Donderdag 25 december 2025 (1e kerstdag)
Vlodrop – Stadswandeling Venlo – Vlodrop
Om acht uur staan we op. Prima geslapen, geen lawaai, geen geluidsoverlast, het is hier heel stil. Om halfnegen genieten we het ontbijt. We zijn de eersten, hoewel, er stond één mevrouw pontificaal voor de muesli-afdeling. Tja, dat duurde maar, ze kon zeker niet kiezen. De foto maar genomen. Ziet u die mevrouw staan? Nee, dat klopt. In Photoshop kon je natuurlijk al vele jaren een persoon ‘wegpoetsen’, maar selecteren was altijd wel een uitdaging. Sinds kort kun je in Lightroom een persoon grof selecteren en dan gaat AI eroverheen. Na een paar tellen is de persoon ‘verdwenen’ en de achtergrond ingevuld. Ik sta er elke keer weer van te kijken!
Over het ontbijtbuffet, dat is gewoon 100% in orde!
Aan het muesli-buffet bedien ik mij van yoghurt en cornflakes.
Ai, fruit vergeten. Ok, morgen nieuwe poging, nieuwe kansen.
Kijk, dat brood moet je zelf snijden, is dat eigengebakken brood zoals destijds in het Heinenhoes? In elk geval smaakt het prima.
Fruitdrank, maar ik ga voor een tweede beker thee.
Mijn ontbijtje.
Ai, Feli. Dochterlief is vandaag jarig. Hoeveel jaartjes alweer? Haar stoel was versierd met ballonnen, Boshotel bedankt! Vanavond nog vuurwerk op haar dessert?
Tja, 1e kerstdag is alles in Nederland dicht. Ok, het ‘Rijks’ is open en in AMS nog zowat. Even na tienen rijden we naar Venlo en gaan daar ‘stadswandelen’. Ik kom terecht op een parkeerplaats even voorbij het station. Die had ik niet gepland, maar ik zag een bord ‘P’, dus gaan.
Ik had bij de VVV Venlo de stadswandeling Venlo besteld en dat boekje is – na betaling – keurig thuis bezorgd. Ik heb ook nog een GPS-route, deze loopt bijna gelijk op met de stadswandeling, op mijn GPS geplaatst.
Het boekje ziet er sowieso goed uit met veel tekst.
De stadswandeling start bij de VVV, daar lopen we nu naartoe. Ai, het is 3 graden in de min en er staat iets wind. Wel is het zonnig, dus ik klaag niet.
Kijk, het station, een knap lelijk gebouw. Het is bij elven.
Nou ja, dit fraaie beeld staat niet beschreven in het gidsje, maar het heet: ‘Kunstwerk D’n Haan’. Het is geplaatst aan de Keulsepoort. Het ruim elf meter hoge beeld, gemaakt door de kunstenaar Rik van Rijswick, werd door de Venlose carnavalsvereniging Jocus geschonken aan de stad. Schouren Metaal heeft de cortenstalen delen lasergesneden en gelast.
Kijk, hotel American. Dat brachten we de nacht door in augustus 2019 tijdens onze LF-fietstocht van Maastricht naar Arnhem. Nou ja, ik lees dat hotel American op 1 maart 2026 sluit. Waarom is dat nu weer?
Achter ons bevindt zich het Limburgs Museum, daar willen we zaterdag een bezoek aan brengen. Maar vóór het museum, min of meer daarin geïntegreerd is een rond gebouwtje, het oudst bewaard gebleven tankstation van Nederland, gebouwd in 1933.
Hier schuin tegenover bevindt zich het Museum van Bommel van Dam. Het is gehuisvest in dit monumentaal postkantoor uit 1938, gebouwd door Rijksbouwmeester Hoekstra in de stijl van het Traditionalisme. Hier heeft de moderne kunstcollectie van het Amsterdamse echtpaar van Bommel van Dam sinds 2021 een groter onderkomen gevonden.
Hebben we voor dit museum nog tijd?
Links van het tankstation staat een beeld van Valuas en Guntrud, de vermeende stichters van Venlo. Hay Mansvelders vervaardigde het beeld in opdracht van wijlen Frans Swaghoven, bij diens afscheid in 1998 van hotel-restaurant Valuas. Swaghoven wilde iets terug doen voor het vele goeds dat Venlo hem had geschonken. Bij grote gebeurtenissen, zoals voorheen processies, en tegenwoordig feesten van de plaatselijke schutterij Akkermansgilde uit 1594, geven Valuas en zijn vrouw Guntrud in de vorm van reuzenpoppen acte de presence. Venlo heeft zijn ontstaan niet aan Valuas te danken: Valuas wel aan Venlo.
Dit is de stadsbrouwerij ‘De Klep’. De brouwerij werd in 2022 in gebruik genomen.
Aan de rechterzijde ligt het 7,5 hectare grote Julianapark, dat is aangelegd op het puin van de in de Tweede Wereldoorlog verwoeste binnenstad. In 2000 werd het park opnieuw ingericht en het biedt sedertdien plaats aan tal van kunstwerken. Dit park bezoeken wij niet.
De wijk Rosarium is vernoemd naar het rozenpark. De wijk is gebouwd tussen 1915 en 1940. De architecten van de statige woonhuizen lieten zich inspireren door de bouwstijl van de Amsterdamse school. Tot 1913 was hier de huzarenkazerne gevestigd. De vijver is een overblijfsel van de vroegere stadsgracht en deed dienst als drink- en wasplaats voor de paarden van de huzaren.
Tussen vijver en park staat het Bevrijdingsbeeld, vervaardigd door kunstenaar Peter Roovers. Venlo is op 1 maart 1945 bevrijd. Elk jaar worden op die dag de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog bij dit monument herdacht.


Ai, deze panden zijn niet beschreven in het gidsje. Maar er staat een plaquette op de gevel, dus dit moet de moeite waard zijn. Helaas ben ik vergeten de plaquette te fotograferen. Ik meen wel dat deze panden bij de Sint-Martinusbasiliek horen.
De Sint-Martinusbasiliek is niet te fotograferen. Daarom deze (geleende) foto van bovenaf.
Deze kruizen bevinden zich aan de zijkant. Tja, kon daar nu geen bordje bij?
De zijdeur is niet op slot en we nemen een kijkje in deze kerk, pardon basiliek.
De driebeukige, gotische hallenkerk dateert uit 1430, is een groot deel van de dag geopend en is alleszins een bezoek waard. Het gebouw zelf is al een bezienswaardigheid en dat geldt zeer beslist ook voor de vele unieke kunstwerken in de kerk, waaronder het voormalige hoofdaltaar uit 1901, de preekstoel uit 1709 en de doopvont uit 1621. Beroemde schilders als Jan van Cleef en Gerard Jungen en beeldhouwer Georg Schiessler vervaardigden prachtige kunstwerken voor de kerk.
Dankzij voorzorgsmaatregelen overleefden deze kunstwerken, evenals de 15e-eeuwse koorbanken, de Tweede Wereldoorlog, die aan de kerk zware schade toebracht.
De fraaie toren van architect Pierre Cuijpers overleefde de oorlog niet. De huidige toren dateert uit 1953. Zes jaar later werd een carillon geplaatst, dat thans met zijn 53 klokken tot een van de grootste van West-Europa behoort. De vele glas-in-lood-ramen zijn van de glazeniers Joep Nicolaas, Cornelis van Straaten, Charles Eyk en Daan Wildschut.
De kerk werd op 28 april 2019 verheven tot basiliek. In het koor ligt bisschop Damianus van Hoensbroeck begraven. Alle andere graven zijn in de 19e eeuw geruimd.
Ik wilde net aan een rondgang beginnen of ons wordt iets ‘toegeschreeuwd’.
Het galmt nogal, maar ik begrijp dat de basiliek sluit. Wat is dit nu voor service! Het is gewoon een schande. Ok, ik ga met kerst geen ruziemaken, dus verlaten we gedwee de basiliek.
Er is wel een kapel open, daar kijken we even rond.




Tegenover de basiliek ligt het zogeheten Ald Weishoès. De naam verwijst naar een van de functies, die dit gebouw uit 1611 had: Latijnse school, vervolgens de stedelijke lagere school en weeshuis – vandaar de naam – en tot 1961 bejaardencentrum.

Pastorie De Weem aan de overzijde stamt uit 1764 en is gebouwd in neoclassicistische stijl. De lage voorbouw dateert uit begin 20e eeuw. Tot 1829 woonden er de Norbertijnse pastoors uit de Abdij van Averbode. Daarna bood het pand onderdak aan de pastoor-deken en is er het parochie-kantoor in gevestigd. De nummers 19 en 21 zijn net als het verderop gelegen Huis Schreurs in renaissancestijl gebouwd in en rond 1588. Laatstgenoemd pand werd in 1993 compleet gerestaureerd en is nu eigendom van
De Vereniging Hendrick Jan de Keyser.
Een renaissance-gevel.
Hier loopt een Streekpad dat ik absoluut gelopen moet hebben. Even opzoeken.
Dit beeldje in de gevel (St. Joris?) is niet vermeld in het gidsje.
Op nummer 9 bevindt zich het zogeheten Huis Ottenheym. De prachtige baksteenarchitectuur van dit 16e-eeuwse pand in laat-gotische stijl is indrukwekkend.
Ai, ook de gereformeerde Joriskerk is gesloten. Wat is dit toch? Ik maak maar geen foto.
Het stadhuis is ontworpen door Willem van Bommel uit Emmerich (Dld) en gebouwd tussen 1597 en 1600. De sierlijke hoektorens markeren een bijzondere voorgevel.
Trappen en balkon dateren van 1608 en het baldakijn van 1735. De vier medaillons beelden van links naar rechts uit: klokkengieter Jan van Venlo, de geleerde Erycius Puteanus, penningdeskundige Hubert Goltzius en schilder Jan van Cleef.
In het oog springen ook de wapens van Venlo, Gelder en van de Verenigde Nederlanden. Prachtige glas in-lood-ramen bevatten familiewapens van voormalige magistraten en verder herbergt het interieur vele kunstschatten, waaronder de beroemde Adam en Eva-klok en het goudleren behang in de collegekamer. De Hertogenkamer is genoemd naar Albrecht van Oostenrijk en zijn gade Isabella van Spanje. Zij dient thans als trouwzaal. Eenmaal per maand vergadert de gemeenteraad in het stadhuis, dat verder louter een representatieve functie heeft. Rechts voor het stadhuis ziet u een bronzen beeld. Dit is de Jocushaan, het symbool van Venloosch Vastelaovesgezelschap Jocus. Trouwens, deze haan is ons niet opgevallen.
Uiteraard is het stadhuis gesloten. Wel worden er regelmatig rondleidingen georganiseerd.
In dit pand legde Lodewijk van der Grinten de basis voor het concern Océ, dat in 2012 werd overgenomen door Canon en thans Canon Production Printing heet.
Alle horeca is natuurlijk gesloten. Maar… de ijsbaan is open! Opwarmen is er niet bij, dat moet van de koffie en de Glühwein komen. Er is zelfs een toilet!


Jocus is de oudste nog bestaande carnavalsvereniging van Nederland. De vereniging is opgericht op 6 oktober 1842 en gevestigd in Venlo. Zij organiseert onder meer de prinsuitroeping, diverse zittingen en de optochten door de stad. Jaarlijks wordt door Jocus bepaald welke instantie of vereniging de Boerenbruiloft Venlo mag organiseren.
De lijfspreuk van de vereniging is ‘Jocus Vitae, Quod Sal Coenae’, oftewel ‘Wat de Joeks is voor het leven, is het zout in de pap’. Het symbool van de vereniging is een haan (de zogenaamde Jocus-haan). Overigens, er wordt hier straf gerookt.
Al die overheidsbemoeienis is in mijn ogen zinloos. De verantwoordelijkheid ligt gewoon bij de ouders! En de basisschool moet een adequate voorlichting verzorgen.
Na het 12e levensjaar daarmee stoppen, dan heeft het geen zin meer.
Theater Maaspoort hebben we zeker gemist.
Even verder bereiken we ‘Mooder Maas’, zoals de Venlonaren liefkozend over de rivier spreken. Maar deze ‘Mooder’ kende ook vaak onstuimige kanten. In de loop der eeuwen trad de Maas veelvuldig buiten haar oevers. Op een ingemetselde steen in een cafégevel aan de Parade zijn enkele van de hoogste waterstanden aangegeven. De recordhoogtes van 1993 en 1995 liggen nog vers in het geheugen. Tientallen mensen moesten worden geëvacueerd en de schade was immens. Ook in deze eeuw trad de Maas buiten zijn oevers. Inmiddels bieden kades en dijken en meer ruimte voor het water redelijk bescherming tegen het wassende water.

Voorts is dit gebied verrijkt met tal van beelden van diverse beeldhouwers, waaronder rechts op het schiereilandje de Vreedzame Krijger van Rik van Rijswick. Het beeld als wachter van de stad houdt symbolisch het kwaad tegen.

Kijk eens wat een leuk autootje!
Wat Boeddha hier doet is mij een raadsel.
Zicht op de stadshaven van Venlo.
Opvallend is ook het rode kunstwerk Tango, een landmark aan de Maas. Het is een geschenk van enkele ondernemers aan de stad – Jacques en Ellen Scheuten Foundation – in 2017, bij gelegenheid van het feit dat er 150 jaar eerder een einde kwam aan de vestingstatus van Venlo.
Deze metalen stoel staat niet beschreven in het gidsje.
Recht voor ons is de Kwartelenmarkt met links op de hoek het Romerhuis, gebouwd door de patriciërsfamilie Romer in laat-gotische stijl rond 1521. Het pand overleefde de bombardementen in het najaar van 1944. Thans is het pand eigendom van Vereniging Hendrick de Keyser.
Het Schinkemenke is een fonteinbeeldje op de Kwartelenmarkt. In 1617 werd het beeld door de beeldhouwer Gregorius Schissler gemaakt. Het beeldje stelt een geharnaste stadswachter van Venlo voor, uit Lombardersteen gehouwen. Hij draagt een schild bij zich met daarop het wapen van Venlo afgebeeld. In de loop van de tijd was het beeldje al behoorlijk gesleten. Daardoor was niet meer precies duidelijk wat op het schild stond.
Het volk dacht in die tijd dat er een ham (Venloos: schink) op het schild was afgebeeld.
We slaan linksaf de Jodenstraat in. De Jodenstraat is een van de oudste straten van Venlo, dat met Amsterdam tot de eerste steden behoorde, die Joden onderdak bood. Dat was al halverwege de 14e eeuw. In deze straat staat een aantal beeldjes van Venlose stadstypes.
U ziet op de hoek Pienda Wullum (Tsen Kao Pai, 1892 -1965). Hij handelde in Chinese koopwaar en na de oorlog was hij marskramer, die in het stadion van voetbalvereniging VVV en in horecagelegenheden zijn waren, waaronder pinda’s (pienda is het dialectwoord), – pienda, pienda, lekka, lekka – aanbood.
Een stukje verder zien we Marokko (Gerard van den Akker, 1887 – 1954) met stok, bedekt met munten en medailles uit verre oorden waar hij, onder andere als legionair in het Vreemdelingenlegioen, geweest was. De stok bevindt zich in het Limburgs Museum.
Een Nieuwjaarsjurk.
Geer van der Veer.
Iets verder Baer de Woers (Lambert Frencken), toezichthouder op de gemeentelijke vuilnisbelt. Op zon- en feestdagen doste hij zich uit in jacquet en ging dan graag op de foto. Hij bewaarde worsten (daar vandaan de naam Woers) aan touwtjes aan het plafond om te verhinderen dat ongedierte zich ongevraagd tegoed deed.
De andere beeldjes van Geer van der Veer (1933 – 2019), Sef Cornet 1898 – 1953), Frans Boermans (1917 – 1999) en Funs van Grinsven (1908 – 2003) zijn een ode aan het Venlose culturele leven, waaraan deze personen een belangrijke bijdrage hebben geleverd.




Rechts zien we een geel gebouw. Dat is de voormalige Puddingfabriek en het gebouw van de Bank van Leening. Het pand uit 1519 zou worden gesloopt, maar dankzij de inzet van eigenaar de Familie Pasch, bleef het behouden en werd het compleet gerenoveerd.
Thans zijn er enkele woningen en een winkel in ondergebracht.
Venloosch Vasteiaoves Gezelschap Jocus, opgericht in 1842, is de oudste nog bestaande carnavalsvereniging van Nederland. In het Jocusmuseum wordt de geschiedenis van Jocus met zijn tradities, de liedjescultuur en zijn bijzondere Boérebroélof gepresenteerd. Aan de hand van voorwerpen, affiches en honderden prachtige foto’s krijgt de bezoeker de Venlose vastelaovestraditie voorgeschoteld. Uiteraard is het museum gesloten, sowieso heb ik niet zoveel met carnaval.
Recht voor ons zien we Dornani, een voormalige kloosterkapel van de zusters Ursulinen, thans een rijksmonument. Deze kapel herinnert aan het rijke kloosterleven in Venlo.
Het oude kloostergebouw, dat na de zusters plaats bood aan dominicanen en daarna aan een der fraaiste sociëteiten van Nederland, werd in de jongste oorlog verwoest.
Het naoorlogse klooster, weer in bezit van de dominicanen, met aan de achterzijde een restant van de vroegere stadsmuur, kapel en tuin werden begin 21e eeuw aan Woningstichting Venlo-Blerick (thans Woonwenz) verkocht. De leegloop van het klooster en de voortschrijdende ontkerkelijking maakten verkoop onvermijdelijk. Het huidige kloostergebouw uit 1962, gebouwd op de gewelven van het oude klooster, biedt thans plaats aan zes woningen, een hospice en het Toon Hermanshuis, een inloophuis voor ernstig zieken en hun naasten. De vroegere kapel werd na een ingrijpende renovatie een cultuurpodium, Domani, dat ook ruimte biedt aan burgerlijke huwelijken, uitvaarten, feesten en carnavalszittingen. De voormalige sacristie werd verbouwd tot een buitengewoon sfeervolle foyer. Een kleine devotiekapel herinnert aan het kloosterverleden.
Zomaar een handwijzer.
Links van Domani vervolgen wij onze weg door het Keizerstraatje, in de volksmond Floddergats genoemd, een van de oudste nog bewaard gebleven delen van de stad.
Het Keizerstraatje dankt zijn naam aan Napoleon, die er in 1804 doorheen reed, de drukte van het toegestroomde volk vermijdend. Zijn paard zou er een hoefijzer zijn verloren, mooi verhaal, maar behorend tot de vele volksverhalen.
Hoewel… kijk maar eens goed naar de muur van Café de Klep…. Wel echt is het fraai versierde hekwerk langs de vroegere kapel. Op de spijlen zijn tientallen bronzen ‘köpkes’ aangebracht, voorstellende stadstypes zoals Höllewölle, Floetsmadam, de Bäökmoel en Strönsmadam. Werk van de Venlose kunstenaar Ger Janssen, die ook de imponerende fontein in het Julianapark en de tot stilte manende pater op het Dominicanenplein maakte. Enkele köpkes zijn als miniatuur bij Toeristen Informatie Venlo verkrijgbaar.




We vervolgen het Keizerstraatje en aan het einde werpen wij rechts een blik door het hekwerk. Dan is een restant van de oude stadsmuur te zien. Ja, dat beweren ze wel, maar er valt door het hekwerk niets te zien!
Het Heilig Hartbeeld aan de Keulsepoort werd op 5 juni 1921 door bisschop Laurentius Schrijnen van Roermond onthuld en is een ontwerp van August Falise. De staande Christusfiguur is gekleed in een gewaad en omhangen met een mantel. Hij heft zegenend zijn beide handen op en toont daarbij de stigmata. Op zijn borst prijkt het Heilig Hart.
Het beeld staat op een granieten sokkel, waarop een inscriptie is aangebracht met de tekst Regi Suo Cives (de burgers aan hun koning).
We zijn nagenoeg ‘rond’. Opnieuw Museum Bommel van Dam. Het kunstvenster in het dak van het museum met de bijnaam ‘De Duikbril’ is gratis te bezoeken en biedt een mooi uitzicht. Ja, jammer, maar het museum is gesloten.
Links en rechts van de hoofdingang in witte natuursteen afgebeeld de vroegere stadspoorten van Venlo, het wapen van Gelder en het stadswapen.
Boven de entree het wapen van Nederland met de wapenspreuk ‘Je Maintiendrai’ (ik zal handhaven).
Rechts om de hoek de voormalige directeursingang met daarboven in kalkzandsteen medaillons van numismaat Hubert Coltzius, cartograaf en graveur Michaël Mercator en de geleerde Erycius Puteanus.
Mooi, dit is het einde van de stadswandeling. Een mooie wandeling, maar ik ben inmiddels door en door koud geworden. Snel naar de auto.
Kijk, dit zijn elektrische bussen. Arriva beschikt over maar liefst twee (!) oplaadpunten. Eerlijk gezegd, ik geloof er niet in.
De track van de stadswandeling. In paars de gedownloade track en in geel de daadwerkelijke gelopen route.
Dat wilde ik even terugzien. In februari 2011 liep ik het Maas-Schwalm-Nettepad.
Toen kwam ik langs MERU (Maharishi European Research University). Iets voorbij ons hotel is MERU gelegen. Het is het wereldwijde centrum van de Transcendente Meditatie (TM) beweging.
Maharishi Mahesh Yogi is op 5 februari 2008 op 91-jarige leeftijd overleden. Hij heeft hier de laatste 18 jaar van zijn leven doorgebracht. Zou er nog leven zijn in de TM-brouwerij?
In de jaren zestig en zeventig was het een hype, zelfs de Beatles gingen naar India.
Na verloop van tijd braken ze met hem, omdat de Maharishi probeerde hun vriendinnen te versieren. Iets verder bereiken we de oprijlaan van MERU. Nou, als iemand interesse heeft (mijn ding is het niet): www.meru-vlodrop.nl/
Om kwart over twee zijn we op de kamer. De radio gaat op ‘5’ en daarna gaat de TV aan. Een glas wijn uit de ijzeren voorraad en iets te knabbelen. Tja, de lunch is erbij ingeschoten, daar was nergens gelegenheid voor. Zullen we naar de lounge? Nee, we strekken de vermoeide ledematen uit op bed.
Ai, het weerbericht. Sowieso koud.

Ok, douchen, omkleden en naar het restaurant. We zijn weer de eersten.
Het menu ligt op tafel. De printer is toe aan een ‘beurt’, zie die streep.
Er is voorzien in een wijnarrangement, dat maakt het nét even anders. We starten met een Riesling van Claes. Uit het wijngebied de Moezel komt deze frisse witte wijn, gemaakt van alleen maar Riesling druiven. Stond de Moezel vroeger nog bekend om de zoete witte wijn, tegenwoordig worden er prachtige droge witte wijnen gemaakt. En daar hoort deze ‘Vom Schieffer’ ook bij. De wijn heeft een helder lichtgele kleur en in de neus een bouquet van groene pruimen, citrus, witte bloemen en een klein beetje van de typisch ‘gout du petrol’ van de riesling. De wijn smaakt sappig en rijk met aroma’s van witte perzik, nectarine en mirabel.
De amuse is een mousse van Livar (varken) en veenbes.
Vader, moeder en dochterlief? Dat heb ik maar niet gevraagd. Gezellig, zo’n live muziekje.
Er komt brood door. Hm, zit daar geen helder soepje bij? Nee, het blijft bij brood.
Lekker hoor! Kijk, dat is nog eens geweldig. Er wordt – indien gewenst – Riesling bijgeschonken. Ik hoef niet meer te rijden, dus kan het (met mate).
Het voorgerecht bestaat uit rollaux van zalm en witvis, krokante garnaal en een mierikswortel-dillecréme.
Wacht, toch een soepje. Het is een schuimige soep van bospaddenstoelen en gebrande hazelnoten.
Er wordt een glas Shiraz – Petit Verdot ingeschonken.
De wijn heeft een donkerrode kleur met aroma’s van donkere pruimen en chocolade, in de smaak een mooie balans van zoet, rijp fruit met een subtiele toets eikenhout en afgerond met zachte tannine.
Het hoofdgerecht is een duet van hert, filet en sukade, met een jus van peperkoek en Limburgse appelstroop. Kijk eens hoe mooi dat erbij ligt!
Ook de wijn wordt gul bijgeschonken. Zo mag ik dat graag zien.
Als laatste wordt een glas Beerenauslese ingeschonken. Het is een intense zoete wijn met een heldere strogele kleur. Deze Duitse wijn heeft verleidelijke geuren en smaken van honing, abrikoos en rijp geel fruit. Door de frisse zuren staat hij als een huis. De smaak is zoet en zacht, en lijkt wel oneindig. Deze wijn is niet alleen lekker als dessertwijn bij bijvoorbeeld tarte tatin, een pruimentaartje of abrikozen crumble. Hij combineert ook goed bij romige kazen, harde kazen of blauwaderkazen. Als aperitief of aan het einde van het diner.
Het nagerecht is Kerstbombe met witte chocolademousse, limoen en een coulis van bosvruchten. Ok, prima, maar de portie had van mij wel iets groter gemogen. Kijk, tussen de twee lekkernijen is nog ruim plaats voor nóg iets lekkers.
Het zit erop. Hoewel, op het nagerecht van dochterlief géén vuurwerk. Als ik het wijnarrangement afreken – in het Boshotel reken je elke avond de genoten drankjes af – vraag ik er even naar. Tja, de dames weten het ook niet, maar morgen maken ze het goed.
Vrijdag 26 december 2025 (2e kerstdag)
Vlodrop – Landgoed Kasteel Aerwinkel – Kasteel Montfort – Het Monument voor Vredesoperaties – Stadswandeling Roermond – Vlodrop
Om acht uur staan we op en een halfuurtje later genieten we het ontbijt.
Ik begin opnieuw met yoghurt en cornflakes. Ben ik wéér het fruit vergeten!
Een uitgebreid ontbijt, ik had toch wel enige trek.
De kerstman – hoewel dit is zijn echtgenote – is ook present. We krijgen een cadeautje, dat blijkt later een powerbank te zijn. Nu had ik al zo’n ding, maar alla(h), nooit weg.
Rond tien uur gaan we op weg naar Landgoed Kasteel Aerwinkel. Het is maar een kwartiertje rijden. Maar… als we er nagenoeg zijn, stuit ik op een barricade. Vanaf hier is het fietspad. Ok, gekeerd en een nieuwe poging. Als ik er bijna ben, staat er op de slecht verharde weg dat het vanaf hier privé-terrein is. Er is plek om te parkeren en vanaf hier lopen we door het landgoed naar het kasteel. Ai, best mooi hier.
Kijk, dit is de voorzijde van het kasteel.
Het kasteel is op afspraak te bezoeken, maar daar had ik niet naar geïnformeerd.
Eerst informatie, die ik van de site heb geplukt:
Pierre Cuijpers, de bouwmeester, heeft er van alles van willen maken en dat is niet helemaal goed gegaan… een schande vond men het!
Groepen van meer dan 8 personen kunnen een rondleiding aanvragen in dit particulier bewoonde landhuis waarbij men op luchtige wijze leert over de architectuur van Cuijpers, de bouwer van (onder andere) het Rijksmuseum en over de geschiedenis van de bewoners.
Het sprookje van Pierre Cuijpers, de bekende Roermondse bouwmeester, werd werkelijkheid in 1856. Als 27-jarige kreeg hij de opdracht een kasteeltje te bouwen in neogotische stijl.
Landgoed Kasteel Aerwinkel is een bijzonder landgoed. Niet alleen het huis is interessant vanuit cultuurhistorisch oogpunt, maar het heeft ook een heel bijzonder 7 ha groot park, dat is opgenomen in de EGHN, European Garden Heritage Network. Het park heeft een enorme verscheidenheid aan bomen en heesters en is waarschijnlijk ook in eerste instantie ontworpen door Cuijpers. Aangrenzend ligt het prachtige Munnichsbos.
We lopen om het kasteel heen. Sowieso is er geen mens te zien. Het lijkt me toch toe dat het kasteel bewoond is.
Ik maak nog een foto van de achterzijde. Tja, die ‘serre’ detoneert toch wel. Zou Cuijpers dit zo ontworpen hebben? Sowieso vind ik het een bijzonder mooi pand.
Het is tien minuutjes rijden naar Kasteel Montfort. Eerst enige informatie van de site:
Het kasteel ligt zuidwest van Roermond en is eigenlijk niet veel meer dan een ruïne.
Kasteel Montfort is in 2020 geopend en te bezoeken, zie de foto van het welkomstbord. Tijdens deze openingstijden bent u ook welkom op het kasteelterras.
De beste manier om kasteel Montfort te ontdekken is een rondleiding met één van onze enthousiaste kasteelgidsen. Zij kennen het kasteel en zijn omgeving op hun duimpje en laten u kennis maken met tal van interessante wetenswaardigheden. Over Hendrik van Gelre, prins-bisschop van Luik en Heer van Montfort, die het kasteel bouwde en op brute wijze werd vermoord. Over Reinoud II van Gelre, die zijn vader zes jaar op dit kasteel opsloot. Of over één van de eerste Bokkenrijdersprocessen: dat tegen de bende van Nieuwstadt in 1743. Huiver in de kerker, geniet van het weidse uitzicht vanuit de kasteeltorens en bewonder de onlangs gerestaureerde middeleeuwse keldergewelven.
Ook kan uw rondleiding onderdeel zijn van een breder bezoekarrangement. Neem contact met ons op, laat ons datum, tijdstip, aantal deelnemers en aanvullende wensen weten en we komen met een passend aanbod.
Een rondleiding duurt ongeveer 1 uur en kost € 7,50 per persoon (met een minimum van € 75 euro per groep). De maximale groepsomvang is 15 personen, meerdere groepen tegelijk is mogelijk.
Bent u geïnteresseerd? Neem dan contact met ons op en laat ons gewenste dag, tijdstip en aantal deelnemers weten. Liever eerst meer info over de beschikbaarheid en een prijsindicatie? Ook geen probleem, neem ook hiervoor vrijblijvend contact op.
Een aanrader is om uw rondleiding te combineren met bijvoorbeeld koffie (thee of fris) met heerlijke vlaai voorafgaand of aansluitend hieraan.
Tja, alles zit natuurlijk volledig op slot. Veel meer dan deze foto is er momenteel niet van te maken. Ooit nog eens terugkomen?
Ok, op naar het Monument voor Vredesoperaties in Roermond. Waar is eigenlijk de parkeerplaats? Ik zie een ‘P’ en kom terecht op de parkeerplaats van Kasteeltje Hattem. Het is momenteel een hotel-restaurant. Wel chique de frique, dus er hangt wel een prijskaartje aan.
We staan hier toch goed, want het Monument voor Vredesoperaties ligt om de hoek.
Eerst informatie betreffende het Monument voor Vredesoperaties, (overigens, zelf sta ik wat ambivalent inzake ‘Vredesoperaties’).
Het Monument voor Vredesoperaties is opgericht ter nagedachtenis aan alle Nederlandse militairen die sinds het begin van de Korea-oorlog in dienst van de Verenigde Naties zijn omgekomen tijdens of als gevolg van vredesoperaties. Nederland heeft sinds 1950 meer dan 50.000 militairen uitgezonden naar crisisgebieden over de hele wereld. Sinds de Korea-oorlog zijn bij een groot aantal vredesoperaties Nederlandse militairen ingezet. Hierbij waren alle krijgsmachtdelen, dus marine, landmacht, luchtmacht en marechaussee betrokken. In enkele gevallen gaat het overigens om een inzet die nog steeds doorloopt. Zo zijn Nederlandse militairen sinds het begin van de jaren negentig actief in voormalig Joegoslavië, maar zijn de namen van de verschillende operaties en de aantallen betrokken militairen in de loop der jaren veranderd. Op de website van het Ministerie van Defensie staat de achtergrond van de vredesoperaties omschreven.
Het Monument voor Vredesoperaties is geplaatst in de vijver van het Nationaal Herdenkingspark Roermond, direct naast het Nationaal Indië-monument 1945-1962.
De locatie van het monument is ingegeven door de wens een brug te slaan tussen jonge en oude veteranen. Zo kan de nagedachtenis aan in het verleden omgekomen militairen levend worden gehouden bij de jongere generaties en kunnen het begrip en het respect voor jonge veteranen worden bevorderd.
Het Monument voor Vredesoperaties bestaat voor een groot deel uit roestvrij staal.
Op de globe zetelt Irene, godin van de vrede, met in haar handen een toorts met de ‘eeuwige vlam’. Tegenover haar zit een feniks die in staat was steeds weer opnieuw uit zijn eigen as te herrijzen. De globe is geplaatst op een driehoekige sokkel in het water.
Onder de sokkel zorgt een waterstraal voor een optisch effect, waardoor het geheel boven het wateroppervlak lijkt te zweven.
Het gedenkteken wordt vanaf de bodem belicht met schijnwerpers. Vanaf de wal wijst een puntvormig plateau naar de globe in het water. Hierop zijn, deels in het water, stenen tafels met plaquettes aangebracht. Aan de rand van het plateau zijn in V-vorm zes ‘vredeswachters’ opgesteld. Een van hen verbeeldt de gevallen krijger. Het plateau in hun midden is voorzien van een driehoekige zuil, waarin het Draaginsigne Veteranen in brons is verwerkt. Alle onderdelen zijn bewerkt met een combinatie van kopernitraat en zwavelzuur. Hierdoor is een zwart-bruin-groen patina ontstaan. Als laatste bewerking is het geheel afgedekt met een soort boenwas om te voorkomen dat weersinvloeden het materiaal aantasten.

Iets verder bevindt zich het Nationaal Indië-monument.
Het Nationaal Indië-monument 1945-1962 is opgericht ter nagedachtenis aan de ruim 6.200 Nederlandse militairen die in de periode tussen 1945 en 1962 in het voormalig Nederlands-Indië of in Nederlands-Nieuw-Guinea zijn omgekomen.
Het monument is onthuld op 7 september 1988 door Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard. De jaarlijkse Herdenking is sinds 2010 altijd op de eerste zaterdag van september.
Het monument is een ontwerp van de Roermondse beeldend kunstenaars Wijnand Thönissen en Dick van Wijk en bestaat uit verscheidene onderdelen. Centraal staat de obelisk met kroonduif. Bij de obelisk is een fontein met karbouwkoppen geplaatst.
Achter de obelisk staan achttien driehoekige roestvrijstalen zuilen, gedenktafels met plaquettes en een bronzen borstbeeld van generaal S.H. Spoor (1994 – Marian Gobius), de toenmalige bevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten.
Door krijgsmachtonderdelen van de toenmalige krijgsmacht zijn op de gedenktafels bijna 200 plaquettes geplaatst. De roestvrijstalen zuilen bevatten de namen van ruim 6.200 gesneuvelde Nederlandse militairen.
De tekst op de roestvrijstalen zuil luidt: PALMAM QUI MERUIT FERAT (ERE WIE ERE TOEKOMT).



We lopen naar het Monument voor Indische Burgerslachtoffers.
Met het Monument voor Indische burgerslachtoffers, worden alle burgers herdacht die in de periode 1945-1962 zijn omgekomen in Nederlands-Indië en in Nederlands Nieuw-Guinea. Het Monument voor Indische burgerslachtoffers is toegevoegd aan het Nationaal Indië-monument 1945-1962 en op 25 augustus 1990 onthuld. Het monument is eveneens een ontwerp van de Roermondse beeldend kunstenaars Wijnand Thönissen en Dick van Wijk en werd vervaardigd in het atelier van steenhouwer Joop Utens uit Echt. De tekst op de bovenzijde van de gedenksteen luidt:
‘TER NAGEDACHTENIS AAN DE BURGERSLACHTOFFERS | MANNEN VROUWEN EN KINDEREN | NEDERLANDS OOST-INDIE | 1945 – 1949 | NIEUW GUINEA | 1949 – 1962.
De tekst op de achterzijde van de gedenksteen luidt: HUN GEEST HEEFT OVERWONNEN | ONS EERBETOON EN RESPECT VOOR HEN DIE DE VRIJHEID NIET MEER MOCHTEN MEEMAKEN
Een aantal legeronderdelen hebben een plaquette laten vervaardigen.

Er zijn negen Nederlandse militairen omgekomen in Libanon. Bovenaan deze plaquette zijn hun namen vermeld.
Ik ben hier al eerder geweest, goed om nog eens terug te komen. We lopen nog even rond in het park.

Nog een afscheidsfoto van het Monument voor Vredesoperaties, nu vanaf de andere kant.
We rijden naar de parkeergarage Stationspark. Hm, er is zeker iets gebeurd, nabij het station verzeil ik in een file. Waarschijnlijk mis ik daardoor een afslag, maar kom uiteindelijk toch terecht op een parkeerlocatie.
We gaan stadswandelen in Roermond. Helaas heb ik de route alleen maar op mijn GPS. Wel heb ik op internet een omschrijving van de bezienswaardigheden gevonden.
Om te beginnen enige algemene informatie:
Hanzestad Roermond, gelegen op de samensmelting van de rivieren Roer en Maas, heeft een verleden van handel en lakenweverijen. Maar ook vreemde overheersers hebben hun stempel op de stad gedrukt. Spanjaarden, Fransen, Oostenrijkers en Belgen heeft Roermond over de vloer gehad, voordat de stad in 1867 werd opgenomen in het Koninkrijk der Nederlanden. Ook nu slenteren er buitenlandse gasten naar Roermond, maar die komen vooral af op de vele winkels en de bourgondische sfeer.
We starten vanaf het station, maar deze ludieke foto maakte ik een eindje verderop.
Aan de Hamstraat 20 staat de voormalige synagoge van Roermond. De synagoge werd in 1853 in het centrum van Roermond gebouwd, tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoest en in 1953 heropgericht. Het trotse voorhuis staat voor de bloeiperiode van de kleine joodse gemeenten in Limburg in de 19e eeuw. De kleinere na-oorlogse synagoge op de binnenplaats getuigt van de moeilijkheden om na de Duitse bezetting en de Holocaust opnieuw joods leven op te bouwen.
De synagoge was het religieuze centrum van de joodse gemeente Roermond, die volgens de traditionele ritus hier haar eredienst vierde. Na de opheffing van de gemeente in 1986 bleef het interieur met de weinige bewaard gebleven voorwerpen voor de eredienst over. Geopend op de eerste zondag van de maand en in de maanden juli en augustus op zaterdag van 14.00 tot 17.00 uur.
De Munsterkerk is met zijn twee karakteristieke torens een waar pronkstuk.
Oorspronkelijk hoorde de kerk bij een klooster dat begin 13e eeuw net buiten de toenmalige stadsmuren werd gebouwd. De kerk toont de overgang van de massieve romaanse bouwstijl naar de vroege gotiek, herkenbaar aan de spitsbogen. De oudste delen bevinden zich bij het koor en aan de achterzijde, waar u vensters met ronde bogen en dwerggalerijen ziet. Binnen, onder de koepel, staat het kleurrijke praalgraf van de in 1229 overleden Gerard van Gelre en zijn vrouw. De vorm van de torens is te danken aan de architect Pierre Cuypers, wiens beeld naast de kerk staat. Hij ontwierp ook het sierlijke muziekpaviljoen midden op het Munsterplein, net als een flink aantal huizen elders in de stad. Uiteraard is de Munsterkerk gesloten.


Het statige pand tegenover de kerk, op de hoek van de Pollartstraat, is het Prinsenhof. Het werd eind 17e eeuw gebouwd voor de stadhouders, in een tijd dat Roermond nog bij het hertogdom Gelre hoorde.
Tja, ze hebben het Munsterplein wel helemaal volgebouwd met tenten. Zicht op de torens van de Munsterkerk.
Ook ik heb toentertijd postzegels verzameld. Ik ben nog vele jaren lid geweest van een postzegelclub. Helaas bleek mijn verzameling een aantal jaar geleden niets meer waard te zijn. Niemand verzamelt nog postzegels. Toch kon ik een liefhebber nog een plezier doen met mijn verzameling.
Welke kerk is dit? We lopen eromheen.
Ai, de Minderbroederskerk, het staat er gewoon op.
De naam van Pierre Cuypers duikt ook weer op bij de Minderbroederskerk. De kerk was lange tijd in gebruik als paardenstal en opslag voor hooi en stro, tot Cuypers in 1906 met overheidsgeld begon met de restauratie. De kerk wordt nu onder meer gebruikt voor tentoonstellingen en evenementen. Maar volgens het bord kerkt hier ook de Protestantse Gemeente Roermond. Oeps, en dat in een Rooms-katholieke omgeving!
De kerk is nog open ook en we lopen een rondje.

’t Groot Huys aan de Minnebroeders.
Toch leuk, zo’n geveltje!
Het Huis met de Steenen Trappen werd in 1666 gebouwd als dubbel herenhuis.
Tussen 1875 en 1994 deed het dienst als klooster, hetgeen meteen de kapel naast het gebouw verklaart. Overigens is alleen de voorgevel van de kapel bewaard gebleven.
Een stukje verder ontwaar ik deze fraaie gevel. Helaas is er geen informatie beschikbaar.
Het pand Janssens-Höppener.
De Neerstraat oogt een pietsie druk. ’t Is zonnig, het waait niet en het voelt niet koud aan. Toch heel ander weer dan gisteren.
Hekserij was toentertijd toch wel een dingetje.
Huis ‘De Kar’. Is dit nu hetzelfde pand als het ‘Roermonds Koopmanshuis’? Wie het weet mag het zeggen.

Een beeldje van Emile Seipgens.

In de Luifelstraat deze Struikelstenen.
Het stadhuis aan de Markt heeft een gevel met bakstenen muurpijlers. In de trouwzaal hangen de 18e-eeuwse portretten van de Habsburgse keizers, die tevens de hertogen van Gelre waren. De poppen op de sierlijke toren (waaronder een orgeldraaier, bisschop, papierschepper en architect) dateren van 1994 en bewegen rond het middaguur op de klanken van het carillon.

U volgt de ‘Schelpjes’ en na ongeveer 2400 kilometer bereikt u Santiago de Compostela. Ongeveer 2400 kilometer, want het is de bedoeling dat u vanaf uw eigen voordeur vertrekt. Het is mij iet of wat te ver!
Vlakbij de monding van die rivier begonnen bouwmeesters in 1410 met de constructie van de St. Christoffelkerk, die later werd opgewaardeerd tot kathedraal. In 1957 werd het beeld van de heilige op de torenspits geplaatst. Ik vind nog een uitgebreide beschrijving van de Sint-Christoffelkathedraal.
Roermond is sinds 1559 een bisschopsstad. In de kathedraal staat de zetel (cathedra) van de bisschop van Roermond: Mgr. Dr. Ron van den Hout. Het huidige bisdom Roermond is één van de zeven bisdommen in Nederland. De grenzen van het bisdom lopen gelijk met die van de provincie Limburg.
In de kerk kun je o.a. bijzondere beelden, schilderijen, altaren, de bisschopszetel, het orgel, grafstenen en monumenten bewonderen.
De oudste resten van bewoning in Roermond zijn gevonden aan de voet van de huidige kathedraaltoren. Rond 1200 werd er steeds meer bijgebouwd en werd er op deze plek de eerste parochiekerk gebouwd. Toen er later een omwalling rond de stad werd aangelegd, kwam de oude parochiekerk buiten de stadsmuur te liggen. Om die reden werd omstreeks 1410 begonnen met de bouw van een nieuwe parochiekerk, de huidige Sint-Christoffelkathedraal. De kathedraal heeft voornamelijk een laatgotische bouwstijl, bestaande uit een vijfbeukig schip met een ingebouwde westtoren, uitspringende dwarsbeuken en een driebeukig hallenkoor.
De monumentale kerk heeft door de eeuwen heen diverse rampen meegemaakt: een stadsbrand in 1554, in 1566 een beeldenstorm en in 1572 plundering door de troepen van Willem van Oranje. Daarna volgden diverse blikseminslagen, stormschade en torenbranden.
In december 1942 werden de klokken van kathedraal en de Munsterkerk gevorderd door de Duitsers. De grootste klok, de Maria-klok, is na de oorlog teruggevonden en teruggeplaatst. De zwaarste verwoesting vond plaats op 28 februari 1945 (een dag voor de bevrijding van Roermond), toen de Duitsers de toren van de kathedraal opbliezen.
De meest recente ramp trof de kerk op 13 april 1992 toen een aardbeving zorgde voor aanzienlijke schade.
Het buitenlicht stroomt de kathedraal binnen via indrukwekkende glas-in-loodramen, ontworpen en gerestaureerd door Roermondse kunstenaars en ambachtslieden. Na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog bleven alleen de ramen van Frans Nicolas in het Mariakoor gespaard.
Sindsdien is de kathedraal verrijkt met kleurrijke nieuwe ramen van kunstenaars met een sterke band met Roermond, zoals Joep Nicolas, Max Weiss, Leo Reichs, Diego Semprun Nicolas, Huub Kurvers en Jean-Paul Raymond. Zij zetten een eeuwenoude glastraditie voort.
Op de kathedraal staat een groot koperen beeld met bladgoud er overheen van Sint-Christoffel met Christus op zijn schouder. Roermond heeft als een van de weinigen ter wereld een heuse Sint-Christoffelkathedraal. Sint-Christoffel is de patroonheilige van o.a. reizigers en van de inwoners van Roermond. Het beeld wordt in de volksmond ‘Sjtuf’ genoemd.
De Roermondse goudsmit Gerard Douven maakte het oorspronkelijke beeld in 1665.
Deze kunstliefhebber uit Roermond was behalve goudsmid ook de rentmeester van het Kathedraal Kapittel. Trots stond het beeld op de toren, tot op 20 mei 1892 de bliksem insloeg en de toren uitbrandde. Van het beeld bleven alleen gesmolten brokken over.
Een been en hand zijn nog te zien in het Historiehuis. De herbouwde kerk kreeg een nieuwe toren en beeld (gegoten door Theodorus Cox), een storm verwoestte de spits en het beeld in 1921 alweer. Het beeld is daarna meerdere keren vervangen vanwege stormen, branden en bomaanslagen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het beeld dat er nu op staat is gemaakt door Jac Claessens.
De kerk is nog open ook! We kijken uitgebreid rond. De foto’s en de teksten laat ik voor zichzelf spreken.




























De Rattentoren is een overblijfstel van de vestingwerken van Roermond aan de Grote Kerkstraat nabij de Sint-Christoffelkathedraal. De ronde hoektoren uit het laatste kwart van de 14e eeuw is een van twintig torens die ooit onderdeel van de Roermondse stadsmuur waren. Tijdens de stadsbrand van 1554 werd de spits van het vestingwerk verwoest.
De aanvankelijke namen die voor de toren gebruikt werden waren Klokkentoren en Goudentoren. Begin 17e eeuw werd dat Heksentoren vanwege het gebruik als gevangenis voor vrouwen die ervan beschuldigd werden een heks te zijn. In de 18e eeuw werd de omgeving van de afgetakelde toren als vuilnisbelt gebruikt. Hij kreeg toen de naam Rattentoren.
Huisvlijt, neem ik aan.
In de Swalmerstraat woonde het welgestelde deel van de Roermondse bevolking.
Bij huisnummer 100 kunt u rechts door een poortje naar de Caroluskapel van het voormalige kartuizer klooster. De rijke versieringen, zoals het rococoplafond, zijn voornamelijk in de 18e en 19e eeuw aangebracht. In de kapelwand worden de schedels en botten bewaard van kloosterlingen die tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) omkwamen.
Tja, dicht helaas.
De oude muziekschool is niet vermeld in de beschrijving.
Zoals vaker voorkomt zijn we hier eerder geweest. De Maasroute fietsten wij in augustus 2019 van Maastricht naar Arnhem. Van Maassluis naar Nijmegen fietsten wij in juli 2016.
Dit fraaie witgepleisterde pand aan de Steenstraat 30 is Huis Bocholtz. Dit pand zou u met zijn statige voorkomen en bijgebouwen wellicht eerder op een groot landgoed verwachten dan midden in een stad. Het werd vóór 1825 gebouwd op de plek van een verblijf van een adellijke familie. In de bijgebouwen waren onder meer stallen en een wasplaats ondergebracht.
Achter de muur gaat het serene Park De Karthuis schuil. Het ligt deels in de vroegere tuinen van het kartuizer klooster, zoals blijkt uit een in de bestrating zichtbaar gemaakte monnikcel. We lopen er een rondje. Overigens, de ANWB moet wel iets aan het bordje doen.






De Ursulakapel is niet vermeld in de beschrijving.

Meteen links in de Pollartstraat, afgesloten met een hek, staat het 17e-eeuwse, voormalige Bisschoppelijk Paleis. Het heeft ook dienstgedaan als militair hospitaal, kazerne, magazijn en Paleis van Justitie.



Het voormalig huis van bewaring is niet vermeld in de beschrijving.
We staan aan de zijkant van het Prinsenhof. We zijn zo goed als ‘rond’.
Sowieso een mooie stadswandeling. Op naar het station en naar de parkeerplaats.
De track van de wandeling. In paars de gedownloade track en in geel de daadwerkelijke gelopen track.
We rijden in een halfuurtje naar het Boshotel dat we tegen kwart voor vijf bereiken.
Wie heeft op mijn plekje zijn Corvette geparkeerd? Ok, voor deze keer dan.
We nemen het er op de kamer even ons gemak van. Het was toch een intensieve dag. Sowieso veel gezien.
Om kwart over zes lopen we naar het restaurant. Kijk, het menu staat op tafel.
We starten met een amuse van gemengde salade met knolselderij en gekarameliseerde geitenkaas.
We hebben weer een wijnarrangement geboekt en de Terre di Kama Pinot Grigio Catarrato komt door. Het is een Siciliaanse blend met pit. Deze biologische witte wijn heeft een krachtige geur en smaak van citrus en tropische vruchten met mandarijn, appel, peer, grapefruit en een vleugje zuidkruiden voor wat frisheid. Deze wijn is een blend van 70% Catarratto en 30% Pinot Grigio. Deze laatste druivensoort kan in warme omstandigheden soms beige worden, maar met hulp van de Catarratto, een inheems ras dat de hitte gewend is, is deze wijn kleurrijk en krachtig. Beide soorten groeien op de heuvels van Trapani in het noordwesten van Sicilië. Ze worden ieder op een ander moment geplukt, maar altijd met de hand wanneer ze optimaal gerijpt zijn. Dit resulteert in een biologische wijn met expressieve aroma’s en voldoende zuren. Deze Siciliaanse blend is ideaal als aperitief, maar ook een goede tafelgenoot voor diverse zeevruchten, vis en salades.
Voor de juiste smaak serveert u de wijn op 8 tot 10 graden. Terre di Kama Pinot Grigio Catarrato is exclusief bij Bidfood verkrijgbaar.
Ai, dit wijntje smaakt prima, maar het scheelt natuurlijk dat wij Sicilië bezocht hebben.
Het brood komt door. Ik blijf het wat ‘kalig’ vinden.
Het voorgerecht betreft zachtgegaarde varkenslende met een bitterbal van gevogelte en zoetzure tomaatjes.
De Viognier van le Versant wordt ingeschonken. De neus, openhartig, fris en heerlijk, opent met wit en geel fruit, tonen van bijenwas en honing, vergezeld door een florale toets van witte bloemen en lavendel. Het geheel blijft verfijnd en goed gekarakteriseerd. In de mond is de aanzet gespannen, gedragen door een mooie balans en een zilte toets.
De persistentie, gekenmerkt door citrusvruchten, loopt over in een heerlijke en hartige afdronk, vol energie en frisheid. Ai, dit is wel een zeer poëtische tekst, eerlijk ‘gepikt’ van internet.
Het hoofdgerecht is op de huid gebakken heilbotfilet met saffraansaus en een olie van inktvis.
Dochterlief lust geen vis en krijgt een ander gerecht.
Het laatste wijntje komt door. Het is een Beerenauslese van Rheinhessen.
Het is een intens zoete wijn met een heldere strogele kleur. Deze Duitse wijn heeft verleidelijke geuren en smaken van honing, abrikoos en rijp geel fruit. Door de frisse zuren staat hij als een huis. De smaak is zoet en zacht, en lijkt wel oneindig. Deze wijn is niet alleen lekker als dessertwijn bij bijvoorbeeld tarte tatin, een pruimentaartje of abrikozen crumble. Hij combineert ook goed bij romige kazen, harde kazen of blauwaderkazen.
Ook als aperitief of aan het einde van het diner.
Het nagerecht is een taartje van pistache met karamel en een krokante van honing.
Hm, ook dit keer had het nagerecht van mij wel iets uitbundiger gemogen.
Hm, ook vandaag geen vuurwerk op het nagerecht van dochterlief.
We besluiten met thee. We hebben geen zin om dit op de kamer te bereiden.
Ok, prima gegeten, maar ja, wij zijn natuurlijk zwaar verwend. Om negen uur lopen we naar onze kamers.

