Marskramerpad (mei 2008)

Zaterdag 31 mei 2008
Rijssen – Lettele
Om half acht gaat de wekker. Gisteravond en vanmorgen hoorde ik startende vliegtuigen. Ik dacht toch dat vliegveld Twente dicht was of zit er over de grens nog een vliegveld?
Het is zwaar bewolkt en een graad of twintig. Wind staat er niet. Tegen negenen vertrek ik en loop door akkerland en weiland richting Holterberg. Dit is nog een ouderwetse paddenstoel in de kleurstelling wit met rode letters. En dit is de eigentijdse uitvoering ook wit met rode letters. Dat oogt en wandelt meteen een heel stuk prettiger. Ach, soms zijn het van die kleine dingen. Alleen jammer dat er een typefout ingeslopen is. En dit is weer een ouderwetse, vreemd dat de Holterberg niet staat aangegeven. Dit keer wit met zwarte letters. Veel mannen (ik niet) zijn min of meer kleurenblind voor rood. Ik heb me laten vertellen, dat ze de tekst op deze laatste paddenstoel het beste kunnen lezen. Het is allemaal bos, een beetje eentonig is het wel. Even na half elf ben ik bij het Canadees oorlogskerkhof. Tijdens het Pieterpad ben ik hier ook al geweest, toch ga ik opnieuw kijken. De bevrijding van Nederland boven de grote rivieren heeft aan 5.515 Canadezen het leven gekost. Hier zijn 1355 Canadezen begraven, maar ook 36 Britten, 2 Australiërs en 1 Belg. Het blijft indrukwekkend om hier rond te lopen. Tegen elven bereik ik restaurant ‘De Wielen’. Ik ben de eerste klant van vandaag. Ik hoop dat ik niet de enige blijf, dat is toch tamelijk vervelend voor het personeel. Aan de overkant is er een museum, een opa en oma gaan met hun kleinkinderen naar binnen. ‘Loopt’ het toerisme nog wel in Nederland? Of gaan de opa’s en oma’s met hun kleinkinderen tegenwoordig naar Disneyland? In elk geval, de koffie is niet bijzonder hier en de appeltaart kan er net mee door. De tweede bak laat ik maar achterwege. Ik steek de asfaltweg over en ga na 500 meter rechtsaf. Daarna weer links en ik loop een stuk langs een heideveld. Iets verderop staan deze ‘woestelingen’. Tenminste, zo zien ze eruit, het zijn namelijk hele lieve koeien. Geef ze GEEN appels, brood of wat dan ook. Dat onthouden ze en als ze vrij rondlopen vallen ze wandelaars lastig. Appels, nietwaar! Tja, de Holterberg ligt achter me, het landschap verandert. Aan de Raalterweg ligt de ‘Bosschool’. Al meer dan 100 jaar gaan de kinderen uit de buurtschap Espelo naar deze school. Een stukje voorbij de Bosschool staat een bankje. Ik maak zelf koffie op mijn brandertje en eet er wat bij. Tja, een restaurant is hier niet in de buurt en eigenlijk bepalen mijn eigen regels dat de lunch ‘te velde’ moet worden genuttigd.
Het is nog steeds erg bewolkt, ik loop weer door voornamelijk weidegebied. Fijn is het wel dat de wegen veelal onverhard zijn. ‘Deventer’, nog 19 kilometer, maar ik neem uiteraard niet de kortste weg. Deventer bewaar ik voor morgen. Nou, deze paddenstoel kan wel een grote onderhoudsbeurt gebruiken. ‘Okkenbroek’, ik had er nog nooit van gehoord. Voor het kerkje moet ik linksaf. Tjonge, wat een bende is het hier. Sorry, ik bedoel natuurlijk: hier wordt hard gewerkt!
Een motormuseum is hier gevestigd. Daar moet ik meer van weten. Tenslotte heb ik een zwak voor motoren, dat komt omdat rijbewijs ‘A’ de enige is die ik mis. Buiten staan wat oude JLO’s. De familie zit aan de koffie en ik vraag of het museum toegankelijk is. Ik ben welkom en krijg meteen koffie aangeboden. Kijk, dat bedoel ik nu, deze mensen weten nog wat een eenzame wandelaar toekomt. In de schuur staan nog 50 oude motoren en ik hoor dat er in een andere opslag nog 50 staan. De oudste motor is een Harley uit 1920. Toch wordt mij verteld dat er in Nederland verzamelaars zijn die nog veel meer motoren bezitten. Persoonlijk houd ik niet zoveel van poetsen, mijn eigen fiets ziet er gewoonlijk niet uit.
Er staat een busje om geld in te doen en ik vraag hoeveel ik verschuldigd ben. Dat valt mee, de toegang is gratis, maar het busje is voor een kindertehuis in Roemenië. Dat zit wel goed en ik doneer €2,-.
Verder maar weer, paarden zijn vaak nieuwsgierig. Boerderij Oosterhuis runt een B&B, maar zo te zien is hier ook koffie te krijgen. Ik loop maar door, ik kan niet aan de gang blijven. Een mooie boerderij, overigens. Op naar Lettele door afwisselend weiland en bos. Lettele, dat komt me zo bekend voor. Als ik de kaart wat beter bekijk, zie ik het.
Overigens, omdat ik alleen loop heb ik het grootste deel van de dag de radio aan. Het nieuws wordt beheerst door het ‘embryo-debat’. De CU is tegen, de PVDA is voor en het CDA wil de zaak eerst intern bespreken. Zou het kabinet vallen? Eigenlijk kan ik veel beter mijn MP3-speler aanzetten, dat is beter voor mijn bloeddruk.
Tegen vieren loop ik Lettele binnen. Het is niet te geloven, maar de zon komt door. Ik bespeur een terras, het heet: ‘De Koerkamp’. Het zit nog vol ook, toch word ik vlot geholpen. Ik hoor dat er een ‘wandelmars’ aan de gang is. Ach, dat ‘georganiseerde’ is niets voor mij. De koffie hier is prima, en er is ook vlaai. Dat laatste laat ik achterwege, zo meteen ga ik aan de warme maaltijd. Als ik na zo’n half uurtje opstap, verdwijnt de zon achter de wolken. ’t Is mooi geweest voor vandaag. Half vijf, de kerk(toren) van Lettele. De torenklok loopt nog gelijk ook. Ik zie nog een Spar iets terug. Die staat niet in het boekje. Even denken, nee, ik heb niets nodig. Water had ik in De Koerkamp al gehaald.
Na een paar honderd meter sla ik linksaf en iets verder rechts ligt de beoogde wildkampeerplek. Tja, campings zijn er hier niet, alleen een B&B. Helaas verbieden mijn eigen regels om daar gebruik van te maken. Ai, dit plekje ziet er niet zo goed uit, het is tamelijk open en iets verder is een boerderij. Verder maar weer. Vijfhonderd meter verder moet ik rechtsaf en in de knik van de weg is een driehoekig boscomplexje. Tja, dit is het ook niet, het is te klein en te open. Verder maar weer. Een dikke kilometer verder ligt de ‘Zandbelt’, een stuk bos van een hectare of wat. De route slingert door het bos. Ik zie het al, dit bos is het helemaal. Ik loop nog een paar honderd meter door. Kijk, rechts van mij ligt het boscomplex en links van mij ligt een strook bos van een dikke honderd meter breed. Daarachter staan aardappels. Links of rechts van de weg, that’s the question.
Je hebt de neiging om voor rechts te kiezen, daar ligt het grootste stuk bos. Fout dus.
Daar moet je niet gaan staan. Zo denkt namelijk de boswachter. Ik kies dus voor links, ik kijk achter en voor mij, en loop snel richting aardappels. Het gaat wat naar beneden.
Het is een beetje langgerekt dalletje. Gelukkig staat hij droog en dat zal zo blijven, gezien de zanderige ondergrond. Er staat wat struikgewas en bovenaan zie ik restanten van een prikkeldraadhek. Ik ga door de knieën, zo hoog is mijn tent. Ideaal, ik sta hier ‘tentgedekt’. Het is kwart over vijf, mooi vroeg. Tjonge, wat is het hier stil, ik hoor alleen wat vogels.
Het betrekt enigszins, wel is het windstil. Ik zet mijn tent op en maak meteen een kerriesoepje. Ik heb er vandaag 28 kilometer opzitten, niet verkeerd. Ik heb vandaag voor het eerst TK-4 sokken aangetrokken. Ik moet zeggen, deze sokken bevallen mij uitstekend. Tijd voor de warme hap. Het wordt de kaas-spek variatie van Knorr. Met het restje Bordeaux erbij is het prima te eten. Tja, veel te beleven is hier niet, dus ga ik vroeg onder de wol.