Lochemse Berg (sept 2018)

Lieve lezer(essen)s van mijn wandelavonturen,

Geen wandelavontuur? Nee, dat is het slechte nieuws.
Nu het goede nieuws: hier volgt een reisverslag van ons uitje naar Deventer, De Lochemse Berg en Kasteel Ruurlo/museum MORE.

Reisverslag Deventer, De Lochemse Berg en Kasteel Ruurlo/museum MORE
Zaterdag 13 september t/m zondag 14 september 2018

Zaterdag 13 september 2018
Deventer – De Lochemse Berg
De aanleiding om naar Lochem te gaan is inmiddels vervallen. Maar ja, we hadden hotel/restaurant De Lochemse Berg (http://www.delochemseberg.nl/#) al geboekt en bovendien hebben we bijzonder veel animo om er een weekendje op uit te gaan.
Het beloofd trouwens prachtig ‘nazomerweer’ te worden.
Om tien uur stappen we in de auto, maar als eerste tank ik hem vol. Ai, het wordt vandaag maar liefst 26 graden in de plus en… ik sta al op mijn winterbanden! Ik hoop dat de banden niet al te hard slijten en neem me voor rustig aan te rijden. Tja, normaal ‘wintert’ het al zo’n beetje medio oktober.
Het is druk op de weg, iedereen gaat er op uit (ondanks de hoge benzineprijzen).
We navigeren weer met mijn iPhone met Sygic, dat bevalt mij eigenlijk nog als beste.
Toch nog vlot rijden we Deventer in en parkeren de auto in de parkeergarage ‘De Boreel’, voorheen de ‘Boreelkazerne’. Ikzelf ben hier nooit ‘gelegerd’ geweest, maar ik meen dat ik er in de zeventiger jaren weleens geweest ben voor een ‘bespreking’.
De kazerne werd in 1847 gebouwd en kreeg in 1934 de naam ‘Boreelkazerne’.
Talloze eenheden zijn hier gelegerd geweest, maar toen viel in november 1989 ‘De Muur’. Er was geen vijand meer en dat is voor een leger natuurlijk funest.
De één na de andere eenheid werd opgeheven en op 26 oktober 1995 viel het doek voor de ‘Boreelkazerne’. De laatste militairen verlieten de stad. Deventer is 427 jaar onafgebroken garnizoensstad geweest!
Na jaren van leegstand verpauperde het gebouw steeds verder en bood met zijn dichtgetimmerde ramen een trieste aanblik. DC Vastgoed slaagde erin om het gebied van de Boreelkazerne op bewonderenswaardige wijze te herstructureren. Daartoe zijn, op het monumentale hoofdgebouw na, alle kazernegebouwen gesloopt. Op de vrijgekomen ruimte zijn twee grote nieuwe gebouwen met winkels en woningen met onderliggende parkeergarage neergezet. De projectontwikkelaar omschrijft het complex op zijn website als: een multifunctioneel centrum voor winkelen, werken, wonen en ontspanning.
Er is gebouwd sinds 2005 (2009?) en einde 2012 was de restauratie voltooid.Nou, ’t is inderdaad erg mooi geworden. Winkelen gaan we niet, we willen de ‘Stadswandeling’ doen óf ‘Het Verstoorde Leven’, een wandeling langs plaatsen die herinneren aan het leven en werken van de joden in Deventer. We kiezen voor de laatste wandeling. In Deventer woonden in augustus 1942 precies 590 joden (aan het Nederlandse bevolkingsregister kon je een punt zuigen!), daarvan zijn er tijdens de holocaust 401 omgekomen (lees: vermoord). Dat is wel iets om op je in te laten werken. Van de ‘teruggekeerden’ zijn velen geëmigreerd naar Israël of naar de Verenigde Staten. Momenteel leven er in Deventer nog wel enkele joden, maar van een joods leven is geen sprake meer.
In 1930 leefden er in Nederland 110.000 joden. Tja, wie is een jood? De Duitse bezetter telde iedereen als jood die minstens twee joodse grootouders had. Zij kwamen op 130.000 joden. De holocaust kostte aan 102.000 Nederlandse joden het leven. Overigens, net zoals in de wandelgids gebruik ik voor het woord joods/Joods, joden/Joden overal een kleine letter.
De wandeling start bij het Etty Hillesum Centrum. Onderweg daar naartoe nemen we uiteraard ook andere bezienswaardigheden mee. Dit is het ‘Poortje’.De Kerksteeg vormt de verbinding tussen het Bergkerkplein en het Bergschild.
Ook vroeger liep hier de kortste weg van het kerkhof naar `Den Schilde’, de driehoekige ruimte voor de Heestpoort. Aan deze belangrijke doorgang tussen beide pleinen verrezen omstreeks 1300 de eerste stenen huizen. Het waren de beide hoekhuizen aan het kerkhof, nu Bergkerkplein 1 en Kerksteeg 12. Hier staan we voor Kerksteeg 12.Hier start de wandeling, bij het Etty Hillesum Centrum. Gelukkig is er een bordje, dat scheelt mij typewerk.Dit is de voormalige synagoge.Rond 1883 was de joodse gemeente zo groot geworden dat de sjoel aan de Roggestraat te klein was om met alle leden de diensten bij te wonen. Besloten werd tot aankoop van een terrein aan de Golstraat. De stadsarchitect J.A. Mulock Houwer maakte het ontwerp in wat men noemt ‘Moorse stijl’. Deze oriëntaalse stijl was in de tweede helft van de vorige eeuw de internationaal gebruikelijke stijl voor het bouwen van joodse gebouwen.
Een vergelijkbare synagoge vindt men bijvoorbeeld te Florence en ook in Groningen.
De synagoge is gebouwd door de firma H. Beltman uit Deventer; dit was de laagste inschrijver voor fl. 16.175,-. Door het ontbreken van voldoende middelen kon geen koepelbouw tot stand komen. In de geveltop ziet u de eerste woorden van de Tien Geboden, daaronder de davidster in glas-in-lood. Oorspronkelijk stond op de top ook nog een vergulde davidster die van veraf goed te zien was en boven de daken uitstak. Onbekend is waar deze is gebleven. De vier torentjes waren, geheel in de Moorse stijl, versierd met halvemaantjes erop.
De synagoge werd in 1892 ingewijd, toen Deventer ongeveer 500 joden telde. In 1932 bij het 40-jarig bestaan heeft een uitgebreide restauratie plaatsgevonden, waaraan wordt herinnerd door een – in 1995 fraai hersteld – tegeltableau in het voorportaal.
Ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de synagoge werden ook gebrandschilderde ramen geschonken, die de twaalf stammen van Israël uitbeeldden als zinnebeeld van de saamhorigheid van het joodse volk. Deze zijn thans niet meer te zien.
In de nacht van 25 op 26 juli 1941 werd het interieur door Deventer NSB-ers na een vergadering in het kringhuis in de Rijkmanstraat kort en klein geslagen. Hoewel de synagoge zelf dus niet meer gebruikt kon worden, hielden de joden niettemin hun wekelijkse Sabbatviering in een zaal gelegen naast de synagoge.
Eind 1943 werd de synagoge gebruikt als opslagplaats van gestolen meubels uit ontruimde joodse woningen. Bij de Sallandsche Bank in de Hofstraat zijn tijdens de oorlog de kostbare spullen van de joodse Gemeente verstopt, o.a. de torarollen.
In 1947 is het gebouw gerestaureerd en heringewijd, maar het bleek toch te groot voor de gedecimeerde gemeenschap. In 1952 is het aan de Christelijke Gereformeerde Kerk verkocht. Hoewel de inrichting uiteraard is gewijzigd (op de plek van de heilige Ark staat nu het orgel), is niet alleen de buitenzijde monument, maar is ook aan de binnenzijde veel van de originele inrichting bewaard gebleven. De oorspronkelijke kroonluchter, die boven de bima (verhoging vanwaar af de Tora gelezen wordt) hing, is nog te bewonderen.
Aan de wanden hangen de foto’s die gemaakt zijn na de verwoestingen in 1941.
In 1996 is ook de buitenzijde gerestaureerd en weer beschilderd in de oorspronkelijke kleuren. Bij bijzondere gelegenheden is het gebouw ook van binnen te bezichtigen (bijvoorbeeld op de Open Monumentendag).
Helaas kunnen we de synagoge vandaag niet van binnen bekijken.
Door deze poort met het wapen van Deventer lopen we naar de Prinsenplaats.Opnieuw lopen we door een poortje.Kijk, de schoorsteen van de capsulefabriek staat er nog, alleen roken doet hij niet meer.Wederom door een poort. Dit is de poort van de oude stadsboerderij.We komen uit in de Walstraat. Ai, prachtig weer, ik zie korte broeken en T-shirts. Het lijkt Italië wel.Hier heeft het woonhuis gestaan van het gezin ‘Hollander’. Ik herinner me heel goed hoe enthousiast Han Hollander (1886-1943) een voetbalwedstrijd kon verslaan. Maar… ik vergis mij, die herinneringen stammen uit reportages over zijn leven vele jaren na zijn dood. Han Hollander was een jood en is weggevoerd naar kamp Westerbork en na tien maanden op transport gesteld naar het vernietigingskamp Sobibór in Polen waar hij op 9 juli 1943 is omgekomen door ondervoeding en uitputting. Hij is maar 56 jaar oud geworden.Nog even een plaatje van de Walstraat.Het loopt alweer tegen twaalven, tijd voor de KMA. Is dit wat?We kunnen in de tuin achter zitten en bestellen koffie/thee met appeltaart.
Ik heb de koffie (prima) al bijna op als de appeltaart (uit de kunst!) wordt geserveerd.Hier is ook thee te koop, dat doet Orchideetje meteen.Kijk, Johanna, tenminste zo wordt ze genoemd. Deze mysterieuze pop is bij het ontstaan van het Dickens Festijn (sinds 1991) opgehangen aan de gevel.Dit gebouw heeft van 1818 tot 1905 dienst gedaan als gevangenis. Er is weinig informatie bekend over deze gevangenis, maar het verhaal doet de ronde dat hier in 1945 na de bevrijding vrouwelijke leden van de NSB gevangen gezet zijn. Vandaar de naam ‘vrouwengevangenis’.
Maar dat verhaal klopt niet, na de bevrijding van Deventer op 9 april 1945 is op de binnenplaats van de gevangenis een groep vrouwen van NSB-leden kaalgeschoren.
Daar komt de naam ‘vrouwengevangenis’ vandaan.
We lopen weer verder naar de Geert Grootestraat.
De familie Hillesum woonde hier van 1932 tot 7 januari 1943. In de eerste maanden van 1943 moesten alle Deventer joden naar Amsterdam verhuizen, totdat zij werden opgeroepen naar het doorgangskamp Westerbork om van daaruit verder te worden gedeporteerd naar de vernietigingskampen in Polen.
Louis (Levi) Hillesum (1880-1943) was rector van het Stedelijk Gymnasium van Deventer vanaf 1928 tot 29 november 1940. Op die dag werd hij van zijn functie als rector ontheven in verband met de door de bezetter genomen maatregel dat joden geen openbare ambten meer mochten bekleden. Aanvankelijk woonde de familie Hillesum in de Duymaer van Twiststraat 51 (nu nummer 2). Ook Etty, van wie de dagboeken en brieven uit Westerbork in de jaren ’80 grote bekendheid verkregen, woonde van 1924 tot 1932 in Deventer. Na haar vertrek naar Amsterdam in 1932 bezocht zij haar ouders nog regelmatig in de Geert Grootestraat. Verder maakten van dit gezin deel uit de moeder, Riva Hillesum-Bernstein (1881-1943), Russische van geboorte en de twee zoons, Mischa (1920-1944), een zeer begaafde pianist en Jaap (1916-1945) die arts werd. Het gezin Hillesum werd op 7 september 1943 vanuit Westerbork op transport gesteld naar Auschwitz. Etty had de mogelijkheid te vluchten, maar zij meende dat zij bij haar familie en haar volk moest blijven. Op 10 september werden vader en moeder Hillesum vergast; Etty stierf op 30 november, Mischa op 31 maart 1944 en Jaap op 17 april 1945.We lopen over de Brink, tjonge, de terrassen zitten vol.Ook op en rond de Brink woonden en werkten veel joodse winkeliers. Van al die bedrijvigheid is niets meer te zien.
Iets verder staat het Penninckshuis.(Plantjes)markt is er ook.Ik heb nog een blik geworpen in de hal van Museum De Waag, maar de ketel heb ik niet zien staan.Toch nog een plaatje gevonden toen de ketel nog buiten hing.Eerst de informatie betreffende De Waag.De Waag in pal tegenlicht. Tja, hier kan mijn iPhone 7 geen chocola van maken.
In De Waag is momenteel het ‘Museum De Waag’ gevestigd. Daar komen wij vandaag niet aan toe.Kijk eens, wat een mooi gebouw. Zoals bekend pakken we ook bezienswaardigheden mee die we toevalling zien. Het gebouw heet: ‘Drie Vergulde Haringen’.In de Grote Overstraat op nummer 67, is boven de ingang te lezen: M. Adelaar. Het pand was van Meijer Adelaar (1838-1910) die daar een textielgroothandel had. De zaak is voortgezet door zoon Frans Adelaar (1884-1950) en later door kleinzoon Frits (1913-1998) tot 1967. Het is een groot pand met veel kamers. Elke kamer had een specifieke inhoud, bijvoorbeeld lakens, handdoeken, onderbroeken enzovoort. Hier werden bestellingen ingepakt en verder vervoerd naar de detailhandel.Op nummer 51, hoek Spijkerboorsteeg, was de niet-kosjere joodse slager Marcus Van Engel (1820-1895), later opgevolgd door zijn zoon Samson (1866-1930). Zie de naam boven de ingang. De engelen en de ossenkoppen zijn nog goed te zien. Het pand is in 1898 voor de familie Van Engel gebouwd. Gedurende de Eerste Wereldoorlog ontstond er een grote schaarste aan levensmiddelen. Ook bij Van Engel stonden wachtenden in de rij. Rechts naast Van Engel was na de oorlog de antiekwinkel van Max Gosschalk.
In de Grote Overstraat waren nog andere joodse winkeliers gevestigd, zoals de manufacturenwinkel van Henri de Haas (geb. 1877) en de slagerij van Visser.
Ook in de Lange Bisschopstraat bevonden zich kort voor de Tweede Wereldoorlog veel joodse winkels. Er zijn geen zichtbare herinneringen aan deze zaken overgebleven.
Op nummer 19 bevindt zich boven de voordeur een snijraam met daarin een davidster, gemaakt door de bekende Deventer houtkunstenaar, Gerrit Budde. Van 1952 tot 1984 was in dit gebouw de Deventer synagoge gevestigd.
Over de davidster als symbool: in de klassieke oudheid en de vroege middeleeuwen was het hexagram, de zeshoekige ster, een in vele culturen gebruikt ornamenteel en magisch teken. Sinds de l4e eeuw werd het tot een joods embleem. Toen ontstond ook de legende dat koning David dit teken op zijn schild droeg. Vandaar de hebreeuwse naam ‘magen david’ – ‘schild van David’.
In 1897 kozen de Zionisten het als symbool en werd de ster in blauw afgebeeld op de blauwwitte vlag.
Van 1933 tot 1945 verplichtten de nazi’s de joden een gele ster op hun kleding te dragen. Zo konden joden gemakkelijk worden herkend en vervolgd.
In dit statige herenhuis werd op 29 juni 1952 de derde synagoge voor de joodse gemeente van Deventer ingewijd. Er was plaats voor ongeveer 80 personen.
Het gemeentelokaal, waar ook joodse les werd gegeven, bevond zich op de eerste etage aan de straatkant. De voorzanger en onderwijzer van de joodse godsdienstschool woonde met zijn gezin op de bovenste verdieping. In de loop der jaren werd het steeds moeilijker om nog diensten te houden. Er kan alleen een dienst worden gehouden als er tien volwassen joodse mannen (in de liberale gemeenten ook vrouwen) aanwezig zijn (minjan) en vanaf 1984 was dat niet meer mogelijk. De joodse gemeenschap was te klein geworden, onder meer doordat twee grote joodse families naar Israël waren geëmigreerd (alija). Deze families van de veehandelaren Samuel en Godschalk waren actief binnen de joodse Gemeente.
De inboedel van de synagoge werd overgebracht naar de gerestaureerde synagoge in Zutphen en het Joods Historisch Museum te Amsterdam.Het is over enen en we nuttigen een broodje in een restaurant in de Sandrasteeg.
Hier was de meubelzaak van de gebroeders Ru en Jacques Cohen gevestigd. De pilaren zijn nog zichtbaar. Maar wij zien ze niet, mogelijk ligt het aan ons.Iets verder in de Sandrasteeg zien we de Proosdij van het kapittel van Lebuinus. Is dit gebouw het oudste van Nederland? Een local bevestigt het.Aan de Stromarkt staat het huis van Jan Pieterszoon Sweelinck. Ai, wie was dit ook alweer? ‘Dat zoeken we op’. Ok, hij was een belangrijk componist, bovendien organist, klavecinist, muziekpedagoog en ensembleleider.
Hm, kan de gemeente niet iets doen met de begane grond? Deze staat te huur, of geldt dit voor het hele pand? Idee: een Sweelinckmuseum?We lopen de Nieuwstraat in. Ook in deze straat waren voor de oorlog diverse joodse winkels, zoals de slagerijen van Oppenheim, Visser en Meijer van Spiegel (1878-1942) en de bakkerijen van Louis de Leeuw (1900-1944) en Alex Härtz (1883-1943), de joodse bakker die bekend stond om zijn lekkere challetjes.
Challes zijn de gevlochten broden die op vrijdagavond bij het begin van de sjabbat worden gegeten. De twee broden herinneren aan een dubbele portie manna die de joden in de woestijn op vrijdag ontvingen. De strengen van het gevlochten brood lijken op in elkaar verstrengelde armen, als symbool van de liefde. Drie strengen symboliseren waarheid, vrede en gerechtigheid.
Op nummer 25 is nu het Stadslogement. Als eerbetoon aan de joodse bakkersfamilie De Leeuw is deze naam gebruikt. De bakkerij was op zaterdag gesloten en open op zondag. Het was een kosjere bakkerij onder rabbinaal toezicht (ORT). Joodse bakkersknechten uit heel Nederland werden bij De Leeuw opgeleid.
De familie De Leeuw was in 1943 ondergedoken in een ander pand in de Nieuwstraat.
De familie werd verraden doordat de dochter, Jetje (1930-1944), voor het raam verscheen. In de etalage is nog een prijslijst uit 1940 te zien voor Pesach (joods Paasfeest). Op de prijslijst is het logo van de bakkerij te zien, een ontwerp van de bekende ontwerper Philip van Praag (1887-1942) uit Deventer. Hij ontwierp voor veel Deventer bedrijven het logo. Inderdaad, de prijslijst hangt er, maar op een zodanig ongelukkige plaats dat hij niet te fotograferen valt.In het trottoir bevindt zich een aantal zogeheten ‘Stolpersteinen’.
Stolpersteine (ook bekend als struikelstenen) is een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. Het is een over geheel Europa verspreid monument voor de slachtoffers van het nationaalsocialisme. Gunter Demnig is er in 1992 mee begonnen, inmiddels zijn er in steden in 22 landen al meer dan 65.000 geplaatst. Ik heb weleens gelezen dat omwonenden soms bezwaar maken. Ach, ik denk dat de meeste mensen ze compleet over het hoofd zien.Op de hoek van de Nieuwstraat en de Kuiperstraat is deze gevelsteen ingemetseld.
Dat zal te maken hebben met het voormalige katholieke St. Jozefziekenhuis. De tekst is – voor mij – onleesbaar.Om de hoek bevindt zich het Gildehotel, gevestigd in het voormalige katholieke St. Jozefziekenhuis. Joodse Deventenaren lagen liever in dit ziekenhuis, omdat er op verzoek kosjere maaltijden werden verstrekt. Tijdens de oorlog bood men hier regelmatig een onderkomen aan joodse burgers. In 1944 werden in dit ziekenhuis twee joodse meisjes geboren. Hun ouders waren al ondergedoken.Het is zeer de moeite waard de hal van het voormalige ziekenhuis te bezichtigen.
We vragen het aan de receptioniste en we zijn welkom. Inderdaad, het ziet er heel bijzonder uit.We lopen door naar de volgende hoek, Papenstraat-Ankersteeg (nu nieuwbouw). Hier is een gedenkplaat ingemetseld, waarop een davidster, een anker en drie korenbloemen zijn te zien ter nagedachtenis aan de Palestinapioniers. De gedenkplaat werd in 1986 aangebracht op initiatief van buurtbewoners. Hij is ontworpen door één van hen, W. van der Meij. Op deze plek was het koffiehuis ‘De Korenbloem’.
Tja, ik vrees dat de gedenkplaat in reparatie is of wat dan ook. Daar heeft de gedenkplaat gezeten.Het informatieve bordje is nog wel aanwezig.We lopen door naar de IJssel en slaan rechtsaf.Iets verder staat het Etty Hillesum-monument. Hm, persoonlijk ben ik niet zo blij met roestvrijstalen plaquettes, ze zijn meestal onleesbaar. De tekst type ik maar even uit (hierna).Het monument is gemaakt door Arno Kramer in 1985. Het beeld is ontstaan op initiatief van de kunstenaar ter nagedachtenis aan Etty Hillesum. Het is onthuld op 3 mei 1985 en kwam tot stand in samenwerking met de Etty Hillesum Stichting, het Comité Nationale Herdenking, het Comité tegen Fascisme en Antisemitisme en de ioodse gemeenschap in Deventer.
De tekst bij het monument luidt:
‘Etty Hillesum (15 januari 1917 – 30 november 1943) woonde vanaf 1924 met haar ouders en twee broers in Deventer. Haar vader was hier rector van het Stedelijk Gymnasium.
Voor de Tweede Wereldoorlog woonden in Deventer bijna 600 joden, van wie er 401 in concentratiekampen vermoord zijn. Daartoe behoorde ook de familie Hillesum. Van Etty Hillesum zijn brieven en dagboeken gepubliceerd, die een bron van inspiratie vormen voor een nieuwe generatie.
Dit beeld wil niet alleen Etty Hillesum (en in haar alle andere oorlogsslachtoffers) herdenken, maar moet ook dienen als waarschuwingssignaal tegen hedendaagse vormen van discriminatie en geweld.’
Sinds 1993 wordt jaarlijks op 30 november (de sterfdag van Etty) en op 4 mei een korte herdenking bij dit monument gehouden.
Etty hield vanaf maart 1941 een dagboek bij. Tijdens haar verblijf in Westerbork schreef zij tientallen brieven, waarvan enkele al tijdens de bezetting illegaal zijn uitgegeven.
In haar geschriften geeft zij een indringende weergave van het turbulente leven van een jonge joodse vrouw die zich gaandeweg door de nazi’s steeds meer bepaald en ingeperkt weet en die desondanks of daardoor een rijpheid en geestkracht bereikt die velen ook nu nog verrast en boeit.
We lopen terug langs de IJssel naar de panden van Noach. Tot 1970 was hier gevestigd de firma van Amsel Noach (1857-1915) met zijn zonen Isaac (1886-1943), Salomon (1885-1958) en Hartog (1888-1932). Dit was een groothandel in lompen, konijnen- en hazenvellen. Later handelden zij ook in metalen en papier.
Veel kleine inkopers brachten hier de opgekochte botten en vellen. Hoogspanning heerste er als na Kerstmis de hazen- en konijnenvellen werden afgeleverd en op zolder werden gedroogd op spannen. De goede vellen gingen naar de bontindustrie, via de firma lnterlapin uit Gouda van de heer Mogendorff. De minder goede vellen werden gebruikt voor het maken van hoeden. Het uithangbord, dat naast de deurpost hing, was een haas gevuld met papier. De mensen wisten dat ze daar de vellen konden inleveren. Er werd ook schroot, metaal, papier en jutezakken verhandeld.
De handel in jutezakken liep slecht tot de watersnood in 1953, toen was in één dag alles verkocht en was de zolder leeg.
De zonen van Hartog Noach werden bekende Amsterdamse medici.Hier tegenover op de hoek van het Klooster en de Noordenbergstraat was gevestigd de firma van Moos Noach (1864-1938), de ‘Sajetbaal’.
Moos Noach was een broer van Amsel Noach. Deze tak van de familie Noach werd ook wel de geleerde tak van de familie genoemd, omdat veel nazaten van Moos in het onderwijs terecht zijn gekomen en sommigen hoogleraar werden. Bij de restauratie is de op het pand geschilderde naam weer zichtbaar gemaakt.
Hier verkocht men onder meer ‘sajetten’ (wollen kousen), diverse andere wollen artikelen, artikelen voor gas en petroleumverlichting, schorten, kramerijen, zijden linten, tabakspijpen en nog verschillende andere artikelen voor ‘naaisters, kleermakers, drogisten, kappers en behangers’ enz, enz. Later zat daar Japie Polak, die een zaak in tweedehands meubelen had.We lopen naar de Nieuwe Markt. Op de Nieuwe Markt aan de rechterkant (nr. 7) bevond zich de slagerij van Abraham van Spiegel (1850-1929), die veel stieren slachtte. Hier had hij zijn bijnaam ‘de bollenslachter’ aan te danken.
Het vee kwam lopend hiernaartoe vanaf het stationsemplacement via de Singel door de binnenstad om op de Nieuwe Markt te worden geslacht. Abraham van Spiegel werkte samen met de broers Heiman (1866-1943), Louis (1868-1934) en Jule Gosschalk, van wie de nazaten nu nog een exportslachterij Gosschalk in Epe bezitten.
Vlak naast de slagerij rechts was ook het dansinstituut van Mau van Spiegel (1904-1980), de zoon van Abraham. Mau heeft de oorlog overleefd door onder te duiken bij zijn vriend Gé Winter in Amsterdam.Tja, waar zijn we nu? Dit is een steegje aan de Grote Kerkhof. Dit blijkt de voormalige Mariakerk, ook wel de Onze-Lieve-Vrouwekerk genoemd. Na het Beleg van Deventer in 1578 door Rennenberg, kwamen de calvinisten aan de macht in Deventer. Voor hen waren vier kerken te veel. In 1591 werd besloten om de Mariakerk aan de eredienst te onttrekken en er waren plannen om de kerk te slopen. Die zijn ten slotte deels uitgevoerd, de noorderzijbeuk is afgebroken, daar zijn woningen voor in de plaats gekomen.
De Sacramentskapel is blijven staan, maar kreeg een andere bestemming, er is sinds de tweede helft van de twintigste eeuw een horecaonderneming in gevestigd. Het schip is ontdaan van het dak en dient nu als binnenplaats. De zuiderzijbeuk bestaat nog en is lange tijd in gebruik geweest als arsenaal, terwijl ook de brandweer er haar materialen kwijt kon.Iets verder staat de Grote of Lebuinuskerk.Zo te zien is de kerk open. Maar wat is er hier te doen? Er staat een hele rij voor deze balie, ik denk dat ze muntjes verkopen voor het Bokbier Festival. En dat in een kerk van de Protestantse Gemeente! Ik lees dat de kerk ook fungeert als evenementenlocatie. Waar moet dat heen! In elk geval is er belangstelling genoeg. Ik zie op een formulier dat er 59 verschillende soorten Bokbier te proeven zijn. Heb ik ooit weleens Bokbier gedronken? Ik zou het niet weten. In elk geval, ik moet nog rijden, dus ik begin er niet aan.Mooie grafstenen liggen in de vloer. U weet wel: ‘Rijke Stinkerds’.De preekstoel dateert uit 1800.Het hoofdorgel is gebouwd door Johann Heinrich Holtgräve met gebruikmaking van pijpwerk uit het oude orgel, het werd in 1839 in gebruik genomen.Buiten is een verzetsmonument.Tja, de parkeerplaats staat aardig vol.Tegenover de Lebuinuskerk staat het Landshuis.Dit is het stadhuis en in de hal is een monument geplaatst ter nagedachtenis aan de 401 omgekomen Deventer joden. Helaas, het is vandaag sabbat (zaterdag), dus het stadhuis is gesloten.We lopen door naar de Grote Poot. Op huisnummer 8/10 was sinds de negentiende eeuw de slagerij van Izaak Gosschalk. Zijn zonen David (1881-1942) en Barend (1883-1942) hebben de zaak voortgezet. Naast de deur is nog een gat te zien waar de mezoeza gezeten heeft.
Een mezoeza is een – meestal mooi bewerkt of vormgegeven – koker(tje) die/dat aan de rechterdeurpost van een joods huis of de kamers erin, wordt aangebracht. In de koker bevindt zich een stukje perkament met de hebreeuwse tekst van Deut. 6:4-9 en 11:13-21 waarin de opdracht staat dat Gods woorden geschreven dienen te worden ‘op de deurposten van je huis en op je poorten’.
Overigens, iemand heeft op de rechterdeurpost een mezoeza aangebracht.We lopen weer richting Brink. Ook in al deze straten waren verschillende joodse zaken gevestigd. Tja, momenteel is het één en al terras.Op de Brink staat de Wilhelminafontein. Wat zou Wilhelmina hier nu van denken?
Ik bedoel van al die mensen die de bloemetjes buiten zetten?Tja, het is al dik na vieren en we moeten nog een stukje rijden naar ‘De Lochemse Berg’. Toch zijn er buiten het stadscentrum nog verschillende plaatsen het bezoeken waard.
Dit betreft o.a. de joodse begraafplaats op de Algemene Begraafplaats. Ok, we halen de auto op in de parkeergarage en rijden die kant uit. We zien wel een bushalte ‘Algemene Begraafplaats’, maar de begraafplaats kunnen we niet vinden. Nou ja, ook al gezien de tijd laten we het hierbij, we hebben sowieso veel gezien.
Als laatste – voor de aardigheid – de GPS-track.We zetten koers naar ‘De Lochemse Berg’. Dat vinden we – dankzij Sygic – zonder mankeren. We zetten de auto op de parkeerplaats en eerst maak ik een foto van het hotel/restaurant. Overigens, best een leuke vijver.We worden hartelijk ontvangen door Maud en krijgen de sleutel van kamer 15. Dit was overigens de laatste kamer die bij het boeken, zes weken geleden, nog vrij was. Er zijn maar 11 (?) kamers, dus u moet tijdig boeken. Maud is zo vriendelijk om met de lift mee te gaan en de kamer te wijzen. De kamer is niet al te groot, maar voor ons groot genoeg. Een voordeel is wel dat dit één van de voordeligste kamers is.
Het loopt tegen zessen, we zijn ruim op tijd voor het bestelde diner om zeven uur.
Hier geen uitgebreid menu, Peter (kok/eigenaar), heeft geen keukenbrigade tot zijn beschikking, hij kookt in zijn eentje. Peter bereidt elke dag een aantal gerechten waaruit gekozen kan worden. ‘Mooie gerechtjes, pure ingrediënten, bijzondere smaken en combinaties’, zoals hij op de site verwoord. Kijk, dat was de hoofdreden om hier te boeken.
Tegen zevenen zitten we aan tafel. Zicht op de tuin, maar het begint al te schemeren.Het menu komt door. Zo, dat ziet er goed uit! Nu kiezen, ik ga voor drie gerechten boven de streep en Orchideetje voor twee. Voor mij de Hummus, de Tonijn en de bouillon. Bovendien de Parelhoen en uiteraard het wijnarrangement. Orchideetje laat de Tonijn achterwege en gaat voor de Zeeduivel. De sake laat ik aan mij voorbijgaan, anders wordt het te gek met de alcohol (bloedstolling!).Ik kies voor de aanbevolen Graf von Weyher, een Cabernet blanc trocken, die goed combineert met de Hummus. Dit is echt een lekker fris, fruitig wijntje met veel body.De Hummus komt door. Ongelooflijk lekker! Orchideetje kijkt mij aan, dit gerecht is zeker een ster waard.De Amatore Bianco Verona wordt op tafel gezet. Ook deze wijn is bijzonder lekker met veel body en een stevige afdronk.Orchideetje krijgt even niets, voor mij wordt de tonijn geserveerd. Ik heb weleens vaker tonijn gegeten, maar niet in deze bereiding. Sowieso heel apart, super! Het serveren nemen Maud en Caroline (eigenaresse) voor hun rekening. Overigens, Caroline en Peter hebben in 2014 ‘De Lochemse Berg’ verworven en maken hier hun droom waar.De bouillon wordt geserveerd. Er wordt nog wat truffel over geraspt en nu proeven.
Ok, we zijn wel wat gewend, maar dit ‘soepje’ is ongelooflijk lekker! Kunnen we dit waarderen met twee sterren?In plaats van de wijntip wordt een Shiraz /Grenache aanbevolen. Ik laat me graag adviseren, prima dus.De parelhoen komt door. Het is niet heel veel, maar zoals op het menu staat worden bescheiden porties geserveerd. Sowieso heel lekker en de wijn smaakt er voortreffelijk bij.We gaan voor het dessert. Dat bestaat uit allerlei heerlijkheden zoals honingijs, notentaart, worteltaart, kokosijs, enz. Aanbevolen wordt een Japanse yuzu-sake. Zowel het dessert en de sake smaken voortreffelijk.Ok, bizar lekker gegeten, dit is de absolute top! Hier hopen we nog eens terug te komen. Helaas, een kerstarrangement – zoals wij dat bedoelen – bieden ze niet aan. Hier is het gebruikelijk om één kerstmaaltijd te boeken + één overnachting. We hebben nog niets voor de kerstdagen, we hebben een probleem!
Als laatste bestellen we espresso/thee. De espresso is van Italiaanse kwaliteit, dat maak je in Nederland maar weinig mee.Tot kwart over tien zitten we aan tafel, maar de (draai)stoelen zitten formidabel. In veel restaurants heb ik na een uurtje echt een houten k..t. Dat is hier beslist niet het geval.
Op naar de kamer, waar we nog even TV kijken.