag van vandaag volharden. Al in 1947 hadden zij kunnen beseffen – en een enkele verlichte geest deed dat ook – hoe contraproductief dat was.
Averechts
Het Verdelingsplan van Resolutie 181 was het resultaat van de Speciale Commissie van de VN voor Palestina, UNSCOP. Van het begin af aan werd de commissie door de Arabieren met agressie bejegend ofwel domweg genegeerd. Dit terwijl de jisjoev zich de longen uit het lijf rende om de commissie van dienst te zijn. Natuurlijk werden er met de Joodse honing meer vliegen gevangen dan met de Arabische azijn. De leden van de commissie zagen nu eenmaal liever vriendelijk lachende kiboetniks die hun land ontgonnen dan naar hen spugende Palestijnse kinderen in de stoffige straten van Ramallah of Hebron.
De Egyptische voorzitter van de Arabische Liga, Azzam Pasja, dreigde de commissieleden met geweld tegen de honderdduizenden Joden die in Arabische landen woonden. Ook dit werkte averechts: de meeste leden van UNSCOP zagen er slechts het bewijs in dat een Joodse staat meer dan ooit nodig was. Zelfs een compromisvoorstel voor een federale staat waarbinnen de Joodse minderheid een drietal kantons zou krijgen, veegde Azzam Pasja van tafel. Waarbij hij toegaf: ‘De Arabische diplomaat die dit plan mee terugneemt naar zijn hoofdstad, is dood.’
En zo ging het UNSCOP-verdelingsplan op 29 november definitief voor stemming naar het tijdelijke VN-gebouw – ooit een overdekte schaatsbaan – in Flushing Meadows, New York. Terwijl de jisjoev gekluisterd zat aan de radio, waarop de via de telex binnengekomen resultaten werden uitgezonden, begon de stemming: Afghanistan: tegen, Argentinië: onthouding, Australië: voor… tot alle landen hadden gestemd en de uitslag definitief was: 33 voor (waaronder Nederland), 13 tegen en 10 onthoudingen (onder wie de Britten).
De Europese en Latijns-Amerikaanse landen hadden de doorslag gegeven, inclusief de vijf communistische staten van het Oostblok. De Arabische Liga en haar islamitische bondgenoten in Azië stonden vrijwel alleen.
Uitzinnig
In de straten van Tel Aviv en Jeruzalem brak een uitzinnig volksfeest uit. Na tweeduizend jaar wachten was het ‘Volgend jaar in Jeruzalem’ niet langer een verre droom. Maar er waren direct al Joden in Palestina die wisten dat voor de verwezenlijking van die droom een nachtmerrie onvermijdelijk zou zijn. Yitzhak Shadeh, de commandant van de Palmach-elitetroepen van de Haganah, vierde het feestje in Jeruzalem met dertig van zijn officieren en evenzoveel flessen wodka. ‘De oude man’, Shadehs bijnaam binnen de Palmach, liet de jongeren drinken en zingen, maar bleef zelf ingetogen en nuchter. Over de stemming zei hij: ‘Het kan mij niet schelen. Als de uitslag positief is, zullen de Arabieren oorlog tegen ons voeren. Die oorlog zal ons vijfduizend levens kosten. En als de uitslag negatief is, zullen wij een oorlog tegen de Arabieren beginnen.’
Ook Ben-Gurion, ooit als David Grün geboren in Plonsk, Polen, wist wat zijn proto-staat (de onafhankelijkheidsverklaring zou op zich laten wachten totdat de Britten vertrokken waren, op 14 mei 1948) te wachten stond. Terwijl zijn medewerkers in zijn kantoor in Tel Aviv de hora dansten, dacht de eerste premier van Israël: ‘Ik kon niet dansen. Ik kon niet zingen die nacht. Ik kon er alleen maar aan denken hoe zij allemaal de oorlog in zouden moeten.’ Het zou minder dan 24 duren voor zijn woorden bewaarheid werden: de volgende dag, 30 november 1947, reed een bus bij Kfar Sirkin, net buiten Petach Tikva, in een hinderlaag van Arabische opstandelingen. De vijf door de Arabieren gedode Joodse passagiers waren de eerste slachtoffers van de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog.
De eerste Joods-Arabische oorlog – ha’atsmaoet voor de een, nakba voor de ander – was een feit.

In 1922 verklaarden de 51 lidstaten van de Verenigde Naties unaniem: ‘Palestina is Joods’
Bronnen: naar een fragment uit een artikel ‘Mandate for Palestine – The Legal Aspects of Jewish Rights’ van Dr. Eli E. Hertz, New York, VS, de stichter en voorzitter van de Amerikaanse infosite Myths and Facts.
door Eli E. Hertz

Op 24 juli 1922 stelde de Volkenbond het Mandaat voor Palestina vast. Door dit mandaat werd destijds een gebied, Palestina, aangewezen voor het Joodse volk. De voltallige Volkenbond (opgericht op 25 januari 1919 en de directe voorloper van de Verenigde Naties), verklaarde unaniem op 24 juli 1922 aldus:
‘Onder de overweging dat de historische band van het Joodse volk met Palestina wordt erkend en een gegronde reden is voor het herstel van hun nationale tehuis in dat gebied.’
De 51 lidstaten van de toenmalige Volkenbond waren op 24 juli 1922:
Albanië, Argentinië, Australië, België, Bolivië, Brits Indië (Indië), Bulgarije, Canada, Chili, Colombia, Costa Rica, Cuba, Denemarken, El Salvador, Estland, Finland, Frankrijk, G-H Luxembourg, Griekenland, Guatemala, Haïti, Honduras, Italië, Japan, Koninkrijk van Servië, Kroaten en Slovenen (thans aparte staten), Letland, Liberia, Litouwen, Nederland, Nieuw-Zeeland, Nicaragua, Noorwegen, Oostenrijk, Panama, Paraguay, Perzië (Iran), Peru, Polen, Portugal, Republiek China (Volksrepubliek China), Roemenië, Siam (Thailand), Spanje, Tjecho-Slowakije (thans aparte staten Tsjechië en Slowakije), Unie van Zuid-Afrika, Uruguay, Venezuela, Verenigde Koninkrijk, Zweden en Zwitserland.
Palestina is naam van een geografisch gebied, geen staat
Palestina is een naam die door de Romeinen werd bedacht omstreeks 135 na onze jaartelling en was afgeleid van een zeevolk dat leefde rondom de Egeïsche zee – de Filistijnen – en dat zich in de oudheid vestigde aan de kusten van Kanaän. De naam werd gekozen om de oude naam Judea te vervangen en ‘Philistia’ stond aldus symbool voor het uitroeien van de Joodse soevereiniteit na de Joodse Opstanden tegen Rome (o.a de Revolte van Bar Kochba 132–136 na onze jaartelling).
In de loop van tijd, werd de Latijnse naam Philistia verder verbasterd naar Palistina of Palestina. Palestina was nooit een soevereine onafhankelijke Arabische staat die niet behoorde tot om het even welk volk, noch onderscheidde een Palestijns volk zich van andere Arabieren gedurende de 1.300 jaar van islamitische heerschappij in Palestina onder het Arabische en Ottomaanse regime.
Historisch, vooraleer de Arabieren het concept van een Palestijns volk fabriceerden als een exclusief Arabisch fenomeen, bestond er geen dergelijke groep. Dit kan worden afgeleid uit de talloze officiële documenten van het Britse Mandaat, die inderdaad spreken over de Joden en de Arabieren van Palestina, maar niét over Joden en Palestijnen.

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 1 december 2017 door Toon Kasdorp (https://akasdorp.wordpress.com)
De oplossing is een kwestie van durf
Robert Malley was de assistent van president Clinton voor aangelegenheden betreffende het Midden Oosten. Hij kwam later in een artikel in de New York Times terug op het standpunt dat Clinton en hijzelf innamen na afloop van de Camp David besprekingen aan het begin van de eeuw.
Toen heette het dat de schuld voor het mislukken van het overleg uitsluitend bij Arafat lag, nu blijkt het meer zijn achterban te zijn geweest en heeft Arafat wel degelijk belangrijke concessies willen doen tijdens de laatste ronde onderhandelingen voorafgaande aan de Intifada. Wat het belang is van deze concessies is voor een buitenstaander niet erg duidelijk, maar daarvoor is het misschien nodig de historie van het Joods Arabisch conflict in herinnering te roepen.
Kort na de Tweede Wereldoorlog kwam in de VN een opsplitsing tot stand van het Britse mandaatgebied Palestina. Een deel werd aan de Joodse en een deel aan de Arabische bewoners toegewezen die elk hun eigen staat mochten vestigen. De Joden accepteerden het besluit van de Verenigde Naties, de Arabieren weigerden het te aanvaarden en reageerden door vanuit vijf verschillende buurlanden troepen naar het mandaatgebied te sturen. De oorlog die hier uit voortvloeide had een groot aantal vluchtelingen tot gevolg en eindigde in een wapenstilstand, die de Joden de staat Israël gaf op een deel van het mandaatgebied en die de Palestijnen met lege handen achterliet. De wapenstilstand had een bezetting tot gevolg van Jeruzalem en van de Westoever van de Jordaan door het naburige koninkrijk Jordanië. Het Jordaanse leger was bewapend door Groot Brittannie en stond onder commando van een Britse generaal. Het was verreweg het sterkste van de vijf Arabische legers. In de tijd van de Jordaanse bezetting in de negentien jaar tussen 1948 en 1967 werd de Joodse wijk van Jeruzalem verwoest en werden Joodse kerkhoven en heiligdommen geschonden. Joden hadden geen toegang tot hun religieuze plaatsen, voor zover die onder Jordaans bewind stonden.
Van de Joden die op de Westoever, in door Jordanië bezet gebied leefden, bleven er maar weinig achter. Hetzelfde geldt voor Joden die woonden in de Arabische landen elders in het Midden Oosten en in de Maghreb. Veel Arabieren vluchtten op hun beurt uit het Joodse gedeelte van Palestina naar de Westoever en Jordanië of naar de andere Arabische buurlanden. Er kwam een volksverhuizing tot stand vergelijkbaar met die in Europa aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, maar met een groot verschil: in Israël werden de vluchtelingen net als in Europa geïntegreerd in het asielland. In Arabië bleven de vluchtelingen in kampen wonen, verzorgd door de VN en gevoed met een dagelijks dieet van haat tegen Israël. De teksten van schoolboekjes, van religieuze voorlezingen en van de dagelijkse radio-uitzendingen zouden vanwege hun platte antisemitisme in Nederland en andere Westerse landen tot strafrechtelijke vervolging aanleiding geven. Ze zijn vervuld van raciale propaganda en roepen op tot moord en vervolging van Israëliërs en Joden wereldwijd.
In 1967 sloot Egypte de toegang af tot de golf van Akaba en daarmee de zeeweg van Israël naar Azië en Afrika. Egyptische troepen bezetten in strijd met de wapenstilstandsovereenkomst van 1956 stellingen aan de grens met Israël.
De radiozenders van Egypte en andere Arabische landen riepen op tot de heilige oorlog. President Lyndon Johnson van Amerika weigerde in te grijpen en Israël ging met de moed der wanhoop de strijd aan tegen de veel sterker bewapende legers van de Arabieren. Tegen iedere verwachting in won Israël die strijd en wist het ook de Jordaniërs te verdrijven uit het bezette deel van het mandaatgebied. Onder militaire dreiging van de Sovjet Unie kwam een voor de Arabieren nog relatief voordelige wapenstilstand tot stand waarbij Israël toezegde om in het kader van een vredesregeling zich terug te trekken uit de Arabische gebieden. Dit was inclusief het merendeel van het gebied op de Westoever voor zover dat voor 1967 geen Israëlisch territoir was. De Arabieren weigerden over een vredesregeling te onderhandelen en trokken in 1973 opnieuw ten strijde. Na aanvankelijke successen bij het Suezkanaal verloren de Arabieren de strijd weer en opnieuw dwong Rusland een wapenstilstand af. Ditmaal leidde deze wel tot vredesbesprekingen, eerst tussen Egypte en Israël en later ook tussen Israël en Jordanië. Jordanië had intussen haar aanspraken op Palestina afgestaan aan de Palestijnen en dezen claimden nu op grond van de vroeger door hen verworpen verdeling van de VN hun eigen staat op de Westoever en in Oost Jeruzalem.
Israël was in 1948 blij geweest met een verdeling zoals die door de VN werd voorgesteld. De Arabieren gokten erop dat ze heel Palestina konden veroveren en verloren, zodat Israël groter werd dan in het oorspronkelijke verdelingsplan bedoeld. Moreel hebben de Arabieren in Israëlische ogen hun aanspraken op een deel van het oude mandaatgebied verspeeld. Hun claims zijn niet beter dan die van Duitsland op delen van Rusland, Polen en Tsjechië en slechter dan die van Hongarije op delen van Roemenië, Slowakije of Joegoslavië. Als de Arabieren bereid waren geweest in vrede met hun Joodse buren te leven zou ook het vluchtelingenprobleem oplosbaar zijn geweest. Bij iedere gelegenheid dat zij voor de keuze stonden hebben ze gekozen voor de wapens ter verdediging van hun vermeende gelijk. Dat kan ze nu niet meer geschonken worden.
Als er nu sprake is van politieke concessies dan komen die allemaal van Israël. Israël wil vrede en de Arabische buurlanden eisen als prijs voor de vrede een zelfstandige staat voor de Palestijnen. Van Israël wordt verlangd de voortdurende moordaanslagen van de Arabieren en hun dagelijkse verbale agressie te verdragen en vrede te sluiten met van haat vervulde vijanden. Het geven van een autonoom gebied aan zelfverklaarde doodsvijanden van de staat en het volk van Israël is het nemen van een te groot risico. Alleen als tegenover de gevraagde concessies harde vredesgaranties staan zijn zij de moeite van het overwegen waard. Voorlopig is dat niet het geval. Het probleem daarbij is dat, ook al doen de regimes concessies, het altijd de vraag blijft of de bevolking daarin meegaat. Tot nu toe is dat eigenlijk nooit het geval geweest.
Bovenstaande is het Israëlische standpunt zoals dat nu door de meerderheid van de Israëlische bevolking wordt gehuldigd.
Het Palestijnse standpunt is simpeler:
Palestina, het gehele voormalige mandaatgebied was een Arabisch land, bewoond door Arabieren en deel van het Arabisch gebied sinds de zevende eeuw van de Westerse jaartelling. De kruistochten waren een korte onderbreking maar ook toen was er geen sprake van een Joodse staat. Afgezien van enkele kleine getto’s zoals die ook in alle andere delen van de wereld voorkwamen leefden er geen Joden in Palestina tot eind vorige eeuw. Net als de Palestijnse christenen waren ook die Joden alleen maar in godsdienstige zin te onderscheiden van de andere Palestijnen. Voor het overige waren ook zij Arabieren en deel van de Moslimbeschaving van het land. Eind negentiende eeuw kwamen onder de invloed van de Zionistische beweging Europese Joden uit Oost en Midden Europa naar Palestina waar ze zich als kolonisten vestigden. Er werd land gekocht van de grootgrondbezitters met geld uit Europa. De lokale Arabische bevolking werd opzij gedrukt en was niet langer baas in eigen land. Het verdelingsplan van de VN was de uitvoering van de Balfour-Declaration. Dit Britse plan was een maatregel van een koloniale bezetter, bedoeld om de Joodse bevolking in westerse landen voor zich in te nemen.
Het had niets te maken met een rechtvaardige oplossing van een probleem tussen twee bevolkingsgroepen, want in het begin van de twintigste eeuw woonden er nog nauwelijks Joden in Palestina. Pas na de tweede wereldoorlog en de holocaust, die beide niet door de Arabieren waren veroorzaakt nam het aantal Joodse vluchtelingen uit Europa dramatisch toe. De Balfour-declaratie en de daarmee samenhangende verdeling door de VN was nergens anders op gebaseerd dan op onbekendheid van de toenmalig Britse minister met de plaatselijke situatie en verder op Joodse propaganda. Agressie, of die nu plaats vindt met wapens of met geld en koloniale maatregelen dient niet te worden beloond. Palestina behoort te worden teruggegeven aan zijn rechtmatige bewoners, de Palestijnen.
Tot zover het Palestijnse standpunt.
Het was de bedoeling van Clinton en de Amerikaanse onderhandelaars om partijen tot elkaar te brengen en een compromisoplossing te vinden.
In de herziene opvatting van Malley zijn in Camp David belangrijke concessies gedaan door Arafat namens de Palestijnen, hoewel hij de inhoud daarvan kennelijk geheim meent te moeten houden. Waarschijnlijk bedoelt Malley dat Arafat de positie van de Palestijnse vluchtelingen die in andere Arabische landen verblijven bespreekbaar heeft willen maken. In Israël is men van mening dat Barak meer concessies heeft gedaan dan waar hij mandaat voor had van de Israëlische bevolking. Als deze concessies over en weer niet voldoende zijn gebleken om partijen tot elkaar te brengen, dan is er maar een conclusie mogelijk, een compromis zit er niet in.
Hoe moet het conflict worden opgelost als partijen niet vreedzaam met elkaar in hetzelfde territoir van Israël/Palestina willen leven? Het gebied is te klein voor twee vijandige bevolkingsgroepen, niet veel groter dan de Amerikaanse staat Maryland, twee derde van Nederland en voor het grootste deel is het woestijn. Als er geen ruimte is voor vrede en zo lijkt het nu te zijn, dan moet een van de twee verdwijnen, maar welke?
Voor Israël is er eigenlijk geen uitwijkmogelijkheid, maar voor de Palestijnen wel. Jordanië is groot genoeg om alle Palestijnen onderdak te geven en Saoedie Arabië helemaal.
Dat laatste land beschikt over voldoende middelen in grond en geld om alle Palestijnen van onderdak en werk te voorzien. Het voordeel van Saoedie Arabië zou zijn dat het daar mogelijk lijkt om een zo grote afstand te creëren tussen Palestijnen en Israëliërs, dat voor vijandelijkheden tussen de partijen geen ruimte meer is.
Dat lijkt dus de logische oplossing maar geen Arabier en ook niemand die de Arabieren goed gezind is, durft die oplossing in overweging te nemen.

The Algemeiner van 3 december 2017
 Zie: (https://brabosh.com)

Een afbeelding die werd gevonden in een Arabisch-talig leerboek voor Palestijnse studenten van de 5de graad, het laatste schooljaar van de basisschool voor 10 tot 11-jarigen [beeldbron: The Algemeiner/IMPACT-se]

De leerboeken van de Palestijnse Autoriteit die zijn uitgegeven voor het nieuwe academische jaar zijn ‘aanzienlijk radicaler’ dan hun voorgangers, wissen Israël routinematig van de kaart en verheerlijken het ‘martelaarschap’, waarschuwde aldus een waakhondgroep, in een bericht van The Algemeiner van 3 december 2017.
In haar beoordeling van het curriculum van het 1ste tot het 11 graads onderwijs – dat vorig jaar een volledige hervorming onderging – stelde het Instituut voor Monitoring van Vrede en Culturele Tolerantie in Schoolonderwijs (IMPACT-se) vast dat Palestijnse schoolboeken jonge Palestijnen opvoeden om zichzelf te offeren voor het martelaarschap, ‘Bevordert het idee van een massale’ terugkeer ‘naar Israël, en toont ‘kenmerken van een radicale islamist, en af en toe, een salafistische wereldvisie.’
Ophitsende taal wordt aangetroffen in handboeken over het hele leerplan, ongeacht leeftijd of onderwerp, waarbij Israël vaak wordt omschreven als de ‘Zionistische Bezetting’ en het Israëlische land wordt vaak als Palestijns bestempeld. In één geval bevat een handboek over sociale studies voor zesde klassers een kaart van Palestina dat geheel het hedendaagse Israël en de Palestijnse gebieden omvat, en beweert dat Palestina zich uitstrekt ‘van de Middellandse Zee in het Westen, tot aan de rivier de Jordaan in het oosten.’ Een aardrijkskundeboek dat in de tiende klas wordt gebruikt, verwijst op dezelfde manier naar de Negev-woestijn als Palestijns gebied dat ‘ongeveer de helft van het gebied van Palestina’ vormt.
Afgezien van het uitwissen van Israël, verheerlijkt het nieuwe Palestijnse curriculum het terrorisme ook consequent, volgens het rapport van IMPACT-se. In een Arabisch handboek voor het vijfde leerjaar worden ‘martelaarschap’ en ‘jihad’ aangeprezen als ‘de belangrijkste betekenissen van het leven’. Op enkele pagina’s eerder van hetzelfde boek worden Palestijnse ‘martelaren’ opgevoerd als symboolfiguren – een veel voorkomend eufemisme voor terroristen. Wij ‘geven hun namen aan onze kinderen; we plaatsen hun namen op onze straten en pleinen en de culturele plekken’, leest een passage in het boek. ‘Ze leerden mensen dat het drinken van de beker van bitterheid met glorie veel zoeter is dan een aangenaam lang leven in combinatie met vernedering.’
‘With a little help from my friends… in Belgium’
Een bepaalde ‘heldin’ die in het leerboek specifiek wordt opgehemeld en aanmoedigt om ‘trots’ op te zijn, is Dalal Mughrabi – een Palestijnse terroriste die in de buurt van Tel Aviv in 1978 een bloedbad aanrichtte waarbij 38 mensen werden vermoord, waaronder 13 kinderen. Ze wordt genoemd naast figuren waaronder Tariq ibn Ziyad, een Berberse generaal uit de 8e eeuw die de aanzet gaf tot de islamitische verovering van Spanje en wijlen de Palestijnse leider Yasser Arafat. ‘Deze helden zijn de kroon op hun natie’, beweert het boek.
Deze bevindingen werden gepresenteerd door IMPACT-se in een reeks vergaderingen met vertegenwoordigers van de Europese Unie en vier grote Europese donoren aan de Palestijnse Autoriteit – België, Groot-Brittannië, Finland en Duitsland. De groep vertelde aan The Algemeiner dat ‘de financiering van het curriculum komt via de Joint Financial Agreement’ – een gepoold financieringssysteem dat ongeveer de helft van het budget van het ministerie voor Onderwijs van de Palestijnse Autoriteit voor zijn rekening neemt.
Het systeem wordt mede voorgezeten door België, dat vorige maand ‘alle projecten met betrekking tot de bouw of uitrusting van Palestijnse scholen’ in de ijskast plaatste, nadat eerder het nieuws was uitgelekt dat een Palestijnse school, die in Judea & Samaria werd gebouwd met Belgische hulp, genoemd werd naar de PLO-terroriste Dalal Mughrabi.
De beslissing betreft ‘twee projecten met betrekking tot de bouw van nieuwe Palestijnse scholen, voor een bedrag van 3,3 miljoen euro’, vertelde een woordvoerder van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken vorige week aan The Algemeiner.
Hij verduidelijkte dat ‘projecten die niet in de wacht konden worden gezet, dat wil zeggen. scholen die al in aanbouw waren of werden gebouwd door derden, niet werden beïnvloed door dit besluit.’

Hierna zoals Toon Kasdorp erover denkt.
Geplaatst op 6 december 2017door Toon Kasdorp (https://akasdorp.wordpress.com)
Hoe krijgen we vrede in het Heilige Land?
De erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël is een stap in de goede richting.
Het gaat in tegen ‘de wens van de Verenigde Naties om vrede tot stand te brengen tussen twee staten in het voormalige Britse mandaatgebied Palestina’: een Joodse en een Palestijnse staat. Maar als de VN verstandig waren – en dat zijn ze niet – zouden ze kiezen voor een Palestijnse staat ergens zo ver mogelijk van Jeruzalem af. Dan zouden de Koepel van de Rots en de Al Aqsa moskee, die daar staan, kunnen worden afgebroken en ergens anders neergezet waar de moslims niet bang zouden hoeven te zijn om getroffen te worden door verdwaalde kogels van hun eigen terroristen.
Palestijnen zijn een uitvinding van de twintigste eeuw. Het is de naam voor Arabieren die uit de omringen landen naar het nieuwe Israël zijn gekomen toen dat land met steun van Europa en Amerika een bron van welvaart en werkgelegenheid werd in het Midden-Oosten.
Jeruzalem is door koning David gesticht. De Klaagmuur die daar staat is het laatste restant van de tempel die door zijn zoon Salomon is gebouwd. Sinds de joden toestemming kregen van koning Cyrus van Perzië, in 538 voor onze jaartelling, om uit Babylon terug te gaan naar Jerusalem, zijn ze daar nooit meer weggeweest. In 637 werd de stad door de Arabieren veroverd, maar ook toen bleef er een populatie van joden over in Jeruzalem en het heilige land.
In 1175 jaar was de stad uitsluitend joods en sindsdien gedeeltelijk joods en gedeeltelijk Arabisch. Blijft overeind dat de joden geen ander land hebben dan Israël en dat de Arabieren overal in Arabië terecht kunnen of terecht zouden kunnen als Arabieren fatsoenlijke mensen waren. Het Arabische gebied is groter dan West Europa en zo rijk dat het één van zijn inwoners een boete van een miljard dollar op kan leggen, die zonder blikken of blozen wordt betaald.
Het land Israël en de stad Jeruzalem zijn van de joden en verreweg het beste zou zijn om de moslims eruit te verdrijven en er voor te zorgen dat ze nooit meer terug kunnen komen. Arabieren horen in Arabië, ook de zogeheten Palestijnen, maar dan liefst ergens zo ver mogelijk weg in een afgelegen stuk van Arabië.
Twee vijandige staten in een gebied dat niet veel groter is dan de drie noordelijke provincies van Nederland is, met permissie een idioot idee van de V.N.
De Palestijnse gezant in Londen[1], Manuel Hassassian, noemde het plan van de Amerikaanse president Trump ‘een oorlogsverklaring aan anderhalf miljard islamieten en honderden miljoenen christenen die niet accepteren dat de heilige plaatsen uitsluitend onder gezag van Israël komen’. Wat die moslims betreft geloof ik dat wel, die zijn zo wel, maar dat christenen liever moslims dan joden zouden zien als de bewakers van de heilige plaatsen is uit de lucht gegrepen. De veiligheid van iedereen is veel beter gegarandeerd als Israël het voor het zeggen heeft dan wanneer het gebied in handen zou zijn van Arabieren of andere moslims.
Paus Franciscus heeft opgeroepen de rechten van alle volken in het Heilig Land te erkennen. Dat is volgens hem de basis voor een serieuze dialoog. Volgens de Verenigde Naties (VN) wonen er nog altijd bijna 300.000 Palestijnen in Oost-Jeruzalem. Anders dan de paus meen ik dat de geschiedenis bewezen heeft dat een serieuze dialoog met moslims niet mogelijk is en dat daarom het vertrek van driehonderdduizend moslims uit Jeruzalem naar Arabië de vrede meer bevorderen zal dan een dialoog die in het Midden-Oosten nog nooit ergens toe heeft geleid.
Palestijnen zien het stadsdeel als de toekomstige hoofdstad van hun onafhankelijke staat. Volgens de Verenigde Naties is daarom de bouw van de woningen in de stad door Israël in strijd met het volkenrecht, omdat Israël daarmee bezet gebied zou koloniseren.
Zoals hierboven wordt uiteengezet is het land en de stad altijd van de joden geweest en hebben de Arabieren zich er alleen met geweld een aantal eeuwen toegang verschaft.
Dat ze er nu weer uit gegooid worden is alleen maar rechtvaardig.
De Palestijnse president Mahmoud Abbas noemt de tijdelijke afsluiting van de Al-Aqsa Moskee op de Tempelberg na de zoveelste terreuraanslag ‘een oorlogsverklaring’ door de Israëlische autoriteiten. Een Palestijnse automobilist reed in op voetgangers in het oosten van Jeruzalem. Volgens de Israëlische politie ging het om een opzettelijke aanval waarbij dertien mensen gewond raakten, van wie drie ernstig. De automobilist is door de politie doodgeschoten.
Vijf mensen zijn omgekomen bij een aanslag op een synagoge in West-Jeruzalem.
De politie spreekt van een terroristische aanval en zegt dat twee Palestijnse inwoners van Oost-Jeruzalem de daders zijn. De twee mannen zijn door de politie gedood. Na de aanslag op de synagoge wordt het wapenbeleid versoepeld. Israëlische staatsburgers met een wapenvergunning mogen vanaf deze dag een wapen dragen om zichzelf te verdedigen!
Het Israëlische leger heeft woensdag in Oost-Jeruzalem een huis opgeblazen van een Palestijn. Volgens de Israëlische krant Haaretz gaat het om het huis van een man die eind oktober een aanslag pleegde waarbij twee mensen omkwamen.
Naast soldaten deed ook de politie mee aan de sloopactie, die al eerder was aangekondigd. Het is de eerste keer sinds maanden dat Israël weer het huis van een Palestijn opblaast als vergelding voor een gepleegde aanslag. Wat het betekent is dat de eindeloze cirkel van geweld en contrageweld zal blijven doordraaien totdat Amerika er een einde aan zal maken.
Het geweld zal in Israël en Jeruzalem blijven voortduren zolang er Arabieren in het land blijven wonen. Wat Amerika zou moeten doen en wel zo snel mogelijk, is alle Arabieren ten westen van de Jordaan uit het gebied verwijderen om vervolgens de grensrivier de Jordaan tussen Arabië en het bevrijde Israël te helpen bewaken.
[1] Waarom een niet bestaande staat een gezant in Londen heeft blijft een raadsel. Misschien heeft het er mee te maken dat een Pakistani nu burgemeester is van die stad.

De ophef die over de erkenning van Jeruzalem wordt gemaakt, is hypocriet
door Hans Knoop (in Het Laatste Nieuws van 7 december 2017)
Hans Knoop is naast woordvoerder van het Forum der Joodse Organisaties ook oud-correspondent in Israël voor De Telegraaf, VRT en AVRO.

‘Trump heeft een bestaande feitelijkheid en historische realiteit geformaliseerd,’ schrijft Hans Knoop in Het Laatste Nieuws van 7 december 2017. De VS hebben Jeruzalem erkend als hoofdstad van Israël. De verwachting is dat ze eveneens zullen erkennen dat de aarde rond is en er schijnt een lobby op gang te zijn om de wet van Newton te erkennen.
Jeruzalem, de stad van Koning David, is al 3000 jaar Israëls hoofdstad en bleef dat ook tijdens twee millennia van ballingschap van het Joodse volk. Decennialang bezoeken buitenlandse regeringsleiders Jeruzalem. Zelfs wijlen president Sadat van Egypte kwam naar de Knesset om vrede te sluiten en wijlen Koning Hoessein van Jordanië was in Jeruzalem aanwezig met 90 andere buitenlandse dignitarissen bij de begrafenis van Premier Rabin.
De ophef die er thans over die erkenning wordt gemaakt is daarom hypocriet en ongerijmd. Trump heeft een bestaande feitelijkheid en historische realiteit geformaliseerd. Niets meer en niets minder. Dat alles betekent niet dat de Palestijnen ooit in het kader van een omvattende vrede niet eveneens in Oost-Jeruzalem hun hoofdstad kunnen uitroepen.
In het vredesplan van oud president Clinton werd Oost-Jeruzalem al aan de PLO (Palestine Liberation Organization) aangeboden. Dat plan werd door de Israëlische premier Barak aanvaard. Arafat weigerde en liet een unieke vredeskans voorbijgaan. Israël en het Joodse volk hebben gezworen Jeruzalem nooit meer met prikkeldraad en uitkijkposten te verdelen zoals voor 1967 het geval was.
Ook nu blijft een meerderheid van het Israëlische volk bereid tot compromissen in ruil voor vrede. Ik was als journalist in 1967 bij de herovering van Oost-Jeruzalem aanwezig.
Het stadsdeel werd door Israël contre-coeur op Jordanië heroverd. Enkele uren voor het uitbreken van de Zesdaagse Oorlog liet Israël aan Koning Hoessein weten dat het Jordanië buiten de oorlog zou laten. Die oorlog brak in de vroege ochtend uit en aanvankelijk deed Jordanië er niet aan mee.
Enkele uren later in de ochtend liep Hoessein in de val. Wijlen president Nasser van Egypte deelde hem in een door Israël afgeluisterde telefoongesprek mee dat zijn leger op weg was naar Tel-Aviv. Toen besloot Hoessein ook zijn graantje mee te pikken en opende zijn artillerie het vuur op West-Jeruzalem. Israël had geen andere keuze dan de oorlog aan het Oostfront uit te breiden. In 48 uur verloor Jordanië Oost-Jeruzalem en de gehele Westoever van de Jordaan.
Na de oorlog accepteerde Israël resolutie 242 van de Veiligheidsraad die voorziet in Israëlische terugtrekking achter grotendeels de grenzen van 1967 in ruil voor vrede en erkenning. Die vrede kwam er niet. Uitgangspunt van de Arabische staten en PLO bleef de vernietiging van de staat Israël. De enige staat die uiteindelijk wel een vredesakkoord tekende, was Egypte dat in ruil de gehele Sinaï-woestijn terugkreeg.
Israël zal nimmer meer toestaan dat zijn hoofdstad fysiek in tweeën wordt gedeeld, maar het zal evenmin van de uiteindelijke status van een hoofdstad in ruil voor vrede en erkenning een breekpunt maken. In 1967 wilde het de Oostelijke stad niet veroveren maar werd daartoe gedwongen. Decennia later verwierp Arafat c.s. een vredesakkoord dat voorzag in een Palestijnse hoofdstad in Oost-Jeruzalem en teruggave door Israël van 97% van het in 1967 veroverde gebied. Veroverd in een verdedigingsoorlog.
Men kan zich afvragen of het van president Trump verstandig is geweest met deze erkenning olie op het licht ontvlambare Midden-Oosterse vuur te gooien. Dat is het misschien niet, maar daarom is de beslissing feitelijk en historisch niet minder juist.

Abbas onder druk van de Saoedi’s om Trump’s ‘ultieme’ vredesvoorstel te accepteren
Door: brabosh.com op 8-12-2017
Ondanks dat alle pogingen om een oplossing te vinden voor het Israëlisch-Palestijnse conflict de afgelopen jaren telkens op niets uitliepen, lijkt de huidige Amerikaanse regering onvermurwbaar inspanningen te leveren om tot een vreedzame oplossing te komen.
Ook Saoedi-Arabië, dat altijd een sleutelrol heeft gespeeld in het vredesproces en dat zich tegenwoordig comfortabel wentelt in het gezelschap van de VS én Israël, wil in deze kwestie andermaal het laken naar zich toetrekken.
Op 6 november werd president Mahmoud Abbas opgeroepen om een dringend bezoek te brengen aan Saoedi-Arabië, waar hem werd verteld dat de Amerikaanse regering een nieuwe blauwdruk heeft ontwikkeld om een eind te maken aan het conflict tussen Palestijnen en Israëliërs door middel van een ‘ultieme deal’ die hem werd aangeboden door de VS President Donald Trump en zijn team op basis van het vreedzame principe van de tweestatenoplossing.
Volgens de Al-Quds Al-Arabi-krant bracht het lek van goed geïnformeerde Palestijnse bronnen aan het licht dat Abbas tijdens zijn bezoek aan Saudi-Arabië van de Saoedische bemiddelaar kroonprins Mohammed bin Salman een Amerikaans aanbod ontving om ‘alleen op papier’ een Palestijnse staat te stichten, zonder dat een dergelijke staat soeverein is of de mogelijkheid heeft om beslissingen van welke aard dan ook te nemen.
In ruil daarvoor zouden de bouw van Israëlische nederzettingen worden bevroren, zouden economische stimulansen voor eventuele vestiging  van Arabieren in Area C conform de Oslo Akkoorden worden verstrekt en zou de circulatie aan de grensovergang van Karame met Jordanië en de grensovergang bij Rafah met Egypte worden versoepeld en vereenvoudigd.
Hiermede lijken de Saoedi’s duidelijk af te wijken van het Arabisch Intiatief voor de Vrede van 27 maart 2002, toen de 22 lidstaten van de Arabische Liga op voorstel van Saoedi-Arabië unaniem een alomvattend voorstel goedkeurden dat beloofde een einde te maken aan het Arabisch-Israëlisch conflict. Echter, het voorstel werd prompt verworpen door Israël omdat in het voorstel van de Joodse staat een massieve terugtrekking werd geëist en het de terugkeer van miljoenen nakomelingen van Palestijnse vluchtelingen moest accepteren in ruil voor een vage belofte op papier tot normalisering van de betrekkingen met de Joodse Staat door de staten van de Arabische Liga. Zoals bekend verwerpen de Palestijnen keer op keer elk vredesakkoord waarin het zogenaamde ‘Recht op Terugkeer’ ontbreekt.
Overigens was het de Arabische Liga die ervoor gezorgd heeft dat de Palestijnse vluchtelingen geen staatsburgerschap kregen in de Arabische landen; het was de Arabische Liga, die tot een economische boycot tegen Israël heeft besloten, die geldt tot op de dag van vandaag; en het is de Arabische Liga, die tot op de dag van vandaag literatuur vervuld van de meest denkbare vreselijke hetze tegen de Joodse staat publiceert. Ja, tot op de dag van vandaag verbreidt de Arabische Liga de ‘Protocollen van de Wijzen van Sion’ en gelijksoortige antisemitische werken. De leden van de Liga accepteren Israël niet en wijzen iedere verzoening van de hand. Ondanks de verzoeken van de Amerikanen weigeren ze zelfs gestes van goede wil tegenover Israël, aldus Guy Bechor.

Tien fundamentele feiten die de pijlers zijn van het vredesproces
door Alan Baker (Alan Baker, directeur van het Jerusalem Centrum voor Publieke Aangelegenheden (JCPA), nam niet enkel deel aan de onderhandelingen en het opstellen van de Oslo-akkoorden met de Palestijnen, maar ook aan de overeenkomsten en vredesverdragen met Egypte, Jordanië en Libanon. Hij trad op als juridisch adviseur en plaatsvervangend directeur-generaal van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken en als de Israëlische ambassadeur aan Canada).
Bron: https://brabosh.com d.d. 14 december 2017

Talloze juristen door de jaren heen, zijn telkens na lange en uitgebreide studies tot de conclusie gekomen dat volgens het internationaal recht Israël wel degelijk rechten kan laten gelden op de zogenaamde ‘bezette gebieden’ in [Oost-]Jeruzalem en op de Westelijke Jordaanoever. Tegenstanders van het bestaansrecht van Israël bevinden zich in de eerste plaats onder de naties die in november 1947 tégen de Tweestatenoplossing (beter gekend als het Verdeelplan / VN-Resolutie 181) hebben gestemd en onder diegenen die na de onafhankelijkheidsverklaring door Israël op 14 mei 1948 de soevereiniteit van de Joodse staat weigerden (en nog steeds weigeren) te erkennen.
In hun zog volgden later (en vooral na 1967) westerse landen die zich langzaamaan de anti-Israël retoriek eigen maakten. Nochtans hadden die laatsten de juridische geldigheid en rechtmatigheid van Israël eerder vastgelegd en goedgekeurd in verschillende akkoorden en resoluties (bv. het San Remo akkoord van april 1920) maar wensen onder druk van de Arabische wereld op hun stappen terug te keren en de door hun in het verleden ondertekende akkoorden ongedaan te maken dan wel te ontkennen of het bestaan ervan te negeren. Het makkelijkste voor iedereen zou dan ook zijn dat Israël vrijwillig zou afzien van haar juridische aanspraken en zichzelf de facto zou opheffen als staat van het Joodse Volk.
Niét dat er dan vrede zou komen in het Midden-Oosten maar Israël zou tenminste van de kaart zijn geveegd en dat excuus van het bestaan van de Joodse staat, dat aan de basis zou liggen waarom de Arabische landen al decennialang onderling uitputtende religieuze en territoriale oorlogen voeren, zou alvast van de baan zijn. Het lijkt echter weinig waarschijnlijk dat Israël ooit vrijwillig zal verzaken aan het internationaal recht, omdat die de legitimiteit en dus het cement vormt van het feitelijke bestaan van de Joodse Staat. Hieronder somt ambassadeur Alan Baker andermaal tien fundamentele feiten op die aan de basis liggen van het vredesproces.
[1.] Er bestaat niet zoiets als de ‘Palestijnse gebieden.’ Een dergelijke entiteit werd als dusdanig nooit vastgesteld in geen enkel bindend internationaal document, overeenkomst of resolutie. De definitieve status van de Westelijke Jordaanoever is nog steeds een afgesproken te onderhandelen kwestie en er mag niet op vooruitgelopen worden door om het even welke politieke verklaring of een uitspraak.
[2.] De gebieden worden ‘betwist’, niet ‘bezet.’ Het internationaal recht heeft betrekking op de bezetting van buitenlands grondgebied van een vroegere wettige soeverein. Het gebied van de Westelijke Jordaanoever (Judea en Samaria) is niet buitenlands en heeft sinds onheuglijke tijden, sinds minstens 1500 jaar voor onze jaartelling, deel uitgemaakt van de inheemse Joodse aanwezigheid in het gebied, die internationaal historisch is geaccepteerd en erkend in internationale documenten.
[3.] Elke christen gelovige kan het feit niet ontkennen dat Jezus een Jood was die in het gebied leefde, als onderdeel van de historische Joodse aanwezigheid, een aanwezigheid die wordt bevestigd door historische en archeologische bewijzen.
[4.] Israël en het Joodse Volk hebben zeer goed gefundeerde en langdurige onvervreemdbare, inheemse, historische, juridische en internationale rechten in het gebied met inbegrip van de de Westelijke Jordaanoever. Deze rechten worden ontzegd en over het hoofd gezien door de internationale gemeenschap. Israël heeft ingestemd om te onderhandelen over de definitieve status van dit gebied. Op het resultaat van deze onderhandelingen mag niet worden vooruitgelopen.
[5.] Aanspraken van Palestijnse woordvoerders op een inheemse of historische status of aanwezigheid zijn duidelijk vals en misleidend. De Arabische aanwezigheid in het geografische Palestina begon in 630 en omvatten bedoeïenen stammen en families die gegenereerd waren vanuit de Arabische Peninsula naar het gebied van het geografische Palestina op zoek naar werk en economisch voordeel.
[6.] De bewering dat de Israëlische nederzettingen ‘onwettig’ zijn is een onjuiste lezing van het internationale recht en loopt op zichzelf vooruit op een afgesproken te onderhandelen kwestie. Het verbod op gedwongen overdracht van de bevolking naar ‘bezet gebied’ werd opgesteld in het Vierde Verdrag van Genève van 1949 om een herhaling van de massale, gedwongen verplaatsing van bevolkingen van de nazi’s te voorkomen. Het was niet de bedoeling en kan ook zo niet worden uitgelegd, van toepassing zijn op de gemeenschappen van Israël op de Westelijke Jordaanoever.
[7.] In overeenstemming met internationale normen met betrekking tot beheer van grondgebied, wordt het bouwen van en binnen deze Israëlische gemeenschappen strikt beperkt tot grond die geen particulier eigendom is en valt onder de wettelijke supervisie van het Israëlische Hooggerechtshof.
[8.] Vertrouwen op de term ‘grenzen van 1967’ of ‘lijnen’ heeft geen wettelijke basis of is geen feit en kan en mag geen referentiepunt vormen in de onderhandelingen.
De Wapenstilstand demarcatielijn van 1949 werd duidelijk bepaald niet een grens te vormen. De term ‘grenzen van 1967’ of ‘lijnen’ worden niet genoemd in de Oslo-akkoorden. Alle partijen hebben de oproep van de VN-Veiligheidsraad met Resolutie 242 (1967) aanvaard tot ‘veilige en erkende grenzen.’ Deze resolutie maakt geen verwijzing naar ‘1967 lijnen.’
[9.] De voortdurende Palestijnse ophitsing tot haat tegen Israël, sponsoring en ondersteuning van de campagne om Israël te boycotten, desinvesteren en sancties, bedreigingen om Israëlische leiders te vervolgen in internationale tribunalen en bedreigingen om de Verenigde Naties en internationale instanties aan te spreken, zijn allemaal volstrekt onverenigbaar met elk bonafide onderhandelingen voor vrede in het gebied. Deze verschijnselen zijn een schending van de Palestijnse verplichtingen. Duidelijke en definitieve maatregelen moeten worden genomen door de Palestijnse leiders om aan deze verschijnselen onmiddellijk een einde te maken.
[10.] Elke poging om de aanwezigheid te verbieden of te ontkennen van Joden in om het even welk gebied is een gruwel voor alle geaccepteerde beschaafde en humanitaire normen en moet totaal en volkomen worden afgewezen.

Waarheid over Israël en Jeruzalem wint het van de leugens van het ‘uitgevonden volk’
Bron: Brabosh d.d. 2 januari 2018 https://brabosh.com
door Herbert NowitzkyDoor westelijke politici, media en vooraanstaande kerkfunctionarissen wordt permanent de zienswijze van de ‘Palestijnen’ voorgedragen, die oproepen tot de vernietiging van Israël (zie PLO-Charta van 1964 en Hamas-Charta van 1988). Er wordt constant gesproken van Israëlische ‘bezettingsmacht’ in ‘bezette gebieden’, van illegale ‘kolonisten’ in het kernland van Israël (Judea en Samaria), en er wordt de Arabieren een aanspraak op de 3000 jaar oude joodse hoofdstad Jeruzalem toegestaan. Zelfs de bewering van Arafat dat Bethlehem ‘in het joodse land’ (Michael 5,1 en Lucas 2,4) deel zou zijn van het Arabische ‘Palestina’, waarin de ‘Palestijn’ Jezus werd geboren, werd niet tegengesproken, ook niet door de kerken. Aan deze historische mengelmoes heeft de Amerikaanse president Donald Trump nu een eind gemaakt door de erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël.
Reactie van Duitsland
De Duitse president Steinmeier had een krans neergelegd bij het graf van de Palestijnse terrorist Arafat. De bondskanselier en de minister van Buitenlandse Zaken, Gabriel, waren, evenals president Steinmeier, boos op Donald Trump. De Evangelische Kerk Duitsland (EKD) wijst de erkenning van Jeruzalem af. In Berlijn werden bij een demonstratie Israëlische vlaggen verbrand. Deze reacties zijn onverenigbaar met een staatsdoctrine, die een speciale gebondenheid met het joodse volk leert.
De erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël door de VS
In tegenstelling tot Obama, die de joodse bewoning van het kernland Judea en Samaria juridisch had betwijfeld (zie o.a. zijn beruchte Caïro-rede), wil president Trump eindelijk in de praktijk omzetten wat vroegere presidenten sinds Ronald Reagan al lang besloten hadden: de erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël en de verplaatsing van de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem.
Bestaansrecht van Israël
Steeds opnieuw wordt het bestaansrecht niet alleen door de Arabieren betwist, maar ook door mensen die men antisemieten moet noemen. Terwijl Israël op grond van het volkerenrecht, maar ook door het besluit van de VN van 29-01-1947 (resolutie 181) het recht om opnieuw een joodse staat op te richten op zijn oeroude Bijbelse territorium Judea, Samaria en Galilea met de Golan, wat ook overeenkomt met de uitdrukkelijke wil van God – zie hiervoor vooral de profetische geschriften van Jesaja, Jeremia (vooral hoofdstuk 31) en Zacharia (hoofdstuk 8-14), maar ook psalm 83, waar de vijandige buurt tegenover het volk Israël wordt beklaagd.
Waar anders zou ISRAËL opnieuw moeten ontstaan? De Romeinen hadden weliswaar een voorlopig einde gemaakt aan de rest van de eerste Joden-staat in het jaar 70 na Chr., maar ondanks de algemene verdrijving van de Joden bestond er altijd een ononderbroken joodse bevolking in het land – vooral in de steden Jeruzalem, Tiberias, Hebron en Safed. De islamitische Arabieren veroverden het land in 638, dus zes jaar na Mohammeds dood, en hielden het bezet tot de aankomst van de kruisvaarders, die Jeruzalem innamen voor een periode van ongeveer 100 jaar. Tot 1918 werden ze opgevolgd door verschillende heerschappijen.
Jeruzalem onder islamitische heerschappij
In tegenstelling tot de Bijbel, die Jeruzalem meer dan 800 keer noemt, vinden we de stad niet één keer in de koran. Mohammed zelf bezocht Jeruzalem slechts in een droom, wat door zijn kindvrouw Aisha in de Hadith van al-Bukhari wordt bevestigd. In de Hadith wordt dit vermeende bezoek echter fantasierijk Oriëntaals omschreven en tegelijk verbonden met het bezoek van de profeet in Allah’s paradijs.
De tegenwoordig door de ‘Palestijnse’ Arabieren als het op twee na belangrijkste heiligdom gereclameerde Al-Aqsa moskee op de Tempelberg werd al in de 5e eeuw door de Byzantijnse keizer Justianus I als basiliek Santa Maria met drie schepen gebouwd en tot 711 als kerk gebruikt. Pas de zoon van kalief Malik, Abdel-Whad, ontwijdde het prachtige gebouw, waarvan de enorme granieten zuilen binnen nu nog getuigen.
Hij veranderde de kerk 79 jaar na de dood van Mohammed in een moskee door er het typische koepeldak op te laten zetten.
Na de tijd van de kruisvaarders bestonden er wisselende heerschappijen in het Heilige Land, totdat uiteindelijk onder sultan Selim I (1512-1520) en diens opvolgers de gebieden tot Egypte eeuwenlang onder Ottomaanse heerschappij kwamen. Het Ottomaanse imperium, in de Eerste Wereldoorlog bondgenoot van Duitsland, verloor pas na de nederlaag zijn territorium in het Midden-Oosten, wat tegelijkertijd in 1918 ook zijn einde betekende.
Niemand minder dan Mark Twain bezocht daarvoor op zijn reis door de Oriënt in 1867 ook het ‘Heilige Land’, dat deel uitmaakte van het Ottomaanse rijk, en beschrijft het als verwaarloosde dunbevolkte woestenij, waar individuele Bedoeïen doorheen trokken. Slechts enkele steden waren iets dichter bevolkt. Een eerste officiële volkstelling in het jaar 1844 telt in Jeruzalem 7.120 Joden, 5.760 moslims en 3.390 christenen. In 1874 bericht de Amerikaanse consul de Haas dat Jeruzalem 30.000 inwoners zou hebben, waarvan 20.000 Joden zouden zijn.
Mark Twain schreef in zijn dagboek: ‘Van alle landen met een woest landschap moet Palestina, denk ik, het toppunt zijn. De bergen zijn kaal, ze hebben doffe kleuren, ze zijn niet schilderachtig van vorm. De dalen zijn lelijke woestenijen, omzoomd door een karige vegetatie, die een zorgelijke en moedeloze aanblik bieden’.
Foto’s uit de tweede helft van de 19e eeuw laten zien dat de Rotskoepel en de Al-Aqsa moskee zich in een bouwvallige toestand bevonden. Het gras groeide hoog tussen de bodemplaten van de Tempelberg. Alles bevond zich in een onverzorgde toestand. De zogenaamde heilige plaatsen van de moslims werden nauwelijks bezocht, en al helemaal niet door hoogwaardigheidsbekleders van de islam – overigens tot op de dag van vandaag niet!
Mandaat van de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog
De door de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog bezette Arabische gebieden met ‘Palestina’ (een geografische benaming voor een bepaald gebied ten westen en oosten van de Jordaan) stonden eerst onder het mandaat van de overwinningsmachten.
Er volgden nieuwe staatsstichtingen van de Arabieren (o.a. Syrië, Irak, Libanon) en de nieuwe staat ‘Transjordanië’, het latere Jordanië, werd van dit ‘Palestina’ gescheiden. Daarvoor was de ‘Balfour Declaration’ (02-11-1917) uitgebracht, die, ondersteund door de Britse regering, voorzag in de ‘oprichting van een nationaal thuisland in Palestina voor het joodse volk’. Na de nationaalsocialistische machtsovername in Duitsland volgde een sterkere joodse immigratie naar ‘Erez Israel’ (Land Israël).
Palestina
De ‘Filistijnen’, waarvan het begrip ‘Palestina’ is afgeleid, waren bewoners van de Griekse Egeïsche eilanden, die zich al in het eerste millennium vooral in vijf ‘Filistijnse steden’ aan de kust van Kanaän hadden gevestigd en tot de zevende voorchristelijke eeuw een ‘doorn in het vlees van Israël’ waren. Ze gingen samen met het ‘Noordelijke rijk’ Israël in 622 v. Chr. ten onder, toen deze gebieden door de Assyriërs werden overwonnen en ingenomen. Het ‘Zuidelijke rijk’ Judea met de hoofdstad Jeruzalem bleef over, dat eeuwen later na de Romeinse verovering de provincie ‘Syria-Judaea’ werd. Ook bleef de van de ‘Filistijnen’ afgeleide geografische naam ‘Palestina’ over.
De Arabieren, die zichzelf nu ‘Palestijnen’ noemen, hebben nooit een eigen staat met een eigen hoofdstad bezeten. Hun taal, religie en cultuur verschilt in niets van de overige Arabische stammen – in tegenstelling bijvoorbeeld tot het volk van de Koerden (ongeveer 40 miljoen), waaraan door de VN geen staat gegeven wordt. De aanspraak van de ‘Palestijnse’ Arabieren op een eigen ‘staatsgebied’ op Israëlisch territorium (slechts zo klein als de Duitse deelstaat Hessen!) is absurd. Even absurd is het idee om van het oostelijk deel van Jeruzalem, met de heiligste plaatsen van Israël, de Tempelberg, de hoofdstad van zo’n niet levensvatbare kleine staat te willen maken. Deze zou, net zoals de Palestijnse gebieden tot nu toe, constant op westelijke hulp zijn aangewezen, omdat de Arabische landen iedere hulp aan hun militante opstandige geloofsgenoten weigeren. Opmerkelijk is echter dat uitgerekend de voormalige Duitse minister van Buitenlandse Zaken Steinmeier in vooruitsnellende onderwerping tegenover de Arabieren al een ambassadegebouw in Berlin-Dahlem voor de diplomatieke vertegenwoordiging van deze imaginaire staat inrichtte.
Minder bekend en nauwelijks notitie van genomen, heeft ook Mohammed het land ten westen en ten oosten van de Jordaan het ‘heilige land van de kinderen van Israël’ genoemd (o.a. in de soera’s 5:21, 7:137, 10:93 en 17:106) – echter door zijn godheid ‘Allah’ toegesproken. Zoals hierboven al gezegd, noemt de koran Jeruzalem niet één enkele keer, terwijl in de Bijbel Jeruzalem meer dan 800 keer genoemd wordt en door Jezus de stad van de ‘grote koning’ wordt genoemd (Matteüs 5,35).
De staat Israël
Na de stichting van de staat Israël op 14 mei 1948 vielen vijf Arabische landen Israël aan. Ongeveer 620.000 Arabieren werden door deze oorlog vluchtelingen – tegelijkertijd werden ongeveer 800.000 Joden uit Arabische landen verdreven en vluchtten zonder hun bezittingen naar Israël. Bovendien annexeerden de Jordaniërs, tegen de besluiten van de VN in, de nu zo genoemde ‘Westbank’ (Judea en Samaria) en het oostelijk deel van Jeruzalem! Daar werden 58 synagogen verwoest en de begraafplaats op de Olijfberg geschonden. Het oostelijk deel van de stad werd bijna 20 jaar lang hermetisch afgesloten, zodat Joden en christenen de heilige plaatsen niet meer konden bezoeken. De enige toegang was de Mandelbaumpoort, die slechts met speciale toestemming gepasseerd mocht worden. Over het einde van de deling van Jeruzalem (1967) en Berlijn (1989) heerste vreugde. En dat zou nu voor Israëls 3000 jaar oude hoofdstad niet meer gelden?
Arabisch afzien van staatsstichting
Van 1948 tot de Zesdaagse oorlog in 1967 bezaten de Arabieren exact dat gebied waarop ze een staat ‘Palestina’ zouden hebben kunnen oprichten. Deze bedoeling echter hadden de Arabische landen nooit. Veelmeer kwam het in 1964 in Egypte (Nasser) tot de oprichting van de terreurorganisatie PLO, waar zich later zes andere organisaties bij aansloten – waaronder ‘Fatah’ (Arabisch ‘hataf’ = ‘snelle dood’) – die allemaal hetzelfde doel hebben: de vernietiging van Israël en het terugwinnen van de voormalige islamitische verovering. De leiding van de PLO werd al spoedig overgenomen door Arafat, vermoedelijk een Egyptenaar, die daarvoor oneervol uit het Egyptische leger werd ontslagen, en later als ‘bouwingenieur’ in Koeweit werkzaam was. De latere annexatie van Koeweit door Saddam Hussein, die de eerste Golfoorlog veroorzaakte, werd door hem en zijn kameraden bejubeld. Saddam Hussein had gifgas ingezet en Israël met raketten aangevallen.
Zelfs in de akte van oprichting van de PLO van mei 1964, de ‘PLO-Charta’, is noch sprake van een te creëren staat ‘Palestina’ noch van een hoofdstad Jeruzalem. Het doel van de terreurorganisatie is echter in Artikel 13 nadrukkelijk vastgelegd en geldt tot op de dag van vandaag: ‘Arabische eenheid en de bevrijding van Palestina zijn twee elkaar aanvullende doelen en het behalen van het ene is het behalen van het andere. Arabische eenheid leidt dus tot de bevrijding van Palestina, en de bevrijding van Palestina leidt tot Arabische eenheid. Het werken aan de realisatie van het ene doel gaat gepaard met het werken aan de realisatie van het andere.’
Ook in de charta van Hamas van 1988 is geen sprake van een op te richten staat ‘Palestina’. Wel worden de consequente strijd tegen het ‘joodse kankergezwel’ en de vernietiging van Israël geëist.
Bereidheid tot vrede van Israël
Desondanks heeft Israël steeds opnieuw zijn goede wil getoond: In het Gaza-Jericho-akkoord (1997) laat Israël de stad Jericho en delen van Gaza over aan het Arabisch zelfbestuur ‘Palestijnse Autonomie’ (PA). Hebron – onder koning David Israëls eerste hoofdstad überhaupt en begraafplaats van de patriarchen Abraham, Isaac en Jacob – wordt gedeeltelijk ontruimd.
In juli 2000 onderhandelen president Clinton (VS) en minister-president Barak (Israël) met de terroristenchef Arafat in Camp David over een op te richten ‘Palestijnse staat’. Hoewel Barak 95% van 97% van de door de Arabieren geëiste grondgebied van het Israëlische kernland (Judea, Samaria, Gaza) evenals het oosten van Jeruzalem (!) – dat in 1980 tot ‘eeuwig en ondeelbare hoofdstad van Israël’ werd verklaard – aanbood, wees Arafat dit met het oog op de PLO-Charta af! De teleurgestelde Clinton zei tegen hem: ‘You have been here 14 days and said no tot everything’.
Na de dood van Arafat in 2004 toonde Israël opnieuw zijn goede wil. Minister-president Sharon liet tegen de wil van de joodse ‘kolonisten’ de Gazastrook met geweld ontruimen: ‘Land voor vrede!’ In plaats van de gehoopte vreedzame ontwikkeling intensiveerden sindsdien de Arabische raketbeschietingen en aanvallen uit Gaza. Daar openbaart zich intussen de chaos van een agressief-corrupt islamitisch ‘bestuur’. De huidige ‘gouverneur’ van Gaza en adviseur van Abbas, ooit als ‘Abu Mazen’ de rechterhand van de terrorist Arafat, is een zekere Abdullah Frangi, die jarenlang in Duitsland woonde en de PA ‘diplomatiek’ vertegenwoordigde. Hij gold bij de Deutschlandfunk altijd als interview partner.
Verhuizingen
De Arabische aanvalsoorlog op Israël in 1948 had tot gevolg dat ongeveer 620.000 Arabieren uit het kernland van Israël vertrokken. Zelfs als het een verdrijving was – andere bronnen spreken ook van vlucht, waartoe deze mensen door hun eigen leiding waren opgeroepen – werden als tegenzet ongeveer 800.000 Joden onder achterlating van al hun have en goed uit de Arabische landen verdreven, waar ze vaak al eeuwenlang leefden als dhimmi’s, tweederangs mensen, onder de islamitische sharia.
Het zou heel gemakkelijk geweest zijn om de Arabische vluchtelingen op te nemen in de Arabische buurlanden. Per slot van rekening beslaat het Arabisch territorium, waaronder de rijke olielanden, een oppervlakte dat groter is dan Europa.
Duitsland had na de Tweede Wereldoorlog niet alleen meer dan een derde deel van zijn oppervlakte verloren, maar nam ook ongeveer 13,5 miljoen verdreven of gevluchte landgenoten in vooral de westelijke deelstaat op en integreerde hen. Als de Arabieren echt vrede in het Midden-Oosten zouden willen, dan zou ook daar de ‘Duitse oplossing’ toegepast kunnen worden.
Duitsland raakte na zijn aanvalsoorlog door de beslissing van de overwinningsmachten grote delen van zijn oostelijke gebieden kwijt. Ook in 1967, na de verloren vernietigingsoorlog van de Arabische landen tegen Israël, zou het hebben moeten komen tot een navolgbaar voorbeeld: verlies van de door de aanvallers in 1948 geannexeerde Bijbelse gebieden Judea en Samaria ten gunste van Israël! Maar de Arabische landen, vooral echter de in luxe zwelgende oliestaten aan de Perzische Golf, weigeren hun geloofsbroeders iedere toegang en wijzen hen rigoureus af. Hun geld stroomt alleen voor de bouw van moskeeën en voor de islamisering van de rest van de wereld, vooral van Europa.
In de islam bestaat echter een ijzeren wet: een territorium dat ooit door moslims werd veroverd – voor korte of langere tijd – ook als ze het weer kwijtraakten, wordt nog steeds beschouwd als niet op te geven land van Allah. Dat geldt overigens niet alleen voor het Spaanse Andalusië, maar ook voor elk stuk land waarop een moskee werd opgericht – ook hier in Duitsland!
Geen enkel gebied krijgt nog steeds zoveel ongecontroleerde en niet voor een bepaald doel bestemde ‘ontwikkelingshulp’ als de ‘Palestijnse Autonomie’ en Gaza – jaarlijks meer dan € 1 miljard, dat vooral voor ongeveer de helft (moet) wordt opgebracht door Duitse en Amerikaanse belastingbetalers. Dit geld wordt gebruikt voor wapenaankopen en tunnelbouw, de rest verdwijnt in de zakken van corrupte clans. Zo drukte alleen Arafat al op grond van onderzoek door het IMF € 900 miljoen van de ‘ontwikkelingshulp’ achterover op zijn privérekeningen in Zwitserland, geld, dat echter nooit werd terug geëist.

De geschiedenis van Israël
Maandag, 24 Oktober 2011
Laatste update: dinsdag 2 januari 2018
Bron: https://likud.nl/2011/10/de-geschiedenis-van-israel/

Nooit helemaal uit het land weggeweest
Een groot misverstand heerst ten aanzien van de aanwezigheid van het Joodse volk in het land Israel, dat door toedoen van de Romeinse keizer Hadrianus vanaf het jaar 135 Palestina werd genoemd. Onder christenen heerst de gedachte dat de Romeinen in het jaar 70 veel Joden verbande uit het land en na de revolutie van Bar Kochba in het jaar 135 alle overgebleven Joden deed verstrooien over de hele aarde.
Volgens Flavius Josephus woonden er zeven miljoen Joden in Israel in het jaar 70 en volgens Dio Cassius minstens drie miljoen in 135. Dit laat al een heel ander beeld zien dan de visie dat er over een periode van 1800 jaar nauwelijks Joden woonden in het Heilige Land. Niets is minder waar, want over een periode van 3700 jaar woonden er onafgebroken Joden in het historische land tot op vandaag.
Na de vernietiging van de Tweede Tempel werden er wel veel Joden vermoord door de Romeinen en verbannen over de grenzen van het land, maar er bleven groepen Joden wonen in Galilea en ander delen van het land. We kunnen dit ook eenvoudig zien aan opgravingen in Kapernaum, waar de resten te zien zijn van een synagoge uit de vierde eeuw na onze jaartelling. Deze synagoge was gebouwd op de fundamenten van de synagoge uit het begin van de jaartelling.
Na de revoluties in de jaren 70 en 135 tegen de Romeinse overheersing ontstond er nog een derde revolutie in het jaar 351. Onder leiding van Patricius stond de Joodse bevolking van Sepphoris op tegen de soldaten van de corrupte Romeinse heerser Gallus.
De Romeinen werden verslagen en de revolutie breidde zich uit over heel Galilea en reikte zelfs tot Lydda in het zuiden. Er volgde een harde tegen reactie van de Romeinen en vele Joodse gemeenschappen werden verwoest. In het jaar 438 verbrak keizerin Eudocia het verbod voor de Joden om te bidden op het Tempelplein in Jeruzalem. Dat leidde in de Joodse gemeenschappen in Galilea tot een gerucht dat het einde van de verstrooiing nu aangebroken was. Een van de meest ongelooflijke elementen van de Joodse geschiedenis is geschreven door Joden die onder moeilijke omstandigheden wisten te overleven in toenmalig Palestina. Daar ontstond de Mishnah, de neergeschreven mondelinge Thora ofwel de mondelinge  overlevering, die vanaf Mozes van geslacht tot geslacht werd doorgegeven.
Ook aan de Jeruzalem Talmoed is vanaf de tweede tot vijfde eeuw gewerkt in toenmalig Palestina. Hieronder volgt een bloemlezing van getuigenissen van de Joodse aanwezigheid in toenmalig Palestina.

Bloemlezing van getuigenissen uit de geschiedenis
705 ‘Vanaf de tijd van Kalief Abd-el-Malik (in het jaar 705) en daarna waren er Joden onder degenen die de poorten van de Rotskoepel bewaakten. Als tegenprestatie kregen zij vrijstelling van de belasting die aan alle niet-Moslims was opgelegd. De Joden waren te werk gesteld bij het schoonmaken van het gebied van de Haram (Tempelplein)’. (Mujir al-din in zijn ‘Geschiedenis van Jeruzalem en Hebron’)
863 ‘Dit is het veronderstelde jaar van de verhuizing van Yeshivat Eretz Israel van Tiberias naar Jeruzalem, waar het de centrale religieuze autoriteit voor de hele regio werd. De laatste van de Ga’ons (Wijzen) van Jeruzalem was Evyatar Ben Eliyahu Hacohen’. (Nathan Schur in ‘Geschiedenis van Jeruzalem’)
1167 ‘Tweehonderd van die Joden wonen in een hoek van de stad, bij de Toren van David’. (Benjamin van Tudela in zijn beroemde ‘Reizen’)
1395 ‘De Joden in de Heilige Stad wonen in hun eigen speciale woonwijken’. (Reiziger Ogier D’Anglure in ‘Le Saint Voyage de Jerusalem’)
1499 ‘Onder de zeer vele Joden in Jeruzalem trof ik er een aantal aan uit Lombardije (Noord-Italië), drie uit Duitsland en twee monniken die tot het Joodse geloof waren overgegaan’. (Arnold von Harff’s reisverhaal: ‘Die Pilgerfahrt 1’)
1546 ‘Veel Joden wonen in Jeruzalem en er is een speciale Jodenstraat’. (Ulrich Prefat van Slovenie in zijn kroniek)
1611 ‘In dit Land wonen zij (de Joden) als vreemdelingen en zijn blootgesteld aan onderdrukking en ontbering. Als zij veracht en geslagen worden, dragen zij het met een ongelooflijk geduld. Ondanks dit alles heb ik geen Jood gezien met een boos gezicht’. (George Sands, zoon van de Aartsbisschop van York in ‘Reizen’)
1696 De Nederlander Reland doet wetenschappelijk verslag van zijn reis door het land. Zijn conclusies:
1. Alle plaatsnamen hebben een Joodse, Griekse of Romeinse oorsprong. (Dat is overigens nog steeds zo, met als enige uitzondering het Arabische Ramallah.)
2. Van een Arabische cultuur of weerslag in bijvoorbeeld de architectuur is geen sprake.
3. Het land is dunbevolkt. Er wonen nauwelijks Arabieren. Dat zijn dan voornamelijk bedoeïenen op doorreis, die komen werken als seizoensarbeiders.
Voorbeelden: in Jeruzalem wonen 5.000 mensen, meest Joden en wat christenen. In Gaza wonen 550 mensen, de helft Joden, de rest meest christenen. De Joden houden zich vooral met landbouw bezig, de christenen met handel en transport.
1751 ‘Elk jaar komen er zo’n 4.000 personen en evenzoveel Joden, die uit alle hoeken van de wereld komen’. (Zweedse reiziger Haselquist in ‘Voyages and Travels in the Levant’)
1785 ‘Dit gedeelte wordt meer geplunderd dan welk deel van Syrië dan ook, want het is geschikt voor ruiters en ligt bij de woestijn, zodat het open ligt voor Arabieren.’ (bezoeker graaf Volney)
1857 De Britse Consul General, James Finn, schreef in zijn boek ‘Byeways in Palestina’: ‘Het land is voor een opmerkelijk groot deel zonder bewoners. Haar grootste behoefte is een bevolking.’
1860 In dit jaar bouwen de Joden de eerste buiten de middeleeuwse muren van Jeruzalem.
1866 W.M. Thomson schrijft: ‘Hoe melancholiek is deze totale verlatenheid. Geen huis, geen spoor van bewoners, niet eens herders, om de saaie monotonie te verlichten.
Een groot deel van het land, waardoor wij een week hebben rondgekropen, lijkt nooit te zijn bewoond of maar beplant. Andere delen zijn nog kaler.’
1867 De wereldberoemde schrijver Mark Twain schrijft: ‘We zagen op de hele route geen enkel plaatsje; 30 mijl iedere kant uit… Men kan 10 mijl ver rijden en nog geen 10 menselijke wezens ontmoeten… Nazareth is troosteloos… Jericho een vergane ruïne… Bethlehem en Bethanië zijn in hun armoede een vernedering… onbewoond door ieder levend wezen…
Een troosteloos land, waarvan de bodem rijk genoeg zou zijn, maar volledig is overgegeven aan het onkruid. Een grote zwijgende, treurige vlakte. We zagen geen enkel menselijk wezen op de hele route. Bijna nergens stond een struik of een boom. Zelfs de olijfboom en de cactus, deze standvastige vrienden van een waardeloze bodem hebben het land bijna volledig verlaten.
De heuvels zijn kaal, zonder kleur. De valleien zijn lelijke woestijnen, met verspreid een zwakke begroeiing.’
1874 De Engelse ontdekkingsreiziger John MacGregor legt als eerste de bovenloop van de Jordaan vast op een kaart.
1874 ‘Maar waar zijn de bewoners? …. Dag na dag leren wij opnieuw de les die zich aan ons opdringt, dat de vervloekingen van de oude profetieën letterlijk zijn vervuld: ‘Het land is leeg en verlaten, zonder inwoners’.’ (Dominee Samuel Manning)
1878 Een officiële Britse studie ‘The survey of western Palestine’ maakt melding van massale immigratie van Arabische kolonisten uit Egypte (aangetrokken door de economische en medische vooruitgang van de Joodse immigratie), waardoor complete nieuwe woonwijken ontstaan rond Tel Aviv/Jaffo (zie afdruk hieronder).1881 ‘Het is geen overdrijving te zeggen dat er in Judea over een afstand van mijlen geen bewoning en geen levend wezen te zien is’. (Arthur Penrhyn Stanley, de grote Britse cartograaf).
1884 ‘Het land leek verlaten van menselijke bewoning. Haar verschijning maakt het nog meer verlaten zijnde zonder bomen. Tijdens het rijden tussen de heuvels zag ik niet één boom. Of dit is vanwege de belasting van de regering op bomen of de verspilling van mensen die bomen kappen voor brandstof zodra een jonge boom maar haar hoofd boven de grond toont, dat weet ik niet. Ik vermeld alleen het feit, dat het landschap absoluut boomloos is.’ (De Amerikaan Henry M. Field in zijn reisboek)
1889 ‘Dertigduizend van de 40.000 inwoners van Jeruzalem zijn Joden. Momenteel komen de Joden bij honderden hierheen’. (De Pittsburgh Dispatch, 15 Juli 1889). Dat kwam overigens niet door een goede behandeling, zie: De vergeten onderdrukking van de Joden onder de Islam.
1892 ‘Er zijn veel bewijzen, zoals oude ruïnes, gebroken aquaducten en resten van oude wegen, die aantonen dat het niet altijd zo verlaten is geweest als het er nu uit ziet. In de vlakte tussen de berg Carmel en Jaffa ziet men maar zelden een dorp of andere tekenen van menselijk leven.’ (B.W. Johnson in het boek ‘Young Folks in Bible Lands’)
1912 De destijds bekende schrijver Sir Frederick Treves schreef een boek met de veelzeggende titel ‘The desolate land’ (het troosteloze land). Zo schrijft hij bijvoorbeeld over de omgeving van Jeruzalem: ‘De heuvels zijn kaal behalve wat sporadisch gras en wegkwijnende struiken. Zo’n 30 kilometer is er bijna geen bosje te zien en nooit een boom. Soms kom je een geit tegen, maar zelden sporen van menselijke bewoning. Het enorme gebied is leeg; er is geen levend wezen te zien. De enige beweging die je ziet is de schaduw van een wolk, die over het brede uitspansel kruipt. De stilte van het gebied is totaal.’
1913 ‘Het gebied was dunbevolkt en economisch stagnerend, tot de komst van de eerste zionistische pioniers in de jaren 1880, die kwamen om het Joodse land weer op te bouwen. De Joodse ontwikkeling van het land trok grote aantallen andere immigranten aan, zowel Joodse als Arabische. Huizen waren van modder, nergens waren ramen. Scholen bestonden niet. De kindersterfte was erg hoog. Het westelijk deel, de kuststrook, was bijna een woestijn, met maar weinig dorpen, dunbevolkt. Er waren veel ruïnes van dorpen, die verlaten waren als gevolg van de veelvoorkomende malaria.’ (Rapport van de Britse Koninklijke Commissie, 1913)
De naam Palestina
De naam Palestina komt in de grondtekst van de bijbel niet voor. Het land wordt in de Bijbel wel Israël genoemd. In het Oude Testament in Ezechiël 37:12, en in het Nieuwe Testament in Mattheüs 2:20-21, met de gebiedsdelen Galilea, Samaria, Efraïm, Judea, Zuiderland (Negev). Door de hele Bijbel heen wordt het land Israël in verband gebracht met het volk Israël.
De naam ‘Palestina’ is voor het eerst gebruikt door de Grieken als benaming voor het volk Israël. In het Grieks kan die naam strijder betekenen, afgeleid van de naam Israël: hij die streed met God en mensen (Genesis 32:28).
De Romeinse keizer Hadrianus noemde het Land Israël vanaf het jaar 135 Palestina, na de revolutie van Bar Kochba. Hadrianus ontleende deze naam aan het volk der Filistijnen die in de tijd van Jozua en de Richteren voortdurend een plaag voor het volk Israël zijn geweest.
Het begrip ‘Palestijnen’ voor Arabieren dateert uit de jaren 1960 (daarvoor werden de Joden er mee aangeduid). De Arabische bevolking is een mengelmoes, volgens bijvoorbeeld het standaardnaslagwerk  de ‘Encyclopedia Britannica’ in 1911: ‘De Arabische bevolking van Palestina bestaat uit Bosniërs, Soedanezen, Algerijnen, Armeniërs, Grieken, Koerden en nog vele vele anderen.’
Arabische afwezigheid in Palestina
Het aantal Joden dat leefde in het jaar 70 in Israel, voordat een groot deel van het volk werd vermoord of verdreven en de Tempel vernietigd werd, bedroeg naar schatting 5.000.000. Zelfs 62 jaar na de vernietiging van de Tempel, toen er een revolutie uitbrak tegen de Romeinen onder leiding van Bar Kochba (132), was het aantal Joden nog 3.000.000 volgens Dio Cassius.
Zeventien eeuwen later, toen een mogelijke terugkeer voor Joden naar Sion aan de horizon begon te dagen, was Palestina een bijna ontvolkt land. Reizigers die toenmalig Palestina bezochten in de achttiende en negentiende eeuw beschrijven allemaal het verlaten karakter van het land.
1816 ‘In het grootste deel van Palestina lijken de ruïnes omvangrijker te zijn dan de bewoonde huizen.’ (J.S. Buckingham, ‘Travels in Palestine’)
1835 ‘Buiten de poorten van Jeruzalem zagen we geen levend voorwerp, hoorden we geen enkel geluid. Het was hetzelfde stilte als voor de verlaten poorten van Pompeii. Een complete stilte heerst in de stad en op de wegen door het land. Het graf van een heel volk’. (Alphonse de Lamartine)
1844 Jeruzalem is slechts een dorp, met afgerond 15.500 inwoners. Joden vormen de grootste groep, met 7.100. Er wonen verder 5.000 moslims en 3.400 christenen.
De grootste dorpen zijn verder Jaffa en Akko met 9.000 en 5.000 inwoners, de een paar andere tellen hoogstens 3.000 inwoners.
1947 Koning Abdoellah van Jordanië beschrijft het land in het Engels als ‘barren’; kaal dus, onontwikkeld. Zie de reactie op zijn tekst, waarin verder veel misleiding staat, bijvoorbeeld over moslim-antisemitisme en de religieuze claims: Historische misleiding.
Aantallen inwoners
Constantine Francois Volney schatte het inwonertal in 1785 van het land op niet meer dan 200.000 mensen. Daarna verslechterde de situatie nog door wanbestuur. In het midden van de negentiende eeuw werd het aantal inwoners van Palestina geschat op slechts tussen de 50.000 en 100.000 mensen.
De redenen daarvoor waren:
– vele eeuwen van gewelddadigheden;
– de verwaarlozing en ontbossing die daardoor optrad, veroorzaakte erosie. Het land werd daardoor steeds minder bruikbaar, door zowel moerasvorming als woestijnvorming;
– het land werd daardoor vooral gebruikt door bedoeïenen om geiten te hoeden, wat de erosie verder versterkte.
De Joodse immigratie zorgde voor een economische opbloei en een sterke verbetering van de voorzieningen (medisch, infrastructuur, enz.), wat een grote parallelle Arabische toestroom uit andere delen van het Ottomaanse rijk aantrok.
In 1915 bestaat de bevolking van Palestina uit 83.000 Joden en ca. 590.000 moslim en christen Arabieren. Na de verovering van het land door de Engelsen in 1917 ontstaat er het westelijk deel van Palestina, west van de  Jordaan en het oostelijk deel, ten oosten van de Jordaan.
In 1922 bestaat de bevolking van (West) Palestina uit ca. 84.000 Joden en 643.000 moslim en christen Arabieren. In 1947 bestaat de bevolking van (West) Palestina uit 600.000 Joden en 1.200.000 moslim en christen Arabieren.
Bijzonder sterke Joodse claim op het land
De Joodse claim is buitengewoon sterk:
1. Sinds ruim drieduizend jaar wonen er leden van het Joodse volk. Dit is uniek, geen ander volk kan dat zeggen.
2. Internationaal gelegitimeerd door een besluit van de internationale gemeenschap, tot twee maal aan toe (zie hieronder: in 1922 en 1947). Dit is uniek.
3. In ontwikkeling genomen. Tijdens de Arabische overheersing was het land volkomen vervallen tot enerzijds moeras en anderzijds dor. De Joden hebben de moerassen droog gelegd, bossen aangeplant en akkers ontwikkeld.
4. De Arabische tijd heeft nauwelijks blijvende sporen nagelaten. Zo zijn de plaatsnamen van Joodse, Griekse of Romeinse oorsprong en is van een eigen Arabische cultuur of weerslag in bijvoorbeeld de architectuur is geen sprake.
5. Voortgekomen uit de koloniale tijd, in defensieve oorlog tot stand gekomen.
6. Het eerste geldt voor veel landen, het tweede niet, veel andere landen zijn via offensieve oorlogen tot stand gekomen.
7. Vrije toegang voor andere religies tot hun heilige plaatsen. Dit was tijdens Moslim-dominantie niet altijd mogelijk.
8. Zelf aangekocht. De Joden hebben vrijwel al het particulier grondbezit gekocht.
Geschiedenis van de afgelopen anderhalve eeuw in jaartallen
N.B. De vredesaanbiedingen die Israel heeft aangeboden dan wel heeft onderschreven zijn rood weergegeven.
Vanaf 1870 de terugkeer. De Joden begonnen uit de verstrooiing terug te keren naar het land van hun voorvaderen, het historische thuisland van de Joden.
Van de moord op tsaar Alexander II van Rusland in 1881 kregen de Joden de schuld. Er braken pogroms uit. Ongeveer 40.000 Joden vluchtten naar Israël, waarvan er 15.000 bleven.
In tegenstelling tot koloniale bewegingen – zoals in de Verenigde Staten en Australië – worden de lokale bewoners niet verdreven, maar wordt het land waar men gaat wonen gekocht.
De economische activiteit (werkgelegenheid!) en de medische zorg die de Joden introduceren trokken juist Arabieren aan uit andere delen van het Ottomaanse Rijk, zoals uit het huidige Egypte, Turkije en Bosnië.
De vestiging van 40 Joodse families in het nieuwe dorp Rishon L’Tzion in 1882 bijvoorbeeld, trekt 400 Arabische families aan.
1897 De terugkeer kreeg door toedoen van de Joodse journalist Theodor Herzl meer gestalte en de zionistische beweging ontstond. In 1897 organiseerde hij het eerste zionisten congres in Bazel.
Wereldwijd wordt geld ingezameld om grond aan te kopen.
1915 De bevolking van West Palestina bestaat uit 83.000 Joden en ca. 590.000 moslim en christen Arabieren.
1917 the Balfour declaratie. Het hele gebied van het huidige Israël en Jordanië werd door de Britse regering als thuisland aan het Joodse volk beloofd. De Engelse minister van Buitenlandse Zaken Arthur James Balfour, vaardigde op 2 november 1917 deze declaratie uit, als eerste staatsrechtelijke erkenning van Joods woonrecht in het toenmalige Palestina en het voormalige land Israël.
NB: Een Palestijnse propagandafabel stelt dat het gebied al in 1915 aan de Arabieren werd beloofd. In de betreffende brief werd echter het huidige Israël en Jordanië uitgezonderd.
Het ging toen om het gebied West en Oost van de Jordaan, dat de Engelsen op Turkije veroverde in de eerste wereldoorlog en als mandaatgebied beheerde tot 1948. De Balfour Declaratie was het resultaat van lange onderhandelingen tussen de Engelse regering en zionistische leiders.
Uitgaande van het zelfbeschikkingsrecht voor het Joodse volk was het volkomen logisch, zoals ook Winston Churchill destijds schreef: ‘Het is overduidelijk terecht dat de verspreide Joden een eigen thuis krijgen, en waar anders dan in Palestina waar zij al 3.000 jaar sterk mee verbonden zijn?
Het is goed voor de wereld, goed voor de Joden, en het is ook goed voor de Arabieren; zij kunnen delen in de voordelen en de vooruitgang door het zionisme.’
1919 Faisal-Weizmann Overeenkomst.  Er wordt een akkoord gesloten tussen de leider van de Arabieren Faisal (de emir van Saoedi-Arabië) en de Joodse leider Weizman. Daarin wordt de Joodse staat Palestina door de emir erkend en steun toegezegd.

1920 – Originele grondgebied toegewezen aan het Joodse Nationaal Tehuis

1922 Trans-Jordanië. In 1922 werd de Balfour-Declaratie door de Volkenbond in het Engelse Mandaat over Palestina opgenomen. Zo werd Palestina dus formeel door de wereldgemeenschap unaniem juridisch aan een toekomstige Joodse staat toegewezen: ‘op basis van de historische connectie van het Joodse volk’.
Dit is nooit herroepen en dus nog steeds geldig. De Volkerenbond bestaat weliswaar niet meer, maar volgens Artikel 80 van het handvest van de Verenigde Naties bleven de toen bestaande mandaten van de Volkerenbond rechtsgeldig.
Dit recht van het Joodse volk op een staat in wat nu Israël, Jordanië, de Golan hoogvlakte en de omstreden gebieden zijn, is dus internationaal vastgelegd lang voor de Tweede Wereldoorlog.
Dit overigens met instemming van de Arabische landen, die kregen hun eigen landen uit de resten van het Ottomaanse Rijk.
In het Mandaat wordt erkend dat (nog) niet het gehele Joodse volk er woont, vandaar dat artikel 6 van het Mandaat stelt dat Joodse immigratie moet worden bevorderd.
De Engelse regering week echter af van de opdracht – door toedoen van de staatssecretaris voor Koloniale Zaken Winston Churchill – en bracht een statement uit dat de Balfour-Declaratie niet van toepassing was op het gebied aan de Oostoever van de Jordaan. Het Oostelijk deel werd door de Engelse regering aan de Arabieren toebedeeld en werd Trans-Jordanië genoemd (80% van het mandaatgebied!).
Churchill deed dit om tegemoet te komen aan de Arabieren.

Het statement zei vervolgens dat de emigratie van Joden naar Palestina in overeenstemming moest zijn met het economisch absorptievermogen van (West) Palestina. Door de willekeurige houding van de Engelse regeringen en de instroom van Arabieren in (West) Palestina liet het absorptievermogen steeds minder Joden toe.
De Hope Simpson Commissie meldde in 1930 dat door het oogluikend toestaan van de Britse regering van illegale en ongecontroleerde Arabische immigratie vanuit Egypte, Trans-Jordanië en Syrië, die ongehinderd kon doorgaan, men minder Joodse immigranten kon opnemen dan eerst gepland was. De economische ontwikkeling in het gebied door de Joodse immigratie trok namelijk ook veel Arabieren aan. In 1922 bestond de bevolking van (West) Palestina uit ca. 84.000 Joden en 643.000 moslim en christen Arabieren.

1922 – Uiteindelijke grondgebied toegewezen aan het Joodse Nationaal Tehuis

1923 Engeland splitst de Golan hoogvlakte af van het mandaat en geeft het aan Syrië.
1929 Vanaf dit jaar neemt het Arabisch geweld tegen de Joodse inwoners snel toe, onder invloed van een mix van het zich ontwikkelende nazisme en Arabisch nationalisme.
Dit stond onder de leiding van de mufti (hoogste Islamitische geestelijke) van Jeruzalem Al-Husseini. Hij was sterk anti-Joods, hij was aanhanger van de Moslim Broederschap – waaruit Hamas zou voortkomen. In de Tweede Wereldoorlog zou hij een nazi-oorlogsmisdadiger worden.
Een dieptepunt is de aanval op de Joodse inwoners van Hebron in 1929, waarbij er 59 gedood worden en de rest wordt verdreven, op grond van de door de grootmoefti verspreide fabel dat de Joden de moskee op de Tempelberg zouden willen verwoesten. Zo komt een eind aan 3.000 jaar Joodse aanwezigheid in de stad waar de aartsvaders en aartsmoeders begraven liggen.
1933 ongelijke strijd. De strijd om het land Westelijk van de Jordaan bleef. Na de opkomst van het nazisme in 1933 nam de emigratie van Joden naar toenmalig Palestina sterk toe.
De Peel Commissie concludeerde dat de Joden zelf het absorptievermogen van het land hadden vergroot, door de economische ontwikkeling die dat gaf. Later beperkte de Engelse regering – onder Arabische druk, in strijd met hun opdracht zoals vastgelegd in het Mandaat – echter de toegang voor Joden tot het mandaatgebied. Tijdens en na de Holocaust in Europa was de weigering van de Engelsen Joodse vluchtelingen binnen te laten een verschrikking. Als dieptepunt geld het terugsturen van overlevenden van een concentratiekamp naar Duitsland. Veel Joden die aan de kust van de Middellandse Zee opgepakt werden door de Britten werden naar Cyprus verscheept. Aan de andere kant konden Arabieren zonder enige restrictie de Jordaan over steken.
De Britse gouverneur in de Sinaï Woestijn (1922-1936) meldde dat de illegale emigratie van Arabieren naar Palestina niet alleen plaatsvond vanuit de Sinaï Woestijn, maar ook vanuit Trans-Jordanië en Syrië. (Palestine Royal Report, pagina 291).
Dat de economische ontwikkeling door de Joodse immigratie – en de goede voorzieningen die de Joden meebrachten, zoals op medisch gebied – ook een grote Arabische immigratie aantrok blijkt keihard uit de cijfers in het Peel rapport.
Gemengde Joods/Arabische steden bloeiden. Tussen de volkstellingen van 1922 en 1931 groeide de Arabische bevolking van Jeruzalem met 37%, van Jaffa met 62% en van Haifa zelfs met 86%! Steden met vrijwel alleen Arabische inwoners bleven ongeveer gelijk (Hebron en Nabloes plus 7%) of krompen zelfs (Gaza min 2%).
1937 Het Eerste aanbod. Verdelingsplan Peel Commissie. In 1937 werd de Engelse Peel Commissie in het leven geroepen om een verdeelplan op te stellen. Deze commissie, onder leiding van Lord Peel, presenteerde een verdeling van een kleine Joodse staat en een grotere Arabische staat in Westelijk Palestina. Het plan hield voor de Joodse bewoners van het land een soort vrijstaat in van Galilea, de kuststrook en een door de Engelsen gecontroleerde corridor van Tel Aviv naar Jeruzalem.
De Peel Commissie concludeerde in 1937 dat de enige logische oplossing van de tegenstrijdige aspiraties van de Joden en Arabieren, de verdeling van Palestina in twee aparte staten was. De Joden waren bereid te onderhandelen over de grenzen, maar de Arabieren wezen het plan af. De Arabieren hadden daarvoor twee argumenten:
1. Het was onzinnig om een aparte staat Palestina te creëren. Het gebied was eeuwenlang deel geweest van één Arabische natie die vanuit Damascus bestuurd werd. Het zou dus weer aan Syrië moeten worden toegevoegd, als Zuid-Syrië. Kortom, Palestina bestond niet, het was een verzinsel van de zionisten.
2. Het was vanuit de Islamitische leer onmogelijk om ook maar een centimeter gebied als Joods te erkennen.
In de woorden van de Arabische leider Auni Bey Abdul Hadi: ‘Er bestaat niet zoiets als een land Palestina. Palestina is een naam die de Joden hebben verzonnen. Wij kennen geen Palestina.’
De Peel Commissie rapporteerde trouwens dat Arabische klachten over Joods landbezit nergens op berusten: ‘veel van het land waar nu sinaasappelboomgaarden staan, waren zandduinen of moeras toen het werd aangekocht. Er is geen bewijs dat de toenmalige eigenaren over de benodigde kennis of middelen beschikten om het land zelf te ontwikkelen.’
Ook concludeerde de Peel commissie dat de Joden een enorme impuls geven aan de Palestijnse maatschappij: ‘Elk jaar wordt het contrast groter tussen de moderne en goed georganiseerde Joodse gemeenschap en de ouderwetse Arabische wereld. Dit blijkt overal, wellicht het meest op cultureel gebied.’
1937 Arabische opstand tegen Britten en Joden, die duurt tot 1939. Er ontstaat daardoor nu echt een verwijdering tussen de Arabische en de Joodse inwoners van Palestina.
Omdat de Joden zich verdedigen richten de Arabische terroristen hun geweld steeds meer tegen gematigde Palestijnen, voorstanders van een vreedzame oplossing. Arabische terroristen doodden in 1938 bijvoorbeeld 279 Joden en ruim 2.000 gematigde Palestijnen.
De opstand wordt gefinancierd en bewapend door nazi-Duitsland.
1941 Wegens zijn vergaande collaboratie met de nazi’s vlucht de grootmoefti naar Berlijn. In 1943 wordt hij rondgeleid in Auschwitz en vertelt Himmler hem dat er al ongeveer 3 miljoen Joden vermoord zijn. De grootmoefti is uiterst trots dat hij als 1 van de weinigen dit geheim krijgt toevertrouwd. Vanuit Berlijn werft hij 25.000 moslims voor de SS en maakt Arabische radio-uitzendingen waarin hij oproept de Engelsen te bestrijden en de Joden te doden. Hij wordt daarvoor na de oorlog als oorlogsmisdadiger aangemerkt door het Neurenberg tribunaal, maar weet te vluchten.
1945 Strijdgroepen – van wat later de Likoed zou worden – proberen met aanslagen de Engelsen te bewegen om hun belofte voor een Joodse Staat in te lossen. Doelwitten zijn echter uitsluitend militaire objecten (hoofdkwartieren, gevangenissen, vliegvelden) en ook daarbij is het uitgangspunt zo min mogelijk slachtoffers te maken. De socialistische beweging wijst dit eerst af, maar doet later alsnog mee. De Engelsen weten geen raad meer met Palestina en vragen de VN om een besluit.
1947 Het Tweede aanbod: Het Verdelingsplan van de VN, resolutie 181 in 1947. Een commissie stelde een nieuwe verdeling voor dat werd aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN. Het stuitte op verzet van Arabische zijde omdat zij vonden dat ze niet beloond werden naar hun meerderheid aan inwoners.
De Joden hadden echter geen kans gehad tot de meerderheid uit te groeien omdat Arabieren van alle kanten vrij het land binnen konden komen terwijl Joden mondjesmaat werden toegelaten.
Een probleem in het plan was Jeruzalem. Meer dan 100.000 Joden kwamen geïsoleerd te zitten midden in Arabisch land. De inwoners van het Joodse deel waren 600.000 Joden en 350.000 Arabieren. In het Arabische deel woonden ca. 850.000 Arabieren.
Naar Britse statistieken had 70% van het land in het Joodse deel geen eigenaar. Na het vertrek van de Britten werd de staat Israël eigenaar. 9% van het land in het Joodse deel had Joodse eigenaren en 3% had Arabische eigenaren die de Israëlische nationaliteit aannamen. 18% van het land in het Joodse deel behoorde aan Arabische eigenaren die het Joodse deel verlieten vanwege de Arabisch invasie. (The Government of Palestine pag. 257).
Verschillende landen en commissies bogen zich over het probleem. De Joden accepteerden het Verdelingsplan maar de Arabieren wezen het af. In 1947 bestaat de bevolking van West Palestina uit 600.000 Joden en 1.200.000 moslims en christenen.
De Arabieren proberen het VN besluit af te wenden door met geweld te dreigen, zo zegt de Egyptische afgevaardigde op 24 november: ‘De Verenigde Naties mogen niet uit het oog verliezen dat de voorgestelde oplossing de één miljoen Joden in de islamitische landen in gevaar brengt. Als de Verenigde Naties besluit om Palestina te verdelen, is het verantwoordelijk voor de mogelijke ongeregeldheden en voor de afslachting van vele joden. Want als een joodse staat wordt opgericht, kan niemand rellen voorkomen. Het zou kunnen leiden tot een oorlog tussen de twee rassen.’
Overigens ontkennen Arabische woordvoerders dan nog dat er zoiets als een Palestijnse entiteit zou bestaan, er kan slechts gesproken worden over ‘Zuid-Syrië’.

De oprichting van de staat Israel moet met alle geweld voorkomen worden. (Krantenartikel uit de London Times, 8 mei 1948.)

1948 Direct na het aannemen van de VN resolutie in november 1947 neemt het aantal Arabische aanslagen op Joden sterk toe.
Op 16 februari 1948 rapporteert de ‘Commissie voor Palestina’ aan de Veiligheidsraad:
‘Krachtige Arabische groepen, zowel binnen als buiten Palestina, gaan in tegen de resolutie van de Algemene Vergadering en proberen welbewust met geweld de voorgestelde oplossing te blokkeren.’
De Joden weigeren zich te laten provoceren en beperken zich tot zelfverdediging.
Eind maart 1948 verbaasd zelfs de Arabische bevelhebber Safwat zich er over dat: ‘de Joden hebben geen Arabisch dorp aangevallen, tenzij zij zelf daarvandaan werden aangevallen.’
1948 Oprichting van de Staat Israël.
Na het vertrek van de Engelsen uit hun mandaatgebied roept David Ben Gurion op 14 mei 1948 de Staat Israel uit. De oprichting geschiedt op basis van het VN Verdelingsplan. Een meerderheid van staten waaronder de VS en de Sovjet-Unie erkenden de staat Israel en beschuldigden de Arabieren voor hun agressie.
1948 Onafhankelijkheid Oorlog. Op de dag na de oprichting van de Staat Israël vallen op 15 mei zes Arabische landen Israël aan: Egypte, Jordanië, Syrië, Libanon, Saoedi-Arabië en Irak.

Generaal Azzam Pasha van de Arabische Liga verklaart: “Dit wordt een oorlog van uitroeing, een enorm bloedbad waarover gesproken zal worden als dat van de Mongolen en de Kruistochten.”
De mufti van Jeruzalem valt hem bij: “Ik verklaar een heilige oorlog, mijn Moslim broeders! Vermoord de Joden! Vermoord ze allemaal!”
Ook de hoogste islamitische geestelijke leider roept een heilige oorlog uit tegen de Joden (zie krantenbericht rechts).
Jordanië annexeert de mandaatgebieden Samaria en Judea en noemde het voortaan ‘Westbank’. Het zijn sindsdien betwiste gebieden.
Ook het Oostelijk stadsdeel van Jeruzalem werd door de Jordaniers ingenomen. Veel Joodse inwoners van de Joodse wijk in de Oude Stad kwamen om het leven en hun hele wijk werd verwoest. Er worden 57 synagogen verwoest en de hele wereld zweeg, ook toen er veel Joodse graven van de Olijfberg werden verwoest en de grafstenen werden gebruikt voor urinoirs in de Oude Stad.
Tijdens deze onafhankelijkheidsoorlog, die Israel wonderbaarlijk won met weinig militaire middelen, kwam 1% van de Israelische bevolking om.

Joden worden door het Jordaanse leger verdreven uit Oost-Jeruzalem (de Zionspoort in de muur van de Oude Stad van Jeruzalem, 1948)

1948 Het Derde aanbod. Na de Onafhankelijkheidsoorlog bood Israël vredesonderhandelingen aan en een verdeelplan voor het land. Reactie: afgewezen.
Gedurende de zomer van 1948 zond de VN Count Folke Bernadotte naar het Midden-Oosten om een bestand tot stand te brengen en onderhandelingen te starten. Zijn plan hield in dat Israël de Negev en Jeruzalem zou opgeven voor Trans-Jordanië en daarvoor in de plaats westelijk Galilea te krijgen. Beide zijden wezen het af.
Bernadotte schreef in zijn dagboek: ‘Ik vind bij de Palestijnse Arabieren nauwelijks een ontwikkeld Palestijns nationalisme. De eis voor een onafhankelijk Arabische Staat in Palestina wordt nauwelijks gehoord en het schijnt mij toe dat onder de huidige omstandigheden de Palestijnse Arabieren tevreden zouden zijn met het Trans-Jordaanse burgerschap. (bron: Folke Bernadotte, To Jerusalem, London 1951, pag. 113).
1948 Vluchtelingenprobleem. Door berichten in de Arabische media over wreedheden van de Joden vluchtten 600.000 Arabieren. Zeventig procent van deze Arabische vluchtelingen heeft nog nooit een Israëlische soldaat gezien.
De reden van de vlucht waren oproepen van de Arabische leiders, zoals de Iraakse premier Nuri Said: ‘We zullen het land verpletteren met onze kanonnen en alle mogelijke schuilplaatsen van de Joden vernietigen. De Arabieren moeten hun vrouwen en kinderen daarom naar veilige gebieden brengen tot na de gevechten.’
In slechts één dorp – Lydda – werden de Arabieren door Israëlische soldaten verdreven (boek ‘Palestine betrayed’ uit 2010), alle andere Arabische vluchtelingen deden dat uit eigen beweging.
De Joden probeerden juist de Arabieren te bewegen om te blijven. De Britse politiecommandant van Haifa schreef in zijn rapport: ‘De Joden doen er alles aan om de Arabische bevolking te overtuigen om te blijven.’

Joodse vluchtelingen uit de Westbank als gevolg van de Jordaanse etnische zuiveringen in 1948.

Na de oorlog zagen ongeveer 900.000 Joodse vluchtelingen kans, die verschrikkelijke vervolgingen overleefd hadden, uit de Arabische landen te vluchten naar Israël. De Joodse vluchtelingen zijn volledig geïntrigeerd in de Israëlische samenleving. Daarnaast vluchtten 300.000 Joden naar andere landen als Israël.
De aantallen Arabische vluchtelingen aantallen verschillen nogal bij diverse waarnemers. Eind mei schatte de Syrische afgevaardigde van de VN, Faris el Khouri, het aantal op 250.000. Count Bernadotte, de afgevaardigde van de VN in het Midden-Oosten, schatte het aantal Arabische vluchtelingen op 360.000 (VN Document A/1648).
Sir Rafael Cilento, directeur van de UNDRO, meldde in december 1948 dat hij 750.000 monden moest voeden terwijl er nooit meer dan 400.000 vluchtelingen konden zijn. Het was bekend dat Arabieren naar de vluchtelingenkampen gingen voor gratis eten en drinken. In september 1949 was het aantal inmiddels opgelopen tot ca. 1.000.000, volgens W. de St. Aubin, directeur van UN Field Operations. Overigens ging ongeveer tweederde van het ene deel van het land naar een ander deel en is daarmee formeel geen vluchteling.
De meeste van de oorspronkelijke Palestijnse vluchtelingen uit 1948 zijn nu – 60 jaar na dato – uiteraard overleden.
Om politieke redenen heeft de VN echter besloten dat kinderen waarvan een van de ouders een Palestijnse vluchteling is ook ‘vluchteling’ zijn en zo veel mogelijk in vluchtelingenkampen moeten blijven wonen (gefinancierd door de Verenigde Naties). Deze onzinnige regel is alleen geldig voor Palestijnen. Het gevolg is dat het aantal Palestijnse ‘vluchtelingen’ blijft toenemen, inmiddels miljoenen.
In de oorspronkelijke resolutie over de vluchtelingen wordt trouwens niet over nakomelingen gesproken.
In die (overigens niet-bindende) resolutie 194 staat dat vluchtelingen (zowel Arabische als Joodse) ‘die in vrede met hun buren willen leven’ zouden moeten terugkeren. De Arabische landen stemmen overigens tegen omdat de resolutie impliciet Israel erkent.

Israel in de Arabisch-Islamitische wereld

1949 Wapenstilstand. Aangezien de Arabische buurstaten niet tot vredesonderhandelingen bereid zijn, sluit Israel noodgedwongen wapenstilstandsverdragen met ze. De wapenstilstandslijnen worden de facto grenzen, hoewel alle partijen zich uitdrukkelijk niet aan deze grenzen willen binden. Ofschoon deze ‘grenzen’ dus uit 1949 stammen, worden ze misleidend ‘de grenzen van 1967’ genoemd. Zo lijkt het of ze van recenter datum zijn en of het internationaal erkende grenzen zijn, in plaats van slechts wapenstilstandslijnen.
Israël beslaat met deze grenzen 18% van het oppervlak van het voormalige mandaatgebied Palestina.
1949 Het vierde aanbod: Israel dringt erop aan dat de Palestijnen op de Westbank en in Gaza zelfbeschikkingsrecht krijgen en een eigen staat, zoals voorzien in het VN delingsplan van 1947. Jordanië en Egypte gaan er niet op in en houden de in 1948 veroverde gebieden bezet.
1956 Suez Crisis. Door de oorlogsdreiging van de Egyptische president Nasser en de blokkade die hij instelde voor scheepvaart van en naar Israel in het Suez kanaal, viel Israël op 29 oktober de Sinaï woestijn binnen. Israël, gesteund door Frankrijk en Groot-Brittanië veroverde het hele gebied, inclusief de Gaza-strook.
Nasser sprak eerder in 1956 over Egyptische helden (fedayeen), zonen van Farao die het land Palestina zullen reinigen. De fedayeen was een verzamelnaam van kleine groepjes terroristen. Naast de blokkade van het Suezkanaal waren de aanvallen van de fedayeen een belangrijke reden voor Israëls aanval op Egypte. De Israëlische ambassadeur voor de VN, Abba Eban, sprak over de fedayeen op 30 oktober 1956 voor de veiligheidsraad: ‘vanaf 1950 telde Israel 1339 grensgevechten met gewapende Egyptenaren, 435
invallen van fedayeen in Israël, 172 gevallen van sabotage van de fedayeen in Israël. Als gevolg van deze acties stierven 1001 Israeli’s en werden er 364 gewond.’
Onder grote druk van de VS, die niet in de aanval op Egypte was gekend, trok Israel zich terug uit alle veroverde gebieden. De oorlog beëindigde de activiteiten van de fedayeen, totdat ze zich later verenigden in de Palestine Liberation Organisation (PLO).
Het Vijfde aanbod. Ook na deze oorlog bood Israel weer aan om over vrede te onderhandelen. Het werd algemeen afgewezen.
1956 Oprichting van Fatah, de belangrijkste Palestijnse terreurorganisatie, door Yasser Arafat, leerling van de grootmoefti.
1964 Oprichting van de PLO. In 1964 wordt op de Olijfberg in Oost-Jeruzalem door Yasser Arafat de PLO opgericht, een samenwerkingsverband van voorheen verschillende Palestijnse terreurorganisaties. Fatah is het belangrijkste lid. PLO staat voor Palestine Liberation Organisation. Terwijl de betwiste gebieden ‘Westbank’ en de Gaza-strook nog (illegaal) in handen zijn van Jordanië en Egypte, spreekt Arafat van de bevrijding van Palestina. In de eerste versie van het PLO handvest in 1964 wordt de Westbank Jordaans genoemd. De bewoners hadden ook de Jordaanse nationaliteit. Dus met de bevrijding van Palestina bedoelde Arafat de vernietiging van de fragiele staat Israel door geweld en terreur.
Zie het Handvest van de PLO, (dat ondanks vele beloften nooit herroepen is): ‘Palestina met de grenzen die het had gedurende het Britse Mandaat is een ondeelbare territoriale eenheid. … Gewapende strijd is de enige manier om Palestina te bevrijden. … Het Verdelingsplan is illegaal. … Claims van historische of religieuze banden van Joden zijn niet in lijn met historische feiten. … Alle oplossingen die niet de totale bevrijding van Palestina inhouden worden verworpen.’
Dit wordt in 1974 bevestigd in het PLO plan voor een eventuele ‘Gefaseerde bevrijding van Palestina’. Want na 1967 werd de rechtvaardiging van terreur gewijzigd in ‘de bezetting’. Spoedig zou de wereld horen van bomaanslagen en vliegtuigkapingen. Dieptepunten waren de moord van 11 Israëlische atleten tijdens de Olympische Spelen van München in 1972 en de aanslag op een school in Noord-Israël in 1974 met 26 dodelijke slachtoffers, meest kleine kinderen.
Tevens is dit de introductie van het verschijnsel ‘Palestijnen’. Tot dan toe was de gangbare aanduiding ‘Arabische vluchtelingen’.  Het begrip Palestijnen als aanduiding voor een groep Arabieren bestond tot dan toe niet. Tot 1948 werden met ‘Palestijnen’ integendeel de Joodse inwoners aangeduid. Zo heette destijds de belangrijkste Joodse krant de ‘Palestine Post’ (tegenwoordig Jerusalem Post). Zo blijkt kamerlid Boetes de aanduiding ‘Palestijnen’ het eerst gebruikt te hebben in de Tweede Kamer, pas op 11 juni 1968.
1965 Zesde aanbod. De Israëlische premier biedt vrede aan op basis van de dan bestaande grenzen. Israël is dus bereid om af te zien van haar claims op de Oude Stad van Jeruzalem en de daar gelegen Tempelberg en Klaagmuur, de heiligste plekken van het jodendom. De Arabische landen negeren het.
Vanaf 1965 De Arabische oorlogszuchtige taal neemt sterk toe, een aan aantal voorbeelden:
‘We zullen niet Palestina binnen gaan met de bodem bedekt met zand, maar met de bodem verzadigd van bloed.’ (president van Egypte Nasser, 8 maart 1965)
‘Ons doel is het volledige herstel van de rechten van het Palestijnse volk. Met andere woorden, we streven naar de vernietiging van de staat Israël. Het directe doel: perfectie van de Arabische militaire macht. De nationale doel: de vernietiging van Israël.’ (president van Egypte Nasser, 18 november 1965).
1967 Zesdaagse Oorlog. Eerst sloot de Egyptische president Nasser de Straat van Tiran af voor Israëlische scheepvaart (daarmee de belangrijke haven van Eilat blokkerend, een daad van oorlog) en stuurde de VN vredesmacht naar huis, daarmee zijn grens vrijmakend om Israël te kunnen aanvallen.
De Syrische minister van Defensie, Hafez Assad, sprak over Israël te vernietigen. Vervolgens nam Israël in zes dagen de Golan hoogvlakte in, de betwiste gebieden en de Sinaï woestijn.
De verovering van de Westbank gebeurde nadat Jordanië Israel had aangevallen, ondanks dringende beroepen van Israël om zich buiten de oorlog te houden.
Arabische uitspraken van vlak voor de oorlog:
• ‘Onze daad zal de wereld verbazen. Ze zullen zien dat de Arabieren klaar staan voor oorlog. … Wij erkennen het bestaan van Israel niet. … Het is al oorlog sinds 1948.’ (president van Egypte Gamel Abdel Nasser, 28 mei 1967);
• ‘Wij willen een volledige bevrijdingsoorlog om de zionistische vijand te vernietigen.’ (president van Syrië Nureddin al-Attasi, 22 mei 1967);
• ‘Als militair geloof ik dat de tijd is gekomen om de slag tot vernietiging in te gaan.’ (Syrische minister van Defensie Hafez Assad, 20 mei 1967);
• ‘Het bestaan van Israël is een fout die gecorrigeerd moet worden. Ons doel is duidelijk: Israël van de kaart vegen. … Broeders, laten wij elkaar ontmoeten in Tel Aviv en Haifa.’ (president van Irak Abdel-Rahman Aref, 31 mei en 1 juni 1967);
• ‘Dit is een strijd voor het thuisland – het is wij of de Israëli’s. De Joden van Palestina zullen moeten vertrekken. Overlevenden van de oorspronkelijke Joodse bevolking kunnen blijven, maar ik schat dat geen één het zal overleven.’ (voorzitter van de PLO Ahmed Shukairy, 1 juni 1967).
Zoals hiervoor vermeld waren het al betwiste gebieden, omdat Gaza en de Westbank behoorden tot het mandaatgebied, dat door de Volkenbond al in 1922 als Joods nationaal tehuis was aangewezen.
En Jordanië, dat het van 1948 tot 1967 geannexeerd had, is zeker alle aanspraak op het gebied kwijtgeraakt, omdat het dit verloor in een zelf begonnen oorlog.
1967 Zevende aanbod. Israel bood onmiddellijk land aan in ruil voor vrede. Op 1 september besluit de Arabische Liga in Khartoum echter tot de drie beruchte nee’s: Vrede met Israël: Nee! Onderhandelingen met Israël: Nee! Erkenning van Israël: Nee!
De Veiligheidsraad neemt de beroemde resolutie 242 aan, die nog steeds de basis vormt voor de vredesonderhandelingen: terugtrekking van Israël in ruil voor erkende en veilige grenzen.

De wapenstilstandslijnen van 1949 (de zogenaamde ‘grenzen van 1967’). Niet erg veilig voor Israël.

1973 Jom Kippoer Oorlog. Op de heiligste dag in 1973, Jom Kippoer ofwel Grote Verzoendag, vallen Israëls vijanden van alle kanten Israël binnen. Op de Golan hoogvlakte staan 180 Israëlische tanks tegen een overmacht van 1.400 Syrische tanks. Bij het Suez Kanaal staan 500 Israëlische militairen tegen een overmacht van 80.000 Egyptische militairen. Israël wordt bijna onder de voet gelopen maar weet zich wonderbaarlijk te herstellen en wint de oorlog.
1973 Achtste aanbod. Na de Yom Kippoer oorlog, die begonnen was door de onverwachte aanval van de omringende landen op de meest heilige dag van het Joodse volk Jom Kippoer, bood Israel weer vrede aan: het antwoord was weer: nee!
1974 De PLO besluit tot het plan voor de gefaseerde vernietiging van Israel. Dit houdt in dat zelfs als er een Palestijnse staat komt de PLO niet zal stoppen met geweld tot ‘heel Palestina’ Arabisch zal zijn.
1978 Camp David akkoorden. In 1978 wordt er een vredesakkoord gesloten tussen Israel en Egypte. President Anwar Sadat van Egypte en premier Menachem Begin van Israël ondertekenen het akkoord onder het toeziend oog van de Amerikaanse president Carter in Camp David. Israel ging akkoord met de volledige terugtrekking uit de Sinaï woestijn in ruil voor normale betrekkingen tussen Egypte en Israel.
De Sinaï woestijn maakte 80% deel uit van het hele gebied wat Israel toen in beheer had. Israel trok zich terug uit de Sinaï woestijn en ontruimde twee nederzettingen. Er ontstonden betere betrekkingen met Egypte maar vanuit Westerse optiek verre van normaal.
Negende aanbod. In de Camp David akkoorden wordt de mogelijkheid van autonomie voor de Palestijnen opgenomen. Hier komt niets van terecht, omdat Palestijnen die daar aan mee wilden werken door de PLO met de dood bedreigd werden.
1982 Sinds dat de PLO in 1970 met geweld uit Jordanië is verwijderd zit het in Libanon, van waaruit aanslagen op Israel worden georganiseerd. Israël valt daarom de PLO in Libanon aan. De top van de PLO vertrekt naar Tunis. De toenmalige Israëlische minister van defensie Sharon laat christelijke strijdgroepen controleren of alle PLO terroristen uit de kampen Shabra en Shatila vertrokken zijn. Helaas doden zij daarbij honderden burgers, uit wraak voor de vele wreedheden die de PLO tegen de christenen begaan had.
1985 Hezbollah stelt haar programma vast: ‘Onze strijd zal pas eindigen wanneer deze entiteit [Israël] is weggevaagd. Wij erkennen geen verdragen er mee, geen wapenstilstand en geen vredesakkoorden.”
1987 Eerste Intifada. Onder leiding van Yasser Arafat vanuit Tunis breekt in 1987 een door de PLO georganiseerde opstand uit, genaamd Intifada. Anders dan de heersende gedachte in die tijd, was hun doel niet in de eerste plaats Israëli’s te doden door aanslagen.
Het eerste doel van de PLO was de Palestijnse bevolking in Judea en Samaria achter hun zaak te krijgen. Ze drongen in scholen om leerkrachten te bewerken. Angst was het devies. Op veel scholen werden sindsdien leerlingen opgehitst tegen Israël. Ook bediende de PLO zich van gemaskerde bendes die vermeende collaborateurs (mensen die zakelijke of andere contacten hadden met Israëli’s) thuis opzochten, en hen voor de ogen van hun familieleden met bijlen en messen afslachten. De Jeruzalem Post maakte regelmatig melding van deze aanslagen op hun eigen mensen. Geleidelijk aan verschenen de bekende plaatjes op de journaals van stenengooiende Palestijnse jeugd. De normale contacten tussen Joden en Arabieren werden onder druk gezet en er werd haat gezaaid tegen Israel.
1988 Hamas stelt haar Handvest vast: ‘Het doel is om de vlag van Allah over elke centimeter van Palestina te hijsen. … Vredesvoorstellen zijn strijdig met de uitgangspunten van Hamas. … Er is geen oplossing voor het Palestijnse probleem anders dan Jihad. … De Joden willen de wereld beheersen, er is nooit ergens een oorlog uitgebroken zonder hun vingerafdrukken erop. … De moslims zullen zo moeten vechten en doden dat de tijd zal komen dat de bomen en stenen zullen roepen: er verschuilt zich een Jood achter mij, kom hem doden.’
1988 Abu Iyad, de tweede in commando na Arafat verklaart: ‘De oprichting van een Palestijnse staat in een deel van Palestina is slechts een tussenstap in de richting naar heel Palestina.”
Twee jaar later herhaalt hij dat de PLO: ‘Palestina zal bevrijden – centimeter na centimeter – vanaf de [Middellandse] zee tot aan de [Jordaan] rivier.’
1993 Tiende aanbod. Oslo akkoorden. In het begin van de jaren ’90 wordt er in het geheim onderhandelingen gevoerd tussen linkse Israëlische politici en Palestijnse onderhandelaars. Door deze handelswijze en de vorming van een links kabinet van premier Rabin stond het volk voor een voldongen feit: de onderhandelingen met aartsterrorist Arafat in Washington in 1993.
De wereld vond het allemaal prachtig en geloofde dat er nu echt iets zou veranderen. Arafat had in een persoonlijke brief toch bezworen dat de terreur tot het verleden zou behoren?
Maar gedurende 1993 vonden er meer aanslagen tegen Israëli’s plaats dan ooit tevoren in Israel. Het fenomeen van de zelfmoordaanslag deed zijn intrede.
Moslim-fundamentalisten van Hamas en Islamitische Jihad vonden het idee van vrede met de Joden afzichtelijk en en starten dus met de aanslagen op bussen, restaurants, disco’s enz.
In maart van het jaar 1993 sloot Rabin de betwiste gebieden af vanwege terreur waardoor van de ene op de andere dag veel Palestijnse werknemers niet meer naar hun werk konden. Israël begon de ene na de andere bepaling van Oslo uit te voeren. Het aantal bepalingen van Oslo dat Arafat uitvoerde was nul!
De inmiddels overleden PLO’er Hoeseini noemde de Oslo akkoorden het paard van Troje. In plaats van de Oslo bepaling terreurorganisaties op te ruimen werd er aan een nog veel groter terreurnetwerk gebouwd. Een leger van grote en kleine zelfmoordenaars.
Kijk eens naar de bepalingen, heel kort weergegeven, die de beide partijen overeen kwamen en de uitwerking ervan tot nu toe.
Israël beloofde:
• erkenning van de PLO, genaamd Palestijnse Autoriteit;
• opgeven van land, Gaza en Jericho eerst;
• toestaan van Palestijnse politiemacht van 10.000;
• geven van kleine wapens voor Palestijnse politie;
• informeren van het Israëlische publiek over vredesakkoord;
• belofte van een Palestijnse staat in 5 jaar.
De Palestijnse Autoriteit beloofde:
• erkennen van het bestaansrecht van Israël;
• stoppen met terreur en starten van onderhandelingen;
• ontmantelen van de terreurorganisaties;
• weghalen van passages uit het PLO handvest inzake het vernietigen van Israël;
• beëindigen van alle geweld;
• uitsluitend partijen laten meedoen aan verkiezingen die Israel erkennen;
• de vreedzame oplossing communiceren naar de bevolking.
Israël maakte vijf van de zes beloften waar, de PA nul van de zeven. De PA deed zelfs het tegenovergestelde: het aanmoedigen en ondersteunen van terreur en het verheerlijken van geweld en martelaarschap, zelfs bij jonge kinderen.
Arafat kon helaas de omslag van terrorist naar staatsman niet maken. Hij had een externe vijand nodig om zijn corrupte en van vriendjespolitiek doordrenkte regime staande te houden.
1994 Vrede met Jordanië. De betrekkingen worden genormaliseerd en de rivier de Jordaan blijft de grens, zoals vastgesteld in het Mandaat.
2000 Elfde aanbod. Ehud Barak. De Israëlische premier Ehud Barak biedt Arafat geheel Gaza en 97% van de Westbank aan en Oost Jeruzalem (inclusief de Tempelberg) als hoofdstad om daar een Palestijnse staat te vestigen. De Palestijnen krijgen tevens 30 miljard dollar schadevergoeding voor de vluchtelingen. Arafat zegt nee. Op 25 juli worden de onderhandelingen afgesloten, de Amerikaanse president Clinton en Ehud Barak zijn verbijsterd over Arafat. Zie: Clinton to Arafat: It’s all your fault.
Prins Bandar was namens Saoedi-Arabië bij de onderhandelingen. Hij is ervan overtuigd dat het een geweldig aanbod is, het beste dat de Palestijnen ooit kunnen verwachten. Hij waarschuwde Arafat: ‘Als je dit weigert, is het geen tragedie, dat is een misdaad.’
Arafat koos voor de misdaad….
Na het mislukken van de onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit word de tweede Intifada voorbereid.

Figuur onvindbaar!

De vredesvoorstellen van Barak en Sharon, 2000 en 2001 (Alleen het witte en lichtgrijze gebied zou bij Israël blijven).

2000 Tweede Intifada. In de zomer van het jaar 2000 werden er overal in de betwiste gebieden en in de Gaza-strook jonge Palestijnen gerecruteerd voor een nieuwe geweldspiraal tegen Israël. Arafat geeft het sein voor de aanval als Ariel Sharon als Knesset lid, na vooroverleg met de Israëlische autoriteiten en de Palestijnse Autoriteit, gaat kijken op het Tempelplein naar vernielingen door de Islamitische Waqf. Als gevolg van deze geweldsgolf komen honderden Israëli’s en Palestijnen om.
2001 Twaalfde aanbod. In de grensplaats Taba wordt opnieuw onderhandeld over de tweestatenoplossing, op basis van het voorstel uit 2000. Maar de Palestijnen stemmen weer niet in.
2002 Israel start met de bouw van een veiligheidshek tegen terroristen. Het doet het aantal Israëlische terreurdoden drastisch dalen. Ook het aantal Arabische doden door Israëlisch geweld loopt hierdoor sterk terug. Het aantal Arabische doden door inter-Arabisch geweld gaat dit vanaf 2005 zelfs overtreffen.

Het veiligheidshek op de Westbank (kaart van The Economist),
bescherming van Israëlische bevolkingsconcentraties.
2003 Dertiende aanbod: Routekaart voor vrede. Deze wordt wel mede door de Palestijnen ondertekend, maar die geven direct daarop aan de belangrijkste bepaling (die zij ook al zonder resultaat hadden onderschreven in de Oslo-akkoorden) niet te zullen uitvoeren: het beëindigen van terreur en de ontmanteling van terroristische organisaties.
2005 De eenzijdige terugtrekking van Israel uit de Gazastrook. De bouw van het veiligheidshek heeft het mogelijk gemaakt dat Israël zich behoorlijk tegen terroristen kan beschermen zonder fysieke aanwezigheid. Een groot probleem blijven de vele raketten die vrijwel dagelijks over het hek afgevuurd worden.
2005 Dit is het eerste jaar dat er meer Palestijnen omkomen door onderling Palestijns geweld dan door Israëlisch geweld. Het is een trend die zich nadien versterkt zal voortzetten.
Dat is niet verbazingwekkend.
Sinds het einde van de Israëlische bezetting en het begin van Palestijnse autonomie ruim tien jaar geleden hebben de Palestijnen zich enorm bewapend. En is er een onafgebroken hersenspoeling geweest – door de Palestijnse media en het onderwijs – dat geweld en het sterven als martelaar het mooiste is wat er te bereiken is.
2006 Hamas wint de Palestijnse verkiezingen. Een aantal landen, waaronder Nederland en de Verenigde Staten, hebben zich vergeefs verzet tegen het meedoen van Hamas aan de verkiezingen, want nergens anders ter wereld wordt toegestaan dat terroristische en/of racistische organisaties aan verkiezingen meedoen. In een waarachtige democratie horen die niet deel te nemen aan een regering, want dan regeert in werkelijkheid de geweerloop.
2006 In reactie op de Hamas-regering kondigen de donorlanden van de Palestijnen een financiële boycot af om Hamas onder druk te zetten haar standpunt te matigen. Hamas dient het geweld af te zweren, het bestaansrecht van Israël te erkennen en bestaande vredesafspraken na te komen.
Uiteindelijk blijkt de financiële hulp over 2006 drie maal zo hoog te zijn als het voorgaande jaar.
2006 Hamas en Hezbollah vallen samen het Israël binnen ‘de grenzen van 1967’ aan, ondanks de Israëlische terugtrekkingen uit Libanon en Gaza. Zij maken daarmee duidelijk dat wat Israël ook doet om vrede te bereiken, zij het vermoorden van Joden zullen voortzetten uit onvervalst antisemitisme.
Hezbollah aanvoerder Nasrallah zegt dat onomwonden: ‘Laat alle Joden maar naar Israël vertrekken, dan hoeven wij niet wereldwijd op ze te jagen.’
2007 Hamas valt Fatah aan in Gaza en neemt het bestuur daar over. Dat richt zich vervolgens volledig op het binnensmokkelen van wapens, het aanleggen van bunkers en het afschieten van raketten op Israel.
2008 Veertiende aanbod: In geheime onderhandelingen biedt premier Olmert van Israël een Palestijnse staat aan, op basis van de wapenstilstandslijnen van 1949 (vaak de ‘grenzen van 1967’) genoemd, met enkele grenscorrecties.
De Palestijnse president Abbas weigert.

De kaart van het vredesvoorstel van Olmert

2008 Hamas verklaart dat het Israël nooit zal erkennen. Er zal dus nooit vrede met Israël kunnen zijn, hoogstens een wapenstilstand.
December: Hamas zegt de wapenstilstand op en intensiveert de raketbeschietingen die al zeven jaar (!) aan de gang zijn. Israël reageert met een militair offensief. Hamas verschuilt zich daarbij bewust tussen burgers, de oorlogsmisdaad van ‘het menselijk schild’ en is zo verantwoordelijk voor de burgerslachtoffers die vallen.
‘De dood is ons middel. Daarom gebruiken wij ouderen, vrouwen en kinderen als menselijk schild. Zij doen het fantastisch. Wij houden zo van de dood, zoals de Zionisten van leven houden.’
2009 De Fatah partij van president Abbas houdt haar zesde Algemene Congres: ‘De gewapende strijd zal pas stoppen als de Zionistische Entiteit is geëlimineerd en Palestina is bevrijd.’
2009 Vijftiende aanbod: Premier Netanjahoe verklaart zich bereid tot een tweestatenoplossing. Om de onderhandelingen vlot te trekken kondigt hij tevens een vrijwillige, tijdelijke bouwstop in de nederzettingen af (met uitzondering van de Joodse wijken van Jeruzalem).
2009-2015 De geschiedenis herhaalt zich wederom. Zowel Hamas als Fatah weigeren om een Joodse staat te accepteren. Hamas zegt: ‘de vernietiging van Israël is het onveranderlijke doel’ en Abbas zegt: ‘we zullen een Joodse staat nooit accepteren.’
2011-2015 In Syrië worden duizenden Palestijnen vermoord en honderdduizenden verdreven. Het krijgt geen aandacht van de zogenaamd pro-Palestijnse actiegroepen. Deze blijken daarmee niet zozeer pro-Palestijns, maar anti-Israëlisch.
2014 Zestiende aanbod. De Amerikaanse president Obama stelt ook de tweestatenoplossing voor. Israël aanvaardt het Amerikaanse compromis, de Palestijnse president Abbas verwerpt het.
2014 Derde Gaza raketten oorlog. Net als twee keer eerder dwingt Hamas met een rakettenregen op de burgers van Israël tot hard militair ingrijpen.
2015-2016 Steeds meer Palestijnse steekpartijen als gevolg van de haat- en leugencampagne van de Palestijnse president Abbas en andere Fatah leiders.

Zoveel betaalt de Palestijnse Autoriteit aan een terrorist
Dinsdag 9 januari 2018
Redactie Israel Today (http://www.israeltoday.nl)
Het Israëlische ministerie van Defensie heeft vandaag de bedragen gepubliceerd die de Palestijnse Autoriteit maandelijks betaalt aan terroristen die gevangenisstraffen uitzitten in Israëlische gevangenissen. De website van van het dagblad Ynet publiceerde de lijst met bedragen.

Afbeelding: Palestijnen vieren de vrijlating van terroristen uit Israëlische gevangenissen (Archieffoto: Issam Rimawi/Flash90)

De hoogte van het ‘salaris’ hangt af van diverse punten, bijvoorbeeld de lengte van de gevangenisstraf, of de terrorist getrouwd is en het aantal kinderen. Het meest verdient een terrorist die minstens 20 jaar in de gevangenis moet doorbrengen. Als het een terrorist met het Israëlische staatsburgerschap is die in Jeruzalem woont, dan krijgt hij nog 800 shekel (200 euro) extra.
Een Israëlische terrorist die tot levenslange gevangenisstraf is veroordeeld, getrouwd is en drie kinderen heeft, ontvangt een maandelijkse toelage van 1.950 shekel (ongeveer 2.600 euro). En dat levenslang.
Vorig jaar zou de Palestijnse Autoriteit meer dan 550 miljoen shekel (134 miljoen euro) hebben betaald aan de gevangen terroristen, ook aan degenen die al zijn vrijgelaten uit de gevangenis. De Palestijnse Autoriteit betaalde meer dan 687 miljoen shekel (167 miljoen euro) aan de families van zelfmoordterroristen. Die betalingen vormen ongeveer 7 procent van de totale jaarlijkse begroting van de Palestijnse Autoriteit.
Een terrorist ontvangt maandelijks de volgende geldbedragen:
♦ Bij een gevangenisstraf van 3-5 jaar – ₪ 2000 (€ 500);
♦ Bij een gevangenisstraf van 20-35 jaar – ₪ 10.000 (€ 2500);
♦ Een getrouwde terrorist – ₪ 300 (€ 75) extra;
♦ Terrorist met kinderen – ₪ 50 (€ 12,50) extra per kind;
♦ Terreur uit Jeruzalem – ₪ 300 (€ 75) extra;
♦ Israëlische terrorist – ₪ 500 (€ 125) extra.
Minister van Defensie Avigdor Lieberman lichtte de cijfers toe: ‘De Palestijnse Autoriteit betaalt meer dan een miljard shekel (250 miljoen euro) per jaar aan de terroristen en hun families. Daarmee ondersteunt het de terreur. Op het moment dat de hoogte van de betalingen afhankelijk is van de ernst van de misdaden en de hoogte van de gevangenisstraf, gaat het om financiering van terreur tegen de burgers van Israël. Niets bewijst meer dat de Palestijnse Autoriteit het terrorisme steunt. Het is onze plicht hier een einde aan te maken’.

UNRWA FARCE
Waarom UNRWA, de VN organisatie voor Palestijnse ‘vluchtelingen’ moet opstappen.
9 januari 2018
Bron: https://brabosh.com
door Vic Rosenthal.

UNRWA biedt gezondheidszorg, onderwijs en sociale uitkeringen aan ongeveer 5 miljoen mensen met de Palestijnse vluchtelingenstatus. Het kreeg zijn mandaat om tijdelijk hulp te bieden aan de 600.000 tot 700.000 Arabieren die door de oorlog in 1948 waren ontheemd volgens Resolutie 302 van de Algemene Vergadering van de VN van 1949. In de resolutie wordt opgemerkt dat
…blijvende steun voor de opvang van de Palestijnse vluchtelingen is noodzakelijk om situaties van verhongering en angst onder hen te voorkomen en om de voorwaarden voor vrede en stabiliteit te bevorderen, en dat er in een vroeg stadium constructieve maatregelen moeten worden genomen met het oog op de beëindiging van internationale bijstand voor hulp.
De resolutie bevatte geen criteria om in aanmerking te komen voor de vluchtelingenstatus. Dit werd blijkbaar besloten door het UNRWA-kaderpersoneel zelf. Maar de criteria werden gekozen op een manier die in tegenspraak zijn met de doelstellingen van de resolutie. In plaats van zodanig gestructureerd te zijn dat de vluchtelingen uiteindelijk gespeend zonder de internationale verder konden, werd in tegenstelling de definitie van vluchteling, de acties van het agentschap en het gedrag van de gastlanden waar de vluchtelingenkampen zich bevonden, alles dusdanig in werking gesteld om de grootst mogelijke vluchtelingenpopulatie te creëren – en een populatie die zonder beperking zou blijven toenemen.
UNRWA definieerde een vluchteling als iemand die vóór 1948 werd ontheemd na slechts twee jaar verblijf in Palestina, het maakte de vluchtelingenstatus erfelijk zonder een beperking van het aantal generaties en betaalde welvaartsuitkeringen afhankelijk van de gezinsgrootte. Deze omstandigheden zorgden voor de voortdurende toename van een afhankelijke bevolking. Tegenwoordig zijn er ongeveer 5 miljoen mensen met de Palestijnse vluchtelingenstatus: vluchtelingen, hun kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen.
Niet alleen zijn er meer en meer vluchtelingen gecreëerd, hun levenskwaliteit is erbarmelijk. De gastlanden (Libanon, Syrië, Gaza, Jordanië, Palestijnse Autoriteit) beperkten de mobiliteit van de vluchtelingen, eisten dat ze op specifieke locaties woonden en beperkten in sommige gevallen de beroepen die ze mochten uitoefenen. Vluchtelingenkampen – vandaag een aantal ter grootte van een stad – werden opzettelijk verwaarloosd.
In de jaren zeventig probeerde Israël de omstandigheden in sommige van de kampen die onder zijn controle kwamen te verbeteren, maar dit werd door de PLO verhinderd. Op plaatsen waar er beperkingen zijn op werkgelegenheid zoals Libanon, of plaatsen zoals Gaza waar de economie bijzonder zwak is, hebben jonge mannen geen vooruitzichten op werk. UNRWA zelf is een belangrijke werkgever van vluchtelingen; ongeveer 97% van zijn werknemers is Palestijns. In Gaza is een van de enige andere opties om toe te treden tot de ‘veiligheidstroepen’ van Hamas of een van de andere gewapende milities.
Het is niet verwonderlijk dat de UNRWA-scholen haat tegen Israël leren en de Palestijnse thema’s van onteigening en wraak koesteren. De installaties in Gaza zijn gebruikt om wapens op te slaan, volgens de meestal juiste veronderstelling dat de IDF hen zal sparen.
De meeste mensen die voorstander zijn van het voortbestaan van de staat Israël zijn het erover eens dat UNRWA een bureau is dat is ontworpen om het conflict te bestendigen, niet om het te verbeteren. En toch zijn de Israëlische functionarissen – in het bijzonder de IDF – en de belangrijkste pro-Israël organisaties in de VS altijd teruggegaan van het inzetten van het enige wapen dat verandering daadwerkelijk kon forceren, wat betekent snijden in het budget van honderden miljoenen dollars die ze jaarlijks van de VS krijgen, de grootste donor van UNRWA.
Dit komt omdat de IDF (AIPAC volgt de leiding van de Israëlische regering, die op zijn beurt die van de IDF volgt) de status-quo beschouwt als de minst slechte van alle mogelijke alternatieven. Als UNRWA wegging, wie zou 5 miljoen afhankelijke Arabieren voeden, onderwijzen en verzorgen? Zou de IDF zelf de leiding moeten nemen? UNRWA-scholen leren anti-Zionisme, maar wat leren de scholen van Hamas of de Islamitische Staat? Zou de humanitaire toestand van de vluchtelingen nog verder afnemen en zo ja, zou dit instabiliteit en terrorisme teweegbrengen?
De IDF en de Israëlische regering hebben niet het onbekende willen binnengaan, geven de voorkeur aan de duivel die zij kennen boven degene die zij niet kennen, en de VS hebben hun voorbeeld gevolgd. Maar de eenvoudige Malthusiaanse wiskunde bewijst dat deze status-quo onhoudbaar is. De VS, EU en andere donoren kunnen niet blijven voldoen aan de behoeften van een geometrisch toenemende bevolking. En hoewel Israël misschien het gevoel heeft dat doorgaan met het afkopen van de Palestijnen in haar nationaal belang is, is het voor de VS en anderen niet vanzelfsprekend dat het in de hunne ligt.
Maar er is, of zou moeten zijn, een veel groter probleem vanuit het Israëlische oogpunt. En dat is dat de definitie van UNRWA die in hoge mate anti-Israël is. Het is de belichaming van het Palestijnse ‘recht op terugkeer’, krachtens zijn erfelijke definitie van ‘Palestijnse vluchteling’.
Het belangrijkste struikelblok om een einde te maken aan het conflict tussen Israël en de Arabieren (de Palestijnen en anderen) is de eis dat de ‘vluchtelingen’ aandringen om ‘terug te keren’ naar ‘hun huizen’. Deze claim onderscheidt ons conflict van talloze territoriale geschillen over de hele wereld. Het is dat wat het geschil niet over de grenzen maakt, maar over het feitelijke bestaan van onze staat.
Het Palestijnse verhaal van onteigening wordt geschraagd door deze massieve VN-onderneming om te handhaven wat in feite een natie in ballingschap is, een land dat wacht om zijn kettingen te verbreken en uit te breiden naar wat het ziet als zijn land, zijn tijdelijke Joodse indringers verdrijvend. Het is niet verrassend dat de Palestijnen van de VN verwachten dat ze Israël dwingen hun alles te geven wat ze tijdens onderhandelingen vragen – het voldoet immers al bijna 70 jaar aan hun fysieke behoeften.
Om het conflict te beëindigen zonder de vernietiging van één of beide partijen, moet elke onderhandeling op de werkelijkheid zijn gebaseerd. Maar dankzij de UNRWA en hun andere bondgenoten hebben de Palestijnen fantasieën ontwikkeld. Twee van de onderwerpen van deze fantasieën zijn Jeruzalem en het ‘recht op terugkeer’. Het fantastische Palestijnse geloof dat zij de heilige plaatsen in Jeruzalem zullen bezitten en dat de ‘vluchtelingen’ zullen ‘terugkeren’ naar Haifa, Yafo, Acco en andere plaatsen maken het onmogelijk om het conflict vreedzaam te regelen.
President Trump lijkt te denken, zoals zijn ministerie van Buitenlandse Zaken dat niet doet, dat een omschakeling van fantasie naar realiteit een positief effect kan hebben. Ik denk dat hij gelijk heeft. In ieder geval is het zeker waar dat het zich overgeven aan de Palestijnse fantasieën tot nu toe diep onproductief is geweest.
Hoewel het niet een toereikende voorwaarde is voor een eventuele vreedzame regeling, is het een noodzakelijke voorwaarde dat de Palestijnen afstand doen van hun fantasieën. En de enige manier om de ‘terugkeer’-fantasie te verliezen, is het concept van een permanente vluchtelingenbevolking te beëindigen. Als er geen vluchtelingen zijn, kan er geen sprake zijn van ‘recht op terugkeer’. Dat betekent dat de UNRWA en haar grondbeginsel van de status van erfelijke vluchteling ook moeten worden beëindigd, ook al is het proces enigszins ongemakkelijk – en dat zowel voor de Palestijnen als voor Israël. Er kan een manier worden gevonden om de humanitaire hulp langzaam af te bouwen, maar het ideologische principe moet nu veranderen.
Mogelijk zullen de economische feiten van het leven en enkele van de geostrategische veranderingen in het Midden-Oosten die recent onder stoom zijn geraakt, dit mogelijk maken in de nabije toekomst. En dan, misschien over een paar generaties, kunnen we nadenken over de mogelijkheid van een daadwerkelijke vrede tussen de Joden en de Arabieren.

VLAAMSE VRIENDEN VAN ISRAËL
(https://brabosh.com)
13 januari 2018
Israël vernietigt een derde aanvalstunnel van Hamas in nauwelijks 3 maanden tijd
Op zaterdagavond hebben vliegtuigen van de Israëlische luchtmacht een onlangs ontdekte aanvalstunnel gebombardeerd die zich bevond in het zuiden van Rafah, nabij de grens tussen Gaza en Egypte. Dat was reeds de derde tunnel die het IDF vernietigde in de afgelopen maanden, die honderden meters doorliep zowel in Israëlisch als Egyptisch gebied vanuit de Gazastrook.
De IDF zei dat de tunnel in Gaza werd vernietigd door Israëlische straaljagers, waarmee voor het eerst door de IDF werd bevestigd dat tunnels vanuit de lucht werden vernietigd. Er werden in het verleden verschillende terreurtunnels gegraven en als gevolg daarvan opgeblazen door de IDF.
De IDF weigerde de bewering van Hamas te accepteren dat de tunnel ‘slechts’ bestemd was voor het smokkelen van commerciële goederen. Bovendien plaatst het feit dat de aanvalstunnel ook de grens naar Egypte overschreed, Hamas in een moeilijk parket met Caïro waarmee Gaza al enkele jaren een gespannen relatie onderhoudt.
Het was reeds de derde tunnel die Israëlisch grondgebied binnenkwam en door de IDF binnen drie maanden werd vernietigd. Op 30 oktober blies het leger een aanvalstunnel op die toebehoorde aan de door Iran gesteunde Palestijnse Islamitische Jihad-terroristengroep, waarbij 12 leden van de organisatie gedood werden, samen met twee Hamas-agenten. Op 10 december vernietigde het leger een tweede tunnel, die gecontroleerd werd door Hamas.
Tijdens een bezoek aan het gebied later op de dag, beloofde generaal-majoor Eyal Zamir dat de IDF de komende maanden meer tunnels zal vernietigen, terwijl het ministerie van Defensie de bouw van een barrière rondom de Gazastrook voltooit om ondergrondse penetratie te voorkomen op Israëlisch grondgebied.
Een IDF-generaal zei op zondag dat het Israëlische leger, geholpen door ‘Joodse hersenen’, een oplossing had bedacht waarmee alle grensoverschrijdende tunnels van Hamas in Israël zullen worden vernietigd. In het Arabisch zei generaal-majoor Yoav Mordechai tegen de in de VS gevestigde satellietzender Alhurra: ‘Het Israëlische genie en Joodse hersenen hebben een oplossing bedacht voor alle tunnels van de terroristen.’ De woordvoerder van het leger schreef de ontdekking toe en vernietiging van de tunnel tot een combinatie van ‘geavanceerde’ technologie en intelligentie.
‘Net zoals er ‘Iron Dome’ bestaat voor de lucht, is er thans een technologische paraplu van staal ondergronds,’ zei hij. ‘Ik wil een bericht sturen naar iedereen die aan het graven is of te dicht bij de tunnels komt: zoals je in de afgelopen twee maanden hebt gezien, brengen deze tunnels alleen de dood,’ voegde hij eraan toe. ‘De terroristische organisatie Hamas is verantwoordelijk voor alles wat in en om de Gazastrook gebeurt,’ zei IDF-woordvoerder Yoav Mordechai.
‘Investeer in scholen in plaats van in terreur’
Minister van Onderwijs, Naftali Bennett (Joods Huispartij), lid van het politiek-veiligheidskabinet, woonde op zondagavond een conferentie van afgevaardigden van de lokale overheid bij en besprak de IDF-sloop van een terreurtunnel in Gaza. Nadien verklaarde hij:
‘In de afgelopen maanden heeft het de defensie establishment en de IDF systematisch een reeks terreurtunnels vernietigd die vanuit Gaza de staat Israël binnendrongen en binnen een jaar kunnen we aankondigen dat de dreiging van de tunnels in Gaza beëindigd zal zijn.
Het is verbazingwekkend om te zien hoe groot de investering van de mankracht van Hamas in het tunnelproject is, dit is duidelijk hun nationale project. Ik zeg hier tegen de inwoners van Gaza: kies tussen het leven boven de grond en de dood onder de grond. Investeer voortaan in scholen en stop met het investeren in terrorisme.’
Eerder werd gemeld dat de grenspost van Kerem Shalom zondag niet zou worden geopend na een IDF-situatiebeoordeling. Aanvankelijk heeft het IDF geen verdere details verstrekt over de reden voor de sluiting van de grens. Hoe dan ook, de grenspost van Kerem Shalom bleef zondag gesloten voor de duur van de IDF operatie.
Deze belangrijke grensovergang ziet dagelijks honderden vrachtwagens passeren die hulpgoederen naar de Gazastrook vervoeren en fungeert als een belangrijke bron van humanitaire hulp aan de belegerde kustenclave, die door zowel Israël als Egypte wordt geblokkeerd. Volgens gegevens van COGAT is in 2017 meer dan een half miljoen ton voedsel via Kerem Shalom de Gazastrook binnengekomen, samen met 3,3 miljoen ton bouwmachines en 12.000 ton landbouwmachines.
Het is de tweede keer dat Kerem Shalom in minder dan een maand is gesloten. Israël sloot de grensovergang op 14 december af na meerdere raket- en mortieraanvallen vanuit Gaza, samen met de grensovergang van Erez die dient om mensen in en uit de Gazastrook te laten gaan. Erez heropend een dag later en Kerem Shalom werd heropend op 17 december.

VLAAMSE VRIENDEN VAN ISRAËL
Bron: https://brabosh.com/2018/01/14/pqpct-g8a/
Datum: 14 januari 2018
door Bassam Tawil
De Palestijnen vieren feest vooral wanneer een Joodse rabbijn wordt vermoord
Wat denken de Palestijnen over de moord op een jonge rabbijn en vader van zes kinderen? Ze ‘verwelkomen’ het met open armen. Dus wat als rabbijn Raziel Shevach naar verluidt een goede relatie met zijn Palestijnse buren onderhield?
De Palestijnen zijn nog steeds blij dat de rabbijn vorige week werd neergeschoten terwijl hij met zijn auto op de noordelijke Westelijke Jordaanoever reed. Ze zijn gelukkig omdat het slachtoffer een Jood was. Ze zijn gelukkig omdat het slachtoffer een religieuze positie bekleedde: Rabbijn. Ze zijn gelukkig omdat het slachtoffer een ‘kolonist’ was. Het feit dat rabbijn Shevach de vader was van zes kinderen speelt voor de Palestijnen geen enkele rol. Voor hen is het belangrijk dat een Jood is vermoord.
Dit betekende voor de Palestijnen dat zijn aanwezigheid op de Westelijke Jordaanoever ook religieus gewicht had. Een rabbijn die op de Westelijke Jordaanoever woont, symboliseert de historische en religieuze verbondenheid van de Joden met het land. Om al die redenen zijn de Palestijnen blij met de moord. Met name de politieke voorkeur van de rabbijn is niet relevant. Hij zou een lid kunnen zijn geweest van de meest extreme linkse of rechtse partij in Israël – dit zou nog steeds geen verschil maken. Rabbi Shevach werd niet vermoord vanwege zijn politieke opvattingen.
De Palestijnse Autoriteit en haar leider, Mahmoud Abbas, hebben tot nu toe geweigerd de moord te veroordelen. Abbas heeft snel terreuraanslagen over de hele wereld veroordeeld, van Rusland tot Frankrijk, Duitsland, Turkije en Egypte. Als het gaat om de moord op Joden door Palestijnse terroristen, duiken Abbas en zijn assistenten echter snel weg.
Toch is in hun wereld het falen van Abbas en de Palestijnse Autoriteit om de moord op de rabbijn te veroordelen logisch. Ze kunnen dit niet doen, omdat ze zelf al decennia lang hun volk tegen Israël en Joden hebben opgezet. In de afgelopen paar weken is de opstand tegen Israël zelfs geïntensiveerd door de aankondiging van de Amerikaanse president Donald Trump om Jeruzalem te erkennen als de hoofdstad van Israël.
Abbas vreest dat als hij de moord op de rabbijn veroordeelt, zijn volk zich tegen hem zal keren en hem zal beschuldigen van een verrader en van ‘uitverkoop’ aan de joden. Die mening verklaart gedeeltelijk waarom leiders zoals Abbas zwijgen over de meedogenloze moord op een Joodse vader van zes. Angst is echter maar één reden; er is nog een andere, diepere: Abbas en zijn hoge ambtenaren verheugen zich in werkelijkheid ten zeerste over het nieuws van deze gruweldaad.
Hier wordt het lastig: Abbas en de Palestijnse Autoriteit kunnen hun ware gevoelens niet publiekelijk uiten. Die erkenning zou de internationale hulp in gevaar brengen en hen de sympathie van velen in de internationale gemeenschap doen verliezen. Het zou hun maskers doen afvallen en hen tonen als de supporters van terreur en de antisemieten die ze echt zijn.
Tot een paar jaar geleden, zouden Abbas en de Palestijnse Autoriteit laconieke en dubbelzinnige communiqués uitbrengen die ‘alle vormen van geweld veroordelen, ongeacht de identiteit van de daders of slachtoffers.’ Dit werd alleen gedaan voor publieke consumptie, om Amerikaanse en Europese donoren te sussen. Nu is het tij gekeerd. De Palestijnen hebben zelfs niet de behoefte om terreuraanvallen tegen Joden te veroordelen, omdat de internationale gemeenschap niet langer van hen eist dat ze het terrorisme betwisten.

VLAAMSE VRIENDEN VAN ISRAËL
(https://brabosh.com)
14 januari 2018
Abbas: Oslo is voorbij, vredesakkoord enkel via internationale bemiddelaars
De Centrale Raad van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) begon haar tweedaagse bijeenkomst in Ramallah op zondagavond, en werd bijeengeroepen om de gevolgen van de erkenning door de VS van Jeruzalem als de hoofdstad van Israël te bespreken. Mahmoud Abbas, die de Palestijnse Autoriteit leidt, alsmede de leidende Fatah-factie van de PA, wil tijdens deze tweedaagse bijeenkomst een strategie bepalen om het Amerikaanse besluit om zijn ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem te verhuizen, aan te pakken.
In zijn toespraak tijdens de openingszitting zei Abbas dat Israël een ‘koloniaal project is dat niets met de Joden te maken heeft.’ Hij voegde eraan toe: ‘Europeanen wilden de Joden hierheen brengen om hun belangen in de regio te behouden.’ Wat de toekomst betreft van alle rechtstreekse besprekingen over de definitieve status en de Oslo-akkoorden die zijn voorganger (Yasser Arafat) een Nobelprijs voor de vrede opleverde, werden beide punten als dood bestempeld.
Niettemin sprak Abbas enerzijds over het beëindigen van alle gesprekken en anderzijds wendde hij zich tot de internationale gemeenschap voor toekomstige bemiddeling. Buiten dat, is het ook een open geheim dat, ondanks alle schuim en woede over het afsnijden van alle contacten met de Trump-administratie, Palestijnse Autoriteit-ambtenaren er niettemin voor hebben gezorgd om een rustige band met het Witte Huis te onderhouden. Abbas zei:
‘Ik roep de Centrale Raad op om alle overeenkomsten tussen de PLO en Israël te herzien, omdat Israël deze overeenkomsten tot een doodlopend einde heeft gebracht. We zullen deze beslissing nemen, ook al weten we van tevoren wat het zal ons brengen. Israël heeft de Oslo-overeenkomst beëindigd en daarom moet de Centrale Raad denken aan ‘Waar moeten we vanaf hier naartoe?’
Abbas beval de Raad ook aan om elke rol voor de Verenigde Staten uit te sluiten bij het bemiddelen van een vredesoplossing met Israël na de erkenning door de VS van Jeruzalem als hoofdstad van Israël, waarbij hij uithaalde naar de VS vanwege zijn ‘bevooroordeelde’ positie tegenover de Palestijnse Autoriteit:
‘We zullen niet accepteren wat de VS ons gaat voorstellen en zullen zijn bemiddeling na de misdaad in Jeruzalem niet accepteren, maar we zullen alleen een internationale bemiddeling in het vredesproces accepteren met als doel de bezetting te beëindigen. We zullen serieuze vredesbesprekingen houden onder auspiciën van de Verenigde Naties om de bezetting te beëindigen.’
Hij viel ook de Amerikaanse president Donald Trump aan over zijn bedreiging om de hulp aan de Palestijnse Autoriteit te verminderen als Ramallah niet aan de onderhandelingstafel komt. ‘Ik zie een tweet op Twitter’, zei Abbas, ‘We zullen de Palestijnen geen geld geven omdat ze weigeren te onderhandelen.’ ‘Moge je huis geruïneerd worden’, vervloekte hij Trump. ‘Waar heb je me dat aangeboden? Aan de telefoon? Op televisie?’
Abbas ging verder met zijn tirade en drong aan op:
‘Jeruzalem is onze eeuwige hoofdstad, wat er ook mag gebeuren. Het is om deze reden dat we hier bijeen zijn: om het te verdedigen. We zitten in een gevoelige positie. Waar kunnen we later een compromis over maken? De staat zelf? Abu Dis als hoofdstad? We hebben er genoeg van. Hier blijven we. We zullen de fouten uit het verleden – van 1948 en 1967 – niet opnieuw maken. Jeruzalem en Al Aqsa, waarvan Mohammed sprak, zijn een van de heiligste plekken na Mekka en Medina.
Jeruzalem is van de tafel gehaald met een snelle tweet van Mr. Trump. Niettemin, zijn we hier om te blijven. We zullen onze dorpen niet verlaten. Dit is ons land. We zullen van niemand instructies aannemen. We houden vast aan onze mensen, ons land. We zeggen tegen Trump dat we zijn deal niet accepteren. De deal van de eeuw is de klap in het gezicht van de eeuw geworden.’
Abbas had ook bittere woorden voor de Amerikaanse ambassadeur aan Israël, David Friedman:
‘De huidige Amerikaanse ambassadeur in Tel Aviv David Friedman zegt dat er geen bezetting is. Dat Israël op zijn eigen land bouwt. Hij vroeg het ministerie van Buitenlandse Zaken om af te zien van het gebruik van het woord ‘bezetting’. Ze vroegen me om hem te ontvangen. Ik zei: ‘Hem? Nee, ik zal hem niet ontvangen. Niet hier, niet in Amman en niet in Washington…’
We zullen de dialoog met de Israëli’s voortzetten omdat het nuttig is. Sommigen in het Israëlische publiek zijn voorstander van vrede en sommigen zijn tegen. Ik ben er altijd al een voorstander van geweest, al in 1977 in de vergadering van de nationale raad in Caïro. Met wie willen we vrede? Israël. Zelfs als (premier Benjamin) Netanyahu dat niet is.’
Alle leden van de verscheidene Palestijnse facties woonden de vergadering bij met uitzondering van Hamas en de Palestijnse islamitische Jihad, die beide worden ondersteund door Iran en geen van beide leden van de PLO zijn.
Tijdens de openingssessie pleitte Salim Zanoun, president van de Palestijnse Nationale Raad (PNC), het hoogste wetgevende lichaam, voor een heroverweging van de PLO-erkenning van Israël. Hij riep ook op tot een algemene strategie om het besluit van de VS over Jeruzalem en Israëlische maatregelen in de stad onder ogen te zien, waarvan de Palestijnse Autoriteit beweert dat het de hoofdstad van haar toekomstige onafhankelijke staat zal worden.

De ware reden van het islamitische antizionisme
Vertaling: Likoed Nederland (https://likud.nl),
14 januari 2018.
Door Rafael Castro, politiek analist in Berlijn.
Opmerking Likoed Nederland: dit verklaart ook de boze reactie van veel moslims op de aangekondigde verhuizing van de Amerikaanse ambassade.
De heftige islamitische vijandigheid tegenover Israël is niet eenvoudig te verklaren.
Het zionisme frustreerde ambities van het Arabische nationalisme, de Naqba veranderde honderdduizenden Palestijnen in vluchtelingen en de Israëlische onafhankelijkheid leidde tot Joodse soevereiniteit over het land waar moslims eeuwenlang hadden geregeerd. Echter, de hedendaagse geschiedenis maakt niet duidelijk waarom dit een verklaring zou bieden voor de categorische weigering van de islamitische wereld om Israël te erkennen als het thuisland van het Joodse volk.
Culturele en politieke eisen van Berbers, Koerden en Tsjetsjenen zijn ook gefrustreerd. Islamitische claims op Mindanao en Zuid-Thailand zijn geblokkeerd.
Maar de islamitische steun voor de Palestijnse zaak is uniek.
In de twintigste eeuw werden miljoenen moslims vermoord en verbannen uit de Balkan, de Kaukasus en India. Recent zijn honderdduizenden moslims vervolgd en verbannen uit Myanmar. Echter, de islamitische aversie tegen deze landen is regionaal. De afkeer tegen kleinere zionistische daden is echter universeel onder moslims.
Veel islamitische geleerden beschouwen niet-islamitische bestuur over moslimlanden als onrechtvaardig en aanstootgevend. Maar religieuze gevoeligheid voor bezetting is selectief: de Chinese onderwerping van islamitisch Xinjiang, de Indiase overname van Kasjmir en de Russische dominantie in de Kaukasus worden grotendeels genegeerd.
Echter, de Joodse controle over Palestina zorgt voor religieus fundamentalisme en terreur over de hele wereld. De bewering dat het Joodse bestuur over Jeruzalem – de derde heiligste stad van de islam – aan deze emoties ten grondslag ligt is onjuist: het zionisme werd gehaat al lang voordat Israël de controle kreeg over islamitische heilige plaatsen in Palestina.
Sommige analisten beweren dat de haat tegen het zionisme voortkomt uit islamitisch antisemitisme. Deze verklaring is niet zo sterk. Het verklaart niet waarom joden dan vele eeuwen lang in relatieve vrede en welvaart konden leven in islamitische landen. Als moslims de Joden altijd al hadden gehaat, kan niet verklaard worden hoe bijvoorbeeld Joden in India hun synagogen konden bouwden in het hart van moslimwijken en waarom veel Spaanse Joden in 1492 hun toevlucht zochten in islamitische landen.
De verklaring is wel dat het tegenwoordige islamitische antizionisme voortkomt uit de angst voor het beschadigen van de islam zelf.
Het zionisme is gebaseerd op de herinnering aan de ballingschap, om zo het Joodse recht op zelfbeschikking in het Land van Israël te claimen. De afstamming van de verbannen Joden en het vasthouden aan de Joodse religieuze tradities onderbouwen die claim.
Echter, volgens de islamitische traditie waren de Bijbelse Abraham, Mozes, David en Salomo islamitische profeten. De Joden zouden destijds eigenlijk ook in werkelijkheid moslim zijn.
Het gevolg is de islamitische vervangingsleer; het geloof dat de moslims – en niet de joden – de werkelijke erfgenamen zijn van het Joodse geloof en thuisland.
De islamitische ontkenning dat er een Joodse tempel in Jeruzalem heeft bestaan, weerspiegelt de islamitische opvatting dat oorspronkelijk de islamitische koning en profeet Suleiman een moskee op de Tempelberg bouwde. De islamitische vervangingsleer is gebaseerd op de islamitische doctrine van tahrif, die zegt dat de Joodse en christelijke geschriften een vertekend beeld geven van de islamitische boodschap van de profeten.
Deze tahrif en islamitische vervangingsleer zijn voor niet-moslims uiterst fantasierijk. Echter, deze leer is van essentieel belang om de religieuze superioriteit van de islam te onderbouwen. Deze leer verklaart ook de fundamentele reden waarom de meeste islamitische landen weigeren om de Joodse banden met Jeruzalem te erkennen en om Israël te accepteren als het thuisland van het Joodse volk.
Het erkennen van Israël als het Joodse thuisland houdt in dat je de zionistische claim accepteert. Voor moslims betekent dit dat je de Joodse geschiedenis en Joodse geschriften als uitgangspunt neemt – en niet de islamitische uitgangspunten.
Dat leidt tot de erkenning dat het Jodendom ouder is dan de islam en dat de islam zich de Bijbelse tradities uit het Jodendom eigen heeft gemaakt.
Voor Israël betekent vrede sluiten met islamitische landen een diplomatieke prestatie. Echter, voor islamitische landen betekent dit het accepteren van het zionisme en daarmee de betekenis van het Jodendom voor de islam.
Het begrijpen van deze theologische gevolgen van het zionisme voor de islam is van cruciaal belang om te beseffen waarom vrede voor Israël onbereikbaar blijft. Zonder deze theologische implicaties zou Israël waarschijnlijk worden getolereerd, als een klein probleem. Echter, vanwege de theologische gevolgen beschouwt de islamitische wereld het zionisme als demonisch.
Deze psychologische impact van het zionisme is moeilijk te overschatten. Gedurende de hele islamitische geschiedenis werd de waarheid van de vervangingsleer bewezen doordat Joden volgzame dhimmi waren, onderworpen aan islamitische heerschappij.
Het zionisme ondermijnt de traditionele religieuze hiërarchie in het Midden-Oosten. Hierdoor ondermijnt het ook het geloofwaardigheid in de islamitische superioriteit op het Jodendom. Dit creëert onzekerheid en angst, waardoor de politieke houding verhard.
Ondanks de overduidelijke voordelen van een vredesakkoord met Israël en de hoge kosten van het voortduren van het conflict, bleek uit een onderzoek van de universiteit van Bethlehem tijdens het Oslo-vredesproces dat 81 procent van de islamitische Palestijnen een Palestijns bestuur wilde over heel Jeruzalem, inclusief de joodse buurten. Slechts 33 procent van de christelijke Palestijnen steunde deze opvatting. Deze cijfers – hoewel niet recent – maken het aannemelijk dat de Palestijnse onverzettelijkheid in het conflict niet voortkomt uit een collectief historisch trauma of door nationalisme.
Want als de eisen van Palestijnse onderhandelaars zouden voortkomen uit nationale trots of de Naqba, zouden christelijke Palestijnen net zo onbuigzaam moeten zijn als hun islamitische buren. Deze enquêteresultaten wijzen er eerder op dat de weigering van Hamas en de Palestijnse Autoriteit om Israël te erkennen als het Joodse thuisland voortkomt uit religieus antizionisme van de overwegend islamitische bevolking.
Het is een feit dat Egypte en Jordanië, overwegend islamitische landen, wel vredesakkoorden met Israël hebben gesloten. Maar Egypte en Jordanië hebben Israël nooit erkend als het Joodse thuisland. Zou Israël dit hebben geëist, dan is het waarschijnlijk dat Egypte als Jordanië geweigerd zouden hebben om vrede te sluiten.
Trouwens, ondanks deze vredesakkoorden blijven Egypte en Jordanië Israël boycotten en schoolkinderen vijandig indoctrineren.
Het beëindigen van het Israëlisch-Arabische conflict vereist een islamitische erkenning van de historische en spirituele betekenis van Israël voor het Joodse volk.
Deze erkenning kan pas komen als de islamitische bevolking kennis neemt van de pre-islamitische geschiedenis, archeologie en geschriften. Islamitische betrokkenheid bij Joodse religieuze teksten is van fundamenteel belang voor de eerbiediging van de Joodse mensenrechten in het Midden-Oosten.
Zolang de religieuze legitimiteit van het Jodendom ontkend blijft worden, zal de overgrote meerderheid van de moslims ook werkelijke vrede en verzoening met Israël blijven verwerpen.

Abbas is woedend op iedereen
Redactie Israel Today (http://www.israeltoday.nl)
maandag 15 januari 2018
Het zal nog wel blijken, of de Palestijnse president zich met zijn woedende toespraak tijdens een bijeenkomst van de Centrale Raad van de PLO alleen maar in de voet heeft geschoten, of dat hij zijn politieke graf heeft gegraven.
Niet alleen ontkende hij – zoals altijd – elke Joodse band met Jeruzalem en Israël, toen hij beschreef hoe ‘de Europeanen probeerden hun belangen in het Midden-Oosten te verdedigen en daarom aan Nederland, dat op dat moment de grootste vloot had, vroeg om de Joden naar Palestina te brengen’.
Abbas beledigde ook de Amerikaanse president Trump in zijn boze toespraak, toen hij naar aanleiding van een tweet van Trump, waarin hij de Amerikaanse hulp aan de Palestijnen ter discussie stelde, zei: ’Moge uw huis instorten. Wanneer heeft u (Trump) mij iets aangeboden, aan de telefoon, op TV?’
Traditioneel werd ook van Groot-Brittannië geëist zich te verontschuldigen voor de Balfour Verklaring, die precies honderd jaar geleden de aanzet gaf tot het ontstaan van het moderne Israël.
Het is niet bekend of deze uitbarsting van woede van de Palestijnse leider was gepland, of dat hij zich alleen tot dit commentaar liet meeslepen. Het is echter zeer waarschijnlijk dat hij de Amerikaanse regering, die nu al zeer kritisch tegenover hem staat, er nog meer van heeft overtuigd, dat hij geen echte vredespartner is.

Mahmoud Abbas begraaft de tweestatenoplossing
Dinsdag, Januari 16, 2018
Likoed Nederland (https://likud.nl)
16 januari 2018
In een toespraak tot de Centrale Raad van de PLO op zondag 14 januari 2018 heeft de Palestijnse president de tweestatenoplossing begraven met een antisemitische haatspeech.
Hij stelde dat Joden niets te zoeken hebben in het land:
‘Dit land is ons land. Dit land is ons land sinds de dagen van de Kanaänieten.’
Tegelijkertijd blies hij ook zijn relatie met de Verenigde Staten op.
In de toespraak die werd uitgezonden op de Palestijnse televisie zei Mahmoud Abbas richting de Amerikaanse president Trump:
‘Naar de hel met jou. ….
Dat jouw huis in elkaar mag storten ….
Wij accepteren Amerika niet meer als bemiddelaar ….
Zijn (Trump) voorstel (over Jeruzalem) is een klap in het gezicht, maar wij zullen terugslaan.’
Zijn toespraak was verder gevuld met de meest bizarre leugens om zijn antisemitische standpunt te onderbouwen:
1 . ’Israël is een koloniale onderneming die niets met het Jodendom te maken heeft, de Joden werden slechts als werktuig gebruikt (door westerse mogendheden zoals Engeland).’
2 . ’De samenzweringen om Joden in het Midden-Oosten te vestigen begonnen al in 1653 onder Oliver Cromwell en zijn eeuwenlang doorgegaan.’ Ook Napoleon bijvoorbeeld zat in dit complot.
3 . ’De Joden wilden helemaal niet emigreren, zelfs niet als zij vermoord of afgeslacht werden.
4. Zelfs tijdens de Holocaust emigreerden zij niet.’
5. ‘De Europeanen vroegen Nederland om de Joden te vervoeren, omdat dat de grootste vloot had.’
6. ‘Theodor Herzl zei al dat de Palestijnen moesten worden uitgeroeid.’
7. ‘David Ben Gurion was tegen de immigratie van de Arabische Joden want hij haatte hen, omdat het Arabieren waren.’
8. ‘David ben Gurion bracht (toch!) de Joden uit Irak en Jemen naar Israël – tegen hun wil.’
9 . ’De profeet heeft gezegd dat Jeruzalem een van de pelgrim-steden is na Mekka en Medina.’
10. Onjuist: Jeruzalem komt niet voor in de Koran, laat staan dat Mohammed het een Pelgrimstad heeft genoemd.
11. ‘Wij waren hier al voor aartsvader Abraham. Want wij zijn de afstammelingen van de Kanaänieten.’
12 . Onjuist: de Arabieren arriveerden pas in de zevende eeuw, twee millennia na de Joden.
13 . Volgens de eigen Palestijnse ‘grondwet’, artikel 1, maakt het Palestijnse volk deel uit van de Arabische bevolking.
14 . ’Jeruzalem is van de onderhandelingstafel verwijderd door een tweet van meneer Trump.’
15. Onjuist: in de toespraak waarin president Trump de verplaatsing van de ambassade aankondigde, heeft hij uitdrukkelijk gezegd dat de toekomst van Jeruzalem een onderdeel blijft van de onderhandelingen.
Verder prees hij de Palestijnse nazi-collaborateur Al-Hoesseini, die in de Tweede Wereldoorlog duizenden Joodse kinderen naar de gaskamers liet sturen.
Ook stelde hij dat de Palestijnen sinds 1988 nooit iets hebben toegegeven aan Israël en dat ook nooit zullen doen.
Ook zullen de Palestijnen de enorme salarisbetalingen (in totaal 347 miljoen dollar in 2017) aan terroristen nooit stoppen.
Al 80 jaar wordt internationaal een tweestatenoplossing tussen Israël en de Palestijnen voorgesteld. Al 80 jaar heeft Israël elk voorstel daartoe geaccepteerd en hebben de Arabieren elk voorstel afgewezen. Dit gebeurde onder meer in 1937, 1947, 1967, 2000, 2001, 2008 en 2014. Keer op keer bleek het trekken aan een dood paard.
De reden was altijd hetzelfde: de tweestatenoplossing houdt in dat er een Arabische en een Joodse staat in vrede naast elkaar zullen bestaan.
De Arabische staat wil men wel, maar niet als daarbij de Joodse staat moet worden geaccepteerd.
De grootste Palestijnse partij, Hamas, is altijd consequent geweest in hun standpunt dat zij Israël willen vernietigen. In deze laatste toespraak laat nu ook Mahmoud Abbas zelfs de lippendienst aan de tweestatenoplossing vallen. Ook wordt de reden van de afwijzing duidelijk zichtbaar.
De tweestatenoplossing is op 14 januari 2018 als dood paard definitief begraven door Mahmoud Abbas.

Abbas heeft de deur geopend naar Israëlisch-Jordaanse onderhandelingen
VLAAMSE VRIENDEN VAN ISRAËL (https://brabosh.com)
door David Singer
17 januari 2018Met de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) die dreigt te weigeren met Israël te onderhandelen tenzij president Trump zijn erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël intrekt, krijgt Israël de gelegenheid om de PLO aan de kant te schuiven en te vervangen door Jordanië als onderhandelingspartner voor de vrede om aldus een einde te maken aan het 100 jaar oude Arabisch-Joodse conflict.
Dit dreigement – tenzij onvoorwaardelijk ingetrokken – zou Trump de kans geven om de PLO naar de politieke woestijn te sturen door Jordanië uit te nodigen om in het vredesproces te stappen en met Israël te onderhandelen over de langverwachte ‘ultieme deal’ van Trump.
Onderhandelingen tussen Jordanië en Israël kunnen Jordanië de gelegenheid bieden om een deel van Judea en Samaria (aka de Westelijke Jordaanoever) te herstellen dat in 1950 door Jordanië werd bijgevoegd – zij het illegaal – maar vervolgens terug naar Israël zag keren tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 (wettelijk beschouwd als ‘betwist gebied’).
Indien Jordanië dergelijke onderhandelingen aangaat over zowat 60% van het betwiste gebied dat onder Israëls volledige administratieve en veiligheidscontrole valt sinds de Oslo-akkoorden van 1995 en slechts 5% van de gehele Arabische bevolking van de Westelijke Jordaanoever bevat, dan kan dit zogeheten Area C-gebied eventueel bij Israël worden gevoegd.
PLO-Israël onderhandelingen in de afgelopen vijfentwintig jaar – met steun van de Verenigde Naties, de Unesco en de Europese Unie – waren (en zijn nog steeds) gericht op het creëren van een 22e Arabische staat in het betwiste gebied en dat voor de allereerste keer ooit in de geschreven geschiedenis – zijn abominabel mislukt.
Een dergelijke staat was een kunstmatig gecreëerde creatie die nooit op historische, geografische of demografische gronden te rechtvaardigen was. Het werd zelfs herhaaldelijk verworpen door opeenvolgende Arabische leiders, sinds het voor het eerst werd voorgesteld door de Peel Commission van 1937.
Gezamenlijke winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede in 1994 – de Israëlische leiders Shimon Peres en Yitzchak Rabin en PLO-voorzitter Yasser Arafat – begrepen allen de spilfunctie van Jordanië bij het beëindigen van het Joods-Arabische conflict:
1. Jordanië is voor het grootste deel (78%) het thuisland van de Palestijnse Arabieren volgens artikel 2 van het PLO-handvest.
Farouk Kadoumi – hoofd van het Politieke Departement van de PLO – benadrukte deze realiteit door op 14 maart 1977 tegenover Newsweek te verklaren: ‘Jordaniërs en Palestijnen worden door de PLO als één volk beschouwd.’
2. Shimon Peres verklaarde op 31 augustus 1978:
‘Jordanië is ook Palestina… ik ben tegen twee Arabische landen en tegen een ander Palestijns land, tegen een Arafat staat. Tegenwoordig bestaat 50 procent van de bevolking van Jordanië uit Palestijnen en dat is de Palestijnse staat…’
Peres steunde dit opnieuw toen hij op 19 april 1991 aan de Jewish Telegraph vertelde:
‘Het is geen halsstarrigheid om de populaties van Jordanië, de Westelijke Jordaanoever en Gaza als grotere overeenkomsten dan als verschillen te beschouwen. De Jordaan rivier is niet diep genoeg om in een mes te veranderen om een stuk territorium in drie plakken te snijden. De meeste Jordaniërs zijn Palestijnen: de inwoners van de Westelijke Jordaanoever zijn Jordaanse burgers en Jordanië heeft tienduizenden paspoorten uitgedeeld aan inwoners van de Gazastrook. Jordanië is daarom een bestaande staat. Het heeft een leger. Het is daarom niet nodig om een andere staat op te richten, noch een ander leger.’
3. Yitzchak Rabin vertelde op 27 mei 1985 aan de krant The Australian:
‘Eén kleine staat tussen Israël en Jordanië gaat niks oplossen. Het zal een tijdbom zijn.’
Rabin’s oplossing om het conflict te beëindigen:
‘… de Palestijnen zouden een soevereine staat moeten hebben die de meeste Palestijnen omvat. Het zou Jordanië moeten zijn met een aanzienlijk deel van de Westelijke Jordaanoever en Gaza. Ten oosten van de rivier de Jordaan is er genoeg ruimte om de Palestijnse vluchtelingen te vestigen.’
Jordaanse-Israëlische onderhandelingen over de politieke toekomst van het betwiste gebied openen mogelijkheden om het Arabisch-Joodse conflict op te lossen zoals dat nooit eerder werd overwogen. Als de verklaring van Jeruzalem van Trump dergelijke onderhandelingen vooruithelpt, dan zou president Trump kunnen slagen waar alle andere Amerikaanse presidenten voor hem hebben gefaald. De Amerikaanse president Trump de kans geven zou de politieke dood kunnen betekenen van de PLO na 54 jaar mislukt leiderschap.

PA-president Mahmoud Abbas toont zijn ware antisemitische kleuren
VLAAMSE VRIENDEN VAN ISRAËL (https://brabosh.com)
Door: Melanie Phillips
15 januari 2018
Jarenlang hebben Amerika, Groot-Brittannië en de EU benadrukt dat Mahmoud Abbas een gematigde en een staatsman-in-wording is die het verdient om te worden beloond met een staat Palestina. Jarenlang hebben ze benadrukt dat Abbas bereid is om naast de staat Israël te leven. Jarenlang hebben ze Israël de schuld gegeven van onverzettelijkheid door dit niet te geloven en dus niet akkoord te gaan met het geven van grond waarvan ze dachten dat hij het zou gebruiken om de levens van haar burgers te bedreigen.
Jarenlang hebben sommigen van ons betoogd dat Abbas moet worden beschouwd als een politieke en diplomatieke paria. We hebben gezegd dat hij een door de wol geverfde antisemiet is, omdat hij zijn ‘doctorale’ scriptie heeft geschreven over het ontkennen van de Holocaust. We hebben de aandacht gevestigd op zijn regime om zijn kinderen te leren over het bezetten van heel Israël, en dat hun grootste doel zou moeten zijn om Joden te vermoorden.
We hebben de afschuwelijke antisemitische karikaturen verspreid die zijn gepubliceerd in de media van zijn regime. We hebben erop gewezen dat hij en zijn handlangers herhaaldelijk hebben gezegd dat niet één Jood in zo’n staat van Palestina zou blijven. We hebben verwezen naar zijn herhaalde pogingen om de Joden uit hun eigen geschiedenis te schrijven door hun historische connectie met het land Israël te ontkennen, een centraal kenmerk van de Joodse religie.
Bij dit alles bleven de opeenvolgende Amerikaanse, Britse en Europese regeringen onverschillig en bleven ze deze antisemitische fanaticus beschouwen als een rationele gesprekspartner.
Toen verscheen president Donald J. Trump op het toneel, die Jeruzalem erkende als de hoofdstad van Israël. Hoewel hij de mogelijkheid openliet voor een afzonderlijke Palestijnse staat met een aanwezigheid in Jeruzalem, erkende hij expliciet de unieke historische band tussen het Joodse volk, de stad Jeruzalem en het land Israël. Hij zei ook dat de VS de fondsen zal beknotten die het verstrekt aan de UNRWA die de sage van fictieve Palestijnse vluchtelingen in stand houdt, wiens unieke en valse aanwijzing cruciaal is voor het bestendigen van de Arabische oorlog tegen Israël. Met andere woorden, hij legde een bom onder de Palestijnse Arabische leugen die het hele conflict onderbouwt, met name dat de Palestijnen de ware erfgenamen van het land zijn en de Joden daar helemaal geen rechten hebben.
Thans is Abbas in zijn echte kleuren naar buiten gekomen in een uiterst gemene en gestoorde toespraak van enkele dagen geleden voor de PLO-centrale raad.
Hij raasde en tierde dat Israël een ‘kolonialistisch project was dat niets met het Jodendom te maken had’. In feite staat het land van Israël absoluut centraal in het Jodendom, en de Joden zijn de enige mensen voor wie Israël ooit hun nationale vaderland was. Ver van de tweestatenoplossing die het Westen kiest door te geloven dat Abbas die steunt, zei hij dat de Joden helemaal geen recht meer hebben om in Israël te zijn.
Dat is waarom een van de centrale commissieleden van zijn Fatah-partij aan het begin van deze maand zei: ‘Alle zaken staan op de agenda van de (PLO) Centrale Raad … Inderdaad, wij in Fatah hebben Israël nooit erkend, nooit. Dit moet duidelijk zijn. We hebben (Israël) nooit erkend. De PLO erkende het. Wij maken deel uit van de PLO, dat klopt. En wij, als Fatah, hebben Israël niet erkend.’
Sterker nog, de ontkenning van de Holocaust was terug op Abbas’ agenda omdat hij obsceen beweerde dat de Joden in Europa, waarvan zes miljoen door de nazi’s werden vermoord, ervoor kozen om tijdens de Holocaust in hun thuisland te blijven in plaats van te emigreren.
‘De Joden wilden niet emigreren, zelfs niet onder moord en slachting. Zelfs tijdens de Holocaust emigreerden ze niet. In 1948 waren de Joden in Palestina met minder dan 640.000, de meesten van hen uit Europa,’ zei hij.
Natuurlijk is het zo dat de meeste Joden vastzaten in Europa waar ze werden afgeslacht. Duizenden hadden gered kunnen worden als ze naar Palestina waren gekomen, maar de Britten hebben dit voorkomen in flagrante tegenspraak met hun wettelijke verplichting onder het mandaat om de Joden in het land te vestigen.
Na aldus geprobeerd te hebben de genocide van de Joden teniet te doen, door hen de schuld te geven voor hun eigen vernietiging, loog Abbas vervolgens verder over de etnische zuivering van ongeveer 850.000 Joden uit Arabische landen die werden verdreven nadat de staat Israël in 1948 ontstond. Abbas verdraaide dit om de verantwoordelijkheid volledig valselijk te leggen bij de eerste premier van Israël, David Ben-Gurion:
‘Ben-Gurion wilde niet dat de Joden uit het Midden-Oosten (naar Israël) kwamen … maar toen hij het uitgestrekte land zag, werd hij gedwongen Joden uit het Midden-Oosten binnen te brengen … die niet wilden komen. Vanuit Jemen vlogen ze 50.000 Joden over … Ze hadden niet genoeg aan 50.000 Joden. Vandaar dat ze daarna naar Irak gingen, waar ze grote voorraden Joden hadden.’
Verder beweerde hij leugenachtig dat de Israëli’s hun deals met de Iraakse politici hebben afgesneden ‘om het burgerschap van de Joden af te nemen en hen te dwingen te emigreren.’ ‘Ze voldeden hier niet aan en verzamelden alle Joden in Arabische landen, van Marokko tot Algerije en Tunis, Libië , Egypte, Syrië en Libanon,’ zei Abbas.
Deze waanzinnige speech werd vrijwel zeker ingegeven door het feit dat Abbas en co zich realiseren dat met Trump het spel nu is opgestart. De VS zullen niet langer de belangen behartigen van deze Palestijnse Arabieren die al die jaren een carte blanche voor hun moorddadige leugens hebben gekregen.
Maar Groot-Brittannië en de EU gingen niet akkoord met de erkenning door Trump van Jeruzalem als de hoofdstad van Israël. Ze blijven het internationaal recht verkeerd voorstellen en geven Israël ten onrechte de schuld voor het voorkomen van een vreedzame oplossing voor de impasse in het Midden-Oosten, terwijl zij de Joodse staat voortdurend beschuldigen van het samenzweren tegen het Palestijnse-rejectionisme.
Kortom, Groot-Brittannië en de EU blijven steunen, valideren en accepteren oogluikend een agenda die zich richt op de uitroeiing van Israël gepromoot door hallucinante leugens en kwakkels over het Joodse volk samen met de grove ontkenning van de Holocaust.
De toespraak van Abbas zou naar elk lid van het Britse parlement moeten worden gestuurd en de premier, Theresa May, zou moeten worden gevraagd hoe Groot-Brittannië nog geld kan blijven geven aan dergelijke open antisemieten en ontkenners van de Holocaust. Haar zou gevraagd moeten worden hoe de Britse regering kan blijven steunen om dergelijke mensen een eigen staat te geven. Ze zou moeten vragen waarom de Britse regering deze gruwelijke realiteit en het voortdurende dodelijke gevaar dat het de Israëli’s biedt, al zo lang negeert.
Maar dan zullen veel Britse mensen zich niet bewust zijn van de ontstellende aard van Abbas’ toespraak omdat de BBC ervoor koos om weg te kijken, zoals BBC Watch opmerkt.
Abbas voelde duidelijk dat hij niets te verliezen had door deze toespraak te houden. Amerika heeft duidelijk gemaakt dat het niet langer aandacht zal besteden aan zo’n onredelijke agenda. Alleen Groot-Brittannië en de EU blijven het in leven houden, tot hun eeuwige schaamte.

Trump maakt korte metten met budget met Palestijnen
Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken
17 januari 2018
De Verenigde Staten schrappen de helft van het budget dat het land had gereserveerd voor het VN-agentschap dat Palestijnse vluchtelingen helpt. Van de 125 miljoen dollar (circa 102 miljoen euro) wordt 60 miljoen dollar overgemaakt en 65 miljoen dollar ingehouden, bevestigt het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.
Om recht te houden op het ingehouden budget moet de VN-organisatie UNRWA hervormingen doorvoeren, stelt een woordvoerster van Buitenlandse Zaken, zonder die nader te specificeren. Ze benadrukt dat het besluit niet bedoeld is om iemand te straffen.
Volgens een anonieme regeringsfunctionaris moet de manier waarop UNRWA opereert en wordt bekostigd opnieuw tegen het licht worden gehouden. Hij stelt dat andere landen meer moeten bijdragen en voegt eraan toe dat de Verenigde Staten de grootste donateur van UNRWA zijn. De woordvoerster van Buitenlandse Zaken bevestigt dat de regering wil dat de lasten beter verdeeld worden.
Niet langer ‘honderden miljoenen’ naar Palestijnen
Het besluit is in lijn met wat de Amerikaanse president Donald Trump begin dit jaar op Twitter aankondigde. De president zei de geldkraan naar de Palestijnse Autoriteit (PA) dicht te draaien. Zolang ze niet meewerken aan het bewerkstelligen van vrede met Israël zal Washington geen ‘honderden miljoenen betalen aan de Palestijnen’, liet Trump toen weten.
@realDonaldTrump
It’s not only Pakistan that we pay billions of dollars to for nothing, but also many other countries, and others. As an example, we pay the Palestinians HUNDRED OF MILLIONS OF DOLLARS a year and get no appreciation or respect. They don’t even want to negotiate a long overdue…
…peace treaty with Israel. We have taken Jerusalem, the toughest part of the negotiation, off the table, but Israel, for that, would have had to pay more. But with the Palestinians no longer willing to talk peace, why should we make any of these massive future payments to them?
VN-chef António Guterres was nog niet op de hoogte van het besluit. Hij sprak zijn bezorgdheid uit over de mogelijke halvering van het budget.
Goedkeuring van Israëlische premier
De beslissing zal op goedkeuring kunnen rekenen van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu. Begin januari gaf hij in een kabinetsvergadering aan dat hij zich volledig bij de twitter-uitspraken van Trump aansluit.
‘De UNRWA is een organisatie die het Palestijnse vluchtelingenprobleem in stand houdt, net als het verhaal van het recht om terug te keren, om de staat Israël te elimineren. Daarom moet het weg uit de wereld’, zei Netanyahu.
‘De UNRWA is een agentschap dat 70 jaar geleden werd opgericht, alleen voor Palestijnse vluchtelingen, in een tijd waarin de UNHCR dealde met vluchtelingenproblemen wereldwijd. Dit creëert een situatie waarbij we praten over achterkleinkinderen van vluchtelingen, die geen vluchtelingen zijn, maar wel worden verzorgd door de UNRWA. Een nieuwe 70 jaar gaan voorbij en die achterkleinkinderen hebben weer achterkleinkinderen. Daarom moet deze absurditeit stoppen.’

Abbas’ zwanenzang
Nieuw Israëlisch Weekblad (https://www.niw.nl/abbas-zwanenzang/)
Auteur: Bart Schut
19 januari 2018
Betekent de speech van de Palestijnse leider vol dreigementen en complottheorieën het einde van zijn politieke carrière of van zijn gezond verstand?
Wist u dat een Nederlandse supervloot na de Tweede Wereldoorlog duizenden Joden naar Palestina bracht? En dat zij daarnaartoe werden getransporteerd niet om een Joodse staat te stichten maar om een westers koloniaal project uit te voeren? Dat dit project – dat wij nu als Israël kennen – geen enkele band heeft met de Joodse geschiedenis? Of dat Israël enorme hoeveelheden drugs invoert om de Palestijnse jeugd te vergiftigen? Nee? Dan heeft u afgelopen zaterdag niet naar de verbijsterende speech van Mahmoud Abbas/ ‘Abu Mazen’ geluisterd.
Komt het voort uit frustratie over de verdeeldheid van zijn eigen volk, of over de afnemende steun vanuit de Arabische wereld, de vermeende pro-Israëlische partijdigheid van president Trump, of omdat op 82-jarige leeftijd Abbas’ geestelijke vermogens hem beginnen te verlaten? De antisemitische complottheorieën die Abbas nu spuit, sluiten naadloos aan bij de Holocaustontkenning waarmee hij als jonge man voor het eerst de aandacht op zich vestigde. Na zijn toespraak voor de Palestijnse Centrale Raad in Ramallah kan en zal niemand de president van de Palestijnse Autoriteit nog serieus nemen. Niet de Arabische leiders, die er ongenadig van langs kregen vanwege hun bemoeienis in Palestijnse zaken (hun financiële steun blijft wel welkom). Niet de Europese politici, die met kromme tenen moeten hebben geluisterd, maar zich nu in stilzwijgen hullen waar zij normaal gesproken geen enkel probleem zien in het bekritiseren van Israëls leiders. Zeker niet president Trump, een van de belangrijkste doelwitten van Abbas’ woede. En al helemaal niet de Israëli’s, die voor een keer hun onderlinge twisten vergaten en unaniem hun walging uitspraken over de bagger die de PA-president over hen en hun natie uitstortte.
Trump
Nu Abbas zich volledig buiten de orde heeft geplaatst als gesprekspartner voor wie dan ook, is de vraag of zijn ruim twee uur durende rant inderdaad een zwanenzang zal blijken. Abu Mazen is bijna 83 en de werkelijkheid is dat hij weinig heeft bereikt. De Palestijnen staan er ondanks de retoriek van opportunistische regimes als die in Ankara en Teheran de facto alleen voor. Ze zijn onderling hopeloos verdeeld en hun proto-staat is in zijn huidige vorm een niet levensvatbare dictatuur. Het zou te ver gaan dit allemaal in de schoenen van Abbas te schuiven, maar de manier waarop hij probeert anderen voor zijn eigen falen verantwoordelijk te maken, is wel erg opzichtig. Vooral Trump moet het in dit opzicht ontgelden: ‘Moge zijn huis vernietigd worden,’ smeekte Abbas de Almachtige. Het kwam weinig authentiek over. De Amerikaanse president staat pas een jaar aan het roer, terwijl het vredesproces al muurvast zit sinds 2009, toen Abbas de historische fout maakte het aanbod van premier Ehud Olmert de hele Westelijke Jordaanoever onder Palestijns gezag te laten vallen, niet eens beantwoordde. Gezien het feit dat tijdens acht jaar Obama Israëli’s en Palestijnen geen stap nader tot elkaar kwamen – sterker nog, zij spraken in die periode nauwelijks met elkaar – kan de huidige impasse Donald Trump nauwelijks worden aangerekend.
Voor Trumps mysterieuze vredesvoorstel, waarvan details nog steeds niet openbaar zijn, had Abbas geen goed woord over. ‘De deal van de eeuw is een klap in ons gezicht,’ meende de Palestijnse leider, om er dreigend aan toe te voegen: ‘Maar wij zullen terugslaan.’ Hoe dat precies zal gebeuren, bleef onduidelijk, maar Abu Mazen liet duidelijk weten niet met Trump om de tafel te gaan zitten: ‘Wij accepteren geen instructies van wie dan ook. Wij zeggen ‘nee’ tegen wie dan ook als het gaat om ons lot, om onze zaak, ons land en ons volk… duizendmaal nee!’
Specialiteit
Abbas bevestigde het gerucht dat Trump – waarschijnlijk in samenspraak met de Saoedi’s – Abu Dis heeft voorgesteld als hoofdstad van een Palestijnse staat. Dat hij hier ‘nee’ tegen zegt is begrijpelijk, Abu Dis is een onbetekenend dorp met uitzicht op Jeruzalem. Een plek die de wereld alleen kent omdat de Al-Quds Universiteit er ligt. Om dagelijks uit te kijken op het verloren gegane ‘Al-Quds’ is een lot dat je geen toekomstige Palestijnse president toewenst. Maar die andere 999 nee’s beginnen langzamerhand een specialiteit van de Palestijnse leiders te worden. Sinds de stichting van Israël in 1948 – en zelfs al daarvoor – weigeren zij keer op keer akkoord te gaan met welk voorstel dan ook.
Toch legde Abbas de schuld hiervan volledig bij de Israëli’s. Als voorbeeld nam hij de Oslo- akkoorden van 1993 en 1995. ‘Israël heeft de Oslo-akkoorden gedood,’ beweerde de PA-leider, blijkbaar vergetend dat de Israëli’s zich als consequentie van de akkoorden terugtrokken uit Gaza en 80 procent van Hebron, en dat het de tweede Palestijnse intifada was die begin deze eeuw al het einde van ‘Oslo’ inleidde. Maar dat Abbas steeds verder van de werkelijkheid verwijderd lijkt te raken, bleek uit wat hij de Israëli’s vervolgens toebeet: ‘Israël is een koloniaal project, het heeft niets met de Joden te maken.’
Israël als Brits meesterplan – iedereen die zich ook maar enigszins in de periode tussen 1917 (de Balfour-declaratie) en 1948 heeft verdiept, weet hoe belachelijk de suggestie is, gezien alle Britse tegenwerking bij de stichting van de Joodse staat. Maar Abbas lijkt terug te keren naar zijn beginjaren als ‘historicus’ waarin hij aan de Patrice Lumumba-universiteit in Moskou uitblonk in complottheorieën, getuige de titel van zijn proefschrift: De andere kant: de geheime relatie tussen nazisme en zionisme. ‘(De Britten) wilden de Joden vanuit Europa hier brengen om hun belangen in de regio te verdedigen,’ oreerde dr. Abbas. ‘Zij vroegen Nederland, dat de grootste marine ter wereld had, de Joden te transporteren.’ De Nederlandse marine als de grootste ter wereld in 1948, Abu Mazen zit er slechts drie eeuwen naast.
Abbas: ‘Israël is een koloniaal project, het heeft niets met de Joden te maken’.
Drugs
Als klap op de vuurpijl beschuldigde Abbas Israël ook nog eens van massaal drugs te importeren om ‘de Palestijnse jeugd te vergiftigen’, wat de Israëlische minister van Defensie Avigdor Lieberman de opmerking ontlokte dat de Palestijnse leider ‘zijn verstand heeft verloren’. Maar wie de tweeëneenhalf uur durende toespraak bekijkt, ziet juist een kalme Mahmoud Abbas, zeker geen verwarde man. Abbas lijkt voor een zaal vol oude, vermoeide Fatah-leiders zijn levenswerk te rechtvaardigen, gebruikmakend van de Arabische liefde voor complottheorieën (zeker als daar Joden, Amerikanen en Europeanen in voorkomen).
Het eerste effect van zijn toespraak was het verenigen van de Israëlische politiek. Van links tot (extreem-)rechts, de partijleiders spraken unaniem hun afschuw uit over Abbas’ speech. Premier Netanyahu liet vanuit India weten dat Abbas ‘zijn masker heeft afgerukt’. President Rivlin refereerde aan Abu Mazens verleden als Holocaustontkenner: ‘Hij is teruggekeerd naar zijn ideeën van een paar decennia geleden.’ Voor veel rechtse politici is Abbas’ rede zonder rede een geschenk uit de hemel. Het bevestigt in hun ogen wat zij al jaren roepen: met deze man valt niet te praten en dus valt er met de Palestijnen niet te praten. Voor Naftali Bennett, leider van Joods Huis meteen maar reden de gehele Westelijke Jordaanoever te annexeren: ‘Abbas drijft steeds verder weg van de wereld, net als het idee van een Palestijnse staat.’ Maar ook de linkse Zionistische Unie-leider Avi Gabbay beklaagde zich over Abbas’ ‘antisemitische leugens’.
Opvolging
Het is vrijwel ondenkbaar dat de Israëli’s naar de onderhandelingstafel zullen terugkeren zolang Mahmoud Abbas de Palestijnse Autoriteit leidt. Maar hier schuilt ook een probleem in: als de toespraak van zaterdag Abbas’ politieke afscheid betekent, welke nieuwe leider zal dan opstaan die zowel de bereidheid als een mandaat van de Palestijnse bevolking heeft om concessies te doen aan de Joodse erfvijand? Zelfs als hij zijn potentiële gesprekspartners beledigt met krankzinnige en antisemitische complottheorieën, is Abu Mazen gematigder dan de belangrijkste kandidaten voor zijn opvolging. Of verwacht Jeruzalem serieus tot een akkoord te komen met Hamas-leider Ismail Haniyeh of publiekslieveling Marwan Barghouti, veroordeeld tot vijfmaal levenslang wegens moord op Israëlische burgers? Abbas’ gebrek aan aanvaardbare opvolgers is misschien wel het grootste afscheidsgeschenk dat de Palestijnse leider de haviken in Jeruzalem kan geven.

Israëlische legertop: Hamas in Gaza beseft dat de veldslag om de terreurtunnels is verloren
Vlaamse vrienden van Israël
Bron: https://brabosh.com/2018/01/21/pqpct-ggz/
door Yossi Yehoshua
Hamas weet dat het de strijd om de grensoverschrijdende tunnels heeft verloren en zal waarschijnlijk zijn middelen ombuigen naar zijn productie van raketten en marine-activiteiten, zei een hoge officier in het Zuidelijke Commando van de IDF donderdag. Israël heeft tot nu toe vier kilometer voltooid van de 65 kilometer lange ondergrondse muur die langs de grens van Gaza moet worden aangelegd om terreurgroepen in de strook te stoppen van het graven van tunnels naar Israëlisch grondgebied.
Volgens de IDF-officier hebben honderden arbeiders het obstakel al opgebouwd in de buurt van de stad Sderot en de aangrenzende gemeenschappen van Netiv HaAsara, Nahal Oz, Sufa, Holit en Kerem Shalom. Het obstakelproject zal tegen midden 2019 klaar zijn. Maar dankzij de recente technologieën die in Israël zijn ontwikkeld, schatten militaire functionarissen dat de IDF in staat zal zijn om alle grensoverschrijdende tunnels van Hamas te vernietigen nog voor de voltooiing van de ondergrondse muur, met meer tunnels die naar verwachting zullen worden blootgelegd en binnenkort zullen worden gesloopt.
Op 30 oktober 2017 blies de IDF een tunnel op die 200 meter het Israëlische grondgebied bereikte en op ongeveer 2 kilometer afstand van Kibbutz Kissufim aan de zuidelijke grens van Gaza. De explosie veroorzaakte de dood van 12 Palestijnse Islamitische Jihad-terroristen. Die tunnel werd gegraven met een snelheid van 10 à 20 meter per dag. Op het diepste punt reikte de tunnel 26 meter onder de grond.
Binnen in de tunnel troffen de IDF-soldaten 1,5 kilometer betonnen platen en bogen aan en zelfs een betonnen vloer in een gedeelte van de tunnel dat begon in Khan Yunis en naar Israël leidde. De hoogte van de tunnel was ongeveer 1,80 meter, terwijl de breedte ongeveer 80 centimeter was. Het is groot genoeg om een grote strijdmacht snel er doorheen te laten bewegen, een aanval uit te voeren of een ontvoering uit te voeren en terug naar de Strook te ontsnappen.
Deze ontwikkelingen hebben de grensoverschrijdende tunnels tot een kostbare onderneming gemaakt, waarvoor veel middelen nodig zijn en die waarschijnlijk niet zo effectief zijn als dat ooit was. Hoe dan ook, Hamas zal naar verwachting doorgaan met het bouwen van de verdedigende tunnels in de Gazastrook.
‘Elke dag kunnen we geconfronteerd worden met een escalatie in Gaza’, vertelde de officier van het Zuidelijke Commando aan militaire correspondenten tijdens een rondleiding door de tunnel aan de grens met Gaza op donderdag. ‘We zijn onze paraatheid aan het verbeteren, terwijl Hamas wanhopig toekijkt hoe de miljoenen die het investeerde in ijzer en infrastructuur voor de tunnels, op niets uitdraaiden.’
De officier ging verder met uit te leggen dat de belangrijkste kwestie in de Strook de economische crisis is ‘die Hamas leidde tot verzoening met (PA-president) Abbas. Gaza bevindt zich in de slechtste staat van het afgelopen decennium.’ Hij voegde eraan toe dat de oplossing voor Gaza ‘niet zal komen van de Amerikaanse hulp aan UNRWA, maar van internationale projecten.’ Hij benadrukte echter dat de situatie in Gaza niet zal verbeteren zolang Israëlische burgers en krijgsgevangenen daar door Hamas worden vastgehouden.

Averechts effect bij extra geld aan Palestijnen
Bron: https://likud.nl/2018/01/averechts-effect-bij-extra-geld-aan-palestijnen/
Zondag, 21 Januari, 2018
Minister Kaag van Ontwikkelingssamenwerking geeft sneller dan gepland 13 miljoen euro aan de hulporganisatie voor Palestijnse ‘vluchtelingen’ van de VN, UNRWA.
Dit naar aanleiding van het feit dat de Verenigde Staten hun hulp aan deze organisatie afgelopen dinsdag halveerden.
Die vermindering was volkomen terecht. Want er zijn inmiddels vrijwel geen Palestijnse vluchtelingen van de oorlog in 1948 in leven. Dit geld wordt dan ook niet gebruikt om Palestijnse vluchtelingen te helpen maar om de nakomelingen daarvan opgesloten te houden in soms mensonterende kampen.
Zelfs de meerderheid van die Palestijnse nakomelingen – die leeft onder zelfbestuur in de autonome Palestijnse gebieden in de Westbank en de Gazastrook – blijft eindeloos opgesloten in kampen.
Dit gebeurt op orders van hun eigen leiders. Omdat het aantal nakomelingen blijft toenemen, wordt de overbevolking in die kampen steeds groter. Hun situatie wordt dus steeds slechter.
Deze Palestijnen dienen het recht te krijgen om hun kampen te verlaten en als vrij, volwaardig burger te kunnen leven in het gebied waar zij geboren en opgegroeid zijn.
De Palestijnen zijn de enige groep ter wereld waarvan de nakomelingen van vluchtelingen aanspraak kunnen blijven maken op de regelingen voor hun ouders, grootouders en overgrootouders.
Als enige ‘vluchtelingenprobleem’ ter wereld wordt dit probleem daardoor met de tijd alleen maar groter, in plaats van kleiner.
De kosten worden gedragen door de internationale gemeenschap, waaronder de Nederlandse belastingbetalers.
De Verenigde Staten hebben nu het verstandige besluit genomen om de hulp af te bouwen, iets wat juist navolging verdient.
In het persbericht van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt gesteld dat als de hulp niet gegeven wordt er ‘risico is dat de stabiliteit in de regio nog verder onder druk komt te staan.’ Het omgekeerde is het geval.
Er is overweldigend bewijs dat UNRWA het geld juist gebruikt om Palestijnen van kind af aan te radicaliseren.
Ook is keer op keer gebleken dat de gebouwen van de UNRWA in de Gazastrook worden gebruikt als uitvalsbasis voor terreur van de radicaal-islamitische Hamas-organisatie. Afgelopen oktober nog werd weer een terreurtunnel onder een UNWRA school ontdekt.
Sowieso heeft de 33 miljard euro die de afgelopen 22 jaar is overgemaakt aan de Palestijnen averechts gewerkt, zoals Elsevier constateert en zal ook dit extra geld ‘een zeer onwenselijke situatie in stand houden’.
Historica Els van Diggele die een jaar lang onderzoek deed in de Palestijnse gebieden kwam in haar recente boek ook tot dezelfde conclusie: dat deze ‘ontwikkelingshulp’ beter in een bodemloze put kan worden gegooid: het houdt slechts een totaal opgeblazen ambtenarenapparaat in stand. Op geen enkele manier draagt het bij aan de opbouw van de Palestijnse economie. Integendeel, het geld stimuleert slechts corruptie en vriendjespolitiek – waarvan de gewone Palestijn het slachtoffer is.
Bovendien wekt het de indruk of de Palestijnen nu beloond worden voor de afschuwelijk antisemitische haatspeech van de Palestijnse president Abbas van afgelopen zondag.
Het besluit van de nieuwe D66 minister Sigrid Kaag (met sterke Palestijnse banden) is dan ook omstreden, gezien het feit dat de andere drie regeringspartijen hier direct Kamervragen over hebben gesteld.
In elk geval is het na 70 jaar de hoogste tijd dat de onzinnige uitzonderingspositie voor de nakomelingen van Palestijnse vluchtelingen verdwijnt. Zodat de belastingbetalers wereldwijd niet langer blijven opdraaien voor de kosten van generaties nepvluchtelingen.
Dat geld kan beter gebruikt worden voor echte vluchtelingen.

Amerikaans ministerie verzwijgt opzettelijk werkelijk aantal nog levende Palestijnse vluchtelingen
Vlaamse vrienden van Israël
Bron: https://brabosh.com/2018/01/21/pqpct-ggg/

Arabieren vluchten in 1948 weg uit ‘Palestina’ in de verwachting om snel terug te keren nadat de Joden van de kaart zouden zijn geveegd door de oppermachtige Arabische legers van Allah. Echter, een en ander liep niet helemaal zoals verwacht…

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zit op een gerubriceerd rapport waarin staat wat iedereen die de eerste alinea leest op Wikipedia over het VN-agentschap (UNRWA) over de Arabieren die het Britse Mandaat Palestina verlieten tijdens de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog van 1948: na 70 jaar zijn die vluchtelingen bijna helemaal verdwenen.
Volgens dat gerubriceerde rapport van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, berichtte The Washington Free Beacon op donderdag 20 januari 2018 dat het werkelijke aantal authentieke vluchtelingen schommelt rond de 20.000.
Een van de vragen op de FAQ-pagina van de website van de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA) luidt: ‘Wie is een Palestijnse vluchteling’ wordt gevolgd door het antwoord:
‘De operationele definitie van een Palestina vluchteling is een persoon wiens normale verblijfplaats Palestina was in de periode van 1 juni 1946 tot 15 mei 1948, en die zowel thuis als de middelen van bestaan verloor als gevolg van het conflict uit 1948.’
De FAQ-pagina gaat dan verder: ‘Palestina-vluchtelingen zijn personen die voldoen aan de bovenstaande definitie en afstammelingen van vaders die aan de definitie voldoen.’ Met andere woorden, iemand die in een vluchtelingen-kamp ergens in het Midden-Oosten is geboren en daar zijn hele leven heeft gewoond en nooit in Israël is geweest, wordt beschouwd alsof hij zelf tussen 1946 en 1948 in Palestina was ontworteld. Dat is de reden waarom UNRWA, wiens oorspronkelijke lijst van ontwortelde afhankelijke personen ca. 860.000 personen omvatte, vandaag meer dan 5.000.000 ‘vluchtelingen’ verzorgt, in Judea en Samaria, Gaza, Jordanië, Libanon en Syrië.
Er bestaat geen twijfel over dat UNRWA is geschapen om ervoor te zorgen dat Israël op een dag zal worden gedwongen om binnen zijn grenzen niet alleen degenen opnieuw te vestigen wiens voeten daar vóór 1948 de grond raakten, maar eveneens al hun nakomelingen.
Er bestaat dan ook geen enkele twijfel over het feit dat de UNRWA in wezen werd opgericht om een demografische tijdbom te creëren en te cultiveren die specifiek gericht is tegen de Joodse staat. Omdat, in tegenstelling tot alle andere vluchtelingenagentschappen, UNRWA de enige is die zich inzet om het herstel van zijn cliënten te voorkomen door ze als eeuwige vluchtelingen te houden.
UNRWA is het enige vluchtelingenagentschap dat gescheiden is van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen (UNHCR), het belangrijkste VN-vluchtelingenagentschap, dat verantwoordelijk is voor hulp aan niet-Palestijnse vluchtelingen overal ter wereld. In tegenstelling tot UNRWA heeft de UNHCR een specifiek mandaat om zijn vluchtelingen te helpen hun vluchtelingenstatus te elimineren door lokale integratie in het land waarnaar ze zijn gevlucht, hervestiging in een derde land of, indien mogelijk, repatriëring.
Met andere woorden, hoewel de activiteiten van UNHCR zijn om het aantal ontheemden te verminderen door hen te helpen met hun leven door te gaan, is UNRWA toegewijd om hen te ontheemd te houden. Kosten: ten minste 1,1 miljard dollar per jaar, waarvan het Amerikaanse aandeel in 2016 $ 368 miljoen is geweest.
Dat is veel geld dat vandaag wordt besteed aan 20.000 echte vluchtelingen. Volgens de Beacon moet elke Amerikaanse functionaris die het rapport wil lezen, een geheime beveiligingsverklaring ondertekenen en toegang hebben tot een beveiligde faciliteit met de documenten. Of klik op ‘UNRWA’ en ‘UNHCR’ in hun Wikipedia-zoekvenster.
Volgens de Beacon werd het UNRWA-rapport voor het eerst in 2015 in gebruik genomen door de voormalig Republikeinse senator Mark Kirk, die vervolgens een amendement van het congres doorstuurde om het ministerie van Buitenlandse Zaken te verplichten het Congres een rapport te verstrekken over het precies aantal vluchtelingen dat door UNRWA wordt bediend die daadwerkelijk leefde op het grondgebied dat nu bekend staat als Israël tussen 1946 en 1948.
Maar het ministerie van Buitenlandse Zaken classificeerde zijn rapport en liet de senator nooit iets weten. Toen het Congres er in 2017 van hoorde, stuurde het het ministerie van Buitenlandse Zaken een niet-geclassificeerde versie van het rapport aan – dat werd genegeerd.

EU: Geen vredesbesprekingen zonder VS en Trump
Redactie Israel Today (http://www.israeltoday.nl)
dinsdag 23 januari 2018
De Palestijnse leiders weten dat nooit aan al hun eisen zal worden voldaan zolang de Amerikaanse president Donald Trump in functie is. Tenminste niet zolang Amerika de belangrijkste bemiddelaar is in het vredesproces in het Midden-Oosten. Kan iemand anders die rol overnemen?
Daartoe spant de Palestijnse leider Machmoud Abbas zich tot het uiterste in om het Amerika van Trump uit die rol te verwijderen en een andere derde partij te vinden, die sympathieker staat tegenover het Palestijnse verhaal.
Een week nadat Abbas publiekelijk had gewenst dat het huis van Trump zou worden vernietigd, bracht zijn zoektocht hem naar Brussel, waar hij de Europese Unie dringend verzocht om de ‘Staat Palestina’ officieel te erkennen en de teugels van het vredesproces over te nemen.
Eén land, Slovenië, stemde ermee in Palestina te erkennen, en de EU beloofde een meer ‘centrale’ rol te spelen in het vredesproces, maar uiteindelijk mislukte Abbas in zijn missie.
Federica Mogherini, de hoge EU-vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, was het er mee eens dat de EU een prominentere rol zou moeten spelen in het vredesproces, maar stelde niettemin dat ‘geen enkele inspanning de twee partijen ooit aan tafel zal brengen als het internationale multilaterale kader niet de Verenigde Staten omvat’. Met andere woorden, geen Trump, geen overeenkomst.

Palestijnse schoolboeken voeden op tot terrorist
door: Miriam F. Elman (universitair hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Syracuse).
Vertaling: Likoed Nederland https://likud.nl
24 januari 2018De Palestijnse Autoriteit wordt door het Westen beschouwd als ‘gematigd’ en ‘vredespartner’. In werkelijkheid voedt zij een hele generatie Palestijnse kinderen op in scholen en met sportwedstrijden en stadions vernoemd naar massamoordenaars.
Een nieuwe studie door het Instituut voor de Monitoring van Vrede en Culturele Tolerantie in het Schoolonderwijs (IMPACT) documenteert hoe Palestijnse kinderen worden geïndoctrineerd met haat door hun schoolboeken. Ook de nieuwe schoolboeken voor de meer dan een miljoen beïnvloedbare kinderen blijken nog steeds Israël te demoniseren. Sterker nog, de radicalisering is nog groter geworden.
Palestijnse kinderen worden voorbereid op de oorlog van de Jihad en aan het jezelf opofferen als martelaar (door het omkomen bij het doden van ‘ongelovigen’). Dit blijkt uit het nieuwste IMPACT rapport van 106 pagina’s naar 66 nieuwe Palestijnse schoolboeken voor de groepen 5-11.
De belangrijkste bevindingen:
1. Er is geen sprake van vrede als een politiek mogelijkheid.
2. Sterker nog, er zijn letterlijk nul vermeldingen van vrede in de nieuwe schoolboeken. Er staat dan ook niets in over de Israëlisch-Palestijnse vredesonderhandelingen, over de overeengekomen vredesakkoorden of de erkenning van Israël.
3. Sterven voor Palestina is beter dan leven.
4. Mensen die kiezen voor eigen succes en carrières zijn lafaards en verraders van de Palestijnse zaak.
5. Geweld en oorlog tegen Israël zijn permanent en gerechtvaardigd.
6. Jihad is het belangrijkste aspect van het leven.
7. De islam wordt gekenmerkt als een religie van oorlog in plaats van vrede.
8. Kinderen worden gewaarschuwd om de jihad-oorlog nooit in de steek te laten.
9. De (salafistische) islam en het Arabische volk zijn belangrijk, in tegenstelling tot de Palestijnse identiteit.
10. Het Westen dient gewantrouwd te worden.
11. Er wordt niets verteld over de Joodse geschiedenis van het land.
12. De tegenwoordige Joodse aanwezigheid wordt beschreven als crimineel.
Het dieptepunt is een tekst over de zes miljoen ‘rovende buitenlandse Joden’ in Israël. Een gedicht vraagt dat deze zes miljoen Joden zullen worden ‘vernietigd en geëlimineerd’.
Volgens de schoolboeken zijn niet-moslims gedoemd om naar de hel te gaan.
NB.: Ook Israëlische schoolboeken zijn onderzocht. Daarin wordt kinderen niet onderwezen om martelaar te worden, wordt positief over vrede geschreven en negatief over oorlog (zij het als soms noodzakelijk), wordt wel melding gemaakt van de Palestijnen en over de Arabische geschiedenis en lijden.
Echter Palestijnse schoolboeken verheerlijken – in strijd met de gesloten vredesakkoorden – geweld en terrorisme en moedigen jongeren aan tot geweld. Zo bevatten zelfs wiskundeboeken sommen die de leerlingen vragen te berekenen hoeveel ‘martelaren’ er stierven in de eerste en tweede intifada. Kaarten laten ‘Palestina’ zien als iets dat Israël dient te vervangen en het woord ‘vrede’ bestaat niet.
Er kan geen echte Israëlisch-Palestijnse vrede komen als het onderwijs dit niet stimuleert. Kinderen moet geleerd worden dat er een ‘ander’ bestaat die ook rechten heeft en dat er mogelijkheden zijn om het conflict vreedzaam op te lossen. Helaas doen de Palestijnse schoolboeken dat nog steeds niet en zelfs nog minder dan voorheen.

The Donald is nog niet klaar met de Palestijnen; nieuwe sancties tegen de PLO/PA
VLAAMSE VRIENDEN VAN ISRAËL (https://brabosh.com)
26 januari 2018

De Verenigde Staten overwegen meer sancties tegen de Palestijnse Autoriteit omdat ze blijven weigeren om aan te zitten voor gesprekken met Israël, zeiden functionarissen in Washington tegen Hadashot (voorheen Channel 2 News) op donderdag 25 januari 2018.
Volgens die bronnen, als PA-voorzitter Mahmoud Abbas niet snel tot bezinning komt en terugkeert naar de onderhandelingstafel, zal de Amerikaanse president Donald Trump niet stoppen met het verder terugschroeven van hulp aan de PA en de volgende sanctie zal de sluiting zijn van de kantoren van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) in Washington en het terugsturen van de PLO-gezant naar Ramallah.
Het rapport kwam uren nadat Trump, tijdens een ontmoeting met premier Benjamin Netanyahu in Davos, dreigde alle monetaire hulp aan de PA af te schaffen tenzij deze instemde om de onderhandeling met Israël te hervatten en de PA zwaar bekritiseerde voor het boycotten van vice-president Mike Pence toen hij eerder deze week Israël bezocht.
‘Ze hebben ons een week geleden niet gerespecteerd door onze geweldige vice-president niet toe te staan hen te zien, en we geven ze honderden miljoenen dollars aan hulp en ondersteuning – enorme aantallen, cijfers die niemand begrijpt,’ beschuldigde de president, die eraan toevoegde: ‘Dat geld gaat niet naar hen tenzij ze terug aan tafel gaan zitten en over vrede onderhandelen.’
Nikki Haley en de PLO
Zijn opmerkingen leken een verslag van Hadashot van woensdag te bevestigen waarin stond dat de Amerikaanse ambassadeur bij de VN Nikki Haley aandrong op verdere bezuinigingen op de Amerikaanse hulp aan de PA, naast de verlaging van de financiering aan UNRWA, het Palestijnse hulpagentschap van de Verenigde Naties voor de 5,3 miljoen nakomelingen van de ‘Palestijnse vluchtelingen’ van 1948.
Haley haalde op donderdag scherp uit naar Abbas, zeggende dat de PA niet voorbereid lijkt om vrede na te streven en zij voegde eraan toe dat de Amerikanen niet geïnteresseerd zijn in het ‘achterna lopen’ van de PA-leiders in een poging om de gesprekken tussen de PA en Israël te herstarten.
De VS hebben al eens gedreigd de PLO-missie in New York te beëindigen. In november stuurde minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson een brief naar het Palestijnse leiderschap met de waarschuwing dat de delegatie zou worden gesloten als gevolg van de oproep van Abbas aan het Internationaal Strafhof (ICC) om Israël te onderzoeken en Israëli’s te vervolgen.
Later zeiden functionarissen van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat besloten was om de delegatie ten minste 90 dagen open te houden, en aan het einde van die periode zou Trump kunnen aankondigen dat hij zijn activiteit verlengt omdat het van vitaal belang is voor de ondersteuning van ‘zinvolle’ Israëlische – Palestijnse onderhandelingen.
PLO blaft wel maar bijt niet
De gezant van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) naar Washington, Husam Zomlot, heeft donderdag scherp uitgehaald naar de Amerikaanse president Donald Trump en zei dat de erkenning van Jeruzalem vorige maand als de hoofdstad van Israël neerkwam op ‘een mes in de rug steken’.
Zomlot sprak in de denktank van het Middle East Institute en werd geciteerd door JTA. Het was de eerste keer dat hij openbare opmerkingen maakte sinds de aankondiging van Trump op 6 december dat de VS Jeruzalem als de hoofdstad van Israël hebben erkend.
De PLO-gezant herhaalde dat de Palestijnse Arabieren de tweestatenoplossing blijven nastreven en blijft zoeken naar betrokkenheid met de Israëli’s. ‘We moeten het echte vredesproces beginnen door Israël-Palestina (als een binnenlandse kwestie) te verwijderen of Palestina een binnenlands probleem te maken’, zei hij, volgens JTA. ‘Maar enkel Israël te blijven beschouwen als een binnenlands probleem en niet Palestina – dat werkt al 26 jaar niet meer.’
Volgens Zomlot is blijkbaar het bestaan van Israël enkel een binnenlands probleem van de Palestijnen. Rare jongens toch, die ‘Palestijnen’…

Mahmoud Abbas: tien ongemakkelijke feiten
Zondag 28 Januari 2018
Door Gilad Zwick.
Vertaling: Likoed Nederland
De Verenigde Staten proberen de vredesbesprekingen met de Palestijnse president Mahmoud Abbas nieuw leven in blazen.
Het is daarbij van belang om deze tien ongemakkelijke feiten te weten.
1. Mahmoud Abbas was een terrorist.
Abbas was één van de planners en financiers van de massamoord op 11 Israëlische Olympische atleten in München in 1972.
Dat heeft de organisator van deze afschuwelijke slachtpartij verklaard. Abu Daoud stelde dat Abbas verantwoordelijk was voor de financiering. De Palestijnse leider heeft ook geen spijt over zijn rol in de moord op de Israëlische atleten. Integendeel, hij schept erover op.
In september 2003 beschreef de officiële Facebook-pagina van de Fatah-beweging – onder leiding van Mahmoud Abbas – de moorddadige aanval als een ‘heldhaftige operatie’ en als een demonstratie van ‘de moed en de macht van de Palestijnse verzetsstrijder en zijn opoffering voor het vaderland en voor de zaak.’
2. Abbas prijst moordpartijen.
In mei 2013 gaf Abbas de ‘Ster van Eer’ aan Nayef Hawatmeh, de leider van de Palestijnse terreurgroep PFLP, het Populaire Front voor de Bevrijding van Palestina.
Hij organiseerde het beruchte Ma’alot-bloedbad in 1974, waarbij 22 Israëlische schoolkinderen werden geëxecuteerd. De Palestijnse leider heeft de organisator van deze moord op kinderen geëerd: ‘als erkenning van zijn belangrijke nationale rol in dienst van de Palestijnse zaak en het Palestijnse volk en de erkenning van zijn inspanningen om de vlag van Palestina te laten wapperen sinds de start van de Palestijnse revolutie door voortdurende strijd.’
3. Abbas ontkent de Holocaust.
In zijn doctoraalscriptie ‘De andere kant: De geheime relatie tussen de nazi’s en zionisme’ betwijfelt Abbas de historische waarheid dat er zes miljoen Joden zijn vermoord in de Holocaust.
In zijn proefschrift stelt hij dat er ‘geruchten’ zijn van zes miljoen slachtoffers. Abbas beweert echter dat niemand dit aantal kan bevestigen: ‘Het aantal joodse slachtoffers zou zes miljoen kunnen zijn, maar het kan veel kleiner zijn, misschien zelfs minder dan een miljoen.’
Daarnaast beschreef hij uitgebreide samenzweringstheorieën over een zogenaamde samenwerking tussen nazi’s en zionisten. Hij schreef dat de leiders van de zionistische beweging ‘legitimiteit verlenen aan elke racist in de wereld en vooral aan Hitler, om de Joden in hun macht slecht te behandelen, als dat maar zou helpen dat er Joden naar Palestina zouden emigreren.’
Het was juist Hadji Amin al-Husseini, de leider van de Arabieren in Israël die tijdens de Tweede Wereldoorlog met de nazi’s collaboreerde, met als doel om de Joodse bevolking in het midden Oosten uit te roeien. Dit harde feit komt natuurlijk niet voor in de foute doctoraalscriptie van Abbas.
4. Abbas moedigt geweld tegen Israëli’s aan.
‘We zullen niet toestaan dat de vieze voeten van Joden de Al-Aqsa-moskee verontreinigen’, zei Abbas in september 2015.
Hij zegende: ‘elke druppel bloed die voor Jeruzalem wordt vergoten. Dat is schoon en zuiver bloed, vergoten voor Allah.’
De verklaring van Abbas kwam middenin de laatste terreurgolf, waarin 43 Israëli’s door Palestijnse terroristen werden vermoord.
In een toespraak die hij afgelopen juni voor het Europees Parlement hield, verspreidde Abbas antisemitische bloedsprookjes over Israël. Hij beweerde dat ‘een aantal rabbijnen in Israël heeft in een verklaring van de regering geëist dat het water vergiftigd wordt om de Palestijnen te vermoorden.’ Later heeft hij zijn woorden ‘ingetrokken’, maar de officiële Palestijnse media blijven deze antisemitische laster verspreiden.
Tegelijkertijd heeft de Palestijnse leider geweigerd om terreuraanslagen te veroordelen, zoals de verschrikkelijke moord op 13-jarige Hallel Yafa Ariel in haar bed. De moordenaar van Ariel werd geïnspireerd door een van de adviseurs van Abbas.
Abbas heeft ook de families ontvangen van moordenaars die omkwamen bij hun terreuraanslagen. Hij noemde hen zelfs herhaaldelijk ‘martelaren’ die ‘het land Palestina verzadigen met hun bloed’.
De officiële Facebookpagina van Fatah, de organisatie van Mahmoud Abbas, staat bol met steun aan terreur en aanmoediging van moord op Israëli’s.
5. De Palestijnse Autoriteit betaalt terroristen.
De Palestijnse Autoriteit betaalt enorme salarissen aan terroristen die in Israëlische gevangenissen zitten en aan hun gezinnen. Het bedrag loopt op met de hoeveelheid Israëlisch bloed dat ze op hun geweten hebben.
In 2017 werd 350 miljoen dollar betaald aan terroristen.
De Palestijnse Autoriteit heeft verklaard dat zij ondanks de eisen van de regering Trump niet van plan zijn hun steun voor terrorisme te stoppen of zelfs maar te korten.
6. Abbas misbruikt ontwikkelingshulp.
Abbas verwerpt het duidelijke verzoek van de VS om te stoppen met het ondersteunen van terroristen. Dit ondanks het feit dat de Palestijnse Autoriteit niet zou kunnen bestaan zonder buitenlandse hulp.
De Wall Street Journal meldde dat de Palestijnen wereldleiders zijn in buitenlandse hulp per hoofd van de bevolking.
Volgens Caroline Glick betalen de Amerikanen gemiddeld 600 miljoen dollar per jaar gemiddeld aan de Palestijnse Autoriteit – het hoogste bedrag aan hulp per hoofd van de bevolking. De Palestijnen krijgen daarnaast ook enorme bedragen van andere internationale organisaties. Zo werd ongeveer $ 6,7 miljard (!) gegeven aan de Westbank en Gaza als ‘humanitaire hulp’.
Zonder het buitenlandse geld heeft de Palestijnse Autoriteit een begrotingstekort 32,5%.
7. Abbas streeft naar de vernietiging van Israël als Joodse staat.
Abbas wil het Joodse karakter van Israël vernietigen door het te laten overstromen met miljoenen Palestijnen uit de hele wereld.
Daarnaast weigert Abbas om Israël als een Joodse staat te erkennen.
‘Wij zullen Israël niet erkennen als Joodse staat,’ verklaarde Mahmoud Abbas keer op keer.
(Toevoeging Likoed Nederland: recent bleek dat hier een hevig antisemitisme bij Abbas aan ten grondslag ligt. In een toespraak afgelopen december beweerde Abbas:
‘Joden zijn bedriegers die de geschiedenis vervalsen. Dit staat vermeld in de heilige Koran.’
En in een toespraak op 14 januari 2018 beweerde hij dat Joden helemaal niet in Israël wilden wonen, dat Joden geen band met Israël hebben en nog veel meer antisemitische haattaal).
8. Abbas verhindert Palestijnse democratie.
Abbas heeft al acht jaar geen mandaat meer als Palestijnse president. Zo lang houdt hij nieuwe verkiezingen tegen.
In januari 2005 werd Abbas voor vier jaar gekozen. Die nieuwe verkiezingen hadden in 2009 gehouden moeten worden maar hebben nooit meer plaatsgevonden. Zo blijft Abbas aan de macht zonder democratische legitimiteit.
9. Abbas is een tiran.
Niet alleen verhindert de Palestijnse leider democratische verkiezingen, maar hij misbruikt ook zijn positie om politieke tegenstanders dwars te zitten.
De afgelopen maanden heeft Abbas besloten de parlementaire immuniteit van vijf Palestijnse parlementsleden op te heffen die zijn grootste tegenstander zijn. Dit stelt zijn veiligheidsdiensten in staat om hen te arresteren en te ondervragen.
Hieronder is Mohammad Dahlan, de belangrijkste tegenstrever en concurrent van Abbas. In december heeft een Palestijnse rechtbank Dahlan en andere tegenstanders van Mahmoud Abbas veroordeeld op grond van aanklachten van corruptie en hen veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf. Dahlan is bij verstek veroordeeld, omdat hij na een aanvaring met Abbas de Westbank al in 2011 verlaten heeft en zich in de Verenigde Arabische Emiraten gevestigd heeft.
10. Abbas is een vijand van de vrijheid van meningsuiting en mensenrechten.
Abbas bestrijdt zijn ‘interne vijanden’ met martelingen en intimidatie van journalisten.
‘De bewakers bonden mijn armen en benen vast en sloegen mij een halfuur,’ vertelde Azam el-Fahl aan de BBC. Dat is een Hamas-lid die was gearresteerd. El-Fahl voegde daaraan toe dat de mensen van de Palestijnse Autoriteit hem zelfs gedwongen hebben om toe te kijken hoe zij een Hamas-leider martelden, sjeik Majd el-Barghouti. Die is door de marteling overleden.
Overigens is de Palestijnse Autoriteit niet de enige die politieke gevangenen martelt. Andersom martelt Hamas soms Fatah-leden en executeert die ook.
De Palestijnse leider schendt ook de persvrijheid en jaagt iedereen angst aan die hem zou durven kritiseren. Vier jaar geleden gooide Abbas twee Palestijnse journalisten in de gevangenis vanwege een spotprent van hem. Ook werd een Palestijn tot een jaar gevangenis veroordeeld nadat hij op Facebook een plaatje had gemaakt met Abbas als voetballer. Pas nadat hij gezegd had dat hij het niet negatief bedoelde, werd de aanklacht ingetrokken.

Zo probeert Jared Kushner namens zijn schoonvader Israël en de Palestijnen nader tot elkaar te krijgen
door: Erst Lissauer
1 februari 2018
Bron: ?
Jared Kushner, de schoonzoon van Donald Trump, is belast met de onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen, die rust, veiligheid en vooruitgang moet brengen in Israël en de omringende landen. Hij werkt aan een contract waaraan alle partijen zich moeten houden en waar alle partijen aan verdienen. De blauwdruk valt te destilleren uit de vele lekkages, maar opvallend nieuw is de zakelijke benadering van het historische conflict. Deze makelaarstransactie, het gaat voor een groot gedeelte over bezit – zowel land als vastgoed – lost de haat niet op maar wel de praktische problemen rond emotionele en religieuze claims. De afgelopen 40 jaar is het probleem niet opgelost omdat men die zaken niet wilde scheiden.
Het religieuze conflict is niet op te lossen en zal er altijd zijn. De zaken waar wel concreet stappen kunnen worden gezet liggen op het terrein van vastgoed, grond en demografie. Zaken waar uitgerekend de familie Trump groot mee is geworden.
De nieuwe generatie onderhandelt zakelijk en pragmatisch
De orthodox-Joodse Jared Kushner is er niet op uitgestuurd om een vredesverdrag te sluiten. De jonge vastgoedmagnaat moet een allesomvattende herinrichting van gebieden en bezittingen bewerkstelligen en betrekt daar van meet af aan de omliggende landen bij. Kushner reist zonder pers of publieke optredens op-en-neer tussen Egypte, Israël, Jordanië en Saoedi Arabië en heeft binnen een jaar al meer bereikt dan in de afgelopen 40 jaar met diplomatie bereikt werd. De veelal jonge Arabische leiders die hij ontmoet zijn generatiegenoten die niet zelf de oorlogen van 1972 en 1967 hebben meegemaakt. Hun belangen liggen in de samenwerking met het moderne florerende Israël en elkaar, om tot bloeiende welvaart en modernisering van de samenleving te komen. Daarvoor moet er openlijk kunnen worden samengewerkt met Israël en niet – zoals nu – heimelijk.
Jonge Arabieren willen goede scholen voor hun kinderen en een goed betaalde baan. Die gedeelde belangen en de dreiging uit het Sjiitische Iran hebben als katalysator van de onderhandelingen geleid. Dat Jared Kushner dezelfde generatie vertegenwoordigd heeft de gesprekken vereenvoudigd. De 31-jarige Saudische kroonprins, Mohammed bin Salman, is ondertussen een persoonlijke vriend van Jared Kushner (37) geworden. De gesprekken hebben een heel andere lading dan men voorheen gewend was. Hier wordt zakelijk en pragmatisch onderhandeld en om alle – vooral binnen de EU in leven gehouden – tegenstellingen heen gewerkt. Dat kan ook omdat de nadruk ligt op een werkbare overeenkomst tussen alle partijen, waarbij de PLO en Hamas wel betrokken zijn maar niet leidend. Een vastgoeddeal als uitgangspunt voor latere vredesonderhandelingen.
Het is een vastgoeddeal
Terwijl de Palestijnen in Judea en Samaria, het in 1948 op Israël veroverde en in 1967 door Israël terug veroverde Joodse hartland, de Stars and Stripes en poppen van Trump en vicepresident Pence staan te verbranden, hebben de overige partijen al vergaande overeenstemming bereikt. Plannen die vooral Israël veel geld gaan kosten. Jeruzalem is van tafel gehaald, dat kan niemand zijn ontgaan. Die Palestijnse eis was jarenlang het obstakel om verder te praten terwijl ze historisch en feitelijk nergens anders op is gebaseerd dan jihadistische motieven. Jeruzalem heeft geen enkele religieuze betekenis voor moslims en moskeeën staan vandaag de dag overal op de wereld. Voor het van tafel ging had de Knesset al een wet aangenomen, die het wegschenken van delen van Jeruzalem aan derden moet voorkomen door een meerderheid van 80 van de 120 zetels. Het vereist bovendien een wijziging van de grondwet dus moet het twee keer met die meerderheden de Knesset passeren. De Oslo-akkoorden (1993) zijn wat dit betreft niet nageleefd vanwege halsstarrigheid van de PLO, die binnen vijf jaar na 1993 over Jeruzalem had moeten onderhandelen. Door de toegang tot de Al Aqsa-moskee te garanderen aan de Jordaanse Waqf voldoet Israël wel – en Jordanië tijdens de bezetting destijds (1948-1967) niet aan de door de VN gestelde voorwaarden.
De uiteindelijke grenzen van Jeruzalem blijven onderwerp van onderhandelingen tussen de partijen, zo heeft Trump meermaals aangegeven. Hij heeft erbij gezegd dat Israël daarover het laatste woord heeft. Daarmee anticipeert hij op de Palestijnse onwil zoals hij die al ervoer tijdens zijn eerste bezoek aan Ramallah direct na zijn aantreden. Koning Abdullah ll van Jordanië, de facto de koning van de Palestijnen, heeft zich neergelegd bij de status van Jeruzalem. De totale grondopbrengst van Oost-Jeruzalem met het zich daarop bevindende vastgoed vertegenwoordigt een waarde die Israël in harde shekels moet afrekenen. Eén van de VS-onderhandelaars, Jason Greenblatt, is daarom blij met de 42,5 miljoen euro, die de EU afgelopen woensdag heeft toegezegd. Daarvan wil de EU een Palestijnse staat oprichten met een deel van Jeruzalem als hoofdstad.
Trump doorbreekt koloniaal denken van de EU
U leest een paar zinnen terug om te begrijpen dat dat een politiek standpunt is dat gespeend is van iedere realiteit. Als u dat weigert te geloven denkt u waarschijnlijk dat er een aantal nullen aan het bedrag ontbreekt. Dat is niet zo. Precies dat narratieve oud-koloniale denken heeft het onderhandelingsteam, dat door Trump is belast met de demografische en geografische herschikking van het Palestijns Israëlische conflict, doorbroken. Er wordt een samenlevingscontract met alle partijen opgesteld, dat eind maart het licht ziet en de basis moet vormen voor rust en welvaart in de regio. Daarna zoeken Israël en de Palestijnen zelf maar uit hoe en of ze tot vrede willen komen. Zo liggen de kaarten.
Het is een dure vastgoeddeal en Israël kan alle steun, ook van de EU, dus goed gebruiken. Het extra land dat Egypte in Kushners plannen biedt om Gaza in het noorden te verlengen de Sinaï in, is niet gratis. Daarmee wordt Gaza twee keer zo groot en de kustlijn dus twee keer zo lang. De ontwikkeling van die kustlijn tot een levensvatbare toeristische kust moet grotendeels door Israël worden gefaciliteerd en gefinancierd. Ook de 42,5 miljoen euro die de EU beschikbaar stelt worden daarin gepompt al denk ik niet dat Federica Mogherini dat zo heeft begrepen. Ook moet Israël betalen voor de infrastructuur van dit Gaza 2.0 waardoor het investeert en terugverdiend. De PLO- enclaves in Judea en Samaria (Jordaanvallei) zullen verruimen en de bewoners krijgen gemakkelijker toegang tot Israël, maar er is geen sprake van een aaneengesloten Palestijns gebied. Abu Dis of Ramallah wordt de hoofdstad van de Palestijnen. Details over de werkvergunningen zijn nog niet bekend, maar die zullen worden versoepeld.
Gaza 2.0
Aan de andere kant moeten de voor Joden heilige plaatsen binnen die enclaves veilig toegankelijk worden onder strikte garanties. In Hebron, waar in 1929 de Arabische razzia op Joden plaatshad ‘het bloedbad van Hebron’, ligt bijvoorbeeld het graf van de Aartsvaders. Het geheel, Judea en Samaria, blijft onder Israëlisch militair gezag, dat de veiligheid moet garanderen. Geografisch verandert er dus nogal het een en ander en alle Palestijnse enclaves inclusief Gaza 2.0 moeten tot welvaart leiden en daar zal dus een lucratieve SimCity-operatie ontstaan. Deze geografische en demografische oplossingen lijken op de Bismarck doctrine met dit verschil, dat alle partijen – exclusief de verdeelde Palestijnen – meepraten en profiteren. De PLO en aanverwante Palestijnse organisaties schreeuwen moord en brand. Maar dat zijn de oudere leiders. De opgeleide jongeren onder de Palestijnen, die verder willen in het leven, hebben een geheel andere kijk op de realiteit. Voor hen wordt de poort naar Israëlische opleidingen en bedrijven wijd open gezet en vice versa, al zullen ze geen Israëlisch paspoort krijgen. Daar zit overigens de bottleneck. Tot zover profiteert ieder betrokken land inclusief de Palestijnen, maar wie blijft Palestijn?
Een Palestijn is een Arabische inwoner van voormalig Palestina. Dat is de korte versie. Arabieren die tussen 1946 en 1948 woonachtig waren in Palestina (voor de mensen met modern onderwijs): Palestina was een Joods mandaatgebied inclusief Jeruzalem, waar het Joodse volk al ruim 3000 jaar onafgebroken aanwezig is. De Arabieren die daar samenwoonden met Joden stamden van allerlei omliggende landen. Deels aangetrokken door de Ottomanen, meestal arme herders en boeren in het ongerepte Palestina dat bestond uit moeras en woestenij. Toen Palestina in 1948 haar naam veranderde in Israël en als staat werd erkend vluchtten veel Arabieren naar omliggende landen. De VN bepaalde dat al die vluchtelingen en hun nazaten tot in de eeuwigheid recht hebben op hulp en richtte daartoe een aparte organisatie op: de UNRWA. Wie van hen de ‘vluchtelingenstatus’ krijgt heeft levenslang recht op steun en ook hun kinderen, kleinkinderen tot in de eeuwigheid. Per secula omnia seculorum.
Palestijnse vluchtelingenhulp is numeriek niet vol te houden
Door die gulle UNRWA status zijn er in de regio nu vijf miljoen geregistreerde Palestijnse vluchtelingen ontstaan. Die cijfers deugen natuurlijk niet want al vanaf het ontstaan is er opzichtig mee geknoeid. Ik ga hier verder niet in op de corruptie die optreedt wanneer er gratis geld wordt uitgedeeld, maar het feit dat overledenen stiekem ’s nachts werden begraven waardoor het sterftecijfer de eerste 20 jaar vrijwel 0 was zegt genoeg. Effectief zijn er nog 20.000 vluchtelingen uit voormalig Palestina in leven. De nabestaandenstatus opheffen, wat in de plannen-Trump is meegenomen, betekent dat omringende landen 5,2 miljoen mensen met oorspronkelijke nationaliteiten moeten onderscheiden, absorberen of terugnemen. De 20.000 echte vluchtelingen worden ondergebracht in de reguliere UNHCR. Het gedeeltelijk intrekken van de steun aan UNRWA zoals Trump onlangs deed is een eerste stap, de volgende zit in de plannen. De cumulatieve zichzelf in stand houdende Palestijnse vluchtelingenhulp is numeriek niet vol te houden. Daarom is ook in de plannen afgerekend met het door de Palestijnse organisaties geëiste recht op terugkeer. Israël telt zes miljoen inwoners en is een geografische dwergstaat. Daarnaast wil het als enige Joodse staat in de wereld die status kunnen behouden. De UNRWA zal waarschijnlijk op termijn geheel verdwijnen.
De EU marcheert vooralsnog dwars door deze deal heen
Uiteraard is dit een schets van de blauwdruk van de overeenkomst zoals die uit talloze publicaties en speeches is gelekt. De details worden pas bekend als het volledige plan op tafel ligt. De benadering is vernieuwend en hoopgevend omdat het twee doelen bereikt: stabiliteit en welvaart. Het gaat geheel voorbij aan de Palestijnse jihad en reduceert die tot wat het is; een archaïsche religieuze strijd van de oudere generaties. De EU marcheert vooralsnog dwars door deze deal heen, maar moet op haar tellen passen. Waar een zo grote demografische bouwplaats wordt gecreëerd wordt veel geld verdiend. De tegenwerking en verouderde ideologische opvattingen uit Europa kunnen repercussies hebben. Als de EU besluit de jihad door de oude garde Palestijnen te laten prevaleren boven de moderniteit die met de VS en alle omringende landen is overeengekomen, profiteert het straks niet mee. Het samenlevingscontract biedt talloze investeringen die zichzelf grof terugverdienen. Ook Israël, dat bijvoorbeeld met hun innovatieve irrigatiesystemen koploper is in de wereld verdient geld terug. De zakendeal kost geld en levert geld op. Laat dat maar aan de vastgoedmagnaten Trump&Co over.
En de oprichting van die Palestijnse staat met als hoofdstad Jeruzalem laat ik verder graag over aan de EU.

Palestijnse schoolboeken voeden op tot terrorist
door: Miriam F. Elman (universitair hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Syracuse).
Vertaling: Likoed Nederland https://likud.nl
24 januari 2018De Palestijnse Autoriteit wordt door het Westen beschouwd als ‘gematigd’ en ‘vredespartner’. In werkelijkheid voedt zij een hele generatie Palestijnse kinderen op in scholen en met sportwedstrijden en stadions vernoemd naar massamoordenaars.
Een nieuwe studie door het Instituut voor de Monitoring van Vrede en Culturele Tolerantie in het Schoolonderwijs (IMPACT) documenteert hoe Palestijnse kinderen worden geïndoctrineerd met haat door hun schoolboeken. Ook de nieuwe schoolboeken voor de meer dan een miljoen beïnvloedbare kinderen blijken nog steeds Israël te demoniseren. Sterker nog, de radicalisering is nog groter geworden.
Palestijnse kinderen worden voorbereid op de oorlog van de Jihad en aan het jezelf opofferen als martelaar (door het omkomen bij het doden van ‘ongelovigen’). Dit blijkt uit het nieuwste IMPACT rapport van 106 pagina’s naar 66 nieuwe Palestijnse schoolboeken voor de groepen 5-11.
De belangrijkste bevindingen:
1. Er is geen sprake van vrede als een politiek mogelijkheid.
2. Sterker nog, er zijn letterlijk nul vermeldingen van vrede in de nieuwe schoolboeken. Er staat dan ook niets in over de Israëlisch-Palestijnse vredesonderhandelingen, over de overeengekomen vredesakkoorden of de erkenning van Israël.
3. Sterven voor Palestina is beter dan leven.
4. Mensen die kiezen voor eigen succes en carrières zijn lafaards en verraders van de Palestijnse zaak.
5. Geweld en oorlog tegen Israël zijn permanent en gerechtvaardigd.
6. Jihad is het belangrijkste aspect van het leven.
7. De islam wordt gekenmerkt als een religie van oorlog in plaats van vrede.
8. Kinderen worden gewaarschuwd om de jihad-oorlog nooit in de steek te laten.
9. De (salafistische) islam en het Arabische volk zijn belangrijk, in tegenstelling tot de Palestijnse identiteit.
10. Het Westen dient gewantrouwd te worden.
11. Er wordt niets verteld over de Joodse geschiedenis van het land.
12. De tegenwoordige Joodse aanwezigheid wordt beschreven als crimineel.
Het dieptepunt is een tekst over de zes miljoen ‘rovende buitenlandse Joden’ in Israël. Een gedicht vraagt dat deze zes miljoen Joden zullen worden ‘vernietigd en geëlimineerd’.
Volgens de schoolboeken zijn niet-moslims gedoemd om naar de hel te gaan.
NB.: Ook Israëlische schoolboeken zijn onderzocht. Daarin wordt kinderen niet onderwezen om martelaar te worden, wordt positief over vrede geschreven en negatief over oorlog (zij het als soms noodzakelijk), wordt wel melding gemaakt van de Palestijnen en over de Arabische geschiedenis en lijden.
Echter Palestijnse schoolboeken verheerlijken – in strijd met de gesloten vredesakkoorden – geweld en terrorisme en moedigen jongeren aan tot geweld. Zo bevatten zelfs wiskundeboeken sommen die de leerlingen vragen te berekenen hoeveel ‘martelaren’ er stierven in de eerste en tweede intifada. Kaarten laten ‘Palestina’ zien als iets dat Israël dient te vervangen en het woord ‘vrede’ bestaat niet.
Er kan geen echte Israëlisch-Palestijnse vrede komen als het onderwijs dit niet stimuleert. Kinderen moet geleerd worden dat er een ‘ander’ bestaat die ook rechten heeft en dat er mogelijkheden zijn om het conflict vreedzaam op te lossen. Helaas doen de Palestijnse schoolboeken dat nog steeds niet en zelfs nog minder dan voorheen.