Leiden (stadswandeling) en collegedag ‘Goden van Egypte’ (nov 2018)

Maandag 5 november 2018
Leiden collegedag ‘Goden van Egypte’ in het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) en aansluitend bezoek aan de tentoonstelling
Om kwart over zeven staan we op en om kwart voor acht genieten we het ontbijt.
Nou, dat laatste is prima voor elkaar!We checken uit, op naar de collegedag. Overigens, tegenover het hotel staat de Marekerk gebouwd tussen 1639 – 1649. Zoals meestal is ook deze kerk gesloten. Let u maar niet op de fietsen.Mooi, we zijn er en het RMO is vandaag uitsluitend toegankelijk voor een exclusief gezelschap.We hebben (uiteraard) online gereserveerd (en betaald) en geven onze tickets af. Er staat koffie/thee klaar, maar we hebben het uitgebreide ontbijt net achter de kiezen. Zie ik op de tweede rij in het midden twee prima plaatsjes? Ik kan van hier de katheder zien en ik zit recht voor het beamerscherm. Mooi, deze plaatsen zijn voor ons. Even later horen we dat de collegedag is uitverkocht. Ik tel ±180 stoelen, belangstelling genoeg dus. Eerst enige algemene informatie:
Het Historisch Nieuwsblad organiseert de collegedag ‘Goden van Egypte’. Religie speelde een niet te onderschatten rol in het Oude Egypte. Men aanbad een grote schare godheden, waarbij de farao fungeerde als intermediair tussen mens en god. Tijdens deze collegedag nemen vier deskundigen, waaronder twee conservatoren van het RMO, u mee naar het Egyptische godenrijk.
Dr. Olaf Kaper laat onder meer zien hoe, naarmate de Egyptische samenleving veranderde, de godheden menselijke eigenschappen aannamen.
Drs. Petra Hogenboom, assistent-conservator collectie Egypte van het RMO, gaat vervolgens in op de rol van godsdienst in het dagelijks leven van de Egyptenaren.
Hierbij wordt veel aandacht besteed aan de omgang met de doden.
Na de lunch verhaalt Dr. Jaap van Dijk over farao Achnaton, die in de veertiende eeuw voor Christus het monotheïsme instelde en een aantal andere radicale veranderingen doorvoerde.
Prof. dr. Maarten Raven sluit de dag af met een lezing die aansluit bij de tentoonstelling ‘Goden van Egypte’. Hij benadert dit thema via vijf wegen: de schepping van de kosmos, de hemel als natuurlijke habitat van de goden, de aarde, de onderwereld en de overlevering van het Egyptische godenrijk.
Na de lezingen is er gelegenheid om in het RMO de nieuwe tentoonstelling ‘Goden van Egypte’ te bezichtigen, die deze dag exclusief voor bezoekers van de collegedag is geopend.
Met de grote tentoonstelling ‘Goden van Egypte’ brengt het RMO van 12 oktober 2018 tot 31 maart 2019 weer vele topstukken naar Nederland. Meer dan vijfhonderd voorwerpen uit binnen- en buitenlandse musea brengen de Egyptische godenwereld tot leven en laten zien hoe groot de invloed van de goden op het leven van de oude Egyptenaren was.
U ziet onder andere imposante beelden van goden en godinnen, magische papyri, gouden sieraden en rijk beschilderde mummiekisten. Nooit eerder was een tentoonstelling van deze omvang geheel gewijd aan het oud-Egyptische godenrijk.
Voor ‘Goden van Egypte’ werkt het RMO samen met het Egyptisch Museum in Turijn, dat beschikt over de tweede grootste Egyptische collectie ter wereld. Bovendien komen er bijzondere godenbeelden, reliëfs, stèles en mythologische papyri uit het British Museum (Londen), Musée du Louvre (Parijs), Kunsthistorisches Museum (Wenen), Roemer und Pelizaeusmuseum (Hildesheim), het August Kestner Museum (Hannover) en het Allard Pierson Museum (Amsterdam).
Tja, hoe ga ik dit nu aanpakken. In een eerder reisverslag (Rijksmuseum van Oudheden 17 april 2017 ‘Koninginnen van de Nijl’) schreef ik al uitgebreid over de Egyptische geschiedenis. Dat laat ik nu bijna geheel achterwege. Ok, ik probeer het aan de hand van de door mij gemaakte foto’s, de lezingen en de aangeschafte boekwerken (daarover later). De foto’s zijn niet allemaal even scherp, maar dat is niet anders. Over een eventuele nieuwe camera/iPhone heb ik het in het voorgaande reisverslag al gehad.
De volgorde van schrijven is – min of meer – zoals de tentoonstelling is ingericht.
Tja, het Egyptische Rijk heeft zo’n 3.000 jaar bestaan. Toch was Egypte niet altijd een politieke eenheid. Vóór 3000 voor onze jaartelling bestond het uit een aantal prehistorische (stads)staatjes die elkaar soms bestreden.
Egypte was een groot land en telde vele steden, dat kunt u op het kaartje zien. In de grote steden trokken somtijds de priesters de macht naar zich toe en propageerden hun eigen goden. En thuis vereerden de Egyptenaren in hun eigen huisaltaar veelal hun eigen goden. Daar is veel minder over bekend dan over de ‘grote’ goden. Ingewikkeld? Dat is het zeker! Zo hier en daar verval ik in herhalingen, maar dat is om de grote lijn vast te houden.
Nog iets vooraf, de Egyptenaren zelf hadden een rotsvast geloof in de samenhang tussen de bovenwereld van de goden (het ‘hemelrijk’) en de onderwereld van de doden (het ‘dodenrijk’), met daartussen de aarde waarop zij zelf leefden (het ‘aardse rijk’).
Ze hadden misschien niet door dat die samenhang door henzelf was verzonnen, dat daarmee veel zegt over henzelf.
De Egyptenaren kenden vele goden (±2.000) met uitzondering tijdens de regering van farao Achnaton, die bepaalde dat er maar één god was te weten ‘Aton’. Joden, christenen en moslims (voortaan schrijf ik de beoefenaars van godsdiensten met een kleine letter), erkennen ook maar één god.Het merkwaardige is dat aanhangers van monotheïstische religies de geloofswaarheden van andere religies vaak als mensenwerk beschouwen. Die – andere – religies worden dus door hen niet serieus genomen. Maar misschien moeten we religies – in het algemeen – zien als een poging van de mens om zin te geven aan een chaotisch en in wezen zinloos bestaan.
Hebt u weleens gekeken op de site ‘http://www.godchecker.com’. Deze Amerikaan verzamelt goden, hij heeft er al meer dan 4.000. Dat waren er een paar jaar geleden veel meer, maar ‘dubbele’ goden heeft hij verwijderd. Als u er nog eentje weet, hij houdt zich aanbevolen.
Even voor het overzicht – in het kort – de Egyptische Rijken die er geweest zijn.
Vroegdynastische Periode ca. 2900-2545
Oude Rijk ca. 2543-2120
Eerste Tussenperiode ca. 2118-1980
Middenrijk ca. 1980-1760
Tweede Tussenperiode ca. 1759-1539
Nieuwe Rijk ca. 1539-1077
Derde Tussenperiode ca. 1076-723
Late Periode ca. 722-332
Griekse Periode 332-30 voor onze jaartelling
Romeinse Periode 30 voor-395 na onze jaartelling
Byzantijnse Periode 395-639
Op de poster van de tentoonstelling ziet u het dubbelbeeld van Horemheb en Horus uit het Kunsthistorisches Museum te Wenen (zie de ‘kopfoto’), maar deze foto is van mijzelf en gemaakt bij de ingang van de tentoonstelling. Over Horus ga ik het nog uitgebreid hebben!Ai, we maken een grote sprong in de tijd van het Egyptische Rijk, ik vermoed dat dit grote beeld niet naar de verdieping te tillen was. Hm, het kan zijn dat men in de ‘Late Tijd’ van mening was dat de farao de zoon was van de zonnegod Amon. Veel vaker lees ik dat men de farao beschouwde als de aardse incarnatie van de god Horus. Daarmee was de farao dus zelf een godheid, die na zijn dood opgenomen werd in het ‘Hemelrijk’.De god Osiris is de vader van Horus. En dit is Osiris zelf. Hij draagt zijn atef-kroon (hoge mijter met twee struisveren) en in de handen de gesel en de kromstaf als teken van zijn koningsschap.De godin Isis is de zus én de gemalin van Osiris én de moeder van Horus. Met zijn drietjes vormen zij een zogeheten ‘triade’. Er zijn veel meer triades, maar deze is, mijns inziens, toch wel de belangrijkste. Dit is de triade van Amon.En dit de triade van Ptah. Op de mythe – hoewel elke Egyptenaar rotsvast geloofde dat de mythe 100% waar is – staat de Egyptische (goden)wereld als een huis. Omdat de mythe zo belangrijk is, geef ik hem hier weer:
De mythe van Osiris (en Horus en zijn zus/echtgenote Isis):
Al sinds de vroegste tijden beweerden de plaatselijke opperheren van Egypte over mystieke krachten te beschikken. Elk belangrijk dorp bezat zijn eigen god, en de plaatselijke opperheer woonde altijd in de buurt van de aan die god gewijde tempel, waar hij de zegen van de god kon afsmeken. Vaak werd de god voorgesteld als een dier, bijvoorbeeld de wrede god Seth, afgebeeld als een angstaanjagend dier met een langwerpige snuit. Een andere opperheer ontleende zijn macht aan de kracht en geslepenheid van de valk-god Horus. Later zouden de met de plaatselijke goden verbonden mythes worden samengevoegd tot een mythe die verhaalde van een bittere machtsstrijd, resulterend in de aanstelling van één god over heel Egypte. Toch blijven veel van deze goden en verhalen naast elkaar bestaan. Overigens, in het Oude Testament zijn ook verschillende tradities opgenomen, bijvoorbeeld tweemaal het verhaal van de schepping.
Volgens één van de versies van dit mythische verhaal heerste Osiris over Egypte met steun van zijn zus Isis tevens zijn echtgenote. Osiris werd echter vermoord door zijn afgunstige broer Seth (een bekend gegeven in de literatuur). Seth sneed het lichaam van Osiris in veertien stukken en verspreidde ze over heel Egypte. De trouwe Isis vond uiteindelijk de resten van Osiris terug – behalve de penis – en mummificeerde haar echtgenoot.
Osiris werd in zijn gemummificeerde bestaansvorm tot leven gewekt als koning van het dodenrijk. Op magische wijze werd Isis zwanger van Osiris en baarde haar zoon Horus.
Vervolgens wedijverde Horus met zijn oom Seth om de macht over Egypte.
Uiteindelijk kwam het tot een treffen, waarbij Horus, hoewel hij een oog verloor, er in slaagde Seth te castreren. Daarna vond een proces plaats, waarbij Geb – de god van de aarde – Horus tot overwinnaar en koning van Egypte verklaarde. Met de opkomst van de farao’s was de betekenis van de mythe duidelijk: er zou één enkele heerser zijn over Egypte, die de incarnatie zou zijn van de grootste der Egyptische goden. Elke farao was de menselijke verschijning van Horus, en na zijn dood werd de farao één met Re (de zonnegod), terwijl zijn opvolger op aarde regeerde als de nieuwe incarnatie van de grote valk-god Horus. In later jaren werd de farao ‘de zoon van Horus’ oftewel ‘de zoon van god’ genoemd.
Overigens, het gebruik om de doden te mummificeren vindt zijn oorsprong in deze mythe. Osiris kan onder allerlei gedaanten worden vereerd. Steevast heeft hij de gedaante van een mummie, omdat hij zijn voortleven te danken heeft aan de balseming van zijn verminkte lichaam.
Tja, waar komen we vandaan. Dat vraagt iedereen zich weleens af. Ook de Egyptenaren dachten er toentertijd al over na. Zelf vind ik het niet zo belangrijk om dat te weten.
Maar waarvoor zijn we eigenlijk op aarde? Dat was de openingsvraag van een jehova’s getuige die ik een paar jaar geleden aan de deur kreeg. Toevallig(?) scheen de zon net door het wolkendek heen en kon ik de beste man op de zonnegod Aton wijzen. Dat Aton toch wel de enige ware god is en alle anderen ‘afgoden’. Dat wij op aarde zijn om Aton eer te bewijzen en te dienen. Daar had hij (de jehova’s getuige) niet van terug en ik heb hem nooit meer teruggezien. Overigens, farao Achnaton noemde de zonnegod ‘Aton’.Hierna volgt het scheppingsverhaal van de stad Heliopolis.Heliopolis (de ‘zonnestad’, nu een voorstad van Caïro) noemde de schepper ‘Atoem’, die de vorm van de zon (Re) aannam en de overige goden schiep. Aan de paradijselijke situatie kwam een eind door de strijd om de macht tussen Osiris en Seth, maar ook kwamen de mensen in opstand tegen hun schepper.
Re-Atoem strafte de moordenaar Seth en riep de mensheid tot de orde door zijn verzengende zonneoog. Re-Atoem creëerde een onderwereld waar Osiris koning was.
Alle mensen konden daar na hun dood terecht door net als Osiris aan een nieuw leven te beginnen. In dat eeuwig voortbestaan geloofde elke Egyptenaar rotsvast. De goden verlieten de aarde om te gaan wonen in de hemel gevormd door de godin Noet.
Zoon Horus werd naar de aarde gestuurd om daar koning te zijn (oftewel de farao).
Onderstaande passage uit de wijsheidsleer van koning Merikare (±2050 voor onze jaartelling) eert de zonnegod als de schepper van de aarde, waarop de mensen alles vinden wat ze nodig hebben.
‘Goed verzorgd zijn de mensen, het vee van God, die hemel en aarde maakte zoals zij zich wensen. Hij gaf hun neuzen de levensadem. Want zij zijn als zijn evenbeeld, voortgekomen uit zijn lichaam. Hij schijnt voor hen aan de hemel, hij maakte voor hen planten en dieren, vogels en vissen om hen te voeden.’
De Egyptenaren noemden hun thuis ‘het Geliefde Land’, omdat het ook bij de goden een favoriete verblijfplaats was. Dat bleek wel uit het feit dat de god Horus er in levende lijve rondliep, in de persoon van de farao, die zijn aardse incarnatie was.
Dit is de zonnegod Re met de zonneschijf op zijn hoofd. Tja, de Egyptenaren hadden er een handje van om – na verloop van tijd – de ene god met de andere samen te smelten. In Aswan, Memphis en Hermopolis dacht men toch iets anders over de schepping.
In Aswan is de schepping het werk van de god Chnoem op zijn pottenbakkerswiel.
De eerste foto’s zijn helder, maar de laatste? Deze foto vind ik ook niet in het boekwerk. Hm, ik moet terug! In Memphis denkt men er weer anders over. Hier is de god Ptah de schepper.

Uiteraard is elke schepper volmaakt, dus het resultaat van de schepping kan niet anders dan volmaakt zijn. Later zijn we die situatie het ‘paradijs’ gaan noemen. Met dit plaatje gaan we weer even terug naar het begin.Een schema voor het overzicht.Over Maät kom ik nog te spreken in verband met het laatste oordeel (het Dodengericht).Hebt u weleens in de woestijn bij avond/nacht op uw rug in het zand gelegen en naar de sterren gekeken? Het moet dan wel een heldere hemel zijn, want ook in de woestijn kan het bewolkt zijn. In elk geval, de sterrenhemel is overweldigend. Na enige tijd lijkt het net of je de sterren kunt aanraken, zo dichtbij lijken ze te staan. Dat komt doordat het in de woestijn werkelijk ‘aardedonker’ is, dat komt in onze geïndustrialiseerde wereld niet meer voor.Tijdens het Oude Rijk werden de sterren gezien als de zielen van de gestorvenen. Het idee was dat de gestorvene naar de hemel opstijgt en als een ster het eeuwige leven krijgt.
In latere tijden wordt deze visie vervangen en meent men dat de gestorvene zich bij Osiris in de dodenrijk vervoegt en dagelijks met de zonnegod in diens bark langs het firmament meevaart.
De goden verblijven dus in de hemel, maar dat is anders geweest. In de Mythe van de Hemelkoe figureert Re na de schepping als koning van de goden en de mensen. Re reisde toen nog niet dagelijks langs de hemel maar vertoefde met de andere goden op aarde.
In deze gouden tijd was alles perfect: er was geen dag of nacht, geen dodenrijk. Goden en mensen leefden in harmonie, totdat de mensheid tegen haar oud geworden schepper in opstand kwam.
De goden verlaten daarop de aarde en trekken zich terug aan de hemel. De hemel is geschapen door Sjoe (god van lucht en licht), door Noet (godin van de hemel) te verheffen boven Geb (god van de aarde). De sterren zijn de zichtbare manifestatie van de goden aan het firmament, en zij beheren de schepping voortaan op afstand.
Tja, ik ben zelf nooit in Egypte geweest. Ik zou de religieuze centra graag willen zien, maar in Arabische landen krijg ik altijd maag- en darmstoornissen. Orchideetje – wel in Egypte geweest – durft het niet met mij aan. In elk geval, op dit kaartje staan de voornaamste religieuze centra, bij welke reisorganisatie moet ik zijn?Noet is dus de hemelgodin, maar… de hemel is alleen weggelegd voor de goden én de farao. Harerem heeft dus pech, voor hem is er het dodenrijk.Amenhotep hoopt erop dat hij voortleeft in het dodenrijk.Voor mij – als nuchtere westerling – is de redenatie soms te bizar om te volgen.
Maar eigenlijk moet ik gewoon accepteren dat de Egyptenaar toentertijd gewoon zo dacht.
Een paar belangrijke goden.De zonnegod heeft 75 gedaanten.Het hiërogliefenschrift is overbekend, maar werd alleen gebruikt voor religieuze teksten. Het hiëratisch schrift werd gebruikt naast het hiërogliefenschrift. Het werd geschreven met pen en inkt en was daardoor gemakkelijker in het gebruik. Het hiëratisch schrift werd vervangen door het demotisch schrift en dat was de tweede tekst op de Steen van Rosetta. Dit schrift werd eerder ontcijferd dan het hiërogliefenschrift. De mythe van het Zonneoog is geschreven in het demotisch. Goed te zien is dat de Egyptenaren natuurverschijnselen verklaarden met de macht van de goden.Tja, de fasen van de maan, de Egyptenaren hadden dus geen idee hoe het echt zat.
Daar werd dus een fraaie mythe voor ontwikkeld.In het verleden is geëxperimenteerd met het aantal dagen per week. Dat aantal moet sporen met de maanstanden, anders wordt het wel heel verwarrend. Boeren gaan eenmaal per week naar de markt om hun waren te verkopen, dat is het handigst.
En slaven kun je niet oneindig laten werken, dan gaan ze voortijdig dood. Eén rustdag per week is dus een vereiste. Tien dagen in een week, drie weken per maand is dus een optie. Aan het eind van het jaar heb je dus dagen ‘over’, daar maak je feestdagen van. Wat mij betreft voeren we dat weer in.
Hoe komen we eigenlijk aan die zevendaagse week? Dat is een vinding van de Babyloniërs. Voor de boeren kwam dat beter uit en na zes dagen ploeteren hadden de slaven het ook wel gehad. Zij waren ook wel toe aan een rustdag, de zevende dag dus.
Ik ga weer terug naar de sterren. De hemelgodin Noet, de dode farao, de Egyptische week en de sterrenbeelden worden aaneen gesmeed.Ook Peftjaoeneith hoopt er het beste van.In principe zijn de goden – die in de hemel leven – onzichtbaar, maar als ze naar de aarde komen nemen ze een vorm aan, die de mensen kunnen zien. Het is hun ziel (ba) die zulke reizen onderneemt, en die dan zijn intrek kan nemen in het lichaam van een mens of dier, een beeld, een boom of een bron. De vruchtbaarheidsgod Apis kiest daarvoor een stier, de hemelgod Horus een valk. Ze kunnen dus als stier of als valk worden afgebeeld.
Ook kunnen de goden worden afgebeeld als mensen met een dierenkop: een stierenkop voor Apis, een valkenkop voor Horus. Dierenkoppen zijn dus eigenlijk alleen maar attributen om de afbeeldingen van elkaar te onderscheiden; weinig Egyptenaren zullen hebben geloofd dat de goden er echt zo bijliepen.
De Egyptenaren beelden de ziel meestal af als een vogel met een mensenhoofd, om te benadrukken hoe vrij de ziel zich beweegt tussen hemel en aarde.
Een favoriete woonplaats voor de goddelijke ziel is natuurlijk het lichaam van de farao.
Hij is god en mens tegelijk. Meestal wordt hij gezien als de aardse incarnatie van de god Horus, die van zijn vader Osiris het koningschap erfde.
Wanneer de farao komt te overlijden, vliegt hij terug naar de hemel. Vervolgens neemt zijn zoon als de nieuwe Horus zijn plaats in op aarde.Ahmose-Nefertari was de zus én echtgenote van farao Ahmose I. Zij had veel invloed.Hier is Seti I als priester te zien.Ramses IV offert wijn. Egyptische tempels zijn geen gebedshuizen waar de mensen tot de goden kunnen bidden, maar woningen voor de goden. Een klassieke Egyptische tempel bestaat uit verschillende opeenvolgende en steeds kleiner en lager wordende zuilenhagen en kapellen. Helemaal achterin het tempelcomplex – in het allerheiligste – staat een naos (kapelschrijn), waarin het beeld van de hoofdgod van de tempel wordt bewaard.
Het godenbeeld is zo’n 50 cm hoog en is gemaakt van hout, steen of kostbare materialen. Nadat het godenbeeld is vervaardigd, voert een priester er het zogeheten ‘mond openingsritueel’ op uit: met magische instrumenten raakt hij de mond, neus, ogen en handen van het beeld aan.
Hiermee wordt het cultusbeeld een attribuut waarin de goden zich kunnen manifesteren en waarin de goddelijke ziel (ba) zijn intrek kan nemen. De godenbeelden zelf worden niet aanbeden; ze zijn een attribuut waarin de goden zich kunnen manifesteren en waardoor zij aanbidding en offers kunnen ontvangen.
Vaak ontstaan er provisorische volksschrijnen aan de achterzijde van de tempels, het dichtst bij de god in het inwendige allerheiligste. Bezoekers bidden hier geregeld, brengen er offers, en kerven op muren en plaveisel afbeeldingen van de godheid – of van diens oren – om te bevorderen dat de god of godin de gebeden daadwerkelijk verhoort!Dit is een vignet (een afbeelding) uit een dodenboek (daar kom ik op terug). Offerden de Egyptenaren ook door offers op een altaar te verbranden zodat de goden de geuren konden opsnuiven? Als de offers niet volledig verbrand werden maar alleen ‘gegaard’, aten de priesters de offers natuurlijk zelf op. Dat moet ik nog uitzoeken.Door veroveringen in Palestina, Syrië en de Soedan leren de Egyptenaren buitenlandse goden kennen. Deze goden kunnen er natuurlijk wel bij. Ook mogen de overwonnen volken hun eigen goden blijven vereren. Uiteraard zijn deze goden minder machtig dan de ‘eigen’ goden, anders was de situatie wel andersom geweest. Dat werkt natuurlijk naar twee kanten, de overwonnen volken maakten kennis met een machtiger god.
Op deze stèle is de triade Osiris, Isis en Horus te zien. Daar heb ik het al eerder over gehad.Zoals bekend zijn er vele triades, deze is een andere van Amon, Moet en Chonsoe.De leeuwinnengodin Sachmet was me er ook eentje!De Egyptenaren deden aan voorouderverering. Zo’n huisaltaar heeft wel wat. Toch is zo’n soortgelijk gebruik – ook in de westerse wereld – niet geheel verdwenen. Kijk maar eens goed om u heen.De god Bes ziet er angstaanjagend uit, maar het is een heel aardige god.Nog even iets over het huisaltaar.De stèle van Emhat.De stèle van Wepwawetaä.De god Thot (u weet wel, de ‘schrijversgod’) op een boot.Bij leven werden farao’s niet vergoddelijkt, maar er zijn uitzonderingen.Pelgrimages zijn van alle tijden.Dit is een processie voor de god Min.De tentoonstelling gaat over tot het ‘dodengericht’ oftewel ‘Het Laatste Oordeel’.
De tentoonstellingsteksten zijn uiteraard summier, anders wordt het te uitgebreid om allemaal te lezen. Hierna geef ik het uitgebreider weer.
Maar eerst iets over het ‘Dodenboek’.
Het Dodenboek is een soort reisgids die veel Egyptenaren meekrijgen in hun graf, vanaf het vroege Nieuwe Rijk, voor de geheimzinnige onderwereld. De heerser van dit ‘godsland’ is nu meestal Osiris, koning van het dodenrijk. Zijn opstanding uit de dood bevat voor iedere Egyptenaar de belofte dat een hiernamaals mogelijk is in het rijk van Osiris: een landbouwparadijs waar het graan nog hoger groeit dan op aarde. Alleen wie van onbesproken gedrag is, wordt toegelaten, want hier gelden nog de wetten van Maät.De aanwezigheid in het graf van een afschrift van het Dodenboek geeft de overledene het gevoel dat hij of zij is toegerust met alle benodigde bovennatuurlijke kennis en tovermiddelen voor een veilige overgang naar de goddelijke sferen van de onderwereld en een goede bescherming in het eeuwige leven na de dood.
Maar nu ga ik echt over tot het ‘Dodengericht’.
De meest bekende afbeelding uit het Dodenboek toont Osiris op zijn troon in de gerechtshal waar de dode zijn onschuld moet betuigen ten overstaan van een tribunaal van 42 goden. De gehele procedure vindt plaats onder leiding van de jakhalsgod Anoebis. Het hart van de dode wordt op een weegschaal gewogen met als tegenwicht de veer van Maät, de godin van waarheid en rechtvaardigheid. De uitslag van het oordeel wordt daarna opgetekend door de ibiskoppige Thot, de god van het schrift en de wijsheid.
Als het hart in gewicht verschilt van de veer van de waarheid, wordt de dode
niet rechtvaardig verklaard. Hij of zij wordt dan opgegeten door de monsterlijke godheid Ammoet (de ‘dodenverslinder’, een samengesteld wezen met de kop van een krokodil, het lichaam van een leeuw en het achterlijf van een nijlpaard). En dat betekent de totale vernietiging ofwel een permanente dood!Wie het gericht doorstaat, kan zelf de status verkrijgen van Osiris en delen in het eeuwige voortbestaan in het dodenrijk. Overigens, de oude Egyptenaren geloven dat het hart de zetel vormt van iemands geestelijke vermogens, gedachten, gevoelens en geheugen. Daarom laten ze het hart in de mummie tijdens het mummificeren. Mocht er iets gebeuren met het echte hart, dan kan een amulet in de vorm van een kever (de hartscarabee) als vervanging dienen.
Hier ziet u de opvatting dat de ziel van de dode na diens overlijden het vermogen krijgt om gedurende de dag het bewegingloze lichaam in het donkere graf te verlaten.Dan ben ik nu toe aan het dodenrijk. Hoe zou het er daar uitzien? Bent u wel eens in de catacomben van Cripta dei Cappuccini geweest? Die zijn te bezoeken in Palermo. Hier zijn de gemummificeerde lichamen te zien van duizenden rijke burgers uit Palermo. Het is een macaber gezicht, vooral omdat zij hun – toentertijd – mooiste kleding dragen. Tja, zo stel ik mij persoonlijk het dodenrijk voor. Sowieso hadden de Egyptenaren verschillende ideeën over het dodenrijk, die mijns inziens strijdig zijn met elkaar. Toch gingen die visies prima samen. Eerst maar enige informatie, daarna de ‘slides’ van de tentoonstelling.
Naast het hemelrijk (het domein van de goden) en het aardse rijk (de verblijfplaats van de levenden) bestaat er nog een derde rijk: de Doeat, het rijk waar de doden naar toe gaan. Vaak wordt Doeat vertaald als ‘onderwereld’, maar volgens de zogenaamde Piramide-teksten – de oudste religieuze teksten uit Egypte, die staan uitgebeiteld in de koningspiramiden uit het Oude Rijk – ligt de Doeat helemaal niet onder de aarde. Integendeel, het is de gordel van de sterren die in het noorden onder het hemelgewelf hangt. Daarheen zal de ziel van de dode farao opstijgen, om zich voortaan als een ster te manifesteren. Zo voegt de koning zich weer bij de andere hemelbewoners. Speciaal de zonnegod Re is daarbij zijn (lichtend) voorbeeld.
Gewone stervelingen gaan naar het rijk van het Westen of ‘de onderste Doeat’, waarvan de ingang aan de horizon ligt waar de zon ondergaat. Daar komen ze terecht in een diep, duister en verborgen rijk onder de aarde dat lijkt op de wereld van vóór de schepping. Deze onderwereld wordt bestuurd door een ongenoemde ‘grote god, heer van het Westen’. Toch associëren de Piramide-teksten deze god soms al met Osiris, de erfgenaam van de god Geb als koning van de aarde. In bedekte termen verwijzen deze spreuken naar het bekende mythologische verhaal van de moord op Osiris door zijn jaloerse broer Seth, en naar zijn opstanding uit de dood.
Zoals al aangegeven bestaat er ook een andere visie op het ‘hiernamaals’.
De nachtelijke baan van de zonnegod onttrekt zich natuurlijk aan de menselijke waarneming. Egyptische teksten leggen er dan ook veel nadruk op dat de kennis ervan geheim is en dat die niet met onbevoegden gedeeld mag worden. Wie deze geheimen kent, zal ook zelf in staat zijn na de dood de onderwereld te verlaten en te worden wedergeboren.
Ook de beschrijving van het dodenrijk en haar bewoners in het Amdoeat moet in dit licht gezien worden: kennis van religieuze geheimen is een belangrijk criterium om tot deze wereld te worden toegelaten. Wie deze kennis niet heeft en niet weet hoe hij zich tijdens zijn leven op aarde en in het hiernamaals dient te voegen naar de door de scheppergod tot stand gebrachte wereldorde (maät), stelt zich letterlijk buiten die orde en behoort ook na de dood tot het domein van de chaos die voor de schepping heerste. In het Amdoeat en de andere onderwereldboeken wemelt het dan ook van hellevoorstellingen waarin de verdoemden worden gestraft.Zoals de farao op aarde de representant van de scheppergod was, verantwoordelijk voor de handhaving van de maät en voor het in bedwang houden van de chaosmacht en die haar bedreigen, zo is hij dat ook in het dodenrijk. Deze actieve rol van de goddelijke farao maakt het noodzakelijk dat ook de bestraffing van de verdoemden, die de chaos representeren, wordt beschreven en afgebeeld. Zij worden gemarteld en op talloze manieren gedood; hun ba’s worden van hun lichamen gescheiden zodat ze niet kunnen herrijzen, en het leven schenkende licht van de zonnegod wordt hen ontzegd, ook al roepen ze naar hem wanneer hij voorbijtrekt.
Zij verkeren voor eeuwig in het ‘niet-zijn’, de buitenste duisternis van de oerchaos van vóór de schepping.
Tenslotte nog over een eventuele rituele oorsprong van het Amdoeat en aanverwante boeken.
In het dagelijks tempelritueel wordt de 24 uren durende dag- en nachtcyclus van de zon onophoudelijk ritueel begeleid en ‘nagebootst’, waarbij de farao als zonnepriester optreedt. Het is daarom niet verwonderlijk dat men de oorsprong van de teksten uit het Amdoeat wel heeft gezocht in dit ritueel. Tastbare bewijzen daarvoor ontbreken, maar raakvlakken zijn er zeker.
Zo wordt in hymnen uit het tempelritueel voor de godin Moet voor haar ‘het gezoem van de bij en het geloei van de stier in de nacht’ (een benaming van de nachtelijke zonnegod) geïmiteerd. Dat doet denken aan het 8e uur van het Amdoeat, waarin de zonnegod de bewoners van de onderwereld toespreekt als hij hen passeert: en ‘dan wordt er een geluid in deze spelonk gehoord als van een luid gezoem van bijen wanneer hun zielen Re toeroepen’.
Zo maakte de dood geen einde aan Osiris’ leven en ook niet aan zijn koningschap. In het dodenrijk regeert Osiris verder, al wordt hij pas vanaf het Nieuwe Rijk ‘heerser van de Doeat’ genoemd. Dan is ook algemeen geaccepteerd dat dit rijk onder de aarde ligt, en niet aan de westelijke hemel.Tijdens het Middenrijk gaan hoge bestuursambtenaren zich rechten toe-eigenen die eerst alleen aan de farao waren voorbehouden. Daarbij behoort de ambitie om één te worden met Osiris, en daardoor net als deze god de dood te overwinnen. Toch aarzelen de dodenteksten uit deze tijd – in de eerste plaats de zogenaamde Sarcofaag teksten en verder het Boek van de twee Wegen – tussen een eindbestemming in het onderaardse rijk van Osiris of toch liever aan de zijde van Re in de hemel. Die twee visies van het hiernamaals blijven gedurende de verdere Egyptische geschiedenis naast elkaar voortbestaan.De nachtbark van de zon (Amon dus).De zonnegod beschikt over twee barken. Logisch, want er is dag én nacht.Hoe zit het nu met Osiris en Re? Deze slide maakt het duidelijk.Ik maak een sprong in de tijd naar het jaar 50 voor onze jaartelling. De tekens van de dierenriem zijn een Mesopotamische vinding en via de Grieken naar Egypte gekomen.Even een stukje geschiedenis.
In het laatste millennium voor onze jaartelling wordt Egypte keer op keer bezet door buitenlandse heersers. Dat begint al rond 1100 voor onze jaartelling met de Libiërs, vier eeuwen later komen de Nubiërs, en daarna  wordt Egypte nog twee keer veroverd door de Perzen. In 332 voor onze jaartelling verdrijft de Macedonische koning Alexander de Grote de Perzen uit Egypte, als onderdeel van zijn veldtocht tegen het uitgestrekte Perzische rijk. Daarmee begint een periode van drie eeuwen waarin Egypte door Griekse koningen wordt bestuurd, de opvolgers van Alexanders generaal Ptolemaeus. De laatste van dit koningshuis van de Ptolemaeën is de beroemde vorstin Cleopatra, die in 30 voor onze jaartelling zelfmoord pleegt na een zeeslag te hebben verloren tegen de Romeinen. Haar tegenstander Octavianus, de latere keizer Augustus, voegt Egypte als provincie bij het Romeinse rijk, een situatie die zo’n zes eeuwen voortduurt.De god Horus als Egyptenaar en als Romein.De godin Isis in Grieks gewaad.De pantheïstische opvatting.Egyptomanie in de 19e eeuw was toentertijd in de mode.Ok, dat was de tentoonstelling ‘Goden van Egypte’. Zonder meer de moeite waard. Uiteraard heb ik het tentoonstellingsboek aangeschaft. Ook heb ik het boekwerkje ‘Goden van Egypte’ aangeschaft. Hierna de inleidingen.
Ter gelegenheid van de tentoonstelling ‘Goden van Egypte’ verschijnt het tentoonstellingsboek ‘Goden van Egypte’ – op zoek naar de wetten van de kosmos. In dit werk vindt u bijdragen van diverse egyptologen, internationale en nationale specialisten op het gebied waarover hun bijdrage gaat. Het boek is gemaakt onder redactie van prof. dr. Maarten J. Raven, conservator collectie Egypte van het Rijksmuseum van Oudheden.
Ingewikkelde mythologische verhalen vol avontuur, geweld en erotiek vertellen over de duizenden goden van de oude Egyptenaren. We kunnen onze schouders erover ophalen, maar dan doen we die eeuwenoude godsdienst toch tekort. Meer dan drieduizend jaar lang hebben deze goden mensen aangesproken die tot de meest ontwikkelde volkeren van de oudheid behoorden. Alleen als we hun geloof serieus nemen, kunnen we iets van hun cultuur begrijpen.
Daarom staan in dit boek de goden van Egypte centraal. We gaan zoeken naar de structuur van de godenwereld en de principes van hun onderlinge betrekkingen.
We ontdekken zo de idealen van de Egyptenaren, hun wereldbeeld, en hun gevoel voor orde en rechtvaardigheid. Al die exotische goden blijken vaak personificaties van natuurkrachten te zijn, of projecties van ethische beginselen: dezelfde krachten en principes waarmee ook de moderne mens worstelt. Culturen zijn wel veranderd, maar het menselijk brein niet.
Na een hoofdstuk over het ontstaan van de kosmos komen secties gewijd aan de hemel, de aarde en de onderwereld. Samen geven die een Egyptisch antwoord op de universele vragen: Waar komt de wereld vandaan? Waartoe zijn wij op aarde? Hoe kiezen we tussen goed en kwaad? Wat gebeurt er na onze dood? Daarna onderzoeken we de transformatie van de Egyptische religie na afloop van de faraonische periode. Daarbij trekken we de lijn door naar het heden. Ook tegenwoordig zijn de Egyptische goden nog springlevend in de populaire cultuur van film, strips, fantasy, tatoeages en commercie. Uitgever: Sidestone Press
Prijs: € 19,95
Ook is het handzame boekje: ‘Goden van Egypte – Van A tot Seth’ uitgebracht. Van ‘A tot Seth’ is geschreven door Maarten Raven, conservator van de collectie Egypte van het RMO en Ben van den Bercken, archeoloog en onderzoeker bij het RMO.
Uitgever: Sidestone Press
Prijs: € 8,99